← Nederland

Beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving 2019-2021 (Zaanstad)

Beleidsplan Vergunningverlening Toezicht en Handhaving 2019-2021 1Inleiding Voor u ligt het beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving van de gemeente Zaanstad (beleid VTH ). Dit beleidsplan beschrijft ons vergunning-, toezicht- en handhavingsbeleid voor de periode 2019-2021. In dit beleidsplan: stellen wij prioriteiten en doelen vast voor onze werkzaamheden; beschrijven wij welke strategieën wij gebruiken om onze werkzaamheden uit te voeren en, bieden we inzicht in de instrumenten die de gemeente inzet om naleving van de regels te bereiken en te bevorderen. Dit beleidsplan is voor een belangrijk deel gebaseerd op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Eveneens zijn gemeentelijke toezicht- en handhavingstaken, die niet direct onder het regime van de Wabo vallen, zoveel mogelijk meegenomen.1Het gaat dan om een breed scala aan wet- en regelgeving o.a.: de Wet milieubeheer en hieruit voortvloeiende besluiten, de Wet bodembescherming, de Wet ruimtelijke ordening, de Monumentenwet, Welstandsnota, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), de Drank- en horecawet , de Wet op de Kansspelen, Bouwbesluit (inclusief Gebruiksbesluit), Wet Kinderopvang en peuterspeelzalen, Leegstandwet, Opiumwet. De concrete uitvoering van dit beleidsplan regelen we in ons jaarlijks uitvoeringsprogramma. Hierin staat waar wij onze capaciteit en geld aan besteden om onze doelen uit het beleidsplan VTH te bereiken. Dit beleidsplan is vrij uitgebreid en bevat soms uitgebreide juridische richtlijnen en gedetailleerde informatie. Het is een wettelijke verplichting voor de gemeente om de jurische kaders vast te leggen in het beleidsplan. Hierdoor krijgen deze rechtsgeldigheid. 1.1 Aanleiding In 2015 is op basis van de Wabo een integraal beleidsplan opgesteld voor de hele keten van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Met dit beleidsplan liepen we al vooruit op de wet VTH die in 2017 werd ingevoerd. Met de invoering van deze wet vielen naast de toezicht- en handhavingstaken ook de vergunningsverleningstaken onder de kwaliteitseisen. Nu deze beleidsperiode is verstreken heeft een evaluatie plaatsgevonden en is een nieuw beleidsplan opgesteld voor de periode 2019-2021. Zie bijlage 1 voor de beleidsevaluatie. Er is gekozen voor een periode van drie jaar in plaats van de standaard vier jaar. Zodat dit beleidsplan beter kan inspelen op de invoering van de Omgevingswet in 2021. De ontwikkelingen rond de Omgevingswet zijn nog niet concreet genoeg om nu al een juiste inschatting te maken en nu ook al een zogenaamd ‘omgevingswet proof’ beleidsplan op te stellen. De Omgevingswet zal van invloed zijn op zowel de vergunningverlening als de handhaving van de bebouwde omgeving. 1.2 Reikwijdte Het beleidsplan heeft betrekking op diverse wettelijke taken t.a.v. vergunningverlening, toezicht en handhaving. Gezien de omvang en diversiteit van deze taken zijn de werkzaamheden ondergebracht bij vijf afdelingen: Vergunningen; Advies & Toezicht; Gebruikstoezicht; Straattoezicht; Havens en Vaarwegen. De afdelingen Vergunningen en Advies & Toezicht vormen samen het Vergunningencentrum. Dit is het middelpunt van waaruit aanvragen voor diverse vergunningen worden beoordeeld, zoals de omgevingsvergunning (Wabo), de Drank en Horecawetvergunning (DHW) en evenementenvergunning (APV). Binnen het Vergunningencentrum zijn inhoudelijke kwaliteit en procesdeskundigheid aanwezig. Inspecteurs houden toezicht op de realisatiefase van de binnen het vergunningencentrum afgegeven vergunningen. Onder de afdeling Gebruikstoezicht vallen de toezicht- en handhavingstaken die voortvloeien uit de wet- en regelgeving op het gebied van bouwen en wonen, ruimtelijke ordening, brandveiligheid, kinderopvang en horeca. De afdeling Straattoezicht is verantwoordelijk voor de toezicht- en handhavingstaken die voortvloeien uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de Afvalstoffenverordening. Andere thema’s die bij deze afdeling zijn ondergebracht zijn onder andere jeugdoverlast en parkeren. De afdeling Havens en Vaarwegen draagt zorg voor een vlotte, veilige en doelmatige afwikkeling van het scheepvaartverkeer. Binnen het takenpakket van deze afdeling vallen onder andere de bediening van bruggen en sluizen, toezicht op de beroeps- en recreatievaart. 1.3 Hoe houden we grip op het wettelijk kader Op grond van de wet VTH en de Wabo is de gemeente verplicht om vergunning,- en handhavingsbeleid op te stellen. Daarnaast gelden er kwaliteitseisen. Deze wettelijke eisen maken een programmatische, strategische en onderling op elkaar afgestemde uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken noodzakelijk. Maar hoe houden we grip op de voortgang? Dit doen we door de zogenaamde beleidscyclus ‘Big - 8 ‘ te volgen. Met deze 8 cirkel houden we grip op het bereiken van de geplande resultaten. Wat betekent dit? In de afbeelding hiernaast staan de Big - 8-processtappen. Op basis van een risicoanalyse stellen we prioriteiten en doelstellingen vast. Daarna bepalen we de strategie die erbij past. Dit leggen we vast in het VTH beleidsplan. Hieruit volgt een (jaarlijks) programma dat we gaan uitvoeren. Door voldoende capaciteit te reserveren waarborgen we de uitvoering. De uitvoering van de taken en te behalen doelen evalueren we jaarlijks in ons jaarverslag. En als het nodig is passen we het beleid aan. Dit beleidsplan VTH vormt hiermee het strategisch beleidskader en is ons ‘contract’ voor de uitoefening van de VTH-taken de aankomende drie jaar. De cyclus zal aankomende periode aangepast moeten worden op de Omgevingswet. Hoe dat precies uitpakt, is momenteel nog onderwerp van verkenning. Het is al wel duidelijk dat de Omgevingswet een verandering teweeg brengt voor VTH. De instrumentele insteek met VTH-taken ontwikkelt zich tot een omgevingsgerichte insteek op basis van “reguleren en uitvoeren”. Figuur 1. BIG-8-cyclus VTH 1.4 Programmatisch handhaven Uit de beleidsevaluatie van de afgelopen periode (2016-2018) is gebleken dat Zaanstad voor toezicht en handhaving bijna volledig voldoet aan de proceseisen uit de BIG-8- cyclus (zie bijlage 1). In 2017 is een Big- 8 -scan uitgevoerd. De hierin genoemde verbeterpunten zullen in deze beleidsperiode worden opgepakt. Een voorbeeld van een verbeterpunt voor de komende periode ligt op het gebied van monitoring. In hoofdstuk 5 wordt het verbeteren van monitoren nader uitgewerkt. 1.5 Ontwikkelingen De afgelopen periode zijn er veel ontwikkelingen geweest waar de gemeente op moet inspelen. Bij het opstellen van dit beleidsplan is rekening gehouden met deze voortdurende ontwikkelingen. Voor een uitgebreide beschrijving van de ontwikkelingen zie bijlage 2. De drie belangrijkste ontwikkelingen staan hieronder beschreven. Omgevingswet 2021 De ontwikkelingen rond de Omgevingswet zijn nog niet concreet genoeg om een juiste inschatting te maken wat deze wet betekent voor de VTH-taken. De Omgevingswet zal wel van invloed zijn op zowel de vergunningverlening als de handhaving van de bebouwde omgeving. De verwachting is dat aan de vergunningenkant meer maatwerk geleverd zal moeten worden en dat er een integrale afweging gemaakt zal moeten worden of een illegale situatie alsnog kan worden toegestaan. Dit zal van handhaving eveneens meer maatwerk vragen. We zijn ons reeds aan het voorbereiden op de komst van de wet door het uitvoeren van zogenaamde’ pressure cooker sessies’, het aanpassen van onze processen en we volgen de ontwikkelingen voor VTH nauwlettend. Wet Kwaliteitsborging Bouwen in 2020 De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zorgt ervoor dat de gemeente het bouwontwerp niet meer toetst aan de eisen van het Bouwbesluit. Het bouwtoezicht wordt dan uitgevoerd door de private sector. De handhaving op overtredingen zal echter een verantwoordelijkheid van de gemeente blijven. In de afgelopen jaren zijn door wetswijzigingen de mogelijkheden van vergunningsvrij bouwen vergroot. Ook is het brandveilig gebruik van bouwwerken meestal niet meer vergunningplichtig, net als milieu gerelateerde activiteiten. Het lijkt erop dat het bouwvergunningvrij bouwen nog verder uitgebreid gaat worden. Ook de Omgevingswet zal hiervoor meer mogelijkheden gaan geven is onze verwachting. 1.6 Wijzingen ten opzichte van het beleidsplan 2016-2018 In het vorige beleidsplan 2016-2018 waren de toezicht taken voor nieuw te bouwen bouwwerken niet meegenomen in de risicoanalyse. In dit beleidsplan is de risicoanalyse uitgevoerd voor zowel de toezicht taken tijdens de bouw van een bouwwerk en wanneer het bouwwerk er staat. In dit beleidsplan is een omgevingsanalyse opgenomen. Hiermee hebben we inzicht verkregen in de problemen en risico’s in de gemeente en waar toezicht en handhaving een rol kan spelen in het aanpakken en beheersen van deze problemen en risico’s. Hiermee kan sturing worden gegeven aan de toezicht- en handhavingsinspanningen. In dit beleidsplan sluit de gemeente niet meer voor alle toezicht en handhavingstaken aan bij de Landelijke Handhaving Strategie (LSH). We gaan de LHS alleen gebruiken bij overtredingen van de Wabo taken. Voor de overige taken van de openbare ruimte en water, kinderopvang openbare orde en ondermijning zijn aparte sanctie strategieën opgenomen. Bij deze strategieën wordt ook rekening gehouden met het gedrag van de overtreder. Uit de praktijk blijkt dat de LHS niet altijd past bij onze manier van toezicht en handhaving. In het vorige beleidsplan 2016-2018 sloot de gemeente juist voor bijna alle overtredingen van de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk aan bij de LSH. Daarnaast is in dit beleidsplan uitvoeriger beschreven hoe de gemeente op diverse onderwerpen toezicht houdt. En zijn de landelijke prioriteiten opgenomen. 2 Visie en uitgangspunten In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de visie van Zaanstad wordt uitgewerkt in ambities, uitgangspunten en doelen. De visie ten aanzien van vergunningverlening, toezicht en handhaving van de gemeente Zaanstad is: We dragen bij aan een veilige en duurzame gemeente waarin iedereen prettig en gezond woont, werkt en recreëert 2.1 Ambitie Dienstverlening op maat; Adequaat zijn en blijven; Transparant en aanspreekbaar; Maatwerk en ruimte waar kan, strikt en duidelijk waar nodig. Dienstverlening op maat De dienstverlening van de gemeente moet voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk zijn: zowel een goede digitale informatievoorziening via de website als dienstverlening voor ouderen of niet-digitaal vaardigen en minder geletterden. Eenvoudige vergunningen gaan we zoveel mogelijk digitaliseren, standaardiseren en vereenvoudigen. We gaan er vanuit dat wat inwoners zelf kunnen doen, ook door hen zelf wordt gedaan. Als er ondersteuning nodig is, is dit niet automatisch een gemeentelijke taak. Dit betekent dat we niet alles (meteen/automatisch) leveren of doen voor de inwoner. We proberen daar waar dit mogelijk is ook in onze dienstverlening de zelfredzaamheid te stimuleren. Inwoners en bedrijven zijn medeverantwoordelijk voor een efficiënte afhandeling van de zaken die ze met de gemeente regelen. Wij verwachten van hen dat ze zelf relevante informatie verzamelen en dat ze aanvragen zo compleet en correct mogelijk indienen. Voordat een aanvraag wordt ingediend gaan we zoveel mogelijk de informatieve vragen (van de aanvrager) beantwoorden en geven we randvoorwaarden mee. Adequaat zijn en blijven De provincie voert interbestuurlijk toezicht uit bij gemeenten. Zij beoordeelt of de uitvoering, processen en medewerkers binnen het Wabo-vakgebied dusdanig zijn ingericht zodat vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken adequaat uitgevoerd worden. De gemeente moet een sluitende beleidscyclus hebben. De gemeente Zaanstad heeft hier mede invulling aangegeven door het opstellen van een beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, Uitvoeringsprogramma VTH, Verordening kwaliteit en een kwaliteitshandboek. De afgelopen jaren kreeg de gemeente als beoordeling adequaat. Dat is de hoogste waardering. De gemeente Zaanstad heeft als ambitie om ieder jaar adequaat te zijn en te blijven. In figuur 2 is dat ook zichtbaar in de benchmark van de provincie 2017. Figuur 2. benchmark provincie Noord-Holland (groene kleur adequaat = voldoende). Transparant en aanspreekbaar We verwachten veel van de Zaanse inwoner en tegelijkertijd mag hij of zij veel van ons verwachten. We proberen de dienstverlening zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de logica van de inwoner. Zo moet voor iedereen duidelijk zijn waar welke informatie en producten te halen zijn. Degene die een vergunning krijgt van de gemeente moet ervan uit kunnen gaan dat deze stand houdt bij eventueel bezwaar en beroep dat wordt ingesteld door derden. Wij streven er dan ook naar vergunningen te verstrekken die helder, duidelijk, handhaafbaar en niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Daardoor kunnen deze vergunningen de rechterlijke toets doorstaan. Dat handhaving transparant is, blijkt ook uit de hoogte van dwangsommen en de lengte van begunstigingtermijnen die zijn vastgelegd in Uitvoeringsregels. De boa’s en toezichthouders zijn zichtbaar buiten aanspreekbaar. Ze zullen aanwezig zijn in de wijken en de aankomende jaren ook aanbellen bij bewoners om hun te vragen wat zij van handhaving vinden. Maatwerk en ruimte waar kan, strikt en duidelijk waar nodig De gemeente wil transparant en helder toezicht houden en handhaven. Dat betekent dat wij duidelijk willen zijn over wat wel en niet is toegestaan. Eenduidigheid betekent, dat de gemeente bij geconstateerde overtredingen consequent en voorspelbaar handelt. Een eenmaal ingezet handhavingstraject zet de gemeente ook door. Vergelijkbare situaties handelt de gemeente op vergelijkbare wijze af. Hiermee worden willekeur en rechtsongelijkheid voorkomen. Als een situatie illegaal is en ook niet te legaliseren is, dan voorkomt een duidelijk en formeel optreden dat handhavingszaken uitmonden in slepende discussies die langdurige onzekerheid geven aan zowel bewoner/ondernemer als gemeente. Anderzijds is er wel ruimte voor maatwerk, waarbij ingespeeld kan worden op specifieke omstandigheden. 