← Nederland

Beleidsplan Veiligheid & Handhaving 2019-2022 (Waddinxveen)

Beleidsplan Veiligheid & Handhaving 2019-2022 Het Beleidsplan Veiligheid & Handhaving 2019-2022 is op 6 november 2018 door het college van B&W en vervolgens op 12 december 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. Ieder voor zover het diens bevoegdheden betreft. Het beleid treedt op 1 januari 2019 in werking. Het Beleidsplan Veiligheid & Handhaving 2019-2022 heeft als motto ‘Samen Veilig Verder’ en kent een achttal veiligheidsthema’s. Naast deze prioriteiten zijn ook andere veiligheids- en handhavingsthema’s uitgewerkt. Het beleidsplan heeft als doel het borgen van een veilige woon- en leefomgeving voor iedereen in Waddinxveen. Het college stelt de handhavingstaken van het Beleidsplan Veiligheid & Handhaving 2019-2022 vast. De gemeenteraad heeft de kaders en prioriteiten op het gebied van veiligheid voor de komende vier jaar vastgesteld. Samen veilig Verder!AfkortingenlijstAPV Algemene Plaatselijke Verordening AWB Algemene Wet Bestuursrecht BAG Basisregistratie Adressen en Gebouwen BOA Buitengewoon opsporingsambtenaar BOR Besluit omgevingsrecht BVH Beleidsplan Veiligheid & Handhaving 2019 - 2022 BWT Bouw en Woningtoezicht DHW Drank- en Horecawet DOR Digitaal Opkopersregister EPJO Educatief Programma Jongeren HEIT Haags Economisch Interventieteam HGKM Huiselijk geweld en kindermishandeling IBP Interbestuurlijk Programma IBS Inbewaringstelling ISOR Inventarisatie Systeem Overige Ramptypen JPT Jeugd Preventie Team KVO Keurmerk Veilig Ondernemen LHS Landelijke Handhavingsstrategie Mor Ministeriële regeling Omgevingsrecht MOR Melding Openbare Ruimte ODMH Omgevingsdienst Midden-Holland OM Openbaar Ministerie PGA Persoonsgerichte aanpak RBO Regionaal Bestuurlijk Overleg RBP Regionaal Beleidsplan RIEC Regionaal Informatie- en Expertisecentrum VNG Vereniging van Nederlands gemeenten VRHM Veiligheidsregio Hollands Midden Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht WBopz Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen Wvggz Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg 1Voorwoord Veiligheid en handhaving. Achter deze twee begrippen gaat een wereld schuil. Een wereld van taken en bevoegdheden, van mensen en middelen. Het formuleren van beleid en beleidsprioriteiten daarbinnen is van belang. Immers, het gaat om de veiligheid van onze inwoners; van onze lokale samenleving. In het voorliggende beleidsplan Veiligheid & Handhaving 2019-2022 zijn het veiligheidsbeleid en handhavingsbeleid samengevoegd. Toezicht en handhaving zijn belangrijke instrumenten om veiligheid, gezondheid en leefbaarheid te waarborgen en bevorderen. Het beleidsplan is tot stand gekomen op basis van een analyse en in samenwerking met professionals en inwoners. Vervolgens is er door middel van de webapptool een keuze gemaakt in de prioriteiten. De acht prioriteiten zijn hierdoor ‘van onderop’ tot stand gekomen en worden breed gedragen. Gelukkig is Waddinxveen een veilige gemeente. Het veiligheidsgevoel neemt toe en het totale aantal misdrijven neemt af. Natuurlijk kan het altijd beter en veiliger. Dat is ook de ambitie die uiteindelijk schuilgaat achter dit beleidsplan: Waddinxveen steeds een beetje veiliger! Als gemeenten kunnen we dat niet alleen. Met elkaar komen we echter een eind. Dit beleidsplan is daarvan een getuige. Daarom is de titel wat mij betreft passend: samen veilig verder! Evert Jan Nieuwenhuis Burgemeester 2Inleiding Samen veilig verder!Veiligheid is een basisvoorwaarde voor het welzijn van inwoners en is continu aan verandering onderhevig. De gemeente heeft richting haar inwoners een stimulerende, faciliterende en ondersteunende rol. De ‘zelfwerkzaamheid van de burger’ krijgt vorm door initiatieven uit de samenleving op het gebied van veiligheid zoals buurtpreventie en BuurtWhatsApp. In het Beleidsplan Veiligheid en Handhaving 2019-2022 zijn het integraal veiligheidsbeleid en integraal handhavingsbeleid samengevoegd. Dit omdat toezicht en handhaving belangrijke instrumenten zijn om veiligheid, gezondheid en leefbaarheid te waarborgen en bevorderen. De gemeenteraad stelt ten minste één keer in de vier jaar de doelen die de gemeente nastreeft op het gebied van veiligheid. Het college is bevoegd om de doelen op het gebied van handhaving en welke activiteiten zij daartoe zullen uitvoeren vast te stellen. Met dit beleidsplan wordt invulling gegeven aan de wettelijke taken, regierol en sturing op lokale veiligheid en handhaving. Bij de aanpak van veiligheidsvraagstukken wordt gekeken naar de dieperliggende oorzaken. De verschillende schakels in de veiligheidsketen worden daarbij ingezet: proactie, preventie, preparatie, repressie en nazorg. Preventie vindt plaats door informatievoorziening, voorlichting en het sturen op onbewust gedrag (nudging). Handhaving vormt het sluitstuk en is geen doel op zich, maar een laatste middel om naleefgedrag te bewerkstelligen. Proces beleidBij het vormgeven van dit beleidsplan is gebruikt gemaakt van een methodiek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Kernbeleid Veiligheid. Deze methodiek kenmerkt zich door het gebruik van de volgende vijf veiligheidsvelden: veilige woon- en leefomgeving, bedrijvigheid en veiligheid, jeugd en veiligheid, fysieke veiligheid en integriteit en veiligheid. Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de Waddinxveense situatie waar Wadwijzer (het preventieteam) en het Sociaal Team er beide zijn voor alle inwoners (0-100+) is het veiligheidsveld jeugd en veiligheid aangepast naar het veiligheidsveld zorg en veiligheid. De basis voor dit beleidsplan is een analyse van verschillende veiligheidscijfers, waaronder de Veiligheidsmonitor (afgenomen in 2017), cijfers van politie, brandweer, waarstaatjegemeente.nl en gemeentelijke handhaving. De vijf werkgroepen, gevormd aan de hand van de vijf verschillende veiligheidsvelden, zijn op basis van de analyse met elkaar in gesprek gegaan en zijn gekomen tot een aantal belangrijke thema’s. Deze thema’s zijn middels de webapptool voorgelegd aan inwoners en professionals zodat zij konden aangeven welke thema’s zij het belangrijkst vinden. Op deze manier zijn de prioriteiten gedragen tot stand gekomen. De geprioriteerde thema’s bevatten een ambitieuzere doelstelling of krijgen meer capaciteit toebedeeld dan de overige thema’s. Naast deze prioriteiten zijn de overige thema’s uit de werkgroepen ook opgenomen in het beleidsplan. Deze zijn aangevuld met handhavingsthema’s in de categorie hoog1Voor de thema’s op handhaving geldt een wettelijke plicht om deze te categoriseren in de categorieën hoog, gemiddeld en laag. De handhavingsthema’s in de categorieën gemiddeld en laag zijn toegevoegd in bijlage 5. De categorieën (niet uit de webapptool) met categorie hoog zijn: brandveiligheid, bouw- en woningtoezicht en verkeer.. In navolging van het beleidsplan wordt een tweejaarlijks uitvoeringsprogramma opgesteld waarin concrete activiteiten worden opgenomen om te komen tot de gestelde doelen.2Middels deze aanpak voldoet de gemeente aan de vereisten uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). Doelstellingen en invullingEr worden twee overkoepelende doelstellingen gehanteerd voor het Beleidsplan Veiligheid en Handhaving 2019-2022: Het rapportcijfer over de leefbaarheid in de woonbuurt blijft een 7,5 of wordt hoger; Het rapportcijfer over de veiligheid in de woonbuurt blijft een 7,3 of wordt hoger. Deze rapportcijfers zijn gemeten met de Veiligheidsmonitor. De Veiligheidsmonitor wordt tweejaarlijks afgenomen (2017 en 2019). De evaluatie van het tweejaarlijkse uitvoeringsprogramma richt zich met name op de uitvoeringsactiviteiten en doelbereik. Er volgt daarnaast een eindevaluatie van het beleidsplan. De gestelde ambities in dit beleidsplan Veiligheid en Handhaving zijn mede afhankelijk van de volgende ontwikkelingen: Bestendigen capaciteit van het cluster veiligheid, tevens opgenomen in de programmabegroting 2019; Uitbreiding van de politiecapaciteit van het politieteam Waddinxveen-Zuidplas, zoals gesteld in het Regionaal Beleidsplan 2019-2022. LeeswijzerIn het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de huidige situatie in Waddinxveen en trends en ontwikkelingen die de komende periode zullen plaatsvinden en relevant zijn voor dit beleidsplan. In hoofdstuk 3 zal worden ingegaan op de handhavingsstrategie en worden de uitgangspunten op deze strategie toegelicht. Vervolgens worden de geprioriteerde thema’s toegelicht in hoofdstuk 4, waarna de overige thema’s in hoofdstuk 5 worden weergegeven. 3Huidige situatie, trends en ontwikkelingen Huidige situatieWaddinxveen is een relatief veilig dorp. Na een periode waarin een sterke stijging van het aantal woninginbraken heeft plaatsgevonden, is het aantal woninginbraken drastisch gedaald en is er wederom een dalende lijn zichtbaar bij de meeste vormen van criminaliteit. Naast de criminaliteitscijfers vormt het veiligheidsgevoel van inwoners een belangrijke bron van informatie. Inwoners van Waddinxveen geven de veiligheid in de buurt een rapportcijfer van een 7,3 (veiligheidsmonitor 2017). De leefbaarheid in de woonbuurt krijgt van de inwoners een rapportcijfer van een 7,5. Slachtofferschap van delicten neemt zowel landelijk als in Waddinxveen af. Toch voelt 14,5% van de Waddinxveense inwoners zich wel eens onveilig in de eigen buurt. Recente ontwikkelingen: Personen met verward gedragIn de regio Hollands Midden werken 19 gemeenten, politie, zorginstellingen, cliëntvertegenwoordigers en maatschappelijke organisaties samen om de ondersteuning van mensen met verward gedrag te verbeteren. De opening van de Psychiatrische Eerste Hulp en het organiseren van passend vervoeren horen in dit regionale project. Daarin spelen ook preventie en vroegtijdige signalering een belangrijke rol. Na een korte proefperiode is in het voorjaar van 2018 de eerste Quick Responder voor het vervoer van mensen met verward gedrag gestart. Dit vervoer rijdt in de gemeenten Gouda, Waddinxveen, Bodegraven/Reeuwijk, Zuidplas en Krimpenerwaard. Wadwijzer (preventieteam)Met ingang van 1 januari 2018 beschikt de gemeente Waddinxveen over een preventieteam, genaamd Wadwijzer. De missie van Wadwijzer is als volgt: Wadwijzer helpt inwoners van Waddinxveen bij het vinden van antwoorden voor zorgen op het gebied van welzijn, zorg & wonen. We bieden voor iedereen informatie, advies & begeleiding. Daarbij gaan we altijd uit van ieders mogelijkheden. Korte termijn: Beleidsplan sociaal domein 2019 – 2023De huidige beleidsvisies voor Jeugdhulp, Wmo, schuldhulpverlening en de Participatiewet hebben een looptijd tot en met 2018. Wettelijk is de gemeente Waddinxveen verplicht een beleidskader en een bijbehorende verordening (en zo mogelijk nadere regels) te hebben. Met de kennis en ervaringen die we nu hebben kunnen we vorm gaan geven aan de fase van transformatie en verdergaande integraliteit in het sociaal domein. Het doel van het beleidsplan sociaal domein is om van de huidige beleidskaders één nieuw kader te maken. De verwachting is dat dit plan medio 2019 wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Regionaal Beleidsplan 2019 – 2022 – eenheid Den HaagHet Regionaal Beleidsplan (RBP) is een integraal veiligheidsplan van gemeenten, politie en Openbaar Ministerie (OM) voor de (politie)eenheid Den Haag. Gemeenten voeren de regie op het lokale veiligheidsbeleid. Daar waar onderwerpen grenzen van gemeenten overstijgen en een bovenlokale samenwerking effectiever en efficiënter is, wordt samengewerkt in regionaal verband. Het primaat is en blijft lokaal liggen. Op basis van de uitgangspunten uit het RBP wordt jaarlijks een regionaal jaarwerkplan gemaakt waarin doelstellingen concreet worden uitgewerkt. Eind 2018 is het Regionaal Beleidsplan 2019 – 2022 vastgesteld door het Regionaal Bestuurlijk Overleg (RBO). Langere termijn: Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)Onlangs is door de Eerste Kamer de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) aangenomen. Deze wet zal de huidige Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) vervangen. De nieuwe wet reguleert verplichte zorg in plaats van gedwongen opname en moet gedwongen opname zoveel mogelijk voorkomen. Verplichte zorg kan straks ook buiten een instelling opgelegd worden. De inbewaringstelling (IBS) is in het wetsvoorstel vervangen door de crisismaatregel, waarbij de burgemeester ook kan instemmen met ambulante zorg of andere zorg buiten gedwongen opname. Het wetsvoorstel Wvggz wijzigt ook de wetten Wet zorg en dwang en de Wet forensische zorg. De invoerdatum van de Wvggz is naar verwachting per 2020. OmgevingswetNaar verwachting treedt de Omgevingswet in 2021 in werking. Met de invoering van de Omgevingswet wordt het omgevingsrecht gemakkelijker gemaakt en worden de regels voor ruimtelijke projecten gebundeld. Met de verschuiving naar algemene regels en vergunningsvrij bouwen, komt er een zwaardere verantwoordelijkheid te liggen bij handhaving: voldoet alles wat vergunningsvrij is gebouwd wel aan die algemene regels? Het accent verschuift sterk van ‘vergunningverlening vooraf’ naar ‘toezicht en handhaving achteraf’. Daarnaast gaan er met de invoering van de omgevingswet diverse zaken veranderen voor gemeentelijke verordeningen, waaronder de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). Onderdelen van deze verordeningen gaan samen op in een omgevingsplan waardoor het voor inwoners en ondernemers met één blik duidelijk wordt waar hun aanvraag aan moet voldoen. Wet kwaliteitsborgingDe Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen heeft als doel de kwaliteit van bouwwerken te verbeteren en de positie van de eindgebruiker te versterken. De aannemer moet na afronding aantonen dat er aan de kwaliteitsborging is voldaan. Deze procedure heeft gevolgen voor de manier hoe toezicht en handhaving wordt vormgegeven. Op dit moment is nog onbekend wanneer de wet in werking treedt. 4Uitgangspunten handhaving Voor de realisatie van het onderdeel handhaving binnen dit beleidsdocument is de volgende aanpak gehanteerd: Waddinxveen kent een groot aantal toezichts- en handhavingstaken. Deze zijn geïnventariseerd en gegroepeerd naar thema (bijlage 6). Uitgangspunt is dat de gemeente als bevoegd gezag de regie heeft over de uitvoering als geheel. Samen met de handhavingspartners is er een risicoanalyse uitgevoerd. Hierbij wordt de kans op niet-naleving en de effecten van niet-naleving ingeschat. Zie hiervoor bijlage 3 en 4. Op basis van de risico’s en met input van inwoners en professionals zijn prioriteiten bepaald. Ook zijn de doelstellingen bepaald die de gemeente in de komende periode wil bereiken. AfbakeningToezicht en handhaving zijn manieren om het naleven van wet- en regelgeving te vergroten. In dit beleidsplan wordt vorm gegeven aan toezicht en handhaving op het gebied: bouwen, slopen, milieu, verkeer, brandveiligheid, ruimtelijke ordening, Algemeen Plaatselijke Verordening (APV), Drank- en Horecawet (DHW) en bijzondere wetgeving. Onder toezicht wordt verstaan het verzamelen van informatie om te bezien of wordt voldaan aan geldende wet- en regelgeving. Onder handhaving wordt verstaan het doen naleven van de door de overheid gestelde wet- en regelgeving. Handhaving vormt hierbij het sluitstuk dat gericht is op het veranderen van gedrag door middel van preventie, discussie en regelgeving. BeleidsuitgangspuntenVerantwoordelijkheid bij inwoners en ondernemersAdequaat toezicht op en handhaving van wet- en regelgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en inwoners. De gemeente gaat ervan uit dat burgers en ondernemers zelf hun verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van naleving van de geldende regels. Als blijkt dat het zelfcontrolerend vermogen van burgers en ondernemers tekort schiet, spreekt de gemeente hen daarop aan. BeleidsvrijheidHet niveau (kwaliteit en kwantiteit) voor toezicht en handhaving ligt niet vast in wetten en regels. Elke gemeente dient voor zich te beslissen waar de prioriteiten voor handhaving liggen en met welke omvang en diepgang de handhaving wordt ingestoken. Jurisprudentie heeft hierbij kaders gegeven, maar voorop staat de beleidsvrijheid van het overheidsbestuur. Integrale samenwerkingEen goede samenwerking tussen de gemeente en haar ketenpartners zoals Politie eenheid Den Haag, Brandweer Hollands Midden, Hoogheemraadschap van Rijnland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Omgevingsdienst Midden-Holland en woningcorporatie Woonpartners Midden-Holland is bij handhaving van groot belang. Elke ketenpartner heeft immers een eigen rol en verantwoordelijkheid in de handhaving van naleefgedrag met betrekking tot de sociale en fysieke leefomgeving. De gemeente zal voortdurend werken aan een goede samenwerking met en afstemming tussen ketenpartner. Omgevingsgericht handhavenBuitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’

