VTH-Beleid Heemstede 2019-2022HOOFDSTUK1INLEIDING 1.1Evaluatie en vernieuwing van het VTH-beleid Voor u ligt het VTH-beleid voor de periode 2019-2022. In het kader van het Interbestuurlijk Toezicht heeft de provincie aangedrongen op het actualiseren van de beleidsnota ”Integrale handhaving gemeente Heemstede”. Met deze nota wordt aangesloten op de huidige wet- en regelgeving en de praktijk op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. De oude nota beperkte zich tot beleid ten aanzien van Toezicht en Handhaving. Sinds 1 juli 2017 geldt de wettelijke verplichting om ook beleid ten aanzien van de Vergunningverlening op te stellen. De nieuwe nota voldoet hieraan en daarmee aan de Wet VTH. Definities VTH: Vergunningverlening: het proces van in behandeling nemen, beoordelen en beschikken. Hieronder verstaan we ook de behandeling van meldingen. Toezicht: uitvoeren van controles, vastleggen en rapporteren van bevindingen, waarschuwingen gericht op beëindiging van naleeftekort. Handhaving: formele interventies gericht op beëindiging, herstel of voorkoming van overtredingen en misdrijven, met dwang. Kernbepalingen: wettelijke voorschriften die vanwege onomkeerbare gevolgen een groot risico hebben bij naleeftekort. Dit zijn speerpunten bij toetsing, voorschriften, toezicht en handhaving. Zorg voor de fysieke leefomgevingDe Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geldt voor veranderingen in de leefomgeving, zoals bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, brandveiligheid, aanleggen, kappen, natuur en monumentenzorg. De nota bevat het beleidskader voor alle VTH-taken die vallen onder de Wabo. Het gaat over de Vergunningverlening, Toezicht en handhaving voor de aandachtsgebieden Milieu, Ruimtelijke Ordening en Bouw- en woningtoezicht. Deze nota bestrijkt niet alle VTH-taken. Heemstede heeft alle milieutaken, zijnde het basistakenpakket en de beleidsvorming, uitbesteed aan de Omgevingsdienst IJmond. Het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst heeft in december 2018 het Beleidskader VTH 2019-2022 en de VTH-strategie milieu 2019-2022 vastgesteld. Het college van burgemeester en wethouders van Heemstede heeft beide beleidsstukken ten aanzien van het VTH-beleid, voor zover het taakveld milieu betreft, vastgesteld in hun vergadering van 22 januari 2019. Dit Heemsteedse VTH-beleid omvat daarmee, met uitzondering van het milieu, het bouwen en de ruimtelijke ordening. Regels voor de leefomgeving raken het belang van de inwoners. De gemeente beschermt het woonklimaat tegen inbreuk op die regels. De gemeente doet dat door landelijke regels uit te voeren, lokale regels vast te stellen, beschikkingen op te stellen, en toezicht en handhaving uit te oefenen. Evenwicht tussen taken en uitvoeringsorganisatieDoel van het VTH-beleid is om de omgevingstaken op een adequaat uitvoeringsniveau te brengen en te houden. Daarvoor heeft de gemeenteraad bij besluit van 21 december 2016 de Kwaliteitscriteria 2.1 vastgesteld in de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Heemstede 2016 (Verordening VTH). Het komt erop neer dat: de gemeente inventariseert welke taken de gemeente moet en wil uitvoeren, en daarvoor doelstellingen formuleert; de problemen daarbij analyseert en een werkprogramma opstelt; daarvoor een organisatie inricht met de formatie die kwantitatief en kwalitatief in staat is om die taken op een adequaat niveau uit te voeren, en dit borgt in de begroting, en; de gemeente volgens de beleidscyclus (Big-8) werkt, en jaarlijks beoordeelt of de organisatie werkt volgens het beleid en strategieën, en voldoende formatie, deskundigheid en middelen heeft voor een goede uitvoering. Wettelijk kader De bedoeling van de kwaliteitscriteria staan in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Volgens de criteria van het Bor hebben professionele uitvoeringsorganisaties: Uitvoeringsbeleid: inzichten, technieken en werkwijzen over de uitvoering van wetgeving en beleidskaders. Handhavingsbeleid: de prioriteiten, de doelen, de strategieën en de activiteiten, gebaseerd op een probleemanalyse, voor het afdwingen van naleving. Uitvoeringsprogramma’s: een jaarlijks uitvoeringsprogramma voor VTH, met een risicoanalyse, toetsingskaders, planning en prioriteitenstelling. Organisatie-inrichting: De inrichting van de organisatie waarborgt een adequate en behoorlijke uitvoering van het beleid. In ieder geval ligt de personeelsformatie vast. De organisatie is ook buiten kantooruren bereikbaar en beschikbaar. Werkprocessen zijn vastgesteld. Vergunningverlening en toezicht zijn functioneel gescheiden. Borging van de middelen: Financiële en personele middelen zijn in de begroting gewaarborgd. Monitoring: De organisatie bewaakt en registreert resultaten en voortgang van de uitvoering van het programma. Rapportage: De organisatie rapporteert over de uitvoering van het programma en over het bereiken van de gestelde doelen. Uitvoeringsbeleid VTH 2019-2022Om te voldoen aan de criteria en aan de wetgeving zorgt Heemstede ervoor dat er een organisatie is met voldoende formatie en deskundigheid om de uit te voeren taken goed uit te voeren. In het beleid staat daarom centraal hoe de organisatie formatie en deskundigheid efficiënt en effectief inzet door die te koppelen aan de opgave. Dat doen we door strategieën vast te stellen in dit beleid, te werken volgens serviceformules en protocollen, en de werkwijze te standaardiseren en te automatiseren. Tijdens de werkingsduur