2.2 Gemeenschappelijke uitgangspunten Focus op de grootste risico’s en overlast gebieden (prioritering); Vertrouwen waar het kan en controle waar het moet; De ‘’Big-8-cyclus” is de basis voor de beleidscyclus; Samenwerking in de keten; Efficiënte en effectieve uitvoering VTH is richting gevend voor de ruimtelijke keten. Focus op de grootste risico’s en overlast gebieden (prioritering) Het beoordelen van vergunningsaanvragen en meldingen vindt risicogericht plaats. Dat wil zeggen dat er steeds wordt gekeken naar waar de risico’s zich bevinden en dat op basis daarvan de beoordeling plaatsvindt. Bij de beoordeling wordt gekeken waar mogelijk winst valt te behalen op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en/of leefbaarheid. Evenals de voorgaande jaren zal ook toezicht en handhaving risicogericht plaats vinden. De keuze en welke taken de gemeente uitvoert gebeurt met behulp van een risico analyse. In hoofdstuk 4 wordt deze werkwijze toegelicht. Door te focussen daar waar de grootste risico’s zijn ontstaat ook duidelijkheid welke taken minder aandacht en prioriteit krijgen in de dagelijkse werkzaamheden. Brandveiligheid kan bijvoorbeeld als onderwerp belangrijker worden als mensen steeds langer zelfstandig blijven wonen en er meer vergunningsvrij kan worden gebouwd. Voor 2021 zullen we de risicoanalyse actualiseren zodat we kunne n aansluiten bij de Omgevingswet, Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Daarnaast zal de focus ook liggen bij integraal gebiedsgerichte handhaving in overlast gebieden. Dit om structureel te kunnen optreden tegen verloedering en ondermijning in de stad. In verschillende straten, buurten en op enkele bedrijventerreinen zien we een ernstige aantasting van de leefbaarheid door een combinatie van omstandigheden, zoals verloedering, malafide (horeca)ondernemers, kamerverhuur, uitbuiting, drugsoverlast en wietteelt. Dit is zowel een voedingsbodem voor- als een gevolg van ondermijning en verwaarlozing. Een voorbeeld van een project is de gebiedsgerichte aanpak van overtredingen in het kader van ondermijning is het project Russische Buurt/ Czarinastraat dat zich met name richtte op illegale kamerverhuur en overbewoning. Een intensieve, integrale en gebiedsgerichte handhaving heeft zich in de Russische Buurt (Czarinastraat) bewezen. Binnen de gemeente is in het najaar van 2018 een Operationeel Team Ondermijning gestart die zich gaat richten op de verschillende vormen van ondermijning. Vertrouwen waar het kan en controle waar het moet De gemeente Zaanstad vertrouwt erop dat inwoners en ondernemers de verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen omgeving en activiteiten. Handhaven gebeurt dan ook vanuit dit vertrouwen. Loslaten waar het kan en focussen op zaken die echt belangrijk zijn. Uitgangspunt is de verwachting dat de meeste ondernemers en inwoners deze verantwoordelijkheid aan kunnen. Maar daar waar dit niet het geval is en leidt tot onacceptabele risico’s zal zo nodig stevig handhavend worden opgetreden (high trust- high penalty). Bij ondermijning of drugsproblematiek treedt de gemeente direct handhavend op. Dit doen we door het toepassen van lik-op-stuk beleid en het actief toepassen van BIBOB-onderzoeken en door drugswoningen/panden te sluiten. Bij vergunningverlening wordt een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de burger bij aanvragen van vergunningen via BLITTS. De burger kan hierdoor zelf snel en eenvoudig een omgevingsvergunning aanvragen voor diverse kleine bouwwerken. De burger wordt digitaal door de regelgeving geleid en weet meteen waar hij aan toe is. De vergunning wordt door het systeem direct verleend of geweigerd. Een verleende vergunning wordt niet meer getoetst door de gemeente. Ook de asbestsloopmeldingen kunnen via dit systeem worden ingediend. De asbestverwijderingsbedrijven krijgen hierdoor direct een bevestiging van een volledige melding. De "Big-8-cyclus” is de basis voor de beleidscyclus De gemeente pakt vergunningverlening, toezicht en handhaving - op basis van het Big- 8- principe- planmatig en cyclisch op. Dit resulteert in jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en verantwoording aan de gemeenteraad. Samenwerking in de keten Vergunningverlening legt de basis voor de rest van de keten van toezicht en handhaving. Vandaar dat expliciet de samenwerking met interne en externe partners wordt gezocht om te komen tot een kwalitatief goed besluit dat handhaafbaar is en dat alle relevante aspecten in de besluitvorming zijn betrokken. De gemeente zal de samenwerking blijven benutten. Interne samenwerking: de interne samenwerking van vergunningverlening en handhaving zal worden vastgelegd in nieuwe protocollen wanneer beide sectoren worden samengevoegd. De samenwerking tussen vergunningverlening, handhaving, vakspecialisten en juridische zaken bij bezwaar en beroepzaken zal ook worden vastgelegd in protocollen. Externe samenwerking: De gemeente is niet als enige overheidsinstantie verantwoordelijk voor het handhaven van regels. Zo zijn bijvoorbeeld de politie, Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (VrZW), Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG), GGD Zaanstreek-Waterland (GGD) en Centraal Nautisch Beheer belangrijke partners. Samenwerking met deze organisaties is van groot belang voor zowel vergunningsverlening als voor toezicht en handhaving. Efficiënte en effectieve uitvoering VTH is richting gevend voor de ruimtelijke keten. Naast de focus op risico’s zal een efficiënte en effectieve uitvoering VTH ook bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van Zaanstad. Zo zal bij alle nieuwe ruimtelijke plannen voortaan rekening moeten worden houden wat dit voor invloed heeft op de uitvoering van toezicht en handhaving. Handhaving zal daardoor vroegtijdig bij kunnen sturen in ontwikkelingen die voorzienbaar problematisch kunnen worden. Zo zal handhaving vooraf meer worden betrokken bij de planvorming. Bijvoorbeeld als het gaat om de vestiging van bedrijvigheid aan huis, initiatieven van burgers, bedrijven/verenigingen, buurten of dorpen rond (zorg)voorzieningen, veranderend gebruik van vrijkomende bebouwing of renovatie en verbouwing van bestaande gebouwen (in verband met brandveiligheid). 2.3 Uitgangspunten Vergunningverlening Faciliteren van initiatieven vanuit de samenleving; Vergunningverlening werkt met de ‘informele methode’; Vergunningverlening controleert in principe op hoofdlijnen; Leesbaarheid van de vergunningen; Snelle vergunningverlening; Kostendekkende vergunningverlening. Faciliteren van initiatieven vanuit de samenleving Wij streven naar meer ruimte in bestemmingsplannen voor kleine bouwinitiatieven zonder dat dit ten koste gaat van maatschappelijk draagvlak in de buurt en de Zaanse bouwstijl. Wij hebben diverse ‘ingangen’ voor inwoners van de gemeente om vragen te stellen m.b.t. vergunningen. We hebben online een mogelijkheid, een fysieke balie waar mensen op afspraak langs kunnen komen, de mogelijkheid om een Vergunningenadvies aan te vragen en een Zaans Portaal. Op de website van de gemeente Zaanstad is er een mogelijkheid om een contactformulier in te vullen waarna de vraag door het Vergunningencentrum wordt beantwoord. Indien noodzakelijk nodigt het Vergunningencentrum de vraagsteller uit om een persoonlijke toelichting te geven/ontvangen aan de balie. Sinds 2017 is het niet langer de mogelijkheid om een Vooroverleg aan te vragen bij het Vergunningencentrum. De opzet van het Vooroverleg was te belastend voor de WABO keten. Er is door deze ‘sluiting’ gebleken dat er een grote behoefte is om een plan te laten toetsen aan een select aantal beleidsstukken voordat een officiële omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Daarom hebben we iets nieuws ontwikkeld: het Vergunningenadvies. De opzet van een Vergunningenadvies is als volgt: elk plan doorloopt een quickscan, dit is een planologische toets. Nadat het plan planologisch is getoetst, wordt er in gezamenlijk overleg, tussen gemeente en aanvrager, besloten welke deeladviezen gewenst zijn. Deze deeladviezen worden gedeeld met de aanvrager waarna deze kan besluiten om het opnieuw te laten toetsen of het direct in te dienen als een aanvraag omgevingsvergunning. Dit resulteert in betere vergunningaanvragen die de keten minder belasten. Ook is er een mogelijkheid voor ‘grote’ plannen (meer dan 20 woningen) om via het Zaans Portaal samen met een projectleider te kijken naar de haalbaarheid van een project. Vergunningverlening werkt met de ‘informele methode’ Indien zienswijzen worden ingediend tegen een ontwerp-omgevingsvergunning (in de project-afwijkingsprocedure in afdeling 3.4. Algemene wet bestuursrecht) kan er telefonisch contact met betrokkene(

  1. n)worden opgenomen. Luisteren, informatie verstrekken en indien gewenst een persoonlijk gesprek - indien mogelijk - in aanwezigheid van de aanvrager van de betreffende vergunning staan hierbij centraal. De toepassing van deze methode heeft tot doel bezwaar en beroepsprocedures te verminderen. Vergunningverlening controleert in principe op hoofdlijnen De beoordeling van aanvragen en meldingen kan op verschillende manieren plaatsvinden: met meer of minder diepgang. In de nalevingstrategie wordt ingegaan op de relatie tot diepgang van werken en de risico’s. In bepaalde situaties wordt niet meer op alle onderdelen beoordeeld. De gemeente heeft het zogenaamde nul-niveau (niet toetsen) geïntroduceerd en de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van deze thema’s bij de burgers, ondernemers of instanties gelegd. Bij funderingsherstel wordt er bijvoorbeeld geen bestemmingsplantoets meer uitgevoerd als er voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden. Leesbaarheid van de vergunningen Alle vergunningen worden in begrijpelijke taal voor de burger opgesteld. De vergunningen worden continu getoetst op leesbaarheid en waar nodig verbeterd. Hier wordt actief de inbreng van de burger bij gezocht middels o.a. het burgerpanel. Snelle vergunningverlening Omgevingsvergunningen worden afgehandeld binnen de geldende wettelijke beslistermijnen. Overschrijding van deze termijn kan leiden tot een vergunning van rechtswege. Vergunningverlening heeft haar processen de afgelopen paar jaar efficiënter ingericht. De burger merkt dit doordat nagenoeg alle aanvragen binnen de termijn worden afgehandeld. Een deel van de aanvragen wordt zelfs binnen 3 weken afgehandeld i.p.v. de wettelijke termijn van 8 weken. Dit is o.a. bij funderingsherstel en diverse kleine bouwwerken. Het door de burger aanvragen van eenvoudige vergunningen via BLITTS leidt ook tot snelle (automatische) vergunningverlening. De burger krijgt direct antwoord na het invullen van de gevraagde informatie. Kostendekkende vergunningverlening De kostendekkendheid van de leges staat op dit moment onder druk. Dit omdat de grote initiatieven van projectontwikkelaars (MAAK Zaanstad) uitblijven. In de meerjarenbegroting is uitgegaan van een hogere bouwproductie dan nu realistisch wordt ingeschat. De combinatie van een lager aantal woningen en een lagere opbrengst per woning, leidt tot een bijstelling van de legesinkomsten van ruim € 1 miljoen in 2019 aflopend naar € 0,7 miljoen in 2022. Het college houdt vast aan het uitgangspunt dat bouwleges kostendekkend moeten zijn. De opgave is daarom de uitgaven in lijn te brengen met de kosten, door een combinatie van kosten reduceren en inkomsten verhogen waar kostenreductie niet mogelijk is. Mogelijk gaat dit gepaard met een ander bekostigingsmodel, ook gezien de ontwikkelingen in het kader van de Omgevingswet. 2.4 Uitgangspunten toezicht en handhaving De grondslag van toezicht en handhaven is positief; Toezicht en handhaven gebeurt naar redelijkheid en billijkheid; Correct gedrag is de norm, zowel voor de gemeente als voor burgers; Gebiedsgericht en wijkgericht aanpakken van overlast; Toezicht tijdens de realisatiefase op maat afgestemd op gedrag aannemer; De gemeente voert regie op de handhaving. De grondslag van toezicht en handhaven is positief De gemeente Zaanstad verkiest een handhavingsstijl die goed gedrag stimuleert. Er wordt niet alleen gekeken naar wat niet mag, maar ook naar wat wel mogelijk is. Dus eerder verleiden om het goed te doen, dan afschrikken door te dreigen met handhaving. We richten ons daarom bewust op preventie via informeren en adviseren en in gesprek met de bewoners en ondernemers. Natuurlijk neemt dit niet weg dat de gemeente doorpakt daar waar nodig is. Toezicht en handhaven gebeurt naar redelijkheid en billijkheid Situaties die om veiligheidsmaatregelen of handhaving vragen zijn vaak complex. Er moet veel informatie verzameld worden, om te bepalen welke interventie tot het meest succesvolle resultaat kan leiden. Elke situatie is anders. Dat maakt standaardisatie van oplossingen niet mogelijk. Uiteraard zijn er vaste juridische kaders, maar daarbinnen zoekt de gemeente met gezond verstand en oog voor het persoonlijke- en maatschappelijk belang naar maatwerk oplossingen. Door zoveel mogelijk openheid en regelmatig contact met de overtreders werkt de gemeente aan draagvlak voor de beslissingen die genomen worden. Op die manier kunnen procedures zoveel mogelijk worden voorkomen. Het optreden van boa’s op straat is ook gericht op het zoeken naar een oplossing. Maar de boa’s treden daadkrachtig op als iets echt niet mag, kan, of gevaarlijk is. Door die duidelijkheid te geven weten bewoners beter waar ze aan toe zijn en ontstaat er sneller een positieve gedragsverandering op straat. Er wordt continu gezocht naar creatieve en innovatieve toezicht en handhaving instrumenten die kunnen bijdragen aan het normaliseren van de situatie. Correct gedrag is de norm, zowel voor de gemeente als voor burgers De medewerkers van veiligheid en handhaving hebben veel contact met burgers. Vooral in situaties dat burgers aangesproken worden op hun gedrag, of dat een uitweg gezocht moet worden in een onveilige situatie of een conflict (van belangen). Dit zijn juist de situaties waarbij de spanning tussen burgers en overheid hoog kan oplopen. Correct gedrag en correct taalgebruik zorgen ervoor dat gesprekken met burgers minder snel escaleren. Bovendien mag de burger dat verwachten van iemand die hem/haar namens de overheid aanspreekt. Correct gedrag en correct taalgebruik eisen we ook van burgers. Er wordt niet geaccepteerd dat medewerkers geconfronteerd worden met (verbale) agressie of geweld. Bij dergelijke incidenten wordt altijd aangifte gedaan. Gebiedsgericht en wijkgericht aanpakken van overlast Zaanstad heeft in een aantal wijken te maken met hardnekkige problemen op het gebied van afval, overlast en verloedering. Net zoals in de afgelopen jaren gaat tijdens deze beleidsperiode de gemeente de overlast problemen gebiedsgericht aanpakken. Op basis van informatie van meldingen van inwoners, informatie van politie, informatie uit eigen waarneming en informatie uit onze datasystemen houden de boa’s , toezichthouders en havenbeambten toezicht op straat en op het water. We willen daarbij aanwezig zijn op ‘hot times’ of ‘hotspots’; daar waar de kans groter is op overtredingen om zo de overlast aan te kunnen pakken. Toezicht tijdens de realisatiefase op maat afgestemd op gedrag aannemer Op basis van ervaringen met specifieke aannemers word er een toezichtstrategie bepaald. Dit houdt in dat bij aannemers waarbij in het verleden op bepaalde onderdelen fout is gegaan deze meer aandacht krijgen gedurende nieuwe projecten. Als blijkt dat dit goed opgepakt is, bouwen we het toezicht weer af. De gemeente voert regie op de handhaving De regiefunctie komt tot uiting in de gemotiveerde keuzes die de gemeente maakt met betrekking tot de aard, omvang en intensiteit van toezicht en handhaving. De komende jaren wil de gemeente de regie voeren bij de uitvoering van de toezichtstaken door de VrZW, GGD en de OD NZKG. Via overleg, dienstverlenings-overeenkomsten en het Uitvoeringsprogramma stuurt de gemeente aan op de uitvoering van de toezicht en handhavingstaken door alle verbonden partijen. 