Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier houdende nadere regels omtrent maatschappelijke ondersteuning Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Westerkwartier 2019Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier; gelet op artikel 2.1.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 28 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerkwartier 2019; B E S L U I T : vast te stellen de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerkwartier 2019 Nadere regels Wmo gemeente Westerkwarier Artikel1Algemene voorziening Het college kan maatwerkvoorzieningen ook als algemene voorziening aanbieden. Artikel2Individuele begeleiding (basis/intensief) Een cliënt kan in aanmerking komen voor individuele begeleiding als: bij de cliënt sprake is van een complexe ondersteuningsvraag, blijkend uit de noodzaak tot inzet van individuele begeleiding, of er bij het functioneren van de cliënt sprake is van risico voor zichzelf of diens omgeving, of toezicht op de cliënt mogelijk nodig is. Artikel3Begeleiding (basis/intensief) Een cliënt kan in aanmerking komen voor begeleiding groep met intensieve ondersteuning als: de cliënt als gevolg van een beperking onvoldoende zelfredzaam is om een dagbesteding, waaronder het volgen van een opleiding of het leveren van een arbeidsprestatie, voor zichzelf of met behulp van netwerk te organiseren; en er sprake is van een dermate complexe beperking dat gedurende de dagbesteding directe nabijheid van gespecialiseerde zorg, ondersteuning en/of toezicht nodig is, of daarmee overbelasting van eventuele mantelzorgers wordt voorkomen. Artikel4Kortdurend verblijf Een cliënt kan gedurende maximaal 3 etmalen per week in aanmerking komen voor kortdurend verblijf als: de cliënt is aangewezen op ondersteuning met permanent toezicht, en de mantelzorger door het overstijgen van het gebruikelijke, redelijkerwijs van hem te verwachten toezicht overbelast dreigt te raken. Artikel5Voorziening Hulp bij het huishouden 1.Ten einde de cliënt in staat te stellen een huishouding te voeren, kan een individuele voorziening worden verstrekt indien hij aantoonbare belemmeringen ondervindt bij het uitvoeren van één of meer huishoudelijke taken. 2.In afwijking van artikel 10 lid 2 sub a kan deze individuele voorziening ook worden verstrekt als deze kortdurend noodzakelijk is. 3.De voorziening kan bestaan uit: hulp bij het huishouden basis, die ingezet kan worden voor de volgende werkzaamheden: boodschappen doen; licht en/of zwaar huishoudelijke werk (inclusief ramen wassen binnen); de was doen. hulp bij huishouden intensief, die ingezet kan worden voor de volgende werkzaamheden: ondersteuning bij de verzorging van kinderen; dagelijkse organisatie van het huishouden; broodmaaltijd of warme maaltijd bereiden; advies, instructie en voorlichting over huishoudelijke taken; Hulp bij het huishouden basis-werkzaamheden, mits in combinatie met een of meerdere werkzaamheden als genoemd onder b. 4.De voorziening kan worden verstrekt in de vorm van: in natura; of een persoonsgebonden budget voor informele en formele zorg. 5.Geen voorziening wordt verstrekt als tot de leefeenheid waar de cliënt deel van uitmaakt, één of meer meerderjarige huisgenoten behoren die in staat worden geacht de huishoudelijke taken uit te voeren. 6.Lid 5 is niet van toepassing indien deze huisgenoten regelmatig langere perioden niet aanwezig zijn, vanwege activiteiten elders met een verplichtend karakter. 7.De omvang van de voorziening wordt uitgedrukt in uren en minuten per week. Artikel6Nacht-en crisisopvang en passantenhotel 1.Het college draagt binnen het kader van de opvang voor dak –en thuislozen zonder verblijfsalternatief zorg, al dan niet via de centrumgemeente, voor de mogelijkheid van kortdurend onderdak, in elk geval met een slaapplaats indien noodzakelijk, en verder al dan niet inclusief voeding, douche en eventueel andere diensten of faciliteiten gedurende de nacht en de dag. 2.Het college draagt, al dan niet via de centrumgemeente, zorg voor kortdurend voltijdverblijf naar aanleiding van een crisissituatie, op voor specifiek dat doel bestemde plekken, voor opvang gedurende maximaal 3 aaneengesloten dagen, en in geval van huiselijk geweld maximaal gedurende 10 dagen. Artikel7Woonvoorzieningen 1.Een persoon met een beperking kan voor een woonvoorziening in aanmerking komen als deze voorziening noodzakelijk is voor het compenseren van de belemmeringen die worden ondervonden bij het normale gebruik van de woonruimte. 2.Een woonvoorziening wordt verstrekt ten behoeve van de woonruimte waar de persoon met beperking woonachtig is of zal zijn en die geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden. 3.Woonvoorzieningen worden onder andere onderscheiden in: verhuis-en inrichtingskosten; een bouwkundige of woontechnische woningaanpassing; roerende woonvoorzieningen; overige woonvoorzieningen. 4.Het bezoekbaar maken van één woonruimte waarbij de persoon met een beperking in ieder geval de woonkamer en een toiletvoorziening kan bereiken en gebruiken wordt beschouwd als een bouwkundige of woontechnische aanpassing wanneer de persoon met een beperking woonachtig is in een instelling voor langdurige zorg. 5.Een traplift wordt beschouwd als een roerende woonvoorziening. 6.De woonvoorziening verhuizen of woningsanering wordt verstrekt in natura of als PGB, tenzij een persoon met een beperking kiest voor een tegemoetkoming in aannemelijke meerkosten. 7.De in lid 6 genoemde woonvoorziening verhuizen wordt alleen verstrekt als de nieuwe woonruimte voldoet aan het programma van eisen, zoals gesteld in de beschikking. 