van dit beleid zal de Omgevingswet in werking treden. De wijze waarop Heemstede nu vergunningverlening, toezicht en handhaving organiseert, uitvoert en evalueert, zal veranderen. Het uitvoeringsbeleid bevat: de doelstellingen voor vergunningverlening in hoofdstuk 4, en de Vergunningenstrategie in hoofdstuk 5, waarin staat hoe de organisatie de taken verdeelt en daarvoor de beschikbare formatie inzet; de doelstellingen voor toezicht en handhaving in hoofdstuk 6, en de Toezichtstrategie in hoofdstuk 9, waarin staat hoe de organisatie toezicht houdt op de naleving van regels en vergunningen tijdens uitvoeringsfase, gebruiksfase en beëindiging; Interventiestrategie in hoofdstuk 10, waarin staat hoe de organisatie naleving verbetert door toezicht en controles; Sanctiestrategie in hoofdstuk 11, met het handhavingsstappenplan, en; regels over Gedogen, in hoofdstuk 12, wanneer handhaving in uitzonderingsgevallen niet mogelijk is. Evaluatie en programmaIn de jaarlijkse bestuursrapportage toetsen we of de uitvoering voldoet, of de organisatie op orde is en of de voorgeschreven werkwijze voldoet. Tegelijk is dat het moment waarop de organisatie een doorkijk maakt naar het volgende jaar en daarvoor een programma maakt. 1.2Afdeling Bouw- en woningtoezicht De uitvoering van de VTH-taken Ruimtelijke Ordening en Bouw- en woningtoezicht is grotendeels belegd bij de afdeling Bouw- en woningtoezicht (Bwt) en in mindere mate bij de afdeling Ruimtelijk Beleid. De taken van Bwt zijn de feitelijke vergunningverlening, het toezicht op de verleende vergunningen en het vergunningsvrij bouwen en de handhaving daarvan. De taken van de afdeling Ruimtelijk Beleid ten aanzien van de ruimtelijke ordening zijn gefocust op het maken van de bestemmingsplannen en het voeren van de ro-procedures om grote bouwplannen mogelijk te maken. Dat staat grotendeels los van de VTH-taken. Daarmee is Bwt het “omgevingsloket” voor de inwoners. Het beleid maakt duidelijk hoe Heemstede de taken uitvoert, wat de plaats daarin is van Bwt en wat het bestuur, de inwoner en de organisatie van deze uitvoering kunnen verwachten. Vergunningverlening Toezicht en handhaving Wat is de taak voor Bwt Via de kwantitatieve benadering weten we wat de reguliere taak is. In het programma staan de extra aandachtspunten. Op basis van ervaring schatten we in of de organisatie in evenwicht is met de taak. In het jaarlijkse programma en de werkplanning voor Bwt staat waarop Bwt toezicht houdt, verdeeld in reguliere taken, thema’s en projecten. Wat is de formatie van Bwt Uit de kwalitatieve benadering blijkt of de organisatie voldoende deskundigheid heeft om de taak op een goed niveau uit te voeren. Uit de resultaten blijkt of Bwt voldoende formatie heeft en die ook effectief inzet om naleefgedrag af te dwingen. Hoe zet Bwt de formatie in? Via de vergunningenstrategie leggen we vast welke deskundigheid de organisatie inzet op de behandeling van aanvragen. Hulpmiddel daarbij zijn de serviceformules. Voor een deel volgt het toezicht op de verleende vergunningen (vergunningsgericht). Toezicht op objecten plant Bwt in volgens een toezichtsfrequentie, of naar gebiedsindeling, periode of project. Wat is de werkwijze? De werkprocessen zijn beschreven. De procesvoering ligt vast in het zaaksysteem. Voor de procedurestappen zijn standaarddocumenten opgesteld, waarin de zaakkenmerken automatisch worden ingevuld. Toezicht begint met bevindingenrapporten. Bevindingen zijn het antwoord op een toezichtsvraag. De procesvoering ligt vast in het zaaksysteem. Bwt past de strategieën, protocollen en het stappenplan Handhaving toe. Wanneer zijn we tevreden? We zijn tevreden als 80% van de aanvragen op efficiënte en effectieve (standaard)wijze het vergunningenproces doorloopt. We zijn tevreden als 70% van de gevallen direct wordt opgelost en als slechts in 10% van de andere gevallen een sanctie moet worden geëffectueerd. HOOFDSTUK2CYCLISCH BELEID Het beleid volgt de planning- en controlcyclus zoals hieronder in schema is afgebeeld. De cyclus heet “big 8”. De cyclus heeft een operationele en een strategische kant. De strategische cyclus evalueren we om de vier jaar. De operationele cyclus kent een jaarlijkse evaluatie en programmering in de vorm van de bestuursrapportage. 2.1Strategische cyclus De organisatie analyseert de taken en problemen en ontwikkelt daarvoor beleid. Het uitvoeringsbeleid VTH beschrijft in de volgende hoofdstukken de wijze waarop de organisatie de taken wil uitvoeren, doelen stelt, methoden en technieken ontwikkelt en toepast, problemen analyseert en daarop jaarlijks evalueert. De werkwijzen liggen vast in procesbeschrijvingen (vergunningverlening) en protocollen (toezicht en handhaving). De organisatie is in verandering; de wetgeving verandert. Beleid, strategieën en werkprocessen moeten daarom flexibel zijn, en in ontwikkeling blijven. 2.2Operationele cyclus Via strategieën, protocollen en procesbeschrijvingen reguleert het beleidskader de wijze waarop de organisatie de taken uitvoert. De jaarlijkse programmering is een inschatting van kwantiteit, overzicht van geplande taken, bestuurlijke prioriteiten, beschikbare formatie en het gewenste uitvoeringsniveau. Het is geen urenboekhouding, maar het reserveert wel uren voor taken die prioriteit hebben. Voor toezicht is een ruime marge nodig voor spontaan binnenkomende vragen waarop direct actie nodig is. In de operationele cyclus geeft de uitvoeringsorganisatie aan, zowel kwantitatief als kwalitatief, of het mogelijk is uitvoering te geven aan de omgevingstaken. Monitoring leidt tot de jaarlijkse bestuursrapportage. 