2.5 Doelen Onderstaande doelen zijn van toepassing voor de periode 2019-2021 Gemeenschappelijke doel Voldoen aan de kwaliteitseisen uit de wet VTH. Aan het einde van de beleidsperiode zijn alle verbeterpunten uit de Big-8-scan uitgevoerd en voldoet de gemeente aan de kwaliteitseisen uit de wet VTH en daarmee is de beoordeling van de provincie adequaat. Doelen Vergunningverlening Het stimuleren dat bouwwerken op de juiste plek worden gerealiseerd, voldoen aan redelijke eisen van welstand en veilig zijn. Bouwwerken waar langere tijd mensen verblijven, moeten ook gezond, bruikbaar en energiezuinig zijn. Het stimuleren dat sloopwerkzaamheden veilig verlopen in relatie tot de directe omgeving en gevaarlijke stoffen (zoals asbest). Zorgen dat bij activiteiten rekening wordt gehouden met advies van externe adviseurs over de aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden. Het stimuleren dat bouwwerken zodanig worden gebruikt en activiteiten zodanig worden uitgevoerd dat zij zo min mogelijk belastend zijn voor hun omgeving. Het stimuleren dat bouwwerken brandveilig worden gebruikt en activiteiten een bijdrage leveren aan brandveiligheid. Het stimuleren van een veilige openbare weg. Het stimuleren van het eigen verantwoordelijkheidsgevoel bij de opdrachtgever/aanvrager aannemer om veilig te bouwen. Het stimuleren van digitale afwikkeling van de aanvragen. Doelen Toezicht en Handhaving Eenvoudig kunnen doen van meldingen en adequaat afhandelen van de meldingen Streven is dat er snel contact gelegd wordt met de melder en dat er duidelijkheid wordt gegeven over de afhandeling (of, hoe en wanneer). Het maximum aantal dossiers waarin een dwangsom is betaald wegens niet tijdig beslissen op een verzoek om handhaving is nul. Creatief, doelgroep gericht en daadkrachtig bestrijden wij overlast Daarbij focussen we op kleine buurtjes, personen, ondernemers of hele specifieke thema’s als het om handhaving en ondermijning gaat. Ieder jaar voert de gemeente in twee buurten projectmatige controles uit op zogenaamde‘ ‘kleine bouwwerken’ die van invloed zijn op de ruimtelijke kwaliteit en leefomgeving. 3 Zaanse Nalevingstrategie, zo doen we het De meeste mensen die in de gemeente Zaanstad wonen, werken of recreëren doen hun best om zich te houden aan de spelregels die in wet- en regelgeving zijn vastgelegd. Toch worden niet alle regels goed nageleefd. Vaak komt dat door onbekendheid van de betreffende regel of door onbewust gedrag. Soms wordt een overtreding bewust gemaakt en dan is het zaak dat de gemeente daar op de juiste manier op reageert. Hoe de gemeente reageert staat beschreven in de nalevingstrategie. De Zaanse nalevingstrategie bestaat uit drie strategieën: een preventiestrategie, een toetsingsstrategie en een handhavingstrategie. Deze laatste bestaat weer uit een toezichtstrategie, een sanctiestrategie en een gedoogstrategie. Het spreekt voor zich dat deze verschillende strategieën niet los van elkaar gezien kunnen worden, maar dat ze elkaar aanvullen en versterken. Onze nalevingstrategie is schematisch weergegeven in figuur 3. Figuur 3. Zaanse nalevingstrategie De nalevingstrategie uit 2016 en nu In 2016 hebben we in het beleidsplan voor de eerste keer een Zaanse nalevingstrategie opgesteld. In hoofdlijnen is deze strategie nog actueel en werken we nog steeds op deze manier. Maar op enkele onderdelen werken we nu net iets anders dan dat we in 2016 hebben beschreven. In dit hoofdstuk geven we een beschrijving van de verschillende strategieën die de gemeente Zaanstad hanteert om naleving van de regels door burgers en bedrijven te bereiken. 3.1 Preventiestrategie, wat staat daarin? Het doel van een preventiestrategie is het voorkomen van overtredingen van wet- en regelgeving door burgers en bedrijven. In deze strategie staat beschreven hoe de gemeente de bewustwording bij burgers en bedrijven kan en wil vergroten. Hiervoor hebben wij instrumenten opgenomen die we kunnen gebruiken om gedrag van en naleving door burgers en bedrijven op een positieve manier te beïnvloeden. Daarbij zoeken we steeds naar een balans tussen preventie en handhaving. Voorlichting en communicatie Belangrijke elementen van de preventiestrategie zijn voorlichting en de wijze van toezicht. Via voorlichting en door een goed overleg probeert de gemeente te bereiken dat burgers en bedrijven regels (spontaan) na gaan leven. Wanneer burgers niet op de hoogte zijn van het beleid en de wet- en regelgeving is het ook moeilijk om ze na te leven. Uitleggen wat de regels zijn, waarom ze er zijn en op welke wijze de gemeente toezicht houdt is dan ook belangrijk. Hiervoor gebruiken we onze gemeentelijke website en de website Buitengewoon.Zaanstad.nl waar je alle informatie kunt vinden over de openbare ruimte, veiligheid en handhaving. Maar ook Facebook, Twitter en korte filmpjes zetten we in. De communicatie zal niet alleen betrekking hebben op voorlichting van nieuwe wet- en regelgeving maar ook het informeren/stimuleren onbewuste overtreder, het uitvoeren van handhavingsacties en resultaten van de acties bekend maken. In deze beleidsperiode zal de gemeente het gebruik van communicatie intensiveren. We zullen nog meer dan nu contact zoeken met bewoners en ondernemers door de wijken in te gaan, zichtbaar te maken wat er gebeurt bij overlast en het aanmoedigen van buurtpreventie met buurt-apps. 3.1.1 De Zaanse benadering Om inzicht te krijgen in de redenen waarom mensen de regels bewust of onbewust overtreden maakt de gemeente gebruik van de ‘Tafel van Elf’ van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Dit is een landelijk erkend model waarmee kan worden ingeschat in hoeverre wet- en regelgeving zal worden nageleefd. Het model bestaat uit 11 factoren die bepalend zijn voor het naleefgedrag. In deze methodiek zijn elf aspecten benoemd die van invloed zijn op het naleefgedrag. Het gaat daarbij om kennis van regels, motivatie om regels na te leven en de pakkans. De ‘Tafel van Elf’ kent inmiddels zijn opvolger in het zogenoemde “Interventiekompas”. Dit is een online tool dat zich richt op het zo positief mogelijk stimuleren van gewenst gedrag. Met behulp van een vragenlijst krijg je voorbeelden voor welke type overtreder welke gedragsinterventie het meest effectief is. De Tafel wordt door ons echter nog gehanteerd daar dit instrument een snel inzicht geeft in de redenen waarom mensen een regel overtreden. Met deze tool is ook al vele jaren ervaring opgedaan. Het blijkt dat beide methodes in Zaanstad goed bruikbaar zijn in de openbare ruimte en op het water en minder bij toezicht op het gebied van bouw en ruimtelijke ordening. Hier blijkt dat een (informeel) gesprek tussen de toezichthouder en overtreder vooraf in veel gevallen beter werkt. Ook het inzetten van mediation tijdens het handhavingsproces kan bijdragen aan het ongedaan maken van de overtreding en kan zo helpen bij of in plaats komen van bezwaar en beroep. Zowel de ‘Tafel van Elf’ als de Interventiekompas sluiten aan bij de Landelijke Handhaving Strategie (LHS). Onderstaand figuur laat de invloed van de preventie en handhaving zien op de overweging van mensen om wel/niet na te leven. Figuur 4. Invloed preventie en handhaving op wel /niet naleven va mensen Preventie helpt niet overal. Bij mensen die bewust en structureel de regels overtreden, is handhavend optreden de enige manier om te zorgen voor naleving. Voor de mensen die onbewust overtreden, kan ondersteunend optreden of communicatie bijdragen aan naleving. Voor de meeste inwoners zal het bekend zijn met een regel al betekenen dat zij zich conformeren aan die regel. Een kleinere groep zal toch bewust, vanuit eigen gewin, op grond van pakkans en sanctie een afweging maken of overtreding loont. Gedurende deze beleidsperiode zullen er verschillende preventie projecten worden uitgevoerd, waarbij ook rekening wordt gehouden met de soort overtreder. Ook gaat handhaving ervaring op doen met nudging. Bij nudging gaat het erom om mensen onbewust te verleiden zodat zij hun gedrag aanpassen. Bijvoorbeeld subtiele duwtjes in de rug, in de gewenste richting tot naleving. 3.1.2 Type overtreders en doelgroepen De volgende tabel maakt de Zaanse benadering per doelgroep zichtbaar. De inzet van de opgesomde instrumenten zijn enkele voorbeelden. We zullen de benadering en inzet het meeste toepassen bij projecten. Waarbij we als gemeente steeds uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven. Voor een verder beschrijving van de type overtreders zie de sanctiestrategie in paragraaf 3.5 en bijlage 3. Doelgroep Toelichting type overtreder Zaanse benadering en inzet instrumenten Spontane en bewust nalevers Zij kennen de regels en leven die ook spontaan of bewust na ongeacht wel of geen inzet van toezicht en handhaving. We zullen deze mensen zoveel mogelijk op een positieve manier benaderen en informeren over (nieuwe) regels, waarbij de focus ligt op argumenten en feiten en hen begeleiden in regelgeving (makkelijker maken bij de uitvoering van de geldende regels). Goedwillende en onbewuste overtreder Overtreedt per ongeluk de regels en is in de basis goedwillend, proactief en geneigd om de regels te volgen. Aanspreken/informeren en motiveren. Motiveren om de regels op te volgen, waarbij de focus ligt op gewenst gedrag en bewustwording van eigen gedrag (voorlichting). Bekendmaken met de geldende regels (infomeren). Inzet van positieve handhaving acties zoals belonen bij goed gedrag. Adviseren en gesprek met toezichthouder als lichte vorm van controle. Zichtbaar aanwezig zijn in de wijk en op het water door de Boa’s. Onverschillig moet kunnen overtreder Kent de regels. Heeft vaak een ‘moet kunnen’ en een onverschillige houding en neemt het niet zo nauw met het algemeen belang. Bekendmaken met het nut van geldende regels (infomeren). Zichtbaar aanwezig zijn in de wijken en op het water door de boa’s. Controleren en zo nodig bekeuren en/of vergroten van de voordelen bij gewenst naleefgedrag zoals minder controles. (gesprek met toezichthouder). Calculerende overtreder Leeft de regels na, omdat hij afgeschrikt wordt door controles en sancties. Neemt bewust risico. Informeren over de pakkans en sanctiedreiging en benadrukken van nadelen van niet-naleving. Zichtbaar aanwezig in de wijken en op het water door de boa’s. Intensief controleren en zo nodig bekeuren/ inzet bestuursrechtelijk handhaving. Bewuste (structurele) overtreder Iemand die willens en wetens overtreedt en daarbij bewust het risico neemt om gepakt te worden. Is moeilijk tot gewenst gedrag te bewegen. Maakt soms deel uit van een criminele organisatie, houdt zich bezig met fraude, oplichting of witwassen. Inzetten van handhavingsinstrumenten zoals Bibob onderzoek, sluiten van woningen, winkels en bedrijven die dekmantel zijn voor criminele activiteiten. Inzet van Operationeel Team Ondermijning en optreden met politie en justitie. Bekeuren en/of inzet bestuursrechtelijk handhaving. Tabel 1. 3.2 Toetsingsstrategie Voor het beoordelen van a vergunningaanvrage aan de weigeringscriteria en voor het toetsen van meldingen worden afhankelijk van de risico’s verschillende werkniveaus gehanteerd. Beoordeling kan plaatsvinden op de volgende niveaus: Niveau titel Omschrijving 4 Integraal Controle door alle onderdelen diepgaand na te rekenen of meten 3 Representatief Controle door alle onderdelen diepgaand en in onderlinge samenhang te toetsen/beoordelen. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd/nagerekend 2 Intensief Controle door aantal representatieve onderlenen van de gegevens te controleren. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten waarschijnlijk zijn. De belangrijkste aspecten worden gecontroleerd dan wel nagerekend 1 Beperkt Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten kloppen, of de stukken voldoende informatie bevatten over de uitgangspunten en of de globale uitgangspunten op de stukken, aangeleverd om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven om het aspect te kunnen toetsen 0 Geen Het onderdeel is volgens wet- en regelgeving niet relevant Tabel 2. Het werkniveau van toetsing dat in het uitvoeringsprogramma wordt vastgelegd, betreft het aanvangsniveau. Het principe dat is gekoppeld aan de werkniveaus, is het principe van ‘opbouwen van vertrouwen’. Afhankelijk van het vertrouwen dat uit de eerste beoordelingen op aanvangsniveau blijkt, kan voor repeterende elementen het werkniveau worden verlaagd of verhoogd. Aan het werkniveau kunnen we aanvullende regels koppelen: Indieningvereisten: In het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt aangegeven welke bescheiden aanwezig moeten zijn op het moment van indiening van een aanvraag. De Bor biedt de ruimte om bescheiden die niet nodig zijn ook niet te vragen. Vandaar dat in relatie tot het werkniveau wordt bepaald hoe wordt omgegaan met de landelijke vereisten. Op basis van het werkniveau wordt geformuleerd dat uitwerking van de thema’s correct op de aanvraag en bijbehorende gegevens moet plaatsvinden en dat voorwaarden niet mogelijk zijn. Indien de aanvrager onvoldoende aannemelijk maakt dat wordt voldaan aan wet- en regelgeving, wordt bij bepaalde werkniveaus gevraagd om de aanvraag en/of bijbehorende gegevens voordat vergunningverlening plaatsvindt aan te passen. Hiervoor zal voor zover noodzakelijk het instrument van verlenging en/of opschorting van het besluit worden ingezet. Op basis van het werkniveau zijn expliciet regels geformuleerd voor de overdracht van het dossier aan de toezichthouder. 3.3 Handhavingstrategie De gemeente houdt toezicht op voorschriften, vergunningen of algemene regels en treedt handhavend op bij overtredingen. De handhavingstrategie is primair gericht op het herstellen van de situatie, op het ontmoedigen van de overtreder of om recidive te voorkomen. Kortom het beëindigen van de illegale situatie. De Zaanse handhavingstrategie bestaat uit een toezicht- sanctie- en gedoogstrategie. 