Subsidieregeling Rotterdams Onderwijsbeleid 2019-2020Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van de concerndirecteur Maatschappelijke Ontwikkeling van 12 februari 2019; registratienummer: 19MO00383; gelet op de artikelen 3, 4, 6, 7, 13 en 14 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014; besluit vast te stellen: Subsidieregeling Rotterdams Onderwijsbeleid 2019-2020 Hoofdstuk1Algemeen deel Artikel1Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: achterstandsscore: achterstandsscore, als bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostiging Wet op het primair onderwijs; armoedeprobleemcumulatiegebied (apc-gebied): een cumulatiegebied zoals gehanteerd in de Armoedemonitor 2005 van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek, en wordt gebaseerd op de postcodetabel van 2009 van het Regionaal Inkomensonderzoek; Children’s zone: school in de wijken Afrikaanderwijk, Bloemhof, Carnisse, Hillesluis, Feijenoord, Oud-Charlois en Tarwewijk; ho: hoger onderwijs; leerlingenaantal: het aantal leerlingen dat in de administratie van de Dienst Uitvoering Onderwijs staat ingeschreven op een school op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het te subsidiëren school- of kalenderjaar; de gemeente hanteert de tellingen die in januari 2019 op de website van DUO beschikbaar zijn; er vinden geen aanpassingen meer plaats, behalve als er significante groei heeft plaatsgevonden; mbo: middelbaar beroepsonderwijs; norm voortgezet onderwijs: de normen die de Inspectie heeft vastgesteld voor de vier indicatoren van het onderwijsresultatenmodel; een school (of afdeling van die school) die op minstens één van de vier indicatoren onder de inspectienorm in het onderwijsresultatenmodel scoort wordt gedefinieerd als school/afdeling die achterblijft in leerprestaties; hierbij wordt gebruik gemaakt van de meest recent (beschikbare) score op 1 mei 2019; NPRZ: Nationaal Programma Rotterdam Zuid; een samenwerkingsverband van Rijk, gemeente, schoolbesturen, woningcorporaties, zorginstellingen en werkgevers van Zuid, politie en Openbaar Ministerie met als doel om Zuid in 2030 op het niveau van G4 gemiddeld te komen; dat geldt voor zowel school als werk, als wonen; ondergrens primair onderwijs: de Inspectie-ondergrens van de schoolvergelijkingsgroep van de door het ministerie goedgekeurde verplichte eindtoets basisschool1Wordt aangepast aan het nieuwe onderwijsresultatenmodel voor het po zodra deze in gebruik wordt genomen door de Inspectie van het onderwijs. Zie ook: https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/onderwijsresultaten-primair-onderwijs/naar-een-nieuw-onderwijsresultatenmodel; een school die onder deze grens scoort wordt gedefinieerd als een school die achterblijft in leerprestaties. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de meest recent (beschikbare) score op 1 mei 2019; po: primair onderwijs; school: alle op grond van de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs erkende scholen en de instellingen op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs, Wet op het hoger en wetenschappelijk onderzoek; schooljaar: de periode van 1 augustus tot en met 31 juli van het daarop volgende jaar; sociale index: Rotterdams signaleringsinstrument, waarbij gebruikt wordt gemaakt van de laatst gepubliceerde index; vo: voortgezet onderwijs; (v)so: (voortgezet) speciaal onderwijs; vve: voor- en vroegschoolse educatie. Artikel2Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten en doelgroepen. Artikel3Activiteiten en doelgroepen Subsidies kunnen uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten in het kader van de volgende subsidieonderdelen en voor de volgende doelgroepen, gevestigd in Rotterdam: Activiteiten in het kader van de volgende subsidieonderdelen vve po (inclusief Children's Zone) po in Children's Zone vo (v)so mbo ho Generieke subsidie Schoolontwikkeling x x x Specifieke subsidies Burgerschapsinitiatieven onderwijs x x x x x Deskundigheidsbevordering van leraren en onderwijsprofessionals burgerschap x x x x x Vermindering ervaren werkdruk of begeleiding startende docenten x x x Rotterdamse lerarenbeurs x x x x x Zij-instroom x x Bewust kiezen voor beroepsopleiding en beroepssector x x x IT-campus x Doorstroming van jongeren naar hogere onderwijsniveaus en naar