← Nederland

Handhavingsbeleid fysieke leefomgeving 2016-2019 gemeente Soest (Soest)

Handhavingsbeleid fysieke leefomgeving 2016-2019 gemeente SoestOpsteller: K.G.M. van Aken Datum: 1 juni 2016 Bestuurlijke samenvatting Handhavingsbeleid fysieke leefomgeving 2016-2019 Net als andere g

§ 1.2 Reikwijdte). Actueel beleid

Er zijn uiteenlopende wettelijke, beleidsmatige en organisatorische ontwikkelingen die vragen om een geactualiseerd beleid. Bovendien moet het handhavingsbeleid zijn gestoeld op de visie van het huidige gemeentebestuur. 1.2Reikwijdte Dit handhavingsbeleid richt zich op de fysieke leefomgeving. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beleidsveld Omgevingsrecht en beleidsveld Openbare ruimte en veiligheid. De nota heeft geen betrekking op sociale zekerheidswetgeving, de Wet kinderopvang, leerplichtwetgeving, privaatrechtelijke handhaving of handhaving van de openbare orde. Beleidsveld OmgevingsrechtHet kader betreft onder meer de Wabo, het Bor, de Woningwet, Bouwbesluit 2012, de Wet ruimtelijke ordening, bestemmingsplannen en de Erfgoedwet. Uitgezonderd zijn de milieutaken (waaronder de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit en de Wet bodembescherming). Deze worden, zowel qua handhaving als beleidsmatig, uitgevoerd door Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD). Wel binnen de kaders van deze nota valt het taakveld brandveiligheid, dat wordt uitgevoerd Veiligheidsregio Utrecht (Vru). Beleidsveld Openbare ruimte en veiligheidHet kader betreft vooral de Algemene Plaatselijke Verordening Soest (hierna: APV), de Afvalstoffenverordening, de Wegenverkeerswet 1994, de Drank- en horecawet en overige bijzondere wetgeving zoals de Winkeltijdenwet en de Zondagswet. Het gaat hierbij om de kerntaken van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s), te weten de aanpak van de zogenoemde ‘kleine ergernissen in de openbare ruimte’, de aanpak van verkeersovertredingen, het toezicht op de Drank en horecawet, het toezicht op de Dor en het marktmeesterschap. Los van deze kerntaken worden boa’s met enige regelmaat ondersteunend ingezet. Bijvoorbeeld bij preventieacties van de politie of voor het verzegelen van een gebouw. Gelet op de bevoegdheden, opleiding, uitrusting en rooster technische inzetbaarheid is er echter geen zelfstandige of structurele taak in het kader van de handhaving van de openbare orde. Voorgaande laat onverlet dat alle toezichthouders altijd een signalerende functie vervullen richting ketenpartners. 1.3Nut en noodzaak handhaving en handhavingsbeleid Het stellen van regels is een manier om maatschappelijke belangen te beschermen en ontwikkelingen te sturen. Maar het stellen van regels alleen is niet genoeg. Naleving van die regels is cruciaal om de achterliggende doelen van die regels te bereiken. Handhaving is één van de middelen om naleving te bevorderen. Er moeten echter niet te hoge verwachtingen zijn van handhaving. Handhaving is immers het sluitstuk in de reeks van discussie, beleidsvorming, regelgeving en preventie. Bovendien zijn de middelen om handhaving uit te voeren niet onbeperkt. Wanneer handhaving noodzakelijk is, is het wel belangrijk dat deze op een betrouwbare, transparante en consistente wijze plaatsvindt. Het onderhavige handhavingsbeleid stelt hiervoor de kaders. Daarbij beantwoordt het beleid de vraag wanneer handhaving nodig is. Het is immers niet mogelijk om alle wetten en regels op ieder moment en op alle locaties te handhaven. Dit vraagt om een probleem- en risicoanalyse, die input geeft voor het stellen van prioriteiten. Daarnaast vraagt dit om strategieën, waaruit volgt op welke wijze naleving van de regels wordt bevorderd en op welke wijze de gemeente reageert als een overtreding is geconstateerd. In deze beleidsnota moet het begrip handhaving ruim worden opgevat, namelijk als ‘elke activiteit die erop is gericht om de naleving van regels te bevorderen of een overtreding te beëindigen’. Dit houdt dus zowel het toezicht en de sanctionering in als activiteiten die zijn gericht op het voorkomen van overtredingen, zoals voorlichtingsavonden en waarschuwingsacties. 1.4Beleidscyclus De Wabo en het daarop gebaseerde Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) schrijven een beleidscyclus voor gebaseerd op het model van de ‘dubbele regelkring’, ook wel de ‘Big-Eight’ genoemd. Deze dubbele regelkring bestaat uit een aantal stappen, die een cyclus vormen van strategische beleidsvorming, planning, uitvoering, evaluatie en bijstelling. De onderhavige nota voorziet in het strategische meerjarenbeleid en fungeert als basis voor het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma Wabo-handhaving. Dit programma bevat een concrete jaarplanning. Monitoring van de doelstellingen van de beleidsnota en het jaarprogramma vindt jaarlijks plaats door vaststelling van een jaarverslag. Zo nodig worden de doelstellingen bijgesteld of geactualiseerd. Aanleiding van bijstelling van prioriteiten, doelen of strategieën kan bijvoorbeeld zijn gelegen in wetswijzigingen, beleidsontwikkelingen of -evaluaties. De bevoegdheid tot het vaststellen van zowel het meerjarenbeleid als het uitvoeringsprogramma en jaarverslag ligt bij het college van burgemeester en wethouders. De stukken worden ter kennisneming aangeboden aan de raad. In het kader van het tweedelijnstoezicht (interbestuurlijk toezicht) wordt een afschrift van alle stukken verzonden aan het college van gedeputeerde staten. Gelet op de wens om tot een integraal beleid te komen wordt ten aanzien van het beleidsveld Openbare ruimte en veiligheid zoveel als mogelijk aangehaakt bij deze big-eight cyclus. 1.5Opzet en doelgroepen handhavingsbeleid Het Besluit omgevingsrecht (Bor) stelt eisen aan opzet en inhoud van het beleid. Het beleid moet onder meer concrete handhavingsdoelstellingen bevatten, gebaseerd op een probleem- en risicoanalyse en een prioriteitstelling. Daarnaast schrijft het Bor voor dat in het beleid nalevingstrategieën zijn opgenomen ten aanzien van toezicht, sanctionering, gedogen en afstemming met handhavingspartners. Het onderhavige beleid is opgesteld met in acht neming van deze wettelijke vereisten. Het beleid brengt daardoor meer in beeld dan alleen de bestuurlijke handhavingsprioriteiten. Het beleid geeft inzicht aan burgers, bedrijven en instellingen in hoe zij kunnen verwachten dat de gemeente Soest omgaat met haar handhavende taken en bevoegdheden. Het beleid fungeert daarmee ook als kader en richtlijn voor het handelen van de gemeentelijke toezichthouders en handhavers in de dagelijkse uitvoering en advisering richting gemeentebestuur. 1.6Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft inzicht in de kaders, relevante ontwikkelingen en algemene beleidsuitgangspunten. Hoofdstuk 3 behandelt de prioriteitstelling van het handhavingsbeleid. Hoofdstuk 4 beschrijft de strategieën die gemeente Soest hanteert om naleving van de regels te bevorderen. Hoofdstuk 5 bevat concrete handhavingsdoelstellingen en monitoringsindicatoren. Hoofdstuk gaat in op hoe handhaving binnen de gemeente Soest is georganiseerd. 2.Kaders en beleidsuitgangspunten 2.1Inleiding In dit hoofdstuk wordt allereerst een terugblik gegeven op handhaving in de afgelopen beleidsperiode. Daarna zijn de wettelijke en beleidsmatige kaders benoemd en worden de relevante ontwikkelingen uiteengezet. Dit hoofdstuk bevat tot slot algemene beleidsuitgangspunten, waarmee bij het opstellen van het beleid steeds rekening is gehouden. 2.2Terugblik Met de inwerkingtreding van de Wabo in 2010 werd beoogd toezicht en handhaving in het omgevingsrecht te professionaliseren. In dit kader werd het opstellen van strategisch beleid, jaarlijkse uitvoeringsprogramma's en verantwoording via jaarverslagen wettelijke verplicht gesteld. Dit heeft geresulteerd in Handhavingsbeleid fysieke leefomgeving 2012-2015 en diverse uitvoeringsprogramma’s en jaarverslagen. Het college van gedeputeerde staten heeft begin 2016 in het kader van het Interbestuurlijk Toezicht geoordeeld dat de taken op het gebied van toezicht en handhaving omgevingsrecht redelijk adequaat worden uitgevoerd1Beoordelingsrapportage gemeente Soest, interbestuurlijk toezicht omgevingsrecht 2015 d.d. 27 januari 2016.. Verbeterpunten zijn zoveel als mogelijk bij het opstellen van het onderhavige beleid doorgevoerd. Een van deze punten betreft bijvoorbeeld het formuleren van concrete en meetbare handhavingsdoelstellingen in het strategische beleid (dus niet alleen in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s). Wat betreft de basistaken (milieu) worden de verbeterpunten opgepakt door de RUD. De RUD zal in opdracht van de deelnemende gemeenten de big-eight cylcus als bedoeld in het Bor invoeren, inhoudende dat strategisch beleid wordt opgesteld, dat actuele nalevingsstrategieën worden geformuleerd en dat beleidsevaluaties worden aangeleverd. Ten tijde van het vaststellen van het onderhavige beleid is RUD aangevangen met het opstellen van een plan van aanpak. De situatie van het toezicht en handhaving in openbare ruimte is in vele opzichten niet meer vergelijkbaar met de situatie ten tijde van de vaststelling van het voorgaande beleid. De belangrijkste ontwikkelingen betroffen het vervallen van het convenant politiesurveillanten, de vaststelling van de notitie kerntakendiscussie, de overheveling van het toezicht op de Drank- en horecawet van de NVWA2Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit naar de gemeente en nieuwe (bestuurlijke) prioriteiten. Deze en andere wettelijke, beleidsmatige en organisatorische ontwikkelingen hebben meegebracht dat het takenpakket van de boa’s en de boa-formatie fors zijn uitgebreid. Kortom, op handhavend vlak is gemeente Soest de afgelopen periode volop in beweging en in opbouw geweest. In hoofdstuk 6 wordt verder ingegaan op de organisatieontwikkeling en het traject van procesoptimalisatie. 2.3Beleidsmatige kaders In het Coalitieakkoord 2014-2018 ‘Samen voor een vitale gemeente Soest’ en de Kadernota 2016 zijn in de programma’s Veiligheid en Wonen en Ruimtelijke Ordening onderwerpen benoemd die relevant zijn voor het onderhavige beleid. Zij bevatten het algemene uitgangspunt dat het versterken van de veiligheid een gedeelde verantwoordelijkheid is van gemeente en de individuele burger. Thema’s waarvoor in het bijzonder aandacht wordt gevraagd zijn jeugdoverlast en inbraakpreventie (toezicht Digitaal Opkopers Register). Daarnaast moet het nieuwe beleid inzicht verschaffen in de werkzaamheden van de boa’s en de resultaten daarvan. Op het gebied van ruimtelijke ordening omvatten zij het uitgangspunt dat meer projectmatig capaciteit wordt ingezet op een aantal thema’s, zoals illegale woonsituaties, handhaving landelijk gebied en permanente bewoning van recreatiewoningen. 2.4Wettelijke kaders Hoewel bestuursorganen in beginsel bevoegd, maar niet verplicht zijn om handhavend op te treden tegen geconstateerde overtredingen, is deze beleidsvrijheid in de jurisprudentie aanzienlijk genuanceerd en ingeperkt door de ontwikkeling van de zogenoemde ‘beginselplicht tot handhaving’. Uitgangspunt is dat het bevoegde orgaan in de regel moet optreden bij constatering van een overtreding. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het afzien van handhaving, bijvoorbeeld indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. In het geval van een handhavingsverzoek wordt deze plicht letterlijk afgedwongen, nu een handhavingsverzoek een formele aanvraag is als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht en waarop in de regel een besluit volgt. In relatie tot handhavingsbeleid volgt uit vaste jurisprudentie dat als het bestuursorgaan een ‘redelijk te achten beleid voert, bijvoorbeeld inhoudende dat het bestuursorgaan de overtreder in bepaalde gevallen eerst waarschuwt en gelegenheid biedt tot herstel voordat het een handhavingsbesluit voorbereidt, het zich in beginsel aan dit beleid dient te houden’. In de praktijk betekent dit dat het bevoegde bestuursorgaan na constatering niet meteen handhavend hoeft op te treden, maar dat eerst het ‘stappenplan’ wordt gevolgd zoals dat in het beleid is vastgelegd. Dit laat onverlet dat tegen spoedeisende gevallen (al dan niet preventief) wel direct opgetreden dient te worden. Regelgeving die strafrechtelijk wordt gehandhaafd (bijvoorbeeld door middel van de bestuurlijke strafbeschikking), vallen buiten beginselplicht tot handhaving. Dit betreffen met name APV-feiten en verkeersovertredingen. 2.5Relevante ontwikkelingen Wet VTH, kwaliteitscriteria en vergunningenbeleidIn 2009 is een Packagedeal gesloten tussen de VNG, het IPO en het Rijk. Hierin is afgesproken dat er kwaliteitscriteria worden ontwikkeld en vastgesteld waaraan vergunningverlening, toezicht en handhaving in het Omgevingsrecht moeten voldoen. De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (de VTH-taken) door gemeenten en provincies in het Omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. De criteria gaan over proces, inhoud en kritieke massa. Dit laatste begrip gaat in op eisen rondom vakmanschap in termen van voldoende opleiding, ervaring, kennis en het onderhouden en borgen daarvan. Dit heeft op 14 april 2016 geleid tot wijziging van de Wabo3Op basis van het wetsvoorstel VTH. De wijziging van het Bor volgt op korte termijn.. De belangrijkste ontwikkeling voor gemeente Soest is de verplichting om voor eind 2016 in een verordening kwaliteitscriteria vast te leggen. De VNG en het IPO hebben een modelverordening opgesteld. Daarbij is gebruik gemaakt van het document Kwaliteitscriteria 2.1 dat in 2012 door de VNG, het IPO en het Rijk bestuurlijk is vastgesteld. Het onderdeel kritieke massa geldt voor milieutaken (basistakenpakket) die zijn ondergebracht bij de RUD en is opgenomen in de modelverordening. Deze modelverordening is op vrijwillige basis ook van toepassing op de andere Wabo-taken. Daarnaast is de gemeente verplicht om vergunningenbeleid vast te stellen, gelijk aan de reeds bestaande beleidscyclus betreffende handhaving. Ten tijde van de vaststelling van het onderhavige handhavingsbeleid is reeds aangevangen met zowel het opstellen van het vergunningenbeleid als het toetsen van de kwaliteitscriteria aan de Soester situatie. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (privatisering bouwtoezicht)Met het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen beoogt de wetgever de verantwoordelijkheid voor de toetsing en het toezicht op de bouw duidelijk te beleggen bij de bouwsector. Dit komt neer op het gedeeltelijk privatiseren van het bouw- en woningtoezicht. Uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat de markt zelf de verantwoordelijkheid draagt voor de kwaliteit van de bouw en dat de overheid de kaders stelt. Voor de gemeente Soest houdt dit in dat een deel van de werkzaamheden zal wegvallen. De invoering zal gefaseerd plaatsvinden, te beginnen met de minder risicovolle gebouwen (grondgebonden woningen, agrarische gebouwen en licht industriële gebouwen). Er is vanuit verschillende hoeken forse kritiek op het wetsvoorstel, zodat niet duidelijk is of het wetsvoorstel in de huidige vorm de eindstreep haalt. Inwerkingtreding vindt gefaseerd plaats en naar verwachting niet eerder dan

