Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Woudrichem 2007 De raad van de gemeente Woudrichem, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 12 maart 2014 , nr. 9 , aangaande het wijzigen van de reïntegratieverordening WWB gehoord het advies van de opiniërende vergadering d.d. 7 mei 2014 b e s l u i t : vast te stellen de: Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand gemeente Woudrichem 2014 Paragraaf1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen 1 Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Gemeentewet. 2 In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: Wet werk en bijstand b. uitkeringsgerechtigden:personen met een uitkering ingevolge de WWB, de IOAW of de IOAZ; c. jongeren: uitkeringsgerechtigden niet ouder dan 27 jaar; d. ouderen: uitkeringsgerechtigden vanaf 57,5 jaar oud; e. arbeidsgehandicapten: uitkeringsgerechtigden die als gevolg van een ziekte of gebrek structurele functionele beperkingen van lichamelijke-, verstandelijke- of psychische aard hebben die een belemmering vormen bij het verkrijgen en/of verrichten van arbeid; f. voorziening: een voorziening bedoeld in artikel 7 eerste lid onder a van de wet en deze verordening; g. algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid die niet in strijd is met de wet, maatschappelijk aanvaard is en niet in strijd is met iemands persoonlijke integriteit; tot algemeen geaccepteerde arbeid wordt ook gerekend de uitoefening van een zelfstandig beroep; h. reïntegratietraject: een voorziening met het doel te komen tot het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid i. vrijwilligerswerk: het verrichten van onbetaalde maatschappelijke zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maat-schappelijke participatie; j. opstapbaan: een arbeidsplaats van maximaal 12 maanden als een naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening als bedoeld in artikel 4b van het Uitvoeringsbesluit reïntegratieverordening; k. leerwerkstage: een voorziening met behoud van uitkering voor de duur van maximaal zes maanden van maximaal 32 uur per week, gericht op uitstroom naar algemeen geaccepteerde arbeid; l. wettelijk minimumloon: het minimumloon, bedoeld in artikel 8 van de Wet op het minimumloon en mininumvakantietoeslag; m. uitvoeringsbesluit: een besluit van het College van Burgemeester en wethouders, waarin nadere regels worden gesteld voor de uitvoering van een bepaalde voorziening of regeling; n. langdurig werkloze: de persoon die langer dan twaalf maanden zonder onderbreking als werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij het UWV Werkbedrijf; o. plan van aanpak: het plan van aanpak ingevolge artikel 44a WWB. Paragraaf2BELEID EN FINANCIËN Artikel2Opdracht college 1. Het college biedt aan personen als genoemd in artikel 7 lid 1 en artikel 10 lid 2 van de wet, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling aan en, voor zover het college dat noodzakelijk acht, een voorziening gericht op die arbeidsinschakeling. Artikel 40, eerste lid van de wet is van overeenkomstige toepassing. 2. Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van een cliënt het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid. 3. Het college draagt zorg voor voldoende diversiteit in het aanbod aan ondersteuning en voorzieningen. Artikel3Geen aanspraak op ondersteuning Geen aanspraak op ondersteuning bestaat, indien sprake is van een voorliggende voorziening welke naar de mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de reïntegratie van de belanghebbende. Artikel4Verplichtingen van de cliënt 1. Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken 2. De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. 3. Naast de verplichting als genoemd in het eerste lid kan het college verplichtingen opleggen die strekken tot uitstroom naar algemeen geaccepteerde arbeid. 4. Naast de verplichting, genoemd in artikel 9, eerste lid van de wet, kan het college bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen inzake deze verplichting. 5. De in het eerste lid bedoelde persoon is verplicht datgene na te laten dat de realisatie van het doel van het traject of van de reïntegratie-instrumenten belemmert. 