Gemeente Rhenen - Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Rhenen 2019Inleiding In de raadsvergadering van december 2018 neemt de Raad een besluit over de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning
(1)woning Indien de cliënt zijn hoofdverblijf heeft in een (WLZ-)instelling en regelmatig een bepaalde woning bezoekt, kan het College een tegemoetkoming verstrekken voor het bezoekbaar maken van die woning. Afhankelijk van wat er in dat geval nodig is, kent het College u maximaal een bedrag van € 2300 toe. Sportvoorzieningen Als sporten bijdraagt aan de maatschappelijke participatie van een inwoner, dan kan het College hiervoor een maatwerkvoorziening toekennen. De vergoeding wordt niet vaker dan eens per 3 jaar verstrekt voor een sportrolstoel of andere sporthulpmiddelen. De vergoeding bedraagt maximaal € 2500, voor een elektrische rolstoel kan, indien deze noodzakelijk is, de vergoeding verdubbeld worden tot maximaal €
- Dit bedrag is inclusief de instandhoudingskosten. Indien het bedrag van de sportvoorziening duurder is dan de bovengenoemde bedragen, dan kan dit worden toegekend als de voorziening evenredig langer gebruikt gaat worden. Uitbetaling van de financiële tegemoetkomingen vindt plaats op declaratiebasis. De in lid 5.2 genoemde bedragen kunnen bij besluit van het College worden aangepast. Het College draagt zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats geldende bedragen. Hoofdstuk4:Kwaliteitseisen Artikel6:Over de kwaliteitseisen die gelden voor gecontracteerde aanbieders 1.Het College heeft het Toezicht op de kwaliteit van gecontracteerde aanbieders gemandateerd aan de GGDrU, net als de meeste andere gemeenten in de provincie Utrecht. Daarmee hanteert het College ook de ondergrensnormen die hiervoor regionaal zijn afgestemd. 2.Deze ondergrensnormen zijn voor: Cliëntgerichte ondersteuning Afstemming ondersteuning op cliëntniveau Een voorziening wordt in elk geval: doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt (Wmo 2015 artikel 3.1, lid 2). De aanbieder heeft per cliënt een ondersteuningsplan en is afgestemd op de behoefte van, en met de cliënt en/of vertegenwoordiger waarbij rekening is gehouden met de relevante levensgebieden van de cliënt. De aanbieder voert het ondersteuningsplan uit en toetst en evalueert dit beleid periodiek in samenspraak met de cliënt en/of vertegenwoordiger (algemeen geldende norm). Afstemming ondersteuning in de keten en privacy Een voorziening wordt in elk geval: afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt en verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt (Wmo 2015, artikel 3.1, lid 2). Medezeggenschap Indien de aanbieder een voorziening levert als bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdelen d en e, treft de aanbieder: een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn (Wmo 2015, artikel 3.2, lid 1b). Klachtenregeling Indien de aanbieder een voorziening levert als bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdelen d en e, treft de aanbieder: een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van gedragingen van de aanbieder jegens een cliënt (Wmo 2015, artikel 3.2, lid 1a). Veilige voorziening en sociale veiligheid De professionals zijn op de hoogte van algemene en cliëntgebonden risico’s op het gebied van sociale - en fysieke veiligheid en nemen indien nodig in samenspraak met de cliënt of vertegenwoordiger de maatregelen om deze risico’s te minimaliseren (algemeen geldende norm). Beleid op veiligheid van personeel en cliënten ten aanzien van ongewenst gedrag (algemeen geldende norm). Een voorziening wordt in elk geval veilig verstrekt (Wmo 2015, artikel 3.1, lid 2).De aanbieder, niet zijnde een aanbieder die hulpmiddelen of woningaanpassingen levert, stelt een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden (Wmo 2015, artikel 3.3, lid 1). De aanbieder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode (Wmo 2015, artikel 3.3, lid 2). Verklaring Omtrent het Gedrag Betaalde beroepskrachten en vrijwilligers, die worden ingezet door de organisatie en werken met de cliënten, zijn in het bezit van een geldige VOG bij aanvang van de werkzaamheden (algemeen geldende norm). Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de situaties waarin een aanbieder, niet zijnde een aanbieder die hulpmiddelen of woningaanpassingen levert, in het bezit dient te zijn van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens voor beroepskrachten en andere personen die beroepsmatig met zijn cliënten in contact kunnen komen, welke niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop betrokkene voor de aanbieder ging werken (Wmo 2015, artikel 3.5, lid 1). Bedrijfsvoering en organisatie Continue kwaliteitsverbetering De aanbieder werkt aan continue kwaliteitsverbetering (algemeen geldende norm). De aanbieder draagt er zorg voor dat de voorziening van goede kwaliteit is (Wmo 2015, artikel 3.1, lid 1). Professionele standaard Een voorziening wordt in elk geval verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard (Wmo 2015, artikel 3.1, lid 2c). 