  1. OmgevingswetDe Omgevingswet, die naar verwachting in 2018 in werking treedt, integreert zo’n 26 wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving. Hieronder vallen onderwerpen als: bouwen, milieu, waterbeheer, ruimtelijke ordening, monumentenzorg en natuur. De oude wetten zijn veelal sectoraal opgebouwd. In samenhang gezien en toegepast sluiten deze wetten niet meer aan bij de behoefte van deze tijd. Met de Omgevingswet wil de overheid het wettelijk systeem ‘eenvoudig beter’ maken. De nieuwe wet regelt onder meer het versnellen en verbeteren van besluitvorming in het brede fysieke domein, de integratie van plannen en toetsingskaders en het vergroten van bestuurlijke afwegingsruimte. 2.6Beleidsuitgangspunten > Realistisch beleidHet handhavingsbeleid moet een realistisch beleid zijn. Het 100% uitsluiten van risico’s of 100% naleving door middel van handhaving is een utopie. Daarom worden prioriteiten gesteld en worden binnen de beschikbare middelen haalbare handhavingsdoelstellingen vastgelegd. > FlexibiliteitOm goed in te kunnen spelen op de actualiteit moet het beleid voldoende flexibel zijn. Daartoe worden de handhavingsdoelstellingen (hoofdstuk 5) jaarlijks op actualiteit getoetst en zo nodig bijgesteld. Ook wordt per jaar een uitvoeringsprogramma opgesteld. Naast de vaste handhavingsprioriteiten worden de thema’s benoemd die dat jaar projectmatig worden aangepakt (Omgevingsrecht) of waar dat jaar intensiever toezicht op wordt uitgeoefend (Openbare ruimte en veiligheid). > Uniformiteit en transparantieBelangrijke waarden bij handhaving zijn uniformiteit en transparantie. Nalevingsstrategieën geven sturing aan hoe toezicht wordt gehouden en hoe de gemeente reageert op geconstateerde overtredingen. Medewerkers hanteren deze strategieën zowel in feitelijk handelen als in hun advisering richting bestuur, zodat handhaving uniform en voorspelbaar is. Gelijke gevallen (op Wabo-gebied) worden meer projectmatig / thematisch gehandhaafd. Zo wordt minder snel een gevoel opgeroepen bij inwoners of bedrijven dat zij ‘als enige aan de beurt’ zijn. Ieder wordt vanuit zijn mogelijkheden en perspectief zo goed mogelijk geholpen. Ook in vaak vervelende handhavingstrajecten. Dit kan op gespannen voet staan met de waarde van uniformiteit. Afwijken van beleid (bijvoorbeeld van bepaalde termijnen) wordt daarom besluitvorming en correspondentie gemotiveerd weergegeven. > Handhaving is een middel, geen doelBij handhaving staat het beschermen van de achterliggende belangen van de regelgeving voorop, niet het handhaven van de regels zelf. > Handhaving betekent ook inzet op het voorkómen van overtredingenDe gemeente wil de komende beleidsperiode meer de nadruk leggen op preventie. In een aparte nalevingsstrategie wordt beschreven welke instrumenten de gemeente hiertoe aanwendt. > Het bevorderen van naleving van regelgeving is een gedeelde verantwoordelijkheidBij een terugtrekkende overheid past dat meer nadruk komt te liggen op de gedeelde verantwoordelijkheid van gemeente, inwoners en bedrijven bij de naleving van regelgeving. 3.Prioriteiten 3.1Probleem- en risicoanalyse In dit hoofdstuk is de prioriteitstelling weergegeven. Deze is gebaseerd op een probleem- en risicoanalyse van de verschillende beleids- en taakvelden. Binnen het omgevingsrecht is daarbij onderscheid gemaakt tussen de taakvelden: Bouwen; Ruimtelijke ordening (RO) en Overig. Ten aanzien van openbare ruimte en veiligheid is onderscheid gemaakt tussen de taakvelden: Verkeer en veiligheid openbare weg; Afval; Horeca; Jeugd; Evenementen; Honden; Inbraakpreventie / toezicht Digitaal Opkopers Register (DOR); Markt; Bostoezicht; Toezicht Soesterberg i.v.m. noodopvang De probleem- en risicoanalyse houdt in dat in kaart gebracht is op welke regelgeving het handhavingsbeleid van toepassing is, welke opvallende of veelvoorkomende knelpunten zich voordoen, wat de kansen van overtreding zijn en wat de negatieve effecten van die overtredingen voor de (fysieke) leefomgeving zijn. Deze beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 1 ‘Probleem- en risicoanalyses beleidsveld Omgevingsrecht’ en bijlage 4 ‘probleem- en risicoanalyses beleidsveld Openbare ruimte en veiligheid’. Vervolgens zijn risicomatrices opgesteld volgens de formule als hieronder weergegeven. De matrices zijn opgenomen in bijlagen 2, 3 en
  2. 3.2Prioriteitstelling De probleem- en risicoanalyses hebben geleid tot een prioriteitstelling, waarbij de handhavingsthema’s zijn geprioriteerd in hoog, gemiddeld of laag. In hoofdlijnen betekent dat in Soest de hoogste prioriteit toekomt aan de thema’s die risico’s meebrengen voor de veiligheid, aan situaties die direct ingrijpen vergen en aan formele handhavingsverzoeken. Dit zijn minimumtaken die voortvloeien uit wettelijke (zorg)plichten of jurisprudentie. Veel thema’s die betrekking hebben op de leefbaarheid en kwaliteit van de (woon)omgeving zijn als gemiddeld geprioriteerd. Ten aanzien van het taakveld ruimtelijke ordening geven de als gemiddeld geprioriteerde thema’s uitdrukking aan de bestuurlijke keuzes op dit taakveld. Dit betreffen met name illegale woonsituaties en thema’s die een grote impact (kunnen) hebben op de kwaliteit van het buitengebied. In de onderstaande drie tabellen zijn de prioriteiten van de gemeente Soest weergegeven. Prioriteitstelling Omgevingsrecht: taakvelden Ruimtelijke ordening & Overig Prioriteitstelling Omgevingsrecht: taakveld Bouwen Prioriteitstelling Openbare ruimte en Veiligheid Tabel 1: Prioriteitstelling Omgevingsrecht: taakvelden Ruimtelijke ordening (RO) & Overig Prioriteit hoog Handhavingsverzoeken, alle thema’s (RO & Overig) Prioriteit gemiddeld Kom: Illegaal wonen op bedrijventerreinen (RO) Kom: Illegale woonsituaties overig (RO) Buitengebied: Illegale bedrijfsactiviteiten (RO) Buitengebied: Erfactiviteiten in agrarische bestemming (RO) Buitengebied: Illegale woonsituaties (RO) Buitengebied: Permanente bewoning recreatiewoningen (RO) Extra beschermde bomen4Bomenstructuren, monumentale bomen en waardevolle bomen als bedoeld in Nota bescherming en kap van bomen 2012 “Bomen, de groene parels van Soest”. (Overig) Overige bomen vergunningplichtig (Overig) Erfgoed: Activiteiten bij monumenten of in beschermde dorpsgezichten e.a. (Overig) Prioriteit laag Kom: Illegale bedrijfsactiviteiten bij gevoelige functies (RO) Kom: Detailhandel in strijd met (bedrijfs)bestemming (RO) Buitengebied: Maisteelt in agrarische bestemming (RO) Kom + Buitengebied: Overig illegaal bouwen/gebruik (incl. afwijken omgevingsvergunning / overtreding vergunningsvrije regels) (RO) Inritten (Overig) Flora & Fauna (Overig) Tabel 2: Prioriteitstelling Omgevingsrecht: taakveld Bouwen Prioriteit hoog Handhavingsverzoeken, alle thema’s Omgevingsvergunning, constructieve– en brandveiligheid: publiek toegankelijke gebouwen Omgevingsvergunning, bouwveiligheid Slopen en sloopveiligheid: Asbest risicoklasse 3 Brandveilig gebruik: functiecategorieën met grootste risico’s (nachtverblijf, dagverblijf kinderen / gehandicapten, verblijf > 50 personen) Prioriteit gemiddeld Slopen en sloopveiligheid: Asbest risicoklasse 2 Slopen en sloopveiligheid: Zonder asbest Omgevingsvergunning, constructieve– en brandveiligheid: niet-publiek toegankelijke gebouwen Omgevingsvergunning, gezondheid, energie, bruikbaarheid: publiek toegankelijke gebouwen Bestaande bouw, constructieve veiligheid: flats met uitkragende balkons Bestaande bouw, brandveiligheid: hoogbouw vluchtroutes Brandveilig gebruik: overig Prioriteit laag Omgevingsvergunning, gezondheid, energie, bruikbaarheid: niet publiek toegankelijke gebouwen Omgevingsvergunning, constructieve–, brand-, en bouwveiligheid: overige / kleine verbouwingen Omgevingsvergunning, gezondheid, energie, bruikbaarheid: overige/ kleine verbouwingen Slopen en sloopveiligheid: Asbest risicoklasse 1 Constructieve–, brand-, en bouwveiligheid vergunningsvrije bouwwerken en bestaande bouw overig Gezondheid, energie, bruikbaarheid vergunningsvrije bouwwerken en bestaande bouw Tabel 3: Prioriteitstelling Openbare ruimte & Veiligheid Thema Taakveld Prioriteit Hoog Ondergrondse containers Afval Verkeersveiligheid bij scholen Verkeer en veiligheid openbare weg Jeugdgroepen Jeugd Risicovolle evenementen Evenementen Drank- en horecawet Horeca Markt Markt Digitaal Opkopers Register Inbraakpreventie Noodopvang Soesterberg Overig Handhavingsverzoeken Alle thema’s Prioriteit gemiddeld Afvaldump Afval Foutparkeren Verkeer en veiligheid openbare weg Blauwe zones Verkeer en veiligheid openbare weg Bestuurders op de stoep e.a. Verkeer en veiligheid openbare weg Obstakels op de weg en uitstallingen Verkeer en veiligheid openbare weg Exploitatievergunning en terrasvergunning Horeca Sluitingstijden Horeca Aanwezigheidsvergunning Horeca Overige evenementen en snuffelmarkten Evenementen Bostoezicht (inclusief kamperen en verbod open vuur) Bos Loslopende honden Honden Opruimplicht bebouwde kom Honden Meeneemplicht opruimmiddel Honden Overtreding muilkorf- en kortaanlijngebod Honden Winkelwagentjes Overig Prioriteit laag Overhangend groen Verkeer en veiligheid openbare weg Stalling caravan, aanhangers e.d. Verkeer en veiligheid openbare weg Wrakken Verkeer en veiligheid openbare weg Uitstallingen bij winkels Verkeer en veiligheid openbare weg Ontheffing festiviteiten Horeca Plakken en kladden (graffiti) Afval Vervuiling/ openbare ruimte Afval Container te vroeg of te laat op straat Afval Natuurlijke behoefte doen (kom), betreden plantsoenen, Overig Venten / straatartiesten / collecteren Overig Reclame Overig Winkeltijdenwet / Zondagswet / Loterijontheffing Overig Boa-werkzaamheden buiten beleidsveld openbare ruimte en veiligheid Toezicht i.h.k.v. Wabo/Ruimtelijke ordening - Toezicht n.a.v. adresonderzoek Wet BRP - 3.3Basisprincipes prioriteitstelling De prioriteitstelling is richtinggevend voor de te verrichten handhavingsinspanningen. De achterliggende gedachte daarbij is dat de schaarse middelen door bewuste keuzes op zo’n efficiënt mogelijke wijze worden ingezet. Hoe hoger een thema is geprioriteerd, hoe frequenter of intensiever de handhavingsinspanningen zijn ten aanzien van dat thema, of des te meer het accent daarop ligt in de dagelijkse uitvoering van de taken. De basisprincipes luiden grofweg als volgt. Een nadere vertaalslag van de prioriteitstelling is uitgewerkt de nalevingsstrategieën (hst. 4), de handhavingsdoelstellingen (hst. 5) en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. > Omgevingsrecht: basisprincipes prioriteitstellingHoge prioriteit : actieve handhaving Gemiddelde prioriteit : gedeeltelijke of planmatige handhaving Lage prioriteit : passieve handhaving Basisprincipe hoge prioriteit: actieve handhavingOp elk object of op elke activiteit wordt toezicht gehouden. Dit geschiedt met een hoge controlefrequentie of -intensiteit. De handhavingsinspanning wordt zo snel mogelijk geleverd, dus met prioriteit opgepakt. Basisprincipe gemiddelde prioriteit: gedeeltelijke of planmatige handhavingDe handhavingsinspanningen zijn minder frequent of minder intensief dan bij de hoog geprioriteerde onderwerpen of vindt steekproefsgewijs plaats. RO-thema’s met een gemiddelde prioriteit worden planmatig en projectmatig opgepakt. Basisprincipe lage prioriteit: passieve handhavingOp thema’s met een lage prioriteit vindt uitsluitend passieve handhaving plaats, bijvoorbeeld naar aanleiding van een handhavingsverzoek of de signalering van een excessieve situatie. Hoewel er geen ambtshalve of planmatige handhaving plaats vindt, betekent een lage prioriteit dus niet dat er helemaal geen handhaving plaatsvindt op deze thema’s. > Openbare ruimte en veiligheid: basisprincipes prioriteitstellingHoge prioriteit : actieve handhaving met accent of met voorrang Gemiddelde prioriteit : actieve handhaving Lage prioriteit : passieve handhaving Basisprincipe hoge prioriteit: actieve handhaving met accent of met voorrangAan thema’s met een hoge prioriteit wordt op structurele basis aandacht besteed èn op deze thema’s ligt bij de uitvoering van de taken altijd het accent. Hotspots worden intensief bezocht en meldingen worden direct opgepakt. Vergunningcontroles vinden frequent plaats en worden bij voorrang ingepland. Basisprincipe gemiddelde prioriteit: actieve handhavingAan thema’s met een gemiddelde prioriteit wordt op structurele basis aandacht besteed, met name in dagelijkse rondes of planmatig. Maar steeds voor zover de inzet op hoog geprioriteerde onderwerpen dat toelaat. Vergunningcontroles vinden -ten opzichte van hoog geprioriteerde thema’s- minder frequent of steekproefsgewijs plaats. Basisprincipe lage prioriteit: passieve handhavingOp thema’s met een lage prioriteit vindt uitsluitend passieve handhaving plaats, bijvoorbeeld naar aanleiding van een handhavingsverzoek, een klacht of de signalering van een excessieve situatie. 4.Nalevingsstrategieën 4.1Inleiding In hoeverre regels daadwerkelijk worden nageleefd, wordt bepaald door (een combinatie van) een groot aantal factoren. Dit varieert van kennis van regels, duidelijkheid van regels en normbesef tot de kans op toezicht en sanctionering. Met het oog op deze factoren kunnen verschillende instrumenten worden ingezet om naleving van regels te bevorderen. In dit hoofdstuk worden in de ‘nalevingsstrategieën’ omgeschreven welke instrumenten gemeente Soest hiertoe inzet. Zij bieden het kader hoe de personele capaciteit in te zetten, hoe te reageren bij concrete overtredingen en welke andere activiteiten worden uitgevoerd om naleving te bevorderen. Richtinggevend voor deze strategieën zijn de prioriteitstellingen (hst 3) en de algemene beleidsuitgangspunten (hst 2.6). Toezichtstrategie (§4.2)De toezichtstrategie legt vast welke vormen van toezicht de gemeente Soest hanteert en wat per taakveld of thema de basiswerkwijze is. Sanctiestrategie (§4.3)De sanctiestrategie beschrijft welke vormen van sanctionering er zijn en op welke manier de gemeente Soest reageert op de constatering van overtredingen. Preventiestrategie (§4.4)De preventiestrategie beschrijft de instrumenten die gemeente Soest inzet ter voorkoming van overtredingen. Integrale handhaving & samenwerking (§4.5)De toezichthouders, boa’s en handhavers zijn continue in contact met interne en externe handhavingspartners. In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de belangrijkste handhavingspartners en -relaties van de gemeente Soest. HardheidsclausuleIn deze beleidsnota, en specifiek in onderhavig hoofdstuk, is uiteengezet welke toezichtinstrumenten de gemeente inzet en hoe de gemeente reageert op geconstateerde overtredingen. De strategieën zijn richtlijnen. Bijzondere omstandigheden in een concreet geval kunnen aanleiding zijn hiervan af te wijken. Afwijkingen worden gemotiveerd in advisering richting gemeentebestuur en in correspondentie richting betrokkenen. 