Uitvoeringsbesluit re-integratieverordening Participatiewet gemeente Rijssen-Holten 2019Het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten; gelet op artikel 4 lid 2 van de re-integratieverordening Participatiewet gemeente Rijssen-Holten 2017; besluit: 1. Het uitvoeringsbesluit re-integratieverordening Participatiewet gemeente Rijssen-Holten 2017 per 1 juni 2019 intrekken, 2. Het uitvoeringsbesluit re-integratieverordening Participatiewet gemeente Rijssen-Holten 2019 vaststellen en in werking laten treden op 1 juni 2019. Begripsomschrijvingen Artikel1Begripsomschrijvingen In dit besluit wordt verstaan onder: verordening: de re-integratieverordening Participatiewet gemeente Rijssen-Holten 2017; anw-er: een persoon met een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet die als werkloze werkzoekende staat ingeschreven bij het UWV; niet-uitkeringsgerechtigde: persoon als bedoeld in de wet, artikel 6, eerste lid onder a; doelgroep loonkostensubsidie: personen als bedoeld in de wet, artikel 7, eerste lid, onderdeel a, of personen zoals beschreven in artikel 10d, lid 2 van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid dan wel daaraan gerelateerd met deeltijdarbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, dan wel het minimum-uurloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben; re-integratie voorzieningen: voorzieningen gericht op regulier werk als bedoeld in de verordening; loonwaarde bepaling: het verkrijgen van inzicht in de competenties en het functioneren van een werknemer; no-riskpolis: een verzekering voor de werkgever bij ziekte van een werknemer. beschutte baan: een dienstbetrekking overeenkomstig de participatievoorziening beschut werk conform artikel 10b van de Participatiewet. geïndiceerde: een inwoner uit de gemeente Rijssen-Holten die volgens een indicatiebeschikking van het UWV uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. geïndiceerde jongere: persoon die ten tijde van de indicatiebeschikking nog geen 27 jaar is. uitvoeringsorganisatie: privaatrechtelijke rechtspersoon die door het college is aangewezen ten behoeve van de uitvoering van het werkgeverschap voor de beschutte banen. wachtlijst: overzicht van de door het UWV geïndiceerde ingezetenen die, geen beschutte dienstbetrekking hebben en beschikbaar zijn om een dergelijke dienstbetrekking te aanvaarden. Beperkingen Artikel2Anw-ers en niet-uitkeringsgerechtigden 1.Het college kan aan anw-ers en niet-uitkeringsgerechtigden re-integratie voorzieningen aanbieden om daarmee arbeidsinschakeling mogelijk te maken. 2.De re-integratie voorzieningen die kunnen worden aangeboden zijn bij voorkeur: groepsgerichte activiteiten en begeleiding; ondersteuning bij het vinden van een werkstage, proefplaatsing of regulier werk. 3.Bij het aanbieden van re-integratie voorzieningen anders dan bedoeld in lid 2 van dit artikel wordt een afweging gemaakt tussen de op korte termijn te verwachten baten en kosten van de in te zetten voorziening, waarbij de goedkoopste adequate voorziening het uitgangspunt is. 4.De beperkingen als bedoeld in lid 2 en 3 van dit artikel zijn niet van toepassing op schoolverlatende leerlingen afkomstig van het PrO, VSO of ROC-entree onderwijs. 5.Een re-integratie voorziening moet worden aangevraagd bij het college. Voor het aanvragen dient de anw-er of niet-uitkeringsgerechtigde gebruik te maken van een formulier dat door het college is vastgesteld. 6.Met de anw-er of niet uitkeringsgerechtigde die een re-integratievoorziening krijgt aangeboden wordt een trajectovereenkomst afgesloten waarin de rechten en verplichtingen over en weer zijn weergegeven. Artikel3Eigen bijdrage kosten voorziening 1.Het college verlangt van de anw-er of niet-uitkeringsgerechtigde van 27 jaar en ouder een bijdrage in de kosten van de voorziening indien dit een voorziening betreft zoals vermeld in artikel 2 lid 3 van dit uitvoeringsbesluit. 