ordt verstaan onder: Raadsvergadering: de besluitvormende vergadering van de gemeenteraad van Zaanstad. ZaanstadBeraad: een programma van de gemeenteraad van Zaanstad bestaande uit activiteiten en bijeenkomsten met een informerend en/of meningsvormend karakter. Tevens kunnen fracties hier Zienswijzes uitspreken op voorstellen van het college van burgemeester en wethouders. De bijeenkomsten zijn raadscommissies volgens Artikel 82 van de Gemeentewet. Voorzitter: de voorzitter van de gemeenteraad of diens vervanger, respectievelijk de voorzitter van een bijeenkomst van het Zaanstad Beraad. Griffier: de door de raad benoemde functionaris als bedoeld in artikel 100 van de Gemeentewet. Commissiegriffier: de griffiemedewerker die de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad en zijn voorzitter terzijde staat. College: het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 34 van de Gemeentewet. Secretaris: de door burgemeester en wethouders benoemde functionaris als bedoeld in artikel 100 van de Gemeentewet. Steunfractielid: een door de raad op voordracht van een raadsfractie beëdigd persoon, die voldoet aan voorwaarden die gesteld zijn. In de verordening organisatie griffie en ondersteuning raad is bepaald dat waar raadsleden staat ook steunfractielid wordt bedoeld tenzij dit anders is bepaald. Artikel2De voorzitters De voorzitter van de raad, de plaatsvervangend voorzitters van de raad en de voorzitters van de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad zijn belast met: het leiden van de vergadering het handhaven van de orde het doen naleven van het reglement van orde hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. De raad benoemt de vervangers van de voorzitter van de raad uit zijn midden en de voorzitters van de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad uit de zittende raadsleden en steunfractieleden. Het voorzitterschap van de plaatsvervangend voorzitters van de raad en de voorzitters van de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad eindigt: door beëindiging van het lidmaatschap van de raad resp. het steunfractie lidmaatschap door ontslag op eigen verzoek door ontslag door de raad, als hij naar het oordeel van de raad door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gesteld vertrouwen. Artikel3De griffier en de commissiegriffier De griffier is in elke vergadering van de gemeenteraad aanwezig. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier. De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan de beraadslagingen in de raad deelnemen. In elke bijeenkomst van het Zaanstad Beraad is een door of namens de griffier aangewezen griffiemedewerker als commissiegriffier aanwezig. De griffier kan in iedere bijeenkomst van het Zaanstad Beraad aanwezig zijn. De griffier en/of de commissiegriffier kunnen, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan de beraadslagingen in de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad deelnemen. Artikel4Het college Voor het college geldt, tenzij expliciet anders is aangegeven, een doorlopende uitnodiging voor alle raadsvergaderingen en bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad om daarin aanwezig te zijn, informatie te verstrekken en/of aan de beraadslagingen deel te nemen. Artikel5De secretaris De raad kan het college verzoeken de secretaris in de raadsvergadering en/of de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen. Artikel6Het Presidium Het Presidium heeft tot taak de werkwijze en de orde van de raad te bepalen, voor zover deze taak niet is opgedragen aan de agendacommissie. Het Presidium bestaat uit de voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. De griffier is in elke vergadering van het Presidium aanwezig. De voorzitter van de raad is tevens de voorzitter van het Presidium. De voorzitter kan voorstellen de wethouder, de secretaris, en/of de leden van de agendacommissie en/of andere raadsleden uit te nodigen voor een in het Presidium te bespreken onderwerp. Een fractievoorzitter kan zich bij zijn afwezigheid laten vervangen door een (duo) raadslid/steunfractielid uit zijn/haar fractie. Elke fractievoorzitter heeft een stem in het Presidium. Indien bij een stemming het besluit niet overeenstemt met de mening van de getalsmatige meerderheid van de raad, dan heroverweegt het Presidium zijn beslissing. Het Presidium komt circa vijf maal per jaar bijeen. In spoedeisende kwesties kan een extra bijeenkomst plaatsvinden. Het Presidium vergadert in beslotenheid, tenzij het besluit tot openbaarheid. Van een vergadering van het Presidium