Beleidsplan openbare verlichting 2018-2022 SAMENVATTING Voor u ligt het tweede beleidsplan voor openbare verlichting in Heemstede, voor de periode 2018-
(2016). HOOFDSTUK4 WAT WILLEN WIJ? In de voorgaande hoofdstukken is uitgebreid stilgestaan bij wat er in het algemeen verwacht wordt en wat de huidige stand van zaken van de openbare verlichting in de gemeente Heemstede is. In dit hoofdstuk richten we ons op het beleid vanaf heden in de gemeente Heemstede. Hierbij komen zowel algemene als specifieke zaken aan bod. Daarmee wordt invulling gegeven aan de vraag “Wat willen wij?” 4.1 InleidingDe functie van openbare verlichting kan worden ingedeeld in drie thema’s. Deze thema’s zijn achtereenvolgens: verkeersveiligheid, sociale veiligheid en ruimtelijke inrichting/leefbaarheid. Deze drie thema’s zullen in dit hoofdstuk aan bod komen om een helder inzicht te creëren in de totale functie van de openbare verlichting. De gemeente Heemstede heeft haar ambities opgesteld met betrekking tot het klimaatbeleid en de inzet van openbare verlichting. Gemeente Heemstede conformeert zich aan een landelijke trend van licht op maat, waar de term “Verlichten daar waar het moet, minder of uit als het kan” een passend uitgangspunt is. Onnodig verlichten van openbare wegen kost niet alleen veel geld maar het heeft ook nadelige gevolgen voor het milieu en de natuur. Belangrijk hierbij te vermelden is wel dat in de gemeente Heemstede onnodig verlichten nauwelijks voor komt. 4.2 De functies van de openbare verlichtingBij het implementeren van de Nederlandse Praktijk Richtlijn voor openbare verlichting (NPR13201-2017) binnen de gemeente en de uitvoering van beleid is het van belang dat een goed onderbouwde keuze wordt gemaakt voor wat betreft het wel/niet verlichten en de wijze waarop verlicht wordt. Deze integrale afweging maakt de gemeente Heemstede op basis van de volgende thema’s: Verkeersveiligheid; Sociale veiligheid; Ruimtelijke inrichting en leefbaarheid. Onder verkeersveiligheid wordt een veilige en vlotte afwikkeling van het verkeer verstaan. Op de openbare wegen is zicht de belangrijkste waarnemingsfactor om ons veilig te kunnen verplaatsen. In het donker wordt een groot deel van dit zicht beperkt. Deels wordt dit gecompenseerd door de verlichting van bijvoorbeeld auto’s of fietsers, maar deze verlichting is niet altijd voldoende voor veilig gebruik van de weg. De gebruiker kan niet verder kijken dan zijn eigen lichtstraal. Om ook in het donker te kunnen anticiperen op het overige wegverkeer, vooral in druk gebied, helpt openbare verlichting bij het vergroten van de verkeersveiligheid. De openbare verlichting is dus van grote invloed op de verkeersveiligheid bij duisternis. De verkeersdeelnemers moeten het verloop van de weg, de aanwezigheid van zijwegen, overige weggebruikers en eventuele obstakels kunnen waarnemen. Zeker in drukke gebieden of ingewikkelde verkeerssituaties draagt openbare verlichting bij aan het veiliger maken van het wegverkeer. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat het vergroten van de zichtbaarheid er ook toe kan leiden dat verkeersdeelnemers meer risico gaan nemen. Openbare verlichting vergroot de verkeersveiligheid. Lichtmasten kunnen echter door de plaats waar ze staan, bij verkeersongevallen een gevaar vormen voor weggebruikers. Bij het ontwerp is het belangrijk de plaats en de materiaalkeuze van de lichtmast te bepalen. Een goede wegmarkering hieraan toegevoegd kan de veiligheid extra ondersteunen. Openbare verlichting heeft een grote invloed op het veiligheidsgevoel van de gebruikers van de openbare ruimte. Een slecht verlichte omgeving, waarin weinig overzicht is, wordt als onveilig ervaren. Dit terwijl dezelfde omgeving als veilig kan worden ervaren wanneer deze goed is uitgelicht omdat iets of iemand herkenbaar is en een weggebruiker in staat wordt gesteld hier tijdig op te reageren. Openbare verlichting kan dus ook sociale veiligheid bieden. Dit geldt echter niet altijd. Het vergroten van sociale veiligheid door het inzetten van openbare verlichting kan slechts op die plekken waar woningen staan of waar een intensief gebruik van de openbare ruimte plaatsvindt. Zonder deze sociale controle levert het verlichten van een openbare ruimte slechts schijnveiligheid op. Men kan zich hier veilig voelen door de sfeer die wordt gecreëerd maar deze veiligheid is niet terecht door het ontbreken van sociale controle vanuit de nabije omgeving. Een fietspad door landelijk gebied dat is omgeven door bosjes kan overdag als mooi en veilig worden ervaren, maar wordt in het donker als eng en onveilig ervaren. Door dat fietspad te verlichten zal het als veiliger worden ervaren. Maar biedt deze verlichting ook de beoogde objectieve sociale veiligheid? Het fietspad kan immers nog zo goed verlicht zijn, maar als er bij nood niemand is om te waarschuwen is de situatie niet veiliger geworden. Daarom is het belangrijk hiermee rekening te houden tijdens inrichtingsvraagstukken. Gevoel van veiligheid wordt door iedereen anders beleefd. Een minder veiligheidsbeleving in de avond is vooral sterker bij ouderen die in het donker toch al minder zeker zijn. Mede omdat het gezichtsvermogen sterk terug loopt naarmate de leeftijd toe neemt en er meer ouderen komen, is dit iets waar steeds meer rekening mee moet worden gehouden. Dit kan door bijvoorbeeld lichtniveau maar ook lichtkleur en sturing van het licht. Het juiste gebruik van verlichting versterkt het karakter van de openbare ruimte. Bijvoorbeeld het plaatsen van klassieke lantaarns draagt bij aan de historische uitstraling van de omgeving en het illumineren (aanlichten) van karakteristieke en/of monumentale gebouwen verbetert de beleving van de openbare ruimte in het donker. De kleur van het licht speelt hierbij een grote rol. Zo levert verlichting met een warm-witte gloed een gezelligere ruimte op dan wit/blauwe (koude) verlichting. De keuze in toepassingen hiervan kan per situatie bepaald worden. Heldere of witte verlichting kan helpen bij het veiliger maken van de omgeving. Door een betere kleurherkenning ontstaat er een betere herkenbaarheid op straat. Een juiste afweging van het te gebruiken licht is dus van groot belang. Winkelcentra vragen daarom meer aandacht en verlichting ‘op maat’. Overlast van verlichting zoals de instraling in woningen en het verblinden van weggebruikers moet zoveel als mogelijk worden vermeden. Het juiste, op maat afgestemde gebruik van openbare verlichting levert dus meer comfort op voor de gebruiker en sluit aan op de functie van het te verlichten gebied. Openbare verlichting is een belangrijke factor in het totale energieverbruik binnen Nederlandse gemeenten en zo ook in de gemeente Heemstede. Het verduurzamen van de openbare verlichting binnen de gemeente Heemstede leidt tot een grote stap in de verduurzaming van de gehele gemeente. Hiermee wordt een besparing op het milieu gerealiseerd door minder CO2-uitstoot en levert het een besparing op in de energiekosten, materiaal en/of onderhoud. Gemiddeld gaat circa 50% van de energie binnen een gemeente naar de openbare verlichting. Door te investeren in energiezuinige alternatieven zijn besparingen tot wel 50% op de openbare verlichting realiseerbaar. Maar er wordt aan meer kanten “verdiend”. Door het toepassen van de juiste materialen (masten en armaturen) wordt voorkomen dat er licht wordt uitgestraald in richtingen waar dit ongewenst is. Dit kunnen gevels van woningen en tuinen zijn, maar ook naar natuur- en weidegebieden. Ook horizonvervuiling door uitstraling naar boven is ongewenst. Hier heeft verlichting immers geen meerwaarde, maar levert het lichtvervuiling op. Een bundeling van al het gecreëerde licht naar beneden levert een effectiever gebruik van energie. Momenteel ligt de renovatiegraad van verlichtingsarmaturen in gemeenten in Nederland op 3-5% per jaar. Als dit renovatietempo op deze wijze blijft doorgaan duurt het nog 20-30 jaar voordat het besparingspotentieel benut is gezien de gemiddelde leeftijd van armaturen van circa 25 jaar. Het beleid voor openbare verlichting kan dus bijdragen aan verlagen van milieudruk, energieverbruik en natuurschade door aandacht te besteden aan de volgende aspecten: Lichthinder en lichtvervuiling (energiebesparing) (zie blz 34); Verlichtingssterkte (energiebesparing) (zie blz 33); Duisternis (zie blz 34); Effectief gebruik van materialen (innovatieve oplossingen uit de markt). 4.3 Ambitie en visie De gemeente Heemstede wil aan haar openbare verlichting op een zo duurzaam mogelijke wijze invulling geven. Daarbij de financiële mogelijkheden uiteraard in ogenschouw nemend. Hiermee wil de gemeente met haar openbare verlichting zoveel mogelijk aansluiten bij de belevingswensen van haar inwoners. 