  1. s)en toezichthouders openbare ruimte hebben een belangrijke signaleringsfunctie in de openbare ruimte: niet alleen weten zij waar ‘het fout gaat’, ook kunnen zij vaak aangeven wat er zou moeten veranderen in de omgeving. Het is bewezen dat menselijk (naleef)gedrag wordt gestuurd door ontwerp, inrichting en beheer van de fysieke ruimte (Crime Prevention Through Environmental Design). De inrichting van openbare ruimte kan bijdragen aan het (onbewust) sturen van het gedrag van mensen in de openbare ruimte (ook wel nudging genoemd). Mensen worden zo verleid om de regels na te leven. Programmatisch handhavenGoede en professionele handhaving vindt programmatisch en daarmee op een planmatige en cyclische wijze plaats. Dit vloeit voort uit de kwaliteitseisen van het Besluit omgevingsrecht (Bor, hoofdstuk 7) en de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO). Er moet sprake zijn van schriftelijk vastgelegde handhavingsdoelstellingen, die gebaseerd zijn op een risicoanalyse (bijlage 3). Op basis van deze analyse bepaalt de gemeente welke activiteiten nodig zijn om de handhavingsdoelen te bereiken en welke prioriteiten zij daarbij stelt.3Voor de thema’s op handhaving geldt een wettelijke plicht om deze te categoriseren in de categorieën hoog, gemiddeld en laag. De handhavingsthema’s voortkomend uit de webapptool zijn logischerwijs gecategoriseerd als hoog. Gebiedsgericht toezicht houdenGebiedsgericht toezicht betreft het toezicht gerelateerd aan geografische gebieden. Hiermee is het mogelijk om gericht toezicht te houden op die aspecten die voor een bepaald gebied van belang zijn. Aanpak: dubbele regelkringDe Big-Eight (figuur 3) beschrijft de samenhangende processtappen die een professionele handhavings-organisatie doorloopt om adequate handhaving te bereiken. Wanneer de Big-Eight wordt gehanteerd, komen toezicht en handhaving tot stand op basis van inzichtelijke keuzes en is de uitvoering gericht op het bereiken van vooraf afgesproken resultaten. Het verband tussen de processtappen van de Big-Eight en de kwaliteitseisen uit het Bor staan hieronder weergegeven. Figuur 3: De dubbele regelkring – Big EightHandhavingsstrategieDe wijze waarop de gemeente bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk zal optreden tegen overtredingen wordt uiteengezet in de algemene handhavingsstrategie. De handhavingsstrategie geeft aan op welke wijze en met welke inzet naleving van de regelgeving en gestelde doelen wordt bereikt. Hiermee wordt willekeur voorkomen. Het doel van de strategie is om een zo efficiënt en effectief mogelijke inzet van de beschikbare handhavingsinstrumenten mogelijk te maken, slagvaardig en efficiënt optreden en het aantal mogelijke complicaties tijdens de uitvoering tot het minimum te beperken. Figuur 4: Positionering landelijke handhavingsstrategieUitgangspunt hierbij is dat het meest geëigende instrument wordt toegepast om de overtreding ongedaan te maken. De instrumenten vallen onder de vier noemers: preventie, toezicht, sanctioneren en gedogen. Het effect van handhaving kan afgemeten worden aan de mate waarop de overtreding wordt opgeheven of niet meer wordt begaan naar aanleiding van een handhavingsactiviteit. Het wettelijk kader voor de voor de gemeente beschikbare handhavingsinstrumenten is voor een belangrijk deel gelegen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo), de Woningwet, de Drank- en Horecawet (DHW), de Wet OM-afdoening en de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet Mulder). De handhavingsstrategie is gebaseerd op de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS, versie 1.7 d.d. 4 juni 2014). Doel van deze LHS is ‘uitvoering geven aan de beginselplicht tot handhaven, passend interveniëren bij iedere bevinding, in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken en interventies op vergelijkbare wijze kiezen en toepassen, landsbreed door het bestuurlijk bevoegd gezag / de Omgevingsdiensten, landelijke inspecties, politie en het OM’. Toepassing van de LHS leidt tot afgestemd en effectief bestuurs- en/of strafrechtelijk handelen. De positie van de LHS ten opzichte van de lokale handhavingsstrategie is weergegeven in figuur 4. De LHS gaat uit van een interventiematrix. De zwaarte van de interventie wordt bepaald op grond van de (mogelijke) gevolgen van de overtreding en het gedrag van de overtreder. In de matrix zijn vier categorieën geformuleerd voor de (mogelijke) gevolgen van de overtreding en vier categorieën voor het gedrag van de overtreder. De systematiek van de LHS wordt aangehouden binnen onze lokale handhavingsstrategie. Termijnen van juridische opvolging bij Wabo-gerelateerde overtredingenIn een ideale situatie worden alle overtredingen direct gehandhaafd. In de praktijk is de beschikbare handhavingscapaciteit beperkt, zodat voor de juridische opvolging met prioriteiten wordt gewerkt. Niet alle overtredingen hebben dezelfde ernst en/of urgentie. Voor overtredingen waarbij de (mogelijke) gevolgen aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar zijn dient het handhavingstraject direct opgestart te worden, terwijl het handhaven van overtredingen die leiden tot zeer geringe aantasting van de omgeving even kan wachten. Onderstaand model geeft schematisch de categorieën uit de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) weer en de daarbij behorende termijnen voor de juridische opvolging (figuur 5). Figuur 5: Categorieën Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) in relatie tot termijn van opvolgingCategorie LHS Mogelijke gevolgen Termijn van juridische opvolging 4 Aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar Direct 3 Van belang Binnen vier weken 2 Beperkt Binnen 12 weken 1 Vrijwel nihil Binnen 26 weken (kennisgeving wraking binnen 14 weken) Afwijken van de handhavingsstrategieIndien de individuele situatie daarom vraagt, kan gemotiveerd worden afgeweken van de geldende maatregel uit de sanctietabel. Er kan zowel een lichtere als zwaardere maatregel worden opgelegd. Meegewogen worden de ernst van de overtreding en/of de mate waarin overlast of risico’s voor de gezondheid of omgeving wordt veroorzaakt. Dat kan leiden tot het oordeel dat er sprake is van een excessieve situatie en/of verzwarende omstandigheden. Sanctietabel WABODe in te zetten sancties zijn uiteengezet in een sanctietabel (zie bijlage 9). In de sanctietabel zijn de bestuurlijke of strafrechtelijke maatregelen (of stappen) weergegeven die door de gemeente Waddinxveen worden opgelegd bij de meest voorkomende overtredingen. In de eerste kolom is het type overtreding vermeld, in de tweede kolom is een eventuele toelichting gegeven op de overtreding. De maatregelen die achtereenvolgens volgens een stappenplan worden opgelegd zijn in de overige kolommen weergegeven als stap 1, stap 2 enzovoort. Over het algemeen geldt: hoe ernstiger de overtreding, des te korter is het handhavingstraject en des te zwaarder de maatregel. Indien een overtreding wordt geconstateerd, die niet specifiek is vermeld in de sanctietabel WABO (zie bijlage 9), zal per geval beoordeeld en gemotiveerd worden welke maatregelen genomen worden. Handhavingsstrategie Drank- en Horecawet (DHW) en exploitatie van een openbare inrichtingVanwege de complexiteit van de wet- en regelgeving en ervaringen in de afgelopen jaren is voor de Drank- en Horecawet en exploitatie van openbare inrichtingen (horeca) een separate handhavingsstrategie en sanctietabel opgesteld (bijlage 9).4Voor paracommerciële instellingen zoals recreatieve instellingen of sportclubs wordt een aparte beleidsregel paracommercie opgesteld. Erfelijke belastingDe maatregelen van de handhavingsstrategie worden toegepast per ondernemer en niet per horecazaak. Als een ondernemer zijn onderneming tussentijds overdraagt aan een ander begint de nieuwe exploitant bij een overtreding vooraan in het stappenplan. Dit om te voorkomen dat de ondernemer wordt belast met de “erfenis” van zijn voorganger. Het aantal overtredingen (de erfelijke belasting) blijft meetellen als de ondernemingsvorm wijzigt, maar dezelfde ondernemer nog steeds betrokken is bij de zaak (bijvoorbeeld wanneer sprake is van een stromanconstructie), of als de ondernemer in de tussentijd zijn vergunning(
  2. en)wijzigt of vernieuwt. Daarnaast geldt de erfelijke belasting indien een beheerder, familielid of partner van de exploitant op dezelfde locatie het gevestigde horecabedrijf overneemt. Van hem of haar mag namelijk worden verwacht dat hij of zij bekend is met het handhavingsverleden ten aanzien van de inrichting. Exploitatie zonder (geldige) vergunningExploiteren van een inrichting mag alleen met een geldige exploitatievergunning. Zolang de exploitatievergunning niet is verleend moet de inrichting gesloten blijven. Dit geldt bijvoorbeeld ook wanneer de exploitatievergunning is verlopen of is ingetrokken en nog geen nieuwe vergunning is verleend. De burgemeester maakt in dergelijke gevallen gebruik van de bevoegdheid om de inrichting te sluiten. Indien de vergunning is ingetrokken of geweigerd of de aanvraag is buiten behandeling gelaten, overtreedt men de regels willens en wetens. Om deze reden wordt het opleggen van een last onder dwangsom overgeslagen en wordt direct tot bestuursdwang, het sluiten van de inrichting, overgegaan. Hersteltermijn/begunstigingstermijnDaar waar een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang wordt opgelegd dient, op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb), een termijn te worden gesteld waarbinnen de in het besluit voorgeschreven herstelmaatregelen kunnen worden uitgevoerd. De lengte van de termijn wordt bepaald aan de hand van het soort overtreding en de termijn waarbinnen deze overtreding redelijkerwijs kan worden verholpen. Bij veel van de in deze handhavingsstrategie genoemde overtredingen gaat het niet zozeer om het ongedaan maken van een overtreding, maar om het voorkomen van herhaling van een overtreding (preventieve last). Een begunstigingstermijn als bedoeld in artikel 5:32a Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) is in dat geval niet nodig, zo blijkt uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als de sanctie voorziet in het schorsen of intrekken van de vergunning of het sluiten van de inrichting, wordt wél een begunstigingstermijn gegeven. Hoogte dwangsom en bestuurlijke boeteIn de sanctietabel is, daar waar de last onder dwangsom de sanctie is, geen hoogte van het dwangsombedrag opgenomen. Hiervoor is gekozen, omdat het per onderneming en situatie kan verschillen welk bedrag een prikkel voor de overtreder vormt om de overtreding ongedaan te maken. Het bedrag wordt per geval bepaald en hoort in redelijke verhouding te staan tot de aard van de overtreding en het herstel ervan. Voor de bestuurlijke boete geldt dat de hoogte wettelijk is vastgelegd in het Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet. Hiervan kan niet worden afgeweken, anders dan via een verlaging, zoals in het Besluit staat. Keuze tussen schorsen of intrekken vergunningDe Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voorziet in de mogelijkheid tot intrekken van de exploitatievergunning. De Drank- en horecawet geeft bij een aantal overtredingen de keuze tussen het schorsen of intrekken van de drank- en horecavergunning. Indien dit laatste zich voordoet, zal per geval beoordeeld en gemotiveerd worden welke maatregel genomen wordt. In sommige gevallen is ander proportioneel optreden mogelijk, zoals het afsluiten van de tapinstallatie of het in beslag nemen van de alcoholhoudende drank. Ook hierbij zal per geval beoordeeld en gemotiveerd worden welke maatregel genomen wordt. VerjaringHet is niet redelijk als overtredingen oneindig mee blijven tellen in het stappenplan voor sanctionering. Daarom geldt er een verjaringstermijn voor in het verleden gesanctioneerde overtredingen met uitzondering van overtredingen van artikel 2.48 APV en artikel 453 van het Wetboek van Strafrecht. Een overtreding waar een waarschuwing of een bestuurlijke maatregel op is gevolgd, blijft gedurende een aaneengesloten tijdvak van twee jaar meetellen om te bepalen welke stap uit het stappenplan moet worden genomen. Dus, indien dezelfde overtreding binnen twee jaar nogmaals wordt geconstateerd dan volgt de volgende stap uit het stappenplan. Indien er een tijdsverloop van meer dan twee jaar zit tussen de laatste overtreding en een nieuwe, zelfde overtreding, dan wordt het stappenplan weer vanaf stap 1 gevolgd. De verjaringstermijn geldt tussen iedere stap uit het stappenplan en vanaf het moment dat de overtreding is geconstateerd. Indien op een geconstateerde overtreding een tijdelijke sluiting of schorsing volgt, wordt de verjaringstermijn verlengd met de duur van de sluiting of schorsing. Sanctietabel DHW en exploitatie horecaIndien de individuele situatie daarom vraagt, kan gemotiveerd worden afgeweken van de geldende maatregel uit de sanctietabel (bijlage 9). Er kan zowel een lichtere als zwaardere maatregel worden opgelegd. Meegewogen worden de ernst van de overtreding en/of de mate waarin overlast of risico’s voor de gezondheid of omgeving wordt veroorzaakt. Dat kan leiden tot het oordeel dat er sprake is van een excessieve situatie en/of verzwarende omstandigheden. Ook kan het exploitatieverleden van de ondernemer een rol spelen. In geval van een opeenstapeling van overtredingen zal er eveneens maatwerk worden toegepast. Dit geldt ook in de situatie dat bij een horeca-inrichting een overtreding plaatsvindt van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en er bij deze horeca-inrichting al eerder andere overtredingen van de APV in het voorafgaande jaar zijn gesanctioneerd. In dit geval worden deze meegewogen bij de in te zetten sanctie. Naar oordeel van de burgemeester kan ook hierbij één of meerdere lichte stappen worden overgeslagen in de sanctionering en wordt over gegaan op een zwaardere maatregel. Indien een overtreding wordt geconstateerd die niet specifiek is vermeld in de sanctietabel, zal per geval beoordeeld en gemotiveerd worden welke maatregelen genomen worden. 