arbeidsmarkt x x Begeleiding startende docenten of werkdrukvermindering x Innovatiegroep Broedplaats x x x x x Duurzame inzet leraren - Opscholing onderwijsassistenten x x - Innovaties anders organiseren x x - Ontzorgen teams x x - Ruimte voor directie x x - Binden stagiaires en starters x x Subsidie voor scholen in de Children’s Zone Dagprogrammering x Overige subsidies Schakelklassen primair onderwijs x Lekker Fit! x x Ieder Kind Een Instrument x Ouderbetrokkenheid x x x Veiligheid op school x x2Alleen subsidie mogelijk voor VO, VSO en MBO x Artikel4Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Uitsluitend kosten voor de uitvoering van activiteiten, als bedoeld in artikel 3 van deze regeling, komen in aanmerking voor subsidiëring. 2.Niet voor subsidie in aanmerking komen de kosten met betrekking tot reguliere activiteiten, activiteiten waarvoor uit ander bronnen financiële middelen ter beschikking gesteld kunnen worden, reguliere loonkosten en overhead. Artikel5Berekening van uurtarieven Bij het hanteren van uurtarieven in het kader van het beoordelen van de aanvraag worden de volgende standaardberekeningswijzen toegepast: berekening op basis van werkelijke kosten, inclusief werkgeverslasten; berekening op basis van de laatst vastgestelde genormeerde gemiddelde personeelslast (GPL) voor het po, vo, (v)so; of berekening die vooraf is goedgekeurd door de subsidieverlener. Artikel6Subsidieplafond Voor de subsidieverlening op grond van deze regeling geldt een subsidieplafond conform onderstaande tabel. Subsidieonderdeel Schooljaar Schooljaar 2019-2020 Kalenderjaar 2019 Kalenderjaar 2020 Generieke subsidie Schoolontwikkeling 21.460.000 Specifieke subsidies Burgerschapsinitiatieven 375.000 Deskundigheidsbevordering van leraren en onderwijsprofessionals burgerschap 700.000 Vermindering ervaren werkdruk of begeleiding startende docenten 760.000 Rotterdamse lerarenbeurs 1.009.621 Zij-instroom 1.000.000 Bewust kiezen voor beroepsopleiding en beroepssector 239.000 IT-campus nvt 300.000 300.000 Doorstroming van jongeren naar hogere onderwijsniveaus en naar arbeidsmarkt 364.000 Begeleiding startende docenten of werkdrukvermindering (mbo) 140.000 Duurzame inzet leraren 2.770.000 Innovatiegroep broedplaats nvt Subsidie voor scholen in de Children’s Zone Dagprogrammering 11.400.000 Overige subsidies Schakelklassen primair onderwijs nvt Lekker Fit! (excl. Dagprogrammering) nvt Ieder Kind Een Instrument (excl. Dagprogrammering nvt Ouderbetrokkenheid 6.000.000 Veiligheid op School nvt Totaal 46.217.621 300.000 300.000 Artikel7Wijze van verdeling en hoogte van de subsidie Subsidieonderdeel Wijze van verdelen Maximale hoogte van de subsidie Generieke subsidie Schoolontwikkeling Na aftrek van de subsidie voor het (v)so wordt voor het po en het vo de subsidie vooraf verdeeld volgens de methodiek beschreven in bijlage 1 "Berekening schoolontwikkelingsbudget". Voor het (v)so € 10.000 per vestigingsnummer Specifieke subsidies Burgerschapsinitiatieven onderwijs De toekenning geschiedt op basis van inhoudelijke toetsing aan de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 3. Bij gelijke geschiktheid worden de aanvragen op basis van de sociale index (objectief) gerangschikt. Hierbij heeft de school in de laagst scorende wijk voorrang. Maximaal € 10.000 per initiatief of maximaal € 10.000 per school of instelling. Deskundigheidsbevordering van leraren en onderwijsprofessionals burgerschap De toekenning geschiedt op basis van inhoudelijke toetsing aan de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 3. Bij gelijke geschiktheid worden de aanvragen op basis van de sociale index (objectief) gerangschikt. Hierbij heeft de school in de laagst scorende wijk voorrang. Maximaal € 10.000 per initiatief of maximaal € 10.000 per school of instelling. Vermindering ervaren werkdruk of begeleiding startende docenten De subsidie wordt vooraf verdeeld op basis van vaste voet en leerlingenaantal per bestuur, zoals berekend in bijlage 2 subsidieaanvraagformulier. Maximale subsidie van 50% van het ingediende plan, waarbij wordt uitgegaan van minimaal 50% cofinanciering door het schoolbestuur. Rotterdamse lerarenbeurs De toekenning geschiedt op basis van inhoudelijke toetsing aan de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 3. Bij gelijke geschiktheid worden de