2.De eigen bijdrage van de anw-er of niet-uitkeringsgerechtigde van 27 jaar en ouder is een bedrag ter hoogte van een percentage van 10% van het netto jaarinkomen voor het gedeelte waarmee het inkomen de 110% van de toepasselijke bijstandsnorm overstijgt. Artikel4Terugvordering 1.Indien de anw-er of niet-uitkeringsgerechtigde die gebruik maakt van een voorziening, de verplichtingen zoals genoemd in de afgesloten trajectovereenkomst verwijtbaar niet of onvoldoende nakomt, kan het college het door haar gefinancierde gedeelte van de kosten van de voorziening geheel of gedeeltelijk terugvorderen. 2.Geen terugvordering vindt plaats als: alle verwijtbaarheid ontbreekt, door de gemeente geen actie ondernomen wordt de anw-er of nugger te houden aan zijn trajectverplichtingen. 3.Kosten van de voorziening behoudens voor zover het betreft de vastgestelde eigen bijdrage die door de gemeente gemaakt zijn op grond van door de anw-er of niet-uitkeringsgerechtigde verstrekte onjuiste of onvolledige inlichtingen kunnen te allen tijde geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd. 4.Het college stelt de hoogte van het terugvorderingsbedrag gelijk aan de hoogte van de maatregel die zou zijn opgelegd aan een uitkeringsgerechtigde in vergelijkbare situatie. 5.Het college verhaalt de kosten van invordering op belanghebbende. Algemene voorzieningen Artikel5Arbeidsdeskundig onderzoek 1.Het college kan voorafgaand aan een re-integratietraject een onderzoek (laten) doen naar de belastbaarheid van de belanghebbende ten aanzien van het verrichten van werkzaamheden. 2.Een arbeidsdeskundig onderzoek kan bestaan uit: medisch onderzoek psychodiagnostisch onderzoek Artikel6Loonkostensubsidie 1.Loonkostensubsidie aan werkgevers is mogelijk ten behoeve van arbeidsplaatsen die worden vervuld door personen waarvan is vastgesteld dat zij behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2.Het college bepaalt de loonkostensubsidie nadat de loonwaarde is vastgesteld. 3.Lid 2 is niet van toepassing indien het college ten behoeve van arbeidsplaatsen gedurende de eerste zes maanden gebruik maakt van de mogelijkheid om een forfaitaire loonkostensubsidie toe te kennen. 4.De hoogte van de loonkostensubsidie is het verschil tussen het wettelijk minimumloon vermeerderd met de aanspraak op vakantietoeslag op grond van artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag en de loonwaarde van die persoon vermeerderd met de voor die persoon naar rato van de loonwaarde rechtens geldende vakantiebijslag 5.De loonkostensubsidie bedraagt maximaal 70% van het totale bedrag van het wettelijk minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag op grond van artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, vermeerderd met een bij ministeriële regeling nader te bepalen vergoeding voor werkgeverslasten. 6.De loonkostensubsidie wordt naar evenredigheid verminderd, indien de overeengekomen arbeidsduur korter is dan de normale arbeidsduur, bedoeld in artikel 12 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. 7.De loonkostensubsidie moet worden aangevraagd uiterlijk drie maanden na de ingangsdatum van de eerste arbeidsovereenkomst. Voor het aanvragen van de loonkostensubsidie dient de werkgever gebruik te maken van een formulier dat door het college is vastgesteld. 8.Het college stelt de loonkostensubsidie telkens na afloop van het kalenderjaar of overeengekomen periode vast op basis van de door het college te bepalen en door de werkgever aan te leveren documenten. 9.Het college kan voorschotten verstrekken na overlegging van een kopie van de eerste originele loonstrook. 10.De herbeoordelingsfrequentie van de loonwaarde wordt afgestemd op de individuele omstandigheden van de werknemer en het perspectief op eventuele ontwikkelingsmogelijkheden. 11.Het college kan onverschuldigd betaalde loonkostensubsidie van de werkgever terug- en invorderen conform artikel 4:57 Awb. Artikel7Persoonlijke ondersteuning (Jobcoaching) 1.Jobcoaching kan ingezet worden wanneer de werkgever een werknemer in dienst neemt die behoort tot de doelgroep Participatiewet en waarbij vaststaat dat de betreffende ondersteuning noodzakelijk is. 2.Om de noodzaak van inzet jobcoaching vast te stellen, kan het college een medisch advies dan wel arbeidsdeskundig advies inwinnen. Er is sprake van noodzaak wanneer de werknemer zonder de ondersteuning niet in staat is om zijn werkzaamheden in redelijkheid te verrichten. Bovendien moet er een behoefte zijn aan deze ondersteuning vanuit zowel werkgever als werknemer. 