5Prioriteiten InleidingIn dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema’s met een hoge prioriteit. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de overige thema’s. Vanwege de verplichting om voor handhaving alle onderwerpen uit te werken zijn de handhavingsthema’s met een gemiddelde en lage prioriteit uitgewerkt en opgenomen in bijlage 5. Figuur 6: Overzicht van veiligheidsvelden, prioriteiten en thema’s.Prioriteit 1: Vergroten leefbaarheid in de wijk (veilige woon- en leefomgeving).InleidingHoe prettig is het wonen in de buurt? De leefbaarheid heeft betrekking op de sociale kwaliteit en de fysieke kwaliteit in de wijk. De sociale kwaliteit gaat over aspecten als betrokkenheid van inwoners bij de buurt, de kwaliteit van sociale netwerken en de mate van informele sociale controle. De fysieke kwaliteit gaat over de inrichting, het onderhoud en beheer van de openbare ruimte. De gemeente speelt een belangrijke rol bij het inrichten van straten, onderhouden van plantsoenen en beheren van de openbare ruimte met als doel een openbare ruimte die wordt gebruikt door iedereen. VisieNaast de gemeente is ook de samenleving nauw betrokken bij het vergroten van de leefbaarheid. Ons uitgangspunt is dat er op de juiste manier gebruik wordt gemaakt van de openbare ruimte en dat inwoners elkaar aanspreken op verkeerd gebruik. Om de leefbaarheid in de wijk nog meer te vergroten kennen inwoners hun buren, weten inwoners elkaar te vinden en zijn zij op de hoogte van wat er speelt in de wijken. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Bewustwording van de regels om de leefbaarheid te vergroten:Inwoners worden geacht wet- en regelgeving te kennen. Zo ook wet- en regelgeving omtrent het gebruik van de openbare ruimte. Om verkeerd gebruik tegen te gaan zet de gemeente in op bewustwording van deze regels door middel van verschillende campagnes. Via social media, thematische acties in de Week van de Veiligheid of door het gesprek aan te gaan met inwoners. Dit kan bijvoorbeeld gaan over foutparkeren waardoor de brandweer een straat niet in kan, het verkeerd aanbieden van huisafval of het niet opruimen van hondenpoep. Spreek elkaar aanDe gemeente stimuleert inwoners met elkaar in gesprek te gaan. Onder het motto: “ik probeer het eerst zelf voordat ik het een ander vraag”, wordt het corrigerend vermogen van inwoners ingezet in plaats van de handhavingsmogelijkheden van de gemeente. Dit kan gaan om het juiste gebruik van de openbare ruimte, maar bijvoorbeeld ook om overlast door buren of het aanspreken of melden van verdachte personen en/of situaties. Daarnaast kan buurtbemiddeling een rol spelen in situaties waarin buren er onderling niet direct uitkomen. Meer bekendheid Meldpunt Openbare Ruimte (FIXI)Via het meldpunt openbare ruimte (FIXI) van de gemeente hebben inwoners de mogelijkheid om op een laagdrempelige manier te melden dat er iets stuk is of opgeruimd moet worden in de openbare ruimte. Dit kan bijvoorbeeld gaan om openbare verlichting die niet werkt, gedumpt afval of een beschadiging van straatmeubilair. Om de meldingsbereidheid van inwoners te vergroten, zet de gemeente in op het vergroten van de bekendheid van het meldpunt. De bekendheid wordt vergroot door heldere communicatie over het meldpunt via verschillende media. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?De leefbaarheid in de wijken van Waddinxveen verbeteren door de eigen verantwoordelijkheid van inwoners te versterken waardoor inwoners zelf actie kunnen ondernemen. De gemeente ondersteunt inwoners bij bestaande initiatieven of het opstarten van nieuwe initiatieven op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Leefbaarheid (schaalscore) Waarstaatjegemeente en veiligheidsmonitor 7.5 (VM 2017) 6.8 (WSJG 2017) 7.8 7.0 Prioriteit 2: Risicogericht toezichthouden en handhaving (veilige woon- en leefomgeving).InleidingEr wordt ingezet op risicogericht toezicht. Hierbij wordt door middel van binnengekomen data (zoals meldingen in Fixi) en beschikbare informatie gekeken waar inzet het meest noodzakelijk is. Er wordt daarbij, waar nodig, gebruik gemaakt van een afwegingskader. Hierin worden de waarschijnlijkheid (kans) en de gevolgen (impact) tegen elkaar afgewogen. Toezicht en handhaving kan hierdoor effectiever worden ingezet. VisieDoor het toepassen van risicogericht toezichthouden en handhaven is de gemeente in staat om in te spelen op actuele thema’s en kan duidelijk worden beargumenteerd waarom bepaalde thema’s en/of locaties voorrang krijgen. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Risicogericht toezichthoudenOp basis van beschikbare informatie wordt doorlopend bepaald waar de inzet het meest noodzakelijk is. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de methodiek bij de interventiematrix (bijlage 9). Flexibel cameratoezicht in de openbare ruimteWe zorgen dat we de juiste instrumenten voorhanden hebben voor een eventuele inzet van flexibel cameratoezicht op een locatie waar sprake is van een veiligheidsprobleem (ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid). Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Door risicogericht te werken vindt toezicht en handhaving gerichter en doelmatiger plaats.5Het is niet mogelijk om voor dit thema een meetbare indicator op te nemen. Prioriteit 3: Nieuwe samenwerkingen gemeente en ondernemers (bedrijvigheid en veiligheid).Inleiding:Het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) is een samenwerking tussen ondernemers, woningcorporatie Woonpartners Midden-Holland, hulpdiensten en de gemeente. Gezamenlijk wordt er een schouw van het gebied gemaakt om problemen inzichtelijk te maken en deze samen aan te pakken. Deze samenwerking levert een positieve bijdrage aan een veilig en leefbaar winkelgebied of bedrijventerrein. VisieKVO gebieden dragen bij aan een veilig en leefbaar Waddinxveen. Een toename van het aantal KVO’s zoals winkelgebied Groensvoorde en bedrijventerrein Doelwijk kan hier verder aan bijdragen. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Verkenning uitbreiding aantal KVO’sIn de gebieden waar nog geen KVO bestaat is het belangrijk om in gesprek te gaan met ondernemers om na te gaan of er behoefte is aan versterkte samenwerking met de gemeente, brandweer en politie om te werken aan een veilige woon- en leefomgeving. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?In gebieden waar draagvlak onder ondernemers bestaat wordt een samenwerking aangaan met ondernemers in de vorm van een KVO om de woon- en leefomgeving schoon, heel en veilig te houden. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Aantal KVO’s in Waddinxveen CCV 4

(2018)5 Prioriteit 4: groepsaanpak jongeren (zorg en veiligheid).InleidingDit thema heeft betrekking op jeugdoverlast (het veroorzaken van overlast door groepen jongeren) en jeugdcriminaliteit. Overlast is in grote mate een subjectief begrip en hangt nauw samen met het tolerantieniveau van de omgeving. Bij dit thema staan ook de individuele risicojongeren centraal. Het gaat om jongeren met meerdere antecedenten – ‘veelplegers’ – die in bepaalde opzichten de maatschappelijke aansluiting hebben verloren. Signalen en zorgen over (individuele) jongeren moeten vroegtijdig een plek krijgen in de integrale samenwerking tussen veiligheids- en zorg/hulpverleningspartners. VisieOm jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit in de toekomst te voorkomen is het van belang om zorgen en signalen in een zo vroeg mogelijk stadium te herkennen en hierop te acteren. De aanpak van jeugdcriminaliteit is het meest effectief aan de voorkant, waarbij zorg-, veiligheids- en hulpverleningspartners proactief en preventief samenwerken in een persoonsgerichte aanpak (PGA). Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?VroegsignaleringDoor de communicatie in het voorveld te verbeteren herkennen partners signalen eerder en kunnen zij hier eerder op acteren. Door structureel overleg wordt er meer inzicht verkregen in het gemeenschappelijk belang en elkaars mogelijkheden om te acteren. Zo vindt er een structureel overleg plaatst tussen het Coenecoop College, de politie en de gemeente. Daarnaast is er een maandelijkse overleg, genaamd zesmanschap, hierin nemen naast de gemeente de volgende partijen deel: Stichting Jeugd- en Jongerenwerk, leerplichtambtenaar, politie Waddinxveen – Zuidplas (senior jeugd), Buitengewoon Opsporingsambtenaren, Jeugd Preventie Team, en Halt. Dit leidt tot het eerder herkennen van en acteren op signalen, waarbij ook duidelijk wordt waar iemand om hulp kan vragen. Dit overleg wordt de komende beleidsperiode voortgezet. Aanpak structurele jeugdoverlastlocatiesZowel bij de gemeente als bij de politie worden meldingen van jeugdoverlast gedaan. Overlast is in grote mate een subjectief begrip en hangt nauw samen met het tolerantieniveau van de omgeving. Bij meldingen van jeugdoverlast wordt er contact opgenomen met de melder en wordt er onder andere ingegaan op de acceptatie van jeugdoverlast. Bij constatering van structurele jeugdoverlastlocaties wordt er een locatiegebonden plan van aanpak opgesteld. Hierbij wordt onder andere gekeken naar maatregelen die genomen kunnen worden in de inrichting van het gebied, toezicht en handhaving, in gesprek met omwonenden (Tent in de wijk bijeenkomst) etc. Aanpak problematische jeugdgroepenJeugdgroepen zijn tegenwoordig veel minder zichtbaar als vaste groep. Jongeren bewegen zich in los- vaste netwerken en ontmoeten elkaar op social media. Voor het in kaart brengen van jeugdgroepen wordt gebruik gemaakt van het 7-stappenmodel67-stappenmodel Wegwijzer Jeugd en Veiligheid 2017. Mocht er uit stap 2 (de groepsscan) blijken dat er sprake is van een problematische jeugdgroep dan wordt er vanuit drie invalshoeken geacteerd: groepsgericht, gezinsgericht en persoonsgericht. De groepsgerichte aanpak kan bestaan uit het organiseren van groepsactiviteiten en het aanspreken op onacceptabel (groeps)gedrag. En de gezinsgerichte aanpak focust zich op de hulpvragen binnen het gezin (1 gezin, 1 plan en 1 regisseur). Gebruik JeugdMATCH stimulerenIn de wet op de jeugdzorg staat dat professionele hulpverleners de naam van kinderen en jongeren tot 23 jaar in de verwijsindex moeten zetten als zij zich zorgen maken over hun persoonlijke ontwikkeling. JeugdMATCH is een online systeem dat professionals makkelijker met elkaar in contact brengt. JeugdMATCH is als regionaal systeem gekoppeld aan de landelijke Verwijsindex. Wanneer meerdere professionals betrokken zijn en dat in JeugdMATCH zetten, krijgen ze een mailtje met elkaars contactgegevens (dit heet een match). Zo kunnen ze sneller en beter samenwerken. Jeugdmatch is enkele jaren geleden regionaal geïmplementeerd. De praktijk wijst echter uit dat het gebruik van het systeem de afgelopen periode is afgenomen. Het gebruik van JeugdMATCH wordt de komende beleidsperiode extra onder de aandacht gebracht. Persoonsgerichte aanpak (PGA)Een PGA is een belangrijk onderdeel van de lokale veiligheidsaanpak. De PGA heeft als doel om met preventieve en repressieve interventies patronen van criminaliteit en overlast te doorbreken. Geprioriteerde personen worden naar een zorg- en/of justitieel traject geleid. In het Veiligheidshuis Hollands Midden worden geprioriteerde personen besproken in een casusoverleg waarbij er een integraal plan van aanpak voor deze persoon wordt opgesteld. Hierbij wordt het volgende stappenplan aangehouden (figuur 7). Figuur 7: Overzicht werkproces ‘Aanpak problematische jeugdgroepen en groepsgedrag’ Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Met ketenpartners en inwoners wordt er gewerkt aan de aanpak van overlastgevend gedrag van jeugdgroepen en de acceptatie van jeugd in de wijk. Jeugdgroepen of risicojongeren worden structureel gemonitord (groepsscan) en worden aangepakt vanuit drie invalshoeken: groepsgericht, gezinsgericht en persoonsgericht. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Aantal groepsscans problematische jeugdgroepen Politie 1
(2018)2 (per jaar) Aantal meldingen jeugdoverlast Politie & gemeente 303
(2017)< 200 Ervaart veel overlast van hangjongeren (%) Veiligheidsmonitor 5,2
(2017)< 5% Prioriteit 5: Verkeersveiligheid (fysieke veiligheid).InleidingVerkeersveiligheid heeft betrekking op de veiligheid van verkeer voor verkeersdeelnemers in het algemeen, voor specifieke doelgroepen en in bepaalde gebieden (woongebied, scholen, winkelgebied e.d.). Deze veiligheid wordt beïnvloed door fysieke factoren (infrastructuur) en het rijgedrag van verkeersdeelnemers. Hierbij kunnen objectieve verkeersveiligheid, subjectieve verkeersveiligheid en verkeers- en parkeeroverlast onderscheiden worden. VisieDoor de inrichting van de wegen en straten volgens het Duurzaam Veilig principe wordt de verkeersveiligheid en aanrijtijden van hulpdiensten verbeterd. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Inzet risicogroepUit onderzoek blijkt dat de meeste verkeersslachtoffers onder ouderen en jongeren vallen. Daarom is het van belang de 3 E’s in acht nemen: Education, Engineering en Enforcement. Met Education wordt bedoeld voorlichting, verkeerslessen op school, informatie voor bewoners en weggebruikers. Met Engineering wordt het inrichten van wegen bedoeld: in Waddinxveen wordt zoveel mogelijk het Duurzaam Veilig inrichtingsprincipe toegepast. Met Enforcement bedoelen we handhaving. Handhaving is het laatste middel dat wordt ingezet om (verkeers)gedrag te beïnvloeden. Inrichting van wegenIn Waddinxveen wordt het Duurzaam Veilig principe toegepast om wegen in te richten, waardoor een eenduidig beeld ontstaat en weggebruikers weten welk gedrag er thuishoort in de omgeving. Ook bereikbaarheid van hulpdiensten is belangrijk en hangt hiermee samen: inrichting van de weg heeft invloed op rijgedrag wegverkeer en ook op haalbaarheid aanrijtijden HulpdienstenDe aanrijtijden van hulpdiensten kunnen niet overal in Waddinxveen worden gehaald. De hulpdiensten (ambulance, politie en brandweer) kunnen gezamenlijk de essentiële hulpverleningsroutes vaststellen en deze voorleggen aan de gemeente. Die routes moeten met minimaal 50 km per uur te passeren zijn. Verkeersdrempels zijn voor hulpdiensten niet prettig en vormen obstakels, omdat het de voertuigen van hulpdiensten afremt en de aanrijtijden daardoor langer worden. Ook zijn verkeersdrempels niet altijd de oplossing voor verkeersveiligheid aangezien er in Waddinxveen snel sprake is van verzakking. Daarnaast kunnen verkeersdrempels leiden tot schade en geluidsoverlast. De maatregelen die worden genomen om de bereikbaarheid van de hulpdiensten te verbeteren en parkeerproblemen aan te pakken worden voortgezet. Bewoners worden bewust gemaakt van hun eigen mogelijkheden door voorlichting (bijvoorbeeld door acties met brandweerauto’s), flyers en informatie over onderwerpen als shared space, snelheid en een duurzame, veilige inrichting van wegen. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Het vergroten van de bewustwording onder inwoners en werken aan het verder aanpassen van de inrichting van openbare wegen om de verkeersveiligheid in Waddinxveen te verhogen. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Ervaart veel verkeersoverlast (%) Veiligheidsmonitor 30