3.4 Toezichtstrategie hoe houden we toezicht en voorkomen we overtredingen? Zonder toezicht kunnen we niet controleren of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Dit toezicht kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. Wat deze manieren zijn beschrijven we in deze toezichtstrategie. Het aantal wetten en regels waar de gemeente toezicht op houdt, is groot en divers. In deze toezichtstrategie is vastgelegd, welke verschillende vormen van toezicht de gemeente onderscheidt en wat de basiswerkwijze daarbij is. De vorm van toezicht die wij kiezen sluit aan bij het toezichtonderwerp. Vanwege de diversiteit aan taken kiezen we steeds voor een aanpak die past bij de situatie. Verschillende toezichthouders Het overgrote deel van de toezichthoudende taken wordt door toezichthouders van de gemeente uitgevoerd. Bijvoorbeeld toezicht op bouwwerkzaamheden en zaken die te maken hebben met het bestemmingsplan of horeca. Een deel van toezicht wordt uitgevoerd door onze (veiligheids)partners zoals de Politie, Openbaar Ministerie, Veiligheidshuis en Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC). Zo is het volledige takenpakket op het gebied van milieu- en bodemtoezicht ondergebracht bij de OD NZKG. In opdracht van en uit naam van de gemeente worden door de OD NZKG de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving uitgevoerd. Het toezicht op het brandveilig gebruik van bouwwerken is ondergebracht bij de VrZW. De handhaving wordt echter uitgevoerd door toezichthouders van de gemeente. De GGD controleert alle kinderdagverblijven, naschoolse opvang, peuterspeelzalen en gastouders. De handhaving wordt echter uitgevoerd door toezichthouders van de gemeente. Zie bijlage 3 voor en nadere omschrijving van de wijze van toezicht. 3.4.1 Wijze van toezicht Handhaving vraagt om verschillende vormen van toezicht. Niet voor elke situatie kan toezicht hetzelfde zijn. De soort controle is afgesteld op de situatie. Het controleren van een verleende vergunning voor een woning is heel wat anders dan toezicht houden op hondenoverlast. Soorten toezicht Om effectief te werk te gaan is het nodig om verschillende vormen van toezicht te hanteren. Grofweg maken wij onderscheid tussen actief toezicht (planmatig), passief toezicht (naar aanleiding van meldingen, calamiteiten, handhavingsverzoeken) en gebieds- en /of informatiegericht toezicht. De beschikbare personele capaciteit wordt verdeeld over deze vormen van toezicht. Zie bijlage 3 voor en nadere omschrijving van de soorten toezicht. Hieronder staat beschreven hoe we toezicht houden op de verschillende taakthema’s. Toezicht tijdens de realisatiefase Risicovolle bouwwerken die vergund zijn, worden tijdens de realisatiefase minimaal één keer gecontroleerd. Na de startmelding, een melding (klacht) van omwonenden of na een eigen constatering dat de bouw is gestart neemt de inspecteur contact op met de betreffende partij(en). Tijdens dit contact worden de verdere controle momenten besproken. Elk bouwproject is voorzien van een toezichtdossier met daarin een gedegen verslaglegging inclusief eindrapportage van de controle(s). Hoeveel controle momenten er zijn is afhankelijk van het soort bouwwerk. De inspecteurs controleren geen bouwwerken waarvan de vergunningen niet risicovol zijn, administratief zijn afgehandeld (BLITTS) of vergunningsvrij zijn verklaard. Bij kleine niet risicovolle bouwwerken gaat het dan bijvoorbeeld om vlaggenmast, lichtmasten, kozijnwijzigingen. Het niet uitvoeren van een daadwerkelijke naschouw op deze bouwwerken betekent ook dat handhaving op dergelijke dossiers, mocht dat ooit nodig zijn, lastiger is vanwege het ontbreken van een naschouw. Meldingen over dergelijke dossiers krijgen bij handhaving dus ook een lage prioriteit. Indien er een melding/klacht binnenkomt gedurende de uitvoering gaat de inspecteur hier hetzelfde mee om als bij een risicovol bouwwerk. Dit houd in dat hier dan wel een toezichtdossier voor wordt gemaakt. Toezicht bestaande bouwwerken en bestemmingsplannen (actief op funderingen en taken/projecten ruimtelijke kwaliteit en passief op meldingen) De gemeente zet actief toezicht in bij funderingen. Dit vanwege de urgentie. Daarnaast zetten we actief toezicht in op enkele thema’s en projecten die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Deze taken en projecten nemen we ieder jaar op in het uitvoeringsprogramma. De toezichthouders werken samen met het Operationele Team Ondermijning bij buurt gericht toezicht. Op alle andere gebieden houdt de gemeente vooral passief toezicht op basis van meldingen. De toezichthouders onderzoeken of er sprake is van een overtreding. Afhankelijk van de soort overtreding en de situatie wordt de melding telefonisch behandeld of volgt er een controle ter plaatse. Bij handhavingsverzoeken wordt altijd een handhavingstraject gestart. Spoedeisende en gevaarlijke situaties worden wel actief opgepakt. Op de ruimtelijke regels, houden de toezichthouders beperkt toezicht (passief). Wij laten ons bij onze inzet op dit vlak vooral leiden door meldingen/verzoeken om handhaving en evidente excessen. Wel zal er actief toezicht zijn op illegale bewoning. Toezicht op DHW en horeca (actief, projectmatig en op hotspot) De gemeentelijke toezichthouders en de Buitengewoon opsporingsambtenaren (Boa’
  2. s)houden toezicht op naleving van de Drank- en Horecawet (DHW) en de Algemene plaatselijke verordening (APV). De toezichthouders horeca houden toezicht op de horeca bedrijven, controleren bij evenementen waar ook leeftijd controles worden uitgevoerd en houden zich bezig met ondermijningszaken/RIEC zaken. De (jeugd)Boa’s concentreren zich op de DHW/APV in de openbare ruimte. De nadruk ligt op het bezit en gebruik van alcohol in de alcoholverbod zones, overlast en leeftijdscontroles in supermarkten en slijterijen. Toezicht is ook gericht op de hotspotlocaties. Dit zijn locaties waarvan bekend is dat jongeren er proberen alcohol te kopen of waar ze veel komen. Of het gaat om locaties waarvan bekend is dat het naleefgedrag laag is. Er zijn verschillende soorten controles zoals: basiscontrole op inrichtingen: (integraal) controleren op de aanwezigheid van de vereiste vergunningen en het naleven van de in de vergunning gestelde voorschriften, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van portiers en leidinggevende, naleving van de terrasvoorschriften en bepalingen uit de DHW; leeftijdscontrole bij drankvertrekkers: controle op het verstrekken van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar en testkopersonderzoek; controle bij evenementen: controleren op vergunningen/ontheffingen en leeftijd bij evenementen waar veel jongeren aanwezig zijn; controle op het bezit van alcohol door jongeren onder 18 jaar in de openbare ruimte en alcoholverbod zones. Het toezicht is gericht op hotspots, plaatsen waar en tijdstippen waarop jongeren zich met alcoholhoudende drank in de openbare ruimte bevinden. Evenementen (actief) Tijdens evenementen zijn de organisator en de politie in de eerste plaats belast met het bewaken van de openbare orde en veiligheid. De toezichthouders en boa’s controleren de algehele veiligheid, of wordt voldaan aan de voorwaarden verbonden aan de vergunning, of het terrein schoon wordt achtergelaten, of de uitgangen vrij zijn voor de nooddiensten en parkeren. Ook samen met toezichthouders van de VrZW houden zij toezicht op constructieve veiligheid en brandveiligheid tijdens de opbouw van het evenement. Bevindingen van de toezichthouders maken onderdeel uit van de evaluatie van de evenementen en kunnen doorwerken in de vergunningverlening in de toekomst. Toezicht brandveilig gebruik bouwwerken (actief, planmatig, routine,- en projectmatig) In Zaanstad vallen in totaal 495 bouwwerken onder de vergunningplicht van brandveilig gebruik en gebruiksmeldingsplicht. De toezichthouders van de VrZW controleren bouwwerken conform het landelijke Preventie activiteiten plan (PreVap). PreVap geeft voor elke gebruiksfunctie van het bouwwerk en het aantal personen een prioriteit aan. De risico indeling van gebouwen is 1 t/m 4. Risico 1 en 2 zijn risicovoller dan risico 3 en risico 4. Het toezicht op het brandveilig gebruik van bouwwerken zal geleidelijk plaats maken voor meer voorlichting en het bewust maken van de burger en instellingen op het gebied van brandveiligheid. Dat neemt niet weg dat we de bouwwerken met een verhoogd risico in beeld willen houden door toezicht te houden op het brandveilig gebruik van deze bouwwerken. Jaarlijks controleren de toezichthouders de bouwwerken met risico indeling in 1 en 2 een of twee keer. 1x traditioneel en 1x in de vorm van bijvoorbeeld een (ontruiming)oefening en/of voorlichting. Bij bouwwerken met risico indeling 3 en 4 wordt toezicht gehouden via: zelftoezicht aan de hand van een checklist. Aan de hand van de teruggestuurde checklists steekproefsgewijs controles uitvoeren. Degenen die de checklist niet toesturen: 100% controle. Wel nazorg: nabellen bij geen respons bijvoorbeeld. Zelftoezicht doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de eigenaar wat goed past in de huidige tijd. thema controles (o.a. horeca, feestdagen in december en (sport)evenementen en eventueel in overleg met brancheverenigingen). signaaltoezicht (ogen en oren van anderen gebruiken: meldingen van burgers, toezichthouders etc.) Het naleefgedrag laat een goede trend zien de afgelopen jaren. Soms wat kleine strijdigheden bij een controle. Meestal zorgen de eigenaren dat de strijdigheden meteen worden opgelost. Vaak wordt dan een alles in orde brief gestuurd soms een zienswijze brief. Afhankelijk van de overtreder en gevoel dat de toezichthouder heeft is het naleefgedrag gebaseerd. De afgelopen jaren veel inzet brandveiligheid risico indeling 1 en 2. VrZW geeft ook prioriteit aan gebruiksfuncties waarvoor geen vergunning-/ of meldingsplicht geldt zoals woonfuncties met zorg en woongebouwen met inpandige gangen. De VrZW zal de komende jaren in verband met de veranderingen in de zorg en de transitie naar een andere gebruiksfunctie van een bouwwerk extra aandacht aan deze ontwikkelingen besteden. Toezicht kinderopvang (Risico gericht) De GGD werkt op grond van risicoprofielen. Dit houdt in dat een voorziening voor kinderopvang middels een risicomodel een kleur krijgt toegekend waarin de mate van zorg bij de locatie kleurgewijs toeneemt. Groen, (geen zorg) middels geel, oranje tot rood, (grote zorg). Hoe groter de zorg hoe meer en uitgebreider er toezicht zal worden gehouden. Toezicht milieu en bodem (Preventief, risico gericht) De OD ZNKG hanteert het (mede door ons) vastgestelde ‘Uniforme uitvoeringsniveau’. Deze methode geeft voor de VTH-taken o.a. de niveaus van toetsen en toezicht aan. Afhankelijk van de situatie kan dit zowel onaangekondigde als aangekondigde controles omvatten. Toezicht kan zowel fysiek, administratief of anderszins plaatsvinden. De OD NZKG bepaalt welke vorm van toezicht in een specifieke situatie het meest efficiënt is. Uitvoering is bij voorkeur gericht op preventie en het (laten) waarmaken van eigen verantwoordelijkheid. Maar waar nodig, is sprake van interventie met een intensiteit die proportioneel en effectief is, zoals voorzien in het Uitvoeringsprogramma (VTHUP) dat toepasselijk is op de desbetreffende situatie. Om de bestaande kans op overtredingen en klachten te laten afnemen, werkt de OD NZKG op programmatische basis met een risicogerichte benadering van het toezicht. Dit betekent dat er VTHUP’s worden opgesteld, met concrete afspraken over de uitvoering, zoals de wijze waarop spontane naleving wordt bevorderd, de frequentie en intensiteit van het toezicht, de aard van eventuele interventies en de manier waarop het nalevingsgedrag wordt gemonitord. Toezicht in de openbare ruimte (preventief, actief, gebiedsgericht, informatie gestuurde, projectmatig, surveillance) De Boa’s in de openbare ruimte werken in verschillende diensten per dag. Zij zijn zichtbaar aanwezig in Zaanstad. Zij spreken bewoners aan op hun gedrag en geven preventief voorlichting over de geldende regels. Daarbij werken zij wijkgericht. De wijken, buurten of gebieden wisselen op basis van actuele urgenties. De inzet baseren we op informatie die we continue verzamelen aan de hand van meldingen, eigen waarnemingen tijdens de surveillance en acties over eventuele risico’s voor de veiligheid en gezondheid in een bepaalde gebieden/ thema’s/onderwerpen. Boa's houden zich onder andere bezig met: toezicht op groepen jeugd(jeugdoverlast), vandalisme, drank- en drugsgebruik in de openbare ruimte; de wijze waarop inwoners met hun afval omgaan (rommel) naast containers; hinderlijk of gevaarlijk geparkeerde fietsen, brommers en scooters; controleren van de marktkooplui; niet aangelijnde honden; fout parkeren van voertuigen en fietsen, parkeren van aanhangwagens of caravans langer dan drie dagen op de openbare weg en verkeersveiligheid bij (basis)scholen; verkoop, bezit en gebruik van alcohol aan minderjarigen; inzien van het Digitaal Opkopersregister (om heling te voorkomen). De boa’s krijgen er ieder jaar meer taken bij vanuit de politie. Via bodycams, handboeien en een speciale Agressie App proberen de boa’s bij te dragen aan een veilige werkomgeving voor hun zelf en veilige stad voor de inwoners. Toezicht op het openbare water (preventief, actief, informatie gestuurde, projectmatig, surveillance) De havenbeambtehouden toezicht op het water en van af de wal. Op het water houden zij vanaf patrouilleboten toezicht op de schepen. Afhankelijk van de problemen en activiteiten in de stad en op het water bepalen we hoe vaak en op welke thema’s/onderwerp een gebied wordt gecontroleerd. De havenbeambten varen iedere dag op het water Zij spreken schippers aan op hun gedrag, geven voorlichting over de geldende regels op het water en contoleren milieu aspecten in relatie tot de scheepsvaart. Toezicht op markten en kermissen In de gemeente zijn er een aantal weekmarkten namelijk de markten in Krommenie, Wormerveer en Zaandam. Standplaatshouders van deze markten zijn gebonden aan de voor hun geldende Marktverordening. Het toezicht hierop wordt in beginsel uitgevoerd door de (vervangend) marktmeester. Bij afwezigheid van de (vervangend) marktmeester wordt het toezicht uitgevoerd door een andere toezichthouder van de afdeling Straattoezicht. Het toezicht bestaat onder andere uit het innen van marktgelden en het zorgen van een ordelijk verloop van de markt. Daarnaast zijn er ook jaarlijkse kermissen in Wormerveer, Zaandam en Assendelft. De standplaatsen worden conform de Verordening op de kermissen de Zaanstad aan kermisexploitanten bij onderhandse verhuur of bij gunning verhuurd. De toezicht op deze exploitanten wordt uitgevoerd door de toezichthouders van de afdeling Straattoezicht. Toezicht risico gericht Hoe vaak en welke diepgang de vorm van toezicht heeft hangt af van de prioriteit die een taak heeft gekregen. Deze prioritering staat in de risicoanalyse (zie verder hoofdstuk 4). In de onderstaande tabel staat weergegeven hoe toezicht op de prioriteiten doorgaans plaatsvindt. Nadrukkelijk wordt hierbij vermeld dat niet alle taken zich lenen voor het stellen van prioriteiten en de werkwijze bij die taken afwijkt van deze toezichtstrategie. In de risicoanalyse hebben we alle VTH-taken verdeeld in 3 groepen. Namelijk in: 1. Prioriteit hoog; 2. Prioriteit middel; 3. Prioriteit laag; Prioritering van taken is niet bedoeld om een bepaalde volgorde in de controles/toezicht aan te geven. Het is dus niet zo, dat eerst de hoge prioriteiten worden gecontroleerd, daarna de prioriteit gemiddeld en ten slotte de prioriteit laag. Prioritering bepaalt de intensiteit van het toezicht. Voorop staat dat de gemeente op alle prioriteiten toezicht houdt. De intensiteit van het toezicht is echter verschillend. Overigens betekent dit niet dat er voor het bestuur geen keuzevrijheid meer bestaat; wel heeft het maken