3.Om in aanmerking te kunnen komen voor jobcoaching dient ook aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan: Het moet gaan om systematische ondersteuning gedurende de van toepassing zijnde periode; Er moet sprake zijn van een dienstverband/arbeidsovereenkomst voor de duur van ten minste 6 maanden en voor minimaal 12 uur per week. Jobcoaching kan ook worden toegekend gedurende de werkstage of proefplaatsing; De ondersteuning kan zowel individueel als in groepsverband aangeboden worden. 4.De noodzaak van de voorziening persoonlijke ondersteuning wordt ieder half jaar her beoordeeld. Op basis van deze herbeoordeling kan de ondersteuning steeds met een halfjaar verlengd worden tot maximaal 2 jaar in totaal. Een verlenging van deze ondersteuning na 2 jaar kan uitsluitend plaatsvinden op aanvraag, tot maximaal totaal 3 jaar. Ook dan zal de noodzaak beoordeeld worden. De mate van begeleiding wordt bepaald door de arbeidsdeskundige. Deze beoordeelt aldus de noodzaak, de duur en de omvang van de betreffende voorziening. 5.Jobcoaching kan geregeld worden door de gemeente of door de werkgever. 6.Toekenning van de voorziening jobcoaching, vindt uitsluitend plaats op aanvraag. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van het aanvraagformulier dat door het college is vastgesteld. 7.Het college besluit, op advies en in overleg met de werknemer, werkgever en jobcoach wat de noodzakelijke ureninvestering is. Daarbij gelden onderstaande bedragen als maximumbedragen die geïnvesteerd kunnen worden in jobcoaching, waarbij er onderscheid wordt gemaakt tussen een licht en midden ondersteuningsregime (afhankelijk van ondersteuningsbehoefte van de werknemer). 8.De vergoeding (exclusief btw) bedraagt: Begeleidingsniveau Proef Plaatsing Max. 3 mnd. 1ste ½ jaar 2de ½ jaar 3de ½ jaar 4de ½ jaar Optioneel 5de ½ jaar Optioneel 6de ½ jaar Licht € 675,- € 1.350,- € 1.350,- € 700,- € 700,- € 700,- € 700,- Midden/Zwaar € 1.125,- € 2.250,- € 2.250,- € 1.350,- € 1.350,- € 700,- € 700,- Begeleiding in uren Proef Plaatsing Max. 3 mnd. 1ste ½ jaar 2de ½ jaar 3de ½ jaar 4de ½ jaar Optioneel 5de ½ jaar Optioneel 6de ½ jaar Licht 9 18 18 9 9 9 9 Midden/Zwaar 15 30 30 18 18 9 9 Artikel8Werkplekaanpassing 1.Werkplekaanpassing kan ingezet worden wanneer de werkgever een werknemer in dienst neemt die behoort tot de doelgroep Participatiewet en waarbij vaststaat dat de betreffende aanpassing of hulpmiddel noodzakelijk is. 2.Om de noodzaak van een werkplekaanpassing vast te stellen, kan het college een medisch advies dan wel arbeidsdeskundig advies inwinnen. Er is sprake van noodzaak wanneer de werknemer zonder de aanpassing of hulpmiddel niet in staat is om zijn werkzaamheden in redelijkheid te verrichten. Bovendien moet er een behoefte zijn aan deze ondersteuning vanuit zowel werkgever als werknemer. 3.Om in aanmerking te komen voor een werkplekaanpassing dient ook aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan: a.Daar waar mogelijk wordt in principe gekozen voor een verhuisbare aanpassing (meeneembare voorziening); b.Er moet sprake zijn van een dienstverband/arbeidsovereenkomst voor de duur van ten minste 6 maanden en voor minimaal 12 uur per week. Het behoort tot de mogelijkheden werkplekaanpassing al toe te kennen gedurende de werkstage of proefplaatsing, op voorwaarde dat schriftelijk de intentie is verstrekt dat na deze periode er een arbeidsovereenkomst volgt; c.Er is geen sprake van een voorliggende voorziening, bijvoorbeeld een besluit waaruit blijkt dat de desbetreffende werkgever zelf verantwoordelijk is voor de werkplekaanpassing. Algemeen gebruikelijke werkplekaanpassingen die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoren worden ook niet vergoed. Hiervan is sprake indien: a.van de werkgever, op basis van wat gangbaar is in de betreffende bedrijfsbranche, verwacht mag worden dat hij de investering zelf doet; en b.de gemeente biedt de