4.2Toezichtstrategieën De toezichtstrategie legt vast welke vormen van toezicht gemeente soest hanteert (zie tabel hieronder) en wat per taakveld of thema de basiswerkwijze is (weergegeven in de paragrafen die volgen). Toezichtvorm Toelichting Periodiek toezicht Periodiek toezicht op eenzelfde object naar aanleiding van doorlopende vergunningen of algemene regels (zoals horeca-inrichtingen of inrichtingen brandveilig gebruik). De controlefrequentie is afhankelijk van de prioriteit en het naleefgedrag bij het betrokken object. Toezicht op tijdelijke activiteiten Kortlopende vergunningen tijdens de uitvoeringsfase (zoals sloop- of bouwactiviteiten of evenementen). Afhankelijk van de prioriteit worden tijdens de uitvoeringsfase meerdere controles gedaan, wordt alleen een eindcontrole gedaan of wordt steekproefsgewijs een controle gedaan. Daarnaast is de diepgang van het toezicht afhankelijk van de prioriteit. Rondes Toezicht door middel van rondes (surveillance) in geografisch afgebakende gebieden (zoals wijken). Met name gedragsregels en niet plaatsgebonden handhavingsthema’s lenen zich goed voor deze vorm van toezicht (zoals jeugdgroepen, parkeren, afval, honden). Afhankelijk van de prioriteit van de handhavingsthema’s worden de hotspots juist meer of minder frequent aangedaan tijdens een ronde. Projectmatig /planmatig toezicht Toezicht dat zich richt op een specifiek thema en een projectmatige aanpak vergt. Thema’s waarbij een groot aantal vergelijkbare overtredingen bekend lenen zich, uit oogpunt van effectiviteit, efficiency en gelijke behandeling goed voor deze vorm van toezicht. Dit speelt met name binnen het beleidsveld ruimtelijke ordening. Toezichtacties Toezicht waarbij gedurende een korte periode intensief toezicht wordt gehouden op een bepaald handhavingsthema, meestal gericht op een bepaalde doelgroep. Doel hiervan is de naleving een impuls te geven of extra onder de aandacht te brengen. Van dergelijke toezichtacties moet een sterk preventieve werking uitgaan. Met name gedragsregels binnen het beleidsveld openbare ruimte lenen zich goed voor deze vorm van toezicht. Incidenteel toezicht Toezicht naar aanleiding van handhavingsverzoeken, meldingen, klachten, calamiteiten of excessen. Deze vorm van toezicht wordt ook ‘passief toezicht’ genoemd, omdat alleen naar aanleiding van concrete signalen over een bepaalde situatie een controle wordt uitgevoerd. Met name laag geprioriteerde thema’s lenen zich goed voor deze vorm van toezicht. Naast bovengenoemde toezichtvormen wordt signaaltoezicht en integraal toezicht uitgevoerd. Dit zijn geen zelfstandige toezichtvormen. Deze worden daarom apart benoemd. In paragraaf 4.5 ‘integrale handhaving & samenwerking’ wordt hier specifiek op ingegaan. Toezichtvorm Toelichting Signaaltoezicht Indien een toezichthouder een (mogelijke) overtreding tegenkomt welke buiten zijn taakveld of bevoegdheden valt, wordt hiervan een signaal gegeven aan de toezichthouder of instantie die het onderwerp wel behandelt. Signaaltoezicht is geen zelfstandige toezichtvorm maar wordt uitgevoerd naast een van bovengenoemde toezichtvormen. Integraal toezicht Hierbij trekken toezichthouders van verschillende taakvelden, vakgebieden of organisaties gezamenlijk op om een vergunning, object of inrichting te controleren. Integraal toezicht is geen zelfstandige toezichtvorm, maar wordt uitgevoerd naast een van bovengenoemde toezichtvormen. Deze vorm wordt toegepast uit oogpunt van kwaliteit van het toezicht, efficiency en klantvriendelijkheid. 4.2.1 Toezichtstrategieën OmgevingsrechtNr. Taakveld / thema’s Toezichtvorm + verbijzondering 1 Handhavingsverzoeken (alle taakvelden) Incidenteel toezicht 2 Bouwen, alle thema’s (taakveld Bouwen) Toezicht op tijdelijke activiteiten + incidenteel - Prioriteitstelling gedetailleerd uitgewerkt in toezichtmatrix (bijlage 6) 3 Brandveilig gebruik, alle thema’s (taakveld Bouwen) Periodiek toezicht 4 Bestaande bouw, alle thema’s (taakveld Bouwen) Planmatig / projectmatig 5 Slopen, alle thema’s (taakveld Bouwen) Toezicht op tijdelijke activiteiten + incidenteel - Prioriteitstelling gedetailleerd uitgewerkt in toezichtprotocol slopen5Ten tijde van het vaststellen van het onderhavige beleid wordt een actueel toezichtprotocol slopen opgesteld. Deze wordt opgenomen in het vast te stellen Uitvoeringsprogramma 2016 Wabo-handhaving. Na 1 jaar wordt het protocol geëvalueerd. Daarna wordt het protocol, al dan niet bijgesteld, opgenomen als bijlage in het onderhavige handhavingsbeleid. Hiertoe is bijlage 7 van het onderhavige beleid gereserveerd. 6 Alle als gemiddeld geprioriteerde RO-thema's (taakveld RO): - kom: illegaal wonen op bedrijventerreinen - kom: illegaal wonen overig - buitengebied: illegale bedrijfsactiviteiten - buitengebied: erfactiviteiten in agrarische bestemming - buitengebied: illegale woonsituaties - buitengebied: permanente bewoning recreatiewoningen Planmatig / projectmatig 7 Bomenkap + Erfgoed (taakveld Overig) Toezicht tijdelijke activiteiten + incidenteel 8 Laag geprioriteerde thema’s (taakvelden RO & Overig) Incidenteel toezicht Ad 1 Handhavingsverzoeken, alle taakvelden> Toezichtvorm: incidenteel toezicht> Toelichting: Eén van de minimumtaken van het bevoegde bestuursorgaan is het behandelen van handhavingsverzoeken. Op een handhavingsverzoek moet altijd een besluit volgen. Dit volgt onder andere uit de zogenoemde ‘beginselplicht tot handhaving’. Het toezicht vindt ‘incidenteel’ plaats’, nu de aanleiding is gelegen in de ontvangst van een handhavingsverzoek. Gelet op de wettelijke beslistermijn van acht weken (met de mogelijkheid om deze termijn eenmaal te verdagen), wordt zo snel als mogelijk na de ontvangst van het verzoek een controle uitgevoerd door een toezichthouder. Ad 2 Omgevingsvergunning bouwen, alle thema’s (taakveld Bouwen)> Toezichtvorm: toezicht op tijdelijke activiteiten> Toelichting: Deze strategie is van toepassing op alle thema’s ‘omgevingsvergunning bouwen’ zoals weergegeven in de prioriteitstelling taakveld Bouwen (§ 3.2, tabel 2). Het toezicht vindt plaats tijdens de uitvoeringsfase van de omgevingsvergunning. De toezichtvorm betreft daarom ‘toezicht op tijdelijke activiteiten’. Wanneer de uitvoering is afgerond, is ook het toezichtproces afgedaan. De vergunning wordt gereed gemeld en verdwijnt daarmee uit de werkvoorraad van de toezichthouder. Dit taakveld vergt veruit de meeste toezichtcapaciteit binnen het beleidsveld omgevingsrecht. De gemeentelijke handhavingsorganisatie kan dit aanbod niet beïnvloeden. Wel kan de gemeente beïnvloeden welke vergunningen, ofwel categorieën bouwwerken, met welke frequentie en diepgang worden gecontroleerd. De gemeente Soest heeft dit vastgelegd in een ‘toezichtmatrix’. ToezichtmatrixHet toezicht op bouwactiviteiten naar aanleiding van de verleende omgevingsvergunningen vindt plaats aan de hand van de toezichtmatrix, zoals opgenomen in bijlage 6 (‘toets- en toezichtmatrix bouwen, gemeente Soest’6De matrix is geïnspireerd op het model van Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland.). In de matrix is voor verschillende bouwwerkcategorieën het toezichtniveau (frequentie en diepgang) vastgesteld. Richtinggevend is de prioriteitstelling zoals weergegeven in § 3.2, tabel
  3. Wat betreft de bouwwerkcategorieën is in matrix aangesloten bij de categorisering van Bouwbesluit
  4. Dit betreffen 19 ‘functies’. In de prioriteitstelling zijn deze functies kortheidshalve samengevoegd tot drie categorieën, te weten ‘publiek toegankelijke gebouwen’, ‘niet publiek toegankelijke gebouwen’ en de restcategorie ‘overige / kleine bouwwerken en verbouwingen’. Onder publiek toegankelijke gebouwen worden verstaan onder andere de bijeenkomstfuncties (zoals kinderopvang), onderwijsfuncties en gestapelde woningen7Zuiver gezien zijn dit geen publiek toegankelijke gebouwen. Maar vanwege de vergelijkbare aard (meerdere bouwlagen, gezamenlijke ruimtes, entrees en galerijen e.d.) worden de gestapelde woningen zoals flats op hetzelfde niveau geprioriteerd als de ‘zuivere’ publiek toegankelijke gebouwen.. Onder niet-publiek toegankelijk gebouwen worden bijvoorbeeld verstaan de grondgebonden woonfuncties. Voor de verschillende bouwwerkcategorieën is per onderdeel van het bouwbesluit het toezichtniveau vastgesteld. Hieronder is weergegeven welke niveaus worden onderscheiden en met welke prioriteit deze grofweg corresponderen. Toezichtniveaus matrix Correspondeert met prioriteit 1) Visuele controle Laag 2) Beoordeling van hoofdlijnen en hoofdaspecten Gemiddeld 3) Beoordeling van hoofdlijnen en enkele kenmerkende details Hoog 4) Algehele controle van alle onderdelen Hoog Uit de matrix volgt bijvoorbeeld een hoge prioriteit voor toezicht op de naleving van veiligheidsvoorschriften (constructieve veiligheid, brandveiligheid) ten aanzien van publiek toegankelijke bouwwerken zoals kinderdagverblijven, winkels en verpleeghuizen. Dus, op bouwwerken waar veel personen komen, wordt uitgebreider toezicht gehouden dan bij objecten waar niet of nauwelijks mensen komen. Dit onderscheid ziet met name op de (fysieke) veiligheid. Daar waar nauwelijks mensen komen is de kans op ongelukken of fysiek letsel op grote schaal immers veel kleiner. Afstemming toets (vooraf) en toezicht (achteraf)De prioriteitstelling bij de bouwplantoetsing en de prioriteitstelling bij het bouwtoezicht zijn integraal tot stand gekomen. Op die onderdelen waaraan een bouwplan intensiever wordt getoetst, wordt dus ook intensiever toezicht gehouden. In vervolg daarop is ook een integrale matrix opgesteld. Deze biedt in één oogopslag duidelijkheid over het gewenste toets- én toezichtniveau per categorie bouwwerk en per onderdeel van het Bouwbesluit
  5. Op deze wijze vormt de matrix een eenduidige leidraad voor zowel de toetsing van bouwplannen (preventief) als het toezicht op diezelfde bouwplannen (repressief)8De toets- en toezichtmatrix wordt opgenomen in het ‘Meerjaren Vergunningenbeleid 2016-2019’, dat naar verwachting in het najaar van 2016 wordt vastgesteld.. Integraal toezichtTen aanzien van een aantal bouwwerkcategorieën wordt op structurele basis integraal toezicht gehouden. Tijdens de bouwfase waar bijvoorbeeld brandveiligheidsvoorschriften kunnen worden gecontroleerd, worden integrale controles uitgevoerd door een gemeentelijke bouwtoezichthouder en een toezichthouder van Vru. Incidenteel toezicht op vergunningsvrij bouwen en bestaande bouwOp vergunningsvrije bouwwerken wordt uitsluitend toezicht gehouden op de bouwtechnische voorschriften, als klachten of handhavingsverzoeken daartoe aanleiding geven. Dit toezicht vindt dan plaats conform de toezichtmatrix. Ten aanzien van bestaande bouw geldt hetzelfde, met uitzondering van de specifiek geprioriteerde handhavingsthema’s ‘bestaande bouw’. Deze worden projectmatig aangepakt (zie hieronder ad. 4) Ad 3 Brandveilig gebruik, alle thema’s (taakveld Bouwen)> Toezichtvorm: periodiek toezicht> Toelichting: De vorm van toezicht is ‘cyclisch toezicht’, omdat het thema doorlopende vergunningen brandveilig gebruik of meldingen brandveilig gebruik betreffen. Richtinggevend voor de controlefrequentie is de prioriteitstelling zoals weergegeven in hoofdstuk 3 (tabel 2). Zo vindt het toezicht op gebouwen waar minder zelfredzame personen verblijven (kinderopvang, verzorgingstehuizen) en logiesfuncties (hotels) met een hogere frequentie plaats dan het toezicht op bijvoorbeeld kamerverhuur (prioriteit gemiddeld). Toezichtfrequenties zijn nader uitgewerkt in hst. 5 ‘Handhavingsdoelstellingen’ en het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Ad 4 Bestaande bouw, alle thema’s (taakveld Bouwen)> Toezicht vorm: projectmatig toezicht> Toelichting: De handhavingsthema’s met betrekking tot bestaande bouw (thema constructieve veiligheid: uitkragende balkons van flats en thema brandveiligheid: hoogbouw vluchtroutes) zijn als gemiddeld geprioriteerd. Beide onderwerpen behoeven maatwerk in de aanpak en worden daarom projectmatig opgepakt. Het toezicht is in eerste instantie waarschijnlijk beperkt tot een quick-scan, waarna de eigenaren worden gevraagd om een deskundigenonderzoek te laten uitvoeren en zo nodig een plan van aanpak op te stellen. Een en ander wordt uitgewerkt in hst. 5 ‘Handhavingsdoelstellingen’ en in het uitvoeringsprogramma van het jaar waarin deze projecten worden ingepland. Ad 5 Slopen en sloopveiligheid, alle thema’s (taakveld Bouwen)> Toezicht vorm: toezicht op tijdelijke activiteiten + incidenteel toezicht> Toelichting: Deze strategie is van toepassing op alle thema’s betreffende slopen en sloopveiligheid (taakveld Bouwen. Het toezicht vindt plaats tijdens de uitvoeringsfase van de (gedeeltelijke) sloop van een bouwwerk of de sloop van onderdelen van een bouwwerk (toezicht op tijdelijke activiteiten). Wanneer de uitvoering is afgerond, is ook het toezichtproces afgedaan. De melding wordt gereed gemeld en verdwijnt daarmee uit de werkvoorraad van de toezichthouder. De sloopmeldingen worden steekproefsgewijs gecontroleerd. Het controlepercentage is afhankelijk van de prioriteitstelling (§ 3.2, tabel 2). De percentrages zijn neergelegd in hst. 5 ‘Handhavingsdoelstellingen’. Het toezichtniveau en -diepgang worden nader uitgewerkt in een ‘toezichtprotocol slopen gemeente Soest’9Ten tijde van het vaststellen van het onderhavige beleid wordt een actueel toezichtprotocol slopen opgesteld. Deze wordt opgenomen in het vast te stellen Uitvoeringsprogramma 2016 Wabo-handhaving. Na 1 jaar wordt het protocol geëvalueerd. Daarna wordt het protocol, al dan niet bijgesteld, opgenomen als bijlage in het onderhavige handhavingsbeleid. Hiertoe is bijlage 7 van het onderhavige beleid gereserveerd.. Ad 6 Alle RO-thema’s met gemiddelde prioriteit (taakveld Ruimtelijke Ordening)> Toezicht vorm: projectmatig toezicht> Toelichting: Binnen het taakveld ruimtelijke ordening is een zestal thema’s als geprioriteerd. Deze thema’s betreffen illegale woonsituaties (bedrijventerreinen, kom en buitengebied), illegale bedrijfsactiviteiten buitengebied, illegale erfactiviteiten op agrarische gronden en permanente bewoning van recreatiewoningen. Deze thema’s komen overeen dat er een fors aantal (vermeende) strijdige situaties in beeld is. Deze thema’s vergen daarom een projectmatige en planmatige aanpak. In het uitvoeringsprogramma wordt ingepland welk thema of welke thema’s voor het daar opvolgende jaar wordt / worden aangepakt. Ook de wijze van aanpak wordt verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Deze strategie sluit aan op de wens van het gemeentebestuur om op RO-vlak meer thematisch en projectmatig te handhaven. Ad 7 Bomenkap + Erfgoed, (taakveld Overig)> Toezicht vorm: incidenteel toezicht + toezicht op tijdelijke activiteiten> Toelichting: Deze thema’s zijn als gemiddeld geprioriteerd. Gelet op de onomkeerbaarheid van bomenkap en de beschadiging van monumentale waarden, worden klachten, meldingen of interne signalen met spoed behandeld. Om dezelfde reden van onomkeerbaarheid is bovendien een apart sanctiestrategie van toepassing (

§ 4.3.2 ‘sanctiestrategieën Omgevingsrecht).

