Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemskerk houdende regels omtrent re-integratie Nadere regels re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Heemskerk 2019 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Doelstelling (beleidsregel) Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemskerk; overwegende dat het wenselijk is het beleid omtrent de re-integratievoorzieningen vast te leggen in nadere regels; Gelet op artikel 3, eerste lid van de Re-integratieverordening Participatiewet IOAW en IOAZ 2018 gemeente Heemskerk. In de nadere regels is vastgesteld welke voorzieningen uit de verordening onder welke voorwaarden aangeboden kunnen worden. Artikel1Begripsomschrijving 1.De begripsomschrijvingen zoals bedoeld in artikel 1 van de Re-integratieverordening Participatiewet IOAW en IOAZ 2018 gemeente Heemskerk zijn in deze nadere regels van overeenkomstige toepassing. 2.In aanvulling op het eerste lid gelden de volgende begripsomschrijvingen: college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heemskerk; doelgroepregister: register waarin het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) bijhoudt wie tot de doelgroep van de garantiebanen behoort; garantiebaan: een baan, die deel uitmaakt van de banenafspraak in het Sociaal Akkoord tussen werkgevers- en werknemersvertegenwoordiging; jobcoaching: structurele ondersteuning waar nodig in het kader van een traject of dienstbetrekking in een werksetting door een coach; leer-werktrajecten: combinatie van werken en leren gericht op het behalen van een startkwalificatie; Niet-uitkeringsgerechtigde: de persoon bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a van de Participatiewet; proefplaatsing: tijdelijk “op proef” werken met behoud van uitkering; re-integratie: het vinden en verrichten van werk; sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie; uitkeringsgerechtigde: een persoon die van de gemeente een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, de IOAW of de IOAZ; Verordening: Re-integratieverordening Participatiewet IOAW en IOAZ 2018 gemeente Heemskerk; vrijwilligerswerk; onbetaalde werkzaamheden; werkstage: het verrichten van onbetaalde werkzaamheden met als doel arbeidsvaardigheden op te doen. Artikel2Proefplaatsing 1.Het college kan aan uitkeringsgerechtigden een proefplaatsing aanbieden. 2.Om te komen tot een duurzame plaatsing kan een tijdelijke proefplaatsing van de uitkeringsgerechtigde onderdeel uitmaken van de matching. 3.De proefplaatsing duurt maximaal 3 maanden en vindt plaats in overleg met de betrokkenen. 4.Tijdens de proefplaatsing kan de loonwaardebepaling worden vastgesteld. Hoofdstuk2.Participatieplaats Artikel3Premie en duur participatieplaats 1.Indien er een maatregel is opgelegd, vanwege het belemmeren van de kans op inschakeling naar arbeid, bestaat er geen recht op een premie. Dit is anders indien de belanghebbende naar aanleiding van de maatregel zijn gedrag heeft veranderd en alsnog voldoende is gaan meewerken aan het vergroten van zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces. In dat geval kan er alsnog recht op een premie bestaan. 2.De premie als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de verordening wordt uitbetaald binnen drie maanden na afloop termijn. Hoofdstuk3.Beschutwerk Artikel4Doelgroep, invulling en wachtlijst Beschut werk 1.Na het besluit dat een persoon tot de doelgroep beschut werk behoort, wordt deze aangemeld bij de door het college aangewezen organisatie, die optreedt als werkgever van de personen in een dienstbetrekking beschut werk. 2.Voorafgaand aan de dienstbetrekking kan een proefplaatsing bij de werkgever ingezet worden. 3.De voorziening beschut werk vangt aan met een dienstbetrekking van maximaal 2 jaar. 4.De participatievoorziening beschut werk omvat een dienstbetrekking naar burgerlijk recht in aangepaste omstandigheden, met een salaris. Dit is ten minste het wettelijk minimumloon. 5.Een dienstbetrekking beschut werk omvat niet meer dan 36 uur per week. Wanneer de persoon niet meer tot de doelgroep beschut werk behoort, wordt de dienstbetrekking beschut werk beëindigd. 6.Wanneer het aantal te realiseren beschut werkplekken als bedoeld in artikel 6 van de verordening is bereikt, wordt de persoon, waarvoor het college heeft besloten dat hij tot de doelgroep beschut werk behoort en daarmee recht heeft op de dienstbetrekking uit artikel 10b van de wet, op een wachtlijst geplaatst. 7.Volgorde plaatsing op de wachtlijst gebeurt aan de hand van de datum van het (positief) advies van het UWV. Hoofdstuk4.Loonkostensubsidie Artikel5Verstrekking 1.Ingangsdatum van de loonkostensubsidie is gelijk aan de ingangsdatum van het arbeidscontract. Bij de aanvraag dient het arbeidscontract overlegd te worden. 2.De werkgever is verplicht elke wijziging in het arbeidscontract inclusief beloning door te geven.. De werkgever is verplicht gegevens omtrent het arbeidscontract en de beloning conform AVG richtlijnen te bewaren. Hoofdstuk5.Leer-werk trajecten Artikel6Ondersteuning 1.De ondersteuning (begeleiding bij werk) bij het leer-werktraject wordt uitsluitend ingezet wanneer: Uitval uit het leer-werktraject dreigt of Door afronding van het leer-werktraject het perspectief op de arbeidsmarkt verbetert. 2.De vorm en duur van de ondersteuning die geboden wordt is afhankelijk van de individuele omstandigheden van de belanghebbende, waarbij elke drie maanden tussentijdse evaluaties plaats vinden. 3.De duur van de ondersteuning is zo kort als mogelijk en zo lang als noodzakelijk. Hoofdstuk6.Werkstages Artikel7Werkstages 1.Het college kan een belanghebbende een werkstage, als bedoeld in artikel 8 van de verordening, aanbieden. 2.Om verdringing te voorkomen duurt de werkstage van de uitkeringsgerechtigde maximaal drie maanden. Deze periode kan in overleg met de betrokkenen in totaal twee keer 3 maanden verlengd worden. Artikel8Vergoeding noodzakelijke kosten werkstage De noodzakelijke kosten kunnen worden vergoed indien de werkgever deze niet vergoedt. Hoofdstuk7.Scholing Artikel9.Scholing REA- college 1.Personen uit de doelgroep die daarvoor in aanmerking komen worden tijdens hun re-integratiebegeleiding in overleg met het Regionaal Meldpunt Coördinatie vroeg- en voortijdig schoolverlaters (RMC) gewezen op hun mogelijkheid om een opleiding te volgen aan het REA-college. 2.Het college verleent toestemming voor deelname aan: de intake en pre-toets de Talentenexpeditie de aanvraag van de verklaring scholingsbelemmering als aannemelijk is dat: de deelnemer is aangewezen op deze opleiding; en/of de kosten van de opleiding worden vergoed uit de subsidieregeling ernstige scholingsbelemmeringen (ESB); en/of deelname aan de opleiding bijdraagt aan de kans op werk. 3.Toestemming hiervoor wordt per afzonderlijk onderdeel, zoals genoemd in lid 2, schriftelijk verleend. De kosten van de Talentenexpeditie en de reiskosten die voortvloeien uit deze toestemming komen voor vergoeding in aanmerking. Artikel10Noodzakelijkheid en duur van scholing 1.Registratie bij het UWV werkbedrijf is verplicht. 2.De scholing heeft betrekking op een erkende opleiding en vindt plaats bij een erkend opleidingsinstituut. 