enteraad van Bronckhorst de ‘Verordening op de monumentencommissie van de gemeente Bronckhorst’ is vastgesteld; gelet op artikel 15 van de Monumentenwet 1988, artikel I LL van de Wet dualisering gemeentebestuur, artikel 84 van de Gemeentewet en artikel 1 van de Verordening op de monumentencommissie van de gemeente Bronckhorst; besluit: vast te stellen het navolgende reglement, regelende de taak, de bevoegdheden, de samenstelling en werkwijze van de monumentencommissie van de gemeente Bronckhorst. Artikel1 De commissie heeft tot taak het college van burgemeester en wethouders (hierna “het college“) op verzoek of eigener beweging van voorlichting en advies te dienen ter zake van: de aanwijzing van beschermde monumenten als bedoeld in artikel 3 van de Monumentenwet 1988; verzoekschriften als bedoeld in artikel 12 van de Monumentenwet 1988; aanwijzingen van beschermde stads- en dorpsgezichten, alsmede verzoeken om sloopvergunning in de als zodanig aangewezen gebieden zoals bedoeld in de artikelen 35 en 37 van de Monumentenwet 1988; het welstandstoezicht betreffende monumenten en bouwwerken op het daarbij behorende terrein; het samenstellen en bijhouden van de gemeentelijke lijst van beschermde monumenten; de bevordering van het herstel van beschermde monumenten; de uitvoering van de gemeentelijke monumentenverordeningen; alle overige aangelegenheden, die van belang zijn voor de behartiging van de monumentenzorg, de cultuurhistorie en de archeologie in de gemeente Bronckhorst. Artikel2 1De commissie bestaat inclusief de voorzitter uit maximaal 9 leden; 2De leden van de commissie hebben niet tevens zitting in het college of de raad van de gemeente Bronckhorst; 3De commissie is als volgt samengesteld: een voorzitter; vijf personen met lokaal historische kennis, zo mogelijk voorgedragen één uit elke ouheidkundige vereninging van de per 1 januari 2005 opgeheven gemeenten Hummelo en Keppel, Vorden, Steenderen, Hengelo en Zelhem; een monumentendeskundige van het Gelders Genootschap; twee ledendeskundigen. 4De leden van de commissie worden door het college benoemd. 5Bij verhindering van de voorzitter kan een ander lid van de commissie, daartoe door de commissie aangewezen, als zodanig optreden. 6De leden van de commissie worden benoemd voor een zittingsperiode van 4 jaar. 7Herbenoeming van leden van de commissie, na afloop van de in het zesde lid genoemde zittingsperiode, is mogelijk. 8De monumentendeskundige van het Gelders Genootschap zijn uit hoofde van hun functie lid van de commissie. Aan deze benoeming is geen maximale zittingstermijn verbonden. 9In tussentijds opengevallen plaatsen wordt zo spoedig mogelijk voorzien na het openvallen. Artikel3 1Het college voegt aan de commissie een ambtenaar ter secretarie als secretaris toe. De secretaris is geen lid van de commissie en heeft derhalve geen stemrecht 2De voorzitter van de commissie is bevoegd ambtelijke en niet-ambtelijke adviseurs uit te nodigen de commissievergaderingen bij te wonen. Deze ambtelijke adviseurs zijn geen lid van de commissie en hebben derhalve geen stemrecht. 3De adviseurs, genoemd in lid 2 van dit artikel zijn bevoegd gevraagd en ongevraagd feitelijke informatie over de aan de orde zijnde onderwerpen te verschaffen. Tevens kunnen zij op verzoek van de voorzitter of van een meerderheid van de commissie hun zienswijze ten aanzien van zulk een onderwerp geven. Artikel4 1De commissie kan zich laten vertegenwoordigen door één of meer leden. 2Met instemming van burgemeester en wethouders kan de commissie uit haar midden subcommissies vormen. Artikel5 1De commissie vergadert in het openbaar. Een vergadering wordt evenwel besloten wanneer eenvijfde deel van de aanwezige stemgerechtigde leden dit wenst of de voorzitter dit nodig acht. De commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. Het besluit daartoe behoeft de stemmen van tenminste tweederde van de aanwezige stemgerechtigde leden. 2Aan de openbare vergaderingen wordt op een door het college te bepalen wijze bekendheid gegeven. Artikel6 Tijdens de openbare vergadering wordt uitsluitend de mogelijk tot spreekrecht geboden aan: opdrachtgevers en/of hun adviseurs, om hun plan tijdens de behandeling in de commissie toe te lichten; de portefeuillehouder monumentenzaken c.a. om het collegestandpunt en –beleid over geagendeerde onderwerpen toe te lichten. Artikel7 1De commissie vergadert in de regel een maal per maand en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of dit door tenminste twee leden schriftelijk met opgave van redenen wordt gevraagd. De vergadering wordt gehouden binnen veertien dagen na de ontvangst van een daartoe strekkend verzoek. 2De vergaderingen worden belegd door de voorzitter die daarvan, spoedeisende gevallen uitgezonderd, in de regel zeven dagen voor het tijdstip van de vergadering, schriftelijk kennis geeft. 3Stukken, betrekking hebbende op een uitgeschreven vergadering, worden in de regel zes dagen voor het tijdstip van de vergadering aan de leden toegestuurd of ter lezing in het gemeentehuis ter inzage gelegd. Artikel8 1De commissie kan slechts beraadslagen of besluiten indien tenminste de helft van het aantal leden aanwezig is. 2Wanneer het in het eerste lid bedoelde aantal leden niet is opgenomen of niet langer aanwezig is, sluit de voorzitter de vergadering. 3Indien het in het tweede lid van dit artikel bedoelde geval zich voordoet, is de voorzitter bevoegd om op een tenminste 48 uur later vallend tijdstip een nieuwe vergadering te beleggen waarin de dan aanwezige leden over de op de agenda voor de eerste vergadering vermelde aangelegenheden, kunnen beraadslagen en besluiten. Artikel9 1De commissie besluit bij volstrekte meerderheid van stemmen. 2Over personen wordt schriftelijk gestemd met gesloten en ongetekende briefjes; over zaken wordt mondeling gestemd. 3Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Artikel10 1De adviezen van de commissie worden schriftelijk uitgebracht. Artikel11 1Het college kan geheimhouding opleggen omtrent aan de commissie overgelegde stukken. 2Deze geheimhouding kan alleen door het college worden opgeheven. 3De voorzitter kan voorlopige geheimhouding opleggen. Deze blijft van kracht tot gehandeld is overeenkomstig de beide voorgaande leden. Artikel12 1De van de commissie uitgaande stukken worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend. 2Het verslag van de commissievergadering wordt aan de commissieleden en aan het college toegezonden. Artikel13 In aangelegenheden betreffende de monumentencommissie, waarin dit reglement niet voorziet, alsmede bij gerezen geschillen aangaande voornoemde commissie, beslist het college, de commissie gehoord. Artikel14 1Dit reglement kan worden aangehaald als: "Reglement van de monumentencommissie van de gemeente Bronckhorst 2008". 2Dit reglement treedt in werking op de dag na bekendmaking. Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst in haar vergadering van 25 november 2008,Burgemeester en wethouders van Bronckhorst,de secretaris, de burgemeester, Toelichting Artikelsgewijze toelichting Reglement monumentencommissie Bronckhorst 2008
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.