Beleidsregel integrale schuldhulpverlening gemeente Peel en MaasBURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN PEEL EN MAAS; Gelet op het bepaalde in artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Gelet op het bepaalde in artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht; Gelet op het bepaalde in artikel 2 lid 4 sub d en artikel 3, lid 2 en 3 Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; Overwegende dat het wenselijk is beleidsregels vast te stellen voor schuldhulpverlening zoals opgenomen in de hiervoor genoemde wetgeving en de gemeentelijke kaderstelling; BESLUITEN: Vast te stellen de volgende beleidsregel: Integrale schuldhulpverlening gemeente Peel en Maas Artikel1Begripsomschrijving In deze beleidsregel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken is; College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas; Fraude: de situatie waarin iemand door zijn handelen of nalaten een bestuursorgaan financieel benadeelt en dat wist, of redelijkerwijs had kunnen weten, waarbij dit heeft geleid tot het opleggen van een bestuurlijke boete dan wel een strafrechtelijke veroordeling, waaronder het terugvorderen van ten onrechte verstrekte bijstand. NVVK: Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet; Recidive: de situatie waarin iemand die zich eerder bij een schuldhulpverleningsinstantie (gemeente, Sociale Dienst, gemeentelijke kredietbank) heeft aangemeld voor hulp bij problematische schulden, na dossiersluiting terugkeert omdat opnieuw of nog steeds sprake is van problematische schulden (dus zowel na een geslaagd traject als na een voortijdig beëindigde hulpverlening); Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Voor het overige zijn de begripsbepalingen zoals bedoeld in artikel 1 Wgs en de gedragscodes van de NVVK zijn in deze regels van overeenkomstige toepassing. Artikel2Doelgroep Degene die als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven in de gemeente Peel en Maas; De zelfstandige wiens onderneming niet levensvatbaar is onder de voorwaarden dat: de zelfstandige feitelijk stopt met de onderneming én; waarvan de onderneming niet economisch meer actief is én; de zelfstandige zich laat uitschrijven bij de Kamer van Koophandel. Uitzondering op artikel 2, eerste lid van dit artikel, is de situatie waarbij belanghebbenden naar een andere gemeente verhuisd nadat de aanvraag om schuldhulpverlening is ingediend. Hiervoor geldt dat indien een schuldenregeling tot stand is gekomen, het dossiers in behandeling blijft bij het college. Artikel3Aanvraag Belanghebbende doet een schriftelijk aanvraag voor schuldhulpverlening en maakt hiervoor gebruik van het door het college vastgestelde aanvraagformulier; Fraude voorafgaande aan een aanvraag voor schuldhulpverlening: In geval van fraude door aanvrager in een periode voorafgaande aan de aanvraag schuldhulpverlening, wordt de aanvraag niet eerder dan 5 jaar na het plegen van deze fraude, toegekend. Artikel4Uitvoering De uitvoering van de verschillende vormen van schuldhulpverlening vindt plaats conform de betreffende gedragscodes en termijnen van de NVVK en de Wgs. Onder uitvoering, zoals genoemd in lid 1 van dit artikel wordt verstaan: Melding: tijdens de melding (telefonisch, per e-mail of in persoon aan de balie) wordt beoordeeld of belanghebbende inwoner van de gemeente Peel en Maas is, inkomen heeft, niet uitgesloten is van schuldhulpverlening op grond van artikel 2, 3 lid 2 en 8 van deze beleidsregel en of er sprake is van een bedreigende situatie Informatie en advies: Tot informatie en advies (waaronder begrepen doorverwijzing naar derden) kan worden besloten indien het mogelijk wordt geacht om een duurzaam financieel evenwicht te bereiken voor belanghebbende zonder dat een beroep gedaan wordt op herfinanciering, schuldregeling of stabilisatie. Ook kan informatie en advies verstrekt worden indien geen recht op schuldhulpverlening bestaat vanwege fraude, recidive of het niet voldoen aan de vereisten zoals vermeld in resp. artikel 3, 5, 7 van deze beleidsregel. Er wordt dan informatie en advies verstrekt over eventuele andere mogelijkheden tot oplossing van de problematische