2.3Kwaliteitscriteria 2.1 De criteria zijn opgesteld door het rijk in samenwerking met de VNG. Daarin is opgenomen dat de organisatie de beleidscyclus toepast volgens de “big 8”. De criteria beschrijven tamelijk vergaand hoe de organisatie moet zijn ingericht. De raad heeft in de Verordening VTH vastgesteld dat de gemeente de organisatie inricht volgens die criteria. Een robuuste organisatie moet voldoende deskundigheid hebben (technisch en juridisch), afgemeten aan opleiding, ervaring, de complexiteit van de taken en het aantal daarvan per jaar, of het formatieve tijdsbeslag. Daarbij moet een organisatie ook taken uitvoeren waarvoor die deskundigheid is vereist. Het overzicht van de formatie staat in de begroting en in de het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Uit de evaluatie van het programma blijkt of de formatie voldoende is, en ook of de aanwezige deskundigheid in evenwicht is met de zwaarte van de taak. 2.4Documenten in de big 8 Een probleemanalyseVergunningverlening: Welke taken moeten we uitvoeren en waarvoor hebben we beleid opgesteld. Toezicht en handhaving: Wat is het risico van naleeftekort. OrganisatieoverzichtDe gemeente zorgt ervoor dat er voldoende personeel is met voldoende deskundigheid om alle VTH-taken op een goed niveau uit te voeren. Het overzicht staat in de jaarlijkse rapportage. BeleidsdoelenWelke doelen stelt het college zich om een goed uitvoeringsniveau te bereiken. Welke instrumenten, strategieën, protocollen past de organisatie toe om het doel te halen. StrategieënDe vergunningenstrategie kent serviceformules voor verschillende categorieën aanvragen. De toezichtstrategie beschrijft welke vormen van toezicht de gemeente toepast. De interventiestrategie beschrijft wat de reactie is op naleeftekort. De sanctiestrategie bevat het stappenplan handhaving. Jaarlijks uitvoeringsprogramma toezichtHet programma geeft per taakveld inzage in de omvang van de toezichtstaak, in de zin van doelstellingen, actiepunten, toezichtniveau en tijdsbesteding. Voor de dagelijkse werkzaamheden is de sanctiestrategie het beleidskader, voor de bijzondere onderwerpen moet dat in de probleemanalyse zijn beschreven. Per onderdeel is een inschatting gemaakt van de benodigde formatie, uit de toekenning en de overblijvende capaciteit blijkt of voldoende formatie beschikbaar is om taken uit te voeren op een adequaat niveau. Monitoring en evaluatie Net zoals probleemanalyse is monitoring en evaluatie een continu proces. Vaststelling van het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag zijn ijkpunten voor het resultaat en voor het beleid. De beide documenten bevatten een weergave van het resultaat over een jaar. Jaarverslag/bestuursrapportageDit is de verantwoording over het uitvoeringsprogramma, de output en outcome van vergunningverlening, vertaald in actiepunten, doelstellingen (wel/niet gehaald), resultaat en tijdsbesteding (werkelijk). Hieruit kunnen conclusies worden getrokken voor de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde VTH-beleid, dan wel de effectiviteit van de organisatie. Tegelijkertijd is het de vooruitblik naar het komende jaar. Uit de bestuursrapportage blijkt of Bwt een adequaat uitvoeringsniveau heeft, en of het uitvoeringskader tot een adequaat niveau leidt. Het college stuurt de bestuursrapportage toe aan de raad. HOOFDSTUK3ORGANISATIE EN FORMATIE AlgemeenDe VTH-taken voor omgevingsrecht valt onder Bwt. Bwt heeft de volgende formatie: 1,88 fte voor Wabo-casemanagement (vergunningverlening), 1 fte voor Wabo-toezicht, 0,69 fte voor administratieve ondersteuning, 1 fte voor juridische- en beleidsondersteuning voor VTH, 1 fte senior medewerker, 0,88 fte voor management. De formatie van Bwt is voldoende om het takenpakket op een adequaat niveau uit te kunnen voeren. Plaats van Bwt in de organisatieBwt is het centrale VTH-loket van de gemeente. Het team zorgt voor procedurebewaking. Aan elke aanvraag kent Bwt een casemanager toe. De casemanagers zijn de schakel tussen de aanvragers, derden/inwoners, het bestuur, externe adviseurs en andere afdelingen van de gemeente. Afhankelijk van de invloed van een aanvraag op de omgevingskwaliteit kiest Bwt voor omgevingsmanagement. 3.1Taak Bwt op VTH-gebied Bwt behandelt vergunningaanvragen, vooroverleg, principeverzoeken, toezichtverzoeken, meldingen, informatieverzoeken en handhavingsverzoeken. De casemanagers zorgen voor de toetsing van aanvragen aan de wetgeving en aan het beleid. Behandeling van de overige aanvragen staat in het teken van samenwerking, waarbij inwoners weten wat kan en mag, en waar de gemeente faciliteert. Ook een handhavingsverzoek is in principe een aanvraag: de casemanagers behandelen die op gelijke wijze. Bwt voert de behandelprocedure uit zoals die in het zaaksysteem Hoegle is vastgelegd: De procedure volgens het wettelijk kader volgens de Awb en de Wabo; Het behandelproces volgens intern beleid (serviceformules) en met standaarddocumenten; Termijn- en kwaliteitsbewaking door de casemanager. Het landelijke Omgevingsloket (OLO) is in de afgelopen jaren gekoppeld aan Hoegle. Duidelijk is dat controle op het uitvoeringsniveau slechts mogelijk is als Bwt het casemanagement via Hoegle uitvoert. In de toekomst wordt het Omgevingsloket de verplichte manier om aanvragen en meldingen in te dienen. Voor overgedragen taken als milieu en brandveiligheid heeft Bwt ingesteld dat aanvragen of meldingen meteen via het OLO worden doorgestuurd naar OD IJmond, respectievelijk de VRK. De gemeente (Bwt) krijgt daarvan een “notificatie”. De organisaties hebben eigen uitvoeringsbeleid. Het VTH-beleid van de OD IJmond is bij besluit van 22 januari 2019 door het college vastgesteld. 