van andere keuzes gevolgen voor de beschikbare capaciteit. Bij taken met een hoge prioriteit geldt ook nog dat gemeente keuzes maakt welke taken zij in een jaar actief oppakt. De keuzes staan vermeld in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Mate van prioriteit Toelichting Hoge prioriteit Het toezicht op naleving van de regels vindt actief of programmatisch plaats en kan ook projectmatig worden opgepakt. In het kader van vergunningverlening zal hier sprake zijn van een intensief of representatief toetsingsniveau. Gemiddelde prioriteit Het toezicht vindt minder intensief en vooral steekproefsgewijs plaats, dan wel door gebiedsgerichte controles. Afhankelijk van het thema wordt op een passende manier opgetreden In het kader van vergunningverlening zal hier sprake zijn van een beperkt toetsingsniveau: beoordeling op basis van (algemene) uitgangspunten. Lage prioriteit Het toezicht vindt niet actief plaats. In principe wordt alleen naar aanleiding van meldingen toegezien op naleving van de regels. Toezicht wordt ook projectmatig of thematisch uitgevoerd. In het kader van vergunningverlening zal hier sprake zijn van een marginaal toetsingsniveau of zal zelfs geen toetsing plaatsvinden. Tabel 3. Is een taak laag geprioriteerd, dan zal er op deze taak geen actief toezicht worden gehouden. De gemeente treedt alleen op, op basis van externe meldingen (piepsysteem) of via thema en project toezicht. Bij het toezicht op het realiseren van bouwwerken geldt daarbij dat kleine bouwwerken waarvan de vergunningen niet risicovol zijn, administratief zijn afgehandeld (BLITTS) of vergunningsvrij zijn verklaard er geen toezicht op wordt gehouden. Bij het toezicht op het gebruik van bestaande bouw geldt daarbij nog dat afhankelijk van waargenomen naleefgedrag er maar een beperkt aantal projectmatige controle op een laag geprioriteerde taak plaatsvinden. Overtredingen met een lage prioriteit worden in elk geval geregistreerd in Squit en/ of Mozard. Mocht blijken dat een aanvankelijk laag geprioriteerde taak: vaker voorkomt dan ingeschat, of een groter risico heeft dan gedacht en toezicht houden bijdraagt aan de ruimtelijk kwaliteit van de stad dan zullen de toezichthouders deze taak projectmatig of thematisch oppakken. Hoe houden we toezicht in het algemeen? Het toezichtproces bij bestaande bouwwerken is te verdelen in de volgende drie stappen: Waarnemen: het verzamelen van informatie (op basis van meldingen, signalen eigen waarnemingen en controlebezoeken) Oordelen: het toetsen van waarnemingen aan de norm, vastgelegd in wet- en regelgeving. Inzet passende vorm van toezicht: optreden bij iedere overtreding (zie de Sanctiestrategie, beschreven in de volgende paragraaf). Om effectief en doelmatig te werken is het nodig om verschillende vormen van toezicht te hanteren. Deze vormen van toezicht kunnen zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden. In bijlage 3 is beschreven hoe en welke vormen van toezicht de gemeente inzet. 3.5 Sanctiestrategie hoe treden we op bij overtredingen? Handhaven is het optreden bij overtredingen van wet- en regelgeving, gericht op het vergroten van veiligheid en verminderen van overlast. Toezichthouders constateren overtredingen zelf ter plaatse, of omdat bewoners een melding of handhavingsverzoek doen. Bij constatering van een overtreding moet de gemeente handhavend optreden, afhankelijk van de aard van de overtreding. Uitgangspunt is dat de gemeente zoekt naar een passende oplossing in overleg met alle betrokkenen en binnen de kaders die wet- en regelgeving biedt. Op deze wijze voorkomt Zaanstad onnodige juridische procedures. Om goed handhavend op te kunnen treden hebben we een sanctiestrategie nodig. Wat is een sanctie? Een sanctie is een straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden overtreden. Met het toepassen van een sanctie wordt de overtreder gedwongen om de overtreding te stoppen. In deze sanctiestrategie staat beschreven wanneer de gemeente handhavend optreedt en welke instrumenten wij dan inzetten. 3.5.1 Hoe treedt de gemeente op bij overtredingen? Om naleving van de regelgeving af te dwingen heeft de gemeente Zaanstad verschillende handhavingsinstrumenten tot haar beschikking. Voor de bestrijding van overlast hebben we gekozen voor het toepassen van de bestuurlijke strafbeschikking. De bestuurlijke stafbeschikkingen leggen de Boa’s bijvoorbeeld op bij overlast van honden of het in bezit hebben van alcohol in alcoholverbod zones. Bij overtredingen van de Wabo of andere wetten waarop deze va toepassing is, treden we op met bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten. We hebben als gemeente de keuze uit het (deels) sluiten van een woning, het opleggen van een last onder bestuursdwang, het opleggen en innen van een last onder dwangsom en het intrekken van en vergunning. Voordat de overtreder wordt aangeschreven, bekijken we eerst of de overtreding kan worden gelegaliseerd. Er zijn grenzen aan het handhavend optreden van de gemeente. De juridische handhavingscapaciteit is beperkt. Bij het bepalen van de prioriteit waarmee we de juridische handhaving oppakken spelen de uitkomsten van de prioriteitenberekening een rol. Dit betekent dat de juridische handhavingscapaciteit in beginsel wordt ingezet op taken die een hoge prioriteit hebben en dat er weinig capaciteit wordt ingezet op taken met een lage prioriteit. Zo doen zich situaties voor waarbij er feitelijk niet wordt opgetreden tegen de bij het bevoegde gezag (voor als nog) bekende normafwijkingen. Het betreft normafwijkingen, die van zo geringe aard zijn dat of de norm nauwelijks wordt aangetast (zogenoemde bagatel overtredingen), of dat handhaven onevenredig zou zijn. Handhavingsverzoeken worden wel altijd opgepakt of de activiteit nu hoge of lage prioriteit heeft. De heersende jurisprudentie is hier duidelijk over. Mate van prioriteit Toelichting Hoge prioriteit Snel optreden is noodzakelijk omdat de overtreding op korte of lange termijn veiligheid- en gezondheidsrisico’s kan opleveren. De overtreding direct leidt tot ernstige aantasting van de ruimtelijke kwaliteit, nautische infrastructuur openbare orde en de leefomgeving of een combinatie van deze factoren. Gemiddelde prioriteit Optreden is noodzakelijk omdat de overtreding direct of indirect leidt tot aantasting van de ruimtelijke kwaliteit, nautische infrastructuur, openbare orde en leefomgeving. Lage prioriteit De overtreding leidt tot een geringe aantasting van de ruimtelijke kwaliteit, nautische infrastructuur, openbare orde, leefomgeving of een combinatie van deze factoren. Of de overtreding levert geen substantiële risico’s op, of slechts risico’s die de overtreder zelf kunnen treffen. Tabel 4. 3.5.2 Landelijke Handhaving Strategie (LHS) Bij de keuze van het inzetten van instrumenten voor de geprioriteerde toezichtstaken die onder de WABO vallen sluit de gemeente Zaanstad zoveel mogelijk aan bij de Landelijke Handhaving Strategie (LHS versie 1.7). De LHS gaat uit van een en dezelfde beoordeling van een situatie waarin een overtreding is geconstateerd. Die beoordeling vindt bij elke overtreding op dezelfde wijze plaats aan de hand van een aantal criteria. Die criteria zijn gebaseerd op de zwaarte van de overtreding en het gedrag van de overtreder. De uitkomst van de beoordeling bepaalt hoe we de handhavingsprocedure in moeten zetten Deze beoordeling is samengevat in de zogenoemde interventiematrix. De LHS heeft betrekking op de Wabo. Zie voor de complete uitwerking van de LHS de website van Infomil 2Het document van de Landelijke Handhaving Strategie is te vinden: http://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/handhaving/landelijke/introductie. 3.5.3 Toepassen Interventiematrix en sancties Uit de praktijk blijkt dat de LSH niet goed gebruikt kan worden voor taken van bijvoorbeeld de openbare ruimte, openbaar water en bij situaties waarbij sprake is van gevaar voor de openbare orde. Ook past de LHS niet altijd bij onze manier van uitvoering van toezicht en handhaving. De LHS gaat er vanuit dat we altijd eerst de overtreder waarschuwen voordat het bestuurlijk proces in gang kan worden gezet. Dit zorgt voor vertraging in handhavingsprocedures. Handhaving is gebaat bij een korte doorlooptijd en zo nodig doorpakken en direct handhavend optreden, daar waar het nodig is. De toezichthouders zoeken zelf altijd naar de meest passende aanpak om overtredingen ongedaan te krijgen. Op basis van deze ervaringen is besloten te werken volgens het principe van de LHS, maar dan op de Zaanse manier. We gaan de Landelijke Handhavingstrategie alleen gebruiken bij overtredingen van de Wabo taken. Voor de overige taakvelden zoals de openbare ruimte, water, kinderopvang en horeca zijn er aparte handhaving strategieën opgesteld. Bij deze strategieën wordt ook rekening gehouden met het gedrag van de overtreder. Zie paragraaf 3.4.4. voor een uitwerking van deze strategieën. De LHS is een matrix met op de horizontale as een rangschikking naar het soort overtreder (oplopend van goedwillend tot bewust en structureel en crimineel) en op de verticale as een rangschikking naar de ernst van het effect van de overtreding (van vrijwel nihil naar aanzienlijk). Omdat elke overtreding anders is, is de handhavingspraktijk (en daarmee de uitwerking van de sanctiestrategie) verschillend. Aan de hand van de matrix worden de volgende stappen doorlopen. Positionering bevinding/overtreding in de interventiematrix door: Beoordelen effecten van de overtreding voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid, woon- en leefklimaat openbare orde en/of maatschappelijke relevantie etc. Typeren van het soort overtreder op basis van gedrag en handhaving historie. Bepalen verzachtende of verzwarende argumenten. Bepalen soort sanctie binnen een cel/vakje (bestuursrechtelijk of strafrechtelijk). Nadat de bevinding/overtreding gepositioneerd is in een cel/vakje binnen de matrix, wordt bekeken of op deze bevinding/overtreding naast of in plaats van bestuursrechtelijke maatregelen ook strafrechtelijke sancties uit de betreffende cel moeten worden toegepast. Dit hangt af van het feit of er sprake is van verzwarende aspecten. Optreden met de interventiematrix. De handhaver start in principe zo licht mogelijk met interveniëren gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft. De handhaver treedt standaard op in twee stappen: Informeren, voorlichting overtreder/doelgroep en adviseren of in gesprek gaan; sanctioneren. Vastleggen. De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden vastgelegd in Mozard. De matrix is weergeven op de volgende pagina. Figuur 5. Zaanse Interventiematrix In bovenstaande matrix worden vier type overtreders onderscheiden. Om te bepalen wanneer een overtreder als een bepaald type kan worden aangemerkt volgt hieronder een nadere toelichting. A. Goedwillend Deze persoon overtreedt de regels per ongeluk, omdat hij zich niet bewust is van de wet- en regelgeving. Op het moment dat hij wordt gewezen op de overtreding, stelt hij zich proactief op en wil hij de regels naleven. Dit naleefgedrag blijkt uit de mate waarin en de snelheid waarmee tot herstel van de overtreding wordt overgegaan. Daarmee wordt rekening gehouden met de naleving van afspraken die met de toezichthouder worden gemaakt. Meegewogen wordt: - Onbedoeld; - houding tijdens de toezichtfase; - berouw; - meewerkend. B. onverschillig / moet kunnen Deze persoon is zich misschien niet altijd bewust van de wet- en regelgeving. Tijdens de toezichtfase heeft deze persoon echter een onverschillig houding en toont niet direct enig berouw voor het overtreden van wet- en regelgeving. Ook kan hij aangeven dat hij vindt dat bepaalde overtredingen ‘moeten kunnen’, ‘niemand tot last zijn’ en hij vindt zijn eigen belang zwaarder wegen dan het algemeen belang. Dit blijkt vooral uit de houding tegenover de toezichthouder en het onbegrip voor de reden achter de naleving van de regels. Meegewogen wordt: - onverschilligheid; - weinig berouw; - houding tijdens toezichtfase. C. Calculerend Deze persoon kent de wet- en regelgeving en overtreedt deze bewust. Hij neemt hierbij de risico’s voor lief. Tevens zorgt deze persoon tijdens de toezichtfase voor vertraging. Denk hierbij aan een persoon die bewust onvolledige stukken aanlevert of op een andere manier voor verwarring zorgt tijdens de toezichtfase. Ook worden gemaakte afspraken niet of niet tijdig nageleefd. Meegewogen wordt: - slecht naleefgedrag; - neemt risico’s; - vertragen van de toezichtfase. D. Bewust Deze persoon is zich eveneens bewust van de wet- en regelgeving. Ook hij neemt de risico’s voor lief. Er zijn veel overeenkomsten met de type overtreder genoemd onder C. Echter, bij deze type overtreder weegt mee dat eerder tegen het handelen van deze persoon handhavingsacties zijn ingezet. De wet- en regelgeving zijn dus meerdere malen overtreden. Onder dit type vallen ook situaties waarbij sprake is van (vermoedens van) fraude, oplichting, witwassen of andere criminele praktijken. In dat geval hoeft geen sprake te zijn van bewuste betrokkenheid van de overtreder. Meegewogen wordt bijvoorbeeld: - slecht naleefgedrag; - neemt risico’s; - vertraging van de toezichtfase; - eerdere handhavingstrajecten; - criminele praktijken of vermoedens daarvan. De toezichthouders van de VrZW maken naast deze matrix, ook gebruik van de landelijk methode PreVap. De methode PreVap geeft voor elke gebruiksfuncties en het aantal personen een prioriteit aan. 3.2.5 Handhaving van bijzondere taken De gemeente Zaanstad kent één sanctiestrategie, de LHS voor de Wabo taakvelden: bestaande bouw, ruimtelijke ordening en brandveiligheid. Dit betekent dat bij overtredingen, onafhankelijk van het desbetreffende taakveld, op dezelfde wijze wordt opgetreden. Voor funderingen, horeca sluitingen, kinderopvang, prostitutie, waterpijplocaties en coffeeshops heeft de gemeente in aparte beleidsplannen het beleid beschreven. Hoe de gemeente op deze onderwerpen toezicht houdt en handhavend optreedt staat hieronder beschreven. 1. Bestuursrechtelijke handhaving bij onjuist aanbieden van afval in Zaanstad Aanbieding van afval vindt plaats op de wijze zoals in het uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Zaanstad wordt beschreven. Dit gebeurt door middel van een inzamelvoorziening (verzamelcontainer) of door het afval aan te bieden op bepaalde dagen met behulp van daarvoor bestemde inzamelmiddelen (vuilniszakken of minicontainers). De aanbiedingswijze verschilt per wijk. Het anders aanbieden van huishoudelijk afval dan de voorgeschreven wijzen is niet toegestaan en wordt gezien als een overtreding. De gemeente maakt hiervoor per 1 juli 2018 gebruik van bestuursrechtelijke handhaving bij het aantreffen van onjuist aangeboden huishoudelijk afval. Dit vindt plaats in de vorm van spoedeisende bestuursdwang. Dat houdt in dat het afval onmiddellijk door een toezichthouder opgeruimd wordt. De gemeente maakt hiermee € 182,- aan kosten (ten tijde van vaststelling van dit document). Deze kosten bestaan onder andere uit onderzoeks- en opruimkosten. Deze worden achteraf verhaald bij de overtreder. Vaste jurisprudentie bepaalt dat er aangenomen mag worden dat de persoon tot wie het aangetroffen afval kan worden herleid (bijvoorbeeld met behulp van aangetroffen naam- en/of adresgegevens) als overtreder gezien mag worden. Indien de overtreder meer dan twee kilometer vanaf de vindlocatie woont, dan wordt er in eerste instantie een waarschuwingsbrief toegestuurd. Het onjuist aanbieden van afval wordt in bepaalde gevallen strafrechtelijk gehandhaafd. Het strafrecht wordt toegepast indien er sprake is van een ontdekking op heterdaad. Dit houdt in dat er proces-verbaal wordt uitgeschreven indien een buitengewoon opsporingsambtenaar ziet dat huishoudelijk afval onjuist wordt aangeboden. 