. In hoofdstuk 5 ‘Concernfinanciering’ worden de randvoorwaarden gegeven voor de financiering, aantrekkingen en uitzettingen met een looptijd gelijk of langer dan één jaar. Hoofdstuk 6 ‘Risicobeheer’ geeft beheersmaatregelen die dienen ter afdekking van risico’s op zowel de korte als lange financiering. 4.Kasbeheer <
) Kasbeheer omvat alle activiteiten die verband houden met de optimalisatie van financiële stromen tussen de gemeente, de bank en derden op de korte termijn. We onderscheiden daarbij geldstromenbeheer, saldobeheer en liquiditeitenbeheer. 4.1Geldstromen beheer Artikel4.1 1.Het liquiditeitsgebruik wordt beperkt door de geldstromen op concernniveau op elkaar en op de liquiditeitsplanning af te stemmen; 2.Er wordt op toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen van de gemeente tijdig worden nagekomen; 3.Het betalingsverkeer wordt zoveel als mogelijk elektronisch uitgevoerd bij één bank. Toelichting: Geldstromenbeheer omvat al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de gemeente als tussen de gemeente en derden (betalingsverkeer). Een actief beheer van geldstromen en posities op bankrekeningen kan besparingen opleveren. Beperken interne beheerskostenVoor een efficiënt betalingsverkeer stemt de Treasurer van de gemeente Waddinxveen geldstromen op elkaar af door de betalingsdata of uitgaande geldstromen af te stemmen op verwachte ontvangsten. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente renteverlies zal leiden door het tijdelijk aantrekken van middelen of het onttrekken van middelen aan de uitzettingenportefeuille om betalingen te kunnen financieren. Beperken externe verwerkingskostenOm de externe verwerkingskosten van geldstromen te beperken laat de gemeente Waddinxveen haar betalingsverkeer zoveel als mogelijk door één bank uitvoeren. Dit heeft als voordeel dat de kosten van het overboeken van middelen tussen verschillende banken wordt beperkt. Tevens wordt de uitvoering van de Wet Schatkistbankieren hierdoor vereenvoudigd. 4.2Saldo- en liquiditeitenbeheer Artikel4.2 Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende uitgangspunten: De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities; De gemeente streeft naar het optimaliseren van de gemiddelde debiteuren- en crediteurentermijn (binnen de wettelijke regels); Indien een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij worden de bepalingen betreffende de kasgeldlimiet zoals vastgelegd in artikel 6.1. in acht genomen; De gemeente hanteert het principe van integrale financiering. Toelichting: SaldobeheerOmdat de rentecondities op de rekening courant onvoldoende aantrekkelijk zijn is het van belang om geen hoge saldi op deze bankrekeningen aan te houden. Het zo optimaal sturen op dagelijkse kasoverschotten en -tekorten, met als uitgangspunt het minimaliseren van de rentekosten en het maximaliseren van de rentebaten is dé doelstelling van saldobeheer. RentecompensatiecircuitOm het saldobeheer zo efficiënt mogelijk te organiseren wordt het aantal banken en bankrekeningen zoveel mogelijk beperkt. De verschillende bankrekeningen die worden aangehouden bij een bepaalde bank worden zoveel mogelijk ondergebracht in een zogenaamd rentecompensatiecircuit. In die situatie worden de aangehouden posities op de verschillende bankrekeningen gesaldeerd weergegeven op de concernrekening. Hierdoor zal het beheer van de diverse bankrekeningen beperkt blijven tot de hoofdrekening. LiquiditeitenbeheerHet liquiditeitenbeheer tracht door middel van het opstellen van een prognose van de verwachte in- en uitgaande geldstromen (de liquiditeitsplanning) de financieringsbehoefte tot de periode van