4.3.1 Algemene uitgangspunten voor openbareverlichtingOpenbare verlichting heeft tot doel om bij duisternis (circa 4.100 uur per jaar = 47% van het jaar) het openbare leven zo goed mogelijk te laten functioneren. Hoewel met openbare verlichting het niveau van het daglicht niet bereikt kan worden, moet de openbare verlichting wel bijdragen aan een veilige woon- en leefomgeving. Een goede kwaliteit van de openbare verlichting is van groot belang om dit doel te bereiken. De gemeente Heemstede heeft als uitgangspunt om “Verlichten daar waar het moet, minder of uit als het kan”. Er wordt gestreefd naar het gebruik van openbare verlichting op het niveau dat deze recht doet aan alle functies die verlichting kan hebben wanneer de situatie er om vraagt. De gemeente wil er naar streven dat de openbare verlichting duurzaam en tegen acceptabele kosten bijdraagt aan: De verkeersdoorstroming en de verkeersveiligheid Het gevoel van sociale veiligheid Het creëren van sfeer / gezelligheid / identiteit Bovenstaande bijdrage wordt binnen de gemeente Heemstede nagestreefd met in het achterhoofd dat de openbare verlichting in de bijdrage geen/zo min mogelijk hinder veroorzaakt voor haar omgeving. Hierbij valt te denken aan de flora en fauna maar ook de bewoners/weggebruikers van de gemeente. 4.3.2 Onderhoud en levensduur Gemeente Heemstede lijkt de afgelopen jaren een lichte achterstand te zijn opgelopen in het te vervangen areaal. Grootste reden is dat in de jaren 90 de gemeente een grote vervangingsslag heeft uitgevoerd en met name veel armaturen heeft vervangen. Dit zelfde aantal is, gezien de afschrijving van 20 jaar, weer aan vervanging toe. Omdat er door het achterstand in onderhoud meerstoringen kunnen ontstaan en dit dan steeds meer inspanning vergt om de verlichtingsarmaturen tijdens de onderhoudsrondes te repareren is het verstandig om achterstand te voorkomen en preventief te vervangen op basis van de geschatte levensduur. De gemeente hanteert voor lichtmasten een technische levensduur van 40 jaar en voor armaturen 20 jaar. De gemeente streeft ernaar masten en armaturen aan het einde van de economische levensduur te vervangen. Daarmee wordt voorkomen dat de technische staat zodanig verslechtert dat het risico op uitval of schade te groot wordt. Daarnaast geldt bij veel oudere armaturen dat de techniek en materiaalkeuzes verouderd of niet duurzaam zijn en onderdelen niet meer worden geleverd. Bij onderhoudswerkzaamheden streeft de gemeente naar het voorkomen van ad hoc werkzaamheden. Deze wijze van vervangen is in de praktijk duurder dan groepsvervangingen. Zo is het goedkoper om de lichtmasten in een straat eenmalig allemaal te vervangen, dan dat er op verschillende momenten één of enkele worden vervangen. 4.3.3 DuisternisHet beleid voor de openbare verlichting is bij de gemeente Heemstede gericht op “Verlichten daar waar het moet, minder of uit als het kan” Alle verlichting zal daarom goed en doelmatig worden uitgevoerd. Vrij vertaald betekent dit dat wordt verlicht zodat het openbare leven bij duisternis zo veilig en leefbaar mogelijk wordt uitgevoerd. Daarbij wordt de duisternis daar waar nodig zoveel mogelijk gerespecteerd. 4.3.4 TechniekOpenbare verlichting bevat in tegenstelling tot aan aantal jaren geleden steeds meer techniek. Met de komst van de nieuwe technieken hebben we licht op maat, alleen aan wanneer het moet en verschil in lichtsterkte afhankelijk van de behoefte van de gebruiker. Naast sturing in lichtniveau wordt ook in grote mate onderzoek gedaan naar de invloed van lichtkleuren op de mens en flora/fauna. Diverse onderzoeken laten zien dat verschillende lichtkleuren effect hebben op hoe wij ons voelen en bewegen. Ook is deze invloed op de flora en fauna een veel besproken onderwerp. Helaas is er op het moment van schrijven nog niet een ‘standaard’ oplossing voor ieder gebied aan te wijzen. Gemeente Heemstede houdt deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten en zal waar nodig/mogelijk hier gebruik van maken. Naast techniek heeft ook de efficiëntie van de lichtbron zelf een enorme vlucht genomen de laatste jaren. De komst van LED heeft voor nieuwe besparingsmogelijkheden gezorgd maar ook geeft het een extra dimensie aan het licht op maat principe, doordat het licht nog beter te sturen valt. Het is en blijft een uitdaging om met een juiste toepassing van openbare verlichting en de beschikbare technieken te voldoen aan alle veiligheden voor de openbare ruimte. Hierbij moet de openbare ruimte vervolgens zo optimaal mogelijk worden bediend, tegen zo laag mogelijke kosten. Gemeente Heemstede hanteert echter wel een duidelijke opbouw in haar omgang met openbare verlichting. Ze volgt het uitgangspunt “Verlichten daar waar het moet, minder of uit als het kan”. Bij de te volgen strategie is het uitgangspunt dat er in eerste instantie gekeken wordt naar oplossingen waarbij het plaatsen van openbare verlichting voorkomen kan worden. Is er verlichting nodig dan zal dit conform de betreffende richtlijnen worden toegepast. 4.3.5 Onderhoud en regionale samenwerkingVanuit het beheer wordt preventief onderhoud uitgevoerd wat diverse werkzaamheden bevat zoals onder andere lampvervanging (remplace) en periodiek schouwen van de hele openbare verlichtingsinstallatie. Daarnaast wordt het dagelijkse correctief onderhoud uitgevoerd zoals onder andere het verhelpen van storingen en het oplossen van schadegevallen. Het is zaak de onderhoudswerkzaamheden strikt uit te voeren om de levensduur van de installatie te waarborgen. Het onderhoud aan de openbare verlichting is in samenwerking met de gemeente Bloemendaal in 2017 voor twee jaar (met optie voor twee jaar verlenging) aanbesteed. Dit onderhoud betreft voornamelijk de remplace, de storingen en kleine aanpassingen. Storingen worden eens per 7 dagen “gereden”. Naast het onderhoudsbestek heeft de Gemeente Heemstede binnenkort ook het handboek 'elektrische installaties' in samenwerking met de Gemeente Bloemendaal gereed. De bedoeling is om hiermee, samen met de Gemeente Bloemendaal, de installatieverantwoordelijkheid uit te besteden en invulling te geven aan de implementatie van de NEN-1010 en NEN-
- 4.4 BeleidsregelsDe visie die de gemeente Heemstede heeft bij haar openbare verlichting is in deze paragraaf concreet vertaald naar beleidsregels. Deze beleidsregels zijn onderverdeeld in generieke beleidsregels en gebiedspecifieke beleidsregels. 4.4.1 Generieke beleidsregelsVerlichtingssterkte en gelijkmatigheid van de verlichting In 2017 is de door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) opgestelde Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR-13201) van kracht geworden. In deze NPR13201:2017 is vastgelegd wat het gewenste verlichtingsniveau en de gelijkmatigheid is voor verschillende scenario’s. Gemeente Heemstede conformeert zich aan de NPR13201:2017 daar waar openbare verlichting opnieuw wordt gepositioneerd. In bestaande situaties (of 1 op 1 vervanging) kan eventueel worden afgeweken vanuit economische overweging en met reden dat bewoners in de huidige situatie tevreden zijn over de openbare verlichting. Beleidsregels aangaande verlichtingssterkte en gelijkmatigheid: De verlichtingssterkte voldoet aan de NPR13201:2017 De gelijkmatigheid voldoet aan de NPR13201:2017 Klasse B (Ev ≥ 0,5 lux) is de streefwaarde verticale verlichtingssterkte in nieuwe situaties Bij bestaande verlichting kan worden afgeweken van de minimale verticale verlichtingssterkte (vanuit economisch oogpunt) Het politiekeurmerk veilig wonen wordt niet op alle aspecten toegepast voor openbare verlichting. Energiebesparing Openbare verlichting staat voor een groot aandeel van het energieverbruik binnen iedere Nederlandse gemeente (ca. 50%). Een belangrijke methode om een energiebesparing te realiseren is het dimmen van verlichting. Dimmen kan zowel statisch als dynamisch, zoals omschreven in bijlage