3.2Taak Ruimtelijk Beleid op VTH-gebied De VTH-taken beslaan ook het taakgebied ruimtelijke ordening. De VTH-taken van deze afdeling beperken zich tot die procedures voor een omgevingsvergunning waarbij dient te worden afgeweken van het bestemmingsplan en de raad bevoegd is hiervoor toestemming te verlenen via de zogenaamde verklaring van geen bedenkingen. De afdeling RB heeft geen taken ten aanzien van Toezicht en Handhaving. De handhaving van bestemmingsplannen wordt uitgevoerd door Bwt. De bezetting van de afdeling RB is voldoende om het takenpakket adequaat uit te voeren. 3.3Toets organisatie aan kwaliteitscriteria 2.1 Kwantitatieve benadering en kritieke massaIn de jaarlijkse evaluatie staat hoeveel vergunningaanvragen en meldingen Bwt jaarlijks behandelt. Ook beoordeling van vergunningsvrije activiteiten vergt tijd. Door het werken met risicoanalyses, serviceformules, checklists en toezichtsmomenten is in te schatten hoeveel toezicht nodig is op de naleving van vergunningvoorschriften. Bwt heeft daarvoor in het zaaksysteem Hoegle de werkprocessen, standaardbrieven en procesbewaking op orde. De kwantitatieve benadering geeft de minimaal benodigde capaciteit voor een goede uitvoering (kritieke massa). Kwalitatieve benadering Niet elke aanvraag is hetzelfde. Om aan de kwaliteitscriteria te voldoen heeft een organisatie voldoende deskundigheid in huis om een goed resultaat neer te zetten. Randvoorwaarde is dat een goede uitvoering ook die deskundigheid vergt en dat Bwt ervoor zorgt, door de werkverdeling en procesbeschrijvingen, dat de deskundigheid wordt ingezet en gedeeld en niet exclusief bij één medewerker blijft. Toezicht op de uitvoering van vergunningen is uiteraard veelal niet te programmeren, maar volgt op de voortgang van de werkzaamheden. Bwt heeft de vergunningverlening en het toezicht op de verleende vergunningen functioneel gescheiden. De vergunningen worden in mandaat door het afdelingshoofd verleend en worden voorbereid door de casemanagers. Toezicht en controle op de verleende vergunning gebeurt door de inspecteur bouw- en woningtoezicht. Die controleert buiten en verleent geen vergunningen. Handhaving op de taakvelden ruimtelijke ordening en bouw- en woningtoezicht is met name een juridische discipline. Bwt beschikt, voor de borging van de inhoudelijke juridische kwaliteit, over een juridisch medewerker. Ook hiervoor geldt het kwaliteitscriterium dat een deskundige 2/3 deel van de tijd belast moet zijn met taken om die deskundigheid uit te nutten. Brandweer, Omgevingsdienst, provincie, natuurbeheer, waterschap en politie houden zelf toezicht. Deze organisaties beschikken daartoe zelf over de benodigde gekwalificeerde medewerkers. Formatie vergunningverleningBwt beschikt over circa 1,88 fte voor vergunningverlening. Daaronder vallen ook de meldingen, de procedures, voorbereidingsoverleg, informatieverzoeken en evaluatie. Formatie toezicht vergunninggerichtHet vergunningsgerichte toezicht is verdeeld: voor het bouwtoezicht is als basis 1 fte gereserveerd. Toezicht op monumenten, kappen en omgevingstoezicht is apart ondergebracht bij medewerkers van de afdeling of bij andere afdelingen. Formatie objectgerichtObjectgerichte controles op standplaatsen, terrassen, werkterreinen en reclames zijn geen VTH-taken en daarmee niet ondergebracht bij Bwt. Dat doen de BOA’s (bijzondere opsporingsambtenaren) via thema’s, projecten in de werkplanning voor de BOA’s (bureau Handhaving). De brandweer controleert jaarlijks ca. 100 objecten. De zorginstellingen worden jaarlijks gecontroleerd. De overige inrichtingen worden periodiek gecontroleerd. De VRK heeft hiervoor voldoende formatie. Het aantal uit te voeren controles is afhankelijk van de controlefrequentie en het naleefgedrag. Juridische ondersteuning voor handhaving levert Bwt. De brandweer voert de controles uit. De VTH-taken voor milieu-inrichtingen heeft Heemstede overgedragen aan Omgevingsdienst IJmond. De dienst is ook verantwoordelijk voor het objectgerichte toezicht. Formatie gebiedsgerichtHet gebiedsgericht toezicht valt grotendeels buiten het VTH-beleid en is ondergebracht bij de BOA’s. Volgens het jaarlijkse programma is de inzet van de gemeentelijke BOA’s voor een groot deel gebiedsgericht: Gebieden waar met parkeermeters of een blauwe zone het parkeren aan regels is gebonden. Het parkeren valt niet onder het VTH-beleid, maar is wel de hoofdtaak van de BOA’s. De inzamelwijken en -rondes voor afvalinzameling (500 uur). De ervaring leert dat de inspecteur Bouw- en woningtoezicht van Bwt een periode van intensief gebiedsgericht toezicht nodig heeft bij gereedgekomen nieuwbouwprojecten. Daarna kan het toezichtniveau verminderen tot omgevingstoezicht. Formatie omgevingstoezichtHet omgevingstoezicht valt evenals het gebiedsgericht toezicht buiten het VTH-beleid en zit met name bij de BOA’s en kent de volgende aandachtsgebieden: monumenten, sport, parkeren, evenementen, groenbeheer (overhangend groen), hangjeugd, het honden aanlijngebod en illegale afvaldumping in het Groenendaalse Bos. Anders dan gebiedsgericht toezicht gaat het hier om algemeen toezicht met aandachtspunten binnen