Nadere Subsidieregels Interreg V-A programma Euregio Maas-Rijn 2019-2022Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg in de hoedanigheid van Managementautoriteit voor het Samenwerkingsprogramma Interreg V-A Euregio Maas-Rijn 2014-2020 conform het besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 25 juni 2016, nr. DGBI-I&K / 16083120, houdende aanwijzing van de managementautoriteit, de certificeringsautoriteit en het Comité voor het samenwerkingsprogramma Euregio Maas-Rijn 2014-2020; Gelet op Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006; Gelet op Verordening (EU) nr. 1299/2013 van Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling ‘Europese territoriale samenwerking’ Gelet op Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 481/2014 van de Commissie van 4 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot specifieke regels betreffende de subsidiabiliteit van de uitgaven voor samenwerkingsprogramma's (Pb EU 2014, L138); Gelet op de EFRO Uitvoeringswet; Gelet op de Regeling Europese EZ subsidies (REES) programmaperiode 2014-2020; Overwegende dat het Comité van Toezicht op 28 juni 2016 ingestemd heeft met de uitgangspunten van de Nadere Subsidieregels; Overwegende dat de Managementautoriteit verantwoordelijk is voor de uitvoering van het Samenwerkingsprogramma Euregio Maas-Rijn en de inzet van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling voor de ontwikkeling van de Euregio Maas-Rijn tot een moderne kennisregio en een technologische topregio met een concurrerende economie en een hoge levenskwaliteit in een inclusieve gemeenschap die banen schept; Overwegende dat de subsidiabele activiteiten breed ingevuld kunnen worden en deze ruime invulling ten behoeve van een optimaal bereik van de doelstelling wordt beoogd, toetst de Managementautoriteit of het totaal aan overheidsbijdragen aan de subsidieontvanger niet meer bedraagt dan volgens Europeesrechtelijke bepalingen inzake staatssteun is toegestaan. In het bijzonder acht de Managementautoriteit in het kader van rechtvaardiging van staatssteun, de volgende steunmaatregelen van toepassing: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014; Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb L 352/1 van 24 december 2013. Besluiten op 30 april 2019 vast te stellen de volgende regeling: NADERE SUBSIDIEREGELS INTERREG V-A PROGRAMMA EUREGIO MAAS-RIJN 2019 - 2022 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014; Awb: Algemene wet bestuursrecht; Comité van Toezicht: het comité dat toezicht houdt op de uitvoering van het samenwerkingsprogramma (‘toezichtcomité’) conform artikel 47, 48 en 49 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en aangewezen als Comité van Toezicht INTERREG V-A Euregio Maas-Rijn 2014 – 2020, zoals bedoeld in artikel 3, van het besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 25 juni 2016, nr. DGBI-I&K / 16083120, houdende aanwijzing van de managementautoriteit, de certificeringsautoriteit en het Comité voor het samenwerkingsprogramma Euregio Maas-Rijn 2014-2020; De-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU L 352/9 van 24 december 2013, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; De-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU L 352/9 van 24 december 2013; EFRO: Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling; Kostencatalogus: Catalogus met nadere uitwerking van subsidiabele en niet-subsidiabele kosten voor het Samenwerkingsprogramma opgesteld op grond van artikel 18, tweede lid, van verordening (EU) nr. 1299/2013 en goedgekeurd door het Comité van Toezicht op 28 juni 2016 en gepubliceerd op de website van het samenwerkingsprogramma (www.interregemr.eu); Lead partner: een rechtspersoon, eenmanszaak of personenvennootschap die namens een samenwerkingsverband optreedt als subsidieaanvrager; Managementautoriteit: Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg zijn aangewezen als Managementautoriteit, zoals bedoeld in artikel 123, eerste lid, van verordening (EU) nr. 1303/2013 voor het Samenwerkingsprogramma en zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 25 juni 2016, nr. DGBI-I&K / 16083120, houdende aanwijzing van de managementautoriteit, de certificeringsautoriteit en het Comité voor het samenwerkingsprogramma Euregio Maas-Rijn 2014-2020; MKB-onderneming: kleine en middelgrote onderneming, zoals gedefinieerd in bijlage 1 van de algemene groepsvrijstellingsverordening; Onderneming: eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd; Outputindicatoren: indicatoren als bedoeld in artikel 27, vierde lid, onder b, van verordening (EU) nr. 