schuldensituatie; Intake: tijdens de intake wordt de zelfredzaamheid van belanghebbende getoetst, de omvang van de schulden en – eventueel – vermogen vastgesteld. Daarnaast wordt samen met belanghebbende een plan van aanpak ontwikkeld. Ten aanzien van voertuigen hanteert het college de richtprijs zoals deze is opgenomen in de koerslijst ‘ANWB Auto Dashboard’ onder situatie ‘Inruil bij autobedrijf’. Het plan van aanpak en de daaraan verbonden contracten zijn leidend voor de voortgang van het schuldhulpverleningstraject; Crisisinterventie: het doel van crisisinterventie is het afwenden van een crisis en daarmee de mogelijkheid creëren om de schuldenaar te helpen via de reguliere schuldhulpverlening. Deze interventie wordt binnen 3 werkdagen gestart op grond van artikel 4 lid 2 van de Wgs, Budgetcoaching: Hulpverlening door middel van advisering en begeleiding van aanvrager inzake beheer van zijn financiële huishouding; Budgetbeheer: Het geheel van activiteiten in het kader van het beheren van het inkomen van de aanvrager en het overeenkomstig het vastgestelde budgetplan verrichten van betalingen namens aanvrager en het beheren van alle inkomsten van de schuldenaar middels een rekening bij een financiële instelling. De schuldenaar is verplicht zijn gehele inkomen te laten storten op deze rekening; Stabilisatie : stabilisatie vloeit voort uit het plan van aanpak zoals genoemd in artikel 3 lid 2 sub c van deze beleidsregel. Het doel van de stabilisatiefase is het in evenwicht brengen en houden van inkomsten en uitgaven van belanghebbende. Zodra dit het geval is, kan worden gestart met de schuldregeling. Het (breed) moratorium kan worden ingezet om stabilisatie mogelijk te maken doch niet door aanvrager afgedwongen worden bij het College; Betalingsregeling: de betalingsregeling is gericht op het 100% terugbetalen van schulden waarbij een overeenkomst wordt opgesteld welke door alle partijen ondertekent moet worden; Schuldsanering; de schuldsanering is gericht op het sanering van de schulden door het bewerkstelligen van een minnelijke regeling van de totale schuldenlast. Hierbij wordt een schuldbemiddelingsovereenkomst of Schuldsaneringskredietovereenkomst welke door alle partijen ondertekend moet worden. Het tijdstip van aanvraag, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van deze beleidsregel is bepalend voor de goederen dat tot de regeling behoort. De vaststelling vindt plaats conform art 295 FW; Voorbereiding WSNP-aanvraag; indien via schuldbemiddeling of schuldsanering geen akkoord kan worden bereikt met alle schuldeisers of indien vanwege een andere reden het minnelijke traject niet kan starten dan wel mislukt, kan een beroep worden gedaan op de WSNP. Op grond van artikel 285 lid 1 sub e FW verklaart het college daartoe met redenen omkleed dat er geen reële mogelijkheden zijn tot buitengerechtelijke sanering en verklaart tevens over welke aflossingsmogelijkheden schuldenaar beschikt. Artikel5Algemene verplichtingen. Vanaf het moment dat belanghebbende zich voor schuldhulpverlening heeft gewend tot het college gelden de volgende algemene verplichtingen: Belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de op hem van toepassing zijnde schuldhulpverlening of voor de uitvoering van de Wet en deze beleidsregel; Belanghebbende verleent toestemming voor het inwinnen bij en het verstrekken van informatie aan derden voor zover relevant voor de schuldhulpverlening; Belanghebbende is desgevraagd verplicht alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de Wet en deze beleidsregel; Belanghebbende verplicht zich om maximale, aantoonbare inspanningen te verrichten om zijn inkomsten te vergroten ten behoeve van de schuldeisers; Vanaf het moment dat de aanvraag is ingediend geldt daarnaast de verplichting dat: er geen nieuwe schulden meer ontstaan door toedoen van aanvrager; aanvrager, indien dit noodzakelijk wordt geacht, over een basisbankrekening dient te beschikken. Artikel6Bijzondere verplichtingen Naast de algemene verplichtingen vermeld in artikel 5 van deze beleidsregel zijn, in ieder geval, de volgende bijzondere verplichtingen van toepassing bij betalingsregeling, zoals bedoeld in artikel 4 