een globaal gebied. Het aandachtspunt “horeca” is te verdelen over uitgaanshoreca, eethoreca en recreatie/sporthoreca. Aandachtspunt is de openbare orde en veiligheid: objectgericht toezicht op de Drank- en horecawet en milieu wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst IJmond. De horeca-instellingen worden in het kader van de milieuwetgeving periodiek gecontroleerd. De naleving van de Drank- en horecawet wordt tijdens dat bezoek “meegenomen”. De brandweer ziet toe op de brandveiligheid. HOOFDSTUK4DOELSTELLINGEN VERGUNNINGVERLENING Artikel 7.2 uitvoerings- en handhavingsbeleid (Bor): 1. Het bestuursorgaan stelt het uitvoerings- en handhavingsbeleid vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen het zichzelf stelt bij uitvoering en handhaving en welke activiteiten daarvoor worden uitgevoerdArtikel 7.2 uitvoerings- en handhavingsbeleid (Bor): DoelenDe gemeentelijke organisatie voldoet aan de kwaliteitscriteria 2.1, en voert de VTH-taken volgens de wet en het beleid op een adequaat niveau uit. Subdoelen: Vergunningverlening gebeurt op een eenduidige, heldere werkwijze, met een efficiënte inzet van tijd, deskundigheid en formatie. De organisatie werkt (na invoering van de Omgevingswet) met casemanagement en serviceformules, waarbij de gemeente actief aanstuurt op overleg tussen de aanvrager en de omgeving en daarvoor faciliteert met omgevingsmanagement. In de vergunning staat, indien wordt afgeweken van het bestemmingsplan, een kenbare afweging van belangen. BeleidHet uitvoeringsbeleid is gebaseerd op het wettelijk uitvoeringskader, waaronder ook gemeentelijke beleidsnota’s vallen, en legt vast hoe de gemeente de vergunningverlening uitvoert: de toetsing van aanvragen; de inschatting van inhoudelijke complexiteit en draagvlak; de selectie van adviseurs; de procesvoering en omgevingsmanagement; de scheiding tussen vergunningverlening en toezicht; de strategie toezicht in de realisatiefase. In de organisatie is beleid, in de zin van extern werkende regels, gescheiden van uitvoering. Uitvoeringsbeleid VTH is vooral intern gericht. Bwt toetst in de beleidscyclus ook het extern gerichte beleid op praktische uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid, en koppelt resultaten terug. Doelstelling producten vergunningverleningAanvragen afhandelen volgens de wettelijke procedures en binnen de gestelde termijn; Probleemanalyse van aanvragen in een integrale planbeoordeling vooraf; De toetsing wordt zoveel mogelijk gestandaardiseerd met checklists en in de standaardbeschikking (proces voor aanvrager inzichtelijk maken); Van rechtswege verleende vergunningen komen niet voor; Het aantal gegronde bezwaarschriften tegen verleende vergunningen van aanvragers is < 2 %. WerkwijzeDe organisatie beoordeelt of de reguliere of uitgebreide procedure van toepassing is, en of de aanvraag inhoudelijk/technisch complex is, dan wel procedureel complex is vanwege draagvlak. Vier varianten zijn denkbaar, met daaraan gekoppelde indicaties voor vereiste inzet. Voor de inzet hanteert de organisatie (ook vier) serviceformules. Een serviceformule is een vorm van dienstverlening die klanten ervaren bij contact met de organisatie. De raadsvisie werkt in de formules door. EvaluatieOnderdelen voor jaarlijkse evaluatie zijn: is de organisatie voldoende robuust (deskundigheid en formatie); is de inschatting en toetsing van de aanvragen juist (omvang en complexiteit van de taak); hoe verloopt de procesvoering (automatisering en standaardisering, zaaksysteem); houden vergunningen stand in bezwaar of beroep (formeel en inhoudelijk); zijn beleidsregels actueel en uitvoerbaar. HOOFDSTUK5Uitvoeringsbeleid voor vergunningverlening AlgemeenHet beleid regelt de afstemming van formatie, deskundigheid, inzet en procesvoering door de afdeling Bwt. Het geheel moet leiden tot een adequaat uitvoeringsniveau. De kwaliteitscriteria leveren daarvoor de bouwstenen. Omvang taakVergunningverlening omvat de uitvoering van de Wabo. De gemeente heeft daarnaast beleidsregels opgesteld voor het afwijken van het bestemmingsplan. Het gaat om het Beleid voortuinen in Heemstede en Beleid geluidsschermen Heemstede 2019. De afdeling Bwt toetst aan het beleid. Daarvoor is een onderdeel in de procesbeschrijvingen opgenomen. Bij afwijkingen van het beleid geeft de beleidsafdeling advies. De uitvoering van het beleid houdt ook in dat de afdeling Bwt de handhaafbaarheid en de waarde van het beleid op inhoud toetst. 5.1Probleemanalyse Ook voor aanvragen is een risicoanalyse mogelijk. De casemanager beoordeelt: of de aanvraag volledig en ontvankelijk is; wie het bevoegd gezag is; van wie advies nodig is; of er een naleefbeeld is; welke procedure van toepassing is; in welke categorie de aanvraag valt; welke serviceformule daar bij hoort; of omgevingsmanagement nodig is; aan welke eisen de inhoud moet voldoen. 