2. Fiscale handhaving in Zaanstad In de gemeente zijn er diverse gebieden waar betaald parkeren geldt. In deze gebieden wordt er parkeerbelasting geheven bij degenen die hun auto in deze gebieden parkeren. Heffing hiervan vindt plaats op twee manieren: door middel van een vergunning of door middel van een parkeerkaart/belparkeren. Als er bij het gebruik van een betaalparkeerplaats geen of te weinig parkeerbelasting betaald, zal er een naheffingsaanslag parkeerbelasting worden opgelegd aan de eigenaar van de auto. 3. Handhaving overige taken openbare ruimte De medewerkers van de sector Handhaving kunnen bestuursrechtelijk handhaven. Deze middelen kunnen voor iedere overtreding van bestuursrechtelijke wetten worden ingezet. Als na een tweede controle blijkt dat de overtreding nog niet opgelost is, kan ervoor gekozen worden om één van deze middelen toe te passen: Last onder dwangsom De dwangsom (geldbedrag) is een financiële prikkel voor de overtreder om een illegale situatie te herstellen in een legale situatie. De dwangsom moet niet verward worden met een geldboete. Een boete heeft een bestraffend karakter en een dwangsom een herstellend karakter. De hoogte van de dwangsom staat vermeld in de ‘Uitvoeringsbeleid hoogte dwangsommen en lengte begunstigingstermijnen’. Bij de volgende overtredingen wordt er gebruik gemaakt van een last onder dwangsom: onjuiste registratie van (helinggevoelige) goederen van tweedehands inkoopwinkels, het tegengaan van illegale reclameborden, het voorhanden en vervoeren van inbrekerswerktuigen, indien aan de eigenaar van een hond een muilkorf- en/of aanlijngebod is opgelegd en in situaties waarin sprake is van overhangend groen. Last onder bestuursdwang Bestuursdwang betekent dat het bevoegd gezag de illegale situatie op kosten van de overtreder terugbrengt in een legale situatie. De overtreder krijgt hierbij wel eerst de gelegenheid om de overtreding zelf te herstellen, tenzij er sprake is van spoed. Indien de overtreder de mogelijkheid krijgt om de overtreding zelf te beëindigen, wordt er nadat de termijn is verstreken en de overtreding niet is opgeheven door de gemeente bestuursdwang toegepast. In de volgende situaties is hiervan sprake: het langdurig parkeren van recreatievoertuigen en aanhangwagens, het verkeerd stallen of parkeren van (brom)fietsen en bij overlast gevende voertuig- en fietswrakken. Is er sprake van spoed en kan er dus niet worden gewacht met het beëindigen van de overtreding, dan past de gemeente zelf direct bestuursdwang toe. Hiervan is sprake in de volgende situaties: het onjuist aanbieden van afval en gevaarlijk en/of hinderlijk geparkeerde auto’s en (brom)fietsen. Proces-verbaal (PV) Boa’s die een strafbaar feit vermoeden of constateren, kunnen een PV opmaken. Dit optreden valt onder het strafrechtelijk optreden dat in de landelijke handhavingstrategie is geregeld. Een PV is de basis voor het verdere optreden van het OM dat kan leiden tot sancties als: een geldboete, een werkstraf, een gevangenisstraf, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, publicatie van het vonnis, stillegging van de onderneming en verbeurdverklaring. In onderstaande tabel staan een aantal voorbeelden genoemd welke soort sancties de gemeente in zet. Toezichttaak Toepassen sanctiestrategie Onjuist aangeboden afval Spoedeisende bestuursdwang Fout geparkeerde voertuigen Spoedeisende bestuursdwang of proces-verbaal Het plaatsen van objecten in de openbare ruimte zonder de daarvoor benodigde (object)vergunning Spoedeisende bestuursdwang of last onder bestuursdwang Het verkeerd parkeren of stallen van (brom)fietsen Spoedeisende bestuursdwang of last onder bestuursdwang opgelegd Toezichttaak Toepassen sanctiestrategie Langdurig parkeren van recreatievoertuigen en aanhangwagens Last onder bestuursdwang Overlast gevende voertuig- en fietswrakken Last onder bestuursdwang Overhangend groen Last onder bestuursdwang of last onder dwangsom Illegale reclameborden Last onder dwangsom Onjuiste registratie van (helinggevoelige) goederen van tweedehands inkoopwinkels Last onder dwangsom Het voorhanden en vervoeren van inbrekerswerktuigen Last onder dwangsom Muilkorf- en/of aanlijngebod voor een hond Last onder dwangsom Tabel 5. Handhaving Markten en kermis In de gemeente zijn er iedere week weekmarkten en jaarlijks een aantal kermissen. Bij constatering van een overtreding op de markt van een vergunningsvoorschrift of voor de markt geldende regel, wordt een sanctie conform het sanctiebeleid van de markten toegepast. Dit kan onder andere een waarschuwingsbrief, schorsing of intrekking van de vergunning zijn. Dit sanctiebeleid is vastgesteld in de voor de markt geldende inrichtingsplannen. In geval van niet naleving van een kermis vergunningsvoorschriften of voor de kermis geldende regel, wordt in beginsel bestuursrechtelijk opgetreden. De exploitant krijgt, indien er geen sprake is van een spoedeisende situatie, de gelegenheid om zijn overtreding ongedaan te maken. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om kermisexploitanten, in geval van herhaaldelijke of ernstige overtredingen, van deelname aan de kermis uit te sluiten. Tevens bestaat de mogelijkheid om strafrechtelijk op te treden. Dit instrument wordt in zeer uitzonderlijke gevallen ingezet. 4. Handhaving openbaar water De havenbeambten kunnen bestuursrechtelijk en strafrechtelijk handhaven. De meeste eigenaren van schepen spreken de havenbeambten preventief aan op hun gedrag en geven zij voorlichting over de regels. Daarnaast geven de havenbeambten schippers waarschuwingen wanneer er sprake is van overtredingen die gaan over het gebruik van de vaarweg en vaar regels. De schippers moeten zich dan melden op het Havenkantoor. Wanneer door toedoen van de schipper een onveilige situatie op het water (kan) ontstaat zal een last onder dwangsom, last onder bestuursdwang of een proces-verbaal aan de schipper worden opgelegd. Toezichttaak Toepassen sanctiestrategie Spelevarende boten Proces-verbaal Wrakken Wrakkenwet, bestuursrechtelijk traject volgens wet. Zit geen strafbepaling achter. Boten Illegaal ligplaats Proces-verbaal, last onder bestuursdwang of last onder dwangsom Zwemmen Proces-verbaal Op bruggen klimmen en/of afspringen Proces-verbaal Door roodlicht varen bij bruggen en sluizen Proces-verbaal Nautisch milieu waterwet Proces-verbaal Negeren verkeersaanwijzing Spoedeisende bestuursdwang Handhaven op boten in de polder Proces-verbaal Scheepsafvalstoffen Op basis stappen Scheepsafvalstoffenbesluit Veren en rondvaartschepen op naleving exploitatievergunning Proces-verbaal, intrekken van de vergunning of last onder dwangsom Tabel 6. 5. Handhaving Kinderopvang Onder kinderopvang vallen alle kinderdagverblijven, de buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en gastouderopvang. Het wettelijk kader voor de toezicht en handhaving voor kinderopvang wordt gevormd door de Wet kinderopvang (Wko), de daarbij behorende algemene maatregelen van bestuur en de lokale regelgeving. De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de kinderopvangvoorzieningen ligt nadrukkelijk bij de houder (c.q. exploitant) van deze voorzieningen voor kinderopvang. De GGD houdt voor de gemeente Zaanstad toezicht op de kwaliteit van de kinderopvangvoorzieningen. De gemeente Zaanstad oefent de handhaving hierop uit. Daarnaast draagt de gemeente Zaanstad zorg voor de registratie in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) en draagt zij zorg voor de jaarlijkse verantwoording van haar taken aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het toezicht op de gemeente Zaanstad bij de uitvoering van haar taken wordt uitgeoefend door de Inspectie van het Onderwijs. De GGD werkt met name op grond van risicoprofielen. Dit houdt in dat een voorziening voor kinderopvangmiddels een risicomodel een kleur krijgt toegekend waarin de mate van zorg bij de locatie kleurgewijs toeneemt. Groen, (geen zorg) middels geel, oranje tot rood, (grote zorg). Hoe groter de zorg hoe meer en uitgebreider er toezicht zal worden gehouden. De Gemeente Zaanstad zal handhavingsprocedures inzetten op basis van de zwaarte van de geconstateerde overtreding. De risicoprofielen worden meegewogen in deze beoordeling. De Wko kent verder een aantal bijzondere handhavingsinstrumenten om af te dwingen dat er aan de kwaliteitseisen uit de Wko wordt voldaan. De GGD kan in spoedeisende gevallen een bevel opleggen die een geldigheidsduur heeft van zeven dagen en die door de gemeente Zaanstad kan worden verlengd. Verder kan de gemeente Zaanstad een aanwijzing geven, een (tijdelijk) exploitatieverbod opleggen en/of een voorziening voor kinderopvangvoorziening verwijderen uit het LRK. Van de laatstgenoemde instrumenten, met uitzondering van de aanwijzing, zal de gemeente Zaanstad alleen gebruik maken wanneer er sprake is van ernstige overtredingen, recidive of een zo goed als voortdurend handhavingstraject. De gemeente Zaanstad kan daarnaast korten op een door de gemeente Zaanstad toegekende subsidie. De Wko biedt ook nog de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen. In geval van illegale kinderopvang zal melding worden gemaakt van een economisch delict bij het Openbaar Ministerie. Zie voor meer informatie over kinderopvang het Toezicht & Handhaving beleid kinderopvang. 6. Handhaving Horeca, openbare orde en ondermijning 6.1 Horeca Toezichthouders van de gemeente Zaanstad zijn samen met de Nationale Politie belast met het toezicht op de naleving van de regels in de APV, DHW en beleidsregels met betrekking tot de horeca, paracommercie en coffeeshops. Gezien de kans op overlast voor de woon- en leefomgeving, de veiligheid van bezoekers en risico’s voor de openbare orde is het belangrijk horecabedrijven goed te controleren en toezicht hierop te houden. Bestuursrechtelijke handhaving van wettelijke en lokale voorschriften kan door middel van het opleggen van de sanctiemiddelen last onder bestuursdwang, last onder dwangsom of door middel van het intrekken van een vergunning of ontheffing. Van de bevoegdheid tot intrekking van de vergunning maakt de gemeente Zaanstad gebruik wanneer sprake is van ernstige overtredingen, recidive of een voortdurend handhavingstraject. Wanneer bij horecabedrijven sprake is van gevaar voor de openbare orde of woon- en leefomgeving, bijvoorbeeld bij illegaal gokken, drugsgebruik of slecht levensgedrag van de exploitant wordt tot tijdelijke sluiting van het horecabedrijf overgegaan, meestal gevolgd door intrekking van de vergunning. De komende beleidsperiode wordt een nieuwe horeca-sanctiestrategie vastgesteld, zodat het opleggen van de verschillende sanctiemiddelen transparant en eenduidig is en willekeur wordt voorkomen. 6.2 Gevaar voor openbare orde Sinds het vorige beleidsplan is de afdeling Gebruikstoezicht zich meer gaan richten op toezicht en handhaving in situaties, waarbij sprake is van gevaar voor de openbare orde. Aanleiding hiervoor waren toenemende signalen over malafide horecapraktijken, drugscriminaliteit, illegaal gokken, witwassen, mensenhandel en andere criminele activiteiten die grote risico’s met zich mee brengen voor de openbare orde en de woon- en leefomgeving. De gemeente Zaanstad treedt daarbij gezamenlijk op met externe partners als politie, belastingdienst en het openbaar ministerie om de negatieve effecten van criminele praktijken op de samenleving zoveel mogelijk tegen te gaan. Wanneer sprake is van gevaar voor de openbare orde en herhaling voorkomen dient te worden, wordt snel handhavend opgetreden met het sanctiemiddel last onder bestuursdwang (sluiting /intrekken vergunning). Gezien de risico’s voor de openbare orde is er geen ruimte voor een lichter middel dan een waarschuwing of een last onder dwangsom. In de regel wordt, volgens een vaste gedragslijn, middels (spoedeisende) bestuursdwang overgegaan tot sluiting van een inrichting of pand voor de duur van zes maanden. Zo zijn tijdens de afgelopen beleidsperiode bedrijven en panden gesloten, vanwege handel in gestolen voertuigonderdelen, aantreffen van vuurwapens, illegaal gokken en mensensmokkel/arbeidsuitbuiting. Deze vaste gedragslijn zal in de komende beleidsperiode worden voortgezet en vastgelegd in het nieuwe sluitingenbeleid, tezamen met de nieuwe horeca-sanctiestrategie. 6.3 Ondermijning Gedurende de vorige beleidsperiode is in Zaanstad, net als elders in Nederland, het politiek-bestuurlijk besef gekomen dat de gemeente (op serieuze schaal) te maken heeft met ondermijnende activiteiten. Dit heeft geresulteerd in het Programma Ondermijning. Een afdeling overschrijdend Team Ondermijning binnen de afdeling Openbare Orde en Veiligheid is opdrachtgever voor de taken op het gebied van o.a. 13B Opiumwet, integrale woningcontroles, gebiedsgerichte handhaving en RIEC-zaken. Er komt een opdracht op hoofdlijnen, waardoor de uitvoering voldoende creatieve vrijheid heeft. Het programma richt zich onder meer op coördinatie van beleid, voert de regie op RIEC casuïstiek, malafide horeca, woon-, adres- en zorgfraude, fenomenen, toepassing van de Wet Bibob, verschillende vormen van uitbuiting, mensenhandel, Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’
