Besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 12 februari 2019, PZH-2019-676716111 (DOS 2013-0010135) tot vaststelling van het Openstellingsbesluit POP-3 projecten LEADER Zuid-Holland maart 2019, maatregel 3 (Openstellingsbesluit POP-3 projecten LEADER Zuid-Holland maart 2019)Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland; Gelet op artikel 1.3 van de Uitvoeringsregeling POP- 3 Zuid-Holland; Overwegende dat het wenselijk is om middelen beschikbaar te stellen voor concrete acties ten behoeve van de uitvoering van de Lokale ontwikkelingsstrategieën in de LEADER-gebieden Holland Rijnland en Polders met Waarden; Besluiten vast te stellen het volgende besluit: Openstellingsbesluit POP-3 projecten LEADER Zuid-Holland maart 2019 Artikel1LEADER gebieden In dit besluit wordt verstaan onder: LEADER gebied Holland Rijnland: het gebied dat is aangegeven op de kaart die is opgenomen in bijlage 1 behorende bij dit besluit; LEADER gebied Polders met Waarden: het gebied dat is aangegeven op de kaart die is opgenomen in bijlage 2 behorende bij dit besluit; LEADER steun: 40% van de subsidiabele kosten, deze bestaat voor 50% Europese middelen, 25% middelen Provinciale middelen en 25% middelen van andere Nederlandse overheden waarvan uitgezonderd de Provincie Zuid-Holland. Artikel2Aanvraagperiode 1.Een aanvraag voor subsidie, als bedoeld in paragraaf 3.3 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland kan worden ingediend in de periode van 4 maart 2019 tot en met 1 april 2019. 2.Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze binnen de in het eerste lid genoemde periode is ontvangen. Artikel3Deelplafond 1.Het deelplafond voor dit openstellingsbesluit bedraagt voor: het LEADER gebied Holland Rijnland € 375.000,-. het LEADER gebied Polders met Waarden € 900.000,- 2.Het deelplafond, bedoeld in het eerste lid, onder a, bestaat uit € 250.000,- aan ELFPO middelen en € 125.000,- aan middelen van de provincie Zuid-Holland. 3.Het deelplafond, bedoeld in het eerste lid, onder b, bestaat uit € 600.000,- aan ELFPO middelen en € 300.000,- middelen van de provincie Zuid-Holland. Artikel4Subsidiabele activiteit Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van activiteiten die passen binnen: de Lokale ontwikkelingsstrategie van de LAG Holland Rijnland; de Lokale ontwikkelingsstrategie van de LAG Polders met Waarden. Artikel5Aanvraagvereiste 1.In aanvulling op artikel 1.6a van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland bevat de aanvraag voor subsidie een beschrijving van de bijdrage van de activiteit aan de doelen van de betreffende Lokale ontwikkelingsstrategie. 2.Indien in de aanvraag om subsidie tweedehands goederen of bijdragen in natura zijn opgenomen als kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd, bevat de aanvraag voor subsidie een onderbouwing van de marktwaarde van de tweedehands goederen of bijdrage in natura. Artikel6Subsidiehoogte 1.In aanvulling op artikel 3.3.5 bedraagt de hoogte van de subsidie voor activiteiten die: worden uitgevoerd in het LEADER gebied Holland Rijnland 75% van de LEADER steun tot maximaal € 75.000,-; worden uitgevoerd in het LEADER gebied Polders met Waarden 75% van de LEADER steun tot maximaal € 150.000,-. 2.De subsidie, bedoeld in het eerste lid, bestaat voor 2/3 uit ELFPO middelen en voor 1/3 uit middelen van de provincie Zuid-Holland. 3.Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 18.750,- wordt de subsidie niet verstrekt. Artikel7Subsidievereiste Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, is 25% van de LEADER steun, door middel van een bijdrage verklaring of subsidiebeschikking, beschikbaar gesteld door een of meerdere andere bestuursorganen die niet behoren tot de publiekrechtelijke rechtspersoon provincie Zuid-Holland. Artikel8Subsidiabele kosten In afwijking van artikel 3.3.4 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: de kosten van de bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende zaken; de kosten van de koop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa; personeelskosten; de kosten van architecten en ingenieurs; de kosten van externe adviseurs; de kosten van haalbaarheidsstudies; de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware; de kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken; bijdragen in natura; de kosten van tweedehands goederen tot maximaal de marktwaarde van de activa; niet verrekenbare of niet compensabele BTW; de kosten van roerende zaken; reis en verblijfkosten; de kosten voor promotie en publiciteit; voorbereidingskosten. Artikel9 Kosten van tweedehands goederen of bijdragen in natura komen niet voor subsidie in aanmerking indien de marktwaarde daarvan niet deugdelijk is onderbouwd. Artikel10Selectiecriteria Holland Rijnland 1.In aanvulling op artikel 3.3.6 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland worden de aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 4, onder a, gerangschikt op basis van advies van de LAG Holland Rijnland. 2.Het advies van de LAG Holland Rijnland wordt gegeven op basis van het in bijlage 3 opgenomen beoordelingsformulier. 3.Indien een aanvraag op basis van de in bijlage 3 opgenomen beoordelingscriteria minder punten scoort dan de genoemde minimumscores, wordt de aanvraag niet gehonoreerd. Artikel11Selectiecriteria Polders met Waarden 1.In aanvulling op artikel 3.3.6 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland worden de aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 4, onder b, gerangschikt op basis van advies van de LAG Polders met Waarden. 2.Het advies van de LAG Polders met Waarden wordt gegeven op basis van het in bijlage 4 opgenomen beoordelingsformulier. 3.Indien een aanvraag op basis van de in bijlage 4 opgenomen beoordelingscriteria minder punten scoort dan de genoemde minimumscores, wordt de aanvraag niet gehonoreerd. Artikel12Bevoorschotting In afwijking van artikel 1.19, derde lid, van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland heeft een aanvraag om een voorschot betrekking op minimaal € 25.000,-. Artikel13Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin dit besluit wordt geplaatst. Artikel14Werkingsduur Dit besluit vervalt op 31 december 2024. Artikel15Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit POP-3 projecten LEADER Zuid-Holland maart 2019. Den Haag, 12 februari 2019drs. H.M.M. Koek, Secretarisdrs. J. Smit, VoorzitterToelichting Algemeen Op basis van dit openstellingsbesluit kan subsidie worden verleend voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de doelen van de Lokale ontwikkelingsstrategieën van respectievelijk Polders met Waarden en Holland Rijnland. De Lokale ontwikkelingsstrategie van Holland-Rijnland is te raadplegen op de website van de LEADER groep: http://www.leader-hollandrijnland.nl/sites/default/files/pdf/Lokale%20Ontwikkelingsstrategie%20Holland%20Rijnland%202015-2020.pdf. De Lokale ontwikkelingsstrategie van Polders met Waarden is te raadplegen op de website van de LEADER groep: www.poldersmetwaarden.nl Voor het LEADER gebied Holland-Rijnland adviseert de Lokale actiegroep Holland-Rijnland over de ingediende aanvragen om subsidie. Voor het LEADER gebied Polders met Waarden adviseert de Lokale actiegroep Polders met Waarden over de ingediende aanvragen om subsidie. Het advies van de Lokale actiegroep wordt gegeven op basis van de beoordelingsformulieren die in de bijlagen van dit openstellingsbesluit zijn opgenomen. Alleen aanvragen om subsidie die, blijkens de beoordelingsformulieren, minimaal in voldoende mate een bijdrage leveren aan de doelstellingen van de Lokale ontwikkelingsstrategie komen voor subsidie in