6. Indien een uitkeringsgerechtigde niet voldoet aan het gestelde in het eerste tot en met vijfde lid, kan het college de uitkering verlagen overeenkomstig hetgeen hierover is bepaald in de maatregelen- en handhavingsverordening. 7. Het niet of onjuist verstrekken van relevante informatie van personen kan leiden tot het weigeren, intrekken of beëindigen van de in het kader van deze verordening bedoelde voorzieningen. 8. Indien de persoon, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het eerste tot en met vijfde lid, als gevolg waarvan het reïntegratietraject wordt beëindigd kan het college de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Artikel5Rechten van de cliënt 1. De persoon aan wie het college een reïntegratietraject aanbiedt heeft recht op voorzieningen die belemmeringen voor arbeidstoeleiding en arbeidstoetreding opheffen. 2. Voor uitkeringsgerechtigden wordt een plan van aanpak opgesteld waarin de uitwerking van de ondersteuning, de verplichtingen gericht op arbeidsinschakeling en de gevolgen bij het niet nakomen van deze verplichtingen worden opgenomen. 3. Indien het college een reïntegratiebedrijf inschakelt, dient dit bedrijf te voldoen aan het kwaliteitskeurmerk van reïntegratiebedrijven. Het reïntegratiebedrijf dient over een klachtenregeling en een privacyreglement te beschikken. De cliënt heeft inzage- en correctierecht. 4. Het college draagt zorg voor goede en begrijpelijke informatie over alle regels, rechten en plichten rondom het reïntegratietraject. 5. De cliënt heeft het recht om iemand mee te nemen naar een keuring of een gesprek. Dit geldt eveneens in de contacten die de cliënt heeft met het reïntegratiebedrijf. 6. De reïntegratieafspraken die met de cliënt worden gemaakt worden steeds vastgelegd in een voor beroep vatbare beschikking. Dit geldt eveneens voor reïntegratieafspraken die liggen in de sfeer van sociale activering of vrijwilligerwerk. 7. Reïntegratietrajecten zijn primair gericht op uitstroom naar duurzame algemeen geaccepteerde arbeid. 8. Bij de inzet van reïntegratietrajecten wordt een zorgvuldige afweging gemaakt over de combinatie met zorgtaken c.q. opvoedingstaken. Artikel6Vrijstelling Het college kan in individuele gevallen (gedeeltelijk) tijdelijk vrijstelling verlenen van sollicitatieverplichtingen: 1. indien is komen vast te staan, dat de persoon zorg- en opvoedingstaken niet (volledig) kan combineren met arbeid. 2. aan personen die op grond van psychische, medische of sociale omstandigheden geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. 3. aan personen die een scholingstraject volgen zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, van deze verordening. 4. aan personen die een traject sociale activering volgen zoals bedoeld in artikel 9 van deze verordening. Artikel7Budget- en subsidieplafonds 1. Het college kan bij uitvoeringsbesluit een of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. 2. Het college kan bij uitvoeringsbesluit een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. Paragraaf3VOORZIENINGEN Artikel8Algemene bepalingen over voorzieningen 1. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden. 2. 2. Het college kan een voorziening beëindigen: a. indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 9 en 17 WWB, artikel 13 en 37 IOAW en 13 en 37 IOAZ niet nakomt; b. indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; c. indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; d. indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling. 3. Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 8 tot en met 16 van deze verordening nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op: de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; a. de weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen; b. de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of -vaststelling; c. de aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies en premies; d. de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten; e. overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies. Artikel9Sociale activering 1. Onder sociale activering wordt verstaan het deelnemen aan onbetaalde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie. 2. Het college kan aan uitkeringsgerechtigden als onderdeel van een reïntegratietraject activitei¬ten aanbieden in het kader van sociale activering, met als doel de belanghebbende, met behoud van uitkering, werkritme op te laten doen danwel te behouden. 