3.Calamiteiten GGDrU is het meldpunt voor calamiteiten. Aanbieders melden Calamiteiten onverwijld, uiterlijk binnen 3 dagen, volgens het Protocol Calamiteiten bij de GGDrU. Het protocol is te vinden op https://www.ggdru.nl/fileadmin/Adviezen/Bestanden/Documenten/Protocol/Protocol_calamiteitentoezicht_Wmo_GGD_regio_Utrecht_mei_2017.pdf Een calamiteit is omschreven als: ‘‘Niet beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een voorziening en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt heeft geleid’. Artikel7:Over de kwaliteitseisen die gelden voor formele aanbieders die betaald worden met een PGB 1.Wanneer de inwoner zelf ondersteuning inkoopt, is deze verantwoordelijk voor de kwaliteit van de ondersteuning. 2.Bij formele ondersteuning geleverd door professionals zijn in ieder geval de volgende kwaliteitseisen van toepassing. Cliëntgerichte ondersteuning Afstemming ondersteuning op cliëntniveau De aanbieder heeft per cliënt een ondersteuningsplan en is afgestemd op de behoefte van, en met de cliënt en/of vertegenwoordiger waarbij rekening is gehouden met de relevante levensgebieden van de cliënt. De aanbieder voert het ondersteuningsplan uit en toetst en evalueert dit beleid periodiek in samenspraak met de cliënt en/of vertegenwoordiger (algemeen geldende norm). ondersteuning in de keten en privacy Een voorziening wordt in elk geval: afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt en verstrekt met respect voor eninachtneming van de rechten van de cliënt (Wmo 2015, artikel 3.1, lid 2). Veilige voorziening Fysieke en sociale veiligheid De professionals zijn op de hoogte van algemene en cliëntgebonden risico’s op het gebied van sociale - en fysieke veiligheid en nemen indien nodig in samenspraak met de cliënt of vertegenwoordiger de maatregelen om deze risico’s te minimaliseren (algemeen geldende norm). Verklaring Omtrent het Gedrag Betaalde beroepskrachten en vrijwilligers, die worden ingezet door de organisatie en werken met de cliënten, zijn in het bezit van een geldige VOG bij aanvang van de werkzaamheden (algemeen geldende norm). 3.Professionele standaard Een voorziening wordt in elk geval verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard (Wmo 2015, artikel 3.1, lid 2c). Artikel8.Over kwaliteit hulpmiddelen PGB 1.Wanneer de inwoner zelf de hulpmiddelen inkoopt, is deze verantwoordelijk voor de kwaliteit van de hulpmiddelen. 2.Voor algemeen verkrijgbare hulpmiddelen bij de revalidatie hulpmiddelen is de voorwaarde dat de leverancier een geldig Nationaal Keurmerk Hulpmiddelen heeft. 3.Voor trapliften is de voorwaarde dat de leverancier een geldig Nationaal Keurmerk Hulpmiddelen heeft of een daaraan gelijkwaardig beoordeling door een onafhankelijke instantie. Hoofdstuk5:Toezicht en handhaving Artikel9:Over het toezicht Het College heeft middels een mandaat- en aanwijzingsbeleid dd 8 november 2016 de Directeur Publieke Gezondheid van de GGDrU aangewezen als toezichthouder op de naleving van de bepalingen van de Wet maatschappelijke ondersteuning, op basis van artikel 6.1, eerste lid, Wet maatschappelijke ondersteuning. Artikel10:Over de handhaving 1.Voor de handhaving op de kwaliteit hanteert het College het regionaal handhavingskader, zoals dat is afgesproken met de GGDrU en de andere gemeenten die ook de GGDrU als toezichthouder hebben aangewezen. 2.Het regionaal handhavingskader dat de gemeente hanteert is als te vinden in bijlage 1 bij deze Nadere Regels. Hoofdstuk6:Inspraak Artikel11: Betrekken ingezetenen bij beleid en periodiek overleg Het betrekken van ingezetenen bij beleid en periodiek overleg is vastgelegd in de geldende Verordening Adviesraad Sociaal Domein. Hoofdstuk7:Uitvoeringszaken Artikel12:Coulanceregeling Wanneer de belanghebbende komt te overlijden, wordt de huishoudelijke hulp en de individuele begeleiding als dat gewenst is, voor de nabestaande binnen de leefeenheid waarvan de belanghebbende deel uit maakte, nog gedurende maximaal 8 weken voortgezet. Artikel13:Collectief vervoer 1.De gemeente Rhenen heeft collectief vervoer geregeld met de Valleihopper. 2.Als na onderzoek is aangetoond dat het collectief vervoer voor inwoners van Rhenen met een beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen de best passende oplossing is, kunnen zij met korting reizen met de Valleihopper. 3.Voor het reizen met korting is een kortingspas nodig. De belanghebbende, betaalt net als reizigers in het regulier openbaar vervoer, de aanschafkosten. De kosten hiervoor zijn €7,50 (prijspeil 2019). 4.Het opstaptarief met kortingspas is met ingang van 1 januari 2019 € 0,84 en daarnaast een bedrag ad € 0,15 per kilometer. (prijspeil 2019) 5.De tarieven zoals genoemd in artikel 12.3 en 12.4 kunnen gewijzigd worden. Indien dit gebeurt, zorgt het College voor de kenbaarheid van de geldende bedragen. Hoofdstuk8:Slotbepalingen Artikel14:Inwerkingtreding en citeertitel 1.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019 2.Dit besluit wordt aangehaald als Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Rhenen
- 3.Het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Rhenen 2015 wordt per 1 januari 2019 ingetrokken. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 6 november 2018.de gemeentesecretaris de burgemeesterP. Bonthuis drs. J.A. van der Pas