- Gemeente Heemstede kiest als uitgangspunt om statisch te dimmen, dit omdat het voordeel van dynamisch dimmen voor de gemeente niet opweegt tegen de extra benodigde investering. Wel worden armaturen voorbereid om eventueel in de toekomst eenvoudig om te kunnen bouwen naar een dynamisch systeem. M.b.t. het dimmen kiest de Gemeente Heemstede ervoor om alle verlichting iets over te dimensioneren en standaard te dimmen naar 90% van vol vermogen. Dit maakt het mogelijk om waar nodig in de toekomst nog bij te kunnen stellen naar behoefte. Beleidsregels aangaande energiebesparing: Bij vervanging of nieuwe openbare verlichting dient gebruik te worden gemaakt van ledverlichting, voor zover dit (beheer)technisch en financieel realistisch is Dimmen van nieuw te plaatsen of te vervangen (conventionele) verlichtingsinstallaties (uitgangspunt is statisch dimmen) Gebruik maken van energiezuinige technieken Gebruik maken van alternatieve technieken in plaats van verlichting ten behoeve van geleiding buiten de bebouwde kom * Nieuwe of aangepaste openbare verlichtingsinstallaties voldoen minimaal aan energielabel D met energielabel C als streefwaarde (meer informatie is te vinden in bijlage 4) Gemeente Heemstede conformeert zich aan het SER-Energieakkoord 2013 Stedin gaat over op Flex-OVL wat het mogelijk maakt de verlichting andere schakeltijden mee te geven. Gemeente Heemstede gaat onderzoeken of verlichting later ingeschakeld kan worden en/of eerder uitgeschakeld. Lichthinder Lichthinder is licht dat als storend en verblindend wordt ervaren. Een goede sturing van de lichtbundel leidt tot efficiëntere verlichting en kan daardoor met minder energie af. Om lichthinder te voorkomen is er door het NSVV een richtlijn met betrekking tot lichthinder opgesteld. De gemeente Heemstede conformeert zich aan de richtlijn lichthinder. Daar waar gevraagd zal worden uitgegaan van een stedelijke omgevingszone conform de richtlijn en getoetst worden aan deze waarden. Klachten over lichthinder worden individueel behandeld in relatie tot de richtlijn. Beleidsregels aangaande lichthinder: Bij nieuwe verlichtingsontwerpen dient de piekluminantie (Imax) te worden bepaald van de gebruikte armaturen en ter beoordeling te worden voorgelegd aan de beheerder OVL van de gemeente Heemstede; Bij nieuwe ontwerpen en huidige openbare verlichting worden de richtlijn “algemene richtlijn betreffende lichthinder” gehandhaafd. Bij klachten wordt de situatie individueel bekeken en beoordeeld Verkeersveiligheid Vanuit verkeersveiligheid dient de verlichting op het juiste lichtniveau te worden uitgevoerd conform de richtlijnen als opgenomen in dit beleidsplan. Aanvullend schenkt de gemeente Heemstede extra aandacht aan oversteekplaatsen, om deze zo veilig mogelijk in te richten en overstekende verkeersdeelnemers tijdig te kunnen waarnemen. Dit wordt momenteel gedaan door of verhoging van het lichtniveau over oversteekplaatsen of deze te voorzien van verhoogde attentiewaarde door bijv. ledjes in het wegdek. Beleidsregels aangaandeverkeersveiligheid: In ontwerpen wordt aandacht besteed aan voldoende lichtniveau Aanvullend wordt extra aandacht besteed aan verkeersveiligheid bij (drukke) oversteekplaatsen. Dit door bijv. verhoging van het lichtniveau of verhoging van de attentiewaarde van de oversteekplaats. Lichtvervuiling en duisternis Door het aanwezig zijn van NNN-gebieden in de gemeente Heemstede is het voorkomen van lichtvervuiling van belang. De gemeente Heemstede en haar inwoners onderkennen de waarde van duisternis en willen deze duisternis behouden en waar mogelijk uitbreiden. Beleidsregels aangaande lichtvervuiling en duisternis: 'Verlichten daar waar het moet, minder of uit als het kan' Het aantal lichtpunten in natuurzones wordt niet groter dan het huidige aantal, waar mogelijk verminderen; In parken wordt geen (nieuwe) verlichting toegepast; Bij nieuwe verlichtingsontwerpen worden alleen armaturen toegepast waarvan het uittredende licht nauwelijks tot niet boven het denkbeeldige horizontale vlak uitkomt; Alternatieve geleiding wordt daar waar mogelijk toegepast om openbare verlichting te verminderen; De gemeente zet bij nieuwe infrastructurele projecten in op maatregelen welke het terugdringen van openbare verlichting bevorderen. Sociale veiligheid Het licht dat ledverlichting uitstraalt is beter te sturen dan traditionele verlichting. Het is zo goed te sturen dat hierdoor de situatie kan ontstaan dat een straat goed verlicht is, maar de omgeving compleet donker. Vanuit sociale veiligheid en ook lichtcomfort is dit niet wenselijk. Enig strooilicht is dan ook gewenst. Beleidsregels aangaande sociale veiligheid: In ontwerpen wordt aandacht besteed aan voldoende strooilicht; Achterpaden welke niet in eigendom zijn van de gemeente, worden door de gemeente Heemstede niet verlicht. Materialisatie Bij de toegepaste openbare verlichting hanteert de gemeente Heemstede haar inkoop- en aanbestedingsbeleid, zoals vastgesteld aan de hand van milieucriteria ten aanzien van maatschappelijk verantwoord inkopen. Beleidsregels aangaande materialisatie: Openbare verlichting wordt ingekocht conform het milieucriteriadocument Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (zie voor aanvullende informatie paragraaf 2.1.7) Nieuwe of aangepaste openbare verlichtingsinstallaties voldoen minimaal aan Energielabel D met een streven naar Energielabel C (SLEEC) Bij vervanging dient getracht te worden het lampvermogen te reduceren Bij vervanging van openbare verlichting is ‘wit’ licht het uitgangspunt Verlichting derden De gemeente Heemstede geeft geen toestemming tot het aanbrengen van reclame- uitingen aan of op lichtmasten. De gemeente Heemstede kan mogelijk adviserend optreden richting het verlichten van niet openbare terreinen. Daarbij zal zij het eigen beleid als richtinggevend kader hanteren. Het verlichten van deze terreinen is de verantwoordelijkheid van de eigenaar. Beleidsregels aangaande verlichting derden: Reclame-uitingen aan/op lichtmasten is niet toegestaan Lichtreclame in abri's is toegestaan De gemeente kan adviseren bij verlichting van niet openbare terreinen, waarbij het gemeentelijk beleid richtinggevend is Stroomvoorziening De stroomvoorziening van de openbare verlichting kan door deze direct aan te sluiten op het energienet van de netbeheerder of door de aanleg van een eigen voedingsnet. Dit laatste heeft als voordeel dat de gemeente bij storingen niet afhankelijk is van een derde partij. Dit houdt echter wel in dat de gemeente zelf moet voorzien in een storingsdienst. Beleidsregels aangaande stroomvoorziening: Bij nieuwbouw heeft een eigen voedingsnet de voorkeur Bij vervanging van openbare verlichting heeft en eigen energienet de voorkeur. Per situatie wordt beschouwd of dit financieel en technisch haalbaar is Omgeving Openbare verlichting heeft direct invloed op haar omgeving. De wijze waarop burgers en weggebruikers het licht ervaren is van belang in ontwerp en beheer van openbare verlichting. Lichthinder is het meest voorkomende probleem voor de directe omgeving. Beleidsregels aangaande omgeving: Bij vervanging en nieuwe verlichting wordt nadrukkelijk gekeken naar het voorkomen van lichthinder voor de omgeving a.d.h.v. de richtlijn lichthinder. Klachten i.r.t. lichthinder worden per situatie geanalyseerd a.d.h.v. de richtlijn lichthinder. Beheer en onderhoud Om het areaal van de openbare verlichting kwalitatief goed in orde te houden, is adequaat beheer en onderhoud noodzakelijk. Eigen beheer van het net en aansturing van voedingspunten zal resulteren in meer efficiënt beheer en onderhoud. Het zal capaciteit vergen van de beheerorganisatie om op de hoogte te blijven van nieuwe kennis en het onderhoud zo kostenefficiënt mogelijk uit te laten voeren. Beleidsregels aangaande beheer en onderhoud: Bij het beheer van de openbare verlichting dient kapitaalvernietiging voorkomen te worden, door onderhoud tijdig en groepsmatig uit te voeren Door de implementatie van Flex-OVL zal de gemeente Heemstede het zelf schakelen (eventueel door onderhoudsaannemer) implementeren om zo storingen efficiënter en sneller op te kunnen lossen. Streven is om het voedingsnet te ontvlechten van Stedin en eigen beheer te voeren. Er worden voldoende opleidingsmogelijkheden en middelen geboden om bestaande en nieuwe kennis optimaal te implementeren in het openbare verlichtingsbeleid in verband met de doelmatigheid en effectiviteit. bied specifiekebeleidsregels 4.4.2 Gebied specifieke beleidsregelsHistorische linten In de Welstandsnota 2016 zijn voor Heemstede gebieden aangegeven welke als 'bijzonder' zijn gekenmerkt. Eén van deze bijzondere gebieden betreft de oude lintbebouwing, in deze nota 'historische linten' genoemd (zie "Bijzonder 2" in kaart bijlage 5, Welstandniveaus). Vermeld wordt in de welstandsnota dat in deze linten extra inspanning ten behoeve van het behoud en eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst is. Voorgesteld wordt hier bij de vervaging van openbare verlichting bij aan te sluiten. Daarmee vragen deze linten om andere keuzes ten aanzien van materiaalgebruik. Beleidsregels aangaande Historische linten : De lichtkleur verdient in dit gebied extra aandacht. ‘Wit’ licht met een goede kleurherkenning is hierin belangrijk. Dit neemt niet weg dat met de lichtkleur (warm en/of koud licht) ‘gespeeld’ kan worden om de juiste beleving te ervaren; Permanente bevestigingen van commerciële uitingen aan lichtmasten vindt niet plaats; Het aanlichten van objecten/gebouwen (mits toestemming/getoetst door gemeente) is toegestaan; Bij het aanlichten van objecten/gebouwen wordt energiezuinige verlichting toegepast en uitgeschakeld na bijvoorbeeld 01.00 uur t.b.v. voorkomen lichtvervuiling; In dit gebied is extra aandacht voor sfeer en beleving in de keuze van materiaal (armatuur- en mastkeuze). Verblijfsgebied Openbareverlichtingspeelteenbelangrijkerolinwoongebieden(erftoegangswegen