aanmerking. Artikelsgewijze toelichting Artikel 3 De LEADER steun bestaat uit verschillende componenten, deze componenten bestaan uit: Europese middelen; Provinciale middelen; Middelen van andere nationale overheden. De Europese middelen vormen de helft van de LEADER steun. De provinciale middelen vormen 25% van de LEADER steun, de middelen van de andere nationale overheden vormen eveneens 25% van de LEADER steun. Met dit openstellingsbesluit worden alleen het Europese deel (50%) en het provinciale deel (25%) van de LEADER steun opengesteld. Voor het resterende deel (25%) zal een ander bestuursorgaan (gemeente of waterschap) een subsidie of bijdrage moeten verlenen. Die subsidie of bijdrage kan verleend worden onder de voorwaarde dat ook de LEADER subsidie wordt verleend. Publiekrechtelijke rechtspersonen worden door de beide LAG’s gestimuleerd om de nationale cofinanciering zelf te verzorgen. Het stapelen met andere subsidies van de Provincie Zuid-Holland is niet toegestaan. Artikel 6 De LEADER steun bedraagt 40% van de subsidiabele kosten. Op grond van dit openstellingsbesluit kan 75% van de LEADER steun worden verleend. De minimale hoogte van de LEADER steun is € 25.000,-. De maximale hoogte van de LEADER steun is € 100.000,-. De minimale hoogte van de subsidie die op grond van dit openstellingsbesluit kan worden verstrekt bedraagt €18.750,-. Een project moet een minimale omvang hebben van € 62.500,- aan subsidiabele kosten. De maximale hoogte van de subsidie die op grond van dit openstellingsbesluit kan worden verstrekt bedraagt € 75.000,-. Een voorbeeld: De kosten van een project bedragen € 160.000,- De LEADER steun bedraagt € 64.000,- (=40% van de subsidiabele kosten) De subsidie op grond van dit openstellingsbesluit bedraagt €48.000 (= 75% van de LEADER kosten) De resterende € 16.000,- moet door een andere nationale overheid zijn verleend. Artikel 8 en artikel 9 Op grond van dit openstellingsbesluit komen de kosten van tweedehands goederen alsmede bijdragen in natura voor subsidie in aanmerking. (In artikel 1.12 van de Uitvoeringsregeling POP-3 Zuid-Holland staat wat er onder bijdragen in natura verstaan wordt). Kosten voor tweedehands goederen en de bijdragen in natura zijn subsidiabel tot maximaal de marktwaarde van het betreffende goed of zaak. Indien deze kostensoorten zijn opgenomen in de aanvraag voor subsidie, moet opgevoerde waarde in de aanvraag voor subsidie worden onderbouwd. Onbetaalde eigen arbeid of onbetaalde arbeid van vrijwilligers zijn subsidiabel voor een vast uurtarief. Zonder een deugdelijke onderbouwing komen de kosten van tweedehands goederen of bijdragen in natura niet voor subsidie in aanmerking. De subsidiabele hoogte van de personeelskosten kan op twee manieren worden berekend: Op basis van IKS. Uw organisatie moet dan beschikken over een door de minister van Economische Zaken goedgekeurde integrale kostensystematiek als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies, of Op basis van een per medewerker bepaald individueel uurtarief. Het uurtarief per medewerker wordt als volgt berekend: Het bruto jaarsalaris (op basis van de meest recente loonstaat) inclusief niet prestatie gebonden eindejaarsuitkering, maar exclusief vakantie uitkering. Verhoogd met 43,5% voor de werkgeverslasten. Verhoogd met 15% voor de indirecte kosten. De uitkomst hiervan wordt gedeeld door 1720 uur op basis van een werkweek van 40 uur. Een voorbeeld: Het bruto jaarsalaris bedraagt inclusief een niet prestatie gebonden eindejaarsuitkering € 50.000. De € 50.000 wordt verhoogd met 43,5% tot € 71.750. De € 71.750 wordt vervolgens verhoogd met 15% tot € 82.512,50. Het subsidiabele uurtarief bedraagt dan € 82.512,50 gedeeld door 1720 uur is € 47,97. Voor meer informatie over (onder andere) de subsidiabele kosten kunt u het handboek POP3 subsidie raadplegen. Het