meest adequate en goedkoopste oplossing, kwalitatief verantwoord. De kosten van de werkplekaanpassing dienen proportioneel zijn, dat wil zeggen dat de investering in de werkplekaanpassing moet opwegen tegen de opbrengsten van uitstroom naar werk. Bij de beoordeling of de kosten proportioneel zijn wordt onder andere betrokken de kosten van de werkplekaanpassing, de duur van de arbeidsovereenkomst in termen van looptijd (aantal maanden/jaren/bepaalde tijd/onbepaalde tijd); de omvang van de arbeidsovereenkomst in termen van het aantal uren dat de persoon gaat werken; en de opbrengsten in termen van besparing op de uitkeringslasten en eventuele andere lasten (bijvoorbeeld in het kader van de WMO) in relatie tot de kosten van de werkplekaanpassing. 6.De werkplekaanpassing wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld aan de werkgever. In specifieke gevallen kan besloten worden de werkplekaanpassing in eigendom te verstrekken. 7.Toekenning van de voorziening werkplekaanpassing, vindt uitsluitend plaats op aanvraag. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van het aanvraagformulier dat door het college is vastgesteld. Artikel9Reiskosten 1.Het college kan ter bevordering van re-integratie aan personen die behoren tot de doelgroep Participatiewet een reiskostenvergoeding toekennen. 2.Reiskosten kunnen worden vergoed indien de reisafstand tussen het woonadres en de onderwijsinstelling ten minste twee kilometer bedraagt. 3.Bij een reisafstand van twee tot en met tien kilometer, worden de reiskosten vergoed voor maximaal drie maanden. Na maximaal drie maanden wordt belanghebbende, na fietslessen te hebben gehad, geacht te kunnen fietsen en derhalve gebruik te maken van de fiets als vervoersmiddel. 4.Indien uit medisch onderzoek, uitgevoerd door een door de gemeente te bepalen onafhankelijke organisatie, blijkt dat belanghebbende niet staat is om te fietsen, kan het college besluiten de duur van de reiskostenvergoeding te continueren tot maximaal de duur van het inburgeringstraject, opleiding of re-integratietraject. 5.Wanneer de reisafstand tussen het woonadres en de onderwijsinstelling groter is dan tien kilometer, worden de reiskosten vergoed gedurende de hele periode waarin scholing wordt gevolgd, echter met een maximale duur van het inburgeringstraject, opleiding of re-integratietraject. 6.Wanneer belanghebbende in deeltijd scholing volgt, dan worden de reiskosten vastgesteld op basis van het gemiddeld aantal dagen per week. 7.Reiskosten worden maandelijks uitbetaald op basis van aanwezigheidsbewijs alsmede bewijsstukken van de gemaakte reiskosten. 8.Reiskosten worden vergoed op basis van de goedkoopste wijze van reizen met het openbaar vervoer, tussen het dichtstbijzijnde station bij het woonadres en het dichtstbijzijnde station bij het adres van de onderwijsinstelling. Artikel10Beschutte baan en wachtlijstbeheer 1.Het college brengt geïndiceerden in aanmerking voor een beschutte baan bij: een reguliere werkgever (indien daar een beschutte werkplek gerealiseerd kan worden) of bij de daarvoor aangewezen uitvoeringsorganisatie 6.overeenkomstig hun voorrang volgens lid 7 van dit artikel. 2.Om doorstroming naar een reguliere werkgever te bevorderen wordt door de in lid 1 onder b bedoelde uitvoeringsorganisatie, zolang dat binnen de wettelijke kaders is toegestaan een tijdelijke arbeidsovereenkomst aangeboden. 3.Het college plaatst de geïndiceerde ingezetene op de wachtlijst binnen 8 weken nadat deze daarvoor in aanmerking komt, en doet hiervan mededeling aan de belanghebbende. 4.De plaatsing op de wachtlijst vervalt met ingang van de dag waarop: de indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking is ingetrokken; de indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking vervalt; de belanghebbende een beschutte baan heeft; de belanghebbende geen ingezetene meer is; de belanghebbende niet beschikbaar is om een beschutte baan te aanvaarden. 5.Het college doet van het vervallen van de plaatsing op de wachtlijst mededeling aan de belanghebbende. 6.Op diens verzoek informeert het college de belanghebbende binnen 2 weken over diens plaats op de wachtlijst. 