zie bijlage 3 wegencategorisering). De lichtkleur speelt hier een belangrijke rol om verkeersveiligheid en sociale veiligheid te creëren en er wordt tevens een juiste beleving van de omgeving mee gecreëerd. Om schijnveiligheid te voorkomen wordt voor de openbare verlichting in deze gebieden het uitgangspunt: “Verlichten daar waar het moet, minder of uit als het kan”. Beleidsregels aangaande Verblijfsgebied : Openbare verlichting wordt gebruikt om verkeersveiligheid en sociale veiligheid te creëren; In woongebieden wordt openbare verlichting met een functionele uitstraling toegepast; Openbare verlichting mag geen schijnveiligheid oproepen in bijvoorbeeld groene zones zoals parken; Solitaire voetpaden worden alleen verlicht wanneer deze deel uitmaken van een doorgaande route en beschikken over voldoende sociale controle; Parkeerterreinen worden voorzien van goede dimbare openbare verlichting. Indien een parkeerterrein niet of nauwelijks wordt gebruikt in het donker kan de verlichting worden uitgeschakeld; De openbare verlichting wordt afgestemd met de groenvoorzieningen. Lichtkleur 3.000 Kelvin wordt als uitgangspunt toegepast. In specifieke woongebieden met ‘oudere’ bewoners dient aanvullende aandacht te zijn voor het lichtniveau i.r.t. voldoende zicht. In de nachtelijke uren wordt het dimmen van de verlichting toegepast. Ontsluitingswegen Bij verlichting voor gebiedsontsluitingswegen (zie bijlage 2 wegencategorisering) is vooral de verkeersveiligheid het belangrijkste doel. Het zijn wegen met een hogere verkeersdruk op bepaalde tijdstippen dan woongebieden. De nadruk wordt gelegd op verkeer conflicterende punten binnen het wegennet waarbij openbare verlichting intenser zal zijn dan bij een gedeelte van een doorgaande weg. Dimmen kan op bepaalde tijdstippen toegepast worden zonder dat dit de verkeersveiligheid schaadt. Beleidsregels aangaande ontsluitingswegen: Openbare verlichting wordt met name gebruikt om verkeersveiligheid te creëren; Langs ontsluitingswegen wordt openbare verlichting met een functionele uitstraling toegepast; Op conflictpunten dient extra aandacht te worden geschonken aan het lichtniveau en het overzichtelijk maken van het conflictpunt; De openbare verlichting wordt afgestemd met de groenvoorzieningen. Op ontsluitingswegen wordt lichtkleur 3.000 Kelvin als uitgangspunt toegepast. Natuurzones (o.a. NNN-gebieden) Gemeente Heemstede beschikt over enkele NNN-gebieden met een grote ecologische waarde waar terughoudendheid met openbare verlichting gewenst is. Aanvullend op de generieke beleidsregels, wordt in de natuurzones gestuurd op het terugdringen van lichthinder en lichtvervuiling. Openbare verlichting wordt alleen toegepast wanneer de sociale- of verkeersveiligheid hierom vraagt en alle andere maatregelen aangaande veiligheid onvoldoende blijken. In de natuurzones wordt door de gemeente Heemstede waar mogelijk en gewenst gekeken naar alternatieve methoden om geleiding te realiseren in plaats van openbare verlichting. Hierbij valt te denken aan passieve, actieve markeringselementen of het toepassen van bakens. Beleidsregels aangaande natuurzones Uitgangspunt in de natuurzones is dat er niet wordt verlicht, tenzij er zwaarwegende redenen zijn aan te wijzen Openbare verlichting wordt alleen toegepast als er geen alternatieven mogelijk zijn om het gewenste effect te bereiken Ten opzichte van de huidige situatie vindt er geen uitbreiding van het areaal plaats en zal deze bij voorkeur verder afnemen of voorzien van alternatieve schakeltijden De gemeente Heemstede volgt te allen tijde de Wet Natuurbescherming in de plaatsing van verlichting HOOFDSTUK 5 HOE GAAN WIJ DAT BEREIKEN? De gemeente Heemstede houdt voor de technische levensduur van openbare verlichting 40 jaar aan voor lichtmasten en 20 jaar voor armaturen. Aangezien er in de jaren 90 veel openbare verlichting is vervangen staat de gemeente voor wederom een grote vervangingsslag. Om (grote) achterstand te voorkomen betekent dit dat de komende jaren een groot aantal armaturen vervangen dient te worden. Doel van dit beleidsplan is naast verduurzaming het op orde krijgen/houden van het areaal. Hoe deze vervangingsslag wordt weggewerkt is echter nog niet bepaald. In dit hoofdstuk zal dieper worden ingegaan op enkele mogelijkheden om de doelen te bereiken welke zijn onderverdeeld in scenario’s. Het voordeel dat de gemeente nu een grote vervangingsslag moet maken is dat er innovaties in de markt hebben plaatsgevonden die voor een extra besparingsimpuls kunnen zorgen. Zo hebben we in voorliggend beleidsplan vastgelegd dat in de toekomst led het uitgangspunt is bij vervangingen in de openbare verlichting. Naast het toepassen van led is een ander uitgangspunt dat verlichting ook statisch gedimd zal worden. Dynamisch dimmen wordt hierin niet als uitgangspunt genomen omdat de behoefte in Heemstede beperkt zal zijn en de kosten voor een dynamisch systeem in verhouding nog erg hoog liggen (zie ook bijlage 6). De gekozen maatregelen hebben verlichtingstechnische- en financiële gevolgen voor het areaal. Zo vergt ledverlichting incl. statisch dimmen een licht hogere investering, maar zijn de onderhouds- en energiekosten lager. Aan de hand van een viertal scenario’s, zoals hierna omschreven, zijn deze financiële consequenties inzichtelijk gemaakt. Voor de vier scenario’s is berekend wat de investerings- en exploitatiekosten bedragen voor de periode 2018 t/m
- Hierbij is uitgegaan van het eerder genoemde areaalbestand. De prijzen waar de scenario’s op zijn gebaseerd zijn overeenkomstig de huidige markt- en energieprijzen. Een uitgebreid overzicht van de gehanteerde uitgangspunten is opgenomen in Bijlage
- 5.1 Scenario’s In de vier scenario’s worden de lichtmasten en armaturen aan het einde van hun economische levensduur, respectievelijk 40 en 20 jaar, vervangen. De scenario’s bestaan eigenlijk uit twee scenario’s als we kijken naar benodigde investering; Regulier vervangen incl. wegwerken vervangingsslag (jaren 90) Bij vervanging verhogen van de beeldkwaliteit in woonwijken incl. wegwerken vervangingsslag (jaren 90) Deze scenario’s zijn beide onderverdeeld in een A en B scenario, waarbij het B scenario de vervangingsslag versneld zal worden weggewerkt en daarmee ook versneld het areaal zal verduurzamen. Als aangegeven wordt in alle scenario’s led als uitgangspunt genomen. Door het toepassen van ledverlichting zorgt gemeente Heemstede ervoor dat de exploitatielasten lager uitvallen. Reden is dat led als lichtbron een langere levensduur heeft en een hoger lichttechnisch rendement. Omdat bij gebruik van led al sprake is van energiezuinige verlichting, zou je kunnen zeggen dat bij lage vermogens dimmen niet nodig hoeft te zijn. De huidige innovaties zorgen er echter voor dat ‘goede’ led armaturen standaard voorzien zijn van een programmeerbare driver. Dit maakt het mogelijk om alle armaturen voordelig te dimmen en een extra impuls te geven aan de energiebesparing. De doorgerekende scenario’s zijn als volgt opgebouwd: Scenario 1A:Reguliervervangenincl.wegwerkenvervangingsslag Bij scenario 1A gaan we uit van het regulier vervangen van de openbare verlichting incl. het wegwerken van de vervangingsslag op basis van de volgende belangrijkste uitgangspunten: Technische levensduur armaturen 20 jaar Technische levensduur masten 40 jaar Vervangingen uitvoeren met led armaturen Led armaturen standaard statisch dimmen Vervangingsslag (jaren 90) in vijf jaar wegwerken Scenario 1B: Regulier vervangen incl. versneld verduurzamen/wegwerken vervangingsslag Bij scenario 1B gaan we uit van het regulier vervangen van de openbare verlichting incl. versneld verduurzamen door versneld wegwerken van de vervangingsslag. Scenario 1B is op basis van de volgende belangrijkste uitgangspunten uitgewerkt: Technische levensduur armaturen 20 jaar Technische levensduur masten 40 jaar Vervangingen uitvoeren met led armaturen Led armaturen standaard statisch dimmen Vervangingsslag (jaren 90) in twee jaar wegwerken Scenario 2A: Vervangen met verhoogde beeldkwaliteit incl. wegwerken vervangingsslag Bij scenario 2A gaan we uit van het vervangen incl. het verhogen van de beeldkwaliteit in de woonwijken. Het verhogen van de beeldkwaliteit betekent dat voor de invulling van de woongebieden aanvullend gekeken zal worden naar de inrichting van een woongebied en dat het materiaal in hoofdlijn worden afgestemd op het karakter van de wijk (mast en armatuur). Beoogd is dat bij de keuze voor materiaal, bij vervanging aansluiting wordt gevonden bij de verschillende “Welstandsgebieden”uit de Welstandsnota 2016 (zie bijlage 5). Per welstandsgebied wordt een beeld geformuleerd waaraan mast en armatuur moeten voldoen. Hierbij wordt voor een hogere beeldkwaliteit gekozen dan in scenario