5.2Vergunningenstrategie Het doel van de strategie is een transparante afweging van belangen, passend bij de kenmerken en waarden van de omgeving, en gericht op efficiënte inzet van de formatie. De organisatie werkt daarvoor serviceformules uit. Een serviceformule is een manier van dienstverlening die klanten ervaren bij de interactie met de organisatie. Voor een efficiënte inzet onderscheiden we vier categorieën: Bij enkelvoudig regulier ligt de nadruk op snelle afdoening en standaardisering. Verlenging van de behandeltermijn komt niet voor. Daarom past hier een snelserviceformule. Bij technisch complex ligt de nadruk op de inhoud. Bwt koppelt deskundigheid aan aanvragen waarvoor die deskundigheid is vereist, en waardoor die deskundigheid op peil blijft. Procesbewaking ligt bij de casemanager. Verlenging van de beslistermijn is mogelijk in verband met advisering en afweging. De beoordeling is voornamelijk inhoudelijk-technisch gericht: van belang is hoe Bwt de aanvraag behandelt en de inwoners daarover informeert. De procesformule wordt gevolgd. Waar afwijking van regels of beleid nodig is en waarbij belangen van derden in het geding zijn, is omgevingsmanagement nodig en juridische ondersteuning. Het proces is een wisselwerking met belanghebbenden. Als dit nog regulier is, dan is verlenging eerder regel dan uitzondering. De procedure is gericht op een doortimmerde belangenafweging en houdbaar resultaat. Door toepassing van de proceduremogelijkheden raken omwonenden betrokken. Hier past de ontwerpformule. Bij technisch complexe aanvragen waarvoor draagvlak in de omgeving ontbreekt, is omgevingsmanagement noodzaak. De uitgebreide voorbereidingsprocedure is van toepassing. De casemanager kan alle procedurele mogelijkheden benutten. De behandelaar en juridisch medewerker voeren het omgevingsmanagement en fungeren als schakel tussen aanvrager, bestuur en omgeving. Het is een proces van passen en meten, gericht op openheid, belangenafweging, overtuiging en draagvlak, kortom een ontwikkelformule. Schematische weergave: Werkniveau Elke categorie heeft een behandelproces met geëigende serviceformules, en bijbehorende formatie en deskundigheid. De scheidslijn tussen reguliere en uitgebreide voorbereidingsprocedures loopt diagonaal door 2 en 3. 5.3Werken met de strategie Elke procesbeschrijving bevat een categorie-indeling. Bwt deelt de aanvragen volgens deze categorieën in. Daarna wijst Bwt in het Wabo-overleg (het digitaal bouwplanoverleg tussen Bwt en Ruimtelijk Beleid) zaken toe aan een casemanager. De aangewezen casemanagers handelen volgens de serviceformules. Afhankelijk van het draagvlak in de omgeving is omgevingsmanagement nodig. Volgens de kwaliteitscriteria blijft deskundigheid op peil als ten minste 2/3 van de tijd die deskundigheid wordt benut. Vooroverleg en principeverzoeken passeren ook het Wabo-overleg Bwt, omdat dat van belang is voor de categorie-indeling. Proces kader Toets doc 1. Ontvankelijkheidstoets Awb, Wabo voortgang 1 a. voldoende informatie Wabo indieningsvereisten checklist b. volledige aanvraag omvang project Ad b Omvat het project meer activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, dan neemt de casemanager contact op met de aanvrager. De consequentie kan zijn dat de vergunning nog niet uitgevoerd kan worden. De onlosmakelijkheid komt in de Omgevingswet niet meer terug. Als voor de uitvoering andere (APV)vergunningen of ontheffingen nodig zijn, stelt de behandelaar de aanvrager op de hoogte. Proces kader Toets doc 2. Opschorting en beëindiging Awb, art. 4.5 indieningsvereisten voortgang 1 Alleen bij 1.a Opschorting 4 weken, niet ontvangen “niet-ontvankelijkverklaring” Wel ontvangen “ontvankelijk” Aanvrager krijgt de gelegenheid om binnen 4 weken de aanvraag aan te vullen. De behandelaar schort de beslistermijn op. Om de beslistermijn te halen is opschorting noodzakelijk bij de reguliere procedures. Procesvoering kader Toets doc 3. Kennisgeving Wabo, art. 3.8 Wekelijkse bekendmaking publicatie Proces kader toets doc 4. Inhoudelijke toets artt. 2.10 t/m 2.20a Wabo Keuze serviceformule checklist Deelzaken aanmaken Betrokken wet Selectie adviseurs “adviesaanvraag” Beoordeling volgens beleid termijnbewaking “deelconclusie” Leges verordening berekening “beg. Brief” • Welstandsnota/kappen, uitweg, evenement, reclame, sluitingstijd • Instemming extra leges afwachten bij ro-afwijkingen • De casemanager schakelt Omgevingsdienst IJmond in voor milieuaspecten, politie voor OOV, VRK voor brandveiligheid, GGD voor gezondheid. Proces kader toets doc 4.a Toets ruimtelijk beleid nota Wel/niet checklist Deelzaken aanmaken nota Afwijken beleid “adviesaanvraag” Termijnbewaking verlenging “verlenging termijn” • Kennisgeving Verlengingsbesluit in de krant Proces kader toets doc 4.b Toets milieu Wet milieubeheer Vergunning of melding Deelzaken aanmaken ODIJmond “Aanvraag advies” Termijnbewaking art. 8.41a Wm melding “niet-ontvankelijk” • Omgevingsvergunningen ex art. 2.1, lid 1, onder e, Wabo. • De uitgebreide voorbereidingsprocedure is van toepassing bij vergunningen Proces kader toets doc 4.c Toets natuur RUD NHN Wnb vvgb Deelzaken aanmaken art. 2.27 Wabo Natuurgebied soorten “Aanvraag vvgb” Termijnbewaking art. 3.10 Wabo UOV “UOV” • Als de Wet natuurbescherming van toepassing is, en een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) nodig is, wordt het de Uitgebreide Openbare voorbereidingsprocedure. • De RUD NHN is bevoegd. Heemstede heeft Natura2000 gebied. • de uitgebreide procedure is van toepassing op de aanvraag, ook al adviseert de RUD NHN dat geen vergunning nodig is. Ook daarover zijn zienswijzen mogelijk. • In deze procedure bestaat de deelzaak uit het verzoek om een ontwerp-vvgb. Dit ontwerp legt de casemanager tegelijk met de ontwerpbeschikking ter visie. Proces kader toets doc 4.d Toets OOV, weg, omgeving APV Vergunning of ontheffing “vergunning APV” volgens standaard Deelzaken aanmaken Selectie adviseurs “Aanvraag advies” Termijnbewaking art. 1.8 APV Van rechtswege “ • Omgevingsvergunningen ex art. 2.2 Wabo. • Dezelfde standaard voor vergunning