wordt een verslag gemaakt. Het verslag is openbaar, tenzij wordt besloten dat het verslag niet openbaar gemaakt kan worden. Artikel 7De agendacommissie De agendacommissie draagt zorg voor de agendering van het Zaanstad Beraad en de raadsvergaderingen. Zij heeft als taak de behandelprocedures, tijdstippen en vergaderduur vast te stellen, met inachtneming van dit reglement van orde. De agendacommissie bestaat uit de voorzitter van de raad, de griffier en minimaal twee raadsleden. De raadsleden worden door de raad uit zijn midden benoemd. De raad bepaalt het aantal raadsleden dat deel uitmaakt van de agendacommissie. De agendacommissie beslist wie uit haar midden voorzitter wordt. Als de voorzitter van de raad verhinderd is, vaardigt het college een wethouder af. De wethouder, die ter vervanging van de voorzitter van de raad deelneemt, heeft geen stem in de agendacommissie. Hij neemt deel aan de vergadering om het perspectief van het college in te kunnen brengen in de beraadslaging. De agendacommissie streeft naar consensus. Indien bij een stemming de stemmen staken, beslissen de raadsleden. Als de stemmen staken en de raadsleden verschillen van mening dan beslist de voorzitter. De agendacommissie kan voorstellen om een wethouder en/of de secretaris uit te nodigen voor een in de agendacommissie te bespreken onderwerp. De agendacommissie kan bij complexe en/of politiek gevoelige onderwerpen met het Presidium overleggen. De agendacommissie geeft een terugkoppeling van haar bijeenkomst, die zij beschikbaar stelt aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Artikel8De auditcommissie Met ingang van een raadsperiode benoemt de raad de leden van de commissie. De commissie bestaat uit maximaal zes vertegenwoordigers uit de raad. De griffier kan bij de vergadering aanwezig zijn en voorziet in het secretariaat. De commissie kan de wethouder Financiën, de gemeentesecretaris en de concerncontroller uitnodigen aan de vergadering deel te nemen. Op uitnodiging kunnen anderen aan de vergadering deelnemen. De taken en bevoegdheden van de commissie zijn: De commissie begeleidt het controleproces van de jaarrekening, De commissie bereidt het programma van eisen voor de aanbesteding van de accountantscontrole voor, De commissie doet een voorstel aan de raad voor de aandachtspunten van de controle en eventueel verscherpte toleranties (jaarlijks in september), De commissie voert periodiek overleg met de accountant voor een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole, Indien de accountant daar behoefte aan heeft, functioneert de commissie als meldpunt voor de accountant in gevallen waarbij er binnen de ambtelijke organisatie of het bestuur in de ogen van de accountant niet of niet genoeg gehoor wordt gegeven aan diens boodschap, De commissie functioneert als platform voor afstemming tussen onderzoeken van de rekenkamer en de ambtelijke organisatie / 213a onderzoek, De commissie bereidt besluitvorming over financiële stukken voor, waarbij de rol van de commissie zich richt op kwaliteit van het voorstel en de verhouding tot andere stukken, De commissie draagt zorg voor structurele borging van aandacht voor indicatoren in de P&C cyclus, De commissie initieert of agendeert onderwerpen die besproken kunnen worden in een technische sessie in het Zaanstad Beraad. De commissie beheert namens de raad de relatie met de rekenkamer. De commissie vergadert in beslotenheid, tenzij de commissie besluit tot openbaarheid. De commissie stelt haar verslag beschikbaar aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Artikel9Commissies De raad kan besluiten commissies in te stellen conform artikel 82 van de Gemeentewet. Hoofdstuk2Toelating van nieuwe leden, fracties, steunfractieleden, en benoeming wethouders Artikel10Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging van nieuwe leden Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in, die bestaat uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het (centraal) stembureau. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel tot een besluit. In het verslag wordt melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling, roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad, waarin over diens toelating wordt beslist, om in de vergadering de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel11Fractie De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als een fractie beschouwd. Als onder een lijstnummer slechts één lid verkozen is, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden, worden zo spoedig mogelijk schriftelijk doorgegeven aan de voorzitter van de raad. Indien een of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden, twee of meer fracties als één fractie gaan optreden of een of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter van de raad. Met de in het vorige lid beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan. Artikel12Toelating en ontslag steunfractieleden Elke fractie heeft het recht maximaal twee personen, niet zijnde raadsleden, voor te dragen als steunfractielid, ter ondersteuning van de fractie in het raadswerk. Voorgedragen steunfractieleden worden door de raad toegelaten en beëdigd als steunfractielid naar analogie van artikel 14 Gemeentewet, als men voldoet aan de vereisten die de gemeentewet hier voor stelt. Bij de toelating van een steunfractielid wordt overeenkomstig artikel 10 eerste lid een commissie ingesteld, die onderzoekt of de kandidaat aan de gestelde eisen voldoet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid van artikel 10. het steunfractielidmaatschap eindigt: als het steunfractielid niet meer voldoet aan de vereisten zoals vermeld in lid 12.2; bij opzegging door het steunfractielid; bij opzegging door de voorzitter van de fractie die het steunfractielid heeft voorgedragen; bij installatie van een nieuwe gemeenteraad na verkiezingen. Artikel13Benoeming wethouder Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig artikel 10 eerste lid een commissie ingesteld die onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid van artikel 10. Een verklaring omtrent het gedrag maakt onderdeel uit van de geloofsbrieven. Aan het begin van iedere ambtstermijn wordt ten behoeve van de wethouders een risico-analyse uitgevoerd. Hoofdstuk3Raadsvergadering Paragraaf3.1Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen Artikel14Vergadertijd en plaats De raadsvergaderingen vinden in de regel een keer in de vier weken op de donderdagavond plaats, vangen doorgaans aan om ongeveer 19.30 en duren tot 23.00, en worden gehouden in het Stadhuis. Indien er agendapunten zijn die naar verwachting een langer debat nodig hebben kan hiervan afgeweken worden. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag, aanvangsuur en sluitingsuur bepalen en/of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het Presidium of de agendacommissie. Artikel15Oproep en vergaderstukken De voorzitter zendt tenminste zes dagen voor een raadsvergadering om 10.00 uur ’s ochtends de leden van de raad een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. De door de agendacommissie vastgestelde voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad gepubliceerd. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 16 tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk voor aanvang van de raadsvergadering, aan de leden van de raad ter beschikking gesteld. Indien omtrent stukken op grond van artikel 25 eerste of tweede lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden deze stukken in afwijking van het tweede lid niet gepubliceerd. De griffie verspreidt deze stukken in beginsel onder de leden van de raad, waarbij conform artikel 25, tweede lid, van de Gemeentewet melding wordt gemaakt van de plicht tot geheimhouding. Het college vermeldt deze plicht tot geheimhouding op de aangeboden stukken. Indien omtrent stukken op grond van artikel 25 eerste of tweede lid van de gemeentewet geheimhouding is opgelegd worden de gronden op basis waarvan geheimhouding is opgelegd vermeldt op de aangeboden stukken. Artikel16Agenda De agendacommissie stelt de voorlopige agenda van de raadsvergadering vast en geeft daarbij aan over welke onderwerpen voorafgaand aan stemming beraadslaagd wordt en over welke onderwerpen stemming zonder beraadslaging plaatsvindt. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk de aanvang van een raadsvergadering een aanvullende agenda opstellen en ter beschikking van de leden stellen. Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad bij dit agendapunt onderwerpen aan de agenda toevoegen danwel afvoeren of van de stemagenda naar de debatagenda danwel van de debatagenda naar de stemagenda verplaatsen. Als de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare raadsvergadering voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen of terugverwijzen naar het Zaanstad Beraad of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel17Ter inzage leggen van stukken (vervallen per 1 oktober 2018) Artikel18Openbare kennisgeving De raadsvergadering wordt door aankondiging in op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de website van de gemeente ter openbare kennis gebracht. De openbare kennisgeving vermeldt: datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst. Artikel19Verslaglegging Van de raadsvergadering worden een besluitenlijst, een digitale video/audio opname, en een uitgebreid schriftelijk verslag gemaakt. De besluitenlijst van de raadsvergadering wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van de griffier en wordt zo snel mogelijk op de website gepubliceerd. Een video/audio opname van de raadsvergadering wordt live uitgezonden via internet en zo spoedig mogelijk na de laatstgehouden vergadering op de website gepubliceerd. Een uitgebreid schriftelijk verslag van de raadsvergadering wordt zo snel mogelijk op de website gepubliceerd en ter beschikking gesteld aan raadsleden, steunfractieleden en het college. De leden van de raad, de raadsvoorzitter, het college en de griffier hebben het recht binnen tien dagen na publicatie van de besluitenlijst en het schriftelijke verslag een voorstel tot wijziging ervan bij de griffier in te dienen, als de besluitenlijst en/of het schriftelijke verslag naar hun oordeel onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft wat besproken is. Indien er binnen tien dagen na publicatie van de besluitenlijst en het schriftelijke verslag voorstellen tot wijziging zijn ingediend, brengt de voorzitter van de raad een advies uit over de voorgestelde wijziging. De besluitenlijst en het schriftelijke verslag worden met het advies van de voorzitter van de raad ter besluitvorming aangeboden en vastgesteld in de eerstvolgende raadsvergadering. Deze besluitenlijst en dit verslag worden als definitief vastgestelde besluitenlijst en verslag op de website gepubliceerd. De griffier draagt zorg voor archivering van de besluitenlijst, de digitale video/audio opname en het uitgebreide schriftelijk verslag. Paragraaf3.2Orde van de raadsvergadering Artikel20Debat en besluitvorming De raadsvergadering bestaat uit een debat over de op de debatagenda geplaatste onderwerpen, en besluitvorming over deze en de op de stemagenda geplaatste onderwerpen. Artikel21Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de raadsvoorzitter en de griffier door middel van ondertekening vastgesteld. Artikel22Zitplaatsen De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter, na overleg in het Presidium, bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het Presidium. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel23Opening vergadering en quorum De voorzitter opent de raadsvergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. Als een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige raadsleden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel24Spreekregels De leden van de raad en van het college spreken vanaf de spreekgestoelten. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en van het college vanaf een andere plaats spreken. De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers. Een lid van de raad of van het college voert het woord na het aan de voorzitter te hebben gevraagd en het van hem verkregen te hebben. Interrumperen is toegestaan, maar uitsluitend door het woord te vragen en te verkrijgen van de voorzitter. De voorzitter kan bepalen, dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog kan afronden. De woordvoerders van de fracties en het college sluiten met hun bijdrage aan bij wat al besproken is. Het debat in de raadsvergadering gaat over de onderwerpen die op de debatagenda zijn geplaatst en is in het bijzonder gericht op moties en amendementen die zijn ingediend ten aanzien van onderwerpen. In het debat worden over het debatonderwerp geen informatieve of technische vragen meer gesteld. De voorzitter kan een spreker verzoeken zijn betoog in te korten en af te ronden. De agendacommissie en/of de voorzitter kan aan de raad voorstellen om voor een vergadering of een gedeelte daarvan, een spreektijdregeling toe te passen. Artikel25Voorstellen van orde De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de raadsvergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de raadsvergadering betreffen. Over een voorstel van orde beslist de raad direct na de eventuele beraadslaging over het voorstel van orde. Artikel26Handhaving orde en schorsing Als een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert of anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Als de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de raadsvergadering, waarin dat plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de raadsvergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de raadsvergadering sluiten. Op verzoek van een lid van de raad, het college of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen om het college of de raadsleden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel27Deelname aan de beraadslaging door anderen De raad kan bepalen dat anderen dan de in de raadsvergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een van de leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel28Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Hij kan de motivering namens de overige aanwezige fractieleden uitspreken. Artikel29Beslissing Als de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen en eventuele moties de stemming plaats over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt gevraagd. Als de debatagenda is afgerond inclusief de stemming die na ieder debatpunt plaatsvindt, gaat de vergadering over tot de stemming over de voorstellen die op de stemagenda staan. Paragraaf3.3Procedures bij stemmingen Artikel30Algemene bepalingen over stemming De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Als geen stemming wordt verlangd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. Als stemming wordt verlangd geschiedt dit door handopsteking, tenzij hoofdelijke stemming wordt verlangd. In de raadsvergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd. Ook kunnen zij aantekening in de besluitenlijst vragen dat zij zich op grond van de Gemeentewet van stemming moeten onthouden. Stemming geschiedt door handopsteking. Bij stemming door handopsteking is lid 3 van toepassing. Bij hoofdelijke stemming is ieder, op grond van de getekende presentielijst, ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen. Voordat met hoofdelijke stemming wordt begonnen deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad de stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Artikel31Stemming over amendementen en moties Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd, dan over eventuele moties naar aanleiding van het voorstel. Daarna volgt stemming over het voorstel. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende (sub)amendement het eerst in stemming wordt gebracht. Artikel32Stemming over personen Als een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op een stembriefje. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat als gevolg van het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Als de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevulde stembriefje wordt verstaan: een blanco stembriefje een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarop meer dan een naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; een stembriefje waarbij, als het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter van het stembureau. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel33Herstemming over personen Als bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. Als ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel34Beslissing door het lot Als het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Hoofdstuk4Zaanstad Beraad Paragraaf4.1Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen Artikel35Vergadertijd en plaats Het Zaanstad Beraad vindt in de regel drie keer in de vier weken plaats op de donderdagavond, vangt aan om 19.00, duurt tot 23.00 en wordt gehouden in het Stadhuis. De agendacommissie kan indien gewenst een andere dag, aanvangsuur en sluitingsuur bepalen en/of een andere vergaderplaats aanwijzen. De eerste reserveavond voor het Zaanstad Beraad is de dinsdagavond. De agendacommissie benut in beginsel deze avond. De bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad die tot het nevenprogramma horen vinden in de regel niet plaats op de donderdagavond. De agendacommissie bepaalt wat tot het nevenprogramma behoort en bepaalt het tijdstip en vergaderplaats. Artikel36Oproep en programma De agendacommissie stelt het programma van het Zaanstad Beraad en het nevenprogramma, evenals de agenda's van de bijeenkomsten die tot het programma behoren vast. De agendacommissie zendt tenminste zes dagen voor het Zaanstad Beraad om uiterlijk 10.00 uur ’s ochtends een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van het programma. Het door de agendacommissie vastgestelde programma of agenda worden tegelijkertijd met de oproep verzonden. De agendacommissie kan een aanvulling geven tot uiterlijk de aanvang van het programma van het Zaanstad Beraad of de aanvang van een bijeenkomst uit het nevenprogramma,. Deze aanvulling op het programma of de