  3. s)blijkt en de bestrijding van hennepteelt en drugscriminaliteit. In de aanpak van ondermijning wordt samenwerking gezocht met de ketenpartners. Daarnaast worden activiteiten ondernomen om de interne bewustwording binnen de organisatie te vergroten en de informatiepositie te verbeteren. Voor de gemeente Zaanstad geldt de aanpak van ondermijning als een van de belangrijkste prioriteiten. Een groot deel van de operationele taken op het gebied van ondermijning ligt binnen de afdeling Gebruikstoezicht. Hierom is in het najaar van 2018 binnen de afdeling Gebruikstoezicht gestart met een Operationeel Team Ondermijning. In dit team zijn het toezicht en handhaving op het gebied van horeca, evenementen, 13B Opiumwet, prostitutie, openbare orde en ondermijning, gebiedsgerichte aanpak van panden en eigenaren, illegale bewoning, OMG’s en arbeidsuitbuiting samengebracht. Doel van deze opzet is om slagvaardiger te kunnen optreden tegen verschillende vormen van ondermijning. Deze aanpak brengt ook met zich mee dat, gezien het grote belang van het tegengaan van de negatieve gevolgen van ondermijning, aan projecten hogere prioriteit gegeven wordt dan in eerste instantie uit directe toepassing van toezicht- en sanctiestrategie zou volgen. Ook kan een zwaarder sanctiemiddel ingezet worden indien blijkt dat de bewuste overtreding bijdraagt aan of onderdeel uitmaakt van ondermijnende effecten op de samenleving. Zo zal in een dergelijke situatie afgezien worden van een bestuurlijke waarschuwing, een hogere dwangsom kunnen worden opgelegd om beëindiging van de overtreding te bespoedigen of direct voor toepassen van bestuursdwang worden gekozen. 6.4 Handhaving Coffeeshops In de gemeente Zaanstad zijn drie coffeeshops gevestigd, dit is tevens het maximum aantal dat hier is toegestaan. Coffeeshops zijn alcoholvrije bedrijven waar softdrugs (wiet, hasj, marihuana en cannabis) mag worden verkocht en geconsumeerd. Coffeeshops worden geëxploiteerd op basis van een exploitatievergunning voor een alcoholvrij horecabedrijf. Hoewel de handel in cannabisproducten officieel is verboden volgens de Opiumwet, wordt dit onder een aantal voorwaarden gedoogd mits wordt voldaan aan een aantal strikte voorschriften, waaronder de landelijk door het Openbaar Ministerie vastgestelde AHOJGI-criteria. De AHOJGI-criteria bepalen dat het verboden is om: te Affichering (reclame te maken voor hasj en wiet); Harddrugs te verhandelen; Overlast te veroorzaken, waaronder ook parkeeroverlast; Jongeren onder de 18 jaar in de coffeeshop toe te laten of aan hen te verkopen; Grote hoeveelheden te verhandelen (niet meer dan vijf gram per keer verkopen) of op voorraad te hebben (niet meer dan 500 gram); Toegang te verlenen voor en verkoop aan anderen dan Ingezetenen van Nederland. Het ‘Coffeeshopbeleid gemeente Zaanstad 2017’ vormt de basis voor samenwerking tussen de ketenpartners, Nationale Politie en Openbaar Ministerie. De wettelijke basis om bestuursrechtelijk te handhaven is in de meeste gevallen de Opiumwet, de DHW, de Gemeentewet, en de APV. Het horecateam van de politie en de gemeente zijn verantwoordelijk voor de controle en toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving en de gedoogrichtlijnen. Indien een overtreding wordt geconstateerd, kan de burgemeester optreden door het opleggen van een last onder dwangsom of het toepassen van bestuursdwang in de vorm van (tijdelijke) sluiting. Om aan te geven op welke manier wordt opgetreden is in het beleid een handhavingsmatrix opgenomen. Dit schept duidelijkheid en voorkomt willekeur. Als beleidsuitgangspunt wordt in de meeste gevallen gekozen voor het direct toepassen van bestuursdwang. Dit wordt als meest effectieve middel beschouwd om de overtreding te doen beëindigen en om herhaling te voorkomen. Het is alleen in vergunde coffeeshops toegestaan om softdrugs te gebruiken. Het gebruik van verdovende middelen in andere openbaar toegankelijke gebouwen of inrichtingen is op grond van de APV verboden. Bij constatering wordt handhavend opgetreden middels het toepassen van bestuursdwang. Ontwikkelingen In Nederland wordt cannabisverkoop voor recreatief gebruik gedoogd, maar de productie en aanlevering hiervan is verboden. Dit heeft bij veel gemeenten geleid tot problemen bijvoorbeeld op het gebied van openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid en het tegengaan van criminaliteit. Om deze reden wil het kabinet een ‘experiment gesloten coffeeshopketen’ in 6 tot 10 (middel)grote gemeenten mogelijk maken. Het doel van het vierjarig experiment met een gesloten cannabisketen is een vorm te vinden voor het verantwoord en gedecriminaliseerd telen, vervoeren en verkopen van op kwaliteit gecontroleerde cannabis, waarmee de consument goed wordt bediend. Om het experiment met gereguleerd telen van cannabis mogelijk te maken moet een experimenteerwet worden aangenomen. 6.5 Handhaving Gebruik Waterpijpen in horecabedrijven Het aanbieden van waterpijpen in horecabedrijven is de afgelopen jaren populairder geworden in Nederland. Zo ook in de gemeente Zaanstad. Er zijn verschillende typen waterpijp cafés, sommige cafés zijn alleen gericht op het aanbieden van waterpijpen, maar ook restaurants of clubs bieden het gebruik van waterpijpen aan. Het roken van een waterpijp is niet zonder (brand)gevaar. In diverse horeca-inrichtingen die naast het aanbieden van dranken gericht zijn op het aanbieden van waterpijpen, is er brand uitgebroken. Naast brandgevaar zijn er andere aspecten die een rol spelen bij het roken van waterpijpen, zoals overlast voor de omgeving en gezondheidsrisico’s voor omwonenden en de rokers van de waterpijpen zelf. De rook die vrijkomt, is niet alleen schadelijk voor de rokers, ook voor de overige aanwezigen in deze horecaruimte en de nabije omgeving kan deze schadelijk zijn. Met name als er een woning boven of naast een horecabedrijf met waterpijpen is gelegen, kan het CO-gehalte hierin toenemen. Zo hebben wij een waterpijp café in 2017 voor vier weken gesloten onder meer vanwege een hoge concentratie koolmonoxide. Er is geen wetgeving die het roken van waterpijpen in de horeca verbiedt. Tevens is er ook geen regelgeving waarbij voorwaarden zijn opgesomd waaraan getoetst moet worden. Gelet op het ontbreken van toetsingscriteria is/wordt in de gemeente Zaanstad het ‘beleid gebruik waterpijpen - en ‘Aanvraag- en selectieprocedure horeca-exploitatie vergunning gebruik waterpijpen in horeca opgesteld. Een jaar na inwerkingtreding van deze beleidsregels wordt het gebruik van waterpijpen alleen nog in een beperkt aantal horeca-inrichtingen toegestaan en onder voorwaarden. Toezichthouders van de gemeente Zaanstad zijn samen met de Nationale Politie belast met het toezicht op horecabedrijven met waterpijpen. 6.6 Handhaving Prostitutie Op 1 oktober 2000 is het algemeen bordeelverbod opgeheven en vervangen door een vergunningstelsel, met als doel de regulering van de vrijwillige prostitutie, onvrijwillige prostitutie tegen te gaan en misstanden te bestrijden. Om de oorzaken van het voorbestaan van misstanden in de prostitutiebranche aan te pakken is in 2011 een nieuw wetsvoorstel ‘regulering prostitutie en bestrijden misstanden seksbranche’ (Wrp) aangenomen door de Tweede Kamer. Het wetvoorstel (in gewijzigde vorm) is ten tijde van vaststelling van dit document nog in parlementaire behandeling. Het doel van de Wrp is het verkleinen van lokale en regionale verschillen, het verkrijgen van meer zicht en grip op de seksbranche door alle vormen van prostitutie onder een vorm van regulering te brengen, en het vergemakkelijken van toezicht en handhaving. Verder voorziet het wetsvoorstel in: • een registratieplicht voor alle prostituees; • een aantal maatregelen en instrumenten om toezicht en handhaving te vergemakkelijken; • het strafbaar stellen van het gebruikmaken van illegaal aanbod van prostitutie. In het belang van de openbare orde en de bescherming van de woon- en leefsituatie hebben we aan het aantal vergunningplichtige seksinrichtingen en escortbedrijven een maximum verbonden. Voor het handhaven van het prostitutiebeleid heeft regionale afstemming plaatsgevonden, de afspraken hieruit zijn vastgelegd in de ‘Nota regionaal prostitutiebeleid Zaanstreek-Waterland’. Regionaal is ook overeengekomen om uniform te handhaven. Het voordeel van het regionaal afstemmen van uniforme handhaving is dat de politie één standaard kan hanteren ten aanzien van toezicht en controle. Bovendien kan de inzet regionaal georganiseerd worden en heeft de politie te maken met eenduidige voorschriften, vergunningsvoorwaarden, inrichtings- en bedrijfsvoering eisen. Voor de handhaving van het prostitutiebeleid zijn afspraken gemaakt tussen de gemeente Zaanstad en de politie en het Arrondissementsparket Haarlem. De politie is belast met het toezicht op de naleving van de in de APV neergelegde regelgeving omtrent prostitutie. Bij gezamenlijke controles wordt door de politie onder andere gecontroleerd op gedwongen prostitutie, prostitutie door minderjaren of illegale personen. De gemeente controleert op naleving van de vergunningsvoorschriften en bouw- en gebruiksvoorschriften. Ook toetst de gemeente de beoogde functie van panden aan het bestemmingsplan. In geval van een overtreding kan er zowel strafrechtelijk (politie) en bestuurlijk (gemeente) worden gehandhaafd. De burgemeester kan bestuurlijk optreden door het opleggen van een last onder dwangsom of het toepassen van bestuursdwang in de vorm van (tijdelijke) sluiting. Een gecombineerd gebruik van beide vormen van handhaving levert de beste resultaten op. 6.7 Handhaving sluitingen woningen artikel 13 B Opiumwet In de aanpak van drugscriminaliteit is de toepassing van artikel 13B Opiumwet uitgebreid tot woningen. Waar de burgemeester voorheen zijn bevoegdheid om tot sluiting over te gaan bij bedrijfspanden toepaste, wordt dit nu ook toegepast bij woningen als daar drugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Het bestaande beleid is aangescherpt in het op 13 maart 2018 vastgestelde Artikel 13B Opiumwet beleid Zaanstad. Bij woningen zal gezien de zware inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zo veel mogelijk de Awb-procedure worden gevolgd. Dat wil zeggen het opleggen van een last onder dwangsom, na vooraf sturen van een zienswijze brief. Na toetsing aan het 13b Opiumwet beleid en beoordeling van alle feiten en omstandigheden zal een schriftelijke waarschuwing volgen of een besluit tot sluiting van de woning. Daarbij zullen bewoners in de meeste gevallen een termijn van een week gegund worden voordat de woning daadwerkelijk wordt gesloten, zodat zij in de gelegenheid worden gesteld om bijvoorbeeld persoonlijke spullen, huisraad, bederfelijke waar e.d. uit de woning te verwijderen. Bij spoedeisendheid kan direct gesloten worden. 7. Handhaving op overtredingen gemaakt door de gemeente Handhaving op overtredingen door eigen instellingen of afdelingen is niet anders dan bij anderen: hierbij wordt ook de LHS toegepast bij overtredingen van de Wabo. Wel volgt er een iets ander proces, afwijkend van de LHS. Dit heeft er vooral mee te maken dat: de omgang met collega’s anders is dan die met externen, waardoor eerder zal worden gegrepen naar het instrument aanspreken / informeren uit de interventiemix, dan het schriftelijk waarschuwen. Het opleggen van een last onder dwangsom aan de gemeente zelf is geen reële herstelsanctie omdat de dwangsom door de eigen organisatie zal worden verbeurd. Het proces is gericht op een snel en effectief herstel van overtredingen met het oog op de eigen voorbeeldfunctie van de gemeente. Bij stagnatie hierin worden alsnog sancties ingezet. In geval van een overtreding maakt de toezichthouder mondeling afspraken met de betreffende contactpersoon van het organisatieonderdeel tot het herstellen van de overtreding(en). De brief met de aankondiging dat er een sancties wordt opgelegd wordt naar het afdelingshoofd gezonden. Verder is de handhaving van overtredingen van een andere overheid of door de eigen organisatie van de gemeente niet anders dan handhaving tegen burgers. 3.5.4 Transparantie in hoogte van sancties en van lengte hersteltermijnen Hoogte dwangsom De gemeente heeft bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en het maximum van het te verbeuren bedrag een ruime mate van beleidsvrijheid. In ieder geval moet het dwangsombedrag zodanig hoog zijn dat er voor de overtreder een prikkel vanuit gaat om de overtreding te beëindigen of te voorkomen. Het moet aantrekkelijker zijn om de overtreding ongedaan te maken dan om de dwangsom te betalen. Bij de hoogte van de dwangsommen houdt de gemeente rekening met: • de kosten die moeten worden gemaakt om de overtreding ongedaan te maken; • de aard en de ernst van de overtreding; • de omvang van de schade; • voordeel/opbrengst voor de overtreder; • de waarde van het illegale bouwwerk. Om transparant te zijn naar inwoners en bedrijven en willekeur tegen te gaan, heeft de gemeente voor verschillende standaardovertredingen de hoogte van dwangsommen vastgelegd in ‘Uitvoeringsbeleid hoogte dwangsommen en lengte begunstigingstermijnen’. Voor het bepalen van de hoogte van de bedragen is aangesloten bij geldende landelijke richtlijnen. De genoemde bedragen zijn een algemene richtlijn. In de handhavingsbeschikking wordt de hoogte van de dwangsom gemotiveerd. Het vaststellen van de hoogte en de maximaal te verbeuren dwangsom is altijd afhankelijk van de overtreding situatie. In voorkomende gevallen kan het noodzakelijk zijn om, gezien de omstandigheden van een geval, een hogere of lagere dwangsom vast te stellen in afwijking van de genoemde bedragen. Begunstigingstermijn Een begunstigingstermijn is de tijd die de overtreder krijgt om de overtreding te beëindigen. De begunstigingstermijn komt op een zorgvuldige wijze tot stand. Dat houdt in, dat de termijn voldoende lang is om als overtreder de opgelegde verplichtingen uit te kunnen voeren en gezien de omstandigheden van de situatie redelijk is. Een begunstigingstermijn mag niet langer zijn dan noodzakelijk. Hiermee wordt een open einde van het handhavingstraject voorkomen of dat de lengte van de begunstigingstermijn zodanig lang is dat sprake is van het gedogen van de overtreding. De gemeente hoeft geen rekening te houden met de termijnen van bezwaar en beroep. De begunstigingstermijn gaat lopen op de dag na dagtekening van de handhavingsbeschikking. De gemeente heeft voor de meest voorkomende overtredingen de begunstigingstermijnen vastgelegd in ‘Uitvoeringsbeleid hoogte dwangsommen en lengte begunstigingstermijnen’. De gemeente Zaanstad verlengt in principe vastgestelde begunstigingstermijnen in handhavingsbe-schikkingen niet. Er kan echter een gegronde reden zijn waarom Zaanstad de begunstigingstermijn verlengt of opschort. Dit kan onder meer het geval zijn wanneer: de overtreder zelf aangeeft meer tijd nodig te hebben om de overtreding op te heffen. Hierbij moet de overtreder de gemeente een concrete redelijke termijn geven waarbinnen hij de opgelegde last alsnog zal uitvoeren. bezwaar is ingediend en sprake is van bijzondere omstandigheden. Wanneer de begunstigingstermijn wordt verlengd, is dit een nieuw besluit waartegen voor alle belanghebbenden bezwaar en beroep openstaat. Het indienen van bezwaar of instellen van beroep schort de werking van de handhavingsbeschikking niet op. Dit betekent dat de bezwaarmaker bij de rechtbank een verzoek om een voorlopige Voorziening moet indienen om bijvoorbeeld te voorkomen dat dwangsommen verbeuren. De begunstigingstermijn zal in de regel niet enkel worden opgeschort omdat een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend. De voorlopige voorzieningenrechter kan beslissen de begunstigingstermijn te schorsen tijdens bezwaar / beroepsprocedures. 