Naast dit incidentele toezicht vindt toezicht plaats naar aanleiding van verleende omgevingsvergunningen voor de activiteit ‘wijzigen monumenten’ of ‘bomenkap’. Deze laatste vergunningen worden, indien het een gecombineerde vergunning is met de activiteit ‘bouwen’, integraal gecontroleerd. Ad 8 Als laag geprioriteerde RO-thema’s en Overige thema’s (taakvelden Ruimtelijke Ordening & Overig)> Toezicht vorm: Incidenteel toezicht> Toelichting: Op laag geprioriteerde thema’s (waaronder vergunningsvrij bouwen) wordt uitsluitend toezicht gehouden naar aanleiding van handhavingsverzoeken of meldingen over excessieve situaties (piepsysteem). Het komt vooral aan op de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven om regelgeving na te leven. Dit past binnen het algemene beleidsuitgangspunt dat handhaving een gedeelde verantwoordelijkheid is van de gemeente en haar normadressanten. Er vindt geen ambtshalve of planmatig toezicht plaats op deze thema’s. 4.2.2 Toezichtstrategieën Openbare ruimte en veiligheidPer handhavingsthema is weergegeven welke toezichtvorm wordt gehanteerd. Vervolgens is de basisstrategie toegelicht, waarna een verbijzondering volgt van een aantal hoog geprioriteerde thema’s. Toezichtvormen per themaHandhavingsthema Toezichtvorm Prioriteit hoog Ondergrondse containers Rondes +Toezichtacties Verkeersveiligheid bij scholen Rondes Jeugdgroepen Rondes Risicovolle evenementen Toezicht tijdelijke activiteiten + Integraal toezicht Drank- en horecawet Periodiek toezicht Markt Periodiek toezicht (standhouders) + Rondes Toezicht Digitaal Opkopers Register Periodiek toezicht Noodopvang Soesterberg Rondes Handhavingsverzoeken Incidenteel Prioriteit gemiddeld Afvaldump Rondes Foutparkeren Rondes Blauwe zones Rondes Bestuurders op de stoep e.a. Rondes Obstakels op de weg + uitstallingen Rondes + tijdelijke activiteiten Exploitatievergunning en terrasvergunning Periodiek toezicht Sluitingstijden Periodiek toezicht Aanwezigheidsvergunning Periodiek toezicht Overige evenementen en snuffelmarkten Toezicht tijdelijke activiteiten Bostoezicht (inclusief kamperen en verbod open vuur) Rondes + Toezichtacties Loslopende honden Rondes + Toezichtacties Opruimplicht bebouwde kom Rondes + Toezichtacties Meeneemplicht opruimmiddel Rondes + Toezichtacties Overtreding muilkorf- en kortaanlijngebod Rondes10Maatwerk, conform beleidsregels gevaarlijke honden d.d. mei 2016, SL/1337195 Winkelwagentjes Rondes Prioriteit laag Overhangend groen Incidenteel Stalling caravan, aanhangers e.d. Incidenteel Wrakken Incidenteel Uitstallingen bij winkels Incidenteel Ontheffing festiviteiten Incidenteel Plakken en kladden (graffiti) Incidenteel Vervuiling/ openbare ruimte Incidenteel Container te vroeg of te laat op straat Incidenteel Natuurlijke behoefte doen (kom), betreden plantsoenen Incidenteel Venten, straatartiesten en collecteren Incidenteel Reclame Incidenteel Winkeltijdenwet / Zondagswet / Loterijontheffing Incidenteel Boa-werkzaamheden buiten beleidsveld Openbare ruimte en veiligheid Toezicht in het kader van Wabo/Ruimtelijke ordening Incidenteel Adrescontrole in het kader van onderzoek Wet BRP Op aanvraag van team Burgerzaken Basisstrategie toezicht Openbare ruimte en veiligheid> Primaire toezichtvorm: RondesMet voorrang of accent op hoog geprioriteerde thema’s Daarnaast de gemiddeld geprioriteerde thema’s en de actualiteiten Het toezicht in de openbare ruimte betreffen vooral thema’s die niet inrichtingsgebonden zijn. De primaire toezichtstrategie voor het beleidsveld Openbare ruimte en veiligheid is dan ook dat het toezicht plaats vindt door middel van ‘rondes’ (surveillance). Het houden van rondes is de primaire daginvulling van de boa. Te meer omdat rondes zorgen voor blauw op straat. Daar gaat een belangrijke preventie werking vanuit. De rondes vinden wijkgericht of themagericht plaats. Zoals is aangestipt in § 3.3.2 is het basisprincipe van de prioriteitstelling dat hoe hoger een thema is geprioriteerd, hoe frequenter of intensiever de handhavingsinspanningen zijn ten aanzien van dat thema. Hieraan wordt invulling gegeven door tijdens de (wijkgerichte) rondes het accent op hoog geprioriteerde thema’s te leggen of door het houden van themagerichte rondes, zoals een ronde die specifiek gericht is op verkeersveiligheid rond basisscholen, of een ronde op vrijdagavond die specifiek gericht is op de hotspots jeugdoverlast Aldus ligt het accent van de dagelijkse rondes op hoog geprioriteerde thema’s. Daarnaast worden de actualiteiten meegenomen: Gemiddelde prioriteit thema’s: aan de hand van hotspots, zoals blauwe zones, laden en lossen, hotspots foutparkeren, hotspots hondenoverlast etc. Binnengekomen meldingen: deze worden ter plaatse onderzocht en zo mogelijk direct afgedaan; Toezicht op tijdelijke activiteiten: controle op verleende vergunningen of ontheffingen, zoals een obstakelvergunning of terrasvergunning. Incidenteel toezicht: klachten / signalen ten aanzien van laag geprioriteerde thema’s. > Andere toezichtvormen naar gelang de aard van het thema:Periodiek toezicht Toezicht op tijdelijke activiteiten (al dan niet gecombineerd in ronde) Toezichtacties Naast rondes worden andere toezichtvormen toegepast, afhankelijk van de aard van het handhavingsthema. Periodiek toezicht: op inrichtingsgebonden thema’s zoals horecathema’s of het Digitaal Opkopers Register. Toezicht op tijdelijke activiteiten: naar aanleiding van aflopende vergunningen of ontheffingen, zoals evenementen. Toezichtacties: ten behoeve van thema’s met bepaalde doelgroepen, zoals toezichtacties gericht op mountainbikers binnen het thema bostoezicht. > Incidenteel toezicht op laaggeprioriteerde thema’s (al dan niet gecombineerd in ronde) Daarnaast is er een groot aantal laag geprioriteerde thema’s. Hierop vindt alleen passieve handhaving plaats. Dat wil zeggen dat toezicht wordt gehouden naar aanleiding van concrete klachten, meldingen die binnenkomen via meldpunt woonomgeving of naar aanleiding van de signalering van excessieve situaties (signalering door boa’s zelf tijdens de dagelijkse rondes, door ketenpartners of door inwoners). De meldingen worden zoveel als mogelijk binnen een week meegenomen in een van de dagelijkse rondes. Excessieve situaties echter worden vanwege de mogelijke hinder of gevaarzetting alsnog bij voorrang opgepakt. Verbijzondering geprioriteerde thema’s> Verbijzondering thema ‘Jeugdgroepen’Het toezicht op jeugdgroepen vindt plaats in rondes. Daarbij worden hotspots bezocht op tijdstippen dat de groepen actief zijn11Voor zover deze tijdstippen binnen de werktijden van de boa’s vallen. Buiten deze werktijden wordt het toezicht uitgevoerd door de politie.. Dit zijn met name winkelcentra, de skatebaan bij station Soest-Zuid en park Hondsberg. De locaties wisselen alsook de samenstelling van de groepen, zodat ook de inzet per periode zal verschillen. Het gemeentelijk beleid is gericht op een integrale groepsaanpak, waarbij jongerenwerk een prominente rol speelt. De andere handhavingspartners zijn politie, jeugdzorg en onderwijs. De boa’s vormen dus één van de schakels in de keten. Hun rol is gelegen in het tijdens de rondes aanspreken van jongeren op hun gedrag en het doorgeven van signalen aan de ketenpartners. > Verbijzondering thema ‘Noodopvang Soesterberg’Sinds de komst in 2015 van de noodopvang in Kamp van Zeist is er extra inzet op toezicht in de openbare ruimte in Soesterberg. Dit toezicht valt samen met de reguliere rondes van de boa’s, echter is het aantal wekelijkse rondes in Soesterberg in verband met de prioritering van dit thema, geïntensiveerd. > Verbijzondering thema ‘Risicovolle evenementen’ : integraal toezichtDe risicovolle evenementen (inclusief zwaar belastende evenementen) zijn als hoog geprioriteerd. Dit betekent dat op elk evenement toezichtcapaciteit wordt ingepland (100% toezicht, dus niet steekproefsgewijs,

hst

  1. Handhavingsdoelstellingen). Van groot belang bij deze evenementen is integraal toezicht. Alle toezichtactiviteiten van de relevante handhavingspartners (dit zijn in elke geval de actoren die bij het vergunningstraject hebben geadviseerd) worden op elkaar afgestemd. De toezichtactiviteiten zien in elk geval op de risicovolle elementen van het evenement. Voorbeelden daarvan zijn: grote bezoekersaantallen; constructieve veiligheid van tribunes, podia, tenten en andere constructies; veiligheid van installaties, zoals gasvoorzieningen bij standplaatsen; brandveilig gebruik van bijvoorbeeld tenten; ingrijpende verkeersmaatregelen; bewegende of rijdende elementen; geluidsinstallaties; verkoop van alcoholhoudende dranken. Ketenpartners bij de uitvoering van integraal toezicht zijn in elk geval: bouwtoezicht (constructies), Vru (brandveilig gebruik, brandveiligheid installaties), politie (openbare orde) en RUD (geluid). Bij de jaarlijkse evaluatie van het onderhavige meerjarenbeleid zal worden getoetst of en hoe het nieuw op te stellen evenementenbeleid aanleiding geeft tot actualisatie / bijstelling.12Ten tijde van de vaststelling van het onderhavige beleid is een nieuw evenementenbeleid in de maak. De scope van het evenementenbeleid is breder dan het onderhavige handhavingsbeleid en zal voorzien in gedetailleerde uitwerkingen over toezicht, handhaving, actoren, rollen en verantwoordelijkheden. Naar verwachting wordt het nieuwe evenementenbeleid in het najaar van 2016 vastgesteld. > Verbijzondering thema ‘Drank- en horecawet’Het toezicht op de Drank- en horecawet is inrichtingsgebonden13Op een gering aantal uitzonderingen na. De belangrijkste uitzondering betreft de strafbaarstelling van jongeren die in de openbare ruimte drank bij zich dragen. Deze regel is niet inrichtingsgebonden, maar juist gericht op individuele personen. Gelet op de specifieke doelgroep van deze bepaling valt vindt het toezicht hierop meestal plaats in het kader van het ‘toezicht op jeugdgroepen’.. Het toezicht vindt dan ook ‘periodiek’ plaats. Onderscheid wordt gemaakt tussen de reguliere horeca (vergunningplichtig), de paracommerciële horeca (vergunningplichtig), de slijterijen (vergunningplichtig), de artikel 18-bedrijven zoals supermarkten (vergunningvrij), evenementenontheffingen en ontheffing van de schenktijden. In het ‘Preventie- en handhavingsplan Drank- en horecawet gemeente Soest 2014-2018’ is het handhavingsbeleid opgenomen ten aanzien van dit thema. Wat betreft het toezicht ligt het accent op de basiscontroles (algehele controle van al dan niet vergunningplichtige verkooppunten) en de leeftijdsgrenzencontroles (controle op de verstrekking van drank aan jongeren onder de 18 jaar). Het beleid maakt wat betreft de gewenste controlefrequentie onderscheid tussen hoge risico- en lage risicoverkooppunten. De toezichtstrategie Drank- en horecawet uit voornoemd beleidsplan is opgenomen in bijlage
  2. De scope van de basiscontroles is breder dan de Drank- en horecawet; de betreffende toezichthouder betrekt bij een basiscontrole alle horeca gerelateerde thema’s die op de betreffende inrichting van toepassing zijn bij de controle, zoals de exploitatievergunning (APV), de aanwezigheidsvergunning en de terrasvergunning. Zo nodig wordt de controle uitgevoerd met een ketenpartner, bijvoorbeeld met Vru (brandveilig gebruik) of een bouwtoezichthouder (in het geval een nieuwe Drank- en horecavergunning is verleend). 4.3Sanctiestrategieën De sanctiestrategie beschrijft welke vormen van sanctionering er zijn en op welke manier de gemeente Soest reageert op constateringen van overtredingen. Hierbij wordt tevens de gedoogstrategie weergegeven. 4.3.1 SanctiemiddelenDe meest gebruikelijke en bekende bestuursrechtelijke sanctiemiddelen die de gemeente kan opleggen zijn de lastgeving onder dwangsom en de lastgeving onder bestuursdwang. Beide zijn zogenoemde herstelsancties. Herstelsancties hebben tot doel strijdige situaties te beëindigen. Hoewel een overtreder dit vaak anders ervaart zijn herstelsancties –in tegenstelling tot bestraffende sancties zoals een boete- niet gericht op leedtoevoeging. De lastgeving onder bestuursdwang is het meest geschikte middel bij gevaarzettende situaties of spoedgevallen. De lastgeving onder dwangsom vergt minder personele inzet en is minder ingrijpend voor de overtreder. In een gering aantal gevallen kan ook het schorsen of intrekken van een vergunning worden ingezet als herstelsanctie. In het kader van de Drank- en horecawet staat de gemeente een breed scala aan specifieke sanctioneringsmiddelen ter beschikking, waaronder de bestuurlijke boete. In bijlage 9 is de sanctiestrategie uit Preventie- en handhavingsplan Drank- en horecawet gemeente Soest periode 2014-2018 weergegeven. Daarin zijn de specifieke instrumenten nader toegelicht. Ten aanzien van tal van APV-feiten (de zogenoemde kleine ergernissen in de openbare ruimte) en verkeersovertredingen (Wet Mulder-feiten) kunnen gemeentelijke boa’s een soort boete opleggen, namelijk de bestuurlijke strafbeschikking (hierna: BSB)14Na het uitschrijven van deze ‘boete’ ontvangt de overtreder, via het CJIB, een betalingsopdracht. Overtreders kunnen desgewenst in verzet komen bij het Openbaar Ministerie.. De BSB is voor dit soort overtredingen uitermate geschikt vanwege het lik-op-stuk-effect. Sommige overtredingen zijn weliswaar strafbaar gesteld, maar kunnen niet met een BSB worden afgedaan. In een dergelijk geval maken boa’s een proces-verbaal op. Het Openbaar Ministerie beslist vervolgens om al dan niet tot vervolging over te gaan. Dit traject speelt met name bij illegale kap. 4.3.2 Sanctiestrategieën Omgevingsrecht> Stappenschema’s bestuursrechtelijke handhavingHoe de gemeente reageert op een overtreding is vastgelegd in stappenschema’s. De basislijn is neergelegd in stappenschema ‘basisstrategie bestuursrechtelijke handhaving’. Deze is opgenomen in bijlage
  3. Deze basislijn wordt gehanteerd tenzij sprake is van: spoed, gevaarzetting of risico op onomkeerbare gevolgen; indien een informele oplossing voor de hand ligt. Bij spoed, gevaarzetting of mogelijk onomkeerbare gevolgen wordt het verkorte stappenschema ‘Bestuursrechtelijke handhaving spoedsituaties’ gevolgd. Bijvoorbeeld bij constatering van illegale bomenkap, illegale bouw in uitvoering, of instortingsgevaar. Dit stappenschema is opgenomen in bijlage