(2017)< 30 Aantal parkeerknelpunten op basis van parkeerbeleid Parkeeronderzoek en parkeerbeleid 23
(2014)15 Prioriteit 6: Informatie gestuurd toezichthouden en handhaven (fysieke leefomgeving).InleidingBij informatiegestuurd toezichthouden en handhaven gaat het vooral om het combineren van diverse interne en externe informatiebronnen. Deze informatie levert inzicht op om beperkte handhavingsmiddelen efficiënt in te zetten. Er wordt inzichtelijk gemaakt op welke plaatsen, tijden en thema’s inzet wenselijk is. Door een combinatie te maken tussen informatiegestuurd en risicogericht toezichthouden en handhaven kan de gemeente effectiever, efficiënter en flexibeler inspelen op veiligheids- en leefbaarheidsvraagstukken. VisieDoor informatiegestuurd toezicht te houden en te handhaven kan de gemeente effectiever, efficiënter en flexibeler opereren op het gebied van veiligheids- en leefbaarheidsvraagstukken. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Het inrichten en in stand houden van de informatievoorzieningInformatie gestuurd werken vraagt om een nieuwe benadering van reeds beschikbare informatie. Systemen zoals het meldingssysteem van de gemeente worden aangepast en voorzien in managementinformatie Daarnaast worden bestaande systemen, zoals het handhavingssysteem van de BOA’s uitgebreid om deze informatie verder te verrijken. De gemeente kan hierdoor de beperkte capaciteit zo efficiënt mogelijk inzetten. Daarnaast levert het een bijdrage aan een intelligente integrale aanpak van diverse veiligheidsproblemen. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Door informatiegestuurd te werken wordt de beperkte toezicht- en handhavingscapaciteit effectiever en efficiënter ingezet. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Inrichten informatiesysteem Gemeentelijke handhaving 0 1 Prioriteit 7: herkennen van signalen criminaliteit en onveiligheid (integriteit en veiligheid).InleidingBinnen de gemeente kunnen op verschillende plekken signalen terecht komen op het gebied van ondermijning, polarisatie, radicalisering en andere vormen van criminaliteit. Bijvoorbeeld aan de balie bij het aanvragen van een nieuw identiteitsbewijs of paspoort. Maar ook bij het aanvragen van een vergunning. VisieHet is van belang dat signalen van criminaliteit en onveiligheid worden herkend. Het herkennen en melden van signalen door ambtenaren en bestuurders van de gemeente zorgt ervoor dat ook de meer onzichtbare vormen van criminaliteit zoals ondermijning beter in beeld komen. Met het in beeld brengen van signalen kan een gerichte aanpak gemaakt worden en criminaliteit en onveiligheid worden tegengegaan. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?BewustwordingHet bewust maken van ambtenaren en bestuurders binnen de gemeentelijke organisatie over de veiligheidsrisico’s van verschillende vormen van criminaliteit draagt bij aan het herkennen van signalen van criminaliteit en onveiligheid. Het vergroten van de bewustwording wordt gedaan door onder meer voorlichting en informatie te geven over ondermijning, criminaliteit, polarisatie en radicalisering. MeldenWanneer signalen sneller herkend worden, worden meer meldingen gedaan. Ambtenaren en bestuurders leren signalen herkennen. Ook leren zij waar zij melding kunnen doen van signalen van mogelijke criminaliteit of onveiligheid. Dit wordt bereikt door het geven van presentaties binnen de organisatie. Dit heeft als doel dat signalen vroegtijdig opgepakt worden, er een duidelijke lijn is en alle signalen op één plek terecht komen. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Ambtenaren en bestuurders zijn in staat signalen te herkennen die wijzen op ondermijning, criminaliteit, polarisatie en radicalisering en weten dit bij de juiste personen en/of instanties aan te kaarten. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Aantal ontvangen signalen criminaliteit en onveiligheid Interne informatie 2019 - Er is voor gekozen om in dit geval geen streefwaarde te benoemen. Dit omdat een toename van het aantal signalen niet per definitie een probleem is. Een toe- of afname van het aantal meldingen hangt samen met meerdere ontwikkelingen waaronder de mate en frequentie waarop de gemeente aandacht vraagt voor dit onderwerp. Prioriteit 8: Aanpak ondermijnende criminaliteit (integriteit en veiligheid).InleidingBij dit thema gaat het om vormen van georganiseerde criminaliteit die zich voordoen in gemeenten waarbij in bepaalde mate gebruik (misbruik) gemaakt wordt van gemeentelijke voorzieningen en beschikkingen (waaronder vergunningen en aanbestedingen). VisieIn Waddinxveen zetten wij ons samen met onze ketenpartners in om ondermijnende criminaliteit tegen te gaan. Per casus wordt bekeken welk instrument van welke partner het beste ingezet kan worden om het gestelde doel te bereiken. In samenwerking met ketenpartners worden daarnaast barrières opgeworpen om georganiseerde criminaliteit te bestrijden. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Integrale aanpak gericht op ondermijningDe gemeente en ketenpartners als het Regionale Informatie en Expertise Centrum (RIEC), Haags Economisch Interventieteam (HEIT) en politie versterken de samenwerking. Per casus wordt bekeken welke aanpak het beste aansluit om zo gezamenlijk ondermijning te bestrijden. Toezicht en handhaving digitaal opkopersregister (DOR)Het DOR faciliteert opkopers bij het registreren van de goederen die zij aankopen. Een bijkomend voordeel is dat op deze wijze ook meer gegevens over het gekochte goed en de verkoper worden geregistreerd. Daarnaast kan het systeem worden gekoppeld aan onder andere het politiesysteem, hiermee kan gecontroleerd worden of een goed als gestolen geregistreerd staat. Het gebruiken van het DOR door opkopers is verplicht. Toezicht en handhaving van het op de juiste manier gebruiken van het DOR kan worden uitgevoerd door de politie en de BOA. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?De gemeente en haar ketenpartners zijn beter in staat om van elkaars mogelijkheden gebruik te maken in de aanpak van ondermijning. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Toezichtmomenten DOR Gemeentelijke handhaving 0
(2018)1 (per opkoper) Handhavingstrajecten DOR Gemeentelijke handhaving 0
(2018)Bepaald a.d.h.v. nulmeting 6Overige thema’s InleidingIn het voorgaande hoofdstuk is ingegaan op de thema’s met een hoge prioriteit. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de overige thema’s die van belang worden geacht. Vanwege de regelgeving rond handhaving zijn de handhavingsthema’s met een gemiddelde en lage prioriteit uitgewerkt en opgenomen in bijlage 5. Veiligheidsveld 1: Veilige woon- en leefomgevingEen veilige woon- en leefomgeving betreft de sociale en fysieke kwaliteit van de leefomgeving en het veiligheidsgevoel. Denk hierbij aan hoe buren met elkaar omgaan, hoe de openbare ruimte eruit ziet, veiligheidscijfers, zoals woninginbraken, fietsendiefstal en het gevoel van veiligheid. Thema 9: Vergroten bekendheid Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA)InleidingBOA’s zetten zich in voor de leefbaarheid in de wijken. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor het geven van uitleg over regels. Dit gaat bijvoorbeeld over het hondenbeleid, parkeren van voertuigen of aanbieden van afval. Zij gaan met inwoners in gesprek en treden handhavend op wanneer dat nodig is. In 2016 is gestart met het opzetten en uitbreiden van de BOA-organisatie binnen de gemeente Waddinxveen. De signalerende en controlerende rol die zij vervullen, maakt dat zij zichtbaar en bekend moeten zijn voor zowel de inwoners als veiligheidspartners en collega’s van de gemeente Waddinxveen. VisieDe BOA’s zijn voor een groot aantal inwoners al een bekend gezicht op straat. Deze bekendheid wordt verder vergroot onder zowel inwoners als professionals. Door middel van een heldere communicatie en zichtbare samenwerking vergroot het de bekendheid, weet men wie de BOA’s zijn en wat de taken en bevoegdheden zijn. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Sociale mediaSociale media zoals Facebook, Twitter en Instagram zijn communicatiemiddelen die door de overheid steeds vaker ingezet worden. Om meer bekendheid over de rol, taken en werkzaamheden van de buitengewoon opsporingsambtenaren te creëren is sociale media een snel en gemakkelijk communicatiemiddel. Op deze manier worden zowel inwoners als professionals op een laagdrempelige wijze geïnformeerd. Ketenoverleg (intern en extern)Bij de aanpak van veiligheid en leefbaarheid in de wijken wordt samengewerkt met verschillende ketenpartners. De BOA’s zijn namens de gemeente zichtbaar in de wijk aanwezig en daarmee een aanspreekpunt voor inwoners. Om de bekendheid van BOA’s onder de ketenpartners te vergroten sluiten zij aan bij verschillende (reeds bestaande) ketenoverleggen. Dit draagt bij aan een betere samenwerking bij de aanpak van veiligheid en leefbaarheid in Waddinxveen. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?De bekendheid van de Buitengewoon Opsporingsambtenaren in wijken en buurten vergroten door het verbeteren van de zichtbaarheid voor zowel inwoners als veiligheidspartners en collega’s van de gemeente Waddinxveen. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 (zeer) Tevreden aanpak gemeente op leefbaarheid en veiligheid (%) Veiligheidsmonitor 42 50 Thema 10: Meer gezamenlijke buurtactiviteiten (denk mee en doe mee!)InleidingBinding tussen inwoners zorgt ervoor dat mensen zich prettig voelen in hun wijk. Het organiseren van activiteiten door inwoners is een vorm van sociaal ondernemen en versterkt de samenwerking tussen inwoners, overheid en professionals. Denk hierbij aan de buitenbioscoop, buurtpreventie en BuurtWhatsApp-groepen. Wijkplatforms vervullen een belangrijke rol bij het vergroten van de leefbaarheid en vormen de schakel tussen inwoners en gemeente. Vanuit het wijkbudget is hiervoor financiële ondersteuning mogelijk. VisieInwoners vormen de ogen en oren van de eigen leefomgeving. De gemeente en wijkplatforms stimuleren, faciliteren en ondersteunen initiatieven vanuit inwoners die de leefbaarheid en veiligheid in de wijk vergroten. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?ZelforganisatieSociale cohesie wordt ook wel omschreven als de samenhang tussen mensen in een gemeenschap en de bereidheid van inwoners om een actieve rol te spelen in de buurt, elkaar te informeren en elkaar te helpen. Om de bewustwording van deze verantwoordelijkheid onder inwoners te vergroten communiceert de gemeente met informatie over de kracht van de samenleving met betrekking tot veiligheid en leefbaarheid. Stimuleren burgerinitiatievenDe gemeente en wijkplatforms stimuleren en faciliteren inwoners bij initiatieven op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. Hierbij kijkt de gemeente naar mogelijkheden en helpt initiatieven van inwoners realiseerbaar maken. Bijvoorbeeld door middel van het delen van kennis, ondersteunen met financiële middelen of het verbinden van inwoners met de juiste partijen. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?In Waddinxveen worden burgerinitiatieven gestimuleerd, gefaciliteerd en ondersteund door gemeente en wijkplatforms. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 De gemeente ondersteunt burgerinitiatieven Waarstaatjegemeente.nl 3.2 (schaal op 5) 3.3 Sociale cohesie Veiligheidsmonitor 6.1 6.3 Veiligheidsveld 2: bedrijvigheid en veiligheidDit veiligheidsveld gaat over veilige winkelgebieden, bedrijventerreinen en evenementen voor ondernemers en bezoekers. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld het tegengaan van winkeldiefstallen, overvallen, zwerfvuil of verloedering. Thema 11: Samenwerking Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) versterkenInleidingHet Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) is een samenwerking tussen ondernemers, woningcorporatie Woonpartners Midden-Holland, hulpdiensten en de gemeente. Het doel van een KVO is een schoon, heel en veilig winkelgebied of bedrijventerrein. In hoofdstuk 4 prioriteit 2: Nieuwe samenwerkingen gemeente en ondernemers (bedrijvigheid en veiligheid) is reeds ingegaan op het uitbreiden van het aantal KVO’s. VisieDe huidige KVO samenwerkingen worden gecontinueerd en versterkt. De samenwerking wordt versterkt door het verdelen van de verantwoordelijkheden en het vergroten van de bewustwording voor het nemen van deze verantwoordelijkheden. Dit gaat gepaard met een heldere communicatie en het benadrukken van het gemeenschappelijke doel. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Evalueren KVOHet laatst opgezette KVO is het KVO Gouweplein. Gelet op de ontwikkelingen in het centrum zal dit KVO geëvalueerd worden waarbij duidelijk wordt op welke punten de samenwerking en de veiligheid nog meer verbeterd kunnen worden. De samenwerking tussen ondernemers, hulpdiensten, gemeente en woningcorporatie versterken en verbeteren draagt bij aan het adequater oppakken van veiligheidsproblemen, doordat problemen bij de juiste partij terecht komen en snel aangepakt worden. Ook wordt tijdens de evaluatie gekeken of er voldoende maatregelen én de juiste maatregelen zijn getroffen. Daarbij staat het gezamenlijke doel centraal. Verbeterpunten opstellen en uitvoeren naar aanleiding van de evaluatieNadat de evaluatie is uitgevoerd worden concrete verbeterpunten opgesteld. Dit kunnen verbeterpunten zijn op de samenwerking, zoals bijvoorbeeld taken, verantwoordelijkheden of het benutten van kennis. Daarnaast kunnen verbeterpunten doorgevoerd worden die aansluiten bij het aanpakken van overlast, criminaliteit en achterstallig onderhoud. Het opstellen en uitvoeren van deze verbeterpunten wordt gedaan met de gehele werkgroep. Op termijn zal bekeken worden of deze werkwijze ook wenselijk is voor de overige KVO’s. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?De KVO’s worden versterkt zodat de huidige samenwerkingen optimaal benut worden om het gemeenschappelijke doel te behalen: een schoon, heel en veilig winkelgebied of bedrijventerrein. Wat is doelstelling die we kunnen meten?Indicator Bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Evaluatie KVO KVO-werkgroep 2019 (1 per jaar) Wordt vastgesteld a.d.h.v. de nulmeting. Thema 12: Vergroten verantwoordelijkheid ondernemersInleidingOndernemers zijn verantwoordelijk voor de veiligheid in en om hun bedrijf en daarmee ook voor de veiligheid van personeel en klanten. Voorbeelden hiervan zijn een nette uitstraling van de winkel om verloedering tegen te gaan. Maar ook het veilig bevoorraden van de onderneming door de leveranciers of het dusdanig inrichten van de winkel zodat de kans op een overval tot een minimum beperkt wordt. VisieOndernemers nemen verantwoordelijkheid voor het veilig maken of houden van de onderneming en de omgeving van de onderneming. Dit zorgt voor veiligheid binnen en buiten het bedrijf voor personeel en klanten. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Financiële prikkel ondernemersDe gemeente onderzoekt verdere mogelijkheden voor het geven van een financiële prikkel aan ondernemers. Deze financiële prikkel moet bijdragen aan het vergroten van de verantwoordelijkheid bij ondernemers op het gebied van veiligheid in en om de onderneming. Bij het onderzoeken naar mogelijkheden wordt gekeken naar ervaringen van andere gemeenten, de wet- en regelgeving omtrent dit onderwerp en wordt er een kosten-batenanalyse gemaakt. Op dit moment kunnen ondernemers onder voorwaarden een financiële bijdrage krijgen door het ondernemersfonds. CentrummanagerVoor het winkelcentrum Gouweplein is al enige tijd een centrummanager actief. Een centrummanager is iemand die namens de ondernemers zorg draagt voor een winkelgebied of bedrijventerrein. Veiligheid, aantrekkelijkheid, leegstand en evenementen zijn thema’s die aan de orde kunnen komen. Een centrummanager wordt gefinancierd uit een ondernemersvereniging en komt op voor de belangen van ondernemers. Ook kan hij of zij namens de ondernemers aanspreekpunt zijn voor de gemeente, politie en/of andere partijen. Er is behoefte aan inzicht in de mogelijkheden en taken die een centrummanager kan bieden. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?De gemeente Waddinxveen stimuleert ondernemers om de verantwoordelijkheid van ondernemers te vergroten voor een veilig(e) bedrijf(somgeving) voor personeel en klanten. Wat is doelstelling die we kunnen meten?Indicator Bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Voelt zich wel eens onveilig in centrum of winkelgebied? “Zelden of nooit” Veiligheidsmonitor 71%
(2017)75% Thema 13: Inzetten op strijdig gebruik bestemmingsplanInleiding:Regels rond planologisch gebruik zijn (tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet) vastgelegd in bestemmingsplannen. Van ondernemers en inwoners wordt verwacht dat zij bouwwerken en grond volgens deze regels gebruiken. Verkeerd gebruik kan gezondheids- en veiligheidsrisico’s met zich meebrengen voor zowel de gebruiker als de omgeving. Daarnaast kan er overlast ontstaan. Toezicht op en handhaving van planologisch gebruik is uitbesteed aan de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) onder regie van de gemeente. VisieDoor het vergroten van het naleefgedrag op het gebied van planologische regelgeving worden gezondheids- en veiligheidsrisico’s teruggebracht en overlast voorkomen. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Illegale bewoningHet bestemmingsplan beschrijft hoe een pand gebruikt mag worden. Het bewonen van bedrijfspanden of bedrijfs- en recreatiewoningen is vaak in strijd met het bestemmingsplan. Toezicht vindt plaats op basis van signalen en gebiedstoezicht. Huisvesting middels kamerverhuurIn de beleidsperiode 2015-2018 is ingezet op het project illegale bewoning. Deze controles worden gecontinueerd in het kader van kamerverhuur. Uitgangspunt is het vergroten van naleving waarbij oog wordt gehouden voor de weerbaarheid van inwoners. Er wordt tevens ingezet op illegale bewoning, overbewoning, brandveiligheid en andere vormen van strijdig gebruik. Toezicht vindt plaats op basis van signalen en gebiedstoezicht. Daarnaast worden beleidsregels opgesteld in het kader van kamergewijze verhuur. Deze regels worden gecommuniceerd. Detailhandel en horeca in strijd met bestemmingsplanDe voorwaarden van het gebruiken van een pand of grond in het kader van horeca of detailhandel is omschreven in een bestemmingsplan. Beide vormen van gebruik geven vaak een extra belasting op de omgeving. Om overlast te voorkomen zijn specifieke locaties aangewezen waar detailhandel of horeca mag worden gevestigd. Toezicht vindt plaats op basis van signalen en gebiedstoezicht. Toezicht op vergunningen voor tijdelijk gebruikEr wordt toezicht gehouden op omgevingsvergunningen voor tijdelijk gebruik. Er wordt per vergunning minimaal één toezichtsmoment gehanteerd. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Ondernemers en inwoners zijn zich beter bewust van de geldende regelgeving en het naleefgedrag wordt verder verhoogd. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Aantal geconstateerde overtredingen ODMH 18
(2017)- Aantal handhavingstrajecten ODMH 18
(2017)- Er is voor gekozen om in dit geval geen streefwaarde te benoemen. Dit omdat het aantal toezicht momenten en handhavingstrajecten van meerdere externe factoren afhankelijk is. Het is dan ook niet mogelijk een causaal verband op voorhand te benoemen. In de tweejaarlijkse evaluatie voortkomend op dit beleid zullen de indicatoren wel worden benoemd. Oorzaak en gevolg van eventuele af- of toenames van toezicht momenten en handhavingstrajecten kunnen dan worden toegelicht zonder dat zij een doel op zich worden. Veiligheidsveld 3: zorg en veiligheidDit thema heeft betrekking op het tijdig signaleren van problemen bij jongeren op school en op straat, de aanpak van (huiselijk) geweld, verslavingsproblematiek en personen met verward gedrag. Thema 14: Versterken aanpak personen met verward gedragInleidingDe laatste jaren is er veel aandacht voor de stijging van incidenten die gerelateerd worden aan personen met verward gedrag. Verward gedrag is situatie afhankelijk: de omgeving bepaalt de norm en kan bijdragen aan een oplossing, maar ook aan een escalatie. Onder personen met verward gedrag wordt verstaan: ‘mensen die de grip op hun leven (dreigen
  1. te)verliezen, waardoor het risico aanwezig is dat zij zichzelf of anderen schade berokkenen.8Schakelteam Personen met verward gedrag, 2016, 2017. Verward gedrag is een zeer breed begrip waarbij er onderscheid gemaakt wordt in vier categorieën: Figuur 8: Schakelteam: vier categorieën voor mensen die verward gedrag vertonen. VisieHet is van belang dat personen met verward gedrag laagdrempelig toegang hebben tot de juiste hulp. Er wordt in samenwerking met ketenpartners en inwoners gewerkt aan het signaleren van verward gedrag waarbij er gekeken wordt naar het acceptatieniveau van de omgeving en er handvatten worden aangereikt. Het is duidelijk waar signalen van verward gedrag gemeld kunnen worden en hoe deze signalen worden opgepakt. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Verbinding zorg en veiligheidDe veiligheidspartners (BOA’s, wijkagenten etc.) kunnen een belangrijke signalerende rol vervullen als het gaat om personen met verward gedrag. Het is belangrijk dat veiligheid- en zorgprofessionals elkaar weten te vinden en weten wat ze van elkaar mogen verwachten. Het sociaal domein Waddinxveen is ingedeeld in twee teams waar de hulpvraag van de inwoner centraal staat. Dit is Wadwijzer (preventieteam) en het Sociaal Team. In beide teams is expertise aanwezig op het gebied van GGZ problematiek. In Wadwijzer is dit belegd bij de GGZ’er in de Wijk, deze gaat outreachend (zoekt hulpvrager
  2. op)te werk. Implementatie Wet verplichte GGZ (Wvggz)De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is onlangs aangenomen. De nieuwe wet reguleert verplichte zorg in plaats van gedwongen opname en moet gedwongen opname zoveel mogelijk voorkomen. De invoerdatum van de Wvggz is naar verwachting per 2020. Daarnaast kent de nieuwe wet ook de mogelijkheid voor inwoners om hun zorgen over personen met verward gedrag actief te melden bij de burgemeester. Deze wet wordt in Waddinxveen geïmplementeerd waarbij er expliciet aandacht wordt besteed aan een centraal meldpunt en acceptatieniveau van de omgeving en handvatten. AcceptatieSinds april 2018 beschikt Waddinxveen over een nieuwe voorziening genaamd het Bruisnest. Bruisnest is een initiatief van Kwintes en richt zich op inwoners die in een sociaal isolement verkeren. Het Bruisnest is een ontwikkelplaats waar mensen hun kwaliteiten en talenten kunnen inzetten om zo door te groeien naar een plek in de maatschappij. Het Bruisnest is toegankelijk voor iedereen en diagnoses zijn hier niet belangrijk. Bruisnest staat voor samen sterk zonder stigma. De activiteiten van Bruisnest in Waddinxveen dragen bij aan de acceptatie van afwijkend gedrag. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Door vroegsignalering, een centraal meldpunt en bevordering van acceptatie van personen met verward gedrag wordt het subjectieve veiligheidsgevoel en de objectieve veiligheid vergroot. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Overlastmeldingen gerelateerd aan personen met verward gedrag Politie 177
(2017)130
(2021)Overlastmeldingen gerelateerd aan personen met verward gedrag (WGGZ)9Nulmeting niet mogelijk. Wet GGZ moet nog geïmplementeerd worden. Gemeente - - Ervaren sociale overlast in Waddinxveen (Veiligheidsmonitor) (%) Gemeente (Veiligheidsmonitor) 10,1%
(2017)< 10%
(2021)Thema 15: Veilig gebruik Social Media door jongerenInleidingJeugd kan zowel dader als slachtoffer zijn van onveiligheid; thuis, in de buurt, bij het uitgaan maar ook op school. Zorgen zijn er eveneens over veel incidenten op en rondom scholen en het gebruik daarbij van social media. Sociale media zijn niet meer weg te denken bij jongeren. Dit kan ook risico’s met zich mee brengen door bijvoorbeeld het meedoen aan challenges (online uitdaging tot extreme opdrachten) of sexting. Het blijkt in de praktijk vaak lastig om snel in te zetten op nieuwe trends. VisieJongeren zijn zich bewust van de mogelijke gevaren die social media met zich meebrengen. Zij zijn weerbaar en in staat eigen keuzes hierin te maken. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?VoorlichtingEr vindt structurele voorlichting plaats op scholen over veilig gebruik van social media. Op basisscholen wordt er een programma aangeboden door diverse partijen, waaronder Centrum Jeugd Gezin, Halt, Brijder en de politie, waaronder het Educatief Programma Jongeren (EPJO). Samen met het voortgezet onderwijs (Coenecoop College) wordt er gewerkt aan een driejarenprogramma waarin onderdelen als het Mobile Media Lab, Cool Choice Day etc. terugkerend aan de orde komen. Deze onderdelen zijn gericht op het veilig gebruik van social media, weerbaarheid en middelengebruik. SignaleringOp het gebied van social media volgen nieuwe trends elkaar snel op. Het is van belang dat veiligheid- en zorgprofessionals signalen van sexting en challenges met elkaar delen en actief met elkaar samenwerken. Hiervoor is het nodig dat het netwerk in kaart gebracht is en dat reeds aanwezige kennis bij bijvoorbeeld Brijder wordt gebruikt. De jeugdagent vervult een belangrijke rol in het onderling contact tussen scholen en de politie. Daarnaast is er aandacht voor de negatieve gevolgen en wordt er verwezen naar passende hulp. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Veiligheid- en Zorgprofessionals versterken elkaar in de aanpak van veilig social media gebruik en delen actief signalen die wijzen op trends. Wat is doelstelling die we kunnen meten? indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Leerlingen in 1e klas die voorlichting hebben gehad over social media/sexting (in %). GGD / Halt / Politie 30%
(2017)95% Het aantal gemelde incidenten of aangiften van sexting Politie/ Coenecoop 2
(2017)5 Noot: het is van belang dat slachtoffers melding maken of aangifte doen van sexting. Een hoger cijfer hierbij betekent expliciet niet dat er ook meer gevallen van sexting zijn, maar dat er meer in beeld is. Thema 16: Zorgen om (huiselijk) geweldInleidingOnder huiselijk geweld wordt verstaan: “Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke- of familiekring van het slachtoffer wordt gepleegd. Het woord huiselijk verwijst niet naar de plaats van het delict (het kan zowel binnenshuis als buitenshuis plaatsvinden), maar naar de relatie tussen pleger en slachtoffer. Bij huiselijk geweld kan het gaan om lichamelijk, psychisch of seksueel geweld. Het kan de vorm aannemen van (ex)partnergeweld, kindermishandeling, verwaarlozing van ouderen of geweld tegen ouders.” In Veilig Thuis zijn de steunpunten huiselijk geweld en advies- en meldpunten kindermishandeling samengebracht. De meldcode helpt professionals adequaat te reageren bij signalen van huiselijk geweld. VisieHuiselijk geweld voorkomen of zo vroeg mogelijk signaleren en adequaat reageren. Het geweld zo snel mogelijk en duurzaam stoppen, schade beperken en herstel bevorderen, zodat nieuwe ontwikkelkansen ontstaan. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Uitvoering Regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling Hollands Midden 2019-2023In 2018 krijgt de aanpak huiselijk geweld de noodzakelijke brede aandacht door opname in het Interbestuurlijk Programma (hierna IBP)10Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen starten met een interbestuurlijk programma en een gezamenlijke agenda. Hun belangrijkste doel is een optimale samenwerking tussen de overheden zodat er rond belangrijke maatschappelijke opgaven een meer gezamenlijke aanpak tot stand komt.. De opgave in het programma ‘Geweld hoort nergens thuis’ voor het Rijk, gemeenten en hun partners luidt: huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen, de schade ervan te beperken en zo de cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie, te doorbreken11Bron: Geweld hoort nergens thuis, 25-04-2018, VWS, JenV, VNG.. Het landelijk programma wordt in de regio Hollands Midden ten volle onderschreven. Het programma bevat 3 actielijnen: Geweld eerder en beter in beeld; daarmee de duur verkorten en erger voorkomen. Zo mogelijk voorkomen dat er geweld ontstaat en zorgen dat iedereen weet wat te doen bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling; Geweld stoppen en duurzaam oplossen; door samenhangende systeemgerichte hulp te bieden en te monitoren voor alle betrokkenen en hun sociale netwerk, gericht op duurzaam herstel van veiligheid; Aandacht voor specifieke doelgroepen. De ambities van de regio Hollands Midden sluiten hier op aan en kennen een uitbreiding op het preventie vlak en de organisatie van de ketensamenwerking. Deze regiovisie bepaalt de richting voor de komende jaren en geeft in grote lijnen weer welke partijen welke rol in de aanpak van huiselijk geweld hebben. In Waddinxveen geven we de komende vijf jaar invulling aan de uitvoering van deze regiovisie. Gelet op de doelstellingen vanuit de regiovisie huiselijk geweld wordt de informatie en advies functie over het thema huiselijk geweld geborgd in Wadwijzer (preventieteam). Implementatie meldcode huiselijk geweld en kindermishandelingSinds 2013 zijn professionals verplicht de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM) te gebruiken bij vermoedens van geweld in huiselijke kring. In 2018 is de Meldcode uitgebreid met een afwegingskader en vanaf 1 januari 2019 wordt van professionals verwacht dat zij HGKM altijd melden bij Veilig Thuis. Door deze versterking wil de rijksoverheid dat professionals ernstige signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling altijd melden bij Veilig Thuis, ook als zij in staat zijn om zelf hulp te bieden en het geweld te stoppen. De verwachting is dat structurele geweldspatronen daardoor beter herkend en doorbroken kunnen worden. HuisverbodIndien er sprake is van een onveilige situatie kan de burgemeester een huisverbod opleggen op basis van de Wet Tijdelijk Huisverbod. Gedurende het huisverbod staan veiligheid en hulpverlening centraal en begeleiden hulpverleners de achtergeblevene(n) en de uithuisgeplaatste. Dit proces is al enige jaren geleden geïmplementeerd in Waddinxveen en wordt structureel geborgd. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Huiselijk geweld voorkomen, zo snel mogelijk (h)erkennen, behandelen, de schade ervan beperken, de overdracht van generatie op generatie doorbreken en daarmee de veiligheid voor slachtoffers duurzaam borgen. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Meldingen Huiselijk geweld Veilig Thuis 178
(2017)200 Opgelegde huisverboden Gemeenten (politie) 3
(2017)5 Noot: belangrijk aandachtspunt bij huiselijk geweld is dat dit achter de voordeur plaatsvindt en dat er een taboe rust op het melden van slachtofferschap. Een toename van het aantal geregistreerde meldingen hoeft bij dit onderwerp expliciet niet te betekenen dat er een stijging is van het aantal gevallen van huiselijk geweld. Thema 17: Toezicht en handhaving horecaInleidingVan horecaondernemers wordt verwacht dat zij zich aan de diverse regels, voortkomend uit onder andere de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) en Drank- en Horecawet (DHW), houden. Deze regels hebben vooral als doel om een goed woon- en leefklimaat rondom een horecagelegenheid te behouden. Toezicht en handhaving op het gebied van horeca kan onder andere worden gedaan door de politie en de BOA’s. Daarnaast kunnen er integrale controles plaatsvinden met samenwerkingspartners waaronder Haags Economisch Interventieteam (HEIT). Naast het specifieke toezicht en handhaving van horeca worden in dit plan tevens de handhavingsacties beschreven die worden gedaan in het kader van het preventie en handhavingsplan alcohol (artikel 43a DHW). De ambitie van de gemeente Waddinxveen is om een doorbraak te bereiken in het anders denken over alcoholgebruik met als resultaat ander gedrag, namelijk minder gebruik van alcohol. De combinatie van preventieactiviteiten en handhavingsacties is het fundament van deze aanpak. De preventieve acties worden beschreven in de nota lokaal gezondheidsbeleid. Hiermee voldoet de gemeente aan de vereisten als gesteld in de gewijzigde Drank en Horecawet. Voor de specifieke inzet van toezicht en handhaving op horeca wordt verwezen naar de handhavingsstrategie Drank en Horecawet (DHW) en exploitatie van een openbare inrichting in hoofdstuk 3. VisieDoor het vergroten van het naleefgedrag van regelgeving door horeca-exploitanten en op het gebied van alcoholverstrekking en -gebruik door en aan inwoners worden overlast voor de omgeving en veiligheidsrisico’s tegengegaan. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Basiscontrole horecaDe basiscontrole vindt plaats bij bedrijven die alcohol mogen verkopen met of zonder DHW-vergunning. Daarbij wordt extra aandacht gegeven aan afhaalrestaurants en paracommerciële rechtspersonen (bijvoorbeeld sportkantines). Daarnaast worden bedrijven waar een verkoopverbod geldt (bijvoorbeeld tankstations) gecontroleerd. De controle richt zich, afhankelijk van het soort bedrijf, op de vergunningsbepalingen of het verkoopverbod. Tijdens de basiscontrole wordt tevens gecontroleerd op het hebben van de exploitatievergunning en het naleven van de regels voortkomend uit de exploitatievergunning. Daarnaast kan de controle worden uitgebreid met milieu- of brandveiligheidscontroles. Ook kan op de aanwezigheid van een eventuele kansspelautomaat gecontroleerd worden. Toezicht schijnbeheerBij schijnbeheer heeft niet de feitelijk vergunninghouder zeggenschap over het horecabedrijf maar een persoon die niet als zodanig op de vergunning staat vermeld. Hieraan kunnen diverse redenen ten grondslag liggen, bijvoorbeeld het ontwijken van een antecedentenonderzoek door iemand anders de vergunning te laten aanvragen. Onder schijnbeheer vallen ook de situaties waarbij de feitelijk eigenaar bewust op de achtergrond blijft. De feitelijke situatie komt dan niet overeen met de situatie op papier. Goed levensgedragVan een horecaexploitant wordt verwacht dat hij van goed levensgedrag is. Ook verwacht de gemeente dat de exploitant gekwalificeerd personeel aanstelt en de leiding over de horecazaak in handen geeft van mensen die tevens van goed levensgedrag zijn. Indien wordt geconstateerd dat de exploitant of zijn beheerders van slecht levensgedrag zijn, bijvoorbeeld op basis van signalen dat zij betrokken zijn bij georganiseerde en/of ondermijnende criminaliteit, kan de burgemeester de exploitatievergunning intrekken of beheerders van de vergunning verwijderen. Verantwoord ondernemerschap geldt ook voor de verhuurders en/of eigenaren van het pand. LeeftijdsgrenzencontroleDe leeftijdsgrenzencontrole richt zich op de naleving van artikel 20 lid 1 DHW (drankverstrekking aan personen jonger dan 18 jaar). De controle op leeftijdsgrenzen kan zowel plaatsvinden in horeca en sportkantines als in bijvoorbeeld supermarkten en overige winkels. Daarnaast wordt de naleving gecontroleerd van het verbod voor personen jonger dan 18 jaar om drank bij zich te hebben op voor het publiek toegankelijke plaatsen (artikel 45 DHW). Inzet is de afname van alcoholgebruik en dronkenschap onder jongeren. Surveillance in de openbare ruimteDoor middel van surveillance vindt er controle plaats op het verbod voor personen jonger dan 18 jaar om alcoholhoudende drank bij zich te hebben op voor het publiek toegankelijke plaatsen (art. 45 DHW) en het verbod op het bij zich hebben van alcohol in aangewezen gebieden (Besluit Verbod Alcoholgebruik Openbare Weg). Beschonken personenDeze controle richt zich op de naleving van het verbod op het toelaten van, het doorschenken aan en het werkzaam laten zijn van dronken personen. Voorlichting over geldende wet- en regelgevingHet is niet altijd duidelijk of de wet- en regelgeving moedwillig overtreden wordt of dat horeca- exploitanten onbekend zijn met de geldende wet- en regelgeving. Om regelnaleving te bevorderen zetten we in op communicatie over de belangrijkste wet- en regelgeving die als doel hebben om overlast te voorkomen. Dit zal onder andere plaatsvinden via de gemeentelijke website en via het verstrekken van algemene informatie bij de vergunningverlening. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Het terugdringen van alcoholgebruik onder inwoners en het vergroten van de bewustwording van de geldende regels onder ondernemers. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Aantal geconstateerde overtredingen Gemeentelijke handhaving 12
(2017)- Aantal handhavingstrajecten Gemeentelijke handhaving 10
(2017)- Aantal overlastmeldingen Gemeentelijke handhaving 6
(2017)- Er is voor gekozen om in dit geval geen streefwaarde te benoemen. Dit omdat het aantal toezicht momenten en handhavingstrajecten van meerdere externe factoren afhankelijk is. Hierbij kan gedacht worden aan een toename van het aantal horecagelegenheden. Het is dan ook niet mogelijk een causaal verband op voorhand te benoemen. In de tweejaarlijkse evaluatie voortkomend op dit beleid zullen de indicatoren wel worden benoemd. Oorzaak en gevolg van eventuele af- of toenames van toezicht momenten en handhavingstrajecten kunnen dan worden toegelicht zonder dat zij een doel op zich worden. Veiligheidsveld 4: Fysieke veiligheidDit thema heeft betrekking op verkeersongevallen, branden en rampen. Bij al deze onderwerpen is er specifiek aandacht voor het voorkomen van fysieke onveiligheid. Daarnaast wordt ingegaan op het bestrijden van branden en rampen op het moment dat dit zich toch voordoet. Thema 18: vergroten brandveilig levenInleidingDit thema heeft enerzijds betrekking op de ontwerptechnische en gebruikstechnische brandveiligheid van bepaalde soorten gebouwen (zoals woongebouwen en gebouwen met horecabestemming) en anderzijds op de voorwaarden voor effectieve brandbestrijding (repressie). Om de brandveiligheid te borgen zien gemeente en brandweer toe op pro-actie en preventie en geven zij voorlichting aan doelgroepen (maatschappelijke bewustwording en betrokkenheid). Daarnaast prepareert de brandweer zich op de bestrijding (repressie) van branden. VisieHet vergroten van bewustwording rond brandveiligheidsrisico’s en het stimuleren van zelfredzaamheid draagt bij aan het tegengaan van risico’s. De brandweer en gemeente hebben daarbij een stimulerende rol onder de noemer brandveilig leven. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?VoorlichtingZelfredzaamheid inwoners (met name ouderen die langer zelfstandig wonen) bevorderen door goede voorlichting te geven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van belangrijke (keten)partners waaronder de Seniorenraad, woningcorporatie Woonpartners Midden-Holland en Wadwijzer (preventieteam). Toekomstbestendige bluswatervoorzieningBrandkranen zijn aangesloten op het waterleidingnetwerk van de waterleveranciers. Vanwege de ontwikkelingen van het waterleidingnetwerk moet regionaal bezien worden of er alternatieven zijn die de bluswatervoorziening kunnen borgen. Hiervoor is het project toekomstbestendige bluswatervoorziening gestart. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Richten op zelfredzaamheid van inwoners en het versterken van het eigen netwerk, waardoor inwoners minder afhankelijk zijn van de overheid. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting
(2018)streefwaarde 2022 Aantal keren voorlichting over brandveiligheid. VRHM / gemeente 1 4 Thema 19: Inzet op rampenbestrijding en crisisbeheersingInleidingBij dit thema staan mogelijke rampen en crises centraal. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bevolkingszorg, brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening, maar zijn wettelijk verplicht dit te laten uitvoeren door de veiligheidsregio. Een uitzondering hierop is de bevolkingszorg (gemeentelijke processen) deze wordt door de gemeente uitgevoerd en geborgd. VisieSamenwerking met partners is van belang voor het adequaat voorbereiden en bestrijden van incidenten, rampen en crises. Wij zijn betrokken bij de Veiligheidsregio Hollands Midden en de crisisorganisatie Midden-Holland12Deze crisisorganisatie is vorm gegeven in een samenwerking met de gemeenten Krimpenerwaard, Gouda, Zuidplas, Bodegraven- Reeuwijk en Waddinxveen. en dragen bij aan deze samenwerking. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Actieve bijdrageDe gemeente Waddinxveen valt onder de Veiligheidsregio Hollands Midden. De veiligheidsregio draagt dan ook zorg voor de borging van diverse taken en verantwoordelijken op regionaal niveau. Echter is het van belang dat de afzonderlijke gemeenten ook zelf actief bijdragen aan deze taken en verantwoordelijkheden. Wij borgen onze actieve bijdrage door deel te nemen aan regionale werkgroepen en of door het deelnemen aan regionale piketpools. De gemeente als betrouwbare crisispartnerDe gemeente draagt zorg voor de bevolking bij een ramp of crisis (bijvoorbeeld tijdelijke opvang van inwoners bij een grote brand). Echter bij de invulling van deze taak richt de gemeente zich op de zelfredzaamheid van inwoners of wijst zij een andere partij op zijn / haar verantwoordelijkheid. Hierbij hanteren wij het zorgen dat principe voor het zorgen voor. Crisisorganisatie Midden-HollandEnkele jaren geleden is er voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing een regionaal team opgezet. Deze regionale samenwerking is met de gemeenten Krimpenerwaard, Gouda, Zuidplas, Bodegraven- Reeuwijk en Waddinxveen. Binnen deze samenwerking worden cursussen en oefeningen georganiseerd. Dit zorgt voor zowel vergroten van de kennis alsook voor het uitwisselen van recente ervaringen (lessons learned). Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?De hoge kwaliteit van het regionale team rampenbestrijding en crisisbeheersing continueren, dan wel verbeteren. Daarnaast wordt de positie van de gemeente als belangrijke en betrouwbare crisispartner verstevigd. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Behalen norm verdeelsleutel regionale functies VRHM 2018 Te bepalen na nulmeting. Thema 20: Bouw- en woningtoezichtInleidingVoor de meeste gevallen van ver- of nieuwbouw is een omgevingsvergunning nodig. De Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) houdt toezicht op de naleving van regelgeving rond ver- en nieuwbouw. Handhaving kan plaatsvinden indien er geen vergunning is afgegeven of de voorwaarden van de afgegeven vergunning niet worden nageleefd. Het toezicht op de brandveiligheidsaspecten van nieuw- en verbouw is uitbesteed aan de Brandweer Hollands Midden. Met betrekking tot bouw- en woningtoezicht worden de volgende uitgangspunten aangehouden: De vergunningen met een hoge prioriteit (bouwkosten > € 300.000,-) worden allemaal gecontroleerd. Bij vergunningen met een gemiddelde prioriteit (bouwkosten < € 300.000,-) wordt regelmatig gecontroleerd. Daarnaast wordt steekproefsgewijs een eindcontrole gehouden. Deze eindcontroles vinden op projectmatige wijze plaats. Er wordt geïnvesteerd in preventieve handhaving door middel van communicatiemiddelen. Er vindt (conform Wabo) actieve opsporing plaats. Er is tijd voor handhavingsprojecten op door de politiek gekozen thema’s. Klachten, meldingen en handhavingsverzoeken worden conform de Algemene wet bestuursrecht voortvarend afgedaan. Toezicht op bestaande bouw heeft een gemiddelde prioriteit tenzij er sprake is van constructieve en/of brandveiligheidsrisico’s. Dan krijgt dit onderwerp een hoge prioriteit. Het onderwerp (te hoog gebouwde) schuttingen krijgt vanwege de beperkte gevolgen voor de veiligheid en omgeving een lage prioriteit. Toezicht op vergunning vrije bouw krijgt een lage prioriteit. Gebieden of individuele panden met een hoge cultuurhistorische waarde krijgt het onderwerp een hoge prioriteit. VisieVergunninghouders zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het bouwproject. Indien er zich geen grote veiligheids- of gezondheidsrisico’s bij het project voordoen zal toezicht beperkt plaatsvinden. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Toezicht op nieuw- en verbouw van bouwwerkenEr wordt toezicht uitgevoerd op ver- en nieuwbouw (inclusief tijdelijke bouw) conform een toezichtstrategie (figuur 9). In deze toezichtstrategie wordt een koppeling gemaakt tussen de toezichtintensiteit en -niveau aan prioriteit (hoe hoger de prioriteit, hoe hoger de intensiteit). Het aantal toezichtsmomenten per bouwwerkcategorie is weergegeven in figuur 9. Er wordt in ieder geval een eindcontrole gehouden, mede vanwege het actueel houden van de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). De toezichtstrategie in figuur 9 dient als voorbeeld voor de toezichtstrategie de komende periode. De definitieve strategie wordt jaarlijks opgenomen in het productenboek BWT van de Omgevingsdienst Midden-Holland. Deze definitieve strategie kan jaarlijks, voortkomend uit de zienswijze van risicogericht toezichthouden, worden aangepast. In de toezichtsstrategie wordt naast het aantal toezichtsmomenten aangegeven op welke momenten tijdens de bouw of de sloop gecontroleerd wordt en op welk niveau (bijvoorbeeld steekproefsgewijs, op hoofdlijnen of in detail). De toezichtsstrategie wordt vastgelegd in het tweejaarlijkse uitvoeringsprogramma Beleidsplan Veiligheid & Handhaving van de gemeente Waddinxveen en/of het Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving Bouw en Woningtoezicht (BWT) van de Omgevingsdienst Midden-Holland. Als gevolg van de mogelijke invoering van de Wet kwaliteitsborging zal de intensiteit van het toezicht op de Bouwbesluit-aspecten verminderen. De toezichtsstrategie zal daarom in de komende jaren aangepast moeten worden. Figuur 9: Toezichtstrategie op nieuw- en verbouw van bouwwerken Bouwwerkcategorie Totaal aantal toezichtsmomenten Percentage toezichtsmomenten Toezicht op activiteit bouwen, bouwkosten > € 10.000.000 M 100% Toezicht op activiteit bouwen, bouwkosten € 1.000.000 tot € 10.000.000 40 100% Toezicht op activiteit bouwen, bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 15 100% Toezicht op activiteit bouwen, bouwkosten € 300.000 tot € 500.000 10 100% Toezicht op activiteit bouwen, bouwkosten € 200.000 tot € 300.000 10 100% Toezicht op activiteit bouwen, bouwkosten € 100.000 tot € 200.000 6 100% Toezicht op activiteit bouwen, bouwkosten € 100.000 tot € 50.000 4 100% Toezicht op activiteit bouwen, bouwkosten < € 50.000 1 M Tijdelijke vergunningen 1 100% Seizoensgebonden bouwwerken (‘oliebollenkraam’) 1 100% Noot: M staat voor Maatwerk Bij de vergunningen met een gemiddelde prioriteit (bouwkosten onder € 300.000,-) wordt gecontroleerd op de meest kritische momenten. Jaarlijks wordt het percentage van het aantal toezichtsmomenten waarop daadwerkelijk wordt gecontroleerd vastgelegd in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma Beleidsplan Veiligheid & Handhavingvan de gemeente Waddinxveen en/of het Uitvoeringsprogramma Toezicht en Handhaving BWT van de Omgevingsdienst Midden-Holland. Grote bouwprojecten (bouwkosten > € 1.000.000) lenen zich niet altijd voor een standaardaanpak. In dergelijke gevallen zal bekeken worden of maatwerk wenselijk is. Indien dit niet het geval is, zal het in de figuur 9 genoemde aantal toezichtsmomenten worden gehanteerd. Indien maatwerk wel wenselijk is, dan zal naar bevind van zaken worden gehandeld, waarbij als uitgangspunt geldt dat op alle relevante momenten toezicht wordt uitgeoefend en dat dit ook wordt gedocumenteerd. De Brandweer Hollands Midden voert toezicht uit op brandveiligheidsaspecten van ver- en nieuwbouw. Dit toezicht wordt uitgevoerd bij de risicovolle objecten zoals vastgelegd in visie ‘Toezicht op Brandveiligheid’ van de Brandweer Hollands Midden. Er worden per ver- of nieuwbouwtraject gemiddeld 1 tot 2 controles uitgevoerd. Deze controles vinden plaats na afstemming en in gezamenlijkheid met de Omgevingsdienst Midden-Holland. Er vindt doelgerichte communicatie plaats naar bouwers, aannemers en opdrachtgevers bij aanvang en gedurende de (ver)bouw. Zij worden nadrukkelijk gewezen op hun eigen verantwoordelijkheid en de risico’s op het gebied van constructieve- brandveiligheid en gezondheid. Toezicht op (omgevings)vergunningen voor evenementen, reclame en aanlegEr wordt toezicht gehouden op (omgevings)vergunningen voor evenementen, reclame en aanleg. Het toezicht bij evenementen en reclame betreft de constructieve aspecten (zie voor overige aspecten verderop in dit hoofdstuk). Er wordt per vergunning in principe één toezichtmoment per activiteit gehanteerd. Er vindt consequent handhaving plaats bij overtredingen. Informatieverzameling en analyseDe gemeente zal in samenwerking met de Omgevingsdienst Midden-Holland en de Brandweer Hollands Midden informatie op het gebied van constructieve veiligheid en brandveiligheid bij ver- en nieuwbouw verzamelen en analyseren. Dit leidt tot voorspellende analyses in relatie tot het naleefgedrag van aannemers en opdrachtgevers, bijvoorbeeld over de typen overtredingen die vaak voorkomen. Het optreden van de gemeente Waddinxveen kan zich hierdoor ook richten op de aanpak van onderliggende en steeds weer terugkerende oorzaken en problemen. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Vergunninghouders zijn zich meer bewust van de geldende regelgeving en eigen verantwoordelijkheden. Ver- en nieuwbouw met grote veiligheids- en/of gezondheidsrisico’s geschied volgens de vergunningsvereisten. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Aantal toezichtsmomenten ODMH en BHM 379
(2017)- Aantal handhavingstrajecten ODMH en BHM 80
(2017)- Er is voor gekozen om in dit geval geen streefwaarde te benoemen. Dit omdat het aantal toezicht momenten en handhavingstrajecten van meerdere externe factoren afhankelijk is. Hierbij kan gedacht worden aan een toename van het aantal bouwprojecten. Het is dan ook niet mogelijk een causaal verband op voorhand te benoemen. In de tweejaarlijkse evaluatie voortkomend op dit beleid zullen de indicatoren wel worden benoemd. Oorzaak en gevolg van eventuele af- of toenames van toezicht momenten en handhavingstrajecten kunnen dan worden toegelicht zonder dat zij een doel op zich worden. Thema 21: Toezicht en handhaving brandveilig gebruikInleidingDe verantwoordelijkheid voor het waarborgen en verbeteren van de brandveiligheid van bouwwerken in Waddinxveen is een gedeelde verantwoordelijkheid van de gebruikers/eigenaren van deze panden en de overheid. De gemeente heeft – veelal wettelijk verplichte – taken op het gebied van het voorkomen en beperken van de gevolgen van brand. De uitvoering van de toezichtstaken is uitbesteed aan de Brandweer Hollands Midden. De uitvoering van de handhavingstaken is uitbesteed aan de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH). VisieDe gemeente stimuleert, adviseert en geeft voorlichting om brandveilig gebruik te stimuleren. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Toezicht gebruiksfaseEr vindt toezicht plaats bij gebouwen met gebruikers die voor ontvluchting afhankelijk zijn van anderen of die er slapen en onbekend zijn met de situatie. Dit betreft inrichtingen met een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik. Elk gebouw wordt jaarlijks gecontroleerd. De eerste periodieke controle wordt uitgevoerd voordat het gebouw in gebruik wordt genomen. Er vindt periodiek toezicht plaats bij inrichtingen met een melding voor brandveilig gebruik. De eerste controle vindt plaats vóór ingebruikname van het bouwwerk. Ook hier wordt ingezet op naleving en op weerbaarheid. Op basis van een risicoclassificatie zal een meerjaren toezichtfrequentie vastgesteld worden. Hiertoe worden alle gebruiksfuncties ingedeeld conform de ISOR classificaties (Inventarisatie Systeem Overige Ramptypen). Per gebruiksfunctie wordt bekeken wat de risico's zijn en welke mate van toezicht nodig is. Het kan daarbij gaan om controles op de naleving van regels, om doelcontroles en om voorlichting. In de komende periode wordt dit door de Brandweer Hollands Midden verder uitgewerkt. Op basis hiervan wordt jaarlijks een toezichtsplan vastgesteld die wordt opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Er vindt toezicht plaats bij vuurwerkkluizen en -verkooppunten. Dit wordt op projectmatige wijze en gezamenlijk uitgevoerd door de Brandweer Hollands Midden en de Omgevingsdienst Midden-Holland (milieu). Er vindt, conform de handhavingsstrategie (hoofdstuk 3), consequent en tijdig handhaving plaats bij het constateren van overtredingen. Indien er overtredingen zijn geconstateerd, bewaakt de Omgevingsdienst Midden-Holland de termijnen die door de Brandweer Hollands Midden gegeven zijn om de overtredingen ongedaan te maken. Indien de Brandweer Hollands Midden vervolgens constateert dat de overtredingen na de gegeven termijnen niet ongedaan gemaakt zijn, wordt een handhavingstraject opgestart door de Omgevingsdienst Midden- Holland. Brandveiligheid kamerverhuurDe komende beleidsperiode worden deze controles gecontinueerd in het kader van kamerverhuur. Uitgangspunt is het vergroten van naleving waarbij oog wordt gehouden voor de weerbaarheid van inwoners. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Eigenaren van panden zijn zich meer bewust van de brandveiligheidsaspecten. Zij nemen hun verantwoordelijkheid om aan de geldende wet en regelgeving te voldoen. Wat is de doelstelling die we kunnen meten? indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Aantal toezichtsmomenten ODMH en BHM 79
(2017)- Aantal handhavingstrajecten ODMH en BHM 33
(2017)Er is voor gekozen om in dit geval geen streefwaarde te benoemen. Dit omdat het aantal toezicht momenten en handhavingstrajecten van meerdere externe factoren afhankelijk is. Het is dan ook niet mogelijk een causaal verband op voorhand te benoemen. In de tweejaarlijkse evaluatie voortkomend op dit beleid zullen de indicatoren wel worden benoemd. Oorzaak en gevolg van eventuele af- of toenames van toezicht momenten en handhavingstrajecten kunnen dan worden toegelicht zonder dat zij een doel op zich worden. Thema 22: Toezicht en handhaving verkeerInleidingHet naleven van verkeersregels heeft een directe invloed op het woon- en leefklimaat. Bestuurders van voertuigen dienen zich bewust te zijn van de (mogelijke) gevolgen van het niet naleven van deze regels. Daarvoor zijn zij zelf verantwoordelijk. De BOA werkt nauw samen met het cluster verkeer en onderhoud om te bezien hoe de buitenruimte beter kan worden ingericht en op welke wijze verkeerd parkeren kan worden tegengegaan. Handhaving kan hierbij slechts als sluitstuk dienen binnen het bereiken van een gedragsverandering. Toezicht en handhaving van stilstaand verkeer (zoals fout parkeren) wordt voornamelijk door de BOA gedaan. Omdat de BOA maar zeer beperkte bevoegdheden heeft voor rijdend verkeer, wordt het handhaven van rijden door rood licht of rijden met een te hoge snelheid door de politie gedaan. VisieDoor inwoners te informeren over verkeersregels en informatiegestuurd te handhaven kan de gemeente bijdragen aan een betere verkeersveiligheid en het vergroten van een prettig woon- en leefklimaat. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?CommunicatieDe afgelopen periode is gebleken dat er op een aantal plaatsen in Waddinxveen veelvuldig verkeerd geparkeerd wordt. Vanwege de hoeveelheid verkeerd geparkeerde voertuigen is een communicatiecampagne een must. De inzet moet een gedragsverandering te weeg te brengen. De regie ligt bij de afdeling verkeer. Strategische verkeerscontrolesBij verkeerscontroles richt de politie zich met name op de zogenaamde Helmgrasfeiten: Dragen van de Helm, dragen van de Gordel, Asociaal Rijgedrag en Snelheid. Daarnaast wordt er ingezet op alcohol- en drugscontroles. De politie koppelt de inzet op deze feiten aan informatiegestuurd werken. Zij richten zich op locaties en/of signalen vanuit de wijken waar de inzet van de controle kan worden gekoppeld aan het tegengaan van criminaliteit. De zichtbare politie-inzet in de wijk heeft dan een preventief karakter. Daarnaast kan tijdens de controle van een voertuig ook worden ingezet op het tegengaan van bijvoorbeeld woninginbraak en ondermijnende activiteiten. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Het vergroten van het nalevingsgedrag op het gebied van verkeer. Wat is de doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Aantal handhavingsverzoeken en meldingen Gemeentelijke handhaving 152
(2017)- aantal bekeuringen en formele waarschuwingen Gemeentelijke handhaving 18