3.De duur van de scholing is zo kort als mogelijk en zo lang als noodzakelijk. Artikel11Kosten scholing 1.Bij toekenning van scholing komen de volgende kosten voor vergoeding in aanmerking: opleidingskosten, cursusbijdragen en examengeld; boeken en leermiddelen die door het opleidingsinstituut verplicht zijn gesteld; reiskosten die direct verbonden zijn aan de scholing, conform de Richtlijn reiskosten vergoeding bij arbeidsinschakeling en trajecten sociale activering. 2.De vergoeding van kosten van het totale scholingstraject, inclusief de kosten zoals genoemd onder lid 1sub b, bedraagt maximaal 5000 euro. 3.Van de vergoeding in het tweede lid kan worden afgeweken indien scholing wordt gevolgd in combinatie met betaalde arbeid en deze combinatie een kostenverhogend effect heeft. 4.De kosten worden direct of op declaratiebasis aan het opleidingsinstituut vergoed. Artikel12De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten scholing 1.De hoogte van de tegemoetkoming aan een uitkeringsgerechtigde bedraagt 100% van de voor tegemoetkoming in aanmerking komende kosten 2.Bij de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming aan een belanghebbende niet zijnde een uitkeringsgerechtigde wordt de draagkracht, uit eigen inkomen of vermogen die op grond van de wet en de beleidsregels bijzondere bijstand in aanmerking wordt genomen, in mindering gebracht. Hoofdstuk8.Persoonlijke ondersteuning Artikel13Persoonlijke ondersteuning Persoonlijke ondersteuning kan bestaan uit het inzetten van een jobcoach. De ondersteuning moet noodzakelijk zijn in die zin, dat de werknemer zonder die ondersteuning in redelijkheid niet zijn werkzaamheden kan verrichten. Artikel14Doelgroep Jobcoaching kan worden ingezet voor personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet voor zover zij: Behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie op grond van artikel 6, eerste lid, sub e, van de Participatiewet; of Niet tot deze doelgroep behoren maar voor wie het, als gevolg van hun psychische, sociale, medische of functionele beperking, wel noodzakelijk is om jobcoaching in te zetten voor het verkrijgen en behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. Artikel15Taken en verantwoordelijkheden 1.Een jobcoach begeleidt een werknemer gedurende een bij beschikking bepaalde periode op de werkplek bij het verrichten van zijn of haar werkzaamheden. Daarnaast heeft de jobcoach de taak om individuele belemmeringen, zoals omschreven in zijn of haar plan van aanpak, weg te nemen. 2.De jobcoach zorgt dat bij de werkgever en collega’s kennis en begrip komt voor de belemmeringen en mogelijkheden van de werknemer die gecoacht wordt. Artikel16Soorten jobcoaches 1.Jobcoaching kan worden verricht door een: gemeentelijke jobcoach: de jobcoach is in dienst bij de gemeente en begeleidt vanuit deze positie (kandidaat)werknemers; externe jobcoach: een zelfstandige jobcoach of een jobcoach in dienst van een externe organisatie. De (kandidaat) werknemer vraagt de voorziening aan in samenwerking met de beoogde externe jobcoach. Uitbetaling vindt plaats aan de externe organisatie; interne jobcoach: een werknemer in dienst van de werkgever of door de werkgever ingehuurd. De werkgever van de (kandidaat) werknemer vraagt de voorziening bij de gemeente aan, in samenwerking met de (kandidaat) werknemer. Uitbetaling vindt plaats aan de werkgever. 2.Samenloop van verschillende soorten jobcoaching in dezelfde periode is niet mogelijk. De keuze voor de in te zetten jobcoach wordt bepaald door het college in samenspraak met de werkgever en werknemer. Artikel17Kwaliteitseisen jobcoach 1.De gemeentelijke, externe en interne jobcoach (met uitzondering van de collega werknemer) moeten: erkend zijn door het UWV op grond van het meest actuele ‘Erkenningskader uitvoering persoonlijke ondersteuning UWV’; of hbo werk- en denkniveau en een opleiding tot jobcoach gevolgd hebben waarvoor een certificaat is behaald. 