agenda en de daarop vermelde voorstellen worden zo spoedig mogelijk aan de raadsleden, steunfractieleden en het college ter kennis gebracht, doch uiterlijk voor de aanvang van het Zaanstad Beraad. Artikel37Vergaderstukken De aan de leden van de raad aangeboden vergaderstukken worden voor agendering in het Zaanstad Beraad gepubliceerd zodat er minimaal twee weekenden leestijd is voor de beraadslaging in het Zaanstad Beraad. Indien omtrent stukken op grond van artikel 25 eerste of tweede lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden deze stukken, in afwijking van het tweede lid niet gepubliceerd. De griffie verspreidt deze stukken in beginsel onder de leden van de raad, steunfractieleden, waarbij conform artikel 25, tweede lid, van de Gemeentewet melding wordt gemaakt van de plicht tot geheimhouding. Het college vermeldt deze plicht tot geheimhouding op de aangeboden stukken. Artikel38Ter inzage leggen van stukken Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op het programma of de agenda dienen, worden gelijktijdig gepubliceerd met de oproep voor en zijn voor een ieder op het Stadhuis ter inzage. Indien na het publiceren van de oproep stukken worden toegevoegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en de steunfractieleden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het Stadhuis gebracht. Indien over stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier. Artikel39Openbare kennisgeving Het programma van het Zaanstad Beraad wordt door aankondiging in op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaa tsing op de website van de gemeente ter openbare kennis gebracht. De openbare kennisgeving vermeldt: datum, aanvangstijd en plaats van de vergaderingen; wijze waarop en de plaats waar een ieder het programma en de daarbij behorende stukken kan inzien; de mogelijkheid tot bijwonen van en deelname aan het Zaanstad Beraad en het uitoefenen van spreekrecht. Artikel40Verslaglegging Van de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad wordt een afsprakenlijst gemaakt. Deze afsprakenlijst bevat tenminste de formele gegevens van de bijeenkomst zoals tijd, plaats, aanwezigen, vergaderstukken, doel van de vergadering, de gedane toezeggingen en gemaakte afspraken. Van de bijeenkomsten wordt een video- en/of audio-opname gemaakt. De agendacommissie kan beslissen van een bepaalde bijeenkomst van het Zaanstad Beraad een uitgebreid schriftelijk verslag te laten maken. De afsprakenlijsten van de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad worden opgesteld onder verantwoordelijkheid van de griffier en zo snel mogelijk op de website gepubliceerd en ter beschikking gesteld aan raadsleden, steunfractieleden en het college. De leden van de raad, de steunfractieleden, de raadsvoorzitter, het college en de griffier hebben het recht om binnen tien dagen na publicatie van de afsprakenlijst een voorstel tot wijziging ervan bij de griffier in te dienen, indien de afsprakenlijst naar hun oordeel onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft wat besproken is. Indien er binnen tien dagen na publicatie van de afsprakenlijst geen voorstel tot wijziging is ingediend, wordt de afsprakenlijst geacht definitief te zijn vastgesteld. Indien er binnen tien dagen na publicatie van de afsprakenlijst voorstellen tot wijziging zijn ingediend, beslist de voorzitter van de betreffende bijeenkomst over de voorgestelde wijziging en stelt de afsprakenlijst definitief vast. De afsprakenlijst wordt met inachtneming van de beslissing over de voorgestelde wijziging op de website gepubliceerd en ter beschikking gesteld aan de raadsleden, steunfractieleden en het college. Paragraaf4.2:Orde van de bijeenkomsten Artikel41Informatie en meningsvorming Het Zaanstad Beraad is bedoeld om besluitvorming in de raadsvergadering voor te bereiden. Het Zaanstad Beraad bestaat uit activiteiten en bijeenkomsten met een informerend en/of meningsvormend karakter. De informatieve bijeenkomsten zijn gericht op het verkrijgen en verhelderen van informatie, meningen en invalshoeken van belanghebbenden en belangstellenden ten behoeve van de raad. De meningsvormende bijeenkomsten zijn gericht op het uitwisselen van politieke stellingnames en argumenten tussen raadsleden en college en tussen de raadsleden onderling. Raadsleden geven in hun bijdrages aan wat voor hen de kernpunten zijn ten aanzien van het voorliggende. Als deze punten in hun ogen onvoldoende tegemoet zijn gekomen door andere partijen, dan kunnen zij verzoeken om plaatsing op de debatagenda. Deze verzoeken zijn gemotiveerd en