  4. Daarnaast geldt dat in sommige situaties een informele oplossing voor de hand ligt. Een overtreder geeft bijvoorbeeld direct aan de strijdige situatie op eigen beweging te zullen beëindigen. De toezichthouder kan een hercontrole inplannen. Als afspraken niet worden nagekomen wordt alsnog de basislijn gehanteerd. Dit heeft altijd de voorkeur boven een formeel juridisch handhavingstraject. Informele oplossingen zijn met name aan de orde bij overtreding van technische voorschriften tijdens een bouwproces. In dat geval spreekt de toezichthouder de uitvoerder aan op de situatie. Soms kan de strijdigheid ter plekke worden hersteld. Zo nodig maakt de toezichthouder een afspraak voor een hercontrole. Als de toezichthouder op basis van zijn ervaringen weet dat de betreffende uitvoerder niet genegen is om informele afspraken na te komen, wordt direct de basisstrategie gevolgd. > Twee-sporenaanpak thema ‘extra beschermde bomen’In het geval van illegale bomenkap van extra beschermde bomen volgt een twee-sporenaanpak. Naast de bestuursrechtelijke handhaving (lastgeving onder dwangsom, inhoudende een herplantplicht, overeenkomstig de basisstrategie) wordt een strafrechtelijk traject gevolg, gericht op ‘leedtoevoeging’. Uit oogpunt van efficiëntie wordt dit traject alleen ingezet indien de bewijslast duidelijk is. Door een boa wordt alsdan proces verbaal opgemaakt. Het Openbaar Ministerie besluit vervolgens of al dan niet tot vervolging wordt overgegaan. > Handhavingsverzoeken: minder flexibiliteitDe beslistermijn bij handhavingsverzoeken bedraagt acht weken. Deze termijn mag eenmaal worden verdaagd. Door deze wettelijke termijn, die is gekoppeld aan de wet dwangsom bij niet tijdig beslissen, biedt een aanschrijvingstraject waar handhavingsverzoek aan ten grondslag ligt minder flexibiliteit. Hoewel ook bij handhavingsverzoeken in principe de basisstrategie wordt gevolgd, is er dus minder ruimte voor maatwerk richting de overtreder. > Wettelijke waarborgenIn de stappenschema’s is rekening gehouden met de wettelijke waarborgen die zijn neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Een voorbeeld daarvan is de plicht om overtreders de gelegenheid te bieden om zienswijzen in te dienen. Los daarvan geldt dat deze strategieën richtlijnen zijn en dat sanctionering een middel is, en geen doel op zich. Dit betekent dat binnen de juridische kaders maatwerk wordt verricht als de achterliggende belangen van de regelgeving daarmee worden gediend, of als daarmee langdurige juridische procedures worden voorkomen. Gedacht kan worden aan verruiming van termijnen in verband met legalisatietrajecten of nader onderzoek. > Keuze bestuursdwang / dwangsomIn beginsel wordt als herstelsanctie de lastgeving onder dwangsom opgelegd. Dit middel is het minst ingrijpend voor de overtreder en is tevens het minst belastend voor de handhavende organisatie. Een richtlijn voor de hoogte van dwangsommen is opgenomen in bijlage
  5. Voor de lastgeving onder bestuursdwang wordt alleen in de volgende situaties gekozen: bij gevaarzettende situaties, zoals instortingsgevaar; bij acute situaties, bijvoorbeeld bij illegale bouw, sloop of bomenkap in uitvoering; indien de overtreder onbekend is (bestuursdwang is dan juridisch de enige optie); indien een ter zake van dezelfde overtreder of dezelfde overtreding eerder opgelegde dwangsom niet tot het beoogde effect heeft geleid, of als er een andere reden is om op voorhand aan te nemen dat de dwangsom geen effectief middel is; als de aard van het specifieke geval zich om een andere reden dan voornoemd verzet tegen het opleggen van een last onder dwangsom. 4.3.3 Sanctiestrategie openbare ruimte en veiligheidDe handhavingsthema’s binnen dit beleidsveld zijn van uiteenlopende aard. Daarmee is ook de gewenste reactie van de gemeente op een geconstateerde overtreding niet eenduidig weer te geven. Bovendien zijn er verschillende sanctie-instrumenten en kunnen deze instrumenten niet op alle overtredingen worden ingezet. Zoals in paragraaf 4.3.1 is weergegeven is de BSB vanwege het lik-op-stuk-effect een geschikt middel ten aanzien van tal van APV-feiten en verkeersovertredingen. Voor andere situaties ligt toepassing van een herstelsanctie (bestuursdwang of dwangsom) meer voor de hand. > Basisstrategie sanctioneringDe basisstrategie voor sanctionering binnen beleidsveld Openbare ruimte en veiligheid is opgenomen in bijlage
  6. Daarbij geldt dat niet elke overtreding wordt beboet. Er zijn ook situaties waarbij het gepast of gewenst is om een overtreder alleen aan te spreken op zijn of haar gedrag of om een waarschuwing te geven. Dit is afhankelijk van een combinatie van factoren en de specifieke omstandigheden van het geval. De basisstrategie (bijlage 13) is de richtlijn, maar uiteindelijk moet de boa gebruikmaken van de eigen beoordelingsruimte. Daarbij betrekt de boa de volgende vragen. Is er een gevaarzettende of hinderlijke situatie? Is het een veel voorkomende overtreding en een algemeen bekende regel? Is er recidive of is de betreffende persoon op een eerder moment reeds gewaarschuwd? Is de afgelopen 2 jaar al veelvuldig toezicht gehouden op het betreffende onderwerp (al dan niet in combinatie met een specifieke locatie)? Is er een preventieactie geweest, waarbij is gewaarschuwd dat toekomstige overtredingen worden beboet? Zijn er anderszins verzwarende of juist verlichtende factoren of persoonlijke omstandigheden? De gemeente Soest heeft het vertrouwen in haar boa’s dat zij een goede afweging maken. Van hen wordt verwacht dat zij situaties in de collegiaal overleg bespreken en werkafspraken daaromtrent volgen. Een uniforme werkwijze is daarmee voldoende geborgd. Zoals reeds aangestipt kan ten aanzien van een aantal onderwerpen geen BSB worden opgelegd. Indien het nodig is in plaats daarvan een herstelsanctie op te leggen, wordt gehandeld overeenkomstig de stappenschema’s bijlage 10 (regulier) of bijlage 11 (spoed/gevaarzetting). Ten aanzien van DHW-overtredingen en andere horeca gerelateerde onderwerpen is de sanctiestrategie op genomen in het DHW-beleid. Deze is weergegeven in bijlage
  7. Met betrekking tot gevaarlijke honden wordt een sanctioneringstraject toegepast overeenkomstig de ‘beleidsregels gevaarlijke honden’. Deze is opgenomen in bijlage
  8. 4.3.4 Sanctionering eigen organisatieIn de praktijk kunnen situaties voordoen waarbij de gemeentelijke organisatie zelf of een ketenpartner een overtreding begaat. De gemeente heeft een voorbeeldfunctie. Daarom wordt, gelijk aan overtredingen begaan door inwoners en bedrijven, vervolg gegeven aan de constatering van een overtreding begaan door de eigen organisatie of ketenpartner. Daarbij wordt in principe de basisstrategie bestuursrechtelijke handhaving gevolgd. 4.3.5 GedogenIn beginsel voert de gemeente Soest geen actief gedoogbeleid. Hierop is een aantal strike uitzonderingen van toepassing. handhaving leidt tot aperte onbillijkheden, zoals in overmachtssituaties; het achterliggende belang is evident beter gediend met gedogen dan met handhaven; een zwaarder wegend belang rechtvaardigt gedogen, terwijl dit gedogen geen onevenredige gevolgen heeft voor derden; er is sprake van concreet zicht op legalisatie. Het handhavingstraject wordt dan opgeschort totdat legalisatie een feit is ofwel het concreet zich op legalisatie is vervallen; ten aanzien van geconstateerde overtredingen15Onder ‘geconstateerde’ overtreding wordt verstaan dat de situatie is vastgelegd in een controlerapport. die als laag zijn geprioriteerd en waarover geen handhavingsverzoek is ingediend, wordt een zogenoemde ‘wrakingsbrief’ uitgedaan. Dit is een vorm van uitgestelde handhaving. Een wrakingsbrief is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Door middel van de wrakingsbrief wordt de overtreder kenbaar gemaakt dat de gemeente op de hoogte is van de overtreding en dat de gemeente zich het recht voorbehoud om op een later tijdstip alsnog handhavend op te treden. Bijvoorbeeld in het geval de prioriteiten van het onderhavig beleid wijzigen of als een handhavingsverzoek wordt ingediend. Daarnaast zijn hiervan uitgezonderd de persoonsgebonden gedoogbeschikkingen die in het verleden zijn verleend aan een beperkte groep permanente bewoners van recreatiewoningen.16Overeenkomstig de beleidsnota ‘onrechtmatig wonen op recreatiecentra’ (kenmerk 630446) kwamen hier uitsluitend personen voor in aanmerking van wie de bewoning is aangevangen vóór 2003 en die een aanvraag hebben ingediend vóór 10 september
  9. Nieuwe gedoogbeschikkingen zijn niet meer aan de orde. 4.4Preventiestrategie Het gemeentebestuur wil de komende periode meer nadruk leggen op preventie (zie algemene beleidsuitgangspunten (§ 2.6). Daarom is het extra van belang dat burgers, bedrijven en instellingen kennis hebben van de regelgeving en het belang daarvan inzien. Dit bevordert immers de spontane naleving. Hiertoe kunnen verschillende ‘preventie-instrumenten’ worden ingezet. Van belang daarbij is dat de middelen op de juiste momenten worden aangewend en aansluiten bij de doelgroep. In de onderstaande tabel worden de preventie-instrumenten weergegeven die de gemeente Soest hanteert. Daarbij wordt beschreven in welke situaties deze (kunnen) worden aangewend. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en evaluaties wordt aangegeven welke preventie-activiteiten dat jaar worden of zijn ingezet. Algemene preventie-instrumenten Toepassing in de praktijk Algemene voorlichting Gemeente Soest geeft op de eigen website www.soest.nl voorlichting over vergunningen, ontheffingen en algemene regels. Inwoners en bedrijven kunnen voor specifieke vragen of nadere uitleg een afspraak maken bij het Omgevingsloket. Aldaar is tevens foldermateriaal beschikbaar Bekendmaking van nieuwe regelgeving Nieuwe (gemeentelijke) regelgeving, zoals bestemmingsplannen, verordeningen of aanwijzingsbesluiten, wordt bekendgemaakt door publicatie op de eigen website www.soest.nl en in het Soester Courant. De nieuwe regelgeving is digitaal raadpleegbaar maar kan ook worden ingezien bij het Omgevingsloket. Duidelijke bebording bij aangewezen gebieden, plaatsen of zones Aangewezen gebieden, plaatsen of zones, zoals de hondenlosloopgebieden en de blauwe zones bij winkelcentra, zijn voorzien van duidelijke bebording, zowel qua aantal als qua leesbaarheid. Specifieke preventie-instrumenten Toepassing in de praktijk Gerichte voorlichting aan doelgroepen over nieuwe regelgeving Reeds voor de inwerkingtreding van nieuwe regelgeving kan de doelgroep daar bekend mee worden gemaakt door gerichte voorlichting. Bijvoorbeeld door middel van mailings of informatieavonden. Gerichte voorlichting aan doelgroepen over bestaande regelgeving Bepaalde doelgroepen kunnen op persoonsniveau worden benaderd voor voorlichting. Bijvoorbeeld hondenbezitters bij een aangifte voor hondenbelasting, of inwoners bij de inschrijving in de basisadministratie. Vooroverleg bij vergunningen Door de klant met een initiatief de gelegenheid te bieden tot vooroverleg, wordt de klant bekend gemaakt met de mogelijkheden, maar ook met de beperkingen en risico’s van het initiatief. Van het bieden van vooroverleg gaat daarmee een belangrijke preventieve werking uit. De mogelijkheid tot vooroverleg wordt op structurele basis geboden ten aanzien van omgevingsvergunningen en Drank- en horecavergunningen. Verbinden voorwaarden aan vergunningen Aan verschillende vergunningen worden voorwaarden verbonden die mede tot doel hebben om overtredingen te voorkomen. Bijvoorbeeld de plicht om ‘start bouw’ en ‘storten beton’ te melden aan de bouwtoezichthouder, zodat deze tijdig een preventieve controle kan inplannen. Uitdoen persbericht over gemeentelijke handhavingsactiviteiten Een instrument dat de gemeente Soest tot op heden niet heeft aangewend is de mogelijkheid om inwoners van Soest via een persbericht kennis te laten nemen van diverse handhavingsactiviteiten, zoals een handhavingsproject, een concreet handhavingsbesluit dan wel een rechtelijke uitspraak. 4.5Integrale handhaving en samenwerking Voor een efficiënte, effectieve en klantvriendelijke handhaving worden de handhavingsactiviteiten zoveel mogelijk afgestemd met zowel interne als externe handhavingspartners. Deze afstemming kan uiteenlopende vormen aannemen, bijvoorbeeld door structureel overleg, signaaltoezicht, integraal toezicht en door het gezamenlijk uitvoeren van toezicht- of preventieacties. In het onderstaande schema zijn de belangrijkste samenwerkingsrelaties weergegeven. 4.5.1 Overlegstructuren> Politie: Structureel overleg tussen burgemeester en politie (portefeuillehoudersoverleg); Driewekelijks overleg tussen teamleider en wijkchef; Dagelijkse afstemming tussen boa’s en politie bij opstart en sluiting van de dag. > EvenementenoverlegStructureel overleg (ca. 4 keer per jaar) met de diverse ketenpartners, waaronder vergunningverlening, boa’s, politie, Vru, beleidsambtenaar OOV, verkeer, GHOR17GHOR: Geneeskundige Hulpverlenings Organisatie in de Regio. > Overlastoverleg jongerenStructureel overleg met de diverse ketenpartners in de aanpak van jeugdoverlast, waaronder beleidsambtenaar OOV, politie, boa’s, jeugdwerk en Stichting Balans. > VruStructureel overleg teamleider V&H – Vru > RUDKwartaaloverleg teamleider V&H / Regievoerder V&H – RUD > Vergaderingen WBT / DBT18WBT: wijkbewonersteam, DBT: Dorpbewonersteam (Soesterberg)Boa’s nemen op structurele basis deel aan vergaderingen van de WBT’s /het DBT, waarbij ook aanwezig zijn politie en woningbouwverenigingen (Portaal en/of Alliantie). > LeefbaarheidsoverlegStructureel overleg met onder meer de leefbaarheidsadviseur, afd. Realisatie, woningbouwverenigingen en boa’s. > Groene PlatformHet Groene Platform is een netwerkstructuur, geregisseerd vanuit provincie Utrecht. In dit platform zijn ketenpartners verenigd die domein II-boa’s in dienst hebben (gericht op toezicht in bossen en natuurgebieden), zoals provincie, RUD, gemeenten, Recreatie Midden Nederland en natuurorganisaties. Een convenant voorziet in de mogelijkheid tot uitwisseling van boa’s, bijvoorbeeld ten behoeve van toezichtacties. Gelet op het thema ‘Bostoezicht’ is de gemeente Soest aangesloten bij dit platform. 4.5.2 Integraal toezicht en signaaltoezichtBij integraal toezicht treden toezichthouders van verschillende taakvelden, vakgebieden of organisaties gezamenlijk op om een vergunning, tijdelijke activiteit of inrichting te controleren. Integraal toezicht is geen zelfstandige toezichtvorm, maar wordt uitgevoerd naast de toezichtvormen zoals omschreven in paragraaf 4.