2.Indien de interne jobcoach een collega werknemer betreft kan volstaan worden met: het volgen van een training om werknemers met beperkingen te begeleiden op de werkplek; het hebben van aantoonbare ervaring (minimaal zes maanden) met het geven van werkinstructies; het hebben van aantoonbare ervaring met de werkzaamheden die de werknemer uitvoert; het hebben van een vrijstelling voor een deel van de werkuren om de begeleiding te kunnen bieden. Artikel18Voorwaarden inzet jobcoaching 1.De dienstbetrekking van de desbetreffende persoon uit de doelgroep voldoet aan de volgende voorwaarden: de duur bedraagt ten minste zes maanden. het aantal uren in de week bedraagt minimaal twaalf. 2.Bij een proefplaatsing voorafgaand aan de dienstbetrekking kan ook jobcoaching worden ingezet. Artikel19Intensiteit en kosten 1.Voor jobcoaching worden de begeleidingsniveaus ‘licht’ en ‘midden’ gehanteerd. Het niveau is afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte van de werknemer en wordt vertaald naar een maximum te besteden bedrag per jaar. 2.De vergoedingen zijn gebaseerd op de normbedragen voorzieningen 2017 van het UWV. Bij wijziging van de normbedragen door het UWV worden de vergoedingen overeenkomstig aangepast met ingang van het nieuwe kalenderjaar. 3.De vergoedingen zijn gebaseerd op een dienstbetrekking tussen werkgever en werknemer van 24 uur of meer per week. Indien de dienstbetrekking minder dan 24 arbeidsuren per week bedraagt, worden de bedragen naar rato verlaagd. 4.Het is mogelijk om de uren jobcoaching (deels) over te hevelen onder de volgende voorwaarden: er is sprake van een dienstbetrekking van minimaal een jaar met de intentie om de dienstbetrekking na een jaar voor minimaal een half jaar te verlengen; en de overheveling van de uren is noodzakelijk voor het bevorderen van een duurzame arbeidsinpassing. 5.Voor jobcoaching bij een proefplaatsingsovereenkomst gelden dezelfde begeleidingsniveaus en kosten. Artikel20Duur 1.Jobcoaching kan voor maximaal vier keer een half jaar worden toegekend. 2.In specifieke gevallen kan de periode genoemd in het vorige lid worden verlengd met twee keer een half jaar. 3.Indien jobcoaching na drie jaar noodzakelijk blijft. Dan dient naar een andere vorm van begeleiding te worden gekeken en hierover gerapporteerd te worden. Alleen als er naar oordeel van het college geen andere oplossing is, kan jobcoaching langer ingezet worden. 4.In beginsel wordt per half jaar bepaald of jobcoaching nog noodzakelijk is, aan de hand van een gesprek met de werknemer. 5.De gemeente kan tussentijds de intensiteit van de jobcoaching verhogen of verlagen binnen de gestelde kaders. 6.Een werknemer kan bij een andere werkgever opnieuw in aanmerking komen voor een jobcoach, indien het college dit noodzakelijk acht. 7.Indien de werknemer meer uren begeleiding nodig heeft en jobcoaching de beste oplossing is voor de werknemer is extra inzet van jobcoaching mogelijk. Artikel21Aanvragen 1.Gemeentelijke jobcoach: De inzet van een gemeentelijke jobcoach hoeft niet te worden aangevraagd en wordt ambtshalve toegekend door het college. 2.Externe jobcoach: In samenwerking met de beoogde externe jobcoach dient de (kandidaat) werknemer een aanvraag in. 3.Interne jobcoach: In samenwerking met de (beoogd) werknemer dient de werkgever een aanvraag in. 4.De aanvraag wordt ingediend met gebruik van een gemeentelijk aanvraagformulier. 5.Bij de aanvraag wordt een jobcoachplan gevoegd met minimaal drie coachingsdoelen (volgens gemeentelijk format). 