8.Het recht op de genoemde voorzieningen in lid 6 vervalt in beginsel 2 jaar nadat de beschikking daarvoor is afgegeven, tenzij er bijzondere omstandigheden te benoemen zijn. Artikel8Terugbetaling bij verkoop 1.De eigenaar, die een woningaanpassing heeft ontvangen dat heeft geleid tot waardestijging van de woning, dient bij de verkoop van de woning binnen een periode van 10 jaar na gereedmelding van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden. De meerwaarde van de woning dient te worden terugbetaald overeenkomstig een vastgelegde afschrijving. 2.Bij het bepalen van de hoogte van het terug te betalen bedrag als bedoeld in lid 1 wordt uitgegaan van de kostprijs van de woningaanpassing minus de reeds betaalde eigen bijdrage. Artikel9Vervoersvoorzieningen 1.Een persoon met een beperking kan in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening als hij belemmeringen ondervindt in het lokaal verplaatsen en gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken van dat openbaar vervoer niet mogelijk is. 2.De compensatieplicht voor een vervoersvoorziening beperkt zich tot het verplaatsen in de directe woon- en leefomgeving, tenzij er sprake is van bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de aanvrager zelf bezocht kan worden en waarbij het bezoek voor de aanvrager noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen. 3.De door het college te verstrekken vervoersvoorzieningen kunnen bestaan uit: deelname aan collectief vervoer; een door spierkracht bewogen vervoersmiddel; een scootmobiel; een tegemoetkoming in aannemelijke meerkosten voor het gebruik van een eigen auto, taxi, rolstoeltaxi en/of bruikleenauto; een autoaanpassing niet zijnde een auto of rolstoelbus. De autoaanpassing wordt alleen verstrekt als de waarde van de auto/rolstoelbus in alle redelijkheid staat tot de ouderdom van de auto/rolstoelbus, het aantal verreden kilometers en de algehele staat van de auto/rolstoelbus. 4.Collectief vervoer is een maatwerkvoorziening. Met het collectief vervoer kan een persoon met beperkingen zich lokaal verplaatsen van deur tot deur, waarbij geldt dat: medisch noodzakelijke persoonlijke begeleiding bij het gebruik van het collectieve vervoer gratis is; de persoon met een beperking mag iemand meennemen tegen hetzelfde tarief als sprake is van huisgenoten (huisgenotenregistratie); er maximaal 25 kilometers enkele reis, gerekend van het woonadres, gereisd kan worden, waarbij in ieder geval ook de puntbestemmingen bereikt kunnen worden 1 - Ziekenhuizen in Groningen en Drachten- Beatrixoord in Haren en Revalidatie Friesland, locatie Beesterzwaag- Centraal station Groningen- Station Zuidhorn- Busstation aan Van Knobelsdorffplein in Drachten.- Alle bestemmingen in de stad Groningen- Alle bestemmingen in de plaats Drachten. Boven de 25 kilometer geldt het tarief van de vervoerder. 5.Een door spierkracht bewogen vervoersmiddel kan bestaan uit: een aanpassing aan een fiets; een niet algemeen gebruikelijke fiets (bijv. driewielfiets); een rolstoelfiets of handbike. 6.Een persoon met een beperking kan in aanmerking komen voor een voorziening als bedoeld in lid 6 indien: zijn beperking het gebruik van een gewone of aankoppelfiets onmogelijk maakt; en hij zijn vervoersbehoefte merendeels met een door spierkracht voortbewogen vervoersmiddel kan invullen. 7.Voor een kind met beperkingen kan een vervoersvoorziening tevens bestaan uit een individueel aangepast fietszitje of een fietsaanhanger als een standaard (algemeen gebruikelijke) voorziening niet mogelijk is. Artikel10Rolstoelvoorzieningen Een persoon met beperkingen kan voor een rolstoel in aanmerking komen als een rolstoel noodzakelijk is voor het dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning. De door het college te verstrekken rolstoelvoorziening kan bestaan uit: een handbewogen rolstoel of een transportrolstoel; een elektrische rolstoel; een rolstoel of vastframe handbike voor sportdoeleinden; individuele aanpassingen aan de rolstoel; rolstoelaccessoires. Een persoon met beperkingen kan in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming in de aannemelijke (meer)kosten van een sportrolstoel of vastframe handbike indien het sporten zonder deze voorziening niet mogelijk is. Het college kan op aanvraag een tegemoetkoming aannemelijke meerkosten voor een vastframe handbike of sportrolstoel verstrekken, waarbij rekening wordt gehouden met de aanschafkosten en de kosten voor onderhoud en verzekering. Artikel11Persoonsgebonden budget (PGB) 1.Een persoon met een beperking heeft niet de mogelijkheid te kiezen voor een persoonsgebonden budget als daartegen overwegende bezwaren bestaan. Daarvan is in ieder geval sprake als: de voorziening deelname aan het collectief vervoer is; er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de persoon met een beperking zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van het persoonsgebonden budget en deze hulp niet via een echtgenoot, wettelijk vertegenwoordiger, bewindvoerder of curator beschikbaar is; de persoon met een beperking zich in de periode van twee jaar voorafgaand aan de aanvraag niet heeft gehouden aan – bij een eerdere verstrekking van een persoonsgebonden budget – opgelegde verplichtingen; de persoon met een beperking in een financieel hulpverleningstraject zit of daarvoor in aanmerking zou komen; de persoon met een beperking het eerder verstrekte persoonsgebonden budget niet naar genoegen van het college heeft kunnen verantwoorden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.