handboek is te raadplegen via: https://regiebureau-pop.eu/sites/default/files/u111/Handboek%20aanvragers%20juni%202018_0.pdf . Bijlage1behorende bij artikel 1, onder b. Begrenzing gebied LEADER Holland Rijnland Nadere precisering begrenzing gebied Noordkant: grens provincie Noord-Holland vanaf de kust tot aan provinciegrens met Utrecht Oostkant: grens provincie Utrecht tot en met postcodegebied 3653 Zuidkant: vanaf postcodegebied 3653 de rivier De Meije volgend tot aan Zwammerdam (gemeentegrens Nieuwkoop), vervolgens postcodegebieden 2771, 2391, 2731, 2735 (gemeentegrens Alphen aan den Rijn), dan buitengebied Zoetermeer: 2725 (Noord AA), 2728P en 2717 (Meerpolder) en 2716, de polder van Leidschendam-Voorburg, 2266 (Stompwijk), 2251 en 2252 (Voorschoten), 2245 (Oud Clingendeel Wassenaar), 2241N en 2242T en 2242P, 2223 (Valkenburg) en 2225 (Zuidduinen). Begrenzing stedelijke gebieden die buiten het LEADER-gebied vallen Alphen aan den Rijn: postcodegebieden 2401 (met uitzondering van 2401N), 2402 met uitzondering van 2402L), 2403 (met uitzondering van 2403N), 2404, 2405, 2406 (met uitzondering van 2406L), 2408, Leiden: postcodegebieden 2311, 2312, 2313, 2314, 2315, 2316, 2317, 2318, 2324, 2321, 2331, 2332, 2333, 2334 Zoetermeer: postcode gebieden 2711, 2712, 2713, 2715, 2718, 2719, 2721, 2722, 2723, 2724, 2725K, 2726, 2727, 2728, 2729 Bijlage2behorende bij artikel 1, onder c. Begrenzing gebied LEADER Polders met Waarden De gebieden Zederik en Leerdam behoren niet meer tot het LEADER gebied van LAG Polders met Waarden van Provincie Zuid-Holland. Bijlage3behorende bij artikel 10 HOLLAND RIJNLAND Beoordelingscriteria aanvragen A. Thema’s, doelstellingen en indicatoren Score Weging Minimum 1. Heeft het project betrekking op versterking van de relatie tussen stad en land? Score van 0 tot 5 2 8 2a. Draagt het project bij aan de algemene doelstelling: duurzaam en structureel versterking van de sociaaleconomische positie van de regio? Is de bijdrage aan versterking van de sociaaleconomische positie van de regio gekwantificeerd en onderbouwd in termen van economische spin off Score van 0 tot 5 1 3 2b. Draagt het project bij aan de algemene doelstelling: duurzaam en structureel versterking van de sociaaleconomische positie van de agrarische sector in het gebied? Is de bijdrage aan versterking van de sociaaleconomische positie van de agrarische sector gekwantificeerd en onderbouwd in termen van economische spin off (b.v. werkgelegenheid, omzetgroei) Score van 0 tot 5 1 0 3a. Wordt bijgedragen aan bevordering van een gezondere levensstijl en verbetering van de gezondheid en vitaliteit van de stedelijke bevolking? Score van 0 tot 5 2 6 Is de bijdrage aan deze doelstelling gekwantificeerd en onderbouwd? Is aangegeven en onderbouwd hoeveel mensen met het project bereikt gaan worden 3b. Indien ja bij 3a, wordt deze bijdrage ook in economische zin benut middels nieuwe producten of diensten? Score van 0 tot 5 1 0 4a. Wordt bijgedragen aan verbetering van de gezondheid van bodem, lucht en/of water? Wordt bijgedragen aan verbetering van het lokale ecosysteem of de biodiversiteit? Score van 0 tot 5 2 6 Is deze bijdrage gekwantificeerd en onderbouwd? 4b. Indien ja bij 4a, wordt deze bijdrage ook in economische zin benut middels nieuwe producten of diensten? Score van 0 tot 5 1 0 5a. Worden in het project de principes van de circulaire economie toegepast c.q. wordt bijgedragen een toepassing van de principes van de circulaire economie? Score van 0 tot 5 2 6 5b. Indien ja bij 5a, leidt het project aantoonbaar tot een breder draagvlak bij andere ondernemers om de principes van de circulaire economie toe te passen in de eigen bedrijfsvoering? Score van 0 tot 5 1 0 6. Leidt het project tot het ontstaan van één of meerdere nieuwe stad-land netwerken rond één van de drie subthema’s? Score