6.Bij de aanvraag dienen de werknemer en jobcoachorganisatie (externe jobcoach) of de werknemer en werkgever (interne jobcoach) te verklaren uit eigen beweging of op verzoek van de gemeente direct alle feiten en omstandigheden mede te delen waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn, dat zij van invloed kunnen zijn op de verstrekte toekenning. Artikel22Verantwoording 1.Na afloop van iedere jobcoachperiode wordt binnen vier weken een rapportage ingediend bij de gemeente (klantmanager) waarin de voortgang wordt beschreven. 2.In dit verslag dienen verder in ieder geval de volgende zaken te worden opgenomen: Een verantwoording van de gewerkte uren (naar datum met de uitgevoerde werkzaamheden) en eventuele afwijkingen hierin. Een verantwoording over het jobcoachingsplan, waaruit blijkt in welke mate de coachingsdoelen zijn gehaald. Handtekening van jobcoach en werknemer. Artikel23Werkplekaanpassing/ voorziening 1.Het college kan aan uitkeringsgerechtigden een werkplekaanpassing aanbieden. 2.De werkplekaanpassing komt voor vergoeding in aanmerking indien daardoor belemmeringen worden weggenomen die een werknemer met een structurele functionele beperking heeft om op de werkplek te kunnen functioneren. 3.Tot de doelgroep behoort de werkgever die een uitkeringsgerechtigde met een structurele functionele beperking in dienst neemt voor wie inzet van een werkplekaanpassing noodzakelijk is om de betreffende functie uit te kunnen voeren. 4.Aan de vergoeding zijn de volgende nadere voorwaarden verbonden: indien er recht bestaat op een voorliggende voorziening, zoals verstrekking door het UVW dan wel vergoeding door de zorgverzekeraar, dan dient daarop een beroep gedaan te worden; de structurele functionele beperking waarvoor de voorziening wordt aangevraagd heeft naar verwachting een duur van tenminste een jaar; indien tot toekenning wordt overgegaan, dan wordt er gekozen voor de goedkoopst adequate (meeneembare) en eventueel hergebruikte voorziening; om de noodzaak van een bepaalde werkplekaanpassing vast te stellen, kan het college een medisch en/of arbeidsdeskundig advies inwinnen; er vindt in beginsel geen vergoeding plaats wanneer de voorziening reeds is aangeschaft op het moment dat een aanvraag voor de voorziening door het college wordt ontvangen; er dient sprake te zijn van een contractduur van minimaal zes maanden; zaken die algemeen gebruikelijk zijn of die tot de standaarduitrusting van het bedrijf behoren, worden niet vergoed; het college hanteert een drempelbedrag van € 130,-. Hoofdstuk9.Sociale activering en Vrijwilligerswerk Artikel24Sociale activering 1.Het college heroverweegt periodiek of het traject sociale activering nog aansluit op de mogelijkheden en capaciteiten van de belanghebbende en maakt hierbij gebruik van arbeid medische expertise indien nodig. Artikel25Vrijwilligerswerk 1.Het college kan aan uitkeringsgerechtigde toestemming verlenen voor het verrichten van vrijwilligerswerk. 2.Uitkeringsgerechtigden zijn verplicht toestemming te vragen voor het verrichten van vrijwilligerswerk. Het college verleent hiervoor toestemming tenzij naar het oordeel van het college: het vrijwilligerswerk de arbeidsinschakeling van belanghebbende belemmert. het vrijwilligerswerk regulier werk op de arbeidsmarkt verdringt. Hoofdstuk10.Indienstnemingssubsidie werkgever Artikel26Indienstnemingssubsidie werkgever 1.De indienstnemingssubsidie werkgever, zoals bedoeld in artikel 13 van de Re-integratieverordening, wordt achteraf uitbetaald en alleen als er een door alle partijen ondertekende arbeidsovereenkomst aan ten grondslag ligt, evenals een schriftelijk verzoek van de werkgever. 