Verordening van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden houdende regels omtrent financiën Financiële verordening RDOG Hollands Midden 2018Het Algemeen Bestuur van de RDOG Hollands Midden, gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur RDOG Hollands Midden, besluit vast te stellen de: Financiële verordening RDOG Hollands Midden 2018 Hoofdstuk1Begripsomschrijvingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Organisatieonderdeel: ieder onderdeel binnen de organisatie dat als zodanig is aangewezen in het organigram, zoals opgenomen in de Organisatieverordening van de RDOG Hollands Midden. Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van de organisatie van de RDOG Hollands Midden en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. Financiële administratie: het onderdeel van de Administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de RDOG Hollands Midden, teneinde te komen tot een goed inzicht in: de financieel-economische positie; het financiële beheer; de uitvoering van de begroting; het afwikkelen van vorderingen en schulden; de rekening en verantwoording daarover. Administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van het management. Financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van de rechten van de RDOG Hollands Midden. Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder het directiestatuut en de mandateringsregeling van de RDOG Hollands Midden en besluiten van het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur. Doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. Doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald. Taken: De taken in de begroting waarin de beleidslijnen met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten worden vastgelegd. Hoofdstuk2Begroting en verantwoording Artikel2Programma 1.Het Algemeen Bestuur stelt bij de aanvang van het nieuwe begrotingsjaar een programmaplan met een programma-indeling vast. 2.Dit programmaplan zal elk jaar in maart op de agenda van het Algemeen Bestuur worden geplaatst, inclusief de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. De bevindingen uit de rapportage van de begrotingsuitvoering, bedoeld in artikel 7, en de jaarstukken, bedoeld in artikel 8, worden hierbij betrokken om te bepalen of aanpassing noodzakelijk is. Artikel3Programmabegroting 1.Het Algemeen Bestuur stelt per programma vast: de beoogde maatschappelijke effecten; de te leveren goederen en diensten; de baten en lasten. 2.Het Dagelijks Bestuur stelt per programma indicatoren voor met betrekking tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en diensten. 3.Het Algemeen Bestuur stelt de indicatoren, bedoeld in het tweede lid, vast. 4.Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de maatschappelijke effecten en de geleverde goederen en diensten, opdat de Doelmatigheid en Doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door het Algemeen Bestuur, kunnen worden getoetst. Artikel4Producten 1.Onder producten kunnen ook worden verstaan taken. 2.Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van de toedeling van de producten uit de productraming aan de programma’s. 3.De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor de begrotingsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen worden bij de programmabegroting expliciet vermeld. Artikel5Uitvoering begroting 1.Het Dagelijks Bestuur stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt. 2.Het Dagelijks Bestuur draagt ten aanzien van de productenraming er zorg voor dat: de lasten en baten, door middel van kostentoerekening, eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de productraming; de budgetten uit de productraming en kredieten voor investeringen passen binnen de kaders zoals geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting van de financiële positie; de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden dat de realisatie van andere producten binnen hetzelfde programma onder druk komt. 3.Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s zoals vastgesteld in de programmabegroting niet worden overschreden. Artikel6Interne toetsing 1.Het Dagelijks Bestuur draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de Rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de Rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen tot herstel. 2.Het Dagelijks Bestuur treft interne maatregelen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen en te bestrijden waarbij hij per regeling aandacht besteedt aan de aspecten regelgeving, voorlichting, controle, sancties en evaluatie. 3.Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van een aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening, de Rechtmatigheid van beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk gebruik van de regelingen van de RDOG Hollands Midden. Ieder bedrijfsonderdeel van de RDOG Hollands Midden wordt minimaal eens in de acht jaar getoetst. 