- Het toepassen van meer esthetisch vormgegeven materiaal vraagt een hogere investering. Het binnenwerk van een armatuur verandert echter niet waardoor besparingen in lijn liggen met scenario 1A. Scenario 2A is op basis van de volgende belangrijkste uitgangspunten uitgewerkt: Woongebieden wordt materiaal afgestemd op karakter van de wijk Technische levensduur armaturen 20 jaar Technische levensduur masten 40 jaar Vervangingen uitvoeren met led armaturen Led armaturen standaard statisch dimmen Vervangingsslag (jaren 90) in vijf jaar wegwerken Scenario 2B: Vervangen met verhoogde beeldkwaliteit incl. versneld verduurzamen/wegwerkenvervangingsslag Bij scenario 2B gaan we uit van het vervangen incl. het verhogen van de beeldkwaliteit in woonwijken conform scenario 2A incl. versneld verduurzamen door versneld wegwerken van de vervangingsslag. Scenario 2B is op basis van de volgende belangrijkste uitgangspunten uitgewerkt: Woongebieden wordt materiaal afgestemd op karakter van de wijk Technische levensduur armaturen 20 jaar Technische levensduur masten 40 jaar Vervangingen uitvoeren met led armaturen Led armaturen standaard statisch dimmen Vervangingsslag (jaren 90) in twee jaar wegwerken 5.2 Uitkomstenscenario’s Op basis van de beschreven scenario’s is berekend wat de benodigde investeringen zijn om deze te realiseren en wat de gevolgen zijn voor de exploitatie en het energieverbruik. Deze gegevens zijn in onderstaande tabellen weergegeven. Hierbij wordt de investering getoond die in dat specifieke jaar benodigd is. Voor het bepalen van de besparing wordt de cumulatieve waarde tot en met dat jaar getoond; de besparing die in 2018 wordt gerealiseerd is namelijk ook nog van toepassing bij elk navolgende jaar. In de overzichten zijn de bedragen en besparingen weergegeven van de aankomende 10 jaar. In het eerste overzicht is zowel scenario 1A als 2A opgenomen. Dit aangezien de besparingen op exploitatie bij beide scenario’s gelijk zijn. Een armatuur waar extra aandacht is besteed aan de vormgeving kan beschikken over dezelfde technische specificaties. Enkel de investering voor het verkrijgen van de extra beeldkwaliteit op straat is hierin meegenomen. Voor de materialen in de centra en dorpslinten is een percentage van 60% op de materialen (mast, armatuur) gezet en voor de wijken is rekening gehouden met een extra percentage van 40% om aan het gewenste beeld te kunnen voldoen. In het tweede overzicht zijn zowel scenario 1B als 2B opgenomen met dezelfde reden. Investeringen scenario 1A en2A: Jaar Investeringscenario 1A (per jaar) Verschil inkosten Investeringscenario 2A (per jaar) Besparing onderhoud Besparing verbruik (MWh) Besparing CO2(ton) Besparing ** Op basis van huidigprijsniveau energie Totaalbesparing exploitatie 2018 * Deze jaren bevatten een 1/5 deel van de vervangingsslag in investering en besparing € 440.360 € 86.090 € 526.450 € 2.011 31 16 € 1.838 € 3.849 2019 * Deze jaren bevatten een 1/5 deel van de vervangingsslag in investering en besparing € 324.250 € 66.350 € 390.600 € 3.026 71 36 € 4.226 € 7.252 2020 * Deze jaren bevatten een 1/5 deel van de vervangingsslag in investering en besparing € 487.040 € 52.300 € 539.340 € 4.910 166 85 € 9.990 € 14.900 2021 * Deze jaren bevatten een 1/5 deel van de vervangingsslag in investering en besparing € 421.820 € 55.570 € 477.390 € 6.383 216 111 € 12.968 € 19.351 2022 * Deze jaren bevatten een 1/5 deel van de vervangingsslag in investering en besparing € 292.590 € 54.390 € 346.980 € 7.497 235 121 € 14.097 € 21.594 2023 € 209.200 € 30.170 € 239.370 € 7.747 239 123 € 14.316 € 22.063 2024 € 133.460 € 14.680 € 148.140 € 7.825 239 123 € 14.300 € 22.125 2025 € 356.510 € 72.070 € 428.580 € 8.891 270 139 € 16.152 € 25.043 2026 € 181.770 € 21.480 € 203.250 € 8.939 271 140 € 16.214 € 25.153 2027 € 241.760 € 36.630 € 278.390 € 9.843 290 150 € 17.341 € 27.184 Totaal € 3.088.760 € 489.730 € 3.578.490 € 67.073 2028 1044 € 121.442 € 188.515 Tabel 5.1 Investeringen scenario 1A en 2A met exploitatiebesparingen ten opzichte van bestaande situatie Jaar Investeringscenario 1B (per jaar) Verschil inkosten Investeringscenario 2B (per jaar) Besparing onderhoud Besparing verbruik (MWh) Besparing CO2(ton) Besparing energie Totaalbesparing exploitatie 2018*Deze jaren bevatten een 1/5 deel van de vervangingsslag in investering enbesparing € 606.320 € 128.390 € 734.710 € 2.890 43 22 € 2.543 € 5.433 2019 * Deze jaren bevatten een 1/5 deel van de vervangingsslag in investering enbesparing € 490.200 € 108.660 € 598.860 € 4.784 94 48 € 5.635 € 10.419 2020 € 377.500 € 24.210 € 401.710 € 6.083 182 93 € 10.929 € 17.012 2021 € 308.200 € 26.730 € 334.930 € 6.969 224 115 € 13.438 € 20.407 2022 € 183.040 € 26.310 € 209.350 € 7.497 235 121 € 14.097 € 21.594 2023 € 209.200 € 30.170 € 239.370 € 7.747 239 123 € 14.316 € 22.063 2024 € 133.460 € 14.680 € 148.140 € 7.825 239 123 € 14.300 € 22.125 2025 € 356.510 € 72.070 € 428.580 € 8.891 270 139 € 16.152 € 25.043 2026 € 181.770 € 21.480 € 203.250 € 8.939 271 140 € 16.214 € 25.153 2027 € 241.760 € 36.630 € 278.390 € 9.843 290 150 € 17.341 € 27.184 Totaal € 3.087.960 € 489.330 € 3.577.290 € 71.469 2087 1074 € 124.965 € 196.434 Tabel 5.2 Investeringen scenario 1B en 2B met exploitatiebesparingen ten opzichte van bestaande situatie Zoals aangegeven conformeert Heemstede zich aan de doelstelling voor openbare verlichting vanuit het Energieakkoord. Doelstelling hierin is een energiebesparing van 20% in 2020 ten opzichte van het energieverbruik van 2013 en 50% in
- In de onderstaande grafiek wordt de energiebesparing van de scenario’s (regulier of versneld verduurzamen) afgezet tegen de doelstelling als opgenomen in het Energieakkoord. In deze grafiek zijn twee lijnen opgenomen bij de één is het uitgangspunt dat de vervangingsslag verdeeld over 5 jaar wordt weggewerkt en de andere dat de vervangingsslag versneld over de eerste 2 jaar wordt uitgevoerd. Zoals zichtbaar in de grafiek zal bij het verdeeld uitvoeren van de vervangingsslag over zowel 2 als 5 jaar worden voldaan aan de doelstelling van 20% reductie in
- Ook de doelstelling van 50% besparing in 2030 wordt nagenoeg gehaald in beide gevallen. 5.2.1 Conclusie enaanbevelingenEnergiebesparing i.r.t. de doelstellingenOpvallend is dat bij het doorzetten van de reguliere vervangingen i.c.m. het uitvoeren van de vervangingsslag ruim aan de landelijke energiedoelstellingen kan worden voldaan zowel bij de A als B scenario's. Met deze reden is er gekozen om de vervangingsslag in 5 jaar uit te voeren (A scenario). Er kan aan de energiedoelstelling worden voldaan terwijl er niet een hele hoge besparing te realiseren valt op de uit te voeren vervangingsslag. De te vervangen armaturen afkomstig uit de jaren 90 bestaan voor het overgrote deel uit armaturen met een PLL 24Watt lichtbron (583 van totaal 674 te vervangen armaturen). Op deze armaturen valt een beperkte besparing te realiseren aangezien een vervangend LED armatuur al snel 18 Watt verbruikt excl. dimmen. Als we naar het areaal van gemeente Heemstede kijken, als weergegeven in hoofdstuk 3, zien we dat het overgrote deel van de installatie bestaat uit armaturen met een PLL lichtbron. Ondanks dit feit valt uit de scenario’s op te maken dat door het doorvoeren van energiezuinige armaturen i.c.m. het dimmen kan resulteren in een aanzienlijke besparing. Gemeente Heemstede heeft in haar nota duurzaamheid de ambitie uitgesproken om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Ondanks de hoge besparing (ca. 50%) op de openbare verlichting zal het energieverbruik in 2030 nog ca. 460.000 kWh zijn. Om energieneutraal uit te komen betekent dit dat er nog ca. 1.700 Photo Voltaic - panelen (zonnepanelen) benodigd zijn om dit verbruik te compenseren. FinancieelVoor de komende 10 jaar is circa €250.000 benodigd per jaar voor het uitvoeren van de reguliere vervangingen. Naast de jaarlijkse vervanging is voor het uitvoeren van de vervangingsslag (jaren 90) een waarde van circa €580.000 benodigd. Zoals in de scenario’s 1A en 1B valt te zien maakt het in impact uit als deze slag wordt verspreid over 5 of over 2 jaar. Wanneer deze wordt verspreid over 2 jaar (t.o.v. 5 jaar) zal dit resulteren in een extra besparing in onderhoud maar ook in energiebesparing met een marktwaarde van circa € 8.000,- over 10 jaar en een extra besparing in CO2 uitstoot van 30 ton. Dit is echter beperkt afgezet tegen de extra benodigde investering. Naast reguliere vervanging zijn ook twee scenario’s opgenomen waar de verhoging van de beeldkwaliteit in Heemstede extra wordt belicht. Hier is aanvullend rekening gehouden met het verfraaien van het woongebied waar het materiaal zoveel mogelijk worden afgestemd op het karakter van het gebied. Om de beeldkwaliteit te verhogen is een gemiddeld budget benodigd van circa. €285.000 per jaar voor de komende 10 jaar. Aanvullend loopt het budget voor de vervangingsslag op naar een totaal van circa €730.
