Bouwbeleidsplan Rijssen-Holten 2019Te besluiten tot c.q. beslispunten: 1. In te stemmen met het ‘Bouwbeleidsplan Rijssen-Holten 2019’ en deze in werking te laten treden op de dag na die waarop ze bekend is gemaakt; 2. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregels het ‘Bouwbeleidsplan 2010-2014’ in te trekken. 3. Het ‘Bouwbeleidsplan Rijssen-Holten 2019’ ter kennisgeving aan te bieden aan de raad (commissie grondgebied). 1.Inleiding Voor u ligt het bouwbeleidsplan 2019 van de gemeente Rijssen-Holten. Het huidige bouwbeleidsplan is gedateerd. Ook is het huidige bouwbeleidsplan door veranderende wetgeving achterhaald. Inmiddels is het Bouwbesluit 2012 in de plaats gekomen van het Bouwbesluit 2003. Daarnaast is er behoefte om de huidige praktijk nogmaals te bekijken en vervolgens op basis van bewuste keuzes te formaliseren. Dit alles maakt dat het bouwbeleidsplan toe is aan een heroverweging. 2.Wettelijk kader Artikel 7.2 van het Besluit omgevingsrecht (hierna: ‘Bor’) schrijft dwingend voor dat de betrokken bestuursorganen voor de bestuursrechtelijke uitvoering en handhaving van onder andere de Wabo uitvoerings- en handhavingsbeleid dienen vast te stellen. Met het voorliggende Bouwbeleidsplan 2019 wordt voldaan aan artikel 7.2 van het Bor. Per 1 januari 2019 worden een aantal uitvoerings- en handhavingstaken op gebied van milieu door de Omgevingsdienst Twente uitgevoerd. Gezamenlijk met de veertien Twentse gemeenten en de provincie Overijssel is een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid opgesteld. Het voorliggende Bouwbeleidsplan 2019 ziet dan ook niet toe op de uitvoerings- en handhavingstaken die zijn ingebracht bij de Omgevingsdienst Twente. 3.Doel bouwbeleidsplan Op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevings-recht (hierna: ‘Wabo’) is het verboden om zonder omgevingsvergunning van het college van burgemeester en wethouders te bouwen. Op grond van artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo wordt een aanvraag voor zover dat betrekking heeft op de activiteit bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo getoetst aan het Bouwbesluit 2012, de gemeentelijke bouwverordening, het bestemmingsplan en redelijke eisen van welstand. Het Bouwbesluit 2012 bevat talrijke en gedetailleerde technische bouwvoorschriften die niet naar zwaarte zijn gedifferentieerd. In theorie moet een vergunningaanvraag voor de activiteit bouwen integraal aan de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012 worden getoetst. In de praktijk zou dat onwerkbaar zijn. Niet elk bouwwerk vraagt om dezelfde soort toetsing. Bovendien zijn niet alle bouwvoorschriften van toepassing op ieder bouwwerk. Het is onwenselijk dat de vergunningverlener per geval bepaald hoe intensief een vergunningaanvraag voor de activiteit bouwen wordt getoetst aan de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. Dat kan namelijk tot gevolg hebben dat vergelijkbare gevallen niet gelijk worden behandeld. Daarom leggen wij in dit bouwbeleidsplan vast hoe intensief en op welke wijze een vergunningaanvraag voor de activiteit bouwen wordt getoetst aan de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. De toetsintensiteit wordt vastgelegd in een ‘toetsmatrix’. Concreet betekent dit dat bestuurlijk wordt vastgelegd volgens welke criteria het technische deel van de vergunning-aanvraag beoordeeld wordt en wat het minimaal gehanteerde toetsniveau is. Door te bepalen op welke wijze en met welke intensiteit de toets van het Bouwbesluit 2012 moet worden uitge-voerd ontstaat er een uniforme, transparante en zorgvuldige wijze van toetsing. Bouwen is een complex proces, waarbij meerdere partijen op verschillende momenten betrokken zijn. Traditioneel wordt de kwaliteit van de gebouwde omgeving in Nederland gezien als publiek belang. Daarmee is niet gezegd dat de zorg voor zorgvuldig bouwen uitsluitend tot de verantwoordelijkheid van de overheid behoort. De wetgever (artikel 1a van de Woningwet. heeft aan zowel de eigenaar als de gebruiker van een bouwwerk een algemene zorgplicht opgelegd. Daarnaast heeft het Bouwbesluit op grond van artikel 1b, eerste lid, van de Woning rechtstreekse werking. Dat betekent dat daaraan bij het gebruik van het bouwwerk moet worden voldaan zonder dat de overheid daar eerst op moet wijzen. Het