aanvragen op basis van de sociale index (objectief) gerangschikt. Hierbij heeft de school in de laagst scorende wijk voorrang. Maximaal € 1.750 per medewerker, zoals bedoeld in artikel 15 Zij-instroom De subsidie wordt vooraf verdeeld op basis van vaste voet en leerlingenaantal en trajecten die het 2e jaar ingaan per bestuur, zoals berekend in bijlage 2 subsidieaanvraagformulier. Maximaal € 5.000 per zij-instromer, maximaal 2 achtereenvolgende jaren Bewust kiezen voor beroepsopleiding en beroepssector De toekenning geschiedt op basis van inhoudelijke toetsing aan de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 3. Plannen die voldoen aan meerdere voorwaarden krijgen worden als krachtiger beoordeeld. Subsidie op basis van ingediende plan en begroting. IT-campus De subsidie wordt verstrekt aan de penvoerder. Subsidie op basis van ingediende plan en begroting. Doorstroming van jongeren naar hogere onderwijsniveaus en naar arbeidsmarkt De toekenning geschiedt op basis van inhoudelijke toetsing aan de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 3. Plannen die voldoen aan meerdere voorwaarden worden als krachtiger beoordeeld. Subsidie op basis van ingediende plan en begroting. Begeleiding startende docenten of werkdrukvermindering De subsidie wordt vooraf verdeeld op basis van een bedrag per instelling, zoals bedoeld in bijlage 3 Per instelling is een bedrag van maximaal € 20.000 beschikbaar. Dit is een maximale subsidie van 50% van de kosten van het ingediende plan, waarbij wordt uitgegaan van minimal 50% cofinanciering door het schoolbestuur. Duurzame inzet leraren De subsidie wordt vooraf bepaald per sector. Binnen sector (V)SO en PO (inclusief Children’s Zone) wordt de subsidie vooraf verdeeld op basis van het leerlingaantal. Binnen de sector PO CZ wordt de subsidie vooraf verdeeld op basis van het aantal locaties per bestuur. Subsidie op basis van ingediende plan en begroting. Voor ‘opscholing onderwijsassistenten’ geldt een maximum van € 2.500 per persoon; maximaal 4 jaar achtereenvolgens aan te vragen. Subsidie voor dagprogrammering Dagprogrammering De middelen worden vooraf verdeeld op basis een uurtarief in combinatie met het met de gemeente gezamenlijk op te stellen en vast te stellen programma. Middelen zijn voor 10 uur dagprogrammering, voor subsidie dan wel aanbod. Overige subsidies Schakelklassen primair onderwijs Toekenning geschiedt op basis van continuering. Per schakelklas, waarin minimaal 940 uur per schooljaar wordt lesgegeven, is een bedrag van maximaal € 40.000 beschikbaar. Lekker fit! Het huidige aantal van 94 scholen wordt gehandhaafd. Ook de huidige verdeling wordt in principe gehandhaafd. Indien een plek vrijkomt zal een nieuwe school geselecteerd worden op basis van overgewichtcijfers, SES, of een school in een prioriteitswijk ligt, de aanwezigheid van een gymzaal in de buurt en de motivatie van de school om mee te doen. Ieder Kind Een Instrument Het huidige aantal IKEI-scholen wordt gehandhaafd. Ook de huidige verdeling wordt gehandhaafd. Indien een plek vrijkomt wordt prioriteit gegeven aan scholen in de Rotterdamse Children’s Zone. Scholen met de hoogste achterstandsscore hebben hierbij prioriteit. Ouderbetrokkenheid De toekenning geschiedt op basis van continuering. Plekken die vrijkomen worden niet opgevuld. € 35.000 per medewerker voor 0,8 fte. Eenmalig € 750 voor scholing voor medewerkers in dienst van SSC-flex. Veiligheid op school Toekenning van een audit geschiedt op basis van de verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 5 en wordt maximaal 2 keer gesubsidieerd. Subsidie bedraagt maximaal € 3.000 per (re-) audit Artikel8Aanvraag subsidie 1.In aanvulling op artikel 5 van de SVR2014 wordt de subsidieaanvraag ingediend met behulp van het vastgestelde subsidieaanvraagformulier, bedoeld in bijlage 2, uitgezonderd: dagprogrammering, waarvoor de procedure geldt, bedoeld in hoofdstuk 4; nieuwe schakelklassen, waarvoor contact kan worden opgenomen met de beleidsadviseur schakelklassen; Veiligheid op school, bij de aanvraag wordt naast het vastgestelde aanvraagformulier ook een geldige offerte van auditerende instantie gevoegd; 2. In afwijking van artikel 6, derde lid, van de SVR2014, kan een afwijkende afspraak gemaakt worden met betrekking tot de aanvraagtermijn, als dit noodzakelijk is om aan te sluiten bij de bestaande processen binnen de scholen en schoolbesturen. 