Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond houdende regels omtrent individuele vrijstelling eigen bijdrage WmoHet college van burgemeester en wethouders van Helmond; Collegevoorstel 33933481 Gelet op artikel 3.8 lid 4 onder g en h van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en artikel 4:81 eerste lid van de Algemene wet Bestuursrecht. Besluit Vast te stellen de beleidsregel individuele vrijstelling eigen bijdrage Wmo Helmond 2019; Deze beleidsregel in werking te laten treden op de dag na die waarop zij op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend zijn gemaakt. Onderwerp In artikel 2.1.4 van de Wmo 2015 alsmede in artikel 6.2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Helmond 2018, is bepaald dat voor een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget een bijdrage in de kosten verschuldigd is. Het CAK legt deze bijdrage aan cliënten op. Het college kan bij het CAK aangeven dat in bepaalde omstandigheden een vrijstelling van toepassing is. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als inkomen en vermogen ontbreekt om de eigen bijdrage te voldoen. Van een vrijstelling kan ook sprake zijn indien door bijzondere omstandigheden de betalingscapaciteit ontbreekt. Het ontbreken van deze betalingscapaciteit is aan het college om te beoordelen. Juridisch kader In artikel 3.8, vierde lid onder g en h van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is voor het college de bevoegdheid gecreëerd om in individuele situaties (tijdelijk) geen eigen bijdrage op te leggen. Het rijk stelde het volgende kader vast voor tijdelijke vrijstelling van de eigen bijdrage Wmo: indien het college van oordeel is dat er voor de vast te stellen bijdrage onvoldoende betalingscapaciteit aanwezig is bij de cliënt; indien het college van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage nadelige gevolgen heeft voor de doelstellingen van een integrale dienstverlening of persoonsgerichte aanpak van een cliënt die gericht is op het zich kunnen handhaven in de samenleving, het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving blijven of de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente. Beleidscriteria Voordat het college overgaat tot een (tijdelijke) vrijstelling van de eigen bijdrage, worden de mogelijkheden bij het CAK voor het treffen van een betalingsregeling onderzocht. Indien blijkt dat een betalingsregeling bij het CAK niet mogelijk is, kan het college besluiten dat de cliënt (tijdelijk) geen eigen bijdrage is verschuldigd. In overeenstemming met het wettelijke kader (Besluit van 6 december 2017, houdende wijziging van het Besluit langdurige zorg en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015) en de nota van toelichting zal ons college in de volgende individuele situaties overgaan tot tijdelijke vrijstelling van de eigen bijdrage: Onvoldoende betalingscapaciteit: de doelgroep die tijdelijk door (abrupte) veranderingen in de betalingscapaciteit door bijvoorbeeld bijzondere omstandigheden geen mogelijkheid hebben de bijdrage (tijdelijk) te voldoen. Dat betekent dat iemand geen beschikking heeft over voldoende vrij besteedbaar inkomen om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. Hierbij hanteren we dezelfde criteria als bij de draagkrachtberekening in de beleidsregels bijzondere bijstand Participatiewet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.