4.Het Dagelijks Bestuur zorgt op basis van de resultaten van de toets bedoeld in het derde lid indien nodig voor een plan van verbetering. Het Dagelijks Bestuur neemt op basis van het plan van verbetering maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. 5.De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden ter kennisgeving aan het Algemeen Bestuur aangeboden. Artikel7Tussentijdse rapportage en informatie 1.Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de RDOG Hollands Midden over de eerste vier maanden van het lopende boekjaar in de juni-julivergadering van het Algemeen Bestuur en de eerste acht maanden van het lopende boekjaar, in de oktober-novembervergadering van het Algemeen Bestuur. 2.De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 3.De rapportages gaan in op afwijkingen per programma en per economische categorie binnen een programma, zowel wat betreft de lasten, de baten als de geleverde prestaties en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. 4.De afwijkingen bedoeld in het vorige lid betreffen: voor uitgaven: afwijkingen van meer dan €100.000 ten opzichte van het beschikbaar gestelde budget per economische categorie; voor inkomsten: afwijkingen van meer dan €100.000 ten opzichte van de ramingen. 5.Het Dagelijks Bestuur informeert in ieder geval vooraf het Algemeen Bestuur en neemt pas een besluit, nadat het Algemeen Bestuur in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het Dagelijks Bestuur te brengen voor zover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake: investeringen groter dan €100.000; aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan €50.000. 6.Het Dagelijks Bestuur informeert vooraf het Algemeen Bestuur en neemt pas een besluit nadat het Algemeen Bestuur in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het Dagelijks Bestuur te brengen indien het Dagelijks Bestuur nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan €100.000. Artikel8Jaarstukken 1.Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een adequate vertaling van de verantwoording van het Organisatieonderdeel naar de productenrealisatie en naar de programmaverantwoording. 2.Het Dagelijks Bestuur legt verantwoording af over de uitvoering van de programma’s. In de verantwoording geeft het Dagelijks Bestuur aan: wat is bereikt; wat daarvoor is gedaan; wat de kosten zijn; hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting gestelde doelen. 3.Het Algemeen Bestuur bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar bijstelling behoeven. Hoofdstuk3Financieel beheer Artikel9Financiële positie 1.Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat al het beleid waartoe het Algemeen Bestuur heeft besloten in de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen is opgenomen. 2.Het Algemeen Bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting, waarvan de financiële positie deel uitmaakt, de daarin opgenomen vervangingsinvesteringen. Artikel10Waardering en afschrijving vaste activa 1.Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden lineair in maximaal 4 jaar afgeschreven. 2.Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Het saldo van agio en disagio van geldleningen wordt eveneens direct ten gunste dan wel ten laste van de exploitatie gebracht. 3.De materiele vaste activa met economisch nut, als bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden lineair afgeschreven in: Bedrijfsgebouwen: 50 jaar bedrijfsgebouwen RAV; 40 jaar bedrijfsgebouwen; 25 jaar renovatie en restauratie; 20 jaar kantine opbouw Parmentierweg 49 Leiden; 15 jaar verbouwingen; 10 jaar verbouwingen RAV. Vervoermiddelen: 5 jaar ambulances RAV; overige vervoermiddelen RAV; overige vervoermiddelen. Machines, apparaten en installaties: 15 jaar nieuwe technische installaties in bedrijfsgebouwen; 10 jaar veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; veiligheidsvoorzieningen RAV: noodstroomvoorziening; röntgenapparatuur; audiometers; hogedrukreiniger RAV; 5 jaar telefooninstallaties; verbindingsapparatuur/-netwerk RAV; 5 jaar kantoorautomatisering RAV; 5 jaar overige kantoorapparatuur; 5 jaar automatiseringsapparatuur, -infrastructuur en software. Overige materiële vaste activa: 15 jaar verrijdbaar archief en documentatiecentrum; 10 jaar vergadermeubilair en meubilair directeur; nagelvaste voorzieningen bedrijfsgebouwen; kantoorinventaris RAV; overige bedrijfsmiddelen RAV; 5 jaar kantoorinventaris; medische inventaris RAV; overige voorzieningen (in gebouwen). 4.De waardering en afschrijving van materiële vaste activa behorend tot het programma ambulancezorg van de sector RAV, welke vallen onder de voorschriften van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) of de rechtsopvolger(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.