Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard houdende regels omtrent WMO Besluit maatschappelijke ondersteuning Nissewaard 2019Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard; gelet op het bepaalde in titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 147 van de Gemeentewet; de artikelen 11 en 12 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Nissewaard; besluit per 1 januari 2019: het Besluit maatschappelijke ondersteuning Nissewaard 2019 vast te stellen; het Gewijzigd Besluit maatschappelijke ondersteuning Nissewaard 2018 in te trekken. Artikel1Verhuizen Om het resultaat voeren van een huishouden, ten aanzien van toegankelijkheid, bereikbaarheid en bruikbaarheid van de benoemde vertrekken, te bereiken, wordt alleen een vergoeding toegekend als de belanghebbende binnen een jaar naar een geschikte woning of een geschikt te maken woning kan verhuizen. Hierbij geldt een eenmalige tegemoetkoming in de verhuiskosten van maximaal € 3.500,-. Artikel2Keuze voor een persoonsgebonden budget 1.Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoongebonden budget vindt plaats op verzoek van de belanghebbende. 2.Het college biedt geen keuzevrijheid voor een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget als naar het oordeel van het college niet is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. Artikel3Persoonsgebonden budget 1.De waarde van een persoonsgebonden budget wordt als volgt vastgesteld: Het persoonsgebonden budget voor een voorziening wordt vastgesteld op de tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening. Deze waarde blijkt uit een door het college geaccepteerde (standaard)offerte. Het persoonsgebonden budget voor een verplaatsingsmiddel voor vervoer buitenshuis wordt bepaald aan de hand van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten. Het persoonsgebonden budget voor het voeren van een huishouden of individuele begeleiding, bedraagt het aantal geïndiceerde uren maal het uurtarief. Het persoonsgebonden budget voor dagbesteding, bedraagt het aantal geïndiceerde dagdelen maal het dagdeeltarief. 2.Het in lid 1 genoemde, van toepassing zijnde uurtarief of dagdeeltarief, is vastgelegd in de bijlage bij dit besluit. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen dienstverlening door iemand uit het informele circuit, dienstverlening door een medewerker in dienst van een organisatie, een zelfstandige zonder personeel. 3.Om in aanmerking te komen voor het tarief van een zelfstandige zonder personeel, moet een (model)overeenkomst kunnen worden overlegd. 4.Voor zover van toepassing op de voorziening, kan het bedrag van het persoonsgebonden budget worden verhoogd met instandhoudingskosten, zoals kosten van onderhoud, reparatie en andere instandhoudingskosten. 5.Indien het persoonsgebonden budget niet is verhoogd met instandhoudingskosten, worden deze kosten alleen vergoed nadat de cliënt een factuur heeft overlegd. De kosten worden alleen vergoed voor zover het reparaties over onderhoud betreft als gevolg van normaal gebruik van de voorziening. Kosten die veroorzaakt zijn door onoordeelkundig of onzorgvuldig gebruik of nalatigheid, worden niet vergoed. 6.Er wordt pas opnieuw een persoonsgebonden budget voor een voorziening verstrekt, als de voorziening technisch is afgekeurd. 7.De verantwoording van de besteding van het persoongebonden budget vindt plaats op verzoek van het college. 8.Het college bepaalt de frequentie en wijze van verantwoording van het persoonsgebonden budget. Artikel4Eigen bijdrage 1.Conform artikel 12 van de Verordening is een eigen bijdrage verschuldigd voor het gebruik van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen. 2.De eigen bijdrage voor het gebruik van een maatwerkvoorziening bedraagt maximaal het door de Rijksoverheid vastgestelde tarief van € 17,50 per periode van vier
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.