2.De indienstnemingssubsidie werkgever bedraagt € 500,- per maand en wordt toegekend bij een rechtsgeldig dienstverband van minimaal 32 uur per week. De indienstnemingssubsidie werkgever wordt toegekend voor de duur van drie maanden. Op grond van individuele omstandigheden kan deze periode met maximaal drie maanden worden verlengd. Betaalbaarstelling zal plaatsvinden drie maanden na aanvang van het dienstverband en in geval van verlenging zes maanden na aanvang van het dienstverband. 3.Indien ten behoeve van een belanghebbende indienstnemingssubsidie werkgever werd ontvangen en er wordt een vast contract aangeboden van minimaal zes maanden, komt de werkgever in aanmerking voor een eenmalig bedrag van € 500 in de vorm van indienstnemingssubsidie. 4.De incidentele indienstnemingssubsidie werkgever wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing plaatsvindt. 5.De incidentele indienstnemingssubsidie werkgever wordt alleen dan verstrekt als er voor dezelfde werknemer geen structurele loonkostensubsidie wordt verstrekt 6.Een incidentele indienstnemingssubsidie werkgever wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer. 7.De indienstnemingssubsidie werkgever wordt alleen verstrekt indien er is voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in de EC vrijstellingsverordening werk en gelegenheidssteun (2204/2002, 12-12-02) Hoofdstuk11.Zoekperiode Artikel27Zoekperiode meerderjarige personen tot 27 jaar 1.In de zoekperiode van vier weken na de dag van melding om bijstand wordt van meerderjarige personen tot 27 jaar verwacht dat men aantoonbaar minimaal zes sollicitaties heeft verricht (twee per week), dat belanghebbende ingeschreven staat bij minimaal vier uitzendbureaus als werkzoekende, dat hij een curriculum vitae (CV) inlevert, zijn CV op Werk.nl activeert (zichtbaar voor bedrijven) en aannemelijk maakt of hij geen uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen. 2.Dient belanghebbende binnen twee weken na het aflopen van de zoekperiode de aanvraag om bijstand in dan fungeert de meldingsdatum als aanvraagdatum. 3.Dient belanghebbende tussen twee en vier weken na het aflopen van de zoekperiode de aanvraag om bijstand in dan geldt deze datum als aanvraagdatum. 4.Dient belanghebbende meer dan vier weken na het aflopen van de zoekperiode de aanvraag om bijstand in, dan is de aanvraagdatum de nieuwe meldingsdatum en start een nieuwe zoekperiode. Artikel28Zoekperiode meerderjarige personen vanaf 27 jaar 1.In de zoekperiode van drie weken na de dag van melding om bijstand wordt van meerderjarige personen vanaf 27 jaar verwacht dat men aantoonbaar minimaal zes sollicitaties heeft verricht (twee per week), dat belanghebbende ingeschreven staat bij minimaal vier uitzendbureau als werkzoekende, dat hij een curriculum vitae (CV) inlevert, zijn CV op Werk.nl activeert (zichtbaar voor bedrijven), vult het verslag van inspanningen in (voorzien van handtekening en gekopieerde bewijsstukken). 2.De meerderjarige personen vanaf 27 jaar ontvangen na indiening aanvraag een uitnodiging voor een intakegesprek. Dit intakegesprek vindt plaats na de zoekperiode van 3 weken. Reageert de meerderjarige persoon vanaf 27 jaar niet op de uitnodiging dan krijgt hij een hersteltermijn. Op het moment dat de meerderjarige persoon vanaf 27 jaar wederom niet reageert op de uitnodiging dan wordt de aanvraag buitenbehandeling gelaten. Hoofdstuk12.Overige vergoedingen re-integratie Artikel29Kinderopvang 1.Het college kan personen uit de doelgroep ondersteunen bij het vinden en regelen van de kinderopvang, die noodzakelijk is voor hun re-integratie. 2.Het college kan personen uit de doelgroep ondersteunen bij het aanvragen van kinderopvangtoeslag bij de Belastingdienst. 