3. Vrijwilligerswerk wordt alleen verricht bij organisaties zonder winstoogmerk. 4 Sociale activering kan worden ingezet wanneer het college heeft vastgesteld dat de belanghebbende geen perspectief, of pas op middellange termijn een reëel perspectief heeft, op regulier werk en dat inzet van de voorziening wenselijk is Artikel10Leerwerkstage 1. Het college kan aan personen, bedoeld in artikel 1 lid 2, onderdeel b, een leerwerkstage aanbie¬den, als onderdeel van een reïntegratietraject, gericht op arbeidsinschakeling. 2. De leerwerkstage heeft als doel de belanghebbende, met behoud van uitkering, door middel van een werkstage werkervaring en vaardigheden op te laten doen dan wel het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3. De leerwerkstage kan worden ingezet wanneer het college heeft vastgesteld dat de belang¬hebbende op korte of middellange termijn een reëel perspectief heeft op regulier werk en een leerwerkstage geïndiceerd is. 4. Het college kan bij uitvoeringsbesluit ten aanzien hiervan nadere regels stellen. Artikel10aParticipatiebaan 1 Het college verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde die onbeloonde additionele werkzaamheden verricht, conform artikel 10a zesde lid van de wet, een premie per 6 maanden indien betrokkene minimaal 32 uur per week werkzaam is geweest in een participatiebaan. 2 De hoogte van de premie is afhankelijk van het gemiddeld aantal gewerkte uren per week in de voorafgaande zes maanden en bedraagt: - bij een gemiddelde inzet tot 8 uur per week 20% van de in het eerste lid genoemde premie; - bij een gemiddeld inzet van 8 tot 16 uur per week 40% van de in het eerste lid genoemde premie; - bij een gemiddelde inzet van 16 tot 24 uur per week 60% van de in het eerste lid genoemde premie; - bij een gemiddelde inzet van 24 tot 32 uur per week 80% van de in het eerste lid genoemde premie. 3 Het recht op een premie als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt elke zes maanden beoordeeld. 4 De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden. 5 Onverminderd het eerste lid komen ook personen als bedoeld in artikel 7 lid 3 sub c van de wet voor een premie in aanmerking indien zij aan alle voorwaarden voldoen. 6 Voor personen jonger dan 27 jaar zijn lid 1, 2, 3, 4 en 5 niet van toepassing overeenkomstig artikel 7 lid 8 van de wet Artikel11Scholing 1. Het college kan een vorm van scholing aanbieden gericht op arbeidsinschakeling. 2. Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels ten aanzien van de noodzakelijkheid van de scholing, de duur en de maximale kosten. 3. Voor zover de belanghebbende niet beschikt over een startkwalificatie, wordt binnen zes maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. 4. Het college betrekt bij deze beoordeling: 1. Het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de additionele werkzaamheden uitvoert; 2. De scholingswens van de belanghebbende. 5 Bij jongeren tot 23 jaar zonder startkwalificatie ligt de nadruk in het plan van aanpak zoals vermeld in artikel 1 lid 2 sub o, op scholing ingevolge de regeling vroegtijdig school verlaten. Artikel12Loonkostensubsidies voor werkgevers gericht op reïntegratie 1. Het college kan loonkostensubsidie verstrekken aan de werkgever die een uitkeringsgerechtigde een dienstverband geeft. De loonkostensubsidie is bedoeld om compensatie te bieden voor een lagere productiviteit. In aanmerking voor loonkostensubsidie komt de persoon die behoort tot één van de doelgroepen als genoemd in artikel 2, leden 18, 19 en 20 van de algemene groepsvrijstellingsverordening (Verordening EG, nr. 800/2008). In de toelichting bij dit artikel is de betreffende passage uit deze EG verordening bijgevoegd. 2. Daarnaast kan het college loonkostensubsidie verstrekken aan reïntegratiebedrijf !Go voor trajecten ‘werken met loonwaardebepaling’ en trajecten ‘werken op opstapbaan’. 3. Bij uitvoeringsbesluit stelt het college regels ten aanzien van de duur van de subsidie, de hoogte en de verplichtingen die aan de subsidie worden verbonden. 