van 0 tot 5 1 0 7. Kent het project ook negatieve effecten op mens, plattelandseconomie en/of omgeving (bodem, water, lucht, landschap, biodiversiteit) en zo ja, worden afdoende maatregelen getroffen om deze negatieve effecten te compenseren? Score van -5 tot 0 1 0 SUBTOTAAL A. Minimaal 17 B. Leidende criteria uit de richtsnoeren LEADER SCORE Weging Minimumscore 8. Het project heeft een bottom-up aanpak Score van 0 tot 5 2,5 0 9. Het project heeft een experimenteel/innovatief karakter Score van 0 tot 5 2 0 10. Het project heeft een voorbeeldfunctie en overdraagbare resultaten Score van 0 tot 5 1,5 0 11. Er is sprake van regionale samenwerking Score van 0 tot 5 1,5 0 12. Er is sprake van een integrale of multi-sectorale aanpak Score van 0 tot 5 1,5 0 SUBTOTAAL B. Minimaal 27 C. Kwaliteitstoets SCORE Weging Minimumscore 13. Algemene indruk Score van 0 tot 5 1 3 14. Heeft het project een realistische doelstelling? Score van 0 tot 5 1 3 15. Is de organisatiestructuur duidelijk beschreven? Score van 0 tot 5 1 3 16. Is er voldoende zicht op de uitvoerbaarheid? Score van 0 tot 5 1 3 17. Is er voldoende aantoonbare expertise aanwezig bij de aanvrager? Score van 0 tot 5 1 3 18. Levert het project ‘waar voor zijn geld? Score van 0 tot 5 2 6 19. Is er zicht op continuïteit van de resultaten? Score van 0 tot 5 1 3 SUBTOTAAL C. Minimaal 24 TOTAAL (Subtotalen Minimaal 68 A + B + C) Toelichting beoordelingscriteria aanvragen Onderdeel A, Thema’s, doelstellingen en indicatoren 1. Heeft het project betrekking op versterking van de relatie tussen stad en land? De versterking van de relatie tussen stad en land is het hoofdthema van het LEADER programma Holland Rijnland 2015-2020. Om die reden telt de score voor dit criterium dubbel en geldt er een minimumscore van acht punten. De score valt hoger uit naarmate er meer concreet en met getallen onderbouwd kan worden aangegeven hoe deze relatie tussen stad en land als gevolg van uw project versterkt gaat worden. Het kan gaan om (nieuwe) klanten uit de stad voor uw nieuwe producten en/of diensten, om nieuwe afzet naar de stad of het tot stand brengen van nieuwe economische of sociale relaties met partijen in de stad. Geef aan: wat, hoe, waar, met wie. Benoem waar mogelijk aantallen en onderbouw hoe u aan deze aantallen komt. Met de stad wordt primair gedoeld op de steden die zich in of in de nabije omgeving van de regio Holland Rijnland bevinden (primair: Alphen aan den Rijn, Leiden, Zoetermeer, secundair: Gouda, Den Haag, Utrecht, Amsterdam, Rotterdam) 2a. Draagt het project bij aan de algemene doelstelling: duurzaam en structureel versterking van de sociaaleconomische positie van de regio? Geef zo concreet mogelijk aan op welke wijze uw project hier aan gaat bijdragen in termen van nieuwe en/of tijdelijke werkgelegenheid, behoud van bestaande werkgelegenheid en/of toename van de omzet. Onderbouw deze getallen. Geef, waar mogelijk, ook aan of er sprake zal zijn van nieuwe, indirecte werkgelegenheid en/of omzetgroei bij derden in het gebied. 2b. Draagt het project bij aan de algemene doelstelling: duurzaam en structurele versterking van de sociaaleconomische positie van de agrarische sector in het gebied? Op dit onderdeel is er geen minimumscore. Dit betekent dat uw aanvraag niet perse (ook) betrekking moet hebben op de agrarische sector in het gebied. Wel kunnen hier bonuspunten gescoord worden als op een onderbouwde manier kan worden aangegeven hoe en in welke mate de agrarische sector in het gebied Holland Rijnland in economisch opzicht van uw project profiteert: aantal agrarische bedrijven dat profiteert, behoud of creatie van tijdelijke of vaste werkgelegenheid, omzetgroei, ontwikkeling van nieuwe, perspectiefvolle nevenactiviteiten. 