3.Het college kan daarnaast een aanvullende vergoeding verstrekken voor de kosten van de kinderopvang. Artikel30Onkostenvergoeding 1.Het college kan uitkeringsgerechtigden een reiskostenvergoeding verband houdend met de re-integratie toekennen. 2.Een reiskostenvergoeding wordt toegekend indien de enkele reisafstand voor re-integratie het aantal van 10 kilometers overschrijdt. 3.De reisafstand van 10 kilometer geldt niet voor diegene die door fysieke of psychische klachten of door andere omstandigheden is aangewezen op het reizen met openbaar vervoer. 4.De goedkoopste vorm van reizen wordt vergoed. 5.De vergoeding voor overige noodzakelijke kosten verband houdend met re-integratie en leidend tot uitstroom wordt op individuele basis beoordeeld. Hoofdstuk13.Niet- uitkeringsgerechtigden Artikel31Doelstelling Hoofdstuk 12 van deze nadere regels regelen de mogelijkheid voor niet-uitkeringsgerechtigden en uitkeringsgerechtigden op grond van de algemene nabestaandenwet (Anw-ers) om aanspraak te maken op voorzieningen die de gemeente biedt rondom re-integratie en scholing. Artikel32Doelgroep Belanghebbenden ouder dan 18 jaar en jonger dan pensioengerechtigde leeftijd komen in aanmerking voor een re-integratietraject op grond van deze nadere regels indien: Zij voldoen aan de omschrijving van niet-uitkeringsgerechtigde als beschreven in de Participatiewet, artikel 6, lid 1 sub a en Anw-ers. Het (netto)inkomen samen met diens partner ten hoogste 150% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm is (in geval van echtscheiding wordt inkomen partner niet meegerekend). Het vermogen samen met diens partner lager is dan het toepasselijke vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet (in geval van echtscheiding wordt rekening gehouden met vermogen en boedelscheiding). Belanghebbende geen dienstbetrekking heeft en ingeschreven staat als werkzoekende bij het UWV. Artikel33Voorwaarden Om voor een re-integratievoorziening in aanmerking te komen, geldt voor de nugger en Anw-ers dat: Zij zich uit eigen beweging melden of met hulp van een hulpverlener of adviseur van de gemeente waar hij/zij woonachtig is. Uitzondering hierop zijn mensen die zijn aangemeld bij het doelgroepenregister en jongeren onder de VSO-PRO regeling en instantie mijdende personen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt die door inzet van het college zijn opgespoord; Zij voor minimaal 12 uur per week beschikbaar zijn voor algemeen geaccepteerde arbeid; De nugger of Anw-er heeft aan kunnen tonen dat hij/zij voldoende algemeen toegankelijke voorzieningen heeft onderzocht en/of uitgeprobeerd voordat er steun bij de gemeente werd gevraagd; Er op het moment van aanvraag niet al meer dan 12 uur betaald werk verricht wordt. Artikel34Verplichtingen niet uitkeringsgerechtigden 1.Belanghebbende dient zich te houden aan de regels rondom de dienstverlening en hiervoor een overeenkomst te tekenen. 2.In de overeenkomst kan een “actieve sollicitatieplicht” worden opgelegd zoals deze ook geldt voor meerderjarige personen vanaf 27 jaar zoals bedoeld in artikel 25 van deze nadere regels 3.Bij problematische schulden dient belanghebbende een schuldhulpverleningstraject te starten. Hoofdstuk14Slotbepalingen Artikel35Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze nadere regels, indien toepassing van de nadere regels tot onbillijkheden van overwegende aard leiden. Artikel36Overgangsbepalingen Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Beleidsregels re-integratie WWB, IOAW en IOAZ 2016, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Beleidsregels re-integratie WWB, IOAW en IOAZ
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.