inzichtelijk te maken. Dit gebeurt om de minimale liquiditeitspositie te kunnen vaststellen teneinde op elk willekeurig tijdstip aan de behoefte aan geldmiddelen te kunnen voldoen en tevens het renteresultaat te kunnen optimaliseren. Met deze renteoptimalisatie wordt bedoeld dat tijdelijke tekorten (korter dan één jaar) worden opgevangen door geld aan te trekken tegen minimale kosten en dat tijdelijke overschotten tegen maximale opbrengsten en met minimale risico’s worden uitgezet. Integrale financieringBij alle vormen van financiering moet het uitgangspunt zijn dat niet eerder wordt geleend dan dat de financiële middelen daadwerkelijk benodigd zijn. In de gemeente Waddinxveen wordt uitgegaan van integrale financiering en komt projectfinanciering niet voor. 4.3Aantrekkingen <
3, de ondernemingseisen van art 5.4 en de specifieke risicobepalingen in hfd. 6 worden in acht genomen bij het aantrekken van financieringen <
; 2.Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende financieringsmiddelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant; 3.Er worden offertes opgevraagd bij minimaal drie financiële ondernemingen/tussenpersonen alvorens middelen worden aangetrokken met een looptijd korter dan één jaar. Deze offertes worden schriftelijke vastgelegd. Toelichting: OffertesHet aanvragen van offertes is opnieuw bevestigd in de Financiële verordening 2015 (incl. 1e wijziging). 4.4Uitzettingen <
.4 1.Bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan
gelden de wettelijke regels zoals die voor het schatkistbankieren in de wet zijn vastgelegd. Toelichting: Dit artikel is een gevolg van de Wet Schatkistbankieren die op 15 december 2013 van kracht is geworden. 5.Concernfinanciering (gelijk of >
) De financiering van de gemeente wordt ook wel concernfinanciering genoemd en is een van de primaire taken van de Treasuryfunctie. Doelstellingen zijn het bepalen van de lange termijn financieringsbehoefte en het optimaliseren van het renteresultaat op bestaande en geprognosticeerde liquiditeitsposities. De Treasurer zal zich een beeld moeten vormen van de wensen van de vermogensmarkt en daarop moeten inspelen. Dit kan door bepalen van een financiële strategie waardoor de financierbaarheid van de gemeente optimaal is en die wordt zichtbaar gemaakt in de paragraaf financiering. 5.1Aantrekkingen gelijk of >
3, de ondernemingseisen van art 5.4 en de specifieke risicobepalingen in hfd. 6 worden in acht genomen bij het aantrekken van financieringen gelijk of >
; 2.Toegestane instrumenten bij het aantrekken van langlopende financieringsmiddelen zijn onderhandse leningen; 3.Er worden offertes opgevraagd bij minimaal drie financiële ondernemingen/tussenpersonen alvorens middelen worden aangetrokken met een looptijd gelijk aan of langer dan één jaar. Deze offertes worden schriftelijke vastgelegd. Toelichting: OffertesHet aanvragen van offertes is opnieuw bevestigd in de Financiële verordening 2015 (incl. 1e wijziging). 5.2Uitzettingen gelijk of >
.2 1.Bij het uitzetten van gelden voor een periode gelijk of >
gelden de wettelijke regels zoals die voor het schatkistbankieren in de wet zijn vastgelegd. Toelichting: Dit artikel is een gevolg van de Wet Schatkistbankieren die op 15 december 2013 van kracht is geworden. 5.3Leningen en garantstellingen Artikel5.3 Voor leningen en garantstellingen uit hoofde van de publieke taak gelden voor het College van B&W de volgende kaders: Het College hanteert een terughoudend beleid om leningen en garantstellingen uit hoofde van de publieke taak te verstrekken; Het College verstrekt uitsluitend garantstellingen uit hoofde van de publieke taak wanneer zij zich de behartiging van een maatschappelijk belang aantrekt op grond van de overtuiging dat dit belang anders niet goed tot zijn recht komt; Alvorens het College besluit tot het verstrekken van een lening of garantstelling aan een organisatie worden vooraf de financiële risico’s beoordeeld, worden aspecten van staatssteun onderzocht en wordt rekening gehouden met de mogelijke imageschade; Bij het afgeven van garantstellingen wordt gebruik gemaakt van waarborgfondsen, zoals het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, het Waarborgfonds Sport en het Waarborgfonds Zorg. Indien geen beroep kan worden gedaan op een Waarborgfonds dan worden door de gemeente zoveel mogelijk zekerheden gevestigd; Het college besluit niet over het verstrekken van garantstellingen waarbij de gemeente direct moet betalen als de geldverstrekker daarom vraagt, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen en Het College stelt binnen de kaders van dit artikel nadere regels vast voor de verstrekking van leningen en garantstellingen (uitvoeringsregeling). Verwezen wordt naar de Nota geldleningen u/g en borgstellingen Waddinxveen