4. Het niet meewerken door de werkgever aan het behalen van de in het trajectplan opgenomen doelstellingen en de uitvoering van de daaraan gekoppelde activiteiten, kan leiden tot het weigeren, intrekken of beëindigen van beschikbaar gestelde loonkostensubsidie of premie. Artikel13Inkomstenvrijlating In alle gevallen waarin een uitkeringsgerechtigde deeltijd arbeid verricht, draagt dit bij aan de arbeidsinschakeling, zodat recht bestaat op een inkomstenvrijlating ingevolge artikel 31 lid 2 sub n en artikel 31 lid 2 sub r van de wet alsmede artikel 8 lid 2 IOAW en artikel 8 lid 3 IOAZ. Artikel14Premies aan werknemers 1. Het college kan een premie toekennen aan de volgende personen: a. Ouderen, arbeidsgehandicapten en personen die vanwege sociale en/of medische omstandigheden niet volledig kunnen werken, voor het blijven verrichten van arbeid, waarbij het totale netto inkomen lager is dan de bijstandsnorm en waarbij geen recht bestaat op vrijlating op grond van artikel 13 b. Ouderen en uitkeringsgerechtigden die wegens sociale en/of medische omstandigheden geen betaalde arbeid kunnen aanvaarden en minimaal tien uren per week vrijwilligerswerk verrichten. Voorwaarde is dat het te verrichten vrijwilligerswerk onderdeel uitmaakt van het trajectplan sociale activering als bedoeld in artikel 9. 2. Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels over de hoogte van de premies. Artikel15Overige vergoedingen 1. 1. Het college kan een vergoeding verstrekken voor kosten die gemaakt zijn in het kader van de arbeidsinschakeling en wel voor a. reiskosten; b. kosten voor een vervangende voorziening van mantelzorg, voor zover deze kosten niet door voorliggende voorzieningen kunnen worden bekostigd. 2. Het college stelt beleidsregels vast ten aanzien van doelgroep, de noodzaak en de hoogte van de vergoedingen. Artikel16Overige voorzieningen Het college kan aanvullend op de in deze verordening genoemde voorzieningen, in experimentele zin een nieuwe, door de reïntegratiemarkt ontwikkelde voorziening aanbieden, mits deze gericht is op uitstroom naar algemeen geaccepteerde arbeid. Paragraaf4OVERGANGSBEPALINGEN Artikel17Subsidieduur voor bestaande dienstverbanden op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) 1. Subsidie voor personen die op 31 december 2003 een dienstbetrekking hadden voor onbepaalde tijd op grond van artikel 4 Wiw, blijft gehandhaafd tot aan het einde van het dienstverband. 2. Het college kan de subsidie kan op een eerder moment beëindigen. Hierop zijn de bepalingen van Afdeling 9 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Artikel18Premie voor werkgevers bij doorstroom naar regulier werk 1. Het college kan uiterlijk tot 1 juli 2012 aan een werkgever een premie verstrekken als een werknemer reguliere arbeid heeft aanvaard bij dezelfde werkgever. 2. De premie wordt alleen verstrekt indien: a. de werkgever voor de loonkosten van de werknemer een subsidie ontvangt of heeft ontvangen op grond van deze verordening; b. de in het eerste lid bedoelde werkaanvaarding heeft plaatsgevonden binnen de duur waarvoor de loonkostensubsidie geldt; c. de werknemer bij de aanvang van de arbeidsovereenkomst bijstand ontving; d. de werknemer aansluitend op het gesubsidieerde dienstverband voor zijn nieuwe baan een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft gesloten; e. de werknemer na zes maanden na de datum met ingang waarvan het gesubsidieerde arbeidsverband is beëindigd nog arbeid in loondienst verricht bij dezelfde werkgever. 3. Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels over de doelgroepen en de hoogte van de premies. 4 Op het verstrekken van premies is artikel 12lid 3 van overeenkomstige toepassing. Artikel19Premies aan werknemers 1 Het college kan tot uiterlijk 1 juli 2012 een premie toekennen aan de volgende personen: a. Personen die vanuit een opstapbaan algemeen geaccepteerde arbeid aanvaarden, waardoor aanspraak op de uitkering of op de subsidie genoemd in artikel 12 van deze verordening komt te vervallen. Daarnaast komt de langdurig werkloze, de alleenstaande ouder, de arbeidsgehandicapte en degene met een dienstverband als bedoeld in artikel 16 van deze verordening in aanmerking voor een premie bij het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid waardoor aanspraak op de uitkering of op de subsidie genoemd in artikel 12 van deze verordening komt te vervallen. b. Aan de uitkeringsgerechtigde die met goed gevolg een scholingstraject heeft afgerond dat onderdeel uitmaakt van een reïntegratietraject als bedoeld in artikel 5 lid 7. 