(2017)- Er is voor gekozen om in dit geval geen streefwaarde te benoemen. Dit omdat het aantal toezicht momenten en handhavingstrajecten van meerdere externe factoren afhankelijk is. Het is dan ook niet mogelijk een causaal verband op voorhand te benoemen. In de tweejaarlijkse evaluatievoortkomend op dit beleid zullen de indicatoren wel worden benoemd. Oorzaak en gevolg van eventuele af- of toenames van toezicht momenten, handhavingstrajecten en/of bekeuringen kunnen dan worden toegelicht zonder dat zij een doel op zich worden. Veiligheidsveld 5: Integriteit en veiligheidOnderwerpen in dit veld zijn onder andere radicalisering, cybercrime, georganiseerde criminaliteit, bescherming van persoonsgegevens en de integriteit van (gemeente)bestuur en ambtenaren. Thema 23: Preventie van polarisatie en radicaliseringInleidingIn Waddinxveen wonen mensen met verschillende religies, van verschillende culturen en met verschillende overtuigingen. Polarisatie is het benadrukken van ongelijkheid en tegenstellingen tussen (groepen) mensen. Bij dit thema gaat het om ideologische groepen/stromingen in de samenleving die dermate zijn geradicaliseerd, dat zij een bedreiging vormen of kunnen gaan vormen voor de veiligheid. Deze groepen vergroten de polarisatie in de samenleving en zetten het sociaal weefsel onder druk. Stromingen die op die manier kunnen radicaliseren, zijn bijvoorbeeld: rechts-extremisme, islamradicalisme, dierenrechtenradicalisme, asielrechtenradicalisme, links-extremisme. VisieEr zijn geen signalen bekend van openlijke radicalisering in Waddinxveen, wel is het besef aanwezig dat dit onderwerp aandacht behoeft. Om ervoor te zorgen dat iedereen prettig in Waddinxveen kan wonen en leven wordt ingezet op het tijdig herkennen van polarisatie door medewerkers van de gemeente, maar ook door inwoners. Met tijdig signaleren van polarisatie kan radicalisering of verder radicaliseren worden tegengegaan. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?Algemene preventieHet gaat daarbij bijvoorbeeld om educatie over burgerschap en democratische waarden. Scholen hebben hierin een belangrijke rol (laatste groepen basisonderwijs en het middelbaar onderwijs). DeskundigheidsbevorderingProfessionals kunnen in de dagelijkse praktijk met signalen te maken krijgen, dan is het belangrijk dat zij deze herkennen (‘awareness’) en weten hoe te handelen. We investeren hierin door middel van training en/of opleiding. Lokale samenwerking en signaleringWijkprofessionals, zelforganisaties, moskeeën en andere maatschappelijke actoren hebben het snelst zicht op eventuele zorgwekkende ontwikkelingen, zij zitten in de haarvaten van de samenleving. Het is de kunst de juiste verbindingen te organiseren met en tussen deze actoren, zodat we gezamenlijk een adequate antenne hebben; we werken toe naar ‘signaleringsnetwerken’. Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?We werken toe naar een maatschappelijk verankerd, effectief ‘systeem’ van preventie en repressie van polarisatie en radicalisering, met als belangrijke aandachtspunten awareness, deskundigheid en betrokkenheid. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Gegeven trainingen in kader preventie en signaalherkenning. Interne informatie 0 1 per 2 jaar Thema 24: Delen van informatie van (mogelijke) criminaliteitInleidingEen goede informatiepositie is essentieel voor het opstellen en uitvoeren van een integraal veiligheidsbeleid en voor het handhaven van de openbare orde. Werken op basis van informatiesturing vormt een belangrijk speerpunt en kan voor nagenoeg alle thema’s worden benut. Door technologische ontwikkelingen (big data) is er steeds meer data beschikbaar die binnen het veiligheidsdomein ingezet kunnen worden. Gemeenten zijn zich steeds meer bewust van de hoeveelheid data waarover zij (kunnen) beschikken en zoeken naar mogelijkheden om deze optimaal te benutten. VisieWe willen optimaal gebruik maken van onze informatiepositie in het veiligheidsdomein. We willen informatie gestuurd gaan werken. De kern van informatie gestuurd werken is: het in kaart brengen en analyseren van gebeurtenissen, signalen en trends op wijk-, buurt- en straatniveau. Het in beeld brengen van risico’s en ondermijnend en crimineel gedrag als basis voor het signaleren van ontwikkelingen, zodat thematisch en/of gebiedsgericht maatregelen kunnen worden genomen. Het belang van intelligence en de mogelijkheden op dit gebied (o.a. het gebruik van big data) nemen snel toe. Daar moet meer op ingespeeld worden vanuit veiligheid. Het netwerk is er, maar een systematische en programmatische aanpak ontbreekt nog. Wat zijn de hoofdlijnen van de aanpak van het thema in de planperiode 2019-2022?SamenwerkingHet delen van informatie en een goede informatiepositie vraagt om een krachtenbundeling. Een mogelijkheid hiervoor is de ondermijningstafel waarbij alle partijen mogelijke signalen, die op ondermijning wijzen, met elkaar delen. Samenwerken en informatie delen draagt bij aan een integraal veiligheidsbeeld en is belangrijk bij de aanpak van criminaliteit. Informatiegestuurd werkenMet het delen en ontvangen van de juiste signalen kan informatiegestuurd gewerkt worden. Dit vraagt om een omslag naar een systematisch beeld van de veiligheidsproblematiek, een gerichte inzet van de uitvoeringscapaciteit en het tijdig nemen van maatregelen met een gerichte focus op een gebied of thema. Hierbij kan ingespeeld worden op de innovaties van het informatiegestuurd werken. Uiteraard is privacy een cruciaal en continu aandachtspunt bij informatiegestuurd werken. De regels zoals vastgelegd in de wettelijke voorschriften vormen de leidraad (o.a. Wet Politiegegevens en de Algemene Verordening gegevensbescherming). Wat is de kwalitatieve doelstelling/ambitie van de aanpak?Het doel is om te komen tot een op informatie gebaseerd kader, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt op welke thema’s en in welke gebieden inzet (qua maatregelen en capaciteit) het meest urgent en/of effectief is. Wat is doelstelling die we kunnen meten?indicator bron nulmeting (jaar) streefwaarde 2022 Instellen ondermijningstafel Interne cijfers 0 1 Bijlage1:Flankerende beleidsprocessen Er zijn verschillende beleidsontwikkelingen, zowel intern als extern, die nauw samenhangen met integrale veiligheid en handhaving en die niet los gezien kunnen worden van het nieuwe Beleidsplan Veiligheid & Handhaving 2019-2022. Enkele belangrijke van deze ontwikkelingen worden hieronder genoemd: Regionaal Beleidsplan 2019-2022 politie eenheid Den Haag; Regionaal Beleidsplan 2016-2019 veiligheidsregio Hollands-Midden; Regionaal Crisisplan veiligheidsregio Hollands-Midden; Mobiliteitsplan Waddinxveen 2013-2020; Beleidsnota Externe Veiligheid; Algemene Plaatselijke Verordening 2009; Regionale Handhavingsbeleid BWT 2015 – 2018 Omgevingsdienst Midden-Holland; Beleidsplan Sociaal Domein 2019-2022 (nog te ontwikkelen); Omgevingswet (nog in te voeren). Bij het opstellen van dit beleidsplan is nauw samengewerkt met de opstellers van het beleidsplan Sociaal Domein. Hierdoor wordt actief de verbinding gemaakt tussen enerzijds de preventie taken op het gebied van veiligheid en anderzijds de repressieve taken met betrekking tot straf en justitie. Bijlage2:Betrokken partijen Voor de ontwikkeling van het Beleidsplan Veiligheid & Handhaving 2019-2022 kunnen de volgende partijen worden beschouwd (geen limitatieve opsomming). Externe partnersPolitie eenheid Den Haag, team Waddinxveen-Zuidplas Veiligheidsregio Hollands-Midden (VRHM) Woningcorporatie Woonpartners Midden-Holland Openbaar Ministerie, Arrondissementsparket ’s-Gravenhage (OM). Regionaal Informatie- en expertisecentrum Georganiseerde Criminaliteit (RIEC) Stichting Halt Stichting Jeugd- en Jongerenwerk Midden-Holland Wijkplatforms Buurtpreventen Participatie Adviesraad (PAR) Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH) Maatschappelijke en culturele instellingen Wadwijzer (preventieteam) Sportverenigingen (basis)Scholen Zorginstellingen Geloofsgemeenschappen Werkgroepen keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) Ondernemersvereniging Waddinxveen Interne partnersGemeenteraad Portefeuillehouders Directie- en managementteam Regisseurs op het gebied van integrale handhaving, openbare ruimte, wijkgericht werken, jeugd en zorg (Sociaal Team). Medewerkers op het gebied van onderwijs, volksgezondheid, economie, recreatie, verkeer, rampenbestrijding, milieu, ruimtelijke ordening, vergunningverlening en communicatie. Bijlage3:Risicoanalyse en prioriteiten handhaving RisicoanalyseProgrammatisch handhaven begint met het analyseren van de problemen die bestaan in relatie tot de verschillende handhavingsthema’s binnen Waddinxveen en het stellen van prioriteiten binnen deze handhavingsthema’s. De gemeente hanteert hierbij een risicogerichte benadering: des te hoger de risico’s van niet-naleving, des te hoger de prioriteit. Om de prioriteiten te bepalen is derhalve een risicoanalyse uitgevoerd. Hierbij is gekeken naar voor Waddinxveen realistische – en wellicht karakteristieke – situaties. Voor het bepalen van de risico’s wordt de kans op niet-naleving en de effecten van niet-naleving ingeschat. AchtergrondHet doel van handhaving is het bevorderen van de naleving van wet- en regelgeving. Deze wet- en regelgeving is mede bedoeld om de kans op incidenten te verkleinen en/of de gevolgen van incidenten te beperken. Het direct sturen op de kans van incidenten is veelal niet mogelijk; er zijn incidenten die nauwelijks voorkomen (instorten van een gebouw), of juist heel veel (zwerfafval, hondenpoep). De gevolgen van deze incidenten zijn daarbij juist vaak heel groot of heel klein. Het onderscheidend vermogen (wat is nu belangrijker?) is daarmee ook laag. Het risicomodel gaat uit van de verantwoordelijkheid als bevoegd gezag (het sturen op het naleefgedrag) en daarmee van de kans op niet-naleving van de wet- en regelgeving (en dus niet de kans op incident) en de gevolgen van dit niet-naleven. NaleefgedragEr is nagegaan in hoeverre de kans bestaat dat inwoners of bedrijven de wet- en regelgeving naleven. De tabel hieronder is gebruikt om de kans op niet-naleving in te schatten. Naleefgedrag Omschrijving naleefgedrag Nadere toelichting Interpretatie 1 zeer goed zeer kleine kans op overtreding enkele keer in de 5 jaar 2 goed kleine kans op overtreding enkele keer per jaar 3 redelijk gemiddelde kans op overtreding elke maand / elke week 4 slecht grote kans op overtreding elke week / elke dag 5 zeer slecht zeer grote kans op overtreding meerdere keren per dag Effect van het naleefgedragPer handhavingsthema is bekeken welk negatief effect optreedt als de wet- en regelgeving niet nageleefd wordt. Er zijn globaal zes soorten negatief effect te noemen die de overheid met gedragsvoorschriften probeert te voorkomen: Fysieke veiligheid: letsel, al dan niet dodelijk. Kwaliteit sociale leefomgeving: teruggang van de kwaliteit van het sociaal maatschappelijk leven, in het bijzonder wat betreft het gevoel van veiligheid. Financieel-economische schade. Natuur- en cultuurhistorische waarde: verlies van of schade aan natuurschoon en cultuurhistorische waarde. Volksgezondheid: schade aan de (volks-)gezondheid. Imago: schade aan het bestuurlijke imago/stemmenverlies/bestuurlijk belang. Fysiek Kwaliteit sociale leefomgeving Financieel Natuur- en cultuurhistorische waarde Volksgezondheid Imago 1= geen effect of pijn of letsel bij een individu 1 = geen of nauwelijks toename onveiligheids-gevoelens 1 = € 1-1.000 1= geen of enige verstoring van het aanzien 1=geen of gering gevaar voor de gezondheid 1=geen of nauwelijks bestuurlijk belang / aantasting imago 2= pijn of letsel bij meer individuen 2 = enige toename onveiligheids-gevoelens 2 = € 1.000 - 10.000 2 - aanzienlijke aantasting van het aanzien 2=gevaar voor de volksgezondheid 2 = klein bestuurlijk belang / aantasting imago 3 = zwaar letsel bij een enkeling of gering letsel bij velen 3 = gemiddelde toename onveiligheids-gevoelens 3= € 10.000 - 100.000 3 = aantasting Leefomgeving van enige duur 3 =groot gevaar voor de volksgezondheid e/o enige ziekte gevallen 3 = gemiddeld bestuurlijk belang /aantasting imago 4 = dood van een enkeling of ernstig letsel bij velen 4 = grote toename onveiligheids-gevoelens 4 = € 100.000 - 1.000.000 4 = aantasting Leefomgeving van lange duur 4 = veel ziekte gevallen e/o een enkel sterfgeval 4 = groot bestuurlijk belang / aantasting imago 5 = meer doden 5 = zeer grote toename onveiligheids-gevoelens 5 = € 1.000.000 of meer 5 = vernietiging leefomgeving 5 = meer sterfgevallen 5 = zeer groot bestuurlijk belang / aantasting imago Het negatieve effect per thema is bepaald als de som van de waarden van de zes effectsoorten. Voorbeeld: de effecten op het gebied van brandveiligheid zijn relatief hoog. De effecten zijn als volgt ingeschat: fysieke veiligheid
(4), kwaliteit sociale leefomgeving
(3), financieel-economische schade
(3), natuur- en cultuurhistorische waarde
(1), volksgezondheid
(1), imago
(3). De waarde voor het aspect effect van niet-naleving is daarmee 4+3+3+1+1+3=
  1. PrioriteitenIs de kans op niet-naleving en het effect van niet-naleving per thema bekend, dan geven de totaalscores het belang van toezicht en handhaving aan. Dit wordt uitgedrukt in prioriteiten. De tabel hieronder is gebruikt om de prioriteiten in te schalen. Som 6 tot 10 11 tot 15 16 tot 20 21 tot 25 26 tot 30 Naleefgedrag 5 Hoog Hoog Hoog Hoog Hoog 4 Gemiddeld Hoog Hoog Hoog Hoog 3 Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Hoog Hoog 2 Laag Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Hoog 1 Laag Laag Laag Gemiddeld Gemiddeld De samenvatting met de prioriteiten voor 2019-2022 zijn weergegeven in tabel hiernaast. In de tabel wordt alleen de hoogte van de prioriteit aangegeven, thema’s met bijvoorbeeld een hoge prioriteit hebben daarin geen afzonderlijke volgorde ten opzichte van elkaar. Het bestuur kan gemotiveerd afwijken van deze systematiek. In dat kader is er voor dit beleidsplan voor gekozen om de risicoanalyse af te wegen tegen de uitkomsten uit de webapptool. Middels deze webapptool hebben inwoners en professionals in het kader van burgerparticipatie aangegeven waar zij vinden dat de prioriteit moet liggen. De uitkomsten van de webapptool zijn afgewogen tegen de uitkomsten van bovenstaande systematiek. Handhavingsthema Prioriteit Risicogericht werken Hoog Informatiegestuurd werken Hoog Brandveiligheid Hoog Bouw en woningtoezicht Hoog Planologisch gebruik Hoog Horeca Hoog Ondermijning Hoog Verkeer Hoog Hondenoverlast Gemiddeld Afval Gemiddeld Monumenten Gemiddeld Evenementen Gemiddeld Sloop Gemiddeld Voertuigwrakken en weesfietsen Gemiddeld Winkeltijden en zondagsrust Gemiddeld Uitweg Laag Kappen van een houtopstand Laag Recreatie / Kamperen Laag Objecten in de openbare ruimte Laag Reclame / Graffiti Laag Bijlage4:Analyse nalevingsgedrag Voor het in meer detail analyseren van het nalevingsgedrag is het landelijke instrument Tafel van Elf gehanteerd. Met behulp van de Tafel van 11 kan onderzocht worden wat de oorzaken en motieven van (niet-)naleving zijn. Het is niet mogelijk de mate van (niet-)naleving exact te meten; het gaat om een goed onderbouwde schatting. De Tafel van Elf kent twee aspecten: spontane naleving en handhaving. Voor het Integrale Handhavingsbeleid is specifiek gekeken naar spontane naleving. Dit aspect omvat een vijftal dimensies: Kennis van regels: de bekendheid met en duidelijkheid van wet- en regelgeving bij de doelgroep. Kosten/baten: de (im)materiële voor- en nadelen die uit overtreden of naleven van de regel volgen, uitgedrukt in tijd, geld en moeite. Mate van acceptatie: de mate waarin het beleid en de regelgeving acceptabel worden gevonden door de doelgroep. Normgetrouwheid doelgroep: de mate van bereidheid van de doelgroep om zich te conformeren aan het gezag van de overheid. Niet-overheidscontrole (maatschappelijke controle): de door de doelgroep ingeschatte kans op positieve of negatieve sanctionering van hun gedrag door anderen dan de overheid. De analyse van het nalevingsgedrag is uitgewerkt in de tabel hiernaast en is vormgegeven binnen de verschillende handhavingsthema’s. Handhavingsthema
  2. Kennis van regels
  3. Kosten / baten
  4. Mate van acceptatie bij doelgroep
  5. Gezags-getrouwheid doelgroep
  6. Informele controle Brandveiligheid Ja Ja Nee Ja Nee Bouw en woningtoezicht Ja Ja Ja Ja Nee Planologisch gebruik Ja Ja Ja Ja Nee Horeca Ja Ja Ja Ja Nee Ondermijning Ja Ja Nee Nee Ja Verkeer Nee Nee Ja Ja Nee Hondenoverlast Nee Nee Ja Ja Nee Afval Nee J

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.