3. In afwijking van artikel 6, derde lid, van de SVR2014 kunnen aanvragen voor Begeleiding startende docenten of werkdrukvermindering, Innovatiegroep broedplaats en Duurzame inzet leraren worden ingediend vanaf de dag na de dagtekening van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst. Aanvragen worden uiterlijk op 15 oktober ingediend. 4. In aanvulling op artikel 5 van de SVR2014 wordt de subsidieaanvraag voor Begeleiding startende docenten of werkdrukvermindering, Innovatiegroep broedplaats en Duurzame inzet leraren ingediend met behulp van het vastgestelde subsidieaanvraagformulier, bedoeld in bijlage 3. Artikel9Aanvang beslistermijn aanvraag subsidie 1. De beslistermijn, genoemd in artikel 7, eerste lid SVR2014, vangt aan op 1 mei. 2. De beslistermijn voor de onderdelen Begeleiding startende docenten of werkdrukvermindering, Innovatiegroep Broedplaats, Duurzame inzet leraren vangt aan op 2 september 2019. Artikel10Subsidieverantwoording 1.In aanvulling op artikel 13, tweede lid en artikel 14, tweede lid SVR2014 wordt de subsidieverantwoording ingediend met behulp van het vastgestelde subsidieverantwoordingsformulier, bedoeld in bijlage 3, uitgezonderd: Dagprogrammering, hiervoor gelden tevens de gemaakte afspraken in het vast te stellenprogramma, zoals bedoeld in hoofdstuk 4; veiligheid op school, bij de verantwoording wordt naast het vastgestelde subsidieverantwoordingsformulier ook het audit-rapport overgelegd. 2.In afwijking van artikel 13, derde lid onder b en artikel 14, eerste lid onder b SVR2014, wordt de subsidieverantwoording uiterlijk vóór 1 december na afloop van het schooljaar ingediend. 3.Er kan een afwijkende afspraak gemaakt worden met betrekking tot de aanvraagtermijn, als dit noodzakelijk is om aan te sluiten bij de bestaande processen binnen de scholen en schoolbesturen. Hoofdstuk2Generieke subsidie Artikel11Schoolontwikkeling 1.Het schoolontwikkelingsbudget is een generieke subsidie voor concrete activiteiten en maatregelen, die bijdragen aan het vergroten van kansengelijkheid zoals beschreven in het onderwijsbeleid ‘Gelijke kansen voor elk talent’ en draagt bij aan één of meerdere van de volgende thema’s: het verbeteren van de overgangen tussen schoolsoorten om de tweedeling tussen leerlingen in de huidige praktijk te verkleinen en de uitval te verminderen; de kwaliteit en toegankelijkheid van scholen. Een kwalitatief goed en gevarieerd aanbod aan (voor)scholen in de hele stad, zorgt ervoor dat alle leerlingen worden uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen en vermindert segregatie; passende zorg en ondersteuning voor leerlingen die dat nodig hebben om in hun schoolloopbaan succesvol te kunnen zijn; voldoende gekwalificeerde en goed toegeruste leraren, schoolleiders en pedagogisch medewerkers; een Rotterdamse werkwijze democratisch burgerschap omdat het onderwijs de opdracht voelt om kinderen en jongvolwassenen te helpen weerbare, verantwoordelijke burgers te worden die een waardevolle bijdrage leveren aan de Nederlandse samenleving; de verbinding van het onderwijs met de arbeidsmarkt om kinderen op te leiden voor de wereld van morgen; of ruimte voor talentontwikkeling van alle kinderen, te beginnen met de ontwikkeling van dagprogrammering in de Children’s Zone op Zuid. 2.Onverminderd de artikelen 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 12 van de SVR2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van schoolontwikkeling de volgende verplichtingen: scholen in het po onder de ondergrens po en scholen in het vo onder de norm vo, scholen in groep 1, voeren extra activiteiten uit gericht op verhoging van de schoolprestaties en verbetering van de schoolresultaten en daarmee het verkleinen van schoolverschillen om boven de ondergrens po of norm vo te komen; scholen in het po boven de ondergrens po en scholen in het vo boven de norm vo, scholen in groep 2, en het (v)so, voeren extra activiteiten uit gericht op een bijdrage aan de thema’s zoals beschreven in het onderwijsbeleid ‘Gelijke kansen voor elk talent’; de beschikbare middelen voor scholen onder de ondergrens po of voor scholen en afdelingen onder de norm vo worden op deze scholen, groep 1, ingezet; de middelen, die ter beschikking staan aan de scholen boven de ondergrens po of boven de norm vo, groep 2, worden door het schoolbestuur op de school of scholen naar keuze ingezet; indien middelen beschikbaar voor scholen in groep 2 ingezet worden op scholen in groep 1, wordt uitgelegd op welke wijze de inzet van de middelen een bijdrage levert aan de verhoging van de schoolprestaties en aan de verbetering van de schoolresultaten om boven de ondergrens po of norm vo te komen; en de subsidies berekend ten behoeve van een bepaalde sector in po, vo, (v)so worden uitsluitend in die sector ingezet. 