  10. Integraal toezicht vindt met name plaats ten aanzien van de volgende activiteiten: > Bouwactiviteiten: bouwtoezicht / VruIntegrale controles brandveiligheid tijdens de laatste fase van de uitvoering van bouwactiviteiten, met name bij publiek toegankelijke gebouwen en zwaardere industriefuncties. > Nieuwe of gewijzigde horeca-inrichtingen: bouwtoezicht / DHW-toezicht / evt. VruIntegrale controle n.a.v. nieuwe of gewijzigde vergunningplichtige horeca-inrichtingen. Controle gericht op inrichtingsvereisten voor horecagelegenheden19Besluit eisen inrichtingen Drank- en horecawet (bouwtoezicht), brandveilig gebruik (Vru) en algemene DHW-regels (DHW-toezichthouders)20Van deze integrale ‘startcontrole’ gaat een belangrijke preventie werking uit. De DHW-toezichthouder (tevens boa) stelt zich voor en geeft toelichting op het periodiek toezicht op horeca inrichtingen (basiscontroles).. > Evenementen: boa’s, politie, Vru, RUD (ketenpartners afhankelijk van evenement)Integrale controle tijdens diverse fases van het evenement. Controleaspecten afhankelijk van het type evenement en de risicovolle elementen (zie toezichtstrategie). > Integraal toezicht op incidentele basis (m.n. RUD)Naar aanleiding van (overlast)klachten, meldingen of handhavingsverzoeken die meerdere taakvelden betreffen of waarbij de aard van de klacht onzeker is, worden geregeld integrale controles uitgevoerd. Dit speelt met name op het terrein van bedrijfsactiviteiten, waarbij milieuregelgeving relevant is. Een ander voorbeeld is een situatie van vervuiling in de thuissituatie, waarbij de GGD in het toezichttraject aanhaakt. Naast integraal toezicht staan de gemeentelijke toezichthouders veelvuldig met handhavingspartners in contact in het kader van signaaltoezicht. Indien een toezichthouder een (mogelijke) overtreding tegenkomt die buiten zijn of haar taakveld of bevoegdheden valt, wordt hiervan een signaal doorgegeven aan de toezichthouder of instantie die het onderwerp wel behandelt. De belangrijkste handhavingspartners (en -onderwerpen) in dit verband zijn: Politie / Milieupolitie (openbare orde, drugsafval, asbest); Inspectie SZW (Arbo-wetgeving, met name op gebied van asbest, slopen en bouwveiligheid); Vru (brandveiligheid); Provincie Utrecht (Boswet, Landschapsverordening, Flora- en faunawet); RUD (milieu, bodem); Waterschappen (lozingen); GGD (vervuiling thuissituatie, Wet kinderopvang); RMN (afvaldump, afval ondergrondse containers, asbest); Afd. Realisatie (wegbeheer, riolering etc); Stedin en andere netbeheerders (kabels en leidingen); 5.Handhavingsdoelstellingen In dit hoofdstuk zijn allereerst de handhavingsdoelstellingen bepaald ten aanzien van beleidsveld Omgevingsrecht. Gelet op de bepalingen van het Bor zijn meetbare doelstellingen geformuleerd, die zoveel als mogelijk zijn uitgedrukt in percentages, frequenties of aantallen. Daarbij is weergegeven welke indicatoren worden aangewend om te monitoren of de doelstellingen zijn behaald of wat de tussenstand is. Ten aanzien van beleidsveld Openbare ruimte en veiligheid is een andere opzet gekozen,

§ 5.3.

5.1Doelstellingen Omgevingsrecht: taakveld Bouwen Thema’s Omgevingsvergunning bouwen21Mogelijk leidt het ‘Wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen’ (zie §2.5) op termijn tot een gedeeltelijke privatisering van het toezicht op nieuwbouwactiviteiten. Als deze ontwikkeling nog tijdens de looptijd van het onderhavige beleid actueel wordt, dan wordt het handhavingsbeleid hierop aangepast. Doelstelling 1a: Doelstelling 1b: 100% controle van de omgevingsvergunningen bouwen/afwijken bestemmingsplan Niveau van toezicht conform toezichtmatrix22De toezichtmatrix geeft de ambitie weer van het toezichtniveau. Dit niveau is afgestemd op de beschikbare capaciteit, gebaseerd op het gemiddeld aantal te controleren vergunningen per categorie bouwwerk. Grote bouwontwikkelingen kunnen ertoe leiden dat het toezichtniveau en de capaciteit tijdelijk niet op elkaar aansluiten. Alsdan moet de keuze worden gemaakt tussen tijdelijke capaciteitsuitbreiding of tijdelijke bijstelling van het toezichtniveau. In de uitvoeringsprogramma’s wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met de impact van eventuele grote bouwprojecten. Monitorings- indicatoren - Aantal verleende omgevingsvergunningen, totaal en per bouwwerkcategorie - Aantal opgestarte toezichtdossiers, totaal en per bouwwerkcategorie - Aantal afgehandelde toezichtdossiers, totaal en per bouwwerkcategorie - Aantal openstaande toezichtdossiers - Controle op toezichtniveau d.m.v. steekproef in workflowapplicatie SBA Thema’s Slopen Doelstelling 2a: Doelstelling 2b: Doelstelling 2c: Doelstelling 2d: Doelstelling 2e: Doelstelling 2f: 100% administratieve controle vrijgaverapport van sloopmeldingen asbest (alle risicoklassen) 60% controle ter plaatse van de sloopmeldingen asbest risicoklasse 3 (prioriteit hoog) 20% controle ter plaatse van de sloopmeldingen asbest risicoklasse 2 (prioriteit gemiddeld) 20% controle ter plaatse van de sloopmeldingen zonder asbest (prioriteit gemiddeld) 0% controle op overige sloopmeldingen of -activiteiten (sec incidenteel toezicht, prioriteit laag) Niveau van toezicht conform toezichtprotocol slopen23Ten tijde van het vaststellen van het onderhavige beleid wordt een actueel toezichtprotocol slopen opgesteld. Deze wordt opgenomen in het vast te stellen Uitvoeringsprogramma 2016 Wabo-handhaving. Zie voetnoot

  1. Monitorings- Indicatoren - Aantal ontvangen sloopmeldingen per thema - Aantal opgestarte en afgehandelde toezichtdossiers per thema - Controle op toezichtniveau d.m.v. steekproef in workflowapplicatie SBA Thema’s Brandveilig gebruik Doelstelling 3a: Doelstelling 3b: Doelstelling 3c Controlefrequentie van functies overzicht 1) van bijlage 15: 1x per 1 jaar (prioriteit hoog) Controlefrequentie van functies overzicht 2) van bijlage 15: 1x per 2 jaar (prioriteit hoog) Controlefrequentie van functies overzicht 3) van bijlage 15: 1x per 4 jaar (prioriteit gemiddeld) Monitorings- indicatoren - Aantal controles per functiegroep (overzicht 1), 2) resp. 3) van bijlage 15) Bestaande bouw: Projectmatige aanpak constructieve veiligheid flats uitkragende balkons Doelstelling 4: 2016: opstellen plan van aanpak / quickscan 2017: handhavingsdoelstelling meetbaar formuleren Monitorings- indicatoren n.v.t. Bestaande bouw: Projectmatige aanpak brandveiligheid van vluchtroutes bij hoogbouw Doelstelling 5: 2016: opstellen plan van aanpak / quickscan 2017: handhavingsdoelstelling meetbaar formuleren Monitorings- indicatoren n.v.t. 5.2Doelstellingen Omgevingsrecht: taakvelden Ruimtelijke Ordening + Overig Projectmatige / planmatige aanpak RO-thema’s > Kom: illegaal wonen op bedrijventerrein (ca. 10 zaken) Doelstelling 6: 100% (=ca. 15 handhavingstrajecten) Monitorings- indicatoren - Aantal opgestarte, openstaande en afgehandelde handhavingstrajecten > Kom: overige illegale woonsituaties (ca. 25 zaken) Doelstelling 7: 50% (= 12 a 13 handhavingstrajecten) (of 100% bij capaciteitsuitbreiding, zie toelichting hieronder) Monitorings- indicatoren - Aantal opgestarte, openstaande en afgehandelde handhavingstrajecten > Buitengebied: illegale bedrijfsactiviteiten (ca. 10 zaken) Doelstelling 8: 100% (= 10 handhavingstrajecten) Monitorings- indicatoren - Aantal opgestarte, openstaande en afgehandelde handhavingstrajecten > Buitengebied: erfactiviteiten op agrarische gronden (ca. 15 zaken) Doelstelling 9: 100% (= 15 handhavingstrajecten), Monitorings- indicatoren - Aantal opgestarte, openstaande en afgehandelde handhavingstrajecten > Buitengebied: illegale woonsituaties (ca. 10 zaken) Doelstelling 10: 100% (= 10 handhavingstrajecten) Monitorings- indicatoren - Aantal opgestarte, openstaande en afgehandelde handhavingstrajecten > Permanente bewoning recreatiewoningen (ca. 70 - 100 zaken) Doelstelling 11: 20% (= 20 handhavingstrajecten) (of 40% bij capaciteitsuitbreiding, zie toelichting hieronder) Monitorings- indicatoren - Aantal opgestarte, openstaande en afgehandelde handhavingstrajecten Toelichting handhavingsdoelstellingen projectmatige / planmatige aanpak RO-thema’s: Geen nieuwe zaken: Uitgegaan is van het aantal zaken dat ten tijde van de vaststelling van het onderhavige beleid, bij benadering, in beeld is. Niet inbegrepen in deze doelstellingen zijn derhalve nieuwe zaken die in beeld komen binnen deze geprioriteerde thema’s. Passieve handhaving op laag geprioriteerde thema’s: Ten aanzien van laag geprioriteerde RO-thema’s vindt alleen passieve handhaving plaats. Deze thema’s betreffen strijdige bedrijfsactiviteiten in de kom, waaronder detailhandel, de teelt van ruwvoedergewassen in het buitengebied en het overig strijdig bouwen en gebruik, waaronder overtreding van de regels voor vergunningsvrij bouwen (bijgebouwen, carports, dakkapellen etc.). Mogelijke capaciteitsuitbreiding op RO-thema’s: Naar aanleiding van de raadsinformatiebijeenkomst handhaving d.d. 7 april 2016 en de raadsmail van 14 april 2016, heeft een groot deel van de raadsfracties aangegeven dat meer inzet op Wabo-handhaving gewenst is.24Naar aanleiding van de betreffende raadsmail hebben 6 van de 11 fracties gereageerd (D66, CDA, Soest2002, VVD, GGS en DSN), waaronder de 5 grootste fracties. Mogelijk leidt dit tot formatie-uitbreiding.25Concrete voorstellen worden gedaan in de Voorjaarsnota en Kadernota
  2. Dit voorstel behelst een uitbreiding van 2 fte, waarvan 1 fte structureel en 1 fte tijdelijk (voor 4 jaar). Alsdan worden de handhavingsdoelstellingen ten aanzien van de planmatige / projectmatige aanpak van de RO- thema’s aangepast. Gelet op de reacties van de fracties zal deze eventuele bijstelling als volgt vorm krijgen. Gedurende 4 jaar worden ook nieuwe zaken binnen geprioriteerde thema’s opgepakt. Gelet op de prioriteiten ligt het accent van die capaciteitsuitbreiding op het buitengebied; Gedurende 4 jaar worden ook de resterende illegale woonsituaties in de kom aangepakt (bijstelling doelstelling 8: 50% wordt 100%); Gedurende 4 jaar wordt intensiever gehandhaafd op permanente bewoning van recreatiewoningen (bijstelling doelstelling 12: 20% wordt 40%). Na 4 jaar wordt blijvend aandacht besteed aan permanente bewoning. Handhavingsverzoeken (alle taakvelden, prioriteit hoog) (ca. 30 verzoeken per jaar) Doelstelling 12: 100% van de ingediende handhavingsverzoeken worden behandeld Monitorings- indicatoren - Aantal ingediende, opgestarte en afgehandelde handhavingsverzoeken Thema’s bomenkap (taakveld Overig, prioriteit gemiddeld) Doelstelling 13a: Doelstelling 13b: Doelstelling 13c: 10% van de verleende omgevingsvergunningen bomenkap worden gecontroleerd 100% van de meldingen over illegale kap in uitvoering worden gecontroleerd Circa 10 handhavingstrajecten worden behandeld per jaar Monitorings- indicatoren - Aantal verleende omgevingsvergunningen activiteit bomenkap - Aantal gecontroleerde omgevingsvergunningen activiteit bomenkap - Aantal meldingen over illegale kap in uitvoering - Aantal opgestarte handhavingstrajecten inzake illegale bomenkap, uitgesplitst in trajecten t.a.v. extra beschermde bomen en t.a.v. overige bomen Thema erfgoed (taakveld Overig, prioriteit gemiddeld) Doelstelling 14a: Doelstelling 14b: 100% van de omgevingsvergunningen wijzigen monument worden gecontroleerd Circa 3 handhavingstrajecten worden behandeld per jaar Monitorings- indicatoren - Aantal ingediende en aantal afgehandelde omgevingsvergunningen m.b.t. monumenten of erfgoed - Aantal opgestarte handhavingstrajecten inzake erfgoed of monumenten Passieve handhaving op laag geprioriteerde thema’s Doelstelling 15a: Circa 10 handhavingstrajecten n.a.v. acute of excessieve situaties, al dan niet naar aanleiding van vergunningcontroles bouwen26Schatting op basis van ervaringscijfers. Monitorings- indicatoren - Aantal opgestarte handhavingstrajecten op laag geprioriteerde thema’s (niet zijnde handhavingsverzoeken) 5.3Monitoring beleidsveld Openbare ruimte en veiligheid In deze paragraaf zijn ten aanzien van beleidsveld openbare ruimte en veiligheid concrete monitoringsindicatoren weergegeven die gebruikt worden om te evalueren of de handhavingsactiviteiten en -inspanningen overeenkomen met de prioriteitstelling en nalevingsstrategieën zoals weergegeven in de hoofdstukken 3 en
  3. Wat betreft het tijdsvlak worden zoveel als mogelijk cijfers per week of kwartaal gehanteerd. Op deze wijze wordt niet alleen inzicht verkregen in de handhavingsactiviteiten over een jaar, maar ook in de actualiteiten en accenten binnen de korter tijdsbestek. Allereerst worden taakveld- en themagerichte indicatoren weergegeven (met name ten aanzien van de hoog geprioriteerde thema’s). Vervolgens worden de wijkgerichte indicatoren weergegeven. Dit laatst deel geeft inzicht in welke problemen zich per wijk voordoen. > Monitoring hoog geprioriteerde thema’sVerkeersveiligheid bij scholen (prioriteit hoog) Monitorings- indicatoren - Gemiddeld aantal rondes per tijdvlak met accent verkeersveiligheid scholen - Aantal waarschuwingen / boetes per tijdvlak per hotspot Jeugdgroepen (prioriteit hoog)27Onderhavige monitoring is vooral gericht op de bijdrage van de boa’s op dit thema en is in die zin aanvullend op integrale monitoring van aanpak jeugdoverlast gestoeld op het Integraal Veiligheidsplan 2015-
