Verordening van de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk houdende regels voor het toewijzen van Blijversleningen (Verordening Blijverslening gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2018)De raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 oktober 2018; gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende: Verordening Blijverslening gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2018 Artikel1Begrippen Deze verordening verstaat onder: aanvrager: een natuurlijk persoon zoals omschreven in artikel 2, derde lid, die een aanvraag doet voor een Blijverslening; Blijverslening: een lening die, na toewijzing door het college, door SVn kan worden verstrekt aan aanvrager ten behoeve van de financiering van de door het college aanvaarde werkelijke kosten van de maatregelen; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk; financiële toets: de toets die door SVn wordt uitgevoerd aan de hand van de geldende NHG-regels, waarmee de hoogte van de Blijverslening wordt berekend; maatregelen: maatregelen en voorzieningen zoals bedoeld in artikel 3; NHG: Nationale Hypotheek Garantie, de publicitaire naam van de door Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen verstrekte borgtocht; SVn: Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten; toewijzing: het besluit van het college op basis waarvan de aanvrager een aanvraag kan doen voor de Blijverslening bij SVn; werkelijke kosten: de totale kosten van materialen en werkzaamheden voor zover noodzakelijk voor het treffen van maatregelen, eventueel vermeerderd met de bijkomende kosten voor het verkrijgen van de Blijverslening en de kosten van door een deskundig vakbedrijf ter zake van deze maatregelen in rekening gebrachte arbeidsuren en verminderd met de van derden ontvangen of nog te ontvangen tegemoetkomingen (subsidies) in deze kosten. Artikel 2 Toepassingsbereik Deze verordening is uitsluitend van toepassing op leningaanvragen voor bestaande woningen in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk die geschikt en bestemd zijn voor permanente en niet-recreatieve bewoning en dienen als hoofdverblijf van aanvrager. De aanvrager moet tenminste drie jaar eigenaar van de woning zijn. De aanvrager is een particuliere eigenaar die zijn woning levensloopbestendig wil maken. Bij twee of meer eigenaren gelden deze gezamenlijk als aanvrager. Voor de volgende leningen kan een Blijverslening worden verstrekt: een Blijverslening die consumptief wordt verstrekt. De lening wordt consumptief verstrekt indien het aan te vragen leningbedrag minimaal € 2.500,00 en maximaal € 10.000,00 is; een Blijverslening die hypothecair wordt verstrekt. De lening wordt hypothecair verstrekt indien het aan te vragen leningbedrag minimaal € 2.500,00 en maximaal € 25.000,00 is. Bij een Blijverslening die consumptief wordt verstrekt, is tenminste één van de aanvragers jonger dan 76 jaar op het moment van indienen van de aanvraag voor de Blijverslening. De aanvrager moet de woning waarvoor een Blijverslening wordt verstrekt zelf bewonen. Het college is bevoegd de in het derde lid genoemde bedragen aan te passen. Artikel 3 Maatregelen Tot de maatregelen worden gerekend: maatregelen om de eigen woning van aanvrager levensloopbestendig te maken. Tot die maatregelen worden aanpassingen aan woningen gerekend die voldoen aan de betreffende basiseisen in het Handboek Woonkeur, Basispakket deel C en D of Pluspakket Zorg en die voldoen aan de Wmo-toets voor indeling en maatvoering en aan het gemeentelijk Wmo-beleid; bouwkundige of domotica-aanpassingen zoals opgesomd en omschreven in de bij deze verordening behorende ‘Overzichtslijst bouwkundige en domotica-aanpassingen Blijverslening’; maatregelen die mantelzorg bevorderen door inwoning van een mantelzorgverlener of mantelzorgbehoevende mogelijk te maken. Het college kan bij een Wmo-consulent van de gemeente advies inwinnen over de passendheid van de maatregelen. Het college kan de in het eerste lid onder b vermelde overzichtslijst aanpassen. Artikel 4 Beleidsdoelen Het college kan besluiten aanvrager een Blijverslening toe te wijzen, indien uit de aanvraag blijkt dat met het treffen van de maatregelen aantoonbaar wordt bijgedragen aan een of meer van de volgende beleidsdoelen: mensen langer zelfstandig in de eigen woning laten wonen; uitbreiden van de voorraad levensloopbestendige woningen in de gemeente. Artikel 5 Budget Het college stelt jaarlijks het budget vast dat beschikbaar is voor het toewijzen van Blijversleningen. Blijversleningen worden alleen toegewezen voor zover het vastgesteld budget hiervoor toereikend is. Artikel 6 Bevoegdheid college Het college toetst de aanvraag aan de artikelen 2, 3, 4 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.