Besluit van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Schiedam houdende regels omtrent de gebiedsaanwijzing ter voorkoming en ter wering van hinderlijk drankgebruik en ter wering van verzameling van personen in verband met drugsArtikel 2.4.4b van de Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam luidt als volgt: Artikel 2.4.4b Hinderlijk drankgebruik Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. Het bepaalde in het eerste en in het vierde lid geldt niet voor: Een terras en aanhorigheid dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 2.3.8; De plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 38, tweede lid, van de Drank- en Horecawet. De burgemeester kan in een vergunning als bedoeld in artikel 2.2.2, lid 1, of in een vergunning als bedoeld in artikel 2.2.5, lid 1, onder door hem te stellen voorwaarden ontheffing verlenen van het in het eerste lid of in het vierde lid gestelde verbod. Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van de navolgende gebieden, alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben: elk gebied binnen een straal van 100 meter rond een bus- of tramhaltepaal of een taxistandplaats, schoolpleinen, kinderspeelplaatsen, speelvelden, delen van de weg waarop kinderstraatmeubilair is geplaatst, zandbakken en trapvelden, alsmede het gebied dat om een dergelijk object is gelegen, te weten het gebied binnen een afstand van 50 meter van de buitenste grenzen van dat object. Artikel 3.3.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam luidt als volgt: Artikel 3.3.3 Verzameling van personen in verband met drugs Het is verboden op of aan wegen, die door de burgemeester zijn aangewezen indien de openbare orde dat in verband met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, aan een verzameling van meer dan vier personen deel te nemen. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als de verzameling personengeen verband houdt met het openlijk gebruik van en/of de handle in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet. Een ieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als in het eerste lid bedoeld, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen. Met ingang van de dag waarop het Nieuwe Stadsblad deze publicatie plaatst verschijnt, gelden de verboden als bedoeld in artikel 2.4.4b, lid 1 en in artikel 3.3.3, lid 1 in gebieden gelegen binnen de gemeente Schiedam, zoals hierna is aangegeven: 1) Binnenstad en daaraan grenzende wijken het gebied omsloten door de Broersvest, Koemarkt, het water van de Buitenhaven, het water van de Nieuwe Haven, het water van de Noordvestgracht, het water van de Schie, het Overschieseplein, de Overschiesestraat, de Emmastraat, de Singel en het Emmaplein, genoemde wegen en het plein zelf (voor zover grenzend aan het gebied) daaronder begrepen en de genoemde wateren daarvan uitgesloten aan te wijzen als zijnde een gebied waarin het verboden is op de weg alcoholhoudende dranken te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben (2.4.4b. APV) 2) Parkweg en de omgeving van metrostation Parkweg de Parkweg, gelegen tussen de Noordvest en de spoorlijn Schiedam-Hoek van Holland (dus inclusief de brug over de Noordvestgracht); de Burg Honnerlage Gretelaan en wel die gedeelten die gelegen zijn binnen 300 meter van de Parkweg; het gebied omsloten door de Burgemeester van Haarenlaan, Parkweg en de Klaas Katerstraat, genoemde wegen zelf (voor zover grenzend aan het gebied) daaronder begrepen; aan te wijzen als zijnde een gebied waarin het verboden is op de weg alcoholhoudende dranken te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben (2.4.4b. APV) de Parkweg, gelegen tussen de Noordvest en de Mgr. Nolenslaan (dus inclusief de brug over de Noordvestgracht) en het Dr. W. Dreesplein; de Burg Honnerlage Gretelaan en wel die gedeelten die gelegen zijn binnen 300 meter van de Parkweg; aan te wijzen als zijnde een gebied waarin het verboden is op of aan de weg aan een verzameling van meer dan vier personen deel te nemen in verband met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet (3.3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.