- Zoals in de scenario’s 2A en 2B valt te zien is de impact, in exploitatie, van inhalen over 5 of 2 jaar gelijk aan scenario’s 1A en 1B. Hieruit valt te concluderen dat het verhogen van de beeldkwaliteit in de woongebieden alleen leidt tot een budgetverhoging van €400.000 zonder dat dit verlaging van exploitatielasten tot gevolg heeft. Naast de investeringen zijn de verwachte besparingen ook in beeld gebracht per jaar per scenario. Dit betreffen besparingen die na uitvoering jaarlijks optreden. Om aanvullend budget beschikbaar te krijgen voor de vervanging kan het een overweging zijn om de gerealiseerde besparingen weer in te zetten voor verdere verduurzaming en/of verfraaiing van het areaal. Na analyse van de doorgerekende scenario's is gekozen om scenario 2A uit te voeren. Dit scenario zorgt ervoor dat er kan worden voldaan aan de doelstellingen van de gemeente en zorgt daarnaast voor een verhoogde beeldkwaliteit in de woongebieden. HOOFDSTUK6 BIJLAGEN Bijlage 1 - Uitgangspunten berekening financiële doorrekeningIn het beleidsplan Openbare Verlichting zijn de vier scenario’s financieel nader uitgewerkt. Om tot een zo accuraat mogelijke berekening te komen zijn een aantal aannames gedaan en diverse uitgangspunten bepaald. In deze bijlage worden deze aannames en uitgangspunten nader beschreven. AlgemeenDe berekening gaat uit van de volgende vier scenario’s: Scenario 1A: Vervangen op basis van levensduur door led en statisch dimmen. Vervangen vervangingsslag (jaren 90) over een periode van 5 jaar. Scenario 1B: Als 1A, met versneld wegwerken vervangingsslag (jaren 90) over een periode van 2 jaar. Scenario 2A: Vervangen op basis van levensduur door led en statisch dimmen. Vervangen wegwerken vervangingsslag (jaren 90) over een periode van 5 jaar. Extra budget voor het verhogen beeldkwaliteit in woongebieden (+40% materiaalkosten) Scenario 2B: Als 2A, met versneld wegwerken vervangingsslag (jaren 90) over een periode van 2 jaar. Extra budget het verhogen beeldkwaliteit in woongebieden (+40% materiaalkosten). Bij het plaatsen van led verlichting als duurzame verlichting is het uitgangspunt dat deze tijdens de levensduur van het led armatuur twee keer tijdens de afschrijftermijn schoongemaakt worden. De armaturen worden in nieuwe situatie gedimd uitgevoerd en berekend op 70% opgesteld vermogen. Voor wat betreft de prijzen van de werkzaamheden en materialen zijn prijzen aangehouden op basis van ervaringscijfers binnen Montad gerelateerd aan de huidige gemiddelde indicatieve marktprijzen. Bij de exploitatieberekening is geen rekening gehouden met maandelijks optredende transport en aansluittarieven per lichtmast. Dit zijn maandelijkse kosten welke dienen te worden betaald per lichtpunt binnen de gemeente. In de berekening is rekening gehouden met de aan- en afsluittarieven van Stedin bij het vervangen van elke lichtmast. Hier is niet gerekend met een eigen netwerk. Bij een eigen netwerk vallen naar verwachting deze kosten lager uit. Uitgangspunt voor de berekening is een export van de actuele areaalgegevens d.d. 01-01-
- T.b.v. eventuele toekomstige uitbreiding is, op basis van ervaringscijfers, rekening gehouden met een jaarlijkse groei van het areaal van 0,5%. De huidige verlichting in de gemeente Heemstede is in het verleden gebaseerd op de toen geldende normen/richtlijnen. Met deze reden staan sommige lichtmasten verder uit elkaar dan conform de huidige richtlijnengewenst. Om toch het gewenste lichtbeeld te kunnen creëren is de verwachting dat bij vervangingswerkzaamheden er gemiddeld 5% meer lichtmasten terug geplaatst moeten worden. Deze toename van 5% is opgenomen in de vervangingsinvesteringen (vervangingskosten incl. netwerkkosten). Gemeente Heemstede is met Stedin in gesprek over de overname van het voedingsnet voor de openbare verlichting. Om dit te kunnen realiseren is een aanvullend budget opgenomen van €50.000,- per jaar. Binnen deze kosten valt de overname van de voedingskabels, voedingskasten en aanbrengen van benodigde aanvullende voorzieningen. VERWIJDEREN VERLICHTINGSOBJECT Verwijderen verlichtingsobject t/m 6 meter € 70,00 Verwijderen verlichtingsobject > 6 meter € 100,00 VERVANGEN LICHTMAST Vervangen verlichtingsobject t/m 6 meter € 100,00 Vervangen verlichtingsobject > 6 meter € 150,00 Vervangen standaardOV-aansluiting energiebedrijf ** € 244,49 VERVANGEN ARMATUUR Vervangen armatuur € 55,00 LEVEREN LICHTMASTEN Leveren mast verlichtingsobject 4 m. € 200,00 Leveren mast verlichtingsobject 6 m. € 300,00 Leveren mast verlichtingsobject 8m. € 400,00 NETWERK KOSTEN Nieuwe aansluiting ** € 550,13 Vervangen aansluiting ** € 244,49 LEVEREN ARMATUREN (DIMBAAR) Standaard LED armatuur 18 Watt (t.b.v. lichtmast 4 m.) *** € 320,00 Standaard LED armatuur 24 Watt (t.b.v. lichtmast 6 m.) *** € 350,00 Standaard LED armatuur 42 Watt (t.b.v. lichtmast 8 m. +) *** € 550,00 ENERGIEKOSTEN Gebruikt gemiddeld tarief inclusief toeslagen € 0,060 ONDERHOUD Remplace kosten per keer € 12,00 Schoonmaken armatuur/mast € 12,00 MILIEU CO2 uitstoot 0.515 kg/kWh Tabel Bijlage 1-1 Kostenoverzicht OVL werkzaamheden In de vervangingsinvesteringen is rekening gehouden met een gewenst verhoogde beeldkwaliteit in de dorpskern en de dorpslinten. Hier is rekening gehouden met meer esthetisch vormgegeven materiaal. Om dit te kunnen realiseren zijn voor deze regio’s is de materiaalcomponent in kostprijs verhoogd met 60% t.o.v. standaard materiaal. In de scenario’s 2A en 2B is in de woonwijken rekening gehouden met verhoogde beeldkwaliteit door het karakter van het woongebied te benadrukken in de materiaalkeuze van de lichtmast. Hier is de materiaalcomponent in kostprijs verhoogd met 40% Investerings- enexploitatiebepaling Voor het bepalen van de hoogte van de hoogte van de investerings- en exploitatiebedragen zijn de uitgangsbedragen gehanteerd, zoals weergegeven in tabel 1-
- Deze bedragen zijn samengesteld op basis van ervaring, kostprijzen op basis van huidige marktprijzen en een afronding om de indexatie in te calculeren. De prijzen zijn exclusief BTW en toeslagen zoals administratiekosten, projectleiding, et cetera. In de uiteindelijke tabel zijn de totaalprijzen inzichtelijk gemaakt per scenario. In deze investeringsbedragen is een percentage van 15% verwerkt voor voorbereiding en uitvoeringsbegeleiding. Bijlage 2 - Gebruikte afkortingen lampen Bijlage 3 – Wegencategorisering Bijlage 4 - SLEECSenterNovem heeft een label laten ontwikkelen waarmee gemeenten de energieprestatievanbestaandeoftoekomstigeopenbareverlichtingsinstallaties (OVL) kunnen kwalificeren. Het ontwikkelde OVL-label is een maat voor de energieprestatie van een installatie. Hiervoor is een indicator gebruikt, die onderlinge vergelijking van systemen mogelijk maakt: het Street Lighting Energy Efficiency Criterion (SLEEC), beschreven in de EN13201-