) is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar (zie art. 3 en 4 van de Wet Fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden). Voor de kasgeldlimiet hoeft niet meer ieder kwartaal een rapportage aan de toezichthouder te worden ingezonden. De informatie over de kasgeldlimiet wordt opgenomen in de Paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken. De Wet Fido geeft de gemeente de mogelijkheid om de kasgeldlimiet twee achtereenvolgende kwartalen te overschrijden. Indien de gemeente voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt dan stelt het College de Raad en de toezichthouder daarvan op de hoogte. Hiertoe dient de gemeente een plan in waarin wordt aangegeven hoe ze opnieuw aan de kasgeldlimiet zal gaan voldoen. Zolang het plan niet door de toezichthouder is goedgekeurd of blijkt dat het plan niet ten uitvoer kan worden gebracht kan de toezichthouder een aanwijzing geven om alsnog een aangepast plan in te zenden en om maatregelen te treffen om te voldoen aan de kasgeldlimiet. Ook kan de toezichthouder bepalen dat toestemming is vereist voor het aangaan van nieuwe kortlopende leningen. RenterisiconormDe renterisiconorm is de kern van de door de wetgever beoogde risicobeheersing. De doelstelling achter deze norm is dat de gemeente haar langlopende financiering (met een rente typische looptijd gelijk of >
) zo moet spreiden dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Bij de financiering is er als gevolg van de lage rentetarieven een voortdurende spanning tussen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Er bestaat namelijk nog steeds een aanzienlijk verschil tussen rentetarieven voor vreemd vermogen met een korte en een lange looptijd. Dit betekent dat het aantrekkelijk is om het financieringstekort te financieren met kortlopend vreemd vermogen. Gezien de omvang van het financieringstekort in de gemeente Waddinxveen ontstaat er bij een looptijd van korter dan
een conflict met de kasgeldlimiet en bij een looptijd gelijk of iets langer dan
een conflict met de renterisiconorm. Geconcludeerd kan worden dat de Wet Fido niet voldoende aansluit op de huidige geldmarkt. Bij overschrijding van de renterisiconorm stelt het College de Raad en de toezichthouder daarvan op de hoogte in de Paragraaf financiering van de begroting voor het eerstvolgende begrotingsjaar en vraagt hiervoor ontheffing. LiquiditeitsplanningDoor nieuwe leningen af te zetten tegen de liquiditeitsplanning wordt beoogd om middelen slechts te lenen gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig zijn. RentevisieEen rentevisie is een toekomstverwachting over de renteontwikkeling, op basis waarvan een financieringsbeleid wordt gevoerd. Ten behoeve van het ontwikkelen van een rentevisie wordt gebruik gemaakt van enkele gezaghebbende financiële ondernemingen, waaronder de huisbankier. SchatkistbankierenIn dit artikel zijn de gevolgen van de Wet Schatkistbankieren voor uitzettingen verwerkt. 6.2Kredietrisico beheer Artikel6.2 Niet van toepassing. Toelichting: Het kredietrisico heeft betrekking op de mogelijkheid dat een tegenpartij, waarbij uitzettingen, leningen of garanties uitstaan, failliet gaat waardoor de hoofdsom verloren gaat. De beperking van kredietrisico op garanties en leningen is geregeld in artikel 5.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.