  4. Monitorings- indicatoren - Gemiddeld aantal rondes per tijdvlak dat hotspots jeugdoverlast worden aangedaan - Aantal waarschuwingen / boetes per tijdvlak en per wijk - Omschrijving samenwerkingsactiviteiten (waaronder aantal keer deelname aan overlastoverleg) - Omschrijving (verschuiving) van de hotspots - Aantal meldingen meldpunt woonomgeving Ondergrondse containers (prioriteit hoog) Monitorings- indicatoren - Gemiddeld aantal rondes per week waarin locatie ondergrondse containers is aangedaan - Aantal waarschuwingen / boetes / bestuursdwang per tijdvlak en per wijk Risicovolle evenementen (prioriteit hoog) Monitorings- indicatoren - Aantal keer boa inzet op risicovolle evenementen, benoemen evenementen - Aantal waarschuwingen / boetes - Omschrijving samenwerkingsactiviteiten / integraal toezicht Toezicht Digitaal Opkopersregister (prioriteit hoog) Monitorings- indicatoren - Aantal controles per tijdseenheid - Aantal waarschuwingen / sancties per tijdsvlak - Omschrijving samenwerking politie Toezicht noodopvang Soesterberg (prioriteit hoog) Monitorings- indicatoren - Gemiddeld aantal rondes per week in Soesterberg - Omschrijving samenwerkingsactiviteiten Toezicht markt (prioriteit hoog) Monitorings- indicatoren - Gemiddelde aantal rondes met accent op markttoezicht Drank- en horecawet (prioriteit hoog) Monitorings- indicatoren - Aantal controles (incl. hercontroles) per tijdsvlak - Aantal leeftijdsgrenzencontroles - Aantal basiscontroles - Aantal uur DHW-toezicht - Aantal waarschuwingen / sancties - Omschrijving samenwerkingsactiviteiten Handhavingsverzoeken (prioriteit hoog) Monitorings- indicatoren - Aantal behandelde formele handhavingsverzoeken > Monitoring overige taakvelden / thema’sAfval Monitorings- indicatoren - Aantal waarschuwingen en sancties - Aantal meldingen - Aantal (preventie)acties Evenementen Monitorings- indicatoren - Aantal keer boa inzet op risicovolle evenementen - Aantal keer boa-inzet op overige evenementen - Aantal waarschuwingen en sancties - Omschrijving samenwerkingsactiviteiten Honden Monitorings- indicatoren - Aantal waarschuwingen en sancties - Aantal waarschuwingen en sancties loslopende honden - Aantal waarschuwingen en sancties hondenpoep - Aantal keer muilkorf- en kort aanlijngebod - Aantal meldingen - Aantal (preventie)acties) Bostoezicht Monitorings- indicatoren - Aantal waarschuwingen en sancties - Gemiddeld aantal rondes per week met accent bostoezicht - Aantal waarschuwingen en sancties - Aantal waarschuwingen en sancties per thema (honden, betreden buiten paden etc.) - Aantal meldingen - Beschrijving samenwerkingsactiviteiten / acties Horeca Monitorings- indicatoren in aanvulling op monitoring DHW-toezicht, prioriteit hoog - Aantal controles, waarschuwingen en sancties m.b.t. exploitatievergunning - Aantal controles, waarschuwingen en sancties m.b.t. terrasvergunning - Aantal controles, waarschuwingen en sancties m.b.t. aanwezigheidsvergunning - Aantal controles, waarschuwingen en sancties m.b.t. sluitingstijden - Aantal controles, waarschuwingen en sancties - Aantal meldingen Verkeer en veiligheid openbare weg Monitorings- indicatoren - Blauwe zones, foutparkeren overig, laden en lossen, parkeren aanhangers en wrakken: aantal meldingen, waarschuwingen en sancties per onderwerp - Obstakels: aantal gecontroleerde vergunningen, meldingen, waarschuwingen en sancties - Overhangend groen: aantal meldingen, waarschuwingen en sancties - Uitstallingen bij winkels: aantal meldingen, waarschuwingen en sancties Adresonderzoek wet BRP Monitorings- indicatoren - Aantal controles per tijdsvlak Wabo-toezicht Monitorings- indicatoren - Aantal uur besteed door boa’s aan Wabo-toezicht - Omschrijving van de betreffende toezichtwerkzaamheden (bijvoorbeeld: toezicht permanente bewoning recreatiewoningen) > Monitoring meldpunt woonomgeving28Het betreft hier de meldingen die vallen binnen het kader van het toezicht in de openbare ruimte. Meldingen buiten dit kader (bijvoorbeeld meldingen over riolering of straatmeubilair) zijn buiten beschouwing gelaten. Deze meldingen zijn in het registratiesysteem geboekt als ‘meldingen V&H’.aantal meldingen totaal per tijdseenheid; gemiddelde behandeltijd per melding; aantal meldingen per categorie. > Monitoring sanctioneringAantal waarschuwingen totaal per tijdseenheid; Aantal boetes totaal per tijdseenheid; Aantal boeten per categorie per tijdseenheid. > Wijkgerichte monitoringPer wijk omschrijving van de veelvoorkomende knelpunten op basis van meldingen, waarschuwingen, boetes en ervaringen boa’s, waar mogelijk voorzien van concrete cijfers per wijk (waarschuwingen, sancties en meldingen ten aanzien van diverse taakvelden). 6.Organisatie 6.1Plaats in de organisatie & formatie De handhavingsactiviteiten waar het onderhavige beleidsplan betrekking op heeft zijn (overwegend) belegd bij team Vergunning & Handhaving van afdeling Dienstverlening. De basistaken (milieu) worden uitgevoerd door RUD Utrecht. Het toezicht ten aanzien van brandveiligheid wordt uitgevoerd door Vru. Binnen team Vergunning & Handhaving is 9,69 fte beschikbaar voor de uitvoering van handhavingstaken. Hierbij inbegrepen zijn uren voor coördinatie, kwaliteitsbeheer, werkverdeling boa’s en regievoering RUD29Daarnaast is 0,5 fte beschikbaar voor BAG-controles. De rol van regievoerder betreft de uitvoering van milieutaken door RUD Utrecht, zowel qua vergunningverlening als qua handhaving.. Binnen deze formatie wordt ruim 6 fte ingevuld voor het toezicht in de openbare ruimte (door boa’s) en 1,5 fte voor bouwtoezicht (Wabo-toezicht). Ongeveer 3,3 fte is beschikbaar voor de juridische handhavingstrajecten (omgevingsrecht en regelgeving openbare ruimte en veiligheid tezamen). De formatie is geborgd door vastlegging in de jaarlijkse gemeentebegroting. Deze is gekoppeld aan de meerjarenbegroting. Deze formatie wordt nader gespecificeerd in het Afdelingsplan, dat door de directie wordt vastgesteld. 6.2Organisatie-eisen Bor In het Bor is ten aanzien van de Wabo-handhaving een aantal kwaliteitseisen op het organisatorische vlak neergelegd. Deze betreffen: scheiding tussen vergunningverlening en handhaving op personeelsniveau; roulatiesysteem voor handhavers ter voorkoming van het ontstaan van vaste handhavingsrelaties; het vastleggen van bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden; bereikbaarheidsregeling voor buiten kantoortijden. Scheiding vergunningverlening en handhavingIn 2015 en 2016 is binnen team Vergunning & Handhaving een traject Organisatieontwikkeling uitgevoerd. In dit proces is een duidelijke scheiding aangebracht tussen de vergunningverlenende taken en -medewerkers enerzijds en de handhavingstaken en -medewerkers anderzijds. RoulatiesysteemOm te voorkomen dat er een te nauwe band ontstaat tussen toezichthouder en personen werkzaam bij de te controleren inrichtingen / objecten, moet een handhavingsorganisatie bij grotere en omvangrijkere controles een roulatiesysteem hebben. Dit onderwerp is met name aan de orde bij periodiek toezicht op milieu-inrichtingen en brandveilig gebruik. Beide taakvelden zijn buiten de eigen organisatie belegd, zodat dit voor de gemeentelijke organisatie niet aan de orde is. Bevoegdheden, taken en verantwoordelijkhedenIn het kader van het traject Organisatieontwikkeling zijn, naast het aanbrengen van een functiescheiding tussen vergunningverlening en handhaving, specifieke rollen en taakaccenten bij de verschillende medewerkers neergelegd. Deze zijn beschreven in het rapport ‘Rollen, taken en verantwoordelijkheden’ van december
  5. De rollen betreffen: coördinatie vergunningen, coördinatie toezicht en handhaving, kwaliteitsbeheer vergunningen, kwaliteitsbeheer handhaving en werkverdeling boa’s. De medewerkers van team Vergunning & Handhaving werken aan de hand van werkprocessen, checklists en standaardbrieven. Op het moment van het vaststellen van onderhavig beleid is aanvang gemaakt met het actualiseren van deze stukken. De werkprocessen worden daarbij vastgelegd in het organisatiebrede systeem Protos. De standaardbrieven en checklists zijn opgenomen in de workflowapplicatie SBA. Totdat de werkprocessen zijn geactualiseerd wordt zoveel als mogelijk gewerkt aan de hand van de werkprocessen die zijn opgenomen in (de uitvoeringsprogramma’s van) het Handhavingsbeleid fysieke leefomgeving 2012-
  6. Alle toezichthouders binnen team Vergunning & Handhaving zijn als zodanig aanwezig door het bevoegde bestuursorgaan (college van burgemeester en wethouders dan wel burgemeester). Bij de aanwijzingsbesluiten is vastgelegd ten aanzien van welke regelgeving zij de toezichthoudende bevoegdheden hebben. De toezichthouders openbare ruimte / Drank- en horecawet zijn tevens boa. Het direct toezicht op het gebruik van opsporingsbevoegdheden is belegd bij de korpschef van regionale eenheid Midden Nederland. Beëdiging en indirect toezicht op het gebruik van opsporingsbevoegdheden vallen onder de verantwoordelijkheid van de Officier van Justitie. Bereikbaarheid buiten kantoorurenTen tijde van het vaststellen van het onderhavige handhavingsbeleid wordt gewerkt aan het opzetten van een piketdienst ten behoeve van 24-uurs-bereikbaarheid. De gemeente Soest zoek daarvoor samenwerking met buurgemeenten. Totdat de piketdienst is aangevangen is de gemeente Soest wat betreft bouw- en RO-zaken indirect bereikbaar via het gemeentelijke calamiteitennummer inzake openbare ruimte (riolering, wegen e.d.) alsmede via de Vru en de Meldkamer politie Utrecht. Bijlage1Probleem- en risicoanalyse beleidsveld Omgevingsrecht 1) Algemene taakomschrijvingDe omvang van de gemeentelijke toezicht- en handhandhavingsactiviteiten wordt voor groot deel bepaald door het aantal verleende vergunningen. In dat kader is relevant te noemen dat jaarlijks ongeveer 680 omgevingsvergunningen worden afgehandeld. Een omgevingsvergunning ziet op één of meerdere activiteiten die de fysieke leefomgeving beïnvloeden. Deze activiteiten betreffen onder andere bouwen, afwijken bestemmingsplan, brandveilig gebruik, wijzigen monument, milieu, bomenkap en inritten. In bepaalde gevallen kunnen deze activiteiten vergunningvrij worden uitgevoerd. De regels hieromtrent zijn uitgewerkt in Bijlage II van het Bor. Voor slopen als bedoeld in de Woningwet geldt een meldingsplicht in plaats van een vergunningplicht. Daarnaast worden de gemeentelijke toezicht- en handhavingsactiviteiten voor een groot deel bepaald door het aantal ingediende handhavingsverzoeken. Op een handhavingsverzoek moet een besluit volgen. Bovendien volgt uit vaste jurisprudentie dat een handhavingsverzoek niet kan worden afgewezen omdat de overtreding op grond van het beleid geen prioriteit heeft. Wel mogelijk is om niet direct een handhavingsbesluit te nemen, maar om eerst een waarschuwing te geven, mocht dat de strategie zijn die is vastgelegd in het handhavingsbeleid. Het aantal handhavingsverzoeken schommelt jaarlijks rond de 25 à
  7. De afgelopen beleidsperiode laat zien dat handhavingsverzoeken met name gaan over vermeend strijdig gebruik -vooral bedrijvigheid aan huis of nabij woningen- of over vergunningvrij bouwen; schuurtjes en uitbouwen en dergelijke. In veel gevallen blijkt er geen overtreding te zijn; de situatie is in overeenstemming met het bestemmingsplan of is vergunningvrij. In veel van de gevallen dat er wel een overtreding is begaan kan de situatie worden gelegaliseerd. In weinig gevallen leidt een handhavingsverzoek dus tot daadwerkelijk sanctioneren. Desondanks vergen deze trajecten veel capaciteit van de organisatie. Immers, de situatie moet ter plaatse worden gecontroleerd, deze moet worden getoetst aan de relevante regelgeving en bij strijd moeten de legalisatiemogelijkheden worden onderzocht. Tot slot volgt besluitvorming en mogelijk een bezwaar-, beroep- en hoger beroepsprocedure. 2) Taakveld BouwenHet taakveld 'Bouwen' moet ruim worden opgevat. Het betreft de technische voorschriften op het gebied van bouwen, slopen en brandveilig gebruik kennen hun grondslag in met name de Woningwet en het Besluit omgevingsrecht. De concrete voorschriften zijn grotendeels uitgewerkt in het landelijk geldende Bouwbesluit
  8. Dit taakveld betreft het traditionele bouw- en woningtoezicht. Activiteit bouwenHet bouwbesluit bevat onder meer voorschriften op gebied van constructieve- en brandveiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid. Daarbij gelden voor nieuwbouw vaak strengere eisen dan voor bestaande bouw. Toezicht op de naleving van voorschriften voor nieuwbouw vindt met name plaats naar aanleiding van verleende omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen. Jaarlijks worden ongeveer 230 omgevingsvergunningen met 'activiteit bouwen' aangevraagd. Dit bepaald dus in grote mate de werkvoorraad van het gemeentelijk toezicht. Specifieke problemen die zich ten aanzien van bestaande bouw voordoen worden vaak door de rijksoverheid gesignaleerd. In de afgelopen beleidsperiode heeft het rijk bijvoorbeeld aandacht gevraagd voor de veiligheid van hangende staalconstructies bij overdekte zwembaden. Dit was voor Soest aanleiding om hier projectmatig toezicht op te houden. Momenteel wordt van rijkswege aandacht gevraagd voor galerijflats met uitkragende betonnen galerij- of balkonvloeren. Daarnaast is een onderwerp dat nadere aandacht vraagt de brandveiligheidseisen die gelden ten aanzien van de wat oudere portiekflats met meer dan drie bouwlagen. Beide onderwerpen worden daarom in de prioriteitenmatrix expliciet benoemd als handhavingstaak. De risico's van het niet naleven van de regels van het bouwbesluit betreffen met name de fysieke veiligheid (constructieve veiligheid, brandveiligheid) en, op langere termijn, de gezondheid (zoals voorschriften over ventilatie en daglicht). Afhankelijk van het bouwwerktype (zoals ziekenhuis of tuinhuisje) zijn de risico's groter of juist geringer. In de risicomatrix wordt daarom onderscheid gemaakt tussen deze bouwwerktypes. Activiteit slopenVoor de activiteit slopen geldt een meldingsplicht op grond van het Bouwbesluit
