Beleidsregels gehandicaptenparkeerplaats Het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau gelet op artikel 49 t/m 55 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), dat toeziet op de afgifte van een Europese Gehandicaptenparkeerkaart; artikel 15 en 18 Wegenverkeerswet 1994, over de plaatsing en verwijdering van verkeersborden en over het verkeersbesluit van het college van burgemeester en wethouders dat hieraan vooraf gaat; artikel 26 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), over het parkeren op de gehandicaptenparkeerplaats; artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, waarin is bepaald dat een bestuursorgaan beleidsregels kan vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid; besluit tot het vaststellen van de volgende beleidsregels: Hoofdstuk 1 Algemene bepaling Artikel 1 Begrippen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: RVV 1990: het reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990; wet: Wegenverkeerswet 1994; motorvoertuigen: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen; gehandicaptenvoertuig: voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en geen bromfiets is; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; gehandicaptenparkeerplaats: parkeerplaats aangeduid met bord E6 uit bijlage I van het RVV 1990 waar uitsluiten mag worden geparkeerd door: een gehandicaptenvoertuig; een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht of indien de gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd voor een bepaald voertuig, dat voertuig; bestuurder: degene die het motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig bestuurt; geneeskundig onderzoek; het geneeskundig onderzoek wordt gelet op artikel 3 van de de regeling GPK verricht door de GGD dan wel door een vanwege het bevoegd gezag aangewezen deskundige; Regeling gehandicaptenkaart: wettelijk kader ten behoeve van het gehandicaptenkaart parkeren; Europese Gehandicaptenparkeerkaart: ontheffing om te kunnen parkeren op algemene gehandicaptenparkeerplaatsen als bedoeld in artikel 26, eerste lid onder b RRV; college: college van burgemeester en wethouders; stallingsplaats: Een plaats, juridisch, feitelijk of planologisch bestemd of bedoeld om motorvoertuigen te stallen, gelegen buiten de openbare weg en niet voor het openbaar verkeer openstaande of toegankelijk. Artikel 2 Indienen aanvraag Een aanvraag van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken wordt schriftelijk of elektronisch ingediend met een daarvoor bestemd volledig ingevuld aanvraagformulier. Artikel 3 Voorwaarden voor een gehandicaptenparkeerplaats Op aanvraag van een houder van een Europese Gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders kan een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken nabij het woonadres worden aangewezen indien: binnen de vastgestelde maximale loopafstand van het woonadres parkeren niet mogelijk is; deze houder in de basisregistratie Personen (BRP) is ingeschreven en woont op het adres in Baarle-Nassau waarvoor de gehandicaptenparkeerplaats wordt aangevraagd; de Europese Gehandicaptenparkeerkaart minimaal 6 maanden geldig is na de datum van de aanvraag; deze houder of diens huisgenoot houder is van het motorvoertuig, het gehandicaptenvoertuig of de brommobiel waarvoor de plaats wordt aangevraagd en deze houder niet beschikt of kan beschikken over een naar mening van het college geschikte stallingsplaats. Op aanvraag van een houder van een Europese Gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers kan een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken nabij het woonadres worden aangewezen indien: binnen de vastgestelde maximale loopafstand van het woonadres parkeren niet mogelijk is; deze houder in de basisregistratie Personen (BRP) is ingeschreven en woont op het adres in Baarle-Nassau waarvoor de gehandicaptenparkeerplaats wordt aangevraagd; de Europese Gehandicaptenparkeerkaart minimaal 6 maanden geldig is na de datum van de aanvraag; uit een eventueel door het college aangevraagd aanvullend geneeskundig onderzoek blijkt dat het aanwijzen van een gereserveerde parkeerplaats nodig is; deze houder of diens huisgenoot houder is van het motorvoertuig, het gehandicaptenvoertuig of de brommobiel waarvoor de plaats wordt aangevraagd en deze houder niet beschikt of kan beschikken over een naar mening van het college geschikte stallingsplaats. Op aanvraag van een houder van een Europese Gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders kan een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken nabij het werkadres worden aangewezen indien: binnen de vastgestelde maximale loopafstand van het werkadres parkeren niet mogelijk is; deze houder een arbeidscontract of werkgeversverklaring kan overleggen waaruit blijkt dat hij werkzaam is bij de locatie van het bedrijf waarvoor de gehandicaptenparkeerplaats wordt aangevraagd; deze houder een uittreksel van de Kamer van Koophandel kan overleggen waaruit blijkt dat het bedrijf waar hij werkzaam is, is gevestigd op het adres waarvoor de gehandicaptenparkeerplaats wordt aangevraagd; de Europese Gehandicaptenparkeerkaart minimaal 6 maanden geldig is na de datum van de aanvraag; deze houder ook houder is van het motorvoertuig, het gehandicaptenvoertuig of de brommobiel waarvoor de plaats wordt aangevraagd en deze houder en het bedrijf niet beschikken of kunnen beschikken over een naar mening van het college geschikte stallingsplaats.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.