7.De wachtlijst kent de volgende categorieën in volgorde van afnemende prioriteit: geïndiceerde jongeren; geïndiceerden met een Participatiewet uitkering; overige geïndiceerden. 8.Binnen elke categorie als genoemd in het vorige lid, geldt de volgorde waarin de indicatiebeschikking is afgegeven. 9.Het college beheert de wachtlijst op zorgvuldige wijze. 10.Het college kan ter voorbereiding op plaatsing op een werkplek een test- en trainingsperiode van maximaal 3 maanden inzetten. Artikel11Begeleidingskosten beschut werk 1.De voorziening begeleidingskosten beschut werk kan worden ingezet wanneer een werkgever een beschut werk geïndiceerde in dienst neemt. 2.Om in aanmerking te kunnen komen voor de voorziening begeleidingskosten beschut werk dient er sprake te zijn van een dienstverband/arbeidsovereenkomst voor de duur van ten minste 6 maanden en voor minimaal 12 uur per week. 3.De noodzaak van de voorziening begeleidingskosten beschut werk wordt 1 x per 3 jaar her beoordeeld. Op basis van deze herbeoordeling kan inzet van de voorziening begeleidingskosten beschut werk steeds met 3 jaar worden verlengd. De noodzaak van de begeleiding wordt in combinatie met een loonwaardemeting bepaald door de arbeidsdeskundige. 4.Begeleiding wordt geregeld door de werkgever. 5.Toekenning van de voorziening begeleidingskosten beschut werk, vindt uitsluitend plaats op aanvraag. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van het aanvraagformulier dat door het college is vastgesteld. 6.Het college besluit op basis van het dienstverband/arbeidsovereenkomst en bij herbeoordeling over de hoogte van de bijdrage. 7.De maximale vergoeding bedraagt bij een arbeidsduur van 31 uur per week het bedrag inclusief btw waarmee door het Rijk is gerekend. 8.De bijdrage wordt naar evenredigheid verminderd, indien de overeengekomen arbeidsduur korter is dan 31 uur per week. Artikel12Ondersteuning bij leerwerktraject 1.Het college kan ondersteuning bij een leerwerktraject inzetten voor personen zoals vermeld in artikel 13 van de verordening. 2.Een ontwikkeltraject voor schoolverlatende jongeren VSO of PRO wordt mede beschouwd als een leerwerktraject. 3.Het college kan overgaan tot bekostiging van deelname aan het ontwikkeltraject uit lid 2 van dit artikel indien: de jongere de studie heeft beëindigd en is uitgeschreven, en het ontwikkeltraject gericht is op ontwikkeling naar loonvormend werk. 4.Bij het ongewijzigd voortzetten van een ontwikkeltraject kunnen de kosten voor een periode van maximaal 12 maanden, tot een maximaal bedrag van € 22,- per dagdeel en een maximaal totaalbedrag van € 3.600,- (exclusief btw) worden toegekend. 5.Ten minste 1 maand voor het verstrijken van de afgesproken trajectperiode van het ontwikkeltraject doet het college onderzoek naar het ontwikkelperspectief van de jongere richting loonvormend werk. 6.Het college kan bij een potentieel ontwikkelperspectief overwegen de termijn van 12 maanden met maximaal 2 x 6 maanden te verlengen. Artikel13Intrekking oude regeling Het uitvoeringsbesluit re-integratieverordening gemeente Rijssen-Holten 2017 wordt per 1 juni 2019 ingetrokken. Artikel14Inwerkingtreding Dit uitvoeringsbesluit treedt per 1 juni 2019 in werking. Artikel15Overgangsrecht 1.Besluiten die zijn genomen onder de werking van het uitvoeringsbesluit re-integratieverordening gemeente Rijssen-Holten 2017 en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van dit uitvoeringsbesluit, worden aangemerkt als besluiten krachtens dit uitvoeringsbesluit. 2.Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit uitvoeringsbesluit een aanvraag om een beschikking op grond van het uitvoeringsbesluit re-integratieverordening gemeente Rijssen-Holten 2017 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop dit uitvoeringsbesluit toegepast. 3.Indien toepassing van lid 2 van dit artikel leidt tot benadeling van de werkloze werkzoekende dan is de oude regeling van toepassing. Artikel16Citeertitel Dit uitvoeringsbesluit kan worden aangehaald als: Uitvoeringsbesluit re-integratieverordening Participatiewet gemeente Rijssen-Holten 2019. Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders op 19 april 2019.A.C. van Eck A.C. Hoflandsecretaris burgemeesterToelichting Artikelsgewijs Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit artikel worden omschrijvingen gegeven van begrippen die in het uitvoeringsbesluit voorkomen, en waarvan het van belang is dat er telkens hetzelfde onder wordt verstaan. Bij het omschrijven van de begrippen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen in de Participatiewet en de Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Rijssen-Holten 2015. Artikel 2 Anw-ers en niet-uitkeringsgerechtigden Anw-ers en niet-uitkeringsgerechtigden zijn conform het vastgestelde beleidsplan Participatiewet geen prioritaire doelgroep. Op grond van deze keuze biedt het college deze doelgroep een limitatief aanbod van voorzieningen aan. Bij het aanbieden van re-integratie voorzieningen voor deze doelgroep wordt een afweging gemaakt tussen de op korte termijn te verwachten baten en kosten van de in te zetten voorziening, waarbij de goedkoopste adequate voorziening het uitgangspunt is. Het college vindt het van belang dat instroom in de uitkering van een werkzoekende afkomstig van een PrO, VSO of ROC-entree onderwijs zo veel mogelijk voorkomen moet worden. Juist voor deze groep moet worden ingezet op zo mogelijk directe doorstroom van school naar werk. Daarom is besloten dat de beperkingen als bedoeld in lid 2 en 3 van dit artikel niet van toepassing zijn op schoolverlatende leerlingen afkomstig van het PrO, VSO of ROC-entree onderwijs. Voor het aanvragen van een voorziening dient de anw-er of niet-uitkeringsgerechtigde gebruik te maken van een formulier dat door het college is vastgesteld. Artikel 3 Eigen bijdrage kosten voorziening In aansluiting op het percentage dat gehanteerd wordt in het minimabeleid heeft het college besloten om de aanvrager van een voorziening (indien dit een voorziening betreft zoals vermeld in artikel 2 lid 3 van dit uitvoeringsbesluit) met een inkomen hoger dan 110% van de bijstandsnorm een eigen bijdrage te laten voldoen. Het beperken van drempels zal bijdragen tot vergroting van de arbeidsparticipatie op de regionale arbeidsmarkt. Reden waarom is gekozen voor een eigen bijdrage ter hoogte van een percentage van 10% van het (gezins)inkomen voor het gedeelte waarmee het gezinsinkomen de 110% van de toepasselijke bijstandsnorm overstijgt. Artikel 4 Terugvordering Van anw-ers en niet-uitkeringsgerechtigden mag verwacht worden dat zij gebruik maken van een voorziening om hiermee hun mogelijkheden tot inschakeling in de arbeidsmarkt te vergroten. Het college maakt kosten ter financiering van de voorziening. Van de anw-er of niet-uitkeringsgerechtigde mag dan ook een actieve houding worden verwacht. Tevens mag van de anw-er of niet-uitkerings-gerechtigde verwacht worden zich te houden aan de verplichtingen. Wanneer de anw-er of niet-uitkeringsgerechtigde deze verplichtingen verwijtbaar niet of onvoldoende nakomt, kan het college het door haar gefinancierde gedeelte van de kosten van de voorziening geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Geen terugvordering vindt plaats als alle verwijtbaarheid ontbreekt of als geen actie ondernomen wordt de anw-er of niet-uitkeringsgerechtigde te houden aan zijn trajectverplichtingen. Kosten van de voorziening behoudens voor zover het betreft de vastgestelde eigen bijdrage die door de gemeente gemaakt zijn op grond van door de anw-er of niet-uitkeringsgerechtigde verstrekte onjuiste of onvolledige inlichtingen kunnen te allen tijde geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd. Om rechtsgelijkheid te bevorderen stelt het college de hoogte van het terug te vorderen bedrag gelijk aan de hoogte van de maatregel die zou zijn opgelegd aan een uitkeringsgerechtigde in vergelijkbare situatie. Indien dit bedrag hoger is dan de kosten van de voorziening behoudens voor zover het betreft de vastgestelde eigen bijdrage wordt hiervan afgeweken. Indien de anw-er of niet-uitkeringsgerechtigde niet tijdig het terugvorderingsbedrag betaalt zal met betrekking tot de invorderingskosten