al dan niet voorzien van de aankondiging van een motie dan wel amendement. De fracties maken ter voorbereiding van het debat in de raad kenbaar wat de kern van hun motie en/ of amendement zal zijn. Artikel42Deelname aan de bijeenkomst Aan de bijeenkomsten van het Zaanstad Beraad nemen deel: per fractie één woordvoerder, die is aangewezen door de betreffende fractie; een voorzitter en de commissiegriffier. Fracties kunnen de agendacommissie gemotiveerd verzoeken om meer dan een woordvoerder te mogen hanteren in het Zaanstad Beraad. De Agendacommissie beslist hierover in haar vergadering voorafgaand aan het Zaanstad Beraad. Verder kunnen, afhankelijk van het doel en de aard van de bijeenkomst, andere personen zoals insprekers, collegeleden, behandelend ambtenaren, als deelnemer worden aangewezen door de deelnemers van het Zaanstad Beraad. In geval van twijfel beslist de voorzitter van de bijeenkomst. Artikel43Zitplaatsen De voorzitter van de bijeenkomst, de commissiegriffier en een woordvoerder per fractie en door de fractie aangewezen, hebben een zitplaats aan de vergadertafel. Bij inspraakgesprekken geeft de voorzitter de insprekers een zitplaats aan de vergadertafel. Bij bijeenkomsten met het college geeft de voorzitter de betreffende portefeuillehouder uit het college en zo nodig de behandelende ambtenaar een zitplaats aan de vergadertafel. In alle overige gevallen beslist de voorzitter van de bijeenkomst over de verdeling van zitplaatsen aan de vergadertafel. Artikel44Spreekregels De woordvoerders van de fracties en de overige deelnemers aan de bijeenkomst spreken vanaf hun zitplaats aan de vergadertafel, tenzij de voorzitter anders beslist. De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers. Een woordvoerder van de fracties of een andere deelnemer aan de bijeenkomst voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. Interrumperen is toegestaan maar uitsluitend door het woord te vragen en te verkrijgen van de voorzitter. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog kan afronden. De woordvoerders van de fracties en de andere deelnemers aan de bijeenkomst sluiten in hun bijdrage aan bij wat al besprok en is. In de meningsvormende bijeenkomsten worden geen technische vragen meer gesteld. Voor insprekers geldt een richttijd van 5 minuten spreektijd. De woordvoerders van de fracties en het college zijn in de regel niet gebonden aan een spreektijd. De voorzitter kan een spreker verzoeken zijn betoog in te korten en af te ronden. De voorzitter sluit de beraadslaging over een onderwerp als naar zijn mening de argumenten voldoende zijn gewisseld. De agendacommissie en/of de voorzitter kan besluiten om voor een vergadering of een gedeelte daarvan een spreektijdregeling toe te passen. Artikel45Handhaving orde en schorsing Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitte tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin dat plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Artikel46Voortgangsbeslissingen De voorzitter en iedere deelnemer aan de bijeenkomst kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht en bediscussieerd. De voorzitter beslist direct. Als het onderwerp van bespreking in de daarvoor vastgestelde duur van de bijeenkomst onvoldoende kan worden afgerond, wordt een vervolgvergadering belegd. Als een meningsvormende bijeenkomst is gehouden over een raadsvoorstel wordt afgesproken of het voorstel op de debatagenda van de raadsvergadering wordt geplaatst of alleen op de stemagenda. Als een zienswijze is gevraagd, geven alle woordvoerders ieder voor zich hun zienswijze. Als een of meerdere fracties een raadsuitspraak wensen, zal die fractie of fracties een verzoek tot agendering op de debatagenda doen en/of een motie aankondigen voor de eerstvolgende raadsvergadering. Als een rondvraag of een agenda-initiatief is besproken, geeft in eerste instantie de initiatiefnemende fractiewoordvoerder aan of er een vervolg zal komen en in welke vorm. Alle voortgangsbeslissingen worden genomen door de voorzitter van de bijeenkomst. Bij verschil van mening weegt de voorzitter de diverse belangen af tegen de ingeschatte getalsmatige meerderheid van de raad. Hoofdstuk5Instrumenten van de raad en rechten van de leden Artikel47Amendement Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslaging amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in een of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde- oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. Intrekking door de indiener(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.