← Nederland

Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning ‘s-Hertogenbosch 2019 ('s-Hertogenbosch)

Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning ‘s-Hertogenbosch 2019Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch, In zijn vergadering van 6 november 2018, Gezien het voorstel met reg.nr. 8258630 Besluit de wijzigingen Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente ’s-Hertogenbosch 2019 vast te stellen en per 1 januari 2019 in werking te laten treden. HOOFDSTUK1Begripsomschrijvingen artikel1.1Begripsomschrijvingen In dit besluit wordt verstaan onder: kleinschalig wooninitiatief een woonsituatie op basis van een particulier initiatief waarbij minimaal drie en maximaal zesentwintig bewoners een persoonsgebonden budget als bedoeld in de wet ontvangen voor ondersteuning en hiervoor door bundeling van persoonsgebonden budgetten gezamenlijk de ondersteuning inkopen, én waarbij de bewoners verblijven op één woonadres als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen, of op verschillende woonadressen binnen een straal van honderd meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is die geschikt is voor het ontplooien van gezamenlijke activiteiten. verordening de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning ‘s-Hertogenbosch. Alle begrippen die in deze Besluit nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Algemene wet bestuursrecht en de verordening. HOOFDSTUK2persoonsgebonden budget Paragraaf 1 Controle en Verantwoording pgb artikel2.1Verantwoording en controle Iedere klant legt verantwoording af over (de besteding van) het persoonsgebonden budget. De klant hoeft van het persoonsgebonden budget 1,5% per jaar niet te verantwoorden, met een minimum van € 250,- en een maximum van € 1250,- per jaar. Dat bedrag is bedoeld voor (kleine) uitgaven en administratieve kosten die te maken hebben met het PGB. Ook de kosten voor arbeidsbemiddeling van een bemiddelingspartij (met een Per Saldo Keurmerk), vallen hieronder. De controle van de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college kan steekproefgewijs plaatsvinden na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar. De controle richt zich op de besteding van het doel van het persoonsgebonden budget. Er vindt geen controle plaats of het aantal geïndiceerde uren ook overeenstemt met het aantal door de PGB budgethouder ingekochte zorguren. Indien uit de gegevens van de sociale verzekeringsbank blijkt dat binnen een half jaar geen besteding heeft plaatsgevonden, vindt in overleg met de belanghebbende inwoner beëindiging of omzetting naar hulp in natura plaats. De gemeente controleert het gebruik van het persoonsgebonden budget per kalenderjaar. Bij onderbesteding > 25% volgt een overleg met de PGB budgethouder naar de oorzaak van de onderbesteding. Paragraaf2Voeren van een huishouden artikel2.2Persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden De omvang van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld in uren per week. Het bedrag van het persoonsgebonden budget voor ‘Hulp bij het huishouden’ bedraagt maximaal: € 21,40 per uur indien de klant een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). € 18,02 per uur indien de klant een zzp’er of zorgorganisatie die een lagere cao hanteert, inschakelt. € 14,08 per uur indien de klant iemand uit het sociaal netwerk inschakelt. Paragraaf3Het hebben van zelfregie over het dagelijkse leven, het hebben van dagstructuur en het ontlasten van mantelzorgers artikel2.3Persoonsgebonden budget begeleiding De omvang van het persoonsgebonden budget begeleiding is afgeleid van de tarieven (in klassen) zoals het zorgkantoor deze in 2014 voor de AWBZ hanteerde. In bijlage 2 zijn de pgb tarieven in klassen opgenomen. artikel2.4Persoonsgebonden budget dagbesteding De omvang van het persoonsgebonden budget dagbesteding is afgeleid van de tarieven (in klassen) zoals het zorgkantoor deze in 2014 voor de AWBZ hanteerde. In bijlage 2 zijn de pgb tarieven in klassen opgenomen. artikel2.5Persoonsgebonden budget kortdurend verblijf1Bedragen kunnen wijzigen per 01-01-2019 door gewijzigde index Het persoonsgebonden budget voor kortdurend verblijf bedraagt maximaal: € 101,00 per dag indien de klant een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). € 85,85 per dag indien de klant een zzp’er of zorgorganisatie die een lagere cao hanteert, inschakelt. € 30,00 per dag indien de klant iemand uit het sociaal netwerk inschakelt. Paragraaf4Normaal gebruik van de woning artikel2.6Persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming woonvoorzieningen Het persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud, verzekering en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. Het bedrag voor de financiële tegemoetkoming verhuiskosten- en herinrichtingskosten bedraagt maximaal € 2.500,-. Voor deze tegemoetkoming is geen verantwoording noodzakelijk in de vorm van declaratie. Het bedrag voor het bezoekbaar maken van een woonruimte bedraagt maximaal € 2.300,-. Paragraaf5Verplaatsen in en om de woning