1303/2013 en uitgewerkt in hoofdstuk 2 van het Samenwerkingsprogramma; Programmagebied: grondgebied van de Euregio Maas-Rijn, zoals gedefinieerd in de bijlage van het Samenwerkingsprogramma Interreg V-A Euregio Maas-Rijn 2014-2020; REES: Regeling Europese EZ subsidies (Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 28 juni 2015, nr. WJZ / 15083650, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen op het terrein van Economische Zaken (Regeling Europese EZ-subsidies); inclusief wijziging van de Regeling Europese EZ-subsidies in verband met het samenwerkingsprogramma Euregio Maas-Rijn van 25 juni 2016, nr. WJZ/16083058 of een opvolger van deze regeling; Samenwerkingsprogramma: Interreg V-A Euregio Maas-Rijn 2014-2020 programma; gezamenlijk programma als bedoeld in artikel 96 van verordening (EU) nr. 1303/2013, goedgekeurd door de Europese Commissie op 9 december 2015 (2014TC16RFCB001); Dit programma is te vinden op de website www.interregemr.eu; Verordening (EU) nr. 1299/2013 van Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling ‘Europese territoriale samenwerking’; Verordening (EU) nr. 1303/2013: Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013, houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006, Pb L 347/320 van 20 december 2013. Artikel2Doelstelling van de regeling De regeling stelt subsidie beschikbaar voor projecten die bijdragen aan de doelstelling van het Samenwerkingsprogramma zoals in het Samenwerkingsprogramma beschreven en verwerkt: “Het ondersteunen van projecten die bijdragen aan de ontwikkeling van de Euregio Maas-Rijn tot een moderne kennisregio en een technologische topregio met een concurrerende economie en een hoge levenskwaliteit in een inclusieve gemeenschap die banen schept.” Artikel3Aanvrager en begunstigde 1.Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door een lead partner. 2.Rechtspersonen en personenvennootschappen in het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 4, eerste lid, sub b, zijn de begunstigden van de subsidie. Hoofdstuk2Criteria Artikel4Algemene subsidiecriteria 1.Om voor subsidie in aanmerking te komen, gelden de volgende algemene criteria: De resultaten van het project komen ten goede aan het programmagebied; Er dient sprake te zijn van een samenwerkingsverband dat bestaat uit minimaal twee rechtspersonen uit twee verschillende lidstaten uit het programmagebied; Het project draagt bij aan de doelstelling van het programma, zoals geformuleerd in artikel 2 en past binnen een van de prioritaire assen, zoals geformuleerd in artikel 5; Het project scoort op één of meer van de outputindicatoren behorende tot de desbetreffende prioritaire as; Het project mag maximaal drie jaar duren, de start- en einddatum worden in de verleningsbeschikking opgenomen; Het project start niet eerder dan 1 januari 2020. 2.Indien sprake is van staatssteun, moet, om voor subsidie in aanmerking te komen, het project: passen binnen een van de artikelen van de algemene groepsvrijstellingsverordening, voldoen aan de voorwaarden van het betreffende artikel en voldoen aan de algemene en procedurele bepalingen in Hoofdstuk I en II van de betreffende verordening; of voldoen aan de voorwaarden genoemd in de de-minimisverordening; of voldoen aan de voorwaarden van een andere vrijstelling. Artikel5Specifieke deelterreinen Subsidies kunnen worden ingediend voor projecten binnen een van de drie prioritaire assen van het Samenwerkingsprogramma: Prioritaire as 1: Innovatie 2020 Prioritaire as 2: Economie 2020 Prioritaire as 3: Sociale inclusie en opleiding Een nadere uitwerking van de prioritaire assen is terug te vinden in hoofdstuk 1 en 2 van het Samenwerkingsprogramma. Artikel6Selectie- en prioriteitscriteria 1.Om voor een subsidie in aanmerking te komen, dient een subsidieaanvraag aan onderstaande selectiecriteria te voldoen: Het project dient grensoverschrijdende samenwerking te versterken; Het project levert een bijdrage aan de doelstellingen en resultaten van het Samenwerkingsprogramma; Het project is haalbaar, duurzaam voor het programmagebied en heeft een meerwaarde voor andere projecten in het samenwerkingsprogramma; De resultaten van het project staan in verhouding tot het benodigde budget voor de uitvoering van het project (‘value for money’); 2.Subsidieaanvragen worden als volgt gerangschikt: De mate waarin wordt voldaan aan elk selectiecriterium zoals gesteld in het eerste lid en de uitwerking in de toelichting op dit artikel, zal beoordeeld worden door het Comité van Toezicht aan de hand van de volgende scoreschaal: Waardering Score Uitstekend 5 Goed 4 Voldoende 3 Zwak 2 