Bouwbesluit 2012 vormt één van de toetsingskaders in het kader van de vergunningverlening. De vergunningaanvraag voor de activiteit bouwen wordt uiteraard ook getoetst aan de bouwverordening, het bestemmingsplan en redelijke eisen van welstand. De beoordeling van deze aspecten vindt plaats aan de hand van andere beleidsplannen, zoals de welstandsnota. De afgelopen jaren is het aantal bouwwerken dat zonder omgevingsvergunning gebouwd mag worden sterk toegenomen. Ondanks het feit dat steeds meer bouwactiviteiten vergunningvrij zijn blijkt het aantal aanvragen om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen onverminderd hoog. Een bouwwerk dat vergunningvrij kan worden neergezet moet echter wel voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Omdat geen aanvraag wordt ingediend, kunnen deze bouwplannen niet vooraf getoetst worden. Controle hiervan moet plaatsvinden in de toezichthoudende en handhavende sfeer. De ultieme consequentie van onvoldoende zorg voor constructie veiligheid is dat een bouwwerk instort. Dit was bijvoorbeeld het geval bij het instorten van de stalen dakconstructie van de Grolsch Veste in 2011 of het instorten van een deel van het parkeergebouw nabij Eindhoven Airport in 2017. Zowel bij de stalen dakconstructie van de Grolsch Veste als bij het par-keergebouw nabij Eindhoven Airport, concludeerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat er tijdens het bouwproces onvoldoende aandacht was voor constructieve veiligheid. Wij nemen onze verantwoordelijkheid door substantiële stappen te zetten in het bouwen aan constructieve veiligheid. Dat gebeurt door middel van het controleren van vergunningaanvragen op constructieve veiligheid met betrekking tot sterkte, stabiliteit, en de duurzaamheid ten aanzien van de beoogde levensduur op basis van een toetsprotocol. Toezicht volgt nadat vergunningverlening heeft plaatsgevonden. Op grond van artikel 92, eerste lid, van de Woningwet, is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om het Bouwbesluit 2012 te handhaven. De bij vergunningverlening gestelde prioriteiten hebben consequenties voor en raakvlakken met het handhavingsbeleid. Toezichthouders kunnen echter niet bij alle bouwactiviteiten toezicht houden. Daarom maken wij gebruik van een toezichtmatrix. In een toezichtmatrix leggen wij vast hoe intensief en op welke momenten toezicht wordt gehouden. 4.Bestuurlijke visie Wij zijn een betrouwbare, betrokken en ondernemende gemeente. We kijken naar wat mogelijk is en denken mee, in plaats van dat we uitgaan van wat niet kan volgens de regels. Vertrekpunt is een veilig, gezond en leefbaar woon- en werkklimaat. Constructieve veiligheid, brandveiligheid en duurzaamheid staat bij ons hoog in het vaandel. De omgevingsvergunning vormt de basis voor een goede kwaliteit van de leefomgeving. Wanneer er iets mis gaat in de bouw, wordt al snel met de vinger naar de overheid gewezen. Het moet glashelder zijn dat niet de overheid, maar de overtreder primair verantwoordelijk is voor het overtreden van de regels. De overheid is belast met het toetsen van de vergunning-aanvraag aan onder meer het Bouwbesluit 2012. Daarnaast is de overheid belast met het bouwtoezicht. Van de aanvrager wordt professionaliteit verwacht. De aanvrager is zelfverantwoordelijk voor een deugdelijke aanvraag. Als een aanvraag niet voldoet aan het Bouwbesluit 2012 denken wij actief mee. Een aanvrager beseft soms onvoldoende dat het vooraf laten toetsen van een bouwplan en in overeenstemming met de verleende omgevingsvergunning te bouwen het eigen belang dient. Om het naleefgedrag te bevorderen wordt tijdens de realisatiefase van een bouwwerk toezicht gehouden. Bij eventuele geconstateerde gebreken stellen wij ons coöperatief op. Wij kunnen waar nodig handhavende bevoegdheid inzetten. Kortom, vergunningverleners controleren of de bouwplannen in overeenstemming zijn met de wet. Toezichthouders controleren of in overeenstemming met de verleende omgevingsvergunning wordt gebouwd. Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan een veilig, gezond en leefbaar woon- en werkklimaat in de gemeente Rijssen-Holten. Het voorgaande kan worden vertaald in een aantal (niet limitatieve) doelstellingen: alle vergunningaanvragen worden in beginsel getoetst op het landelijk toetsingsniveau; vergunningverleners denken mee, sturen bij waar nodig en werken klachtgericht; alle omgevingsvergunningen worden binnen de wettelijke termijn afgehandeld; de digitalisering verder verbeteren; het verder optimaliseren van de checklists; de constructieve toetsing van een bouwwerk overeenkomstig het Toetsprotocol Constructieve Veiligheid te laten plaatsvinden; toezichthouders werken volgens het landelijk toetsprotocol; bouwwerken die door hun gebruik of omvang een groter risico vormen worden extra gecontroleerd op constructieve veiligheid en brandveiligheid; gehandhaafd wordt overeenkomstig de Landelijke handhavingstrategie; er moet in overeenstemming met de verleende omgevingsvergunning worden gebouwd. Om te bepalen of de doelstellingen behaald worden hebben wij indicatoren opgesteld. De hierboven beschreven doelstellingen en indicatoren zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma. 5.Ontwikkelingen Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Ten tijde van het schrijven van dit beleid, is bij de Eerste Kamer het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: ‘Wkb’) aanhangig. Dit wetsvoorstel voorziet in een aantal wijzigingen van de Wabo en de Woningwet op het punt van de toetsing van bouwplannen aan bouwtechnische voorschriften. Uitgangspunt van het nieuwe wetsvoorstel is dat het bevoegde gezag niet meer inhoudelijk aan de bouwtechnische voorschriften toetst. In het nieuwe stelsel controleert een private kwaliteitsborger gedurende het ontwerp- en uitvoeringsproces of wordt gebouwd volgens het Bouwbesluit 2012. De verantwoordelijkheid voor de bouwkwaliteit komt hiermee te liggen bij de bouwende partijen. Het is nog onbekend wanneer de wet in werking zal treden. Er zijn vanuit de Eerste Kamer bezwaren met name over de uitvoerbaarheid van de wet. Als de Wkb in werking treedt heeft dit mogelijk financiële en personele consequenties voor vergunningverlening en bouwtoezicht. Momenteel is nog weinig bekend over de exacte invulling van de uitvoeringspraktijk en het bijbehorende financiële model. Als de inwerkingsdatum voor deze wet bekend is, zullen wij hierop anticiperen. 6.Bouwbesluit 2012 Op 1 april 2012 is het Bouwbesluit 2012 in werking getreden. Na de inwerkingtreding is het Bouwbesluit 2012 een aantal keren gewijzigd. Artikel 2 van de Woningwet vormt de wettelijke grondslag voor het Bouwbesluit 2012. Het Bouwbesluit 2012 bevat voorschriften die de minimaal noodzakelijke kwaliteit van bouwwerken waarborgen. Deze voorschriften gelden voor nieuwe en bestaande bouwwerken. De voorschriften van het Bouwbesluit 2012 zijn tot vijf uitgangspunten te herleiden: veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. De voorschriften zijn minimumvoorschriften en zijn gerelateerd aan de gebruiksfunctie die een bouwwerk of een deel daarvan, heeft. Zo worden onder meer de woonfunctie, de winkelfunctie en de sportfunctie onderscheiden. 7.Toetsmatrix In hoofdstuk 2 is beschreven waarom het in de praktijk onwerkbaar zou zijn om een vergunningaanvraag voor de activiteit bouwen volledig aan het Bouwbesluit 2012 te toetsen. De vraag is dan wel hoe op een inzichtelijke en verantwoorde manier getoetst kan worden. Dat kan door middel van een toetsmatrix. In een toetsmatrix beschrijven wij met welke intensiteit een vergunningaanvraag voor de activiteit bouwen wordt getoetst aan de bouwvoorschriften uit het Bouwbesluit 2012. De toetsmatrix is opgenomen in bijlage 1 van dit bouwbeleidsplan. Voor het bepalen van de toetsintensiteit sluiten wij aan bij de landelijke toetsingsnormen. Deze zijn neergelegd in de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit 2012 (hierna: ‘LTB 2012’) opgesteld in opdracht van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland (hierna: ‘VBWTN’). De toetsniveaus variëren van een ‘uitgangspuntentoets’ tot het ‘volledig toetsen’. De Inspectie Leefomgeving en Transport, die toeziet op de bouwkwaliteit en de wijze waarop gemeente die bewaken, heeft ingestemd met deze normen. Dat betekent dat de Inspectie de normen ziet als een aanvaardbaar niveau van bouwplantoetsing. De landelijke toetsingsnormen zijn voor wat betreft brandveiligheid voorgelegd aan de brandweer Twente. De opbouw van de toetsmatrix is als volgt. De toetsmatrix kent kolommen (x-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.