- De methode houdt rekening met de efficiëntie van lampen, voorschakelapparatuur, het type armaturen en het lichtontwerp. Ook het (gunstige) effect van dim-installaties wordt meegewogen. Het label kent 7 efficiëntie klassen, net als het Europese label voor witgoed, auto en huishoudelijke lampen. De klassen zijn zo ingericht dat er nog ruimte is voor ontwikkeling. Klasse A is met die reden nog niet eenvoudig te bereiken. Met een zeer efficiënt ontwerp is het sporadisch mogelijk klasse B te behalen. Een C en soms zelfs D klasse is al een efficiënt ontwerp. De score wordt vastgesteld op basis van de volgende gegevens: de te verlichten wegdekken bepaling van de wegfunctie (woon/verblijf of verkeer) het lichtontwerp van de installatie (lampen, armaturen en de hoogte en afstanden lichtmasten) de uit de NPR vastgestelde lichtklasse het systeemvermogen van het toegepaste lamptype, VSA (voorschakelapparatuur) en indien bekend het dimregime De score wordt berekend met de volgende formules: Voorwoonstraten SEnorm = P [W] / Eh,min [lux] / A [m2] (P = vermogen in Watt; Eh = minimale horizontale verlichtingssterkte binnen de lichtklasse van een straat in lux; A = de oppervlakte van erfgrens tot erfgrens tussen twee lichtmasten conform het rekenvlak zoals beschreven in de Aanbevelingen van de NSvV voor OVL deel 2) Voorverkeerswegen SLnorm = P [W] / Lmin [Cd/m2] / A [m2] (Lmin = de minimale luminantie per m2 van de installatie binnen de lichtklasse van de betreffende straat; A = de oppervlakte van de rijbaan tussen twee lichtmasten, eveneens conform het vereiste rekenvlak) Resultaatiseeneenduidig, onderlingvergelijkbaargetalvoordeenergieprestatievan alle wegtypes. Praktischnut Met behulp van het label kunnen gemeenten en ontwerpers de energieprestatie van hun huidige of toekomstige installaties onderbrengen in een bepaalde zuinigheidsklasse (A-G). Het ontwikkelde label, dat in een adviesrapport is beschreven, is behulpzaam bij het vaststellen van beleidsambities en duurzaam inkopen, maar kan in de toekomst ook worden gebruikt voor benchmarking. Bijlage 5 – Overzichtskaarten Bijlage 6 - Checklist Politiekeurmerk Veilig WonenPRESTATIE-EISEN CERTIFICAAT VEILIG COMPLEX (C) EN VEILIGE OMGEVING (O) PRESTATIE-EISEN CERTIFICAAT VEILIG COMPLEX (C) EN VEILIGE OMGEVING (O) - NIEUWBOUW 2015 Bijlage 7 - Technische informatie openbare verlichtingIn deze notitie wordt achtergrondinformatie geboden over licht in het algemeen en openbare verlichting. Daarnaast worden ontwikkelingen en innovaties behandeld, waarna alternatieven aan bod komen voor reguliere openbare verlichting. Achtergrondinformatie over licht en verlichtingWat is licht?Licht is het deel van het spectrum van elektromagnetische straling, dat waarneembaar is met het menselijke oog. Onderstaand is het zichtbare spectrum weergegeven Figuur Lichtspectrum in nanometers Het zichtbare spectrum van licht heeft een golflengte tussen 380 nm en 780 nm. De verschillende golflengten worden door het oog gezien als verschillende kleuren: rood voor de langste golflengte en violet voor de kortste. De grootste gevoeligheid van het menselijke oog ligt bij circa 550 nm (geel) bij daglicht en bij 507 nm (blauwgroen) bij nacht. Bij golflengtes boven de 780 nm spreekt men van infrarood licht, bij golflengtes onder de 380 nm van ultraviolet licht. Beide zijn niet door de mens waarneembaar. Licht dat bestaat uit lichtgolven met enkel dezelfde golflengte/frequentie, heet monochromatisch licht. De kleur die men ziet is alleen de kleur die bij de desbetreffende golflengte hoort. In de natuur komt in de meeste gevallen polychromatisch licht voor, dit licht bestaat uit golven die verschillende golflengtes bevatten. Bij polychromatisch licht zijn meerdere kleuren zichtbaar waardoor verschillende voorwerpen in de omgeving makkelijker van elkaar te onderscheiden zijn. Lichttechniek LichtstroomLichtstroom is de hoeveelheid licht die een lichtbron per seconde uitstraalt, gerelateerd aan de ooggevoeligheid van de mens. De waarde waarmee gerekend wordt bij lichtstroom is lumen (lm). De efficiëntie van een lichtbron kan worden weergegeven in lichtstroom per geïnvesteerd vermogen, oftewel lumen per Watt (lm/W). Een voorbeeld hiervan is een fietslamp die 30 lumen levert en een geïnvesteerd vermogen heeft van 3 Watt, de lumen-/Watt-verhouding voor deze fiets lamp is dan 10 lm/W. Lichtsterkte Lichtsterkte is lichtstroom die in een bepaalde richting wordt uitgestraald per eenheid van ruimtehoek. De eenheid die hiervoor geldt is candela (cd). Bijvoorbeeld diezelfde fietslamp van 10 lm/W heeft zonder reflector een lichtsterkte van 2,5 candela, maar met reflector 250 cd. Dit is omdat door middel van de reflector het licht gebundeld wordt in één bepaalde richting. Verlichtingssterkte Verlichtingssterkte is de hoeveelheid licht of lichtstroom die op een bepaald oppervlak valt. Verlichtingssterkte wordt uitgedrukt in de eenheid lux (lx). Lux kun je anders verwoorden als het aantal lumen per m² (lm/m²). De horizontale verlichtingssterkte wordt gehanteerd voor lichtniveau van openbare verlichting. Voorbeeld verlichtingssterkten horizontaal 100.000 lux Zomer midden in het veld, onbewolkt 10.000 lux Zomer onder een boom, onbewolkt 5.000 lux Open veld zwaar bewolkt 2.000 lux Mooie dag binnen bij het raam aan de schaduwzijde 3.00 lux Gemiddelde woonstraat met openbare verlichting 0,25 lux Volle maan in het open veld Naast horizontale verlichtingssterkte wordt in de openbare verlichting ook gerekend met verticale verlichtingssterkte. Dit is de hoeveelheid verlichtingssterkte in lux op het verticaal vlak op een hoogte van 1,5 meter. De verticale verlichtingssterkte wordt gebruikt om de minimale hoeveelheid licht op gezichtshoogte en daarmee de mate van gezichtsherkenning in de openbare ruimte te definiëren. In de NPR13201 worden klasses weergegeven die de minimale verticale verlichtingssterkte aangeeft in verblijfsgebieden. Deze verdeling is opgenomen in tabel 9 van de Nederlandse Praktijk Richtlijn zoals onderstaand opgenomen: Klasse Horizontaal Vertikaal Egem in lx a [minimum] Emin in lx [minimum] Uh [minimum] Ev.mina in lx [minimum] A (ROVL- 2011 < 2017) B (ROVL- 2011 ≥ 2017) C (NPR 13201: 2017) P1 15,00 3,00 0,20 0,30 0,50 5,00 P2 10,00 2,00 0,20 0,30 0,50 3,00 P3 7,50 1,50 0,20 0,30 0,50 2,50 P4 5,00 1,00 0,20 0,30 0,50 1,50 P5 3,00 0,60 0,20 0,30 0,50 1,00 P6 2,00 0,40 0,20 0,30b 0,50b 0,60b Gemeente Heemstede mag in bestaande situaties afwijken van de minimale verlichtingssterkte. In nieuwe situaties hanteert de gemeente klasse B als minimale streefwaarde. Luminantie Luminantie is de hoeveelheid licht die weerkaatst wordt vanuit een oppervlak. De hoeveelheid luminantie wordt weergegeven in candela per vierkante meter (cd/m²). Dit is simpelweg de hoeveelheid licht die per oppervlakte-eenheid wordt weerkaatst/ gereflecteerd. Bestuurder ziet het licht wat weerkaatst uit het wegdekoppervlak, luminantie. Zo geeft een licht getint wegdek een hogere reflectiewaarde en met dezelfde hoeveelheid opvallend licht een hogere luminantie. Kleurweergave Kleurweergave is hoe ‘natuurlijk’ wij de kleuren van voorwerpen onder een lichtbron zien. Kleurweergave wordt uitgedrukt in een ‘Color Rendering Index’ (CRI), een soort rapportcijfer voor kleuronderscheiding van een lichtbron. Dit wordt aangegeven met de code Ra waarbij Ra 0 geen kleurweergave aangeeft en Ra 100 volledige kleurweergave aangeeft. Het oranje licht van een SOX lichtbron, veelal voorkomend langs snelwegen, heeft een CRI van 0 Ra, ook wel monochromatisch licht genoemd, hier vind totaal geen kleurweergave plaats, de enige reden waarom hier nog enige kleurherkenning plaatsvindt, is door middel van de polychromatische koplampen van de auto’s. In onderstaande afbeelding