Onvoldoende 1 Per aanvraag wordt een score toegekend per selectiecriterium. De punten per selectiecriterium worden bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal selectiecriteria om tot een totale gemiddelde score te komen. De aanvragen worden op basis van de totale gemiddelde score per prioritaire as gerangschikt. De totale gemiddelde score dient minimaal 3 te zijn. 3. Indien er sprake is van subsidieaanvragen binnen dezelfde prioritaire as met een gelijke score, wordt voorrang gegeven aan subsidieaanvragen die bijdragen aan outputindicatoren met achterblijvende prestaties. De outputindicatoren per achterblijvende prestaties zijn hieronder per prioritaire as vermeld waarbij geldt dat a de hoogste prioriteit heeft, dan b en zo verder, dit naar het oordeel van het Comité van Toezicht na advies van de Managementautoriteit: Prioritaire as 1PSI09 Aantal ondersteunde innovatiegerichte samenwerkingsprojecten tussen bedrijven CO27 Onderzoek, innovatie: particuliere investeringen die gelijke tred houden met overheidssteun voor innovatie of O&O-projecten CO06 Productieve investering: particuliere investeringen die zijn afgestemd op overheidssteun voor ondernemingen (subsidies) CO02 Productieve investering: aantal ondernemingen dat steun ontvangt Prioritaire as 2CO08 Productieve investering: toename werkgelegenheid in ondersteunde bedrijven PSI05 Groei werkgelegenheid in ondersteunde KMO/MKB-bedrijven PSI06 Aantal ondersteunde projecten gericht op efficiënte omgang met hulpbronnen in (KMO/MKB) bedrijven PSI17 Aantal ondersteunde projecten gericht op het vergroten van energie-onafhankelijkheid in (KMO/MKB) bedrijven CO02 Productieve investering: aantal ondernemingen dat steun ontvangt PSI04 Aantal KMO/MKB-bedrijven dat subsidie ontvangt PSI03 Aantal KMO/MKB-bedrijven dat steun ontvangt CO02 Productieve investering: aantal ondernemingen dat steun ontvangt CO04 Productieve investering: aantal ondernemingen dat niet-financiële steun ontvangt CO01 Productieve investering: aantal ondernemingen dat steun ontvangt CO05 Productieve investering: aantal nieuwe ondernemingen dat ondersteund wordt Prioritaire as 3PSI20 Aantal personen dat gebruik maakt van grensoverschrijdende sociale diensten Artikel7Verplichtingen subsidieontvanger Conform de artikelen 5.2.9 tot en met 5.2.13 van de REES gelden bij subsidieverlening de volgende verplichtingen: De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip. De in artikel 71, eerste lid, van verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde termijn van vijf jaar wordt in geval van het behoud van investeringen of van door het MKB gecreëerde werkgelegenheid, verkort tot drie jaar. De subsidieontvanger meldt aan de Managementautoriteit voorafgaand aan de wijziging van een project waarvoor subsidie wordt verstrekt, de voorgestelde wijziging betreffende de subsidieontvanger, de uit te voeren activiteiten of de te realiseren doelstellingen, de financiering van het project, en/of de planning of looptijd, Deze wijzigingen behoeven de goedkeuring van de Managementautoriteit. De subsidieontvanger doet naast het gestelde in het derde lid onverwijld schriftelijk melding aan de Managementautoriteit zodra aannemelijk is dat niet, niet tijdig of geheel niet aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan. De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle door hem gemaakte en betaalde kosten en de aan het project toe te rekenen opbrengsten kunnen worden afgelezen en gespecificeerd, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten een door middel van een inzichtelijke tijdschrijving controleerbare urenverantwoording per werknemer aanwezig dient te zijn, overeenkomstig de vereisten zoals vastgelegd in de Kostencatalogus. De subsidieontvanger is verplicht om medewerking te verlenen aan alle controles die voor de uitvoering van het programma noodzakelijk worden geacht. De Managementautoriteit kan ook andere verplichtingen verbinden aan de subsidie, waaronder rapportageverplichtingen over de inhoudelijke en financiële voortgang. Artikel8Afwijzingsgronden 1.Een aanvraag wordt afgewezen indien: het project niet bijdraagt aan de doelstelling van het samenwerkingsprogramma, zoals gedefinieerd in artikel 2; de subsidieaanvraag niet is ingediend door een aanvrager zoals gesteld in artikel 3, eerste lid en / of niet ten goede komt aan de begunstigde zoals genoemd in artikel 3, tweede lid; het project niet past binnen één van de drie prioritaire assen zoals gesteld in artikel 5; het project niet voldoet aan de algemene criteria in artikel 4. de subsidieaanvraag minder scoort dan 3 zoals gesteld in artikel 6. de subsidieaanvraag niet volledig is ontvangen of ontvangen is buiten de periode zoals vermeld in artikel 13; de subsidieaanvraag betrekking heeft op activiteiten die gericht zijn op de continuïteit van een onderneming of instelling; het project niet voldoet aan Europese regelgeving, bijvoorbeeld inzake staatssteun en / of aanbesteding; de totale subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 200.000; de aanvrager een ondernemer is tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het verdrag met de interne markt verenigbaar worden geacht (PbEU L 2014, 187); er sprake is van een onderneming in moeilijkheden zoals bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening. 2.Onverminderd het gestelde in het eerste lid, kan de Managementautoriteit kan geheel of gedeeltelijk afwijzend beslissen op een aanvraag indien blijkt dat de beoogde financiering door de overige financiers geheel of gedeeltelijk niet zal worden verleend. Hoofdstuk3Financiële aspecten Artikel9Subsidieplafond 1.Het Comité van Toezicht stelt voor de EFRO bijdrage het subsidieplafond per prioritaire as voor de indieningstermijn zoals vastgelegd in artikel 13 als volgt vast: - Prioritaire as 1: Innovatie 2020 10,9 miljoen euro EFRO - Prioritaire as 2: Economie 2020 13,4 miljoen euro EFRO - Prioritaire as 3: Sociale inclusie en opleiding 8,7 miljoen euro EFRO 2.Het Comité van Toezicht kan bij de beoordeling van de subsidieaanvragen besluiten om dit budget te verhogen met een bedrag dat vrijvalt als gevolg van het niet doorgaan van eerder goedgekeurde projecten dan wel een lagere vaststelling voor deze projecten. 3.De verdeling van het subsidieplafond per prioritaire as over de subsidieaanvragen vindt plaats op basis van de mate waarin wordt voldaan aan de selectiecriteria zoals gesteld in artikel 6. De Managementautoriteit adviseert hierover aan het Comité van Toezicht dat vervolgens een besluit neemt over de verdeling van het subsidieplafond over de subsidieaanvragen. De Managementautoriteit neemt het besluit van het Comité van Toezicht over in de beslissing op de aanvraag, zoals bedoeld in artikel 14. Artikel10Subsidiebedrag 1.De hoogte van de EFRO subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten. 2.Indien de aanvrager minder dan 50% van de subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste lid, aanvraagt, wordt slechts het gevraagde percentage aan subsidie verstrekt. 3.Indien sprake is van staatssteun en de activiteit voldoet aan een van de voorwaarden van artikel 4, lid 2 wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totaal aan overheidsbijdragen aan subsidieontvanger niet meer bedraagt dan volgens Europeesrechtelijke bepalingen inzake staatssteun is toegestaan is op grond van de algemene groepsvrijstellingsverordening, dan wel dat mogelijk is in het kader van de de-minimisverordening. Artikel11Subsidiabele en niet subsidiabele kosten 1.Ten aanzien van de subsidiabele en niet subsidiabele kosten gelden de regels en voorwaarden zoals vastgelegd in de Verordeningen (EU) nr. 1299/2013, (EU) nr. 1303/2013 en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 481/2014. Deze regels zijn voor het Samenwerkingsprogramma uitgewerkt in de Kostencatalogus. 2.Ingeval de inhoud van de Kostencatalogus tegenstrijdig is met de inhoud van de in het eerste lid genoemde Verordeningen, zijn de Verordeningen leidend bij het bepalen van de subsidiabele kosten. 3.Indien sprake is van staatssteun en de steun wordt verleend onder toepassing van de algemene groepsvrijstellingsverordening dan wel een andere vrijstelling, dan zijn de kosten slechts subsidiabel die genoemd zijn in het van toepassing zijnde artikel van de algemene groepsvrijstellingsverordening, dan wel de andere vrijstelling, op basis waarvan de subsidie wordt verstrekt. Hoofdstuk4Aanvraagprocedure Artikel12Indienen aanvraag 1. Een subsidieaanvraag voldoet in ieder geval aan de volgende vereisten: een subsidieaanvraag wordt ingediend bij de Managementautoriteit; een subsidieaanvraag kan alleen worden ingediend via het elektronisch systeem eMS met gebruikmaking van het daartoe door de Managementautoriteit vastgestelde aanvraagformulier (www.interregemr.eu); een subsidieaanvraag bevat ten minste: het volledig ingevulde aanvraagformulier; een partnerschapsovereenkomst, ondertekend door alle leden van het samenwerkingsverband; een zelfbeoordelingsformulier staatssteun een verklaring over de juridische status van alle leden van het samenwerkingsverband waaruit tevens blijkt dat er in het samenwerkingsverband geen sprake is van onderneming(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.