is toepasbaar als die voor art. 2.1 Wabo vergunningen kader toets doc 5.a Opstellen vergunning(regulier) art 3.7 Wabo wet “vergunning” Deelzaken aanmaken toezending adviseurs toezending afschrift “Verzoek zienswijzen” “begeleidende brief” Termijnbewaking regulier 8 (+6) weken “vergunning” (brief of besluit) Juridische toets wet omgevingsmanagement • Regulier: kennisgeving in de krant kader toets doc 5. b Opstellen vergunning(uitgebreid) afd. 3.4 Awb wet “vergunning” Deelzaken aanmaken toezending adviseurs toezending afschrift “Verzoek zienswijzen” “begeleidende brief” Termijnbewaking UOV Awb 12e tot 16e week Termijnbewaking 26 (+6) weken “vergunning” (brief of besluit) Juridische toets wet omgevingsmanagement • UOV: Ontwerp publiceren in de krant met model publicatie, terinzagelegging Proces (regulier) kader toets doc 6.a Behandeling zienswijzen art. 4.8 Awb “belanghebbende” Alleen mogelijkheid afwijken bij buitenplanse afwijking voor plannen die niet in vastgesteld beleid passen Deelzaken aanmaken hangt af van onderwerp Adviseurs Aanvrager “verzoek advies” Juridische toets wet In beschikking • NB mondeling indienen van zienswijzen is mogelijk. De juridisch medewerker maakt een verslag. Proces (uitgebreid) kader toets doc 6.b Behandeling zienswijzen art. 3.12 Wabo en art. 3.4 Awb “een ieder” Deelzaken aanmaken hangt af van onderwerp Adviseurs Aanvrager “verzoek advies” Termijnbewaking UOV Awb Binnen 6 weken ingediend “zienswijzen en reacties” Juridische toets wet weerlegging In beschikking • UOV: voor weerlegging neemt de casemanager contact op met de aanvrager en stuurt de zienswijzen door. • Bij zienswijzen die binnenkomen over onderwerpen waarover anderen hebben geadviseerd, betrekt • de casemanager die bij de beantwoording ervan (RUD NHN, ODIJmond) • Weerlegging gebeurt door Juridisch medewerker i.o.m. casemanager • Voor buitenplanse afwijkingen niet zijnde “kruimelgevallen” voert Ruimtelijk Beleid de voorbereidingsprocedure uit. De vergunning wordt verleend door Bwt. 5.4Overgang van vergunningverlening naar toezicht Een vereiste voor professionele handhaving is objectiviteit. Functiescheiding in vergunningverlening en toezicht is formeel alleen voorgeschreven voor milieu-inrichtingen (Bor, artikel 7.4, tweede lid, onder b.). Dat moet een personele scheiding zijn. Concreet vereist het Bor alleen dat degenen die betrokken zijn bij de voorbereiding van (milieu)besluiten op aanvragen, niet worden belast met het toezicht op de naleving van die voorschriften, of met de uitvoering van sancties. Bwt heeft vergunningverlening en het buitentoezicht gescheiden. Er is dan een overdrachtsmoment van het vergunningendossier naar toezicht. HOOFDSTUK6DOELSTELLINGEN TOEZICHT EN HANDHAVING DoelenDe gemeentelijke organisatie voldoet aan de kwaliteitscriteria 2.1, en voert de VTH-taken volgens de wet en het beleid op een adequaat niveau uit. Hoofddoel is de bescherming en verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving door toepassing van de regels. De gemeente houdt toezicht en corrigeert waar nodig. Toezicht en handhaving zijn geen doelen op zich, maar instrumenten om het doel te halen van de onderliggende wetgeving. Subdoelen: voor gericht toezicht op de naleving van voorschriften programmeert Bwt het objectgerichte, gebiedsgerichte en periodieke toezicht. Bwt gebruikt een risicoanalyse voor het vergunningsgerichte toezicht. Toezicht en handhaving De burger/het bedrijf ervaart het toezicht en de handhaving als doelgericht en gerechtvaardigd. Toezichtinformatie is centraal vastgelegd en beschikbaar volgens consistente opbouw. Het handhavingsbeleid maakt met strategieën de werkwijze transparanter; burgers en bedrijven weten wat ze van de gemeente kunnen verwachten. BeleidHet beleid is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving en controle daarop, en legt vast hoe de gemeente toezicht en handhaving uitvoert. Het beleid omvat: probleemanalyse (gebied + evaluatie vorige jaren); de waardering van naleeftekort (risicomatrix en landelijke handhavingsstrategie (LHS)); de uitvoering van toezicht (hoe en prioriteitenstelling) strategie; programmering van toezicht (soorten en planning); toezichtstrategie (frequentie, diepgang, signaal, preventie en borging); interventiestrategie; stappenplan handhaving (corresponderend met 70 – 30 -10); gedogen. WerkwijzeBij de VTH-taken bestaat de cyclus uit probleemanalyse, prioritering, programmering, uitvoering en evaluatie. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de organisatie daarop is ingericht. De organisatie oefent toezicht uit op de naleving van regels volgens de prioriteitenstelling van het college. EvaluatieOnderdelen voor jaarlijkse evaluatie zijn: is de organisatie voldoende robuust (deskundigheid en formatie); is de toezichtstrategie voldoende (omvang en complexiteit van de taak); is de 70-30-10 regel gehaald; houden sancties stand in bezwaar of beroep (formeel en inhoudelijk); zijn voorschriften en beleidsregels handhaafbaar. HOOFDSTUK7Nieuwe vormgeving handhavingsbeleid AlgemeenHeemstede stelde in 2012 het integraal handhavingsbeleid vast. Beleid dient elke vier jaar te worden herzien. Omdat inmiddels de Wet VTH in werking is getreden en de gemeente de plicht kreeg VTH-beleid te maken, is de herziening ondergebracht bij de opstelling van VTH-beleid. 