3.6 Gedoogstrategie Stelregel is dat we niet gedogen maar altijd de wettelijke regels handhaven. Er kunnen zich in de praktijk echter soms bijzondere en specifiek situaties voordoen waarbij we als gemeente vinden dat gedogen wel mogelijk moet zijn. Daarbij is de belangrijkste reden dat het afdwingen van het beëindigen van de overtreding onredelijk is voor de betrokkenen. In die gevallen gaan we gemotiveerd en onder strenge voorwaarden gedogen. Onze gedoogstrategie is gebaseerd op de Rijksnotitie ‘Gedogen in Nederland’3Deze notitie bestaat uit twee delen. In deel I (‘Analyse van het verschijnsel gedogen’) wordt beoogd duidelijkheid te geven over het begrip gedogen de verschillende verschijningsvormen daarvan. In deel II (‘Grenzen aan gedogen’) wordt antwoord gegeven op de kernvraag of en zo ja, in welke gevallen gedogen aanvaardbaar kan zijn.. Wat is gedogen? Gedogen is dat je als overheid niet optreedt tegen iets wat verboden is. Wat is het doel van een gedoogstrategie? Het doel is om duidelijke spelregels vast te stellen over wanneer en onder welke voorwaarden je wilt gedogen. 3.6.1 Uitgangspunten Naast de plicht voor de burger normen na te leven, staat de plicht voor de overheid om bij niet-naleving van wettelijke normen handhavingsmiddelen in te zetten. Echter soms is er sprake van zeer bijzondere omstandigheden en dan kan het noodzakelijk en gerechtvaardigd zijn, dat van bestuursrechtelijk handhavend optreden wordt afgezien. Ons uitgangspunt is zeer terughoudend van gedogen gebruik te maken en gedogen zo veel mogelijk in omvang en tijd te beperken. Als wordt overgegaan tot gedogen, dan gaat hieraan een zorgvuldige belangenafweging aan vooraf en wordt een gedoogbesluit opgesteld waaraan voorwaarden kunnen worden verbonden. Gedoogbeschikking is geen vergunning Gedoogbeschikkingen moeten niet worden verward met vergunningen. Dit blijkt vooral wanneer de handhaving van gedoogvoorwaarden aan de orde is. Gedoogvoorwaarden bevatten de condities waaronder het bestuursorgaan bereid is om geen gebruik te maken van de handhavingsbevoegdheid. Omdat de overtreding van de gedoogvoorwaarden niet kan worden gezien als overtreding van een wettelijk voorschrift kan de overtreding van dergelijke voorwaarden geen grondslag vormen voor het nemen van een handhavingsbesluit. Daarom wordt in de gedoogbeschikking altijd een voorwaarde opgenomen waarin is bepaald dat de gedoogbeschikking zijn rechtskracht verliest indien een of meer voorwaarden uit de gedoogbeschikking worden overtreden. Dan kan wel direct van de oorspronkelijke handhavingsbevoegdheid gebruik worden gemaakt. Tot slot is van belang dat een gedoogbeschikking niet overdraagbaar is. Dit wordt expliciet in gedoogbeschikkingen vermeld. 4 Prioriteiten Zaanstad is verantwoordelijk voor de uitvoering van een breed scala aan toezicht- en handhavingstaken die voortvloeien uit verschillende wet- en regelgeving. Gezien de omvang van deze taken kan niet alles met evenveel prioriteit worden uitgevoerd. We moeten daarom keuzes maken welke taken we meer en minder aandacht geven. Hoe we deze keuzes hebben gemaakt en welke taken prioriteit krijgen hebben we hieronder beschreven. Veel handhavingstaken van de gemeente zijn wettelijk verplicht; die zullen we dan ook altijd uitvoeren. Dit geldt bijvoorbeeld bij de landelijke onderzoek verplichtingen (o.a. ophangconstructie bij zwembaden, breedplaatvloeren). Het is wel mogelijk om de ene taak wat meer aandacht te geven dan de andere. Er is echter een grens aan de middelen die de gemeente kan en wil inzetten. Het is vanwege de capaciteit in termen van personeel en financiële middelen onmogelijk om alles 100% te toetsen en overal toezicht op te houden. Dit brengt echter ook een aantal onvermijdelijke nadelen met zich mee: Niet alles wordt getoetst of gecontroleerd. Als uit de risicoanalyse blijkt dat een bepaalde activiteit weinig tot geen risico’s met zich meebrengen en/of het naleefgedrag heel goed is zal hier geen of minder aandacht aan geschonken worden. Dat geldt evenredig omgekeerd ten aanzien van risicovolle activiteiten en landelijke verplichtingen. Bij constateringen van overtredingen zal niet in alle gevallen handhaving volgen, ondanks de beginselplicht tot handhaving. In sommige gevallen zal het bij een verzoek blijven om vrijwillig de overtreding ongedaan te maken. Voor alle duidelijkheid: zodra er een handhavingsverzoek wordt ingediend dat betrekking heeft op een activiteit met een lage prioriteit moet er natuurlijk wel gehandhaafd worden. De heersende jurisprudentie is hier duidelijk over. 4.1 Prioriteiten bepalen Inzicht gemeentelijk takenpakket Om prioriteiten te kunnen bepalen moet er eerst zicht zijn op het gemeentelijke takenpakket. Vanwege de omvang van dit takenpakket is hier structuur in aangebracht. Alle toezicht- en handhavingswerkzaamheden zijn opgedeeld in hoofdtaken, waar vervolgens meerdere specifieke taken onder vallen. Risicoanalyse ten opzichte van prioriteiten Vervolgens hebben we een risicoanalyse uitgevoerd voor alle toezicht- en handhavingstaken. Voor de bepaling van prioriteiten heeft deze analyse een belangrijke rol gespeeld. De formule van de risicoanalyse luidt: Risico = negatief effect x overtredingskans. Het uitvoeren van een risicoanalyse is een goede methode om tot een objectief beeld te komen van welke toezicht- en handhavingstaken prioriteit zouden moeten krijgen. Maar we willen als gemeente ook de mening van de inwoners horen. Wat vinden zij de komende jaren nu belangrijk, minder belangrijk of onbelangrijk? Zowel de gemeenteraad als de inwoners van Zaanstad hebben zich uitgesproken over welke taken prioriteit moeten krijgen. Deze wensen hebben we meegewogen in de uiteindelijke afweging bij het bepalen van prioriteiten. Prioriteiten bepalen In totaal zijn er vier factoren die allen even zwaar meewegen bij het bepalen van de prioriteiten; de overtredingskans, de effectscore, prioriteiten politiek en prioriteiten inwoners. In de prioriteitenberekening zijn alle factoren uitgedrukt op een schaal van 0 tot 5, waarbij 5 als hoogste prioriteit geldt. Het gemiddelde van de vier factoren bepaalt de uiteindelijke uitkomst. - Overtredingskans De ervaringen van de toezichthouders, handhavers en juristen zijn leidend geweest bij het toekennen van het gewicht bij deze factor. Voor iedere taak is op basis van statistieken en ervaringen van de betrokken professionals bepaald in hoeverre het betreffende fenomeen zich voordoet. Het gaat hierbij zowel om de waarschijnlijkheid dat een bepaalde regel wordt overtreden door bedrijven of burgers (voor taken) als om de kans dat het thema zich voordoet (voor toezichtstaken). - Effect De effectscore beschrijft het mogelijke negatieve effect van het niet nakomen van de wet- en regelgeving. De effectscore richt zich op vijf thema’s: veiligheid, volksgezondheid, hinder en leefbaarheid, gevaar openbare orde en kwaliteit openbare ruimte. Het effect van deze vijf thema’s wordt uitgedrukt op een schaal van 0 tot 5. Het gemiddelde van de vijf thema’s bepaald de uiteindelijke effectscore. De toegekende waarden zijn een inschatting van de betrokken professionals, gebaseerd op basis van hun kennis en ervaring. - Raadpleging politiek Door middel van een workshop is de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld om invloed uit te oefenen op de prioritering. Tijdens de workshop heeft een afvaardiging van de gemeenteraadsleden per toezicht- taak aangegeven hoeveel prioriteit deze taak moet krijgen. Van alle scores is een gemiddelde genomen die recht doet aan het signaal dat de raadsleden hebben afgegeven. - Raadpleging inwoners Inwoners zijn in de gelegenheid gesteld om aan te geven welke toezicht- en handhavingstaken volgens hen prioriteit moeten krijgen. Door middel van een vragenlijst konden zij prioriteiten bepalen. Ook konden de inwoners aangeven hoe zij vinden dat de gemeente omgaat met het verlenen van vergunningen. Aan de enquête hebben in totaal 1.523 bewoners van Zaanstad meegedaan. Door de vorm van uitvragen via de enquête, was het niet mogelijk te eisen dat inwoners evenveel thema’s benoemen die meer aandacht en die minder aandacht moeten krijgen. Dat heeft ertoe geleid dat inwoners vooral hebben aangegeven welke thema’s extra aandacht moeten krijgen. Er zijn voornamelijk prioriteiten verhoogd en nauwelijks verlaagd. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s zal hier rekening mee worden gehouden, waarbij de beschikbare capaciteit leidend is. 4.2 Prioriteiten beleidsplan In onderstaande paragraaf worden alleen de hoog geprioriteerde taken per afdeling weergegeven. Het totaal overzicht van hoge, gemiddelde en lage prioriteiten is terug te vinden in bijlage 4. Deze worden hier niet herhaald. In de bijlage is ook goed te zien welke invloed de keuzes van de raad en de inwoners hebben gehad op de uiteindelijke prioritering. Er wordt bij dit beleidsplan geen extra capaciteit gevraagd. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s zal rekening worden gehouden met de prioriteiten, waarbij beschikbare capaciteit leidend is. De prioriteiten zijn bepaald op basis van de uitkomst uit de prioriteiten berekening. Hierbij gelden de volgende categorieën: 1. ≥ 3,5= hoge prioriteit; 2. 2,5 tot 3,5 = gemiddelde prioriteit; 3. ≤ 2,5 = lage prioriteit. Over het algemeen zijn er geen grote afwijkingen tussen de risicoanalyse en de uiteindelijke kolom prioriteit-score. De inbreng van inwoners en raad leidt niet tot hele andere prioriteiten. Vier taken met een gemiddelde prioriteit worden toegevoegd aan de hoge prioriteiten. Deze taken hebben in dit beleidsplan toch een hoge prioriteit gekregen, omdat het hier gaat om taken met veiligheidsrisico’s, gezondheid en leefbaarheid die een forse impact kunnen hebben als ze zich voordoen. Deze taken zijn: 1. Onderzoeken BAG (score 3,4); 2. Hinderlijk geparkeerde fietsen (score 3,4); 3. Toezicht veilig verloop groten en middel groten evenementen op het water (score 3,4); 4. Kinderdagopvang/ jeugdverblijf (score 3,0); Hoge prioriteit Bouwen en ruimtelijke ordening Slopen risicovol bouwwerk met, zonder of in afwijking van de sloopmelding of vergunning (o.a. grote gebouwen, of panden gebouwd voor 1993 en daarmee asbestverdacht, panden in dicht bevolkt gebied)(Ver)Bouwen Nieuw- en overige verbouw woon-, cel- en logiesgebouw zonder en in afwijking van omgevingsvergunning (o.a. appartemetencomplexen, gevangenis, hotel, hostel) Zorgplicht (veilig gebruiken bouwwerk en percelen) (verpauperd pand) Gebruik bouwwerk in strijd eisen Bouwbesluit constructieve / technische staat van fundering bouwwerk Gebruik bouwwerk en perceel in strijd regels bestemmingsplan in /op beschermd dorps- en stadsgezicht of bedrijventerrein (o.a. illegaal wonen) Gebruik bouwwerk zonder of in afwijking van de voorschriften/ voorwaarden gebruiksmelding/vergunning (brandveiligheid) Daarnaast worden er bij dit taakveld nog vier taken met een gemiddelde prioriteit toegevoegd aan de hoge prioriteiten. Deze taken hebben in dit beleidsplan toch een hoge prioriteit gekregen, omdat het hier gaat om taken met veiligheidsrisico’s en een wettelijke onderzoekverplichting. Deze taken zijn: 1. onderzoeksplicht RVS ophangconstructie zwembaden; 2. onderzoeksplicht Galerijvloeren flatgebouwen; 3. onderzoeksplicht breedplaatvloeren. Hoge prioriteit Openbaar Water Toezicht vaarsnelheid (snelle motorboten, gebruik reddingsvesten en van zogenaamd dodemanskoort) Toezicht op wrakken in openbaar vaarwater Plaats vaarweg (stuurboordwalhouden en niet in dode hoek varen) Handhaven op boten in de polder Hoge prioriteit Horeca en openbare orde Bijna alle toezichttaken die de gemeente op het gebied van horeca en openbare orde wettelijk verplicht is om uit te voeren of op basis van lokaal beleid belangrijk zijn, hebben een hoge prioriteit gekregen. Veel van deze taken hebben een relatie met het programma Ondermijning en het Integraal Veiligheidsplan. Doordat de beschikbare capaciteit niet toereikend is om al deze hoog geprioriteerde taken op te pakken, verdelen we deze taken in vier aparte clusters. Cluster 1. taken die relatie hebben met het programma Ondermijning Taken die een relatie hebben met het programma Ondermijning en waarvoor het college extra budget heeft gereserveerd om deze uit te voeren. Voor het toezicht en handhaving zorgt het Operationele Team Ondermijning. Handhaving op overige ernstige openbare orde zaken (o.a. ondermijningszaken, woonfraude, arbeidsuitbuiting, handel in /met wapens, illegaal gokken, witwassen, motorclubs, mensenhandel) Aanpak georganiseerde criminaliteit RIEC zaken (operationele uitvoering en handhaving) Sluiten van bedrijven of (drugs) panden (artikel 13B Opiumwet, drugshandel) Controle op coffeeshops Controle en handhaving bestuurlijk traject prostitutie Cluster 2. taken die te maken hebben met de Evenementenkalender Taken die te maken hebben met de Evenementenkalender en die vanwege de veiligheid aandacht vragen. Toezicht houden bij middel grote evenementen zoals Bokketochtje, Linda festival Toezicht houden bij grote (muziek) evenement zoals Immer Grade Aus, koningsdag en Dam tot Dam loop Cluster 3. taken die een relatie hebben met het Preventie- en handhavingsbeleid alcohol en jeugd Taken die een relatie hebben met het Preventie- en handhavingsbeleid alcohol en jeugd. Via verschillende projecten houden de toezichthouders en de Boa’s toezicht op deze taken. • Schenken van alcohol aan minderjarigen in horecabedrijven, sportkantines, buurthuizen (voor directe consumptie) • Uitvoeren van controles op verkoop van alcohol bij snackbar en avondwinkel (verkoop flesjes of blikjes) Cluster 4. Taken horeca algemeen Taken die volgens wet- en regelgeving verplicht zijn om uit te voeren. De beschikbare capaciteit is niet toereikend om al deze taken op te pakken. Maar we verwachten door het invoeren van een efficiëntere manier van controles wel uitvoering te kunnen geven aan deze taken. In 2018 zijn we over gegaan tot geclusterde controlebezoeken. Deze lijn zetten we in deze beleidsperiode verder door. Dit betekent dat we tijdens de controles meerdere activiteiten clusteren in 1 bezoek. Hierbij is ons doel om binnen deze beleidsperiode alle horeca inrichtingen minimaal 1 keer geclusterd te controleren. Exploitatie van een horeca inrichting zonder Drank- en Horecawet vergunningen of zonder exploitatievergunning Gevaar openbare orde/woon en leefklimaat; slechtlevensgedrag Voldoen aan milieuregels (o.a. geluid, geur, afval en afvalwater) Controle op APV /Vergunningvoorschriften zoals terrasvoorschriften, sluitingstijden en portier Controle op aanwezigheid leidinggevende in horeca bedrijven Toezicht op naleving regels exploitatie van para commerciële inrichting op bepalingen DHW /APV Controle op overige bepalingen uit de DHW /APV bij een horeca bedrijf zoals het plaatsen van objecten openbare ruimte en terras Hoge prioriteit Openbare ruimte • Jeugdoverlast • Verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval en grof huisvuil • Toezicht bezit alcohol onder de 18 jaar • Foutief of hinderlijk parkeren motorvoertuigen • Bezit illegaal vuurwerk • Dumpen van Chemisch afval o.a. XTC • Fietsen in voetgangersgebied • Hondenpoep (opruimmiddel) • Toezicht op overlast gevende voertuigen (voertuigwrak) • Afsteken van legaal vuurwerk buiten toegestane tijden • Gevaarlijke honden Milieu en bodem prioriteit

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.