2 Het college stelt bij uitvoeringsbesluit regels over de hoogte van de premies. Artikel20Voortgezet recht op ondersteuning Personen die een uitkering ontvingen ingevolge de WWB of WIJ en hier per 1 juli 2012 geen aanspraak meer op kunnen maken vanwege de aangescherpte criteria van de WWB, behouden het recht op ondersteuning middels het reeds vastgestelde trajectplan of werkleeraanbod, tot het moment dat een betaalde baan is gevonden of men een opleiding is gaan volgen. Paragraaf5SLOTBEPALINGEN Artikel21Taakstelling en verantwoording 1 Het college stelt jaarlijks vóór 1 januari een bedrijfsplan op, waarin een taakstelling is opgenomen ten aanzien van het reïntegratiebeleid, en legt dit ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad. Voorafgaand aan de besluitvorming door de gemeenteraad vraagt het college de cliëntenraad advies uit te brengen. In de taakstelling wordt in elk geval opgenomen: - de te verwachten uitstroom en de te verwachten gedeeltelijke uitstroom; - de te verwachten instroom; - de in te zetten financiële middelen. 2 Het college legt jaarlijks, na kennis te hebben genomen van het gevraagde standpunt van de cliëntenraad, vóór 1 juli aan de gemeenteraad verantwoording af over de inzet van de voorzieningen in het voorafgaande kalenderjaar. Daarbij komt in elk geval aan de orde: a. Een overzicht van de uitkeringsgerechtigden die gebruik hebben gemaakt van het reïntegratieaanbod; b. Een overzicht van de ingezette financiële middelen; d. Een vergelijking tussen de vastgestelde taakstelling als bedoeld in lid 1 en de gerealiseerde taakstelling. Artikel22Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening daartoe aanleiding geeft. Artikel23Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Reïntegratieverordening Wet Werk en Bijstand Woudrichem 2014. Artikel24Inwerkingtreding 1 Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2014. 2 De reïntegratieverordening Wet werk en bijstand Woudrichem 2012 wordt ingetrokken per 1 mei 2014. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van Woudrichem van 22 april 2014. De griffier, Drs. ing. P.A. Paulides - Ruitenberg De voorzitter, A. NoordergraafToelichting1TOELICHTING OP DE REÏNTEGRATIEVERORDENING Algemeen De aanleiding voor deze verordening ligt in artikel 8 van de Wet werk en bijstand (WWB): Artikel 8. Opdracht aan de gemeenteraad om verordeningen vast te stellen. 1. De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot: a. het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a; b. het verlagen van de bijstand, bedoeld in artikel 18, tweede lid; c. het verhogen en verlagen van de norm, bedoeld in artikel 30. 2. De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, hebben in ieder geval betrekking op de evenwichtige aandacht voor de in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, genoemde groepen, alsmede voor verschillende doelgroepen daarbinnen, en op de wijze waarop rekening wordt gehouden met zorgtaken. In dit artikel wordt verwezen naar ondersteuning en voorzieningen volgens artikel 7, eerste lid WWB: Artikel 7. Opdracht college 1. Het college is verantwoordelijk voor: a. het ondersteunen van personen die algemene bijstand ontvangen, personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, personen met een nabestaanden- of halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en niet-uitkeringsgerechtigden bij arbeidsinschakeling en, indien het college daarbij het aanbieden van een voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling noodzakelijk acht, voor het bepalen en aanbieden van deze voorziening. De hier geregelde premies, onkostenvergoedingen en alle andere kosten die betrekking hebben op reïntegratie, komen ten laste van het participatiebudget. De loonkostensubsidies worden echter uit het inkomensdeel WWB bekostigd. Kosten kinderopvang komen ten laste van de bijzondere bijstand. Artikelgewijs Artikel 1 De definities behoeven geen nadere toelichting behalve algemeen geaccepteerde arbeid (onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.