artikel2.7Persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming rolstoelen De vergoeding voor een rolstoel wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud, verzekering en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. De vergoeding voor een aanpassing van een rolstoel wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud en verzekering, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. In bijlage 1 zijn de tarieven voor rolstoelen opgenomen. De klant is zelf verantwoordelijk om hiervoor een passende voorziening aan te schaffen en gedurende een periode van zeven jaar in stand te houden. Voor kinderrolstoelen geldt een gebruikersduur van 5 jaar. Paragraaf6Lokaal verplaatsen per vervoermiddel artikel2.8Persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming vervoersvoorziening De vergoeding voor de vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud, verzekering en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. In bijlage 1 zijn de tarieven voor vervoersvoorzieningen opgenomen. De klant is zelf verantwoordelijk om hiervoor een passende voorziening aan te schaffen en gedurende een periode van zeven jaar in stand te houden. Voor vervoersvoorzieningen voor kinderen geldt een gebruikersduur van 5 jaar. In afwijking van lid 1 bedraagt de vergoeding: voor gebruik van een eigen auto maximaal € 600,- per jaar. voor gebruik van een rolstoeltaxi maximaal € 300,- per jaar. voor gebruik van een bruikleenauto maximaal € 350,- per jaar. Paragraaf7Onderhouden van sociale contacten artikel2.9Sportvoorziening Via de hulpmiddelenleverancier (wheels2sport) kan een klant gratis een half jaar een sporthulpmiddel uitproberen. Daarna kan via een persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming een sportvoorziening worden aangeschaft. Een persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming voor een sportvoorziening bedraagt maximaal € 3000,-. Dit bedrag is bedoeld als vergoeding in aanschaf, onderhoud en reparatie van de sportvoorziening voor een periode van drie jaar. In bijzondere situaties kan van dit bedrag afgeweken worden. Paragraaf8Beschermd wonen artikel2.10Beschermd wonen Het persoonsgebonden budget voor beschermd wonen bedraagt maximaal2Bedragen kunnen wijzigen per 01-01-2019 door gewijzigde index: € 40.000 per jaar voor beschermd wonen all-inclusive. € 30.000 per jaar voor beschermd wonen thuis. € 16.000 per jaar voor beschermd wonen begeleid. De in het eerste lid genoemde bedragen worden opgehoogd met een bedrag van € 4.000 indien het pgb wordt besteed bij een kleinschalig wooninitiatief. De klant moet dit zelf aanvragen. Pgb-budgethouders met overgangsrecht behouden hun pgb budget beschermd wonen tot uiterlijk 1-1-2020, behalve als de indicatie eerder stopt of als klant nieuw aanbod van de gemeente krijgt waarmee klant akkoord gaat. Voor pgb-houders zonder overgangsrecht geldt het budget voor de looptijd zoals in de beschikking staat aangegeven. HOOFDSTUK3bijdrage in de kosten Cliënten met een verzamelinkomen tot 110% van het sociaal minimum, krijgen wel een eigen bijdrage (fictief) opgelegd krijgen door het Centraal Administratie Kantoor doch deze in opdracht van de gemeente niet wordt geïnd. Voor 2019 gelden de volgende inkomensgrenzen voor dit minimabeleid: Gezinssamenstelling Inkomensgrens Eenpersoonshuishouden jonger dan 65 jaar € 21.183 Eenpersoonshuishouden, ouder dan 65 jaar € 16.183 Meerpersoonshuishouden, jonger dan 65 jaar €35.537 (overeenkomstig landelijke maatregel) Meerpersoonshuishouden, 65 jaar en ouder € 22.345 HOOFDSTUK4Mantelzorgwaardering en -ondersteuning artikel4.1Jaarlijkse blijk van waardering mantelzorgers De waardering voor mantelzorgers vindt plaats door: een individuele blijk van waardering in de vorm van een waardebon van € 50,00, en een collectieve blijk van waardering aan mantelzorgers tijdens de jaarlijkse nationale Dag van de Mantelzorg. De criteria om in aanmerking te komen voor de individuele blijk van waardering zijn opgenomen in de beleidsregels Wmo gemeente ’s-Hertogenbosch 2015. Artikel4.2Mantelzorgondersteuning Een mantelzorger kan tegen gereduceerd tarief van € 5,50 per uur hulp bij het huishouden en aanvullende diensten als tuinonderhoud en ramen wassen afnemen van de zorgcoöperatie Den Bosch. De specifieke criteria voor deze mantelzorgregeling zijn opgenomen in de beleidsregels Wmo gemeente ’s-Hertogenbosch 2019. HOOFDSTUK5Slotbepalingen artikel5.1Overgangsrecht Het besluit Besluit nadere regels 2018 wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van dit besluit, met dien verstaande dat zij van toepassing blijft ten aanzien van voorzieningen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit zijn verstrekt, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. artikel5.2Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019. artikel5.3Citeertitel Deze Besluit nadere regels worden aangehaald als “Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning ‘s-Hertogenbosch 2019”. De secretaris,Mr.drs. I.A.M. WoestenbergDe burgemeester,Drs. J.M.L.N. Mikkers

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.