De raad van de gemeente Middelharnis; gelezen het voorsteld van burgemeester en wethouders van 2 november 2010; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting
- Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder:a. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie of andere recreatieve doeleinden;b. lengte: de lengte over alles;c. vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand;d. etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur;e. maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen;f. seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 1 november;g. kapitein: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt;h. passanten: diegenen die verblijf houden in de gemeente, met of op een vaartuig, zonder het hebben van een vaste ligplaats. Artikel2Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadmini-stratie persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam ‘watertoeristenbelasting’ een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht 1Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen. 2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de kapitein, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:
- door degenen die verblijf houden aan boord van:a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;b. kano’s, roei en volgboten;c. motor en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;d. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt;e. een vaartuig dat in eigendom toebehoort aan de leden van het Koninklijk Huis;f. een vaartuig in directe dienst van het Rijk, de provincie Zuid-Holland of de gemeente Middelharnis;g. een vaartuig van de Koninklijke Marine of oorlogsvaartuigen van vreemde naties;h. een vaartuig dat in eigendom toebehoord aan de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij;i. een vaartuig in gebruik voor onderhoud aan de waterwegen, welk onderhoud in opdracht van het Rijk, de provincie Zuid-Holland of de gemeente Middelharnis wordt uitgevoerd.
- waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting. Artikel5Maatstaf van heffing 1De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. 2Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel6Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:a. het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op: 2,5;b. het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op: 18,
- Artikel7Opteren voor niet forfaitaire maatstaf van heffing In afwijking van het bepaalde in artikel 6, wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen dat verblijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 6 berekende aantal. Artikel8Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per etmaal € 0,
- Artikel9Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan een kalenderjaar. Artikel10Wijze van belastingheffing Belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel11Aanslaggrens Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd. Artikel12Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. 2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel13Kwijtschelding Bij de invordering van watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel14Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel15Registratieplicht 1De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en door gemeente verstrekt verblijfregister. 2Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd verblijfregister kostenloos beschikbaar. 3Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven omtrent de inrichting en gebruik van het verblijfregister. 4De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet als de belastingplichtige geen gebruik maakt van de opteermogelijkheid als bedoeld in artikel
- Artikel16Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de watertoeristenbelasting. Artikel17Inwerkingtreding en citeertitel 1De ‘Verordening watertoeristenbelasting 2010’, vastgesteld bij raadsbesluit van 3 december 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 4Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening watertoeristenbelasting 2011’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Middelharnis op 2 december
- De griffier, De voorzitter, mr. E. Hagens. drs. P. Zevenbergen.