worden aangesloten bij de werkwijze die wordt gehanteerd bij de terugvordering van kosten van bijstand. Artikel 5 Arbeidsdeskundig onderzoek Een arbeidsdeskundig onderzoek kan gestart worden op verzoek van de belanghebbende, als hij/zij zelf aangeeft beperkingen te hebben, maar ook op initiatief van het college, als er daar een vermoeden is van beperkingen voor de arbeidsinschakeling. Een arbeidsdeskundig onderzoek kan bestaan uit een medisch onderzoek en een psychodiagnostisch onderzoek. Het doel van het onderzoek is om enerzijds vast te stellen of er inderdaad sprake is van dergelijke beperkingen. Anderzijds wordt een advies gegeven op welke wijze arbeidsinschakeling misschien wel (in deeltijd) tot de mogelijkheden behoort. Artikel 6 Loonkostensubsidie Artikel 8 van de re-integratieverordening Participatiewet 2017 beschrijft de vorm van loonkostensubsidie voor de doelgroep loonkostensubsidie. Als aanvulling op artikel 8 van deze verordening zijn de uitvoeringsregels in dit artikel opgesteld. Hierbij is het van belang dat ook onderzoek plaats vindt naar een mogelijke aanspraak op mobiliteitsbonus. Van de werkgever die een aanvraag om loonkostensubsidie doet, wordt verwacht dat de werkzoekende een arbeidsovereenkomst wordt aangeboden. De loonkostensubsidie wordt gebaseerd op de resultaten uit een loonwaarde meting. Dit is niet het geval indien het college ten behoeve van arbeidsplaatsen gedurende de eerste zes maanden gebruik maakt van de mogelijkheid om een forfaitaire loonkostensubsidie (50% bruto WML) toe te kennen. De werkgever wordt door middel van loonkostensubsidie gecompenseerd in de ontbrekende loonwaarde van de werkzoekende. De wetgever heeft bepaald dat de maximale loonkostensubsidie niet meer mag bedragen dan 70% van het bruto wettelijk minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag op grond van artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, vermeerderd met een bij ministeriële regeling nader te bepalen vergoeding voor werkgeverslasten. De herbeoordelingsfrequentie van de loonwaarde wordt door middel van een loonwaardemeting afgestemd op de individuele omstandigheden van de werknemer en het perspectief op eventuele ontwikkelingsmogelijkheden. De in dit artikel genoemde loonkostensubsidie betreft een generieke regeling omdat ieder bedrijf of iedere onderneming, ongeacht de vestigingsplaats van de onderneming of de plaats van tewerkstelling van de werknemer, een beroep kan doen op subsidie wanneer deze onderneming een werkzoekende uit de doelgroep loonkostensubsidie uit de gemeente Rijssen-Holten in dienst neemt. De algemene rechtsgrond voor het terug- en invorderen van subsidie is geregeld in artikel 4:57 Awb. Artikel 6 lid 11 van dit uitvoeringsbesluit geeft het college de bevoegdheid voor het kunnen terug- en invorderen van onverschuldigd betaalde loonkostensubsidie aan een werkgever. Artikel 7 Persoonlijke ondersteuning (Jobcoaching) Een Jobcoach begeleidt een persoon (werknemer ) met een structurele functionele beperking of behorende tot de doelgroep loonkostensubsidie gedurende een maximale periode bij het verrichten van zijn taken op de werkplek. Verder is van belang dat de ondersteuning noodzakelijk is in die zin, dat de werknemer zonder die ondersteuning in redelijkheid niet zijn werkzaamheden kan verrichten. De Jobcoach begeleidt naast de werknemer ook zijn werkgever. Doel Jobcoaching De voorziening persoonlijke ondersteuning (Jobcoaching) heeft ten doel dat een werknemer wordt begeleid naar een situatie dat hij uiteindelijk zonder begeleiding via een dergelijke voorziening bij een reguliere werkgever werkzaam kan zijn (zie TK 2013–2014, 33 161, nr. 107, p. 115). Aan het einde van een geslaagde Jobcoaching kan de werknemer zelfstandig zijn werk uitvoeren en/of is de werkgever zelf in staat de werknemer te begeleiden op zijn werkplek. Jobcoaching heeft tot doel om de werknemer te ondersteunen bij het verrichten van de aan de persoon opgedragen taken. De bedoeling is om mensen met beperkingen te ondersteunen bij het behouden van werk. Doelgroep(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.