3.Bij de beoordeling van de aanvragen van scholen in groep 1, kan advies van externe deskundigen worden gevraagd. Daarin wordt gekeken naar de juistheid van de analyse en de effectiviteit van de gekozen aanpak. Hoofdstuk3Specifieke subsidies Artikel12Burgerschapsinitiatieven 1.De subsidie burgerschapsinitiatieven is voor ondersteuning aan kleinschalige burgerschapsinitiatieven die bijdragen aan de Rotterdamse Werkwijze Democratisch Burgerschap op Rotterdamse scholen en vve-instellingen. 2. Onverminderd de artikelen 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 12 van de SVR2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van de volgende verplichtingen: het initiatief heeft een specifieke Rotterdamse context en invulling, en gaat over actuele thema’s; de werkwijze sluit aan bij de leefwereld van leerlingen en jongeren; het initiatief draagt ertoe bij dat de school een plek is waar leerlingen kunnen oefenen in burgerschapsvaardigheden als voorbereiding op de hedendaagse samenleving; en de werkwijze wordt per onderwijssector en school op een voor de leerling passende manier uitgewerkt, waarbij maatwerk mogelijk wordt gemaakt, om commitment van de school te bewerkstellingen. Artikel13Deskundigheidsbevordering burgerschap 1.De subsidie deskundigheidsbevordering burgerschap is voor projecten en initiatieven die bijdragen aan deskundigheidsbevordering van leraren en overige onderwijsprofessionals met als doel van leerlingen democratische Rotterdammers te maken en het versterken van democratisch burgerschap in en om de school. 2. Onverminderd de artikelen 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 12 van de SVR2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van deskundigheidsbevordering burgerschap de volgende verplichtingen: het project of initiatief heeft een specifieke Rotterdamse context en invulling, en gaat over actuele thema’s; de werkwijze sluit aan bij de leefwereld van onze leerlingen en jongeren; het initiatief draagt ertoe bij dat de school een plek is waar leerlingen kunnen oefenen in burgerschapsvaardigheden als voorbereiding op de hedendaagse samenleving; en de werkwijze wordt per onderwijssector en school op een voor de leerling passende manier uitgewerkt, waarbij maatwerk mogelijk wordt gemaakt, om commitment van de school te bewerkstellingen. Artikel14Begeleiding startende docenten of werkdrukvermindering 1.De subsidie begeleiding startende docenten of werkdrukvermindering is voor ondersteuning aan initiatieven ten behoeve van begeleiding startende docenten of werkdrukvermindering. Deze initiatieven stellen hen in staat zich beter te richten op hun kerntaken of dragen bij aan een goede start van leraren in de eerste jaren van hun onderwijsloopbaan. 2.Onverminderd de artikelen 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 12 van de SVR2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van begeleiding startende docenten of werkdrukvermindering de volgende verplichtingen: de voorgestelde activiteiten zijn onderbouwd en hebben direct effect op vermindering van de ervaren werkdruk, efficiëntere inzet van startende docenten of de begeleiding van startende docenten en zijn duurzaam van aard; de activiteiten zijn organisatorisch en financieel te borgen binnen de school(bestuurlijke) organisatie; het plan of de opgedane kennis is overdraagbaar naar andere besturen of scholen, waarbij aan de subsidieaanvrager een actieve bijdrage kan worden gevraagd bij deze kennisdeling; en er is sprake van een eigen investering van de school of het schoolbestuur van minimaal 50% van de kosten van de activiteiten. Artikel15Rotterdamse Lerarenbeurs 1.De subsidie Rotterdamse lerarenbeurs is voor het stimuleren van het beste onderwijs in Rotterdam door medewerkers, die bij de uitoefening van hun beroep direct bijdragen aan de bevordering van het leerproces, te ondersteunen in hun ontwikkeling en te boeien en binden aan het uitoefenen van hun vak in Rotterdam door het instellen van de Rotterdamse lerarenbeurs. 2.Onverminderd de artikelen 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 12 van de SVR2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van de Rotterdams lerarenbeurs de volgende verplichtingen: de beurs is complementair aan de maatregelen die het schoolbestuur of de vve-, mbo-instelling neemt om de medewerkers verder te professionaliseren. de beurs is complementair aan de landelijke lerarenbeurs die het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beschikbaar stelt; de beurs komt tegemoet aan de persoonlijke scholingsbehoefte van de medewerkers voor wie de beurs aangevraagd wordt; de beurs wordt ingezet voor een activiteit die een bijdrage levert aan de bekwaamheid van de medewerkers die werkzaam zijn in het onderwijs, zoals opgenomen in de Wet op de beroepen in het onderwijs, of de vve én die bij de uitoefening van hun beroep direct bijdragen aan het leerproces van peuters, leerlingen en studenten; de studie of cursus betreft geen buitenlandse studiereis, tenzij dit onderdeel uitmaakt van een meerdaags scholingsprogramma of congres; de beurs kan worden ingezet voor meerjarige professionaliseringsactiviteiten, die al aangevangen en nog niet afgerond zijn; de beurs is niet bedoeld voor leraren die een hogere of tweede bevoegdheid willen halen, omdat zij in eerste instantie gebruik kunnen maken van de landelijke regelingen voor lerarenbeurzen. Alleen wanneer bij de aanvraag onderbouwd wordt beschreven dat de medewerker niet voor een landelijke lerarenbeurs in aanmerking komt, kan de Rotterdamse Lerarenbeurs hierin voorzien; de beurs is niet bedoeld voor professionaliseringsactiviteiten die de school of het bestuur heeft georganiseerd in kader van (verplichte) scholing. Aanvragen die van deze aard zijn kunnen niet worden bekostigd uit de Rotterdamse Lerarenbeurs; de medewerker heeft een vaste aanstelling in het po, vo, v(s)o van ten minste 0,575 fte en in de vve van ten minste 0,5 fte; en medewerkers in het mbo hebben in plaats van een vaste aanstelling, een aanstelling van ten minste een half jaar. Artikel16Zij-instroom 1.De subsidie zij-instroom is voor het stimuleren van zij-instroom om druk op de Rotterdamse arbeidsmarkt te verlichten en de diversiteit binnen teams te vergroten. De subsidie kan worden aangevraagd voor zowel het zij-instroom in beroep traject, als voor zij-instromers die deeltijd of duale opleiding volgen. 2.Onverminderd de artikelen 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 12 van de SVR2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van zij-instroom de volgende verplichtingen: de zij-instromer volgt onderwijs om zijn bevoegdheid als docent in het po te behalen; de zij-instromer wordt ingezet op een Rotterdamse school en heeft hiervoor een getekende overeenkomst; de zij-instromer ontvangt salaris gedurende zijn opleiding; en de zij-instromer wordt gedurende de opleiding geschoold op de kenmerken van de Rotterdamse leraar. Artikel17Bewust kiezen voor beroepsopleiding en beroepssector 1.De subsidie bewust kiezen voor beroepsopleiding en beroepssector is voor activiteiten die bijdragen aan de verbetering van de beeldvorming van beroepen, branches of beroepssectoren en toeleidende opleidingen, zodat jongeren bewust kiezen voor beroepsopleiding en beroepssector. 2.Onverminderd de artikelen 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 12 van de SVR2014, gelden voor de subsidieontvanger, die een subsidie ontvangt voor activiteiten in het kader van bewust kiezen voor beroepsopleiding en beroepssector de volgende verplichtingen: de subsidie draagt bij aan het systematisch krachtig versterken van een beeld op arbeid en werk in het algemeen en op beroepen en functies, vooral van tekortsectoren en toekomstsectoren, in combinatie met informatie over toeleidende opleidingen; de subsidie draagt bij aan overzichtelijke leerroutes met keuzes naar deze functies en beroepen en het begeleiden in het keuzeproces van de leerling inclusief de ouders op een methodische wijze dat leidt tot een portfolio (of LOB-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.