is een spectrum aangegeven van een SOX (lage druk natrium) lichtbron in vergelijk met het spectrum van een SON (hoge druk natrium) lichtbron. Vergelijk spectrale verdeling lichtbronnen: Gelijkmatigheid en het ‘zebra-effect’Wanneer lichtmasten op een grotere onderlinge afstand van elkaar staan zal de gelijkmatigheid verminderen en zal er een groot verschil tussen lichte en donkere weggedeelten ontstaan. Het beeld dat in dat geval op het wegdek ontstaat wordt het ‘zebra-effect’ genoemd. Dit effect is momenteel zeer actueel vanwege de opkomst van LED-verlichting. LED staat bekend om haar zeer gerichte lichtbundel. Dit heeft enerzijds voordelen omdat het licht beter valt te sturen en een hoger rendement valt te behalen, maar anderzijds kan het bij slecht gebruik ook nadelen hebben. Bij de gerichte bundels licht is het risico aanwezig dat er grote verschillen tussen lichte en donkere plekken in het straatbeeld ontstaan en dus een slechte gelijkmatigheid. Dit vraagt bij het toepassen van LED-verlichting wel extra aandacht van de lichtontwerper, aangezien bij een goed ontwerp de voordelen van LED aanzienlijk zijn ten opzichte van conventionele verlichting. Op navolgende afbeelding wordt een visualisatie van dit ‘zebra-effect’ weergegeven. Visualisatie van het ‘zebra-effect’ Het ‘zebra-effect’ kan leiden tot verkeersonveilige situaties. Het menselijke oog heeft namelijk tijd nodig om zich aan een bepaald lichtniveau te kunnen adapteren. Adaptatie van het oog is de wijze waarop het oog zich aanpast aan een bepaald verlichtingsniveau. Wanneer bijvoorbeeld in een kamer met een hoog verlichtingsniveau het licht uitgaat, zal er tijdelijk een type van zichtverlies optreden. Echter na een paar minuten zal men weer enkele details van elkaar kunnen gaan onderscheiden, maar volledige adaptatie van licht naar donker kan zelfs een half uur tot een uur in beslag nemen. Uit bovenstaande gegevens valt te concluderen dat wanneer men met een bepaalde snelheid in een auto ’s nachts over straat rijdt het oog niet genoeg tijd krijgt om zich geheel te kunnen adapteren. Wanneer dan het niveauverschil en dus het ‘zebra-effect’ van dusdanige grote zal zijn kan dit leiden tot verkeersonveilige situaties, doordat men niet goed de omgeving waar kan nemen. Hieruit valt te concluderen dat het van belang is het ‘zebra-effect’ zo veel mogelijk te reduceren en de gelijkmatigheid te optimaliseren door een goed verlichtingsontwerp. Dimmen/schakelen verlichtingOpenbare verlichting kan worden geschakeld of gedimd om extra energie te besparen. Zowel het schakelen als het dimmen van openbare verlichting wordt onderstaand kort toegelicht. Bij het dimmen van de openbare verlichting, wordt de verlichtingssterkte gereduceerd zonder dat daarbij de gelijkmatigheid wordt verminderen of de kleur verandert. Hierdoor valt in de praktijk vaak niet op dat verlichting gedimd is. Statisch dimmenDe lichtbehoefte op een donkere winteravond rond 17:00 uur is totaal anders dan enkele uren later, bijvoorbeeld om 02:00 uur ’s nachts. In de avondspits is het druk op straat, zijn er veel verkeersbewegingen, lopen er veel verschillende personen en ontstaan er verscheidene verkeersconflicten. In deze tijdsperiode en in een dergelijke situatie hebben we een grote behoefte aan verlichting om de openbare buitenruimte op dezelfde manier te kunnen laten functioneren als overdag. De verschillende te onderscheiden perioden zijn: De avondspits De late avond De nacht De ochtendspits Met een statische diminstallatie kunnen voor deze verschillende perioden verschillende lichtsterkten worden aangeboden. De diminstallatie wordt vooraf geprogrammeerd om dagelijks een vast dimregime te volgen. Dit is per dimmer individueel in te stellen en biedt dus de mogelijkheid om in woonwijken een ander dimregime toe te passen dan op gebiedsontsluitingswegen. Enkele voorbeelden van vooraf ingestelde dimregimes zijn: Moment van inschakeling tot 00:00 uur 100 % verlichtingssterkte 00:00 tot 06:00 uur 50 % verlichtingssterkte 06:00 uur tot moment van uitschakeling 100 % verlichtingssterkte Moment van inschakeling tot 20:00 uur 100 % verlichtingssterkte 20:00 tot 00:00 uur 70 % verlichtingssterkte 00:00 tot 05:00 uur 50 % verlichtingssterkte 05:00 tot 06:30 uur 70 % verlichtingssterkte 06:30 uur tot moment van uitschakeling 100 % verlichtingssterkte De energiebesparing die behaald wordt met een dimregime is afhankelijk van de lichtbron en voorschakelapparaat of driver. Grofweg leveren de voorbeeld dimregimes een energiebesparing op van respectievelijk 23 % en 34 %. Maximaal is zo’n 40 % energiebesparing te behalen. Hoewel het technisch mogelijk is om voor elke lichtmast een optimaal dimregime toe te passen, is dit vanuit onderhoudbaarheid niet wenselijk. Bij vervanging van onderdelen leidt dit immers tot extra inspanning om het specifiek toegepaste dimregime te achterhalen en opnieuw te programmeren. In de praktijk worden er per beheerder slechts enkele dimregimes toegepast, die vaak locatiegebonden zijn vastgesteld. Voor het programmeren van een dimmer is veelal fysieke toegang vereist. Hierdoor is het opnieuw programmeren van reeds geïnstalleerde dimmers tijdrovend en daarmee kostbaar. Dynamisch dimmenMet een dynamische diminstallatie wordt het ‘verlichten naar behoefte’ nog specifieker. Er zijn dynamische diminstallaties die reageren op de lichtsituatie buiten, het verkeersaanbod en de weersomstandigheden zoals regen en/of mist. Dit soort systemen wordt regelmatig toegepast op snelwegen, hoofdwegen of stadscentra maar is veelal nog te kostbaar voor woongebieden. Voor specifieke doeleinden worden dynamische systemen wel toegepast en bied het eventueel mogelijkheden. Bijvoorbeeld voor fietspaden in buitengebied wordt het licht op maat principe wel toegepast. Door gebruik van een bewegingssensor, ‘weet’ de straatverlichting automatisch of er meer of minder licht nodig is. Als er iemand voorbij wandelt of fietst, gaat het licht harder branden. En het licht wordt gedimd als er niemand op straat is. Een andere mogelijkheid is het door de weggebruiker zelf in te schakelen dan wel op te schakelen van de verlichting. Dit kan door een drukknop te plaatsen bij het begin van bijvoorbeeld een vrij liggend fietspad of als calamiteiten verlichting op te schakelen door hulpdiensten. Bij het indrukken hiervan schakelt de verlichting in of op, waarbij de verlichting een van te voren ingestelde tijd blijft branden op maximaal vermogen en daarna weer automatisch gedimd of uitgeschakeld wordt. Dag- en nachtschakeling Een sterk verouderde manier van verlichten naar behoefte is het ’s nachts om en om uitschakelen van de lichtmasten. Zelfs het aan/uit – uit/aan-systeem werd vroeger wel toegepast. Dit leidt vanzelfsprekend wel tot een grote energiebesparing maar kent ook zeer grote en zelfs gevaarlijke nadelen. Het gevaarlijkste nadeel is dat er een zeer grote ongelijkmatigheid van de verlichting ontstaat. De ogen van de weggebruiker passen zich aan, aan de hoogste verlichtingssterkte. Daardoor is het voor de weggebruiker tussen de brandende lichtmasten veel donkerder en ziet hij of zij daardoor obstakels veel minder goed. Daarnaast is deze vorm van dimmen ook zeer oncomfortabel voor de weggebruiker vanwege het continu aanpassen van de ogen aan de verlichting.