7.1Ontwikkelingen in de afgelopen vier jaar Het beleid is tussentijds op onderdelen aangepast. De volgende ontwikkelingen hebben invloed (gehad) op het handhavingsbeleid: Na het actieprogramma handhaving is de landelijke uniforme handhavingstrategie ingevoegd. In het handhavingsbeleid Heemstede was de relatie gelegd tussen de Tafel van Elf en het stappenschema. De landelijke strategie legt ook relaties met de sancties en de kernbepalingen. De raad heeft de landelijke kwaliteitscriteria (2.1) in de Verordening VTH vastgesteld. De risicomatrix is onderdeel van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. De milieutaken zijn ondergebracht bij de ODIJmond. Het VTH-beleid voor het onderdeel milieu is voorbereid door de ODIJmond en bestuurlijk door ons college vastgesteld op 22 januari 2019. De gemeente heeft het toezicht op de Drank- en Horecawet opgedragen aan ODIJmond. De VRK heeft eigen uitvoeringsbeleid voor brandveiligheid. De gemeentelijke organisatie is veranderd. VTH-taken met betrekking tot ro zijn ondergebracht bij de afdeling Bwt. De afdeling Bwt is op sterkte met formatie voor toezicht en voor juridische ondersteuning. Binnen de afdeling Bwt is toezicht gescheiden van vergunningverlening. 7.2Strategieën Om naleefgedrag te verbeteren en af te dwingen hanteert de gemeente verschillende strategieën: 7.2.1Toezichtstrategie Welke soorten toezicht zijn er, hoe past de toezichthouder die toe en wat gebeurt er met toezichtinformatie. Het jaarlijkse programma omvat het gebiedsgerichte toezicht, het periodieke toezicht en het objectgerichte toezicht. In het jaarlijkse werkprogramma bepaalt het gemeentebestuur de aandachtsgebieden, de inzet en de frequentie. Het vergunningentoezicht is een reguliere taak. Toezichtinformatie ligt vast in bevindingenrapporten. 7.2.2Interventiestrategie Hoe reageert de gemeente op geconstateerd naleeftekort. Sturing op naleving kent drie niveaus, afhankelijk van het motief van de overtreder en het gevolg voor de leefomgeving: informeren en communiceren, adviseren en corrigeren, dwang. Sturen op naleving gebeurt met controles, afspraken en hercontroles. De toezichthouder constateert naleeftekort en bepaalt in overleg met de overtreder hoe en wanneer dat wordt beëindigd. Die afspraak is de basis voor een hercontrole. Doelstelling is om 70% van de geconstateerde naleeftekorten op deze wijze af te doen. 7.2.3Sanctiestrategie Na de hercontrole bepaalt de toezichthouder - bij de overige 30% - of het stappenplan handhaving wordt gevolgd. Doelstelling is om slechts in 10% van de gevallen daadwerkelijk te moeten overgaan tot het opleggen van een sanctie. Het belang voor de leefomgeving staat voorop. HOOFDSTUK8RISICO EN PROBLEEMANALYSE Artikel 7.2 vijfde lid, van het Bor: Het handhavingsbeleid is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde in de gevallen waarin de zorg voor de handhaving daarvan aan hen is opgedragen. AlgemeenDe methode voor de probleemanalyse staat in dit beleid, de uitkomst staat in het jaarlijkse programma. Via de jaarlijkse bestuursrapportage geeft de afdeling Bwt inzicht in het resultaat van toezicht. In feite is de methode toepasbaar op elk naleeftekort: waarom is er naleeftekort; hoe waarderen we naleeftekort; welk toezichtniveau hoort daar bij; wanneer voeren we toezicht uit (programmering); wat is het effect (evaluatie). Doel van het beleid is bescherming van de leefomgeving. De leefomgeving in Heemstede wordt op waarde geschat. Het is de taak van de gemeente om die kwaliteit te beschermen en te verbeteren. In de matrix komt die kwaliteit tot uiting in “veilige leefomgeving” (openbare orde, verstoring, hinder), “kwaliteit van de leefomgeving” (natuur, rust, belevingswaarde, milieu) en “volksgezondheid”. 8.1Probleemanalyse VROM ontwikkelde een risicomatrix voor zes nadelige gevolgen van naleeftekort, met een waardering: Fysiek Veiligheid en overlast Financieel economisch Kwaliteit leefomgeving Volksgezondheid Imago 1 Pijn of letsel bij een individu Nauwelijks toename onveiligheids- gevoelens € 1 tot 1.000 Enige verstoring van het aanzien Gering gevaar voor de volksgezondheid Nauwelijks bestuurlijk belang of aantasting imago 2 Pijn of letsel bij meerdere individuen Enige toename onveiligheids- gevoelens € 1.001 tot 10.000 Aanzienlijke aantasting van het aanzien Gevaar voor de volksgezondheid Klein bestuurlijk belang of aantasting imago 3 Zwaar letsel bij een enkeling of gering letsel bij velen Gemiddelde toename onveiligheids- gevoelens € 10.001 tot 100.000 Aantasting leefomgeving van enige duur Groot gevaar voor de volksgezondheid Gemiddeld bestuurlijk belang of aantasting imago 4 Dood van een enkeling of ernstig letsel bij velen Grote toename onveiligheids- gevoelens € 100.001 tot 1.000.000 Aantasting leefomgeving lange duur Veel ziektegevallen en/of enkel sterfgeval Groot bestuurlijk belang of aantasting imago 5 Meer doden Zeer grote toename onveiligheids- gevoelens € > 1.000.001 tot Vernietiging (deel van) leefomgeving Meerdere sterfgevallen Zeer groot bestuurlijk belang of aantasting imago De score van nadelige gevolgen is een inschatting van de afdeling Bwt. Na deze waardering bepaalt de afdeling het risico voor de gemeente door een inschatting van de kans op overtreding van de wet- en regelgeving. In cijfers: 1 is zeer klein, 2 is klein, 3 is gemiddeld, 4 is groot, 5 is zeer groot. De methode is niet objectief, maar het biedt wel de mogelijkheid om naleeftekorten te vergelijken en daarop prioriteiten te bepalen. De risico-inschatting komt als volgt tot stand: Het gemiddelde van de negatieve effecten (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.