Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Waddinxveen 2015De burgemeester van gemeente Waddinxveen; Overwegende, Gelet op mijn bevoegdheid in artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is; Gelet op de noodzaak om vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid , het beschermen van het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid streng tegen de verkoop van drugs in of vanuit een woning of lokaal op te treden; BESLUIT Vast te stellen de Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Waddinxveen 2015; Dit besluit in werking te laten treden op de dag na bekendmaking op de in Waddinxveen gebruikelijke wijze; Dit besluit wordt aangehaald als: "Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Waddinxveen 2015". Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Waddinxveen 2015 Inleiding De Opiumwet stelt de in- en uitvoer van drugs, de vervaardiging, de verkoop, het bezit1Op basis van de "aanwijzing Opiumwet" van het College van procureurs-generaal wordt het bezit van gebruikershoeveelheden niet vervolgd door het Openbaar Ministerie. en het vervoer van drugs strafbaar. De strafrechtelijke kant van de Opiumwet is gericht op de aanpak van de handel en de handelaren. Het Openbaar Ministerie heeft niet de mogelijkheid om te beletten dat een lokaal of een woning gebruikt wordt voor drugshandel. De burgemeester heeft deze bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet wel. Dit artikel staat ook bekend als de Wet Damocles. Artikel 13b Opiumwet is daarmee het juridische instrument om op te treden tegen handel in drugs vanuit woningen en lokalen. Artikel 13b Opiumwet luidt: De burgemeester is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen. De feitelijke constatering van de verkoop, levering of verstrekking van drugs, of het aantreffen van daartoe aanwezige drugs, is voldoende om op grond van artikel 13b Opiumwet bestuurlijk op te treden. Een geconstateerde overtredingen moet gevolgd worden door een maatregel die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de ernst van de overtreding en het daardoor ontstane gevaar voor de openbare orde. Door het opstellen van beleidsregels kan de burgemeester op een zorgvuldige en uniforme wijze optreden tegen overtredingen. Er wordt hierbij een regionale aanpak beoogd. Om deze reden zijn de beleidsregels gebaseerd op een voorstel van het districtscollege Gouda-Alphen aan den Rijn. Inkadering beleid Dit beleid ziet op toepassing van artikel 13b Opiumwet als het gaat om woningen en lokalen met uitzondering van coffeeshops. Deze worden als volgt gedefinieerd: De wetgever heeft ervan afgezien het begrip woning in de Opiumwet te definiëren. De burgemeester verstaat in het kader van onderhavige beleidsregels onder woning een voor bewoning gebruikte ruimte (blijkend uit de Basisregistratie personen (BRP)). Onder woning kan ook een boot, caravan, woonwagen e.d. worden verstaan. Met woning wordt ook bedoeld het daarbij behorende erf en daarop aanwezige opstallen. Een persoon die incidenteel overnacht in een woning en niet op dit adres in de GBA staat ingeschreven, wordt niet aangemerkt als bewoner. Lokalen zijn alle niet voor woning bestemde gebouwen en ruimten en voor bewoning bestemde ruimten die niet gebruikt worden als woning. Lokalen kunnen voor het publiek toegankelijk zijn (zoals winkels en horecabedrijven) en niet voor publiek toegankelijk zