Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2019 Burgemeester en wethouders van de gemeente Bunschoten overwegen dat het wenselijk is regels vast te stellen hoe het college kosten van uitkering terugvordert voor zover de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is ontvangen en verhaalt op onderhoudsplichtigen. Gelet op de Algemene wet bestuursrecht en artikel 58 en 62 van de Participatiewet; Besluiten vast te stellen de Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2019 gemeente Bunschoten Artikel1.Begripsbepaling 1.In deze beleidsregel wordt verstaan onder: Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is; College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunschoten; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Uitkering: een inkomensvoorziening bedoeld voor de noodzakelijke kosten van het bestaan op grond van de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ; Wet: Participatiewet. 2.Voor zover niet anders bepaald worden begrippen in deze beleidsregels gebruikt in dezelfde betekenis als in de Participatiewet. Artikel2.Intrekking en herziening van de uitkering Het college herziet dan wel trekt het recht op uitkering in, indien de uitkering tot een te hoog bedrag dan wel ten onrechte is verleend. Artikel3.Terugvordering 1.In situaties als bedoeld in artikel 58, tweede lid en artikel 59 van de Participatiewet alsmede artikel 25, tweede en derde lid en artikel 26 van de IOAW en IOAZ, vordert het college de uitkering terug. 2.De ten onrechte of te veel verstrekte uitkering wordt teruggevorderd inclusief de door de gemeente afgedragen loonbelasting, premies volksverzekeringen, voor zover deze niet kunnen worden verrekend met de belastingdienst. 3.Van bruto terugvordering als bedoeld in het vorige lid wordt afgezien indien sprake is van een vordering die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en belanghebbende niet kan worden verweten dat de betaling van de schuld niet reeds is voldaan in het kalenderjaar waarop de vordering betrekking heeft. 4.Van terugvordering wordt afgezien indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. Artikel4.Verhaal 1.Het college verhaalt de kosten van bijstand in de gevallen en overeenkomstig de regels aangegeven in de artikelen 61 tot en met 62 i van de Participatiewet voor zover zich daar geen andere wettelijke regeling tegen verzet. 2.Van verhaal wordt afgezien indien het te verhalen bedrag op maandbasis niet meer bedraagt dan € 50,--, dan wel op jaarbasis niet meer dan € 600,--. 3.Van verhaal kan worden afgezien indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. Artikel5.Invordering en kwijtschelding 1.Het college stelt zich tot doel om de teruggevorderde uitkering en de op derden verhaalde bijstand optimaal in te vorderen, voor zover zich daar geen andere wettelijke regeling tegen verzet. 2.Het college ziet van gehele of gedeeltelijke (verdere) invordering af, indien de belanghebbende: een minnelijke regeling in het kader van, of analoog aan, de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen heeft getroffen, dan wel een (voorlopige) schuldsaneringsregeling door de rechtbank van toepassing is verklaard zoals bedoeld in de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Bij deze minnelijke regeling wordt een fraudevordering op de belanghebbende niet meegenomen; een verzoek om kwijtschelding doet, nadat hij gedurende 10 jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; een verzoek om kwijtschelding doet, nadat hij gedurende 10 jaar weliswaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode en de eventueel op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog uit eigen beweging heeft betaald; gedurende 10 jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; een voorstel tot afkoop doet, op voorwaarde dat: de afkoopsom ten minste 50% van de openstaande vordering bedraagt en ineens wordt voldaan, en het aannemelijk is dat reguliere incasso niet een hoger bedrag oplevert dan de afkoopsom; een beroep doet op de aanwezigheid van dringende redenen en dit beroep door het college is gehonoreerd. 3.Indien de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet, artikel 13, eerste lid, IOAW of artikel 13, eerste lid, IOAZ geldt dat de termijn in het tweede lid, onder b, c en d 5 jaar is. 4.Het college ziet niet af van (verdere) invordering indien de terugvordering meer dan één keer het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet, artikel 13, eerste lid, IOAW of artikel 13, eerste lid, IOAZ. 5.Het tweede lid is niet van toepassing indien een opgelegde periodieke onderhoudsverplichting nog niet is geëindigd. 6.Kwijtschelding vindt niet plaats indien de vordering: het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet, artikel 13, eerste lid, IOAW of artikel 13, eerste lid, IOAZ en voor minder dan 75% is afgelost; door middel van beslag of (vereenvoudigd) derdenbeslag wordt ingevorderd; voor invordering is overgedragen aan de gerechtsdeurwaarder, dan wel wordt gedekt door pand of hypotheek op een of meer goederen, dit voor zover de vordering op deze goederen kan worden verhaald. Artikel6.Rente en kosten 1.Het college verbindt geen kosten aan het versturen van een aanmaning en het uitvaardigen van een dwangbevel. Wanneer er derden worden ingeschakeld voor de invordering na het niet voldoen aan het dwangbevel, worden de kosten daarvan bij de belanghebbende in rekening gebracht. 2.Het college heft zelf geen rente. Artikel7.Onvoorziene omstandigheden en kennelijke hardheid Het college handelt in overeenstemming met deze nadere regel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen heeft die wegens specifieke individuele omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze nadere regel te dienen uitgangspunten en doelen. Artikel8.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze beleidsregel worden aangehaald als “Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2019”; 2.Met de inwerkingtreding van deze beleidsregel worden de volgende beleidsregels ingetrokken: Beleidsregels terugvordering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen gemeente Bunschoten 2010, vastgesteld op 7 december 2010; Beleidsregels terugvordering op grond van de Wet werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren gemeente Bunschoten 2010, vastgesteld op 7 december 2010; Beleidsregels verhaal Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren gemeente Bunschoten 2010, vastgesteld op 7 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.