3a. tot en met 5b. Aanvragen hoeven slechts op één van de drie subthema’s (3a, 4a of 5a) de minimumscore te halen. De neiging bestaat om alle drie de thema’s aan te kruisen in de hoop dat dit leidt tot een betere beoordeling. Hoewel dit mag, moet wel bedacht worden dat op tenminste één van de drie criteria, 3a, 4a of 5a, de minimumscore van zes punten moeten worden gehaald. Is dit niet het geval, dan komt de aanvraag sowieso niet in aanmerking voor een bijdrage. Indien wel aan deze eis wordt voldaan, kunnen op twee manieren bonuspunten worden behaald: Door te scoren op één of meer van de criteria 2b, 3b, 4b, 5b; Door, behalve de minimumscore te halen op één van de drie subthema’s, ook punten te scoren op een of beide van de andere subthema’s. Hiervoor gelden dan dus niet de minimumscores. Om voor bonuspunten in aanmerking te komen, moet in het projectplan voor het betreffende criterium of voor de betreffende criteria wel een concrete uitwerking gegeven worden. Voor de wijze van beoordeling van de score of criterium 3a wordt gekeken naar het bereik en het effect (de impact): minimaal moet in het projectplan aangegeven worden hoeveel mensen u denkt te bereiken en op welke manier u deze mensen gaat bereiken. Een hogere score kan bereikt worden door ook concreet aan te geven wat het effect of de impact van het project zal zijn in termen van duurzame gedragsverandering en/of daadwerkelijke, aanwijsbare/meetbare verbetering van de geestelijk en/of lichamelijke gezondheid van de doelgroep. Voor de wijze van beoordeling en bepaling van de score van criterium 4a wordt gekeken naar het bereik en het effect. Minimaal moet in het projectplan aangegeven worden op hoeveel hectare land en/of hoeveel strekkende meter watergang het project betrekking heeft. Een hogere score kan bereikt worden door ook concreet aan te geven wat het effect of de impact van het project zal zijn in termen van aanwijsbare/meetbare verbetering van de kwaliteit van lucht, water en/of bodem. Wat betreft criterium 4b moet bij nieuwe ecosysteemdiensten gedacht worden aan nieuwe verdienmodellen om inkomsten te genereren uit de markt (dus niet via overheidssubsidies) met het betere beheer van water, bodem, lucht, landschap, biodiversiteit en het lokale ecosysteem. Dit kan zowel als individueel bedrijf, maar meer bonuspunten kunnen worden behaald als dit gebeurt via een gezamenlijke, gebiedsgerichte aanpak. Voor de wijze van beoordeling en bepaling van de score van criterium 5a, wordt verwezen naar de het document ‘Invulschema Circulaire Economie LEADER Holland Rijnland’. 6. Leidt het project tot het ontstaan van één of meerdere nieuwe stad-land netwerken rond één van de drie subthema’s? Ook voor dit criterium geldt, dat hier niet noodzakelijkerwijs punten gescoord moeten worden. Wel kunnen bonuspunten behaald worden, als de vorming van stad-land netwerken een doel en resultaat van uw project is. Bij netwerken kan het gaan om informele of formele banden tussen partijen uit het LEADER gebied met partijen in de om- en inliggende steden (Leiden, Alphen aan den Rijn, Zoetermeer en de Haagse agglomeratie). Duidelijk gemaakt moet worden hoe de netwerken tot stad worden gebracht, welke partijen (personen, bedrijven, organisaties, instellingen e/of overheden) betrokken zijn; wat het doel en de activiteiten van het netwerk zijn en hoe het netwerk beheerd en in stand gehouden gaat worden na afloop van het project. 7. Kent het project ook negatieve effecten op mens, plattelandseconomie en/of omgeving (bodem, water, lucht, landschap, biodiversiteit) en zo ja, worden afdoende maatregelen getroffen om deze negatieve effecten te compenseren? Aanvragen moeten op een positieve manier bijdragen aan de doelstellingen van de Lokale Ontwikkelingsstrategie om in aanmerking te kunnen komen voor een financiële bijdrage. Het kan echter voorkomen dat deze positieve bijdrage(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.