  9. Een sloopmelding is -enkele uitzonderingen daargelaten- nodig wanneer asbest wordt verwijderd of bij het slopen van een bouwwerk waarvan naar redelijke inschatting de hoeveelheid sloopafval meer dan 10 m3 zal bedragen. In het Asbestverwijderingsbesluit 2005 zijn specifieke voorschriften opgenomen voor de inventarisatie en de wijze van verwijdering van asbest. Inventarisatie en verwijdering moeten (meestal) worden uitgevoerd door gecertificeerde bedrijven. Jaarlijks worden rond de 150 sloopmeldingen ontvangen. De risico's van het niet naleven van de regels omtrent slopen betreffen met name de fysieke veiligheid (sloopveiligheid, vallend bouwmateriaal bij met name grootschalige sloop) en, op langere termijn, de gezondheid (verspreiding asbestdeeltjes). Wel zijn de risico's afhankelijk van het bouwwerk dat wordt gesloopt of van het type en de omvang van de asbestverwijdering. Het Arbeidsomstandighedenbesluit maakt onderscheid tussen drie risicoklassen, gerelateerd aan het blootstellingsniveau. Deze indeling is ook gehanteerd in de risicomatrix taakveld bouwen (bijlage 2). Risicoklasse 1 brengt de minste risico's met zich mee. Risicoklasse 3 brengt de grootste risico's met zich mee. Asbesthoudend materiaal binnen risicoklasse 1 betreft bijvoorbeeld de brandwerende beplating op een deur (indien de deur geheel verwijderd wordt) of een asbestkoord in een kachel/CV. Afhankelijk van het type materiaal en de omvang van het te verwijderen materiaal, mag een particulier het asbesthoudend materiaal verwijderen of moet verwijdering door een (SC530) gecertificeerd bedrijf worden uitgevoerd30Particulieren mogen zelf asbest verwijderen tot maximaal 35m2 indien afkomstig is uit een woning of bijgebouw en als het betreffen: geschroefde, asbesthoudende platen, waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, maar die geen dakleien zijn of asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking.. Asbestverwijdering binnen risicoklasse 2 (zoals hechtgebonden plaatmaterialen en golfplaten) en risicoklasse 3 (zoals niet hechtgebonden materialen, spuitasbest en zachtboard) moet worden uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf. Daarbij geldt dat het bedrijf dat het asbest gaat verwijderen, nooit hetzelfde bedrijf mag zijn het inventariserende bedrijf. Activiteit brandveilig gebruikVoor sommige gebouwen is voor brandveilig gebruik een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor een kinderdagverblijf, verpleeghuis of hotel. Voor sommige andere gebouwen is alleen een melding nodig, bijvoorbeeld voor gebouwen waar meer dan 50 personen tegelijk aanwezig kunnen zijn, zoals een bibliotheek. Op sommige andere gebouwen gelden alleen algemene regels voor brandveilig gebruik, zoals een kleine winkel. De risico's van het niet naleven van de regels omtrent brandveilig gebruik betreffen de fysieke veiligheid van personen (korte termijn). De grootste risico's liggen bij gebouwen met logiesfuncties of gebouwen waar niet of minder zelfredzame personen verblijven, zoals kinderen of gehandicapten. Het toezicht op de naleving van vergunningen, meldingen en algemene regels omtrent brandveilig gebruik van gebouwen in de gemeente Soest is belegd met Vru. In de risicoanalyse wordt verwezen naar bijlage
  10. In bijlage 15 zijn drie overzichten opgenomen. De grootste risico's liggen bij de functiecategorieën genoemd in overzicht 1, daarna volgen de functiecategorieën genoemd in overzicht 2 en de minste risico's liggen bij de functiecategorieën genoemd in overzicht
  11. Deze indeling is ook gehanteerd in de risicomatrix taakveld bouwen (bijlage 2). 3) Taakveld Ruimtelijke Ordening (RO)Een belangrijk instrument van de gemeente om het ruimtelijk beleid vorm te geven is het vaststellen van een bestemmingsplan. In een bestemmingsplan zijn bouw- en gebruiksregels opgenomen voor een bepaald gebied, zodat gewenste ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt en ongewenste ontwikkelingen tegengehouden worden. Daarnaast kan in een bestemmingplan een omgevingsvergunningplicht zijn opgenomen om extra bescherming te bieden aan specifieke waarden (zoals op gebied van ecologie, archeologie, landschap). Bijvoorbeeld voor het aanleggen van verhardingen, voor het uitvoeren van grondbewerkingen of voor bepaalde sloopwerkzaamheden. Uit de Wabo volgt dat het verboden is om zonder een omgevingsvergunning in strijd te handelen met de regels van een bestemmingsplan. Uitgezonderd hiervan zijn vergunningsvrije situaties. De vergunningsvrije regeling volgt uit Bijlage II Bor. Bepaald is in welke gevallen er geen omgevingsvergunning is vereist voor de activiteiten 'bouwen' en 'handelen in strijd met het bestemmingsplan'. Dit laatste betekent dus dat een activiteit in sommige gevallen vergunningvrij is, ondanks strijdigheid met het bestemmingsplan. Door het ontbreken van een vergunningplicht voor veel bouw- en gebruiksactiviteiten heeft de gemeente maar beperkt inzicht in (het aantal en de types) overtredingen op het gebied van ruimtelijke ordening. Enig inzicht wordt wel verkregen naar aanleiding van Bag-controles, de voorbereiding van nieuwe bestemmingsplannen, ingediende klachten, handhavingsverzoeken en meldingen van eigen toezichthouders en keten partners. Hieronder worden de opvallende of veelvoorkomende knelpunten uiteengezet. Zo concreet mogelijk wordt inzicht gegeven in de omvang en de negatieve effecten, zodat de risicomatrix zo nauwkeurig mogelijk kan worden ingevuld. Onderscheid wordt gemaakt tussen de bebouwde kom en het buitengebied. Kom: illegale woonsituatiesNaar aanleiding van met name de BAG-controles is de afgelopen jaren een fors aantal mogelijk illegale woonsituaties aan het licht gekomen. Een klein aantal

(11)is aangepakt, maar nog steeds zijn rond de 25 situaties in beeld die zijn afgehandeld. Deze zijn van uiteenlopende aard; van het bewonen van bijgebouwen en woningsplitsing tot kamerverhuur. Dergelijke situaties kunnen een negatief effect hebben op de stedenbouwkundige kwaliteit van een leefomgeving of kan in sommige gevallen, met name bij kamerverhuur, leiden tot verpaupering. Kom: illegaal wonen op bedrijventerreinenDaarnaast zijn er rond de 10 situaties in beeld waarin illegaal wordt gewoond op bedrijventerreinen. Een negatief effect is dat wonen op bedrijventerreinen soms de uitbreidingsmogelijkheden van bedrijven beperkt. Of dat eerst een handhavingstraject moet worden doorlopen voordat een gewenste uitbreiding kan plaatsvinden. Dit draagt niet bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Bovendien kan het wonen op een bedrijventerrein een negatief effect hebben op de gezondheid van de betreffende bewoners, bijvoorbeeld door structureel geluidsoverlast. Kom: illegale bedrijfsactiviteitenOvertredingen met dit thema komen geregeld aan het licht door handhavingsverzoeken van omwonenden. Het betreffen situaties waarin de grenzen van beroep of bedrijf aan huis worden overschreden of waarbij een bedrijf activiteiten verricht die qua milieucategorie zwaarder zijn dan de bestemming toelaat. Aangezien dit thema in het voorgaande beleid als hoog geprioriteerd werd, zijn dergelijke situaties de afgelopen jaren vrijwel meteen aangepakt. Er zijn geen nieuwe overtredingen in beeld. Kom: detailhandel in strijd met (bedrijfs)bestemmingVestiging van winkels buiten de daarvoor aangewezen gebieden, zoals op een bedrijventerrein, kan leiden tot oneerlijke concurrentie en leegstand in de winkelcentra. Dit kan de stedenbouwkundige kwaliteit en economische structuur negatief beïnvloeden. De afgelopen beleidsperiode is alleen op verzoek opgetreden tegen illegale detailhandel. Er zijn geen actuele illegale situaties in beeld. In 2016 wordt aanvang gemaakt met het opstellen van een nieuw retailbeleid. Zoals gezegd zijn er geen actuele strijdige situaties bekend, maar wellicht dat deze in het kader van de beleidsvorming alsnog in beeld komen. Dergelijke ontwikkelingen kunnen altijd aanleiding zijn de prioriteitstelling of handhavingsdoelstellingen bij te stellen. Het nieuwe retailbeleid is in elk geval aanleiding het onderwerp 'detailhandel in strijd met de bestemming' als apart RO-thema te benoemen. Buitengebied algemeenEind 2013 is het nieuwe bestemmingsplan Landelijk Gebied vastgesteld. Het laatste deel is in 2015 onherroepelijk geworden. Een belangrijk uitgangspunt voor dit nieuwe bestemmingsplan is behoud en versterking van de kwaliteiten van het landelijk gebied. Er zijn uiteenlopende strijdige situaties in beeld die niet stroken met dit uitgangspunt. Deze worden hieronder, gegroepeerd per thema, benoemd. Buitengebied: illegale bedrijfsactiviteitenHet nieuwe bestemmingsplan geeft rechtstreeks dan wel via een afwijkingsbevoegdheid ruime mogelijkheden voor agrarische en niet-agrarische nevenfuncties en voor niet-agrarische vervolgfuncties bij voormalige agrarische bedrijven. De toelaatbaarheid daarvan wordt bepaald door de effecten die deze functies kunnen hebben op hun omgeving. Er zijn evenwel ook functies die niet thuishoren in het landelijk gebied, maar die toch worden ontplooid. Het risico van het uitblijven van handhaving is dat een activiteit in aanvang kleinschalig en onopvallend is, maar langzaamaan groeit. De gemeente ontvangt evenwel weinig handhavingsverzoeken of klachten over dit onderwerp. Mogelijk omdat omwonenden, vanwege de grote afstand tussen de woningen in het landelijk gebied, weinig hinder ondervinden. Toch zijn de mogelijke negatieve effecten evident; het kan leiden tot aantasting van de landschaps- en natuurwaarden, verkeer aantrekken over wegen die daarvoor niet geschikt zijn en leiden tot parkeer- en milieuproblemen. Binnen dit thema zijn momenteel 6 mogelijk illegale situaties in beeld. Buitengebied: erfactiviteiten in agrarische bestemmingEen opvallend knelpunt in het buitengebied is dat perceeleigenaren voor hun activiteiten geregeld de ruimte zoeken buiten het erf. Bijvoorbeeld ten behoeve van een uitrit, een tuin of paardenfaciliteiten zoals een paardenbak. Agrarische gronden worden daarmee bij het erf betrokken. Met name het overschrijden van de bestemmingsgrenzen aan het voor- en zijerf kan een grote impact hebben op de visueel-ruimtelijk kwaliteit; de openheid met agrarisch karakter, karakteristieke (slagen)verkaveling, de solitaire ligging van boerderijen met doorzichten ertussen. Dit zijn juist kwaliteiten die het bestemmingsplan beoogt te beschermen. Binnen dit thema zijn 15 mogelijk illegale situaties in beeld. Buitengebied: illegale woonsituatiesHet beleid ten aanzien van nieuwe woningen in het buitengebied (buiten de rode contour) is helder; geen nieuwe woningen toegestaan tenzij er sprake is van een tegenprestatie in de vorm van ontstening dan wel ruimtelijke, cultuurhistorische en/of landschappelijke kwaliteitsverbetering in de groene contour. Een negatief effect van illegale woonsituaties in het buitengebied is dat het vaak leidt tot een toename van bijgebouwen; extra verstening dus. Visueel-ruimtelijk is dit ongewenst gezien het uitgangspunt (in de meeste deelgebieden van het buitengebied) van openheid met agrarisch karakter. Ongeveer 5 mogelijk illegale woonsituaties in het buitengebied zijn in beeld. Van belang te noemen in dit kader zijn de verruimde regels voor mantelzorgwoningen. In veel gevallen is de realisatie daarvan vergunningvrij. Deze vergunningsvrije regeling voorziet in een belangrijke maatschappelijke behoefte en bespaart de betrokkenen veel tijd en administratieve rompslomp. De eventuele negatieve impact op de visueel-ruimtelijke kwaliteit is beperkt, omdat het in principe om tijdelijke situaties gaat. De keerzijde is dat vanwege het ontbreken van een vergunning- of meldingstelsel er geen zicht is op het aantal en de locaties en evenmin op wanneer de mantelzorgfunctie van zo'n tijdelijke woning is komen te vervallen. Een mogelijk risico is dat wanneer de mantelzorgfunctie is vervallen, de woning door andere in gebruik wordt gegeven/genomen en hiermee illegale woonsituaties ontstaan. Buitengebied: permanente bewoning recreatiewoningenEen apart thema betreft het fenomeen permanente bewoning van recreatiewoningen. De gemeente Soest kent 8 recreatieparken. Het karakter van deze parken is zeer uiteenlopend, maar voor zover bekend vindt op alle parken in meer of in mindere mate permanente bewoning plaats. Het college heeft op 28 april 2009 de nota 'onrechtmatig wonen op recreatiecentra' vastgesteld
(630446). In deze beleidsnota is het uitgangspunt geformuleerd dat permanente bewoning van recreatiewoningen een uit ruimtelijk oogpunt ongewenste ontwikkeling is. Daarbij is bepaald in welke gevallen permanente bewoners in aanmerking kwamen voor een ontheffing of gedoogbeschikking. Dit deel is afgerond; er zijn 60 gedoogbeschikkingen/ ontheffingen verleend en de betrokken recreatiewoningen zijn gecontroleerd op brandveiligheid. Verder is in de beleidsnota opgenomen dat nieuwe gevallen van bewoning worden aangepakt en dat daartoe zo mogelijk een convenant wordt gesloten met de recreatieondernemers. Op de uitvoering van deze fase zal in de komende beleidsperiode aandacht moeten worden gevestigd. Van belang om op te merken is dat medio 2015 aanvang is gemaakt met het uitvoeren van controles op één van de parken. Daarbij zijn 16 situaties van permanente bewoning in beeld. Buitengebied: teelt ruwvoedergewassenTot slot wordt benoemd het gebruik van weilanden ten behoeve van de teelt van ruwvoedergewassen (met name mais). In het bestemmingsplan is een verbod opgenomen om zonder omgevingsvergunning dergelijke gewassen te telen. Deze vorm van grondgebruik kan afbreuk doen aan de landschappelijke waarden als openheid en kan op sommige locaties ook een negatief effect hebben op de natuurwaarden. De schaal waarop deze teelt plaatsvindt is niet in beeld. Nu deze teelt seizoensgebonden is, is de negatieve impact op het landschap niet permanent van aard. 4) Taakveld Overig: erfgoed, bomen, inritten en flora & faunaErfgoedDe gemeente Soest kent ongeveer 150 panden die zijn aangewezen als (gemeentelijke dan wel rijks-) monument. Daarnaast zijn acht gebieden aangewezen als beschermde dorpsgezicht, waarvan één het rijksbeschermde dorpsgezicht Kerkebuurt. De status van monument of beschermd gezicht bet

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.