lid 2 sub h, en schuldsanering, zoals bedoeld in artikel 4 lid 2 sub j van deze beleidsregel: de schuldbemiddeling wordt gedaan op basis van gelijkberechtiging van schuldeisers; vorderingen waaraan zekerheden zijn verbonden worden als concurrente vorderingen erkend ná uitwinning van de zekerheid; betaling aan schuldeisers geschiedt naar evenredigheid van hun vordering, met dien verstande, dat de schuldeisers met een wettelijke preferentie een twee keer zo hoog percentage als de concurrente schuldeisers ontvangen tot maximaal het beloop van hun vordering; schuldbemiddeling wordt aangemeld bij de Stichting Bureau Krediet Registratie te Tiel, uitkeringen uit gemeentelijke en particuliere fondsen aan of ten behoeve van de schuldenaar in het kader van de schuldbemiddeling komen alle schuldeisers ten goede op basis van gelijkberechtiging; de aflossingsverplichtingen worden correct en stipt nagekomen door belanghebbende. Het college kan daarnaast overige, op individuele basis vast te stellen, voorwaarden en verplichtingen opleggen. Deze verplichtingen worden opgenomen in het besluit tot schuldbemiddeling of Schuldenregeling en in het plan van aanpak. Indien gedurende de periode van schuldbemiddeling niet meer wordt voldaan aan deze voorwaarden en/of verplichtingen wordt de schuldhulpverlening beëindigd. Artikel7Beëindiging schuldhulpverlening In navolgende situaties wordt de schuldhulpverlening met onmiddellijke ingang beëindigd: Fraude; Het schenden van de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 6 Wgs en dat geen financiële benadeling van de uitkering of inkomensvoorziening van de gemeente Peel en Maas tot gevolg heeft maar wel voor de schuldeisers; Het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht zoals bedoelt in artikel 7 Wgs en artikel 5 van deze beleidsregel, nadat belanghebbende in de gelegenheid is gesteld dit verzuim te herstellen binnen een redelijke termijn; Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en/of instanties die zijn belast met de uitvoering van de schuldhulpverlening; Belanghebbende niet langer inwoner is van de gemeente Peel en Maas en er nog geen minnelijke schuldbemiddeling tot stand is gekomen. Het beëindigen van de schuldhulpverlening op grond van lid 1, sub a tot en met e van dit artikel kan tot gevolg hebben dat de bijzondere bijstand, die wordt betaald voor de kosten van inkomensbeheer, wordt stopgezet; Onverminderd overige bepalingen in deze beleidsregel wordt de schuldhulpverlening beëindigd nadat: de schulden volledig zijn gekweten dan wel finale kwijting is verleend door de schuldeisers; belanghebbende in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; beëindigen die voortvloeien uit het plan van aanpak en/of de daaronder liggende contracten; schuldeisers geen medewerking verlenen aan het minnelijk voorstel, dan staat alleen nog de mogelijkheid open voor een WSNP- traject. Het college maakt een afweging om een verzoek tot dwangakkoord bij de rechtbank in te dienen en informeert belanghebbende hier schriftelijk over. Als belanghebbende niet binnen 3 maanden na bekendmaking van het voornemen van genoemd verzoek, gebruik maakt van het recht om een WSNP aan te vragen, eindigt de gemeentelijke schuldhulpverlening; op schriftelijk verzoek van belanghebbende; belanghebbende is komen te overlijden Bij toepassing van dit artikel wordt de mate van verwijtbaarheid beoordeeld, alvorens over te gaan tot beëindiging van de schuldhulpverlening. In situaties waarin minderjarige inwonende kinderen deel uitmaken van het gezin dat een beroep doet op schuldhulpverlening wordt onderzocht in hoeverre de beëindiging gevolgen heeft voor de minderjarige kinderen. Artikel8Recidive Ten aanzien van recidive en de gevolgen die daaraan vanuit oogpunt van schuldhulpverlening zijn verbonden, wordt in de volgende situaties geen schuldhulpverlening aangeboden. Binnen zes maanden voorafgaande aan het verzoek een schuldhulpverleningstraject voortijdig is afgebroken tijdens de intakefase; Binnen 2 jaar nadat tijdens de eerder aangeboden schuldhulpverlening werd gestopt voorafgaande aan de start van het minnelijk traject. Uitzondering hierop is de situatie dat belanghebbende eerder heeft voldaan aan de voorwaarden die ten tijde van de eerdere begeleiding zijn opgelegd en daarbij uitdrukkelijk is aangegeven dat het voldoen aan deze voorwaarden leidt tot het verkorten van de wachttijd van 2 jaar; Binnen 5 jaar na afsluiting van de eerdere begeleiding nadat de eerder aangeboden schuldhulpverlening werd gestopt tijdens het minnelijke traject (na instemming door de schuldeisers) of na afloop van het minnelijk traject; Binnen 5 jaar na beëindiging van eerder geboden schuldhulpverlening nadat deze werd gestopt als gevolg van fraude. Artikel9Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen, ten gunste van de belanghebbende, afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien toepassing van deze regels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel10Citeertitel, inwerkingtreding en intrekking oude beleidsregel Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregel integrale schuldhulpverlening gemeente Peel en Maas; De beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2019; De beleidsregel integrale schuldhulpverlening Peel en Maas d.d. 19 maart 2018 wordt met ingang van 1 januari 2019 ingetrokken. Panningen, 13 mei 2019Burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas,de gemeentesecretaris/directeur, de burgemeester,L.P.H. Breukers W.J.G. Delissen-van TongerloToelichting Algemeen Per 1 juli 2012 is de Wet gemeentelijk schuldhulpverlening in werking getreden. Deze wet heeft voor gemeenten een aantal consequenties. In het aanbod van schuldhulpverlening mag niet alleen aandacht zijn voor de financiële problemen, maar ook voor eventuele –daarmee samenhangende- immateriële problematiek. Een voorbeeld hiervan is stress en/of psychische problemen als gevolg van schulden. Van de gemeente wordt verwacht dat zij probeert een schuldregeling te treffen. Verder moet de gemeente zorgen voor activiteiten om (problematische) schulden te voorkomen (preventie) en nazorg. Als een definitieve schuldregeling (nog) niet mogelijk is, zal de gemeentelijke schuldhulpverlener proberen te voorkomen dat de schulden verder oplopen. In Nederland heeft 1 op de 6 huishoudens problematische schulden of loopt het risico om deze te krijgen (bron: rijksoverheid.nl/onderwerpen/armoede en schulden). Dat zijn schulden waar huishoudens zelf niet meer uitkomen. Zorgen over onbetaalde rekeningen en oplopende schulden leiden tot spanningen in het gezin. Alle gezinsleden hebben op en of andere manier last van de schulden. Dit kan zijn doordat er geen geld is voor uitstapjes of ontspanning of kinderen niet mee kunnen gaan met bijv. een schoolreisje. Slechts een kwart van de huishoudens met problematische schulden vraagt schuldhulpverlening aan. Het college wil dat deze mensen in sneller worden bereikt met een passend aanbod. Doordat mensen met schulden in sneller worden bereikt, voorkomen we persoonlijke en maatschappelijke kosten. Toelichting per artikel Artikel 1Begripsomschrijving Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 2Doelgroep Lid 1 heeft geen toelichting nodig. Lid 2: Zelfstandigen Volgens Wgs vallen zelfstandige ondernemers niet onder de doelgroep. Dit wil zeggen voor zover het gaat om zelfstandigen met een nog functionerende onderneming of bedrijf. Die groep kan bij financiële problemen aankloppen bij een bank voor extra krediet. Als dat niet mogelijk is, kan de zelfstandige een aanvraag doen voor bijstand op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004). In dat geval zal de gemeente onderzoek doen naar de levensvatbaarheid van de onderneming. Hierin wordt onderzocht of de onderneming een (nog) kans van slagen heeft. Is de onderneming levensvatbaar, dan kan de gemeente een lening verstrekken(bedrijfskrediet), waarmee schulden kunnen worden voldaan. Schuldhulpverlening is in dat geval niet meer aan de orde op grond van de Wgs. Als de onderneming niet levensvatbaar is, bestaat vaak geen andere mogelijkheid dan het stoppen van de onderneming. In het geval de zelfstandige besluit te stoppen met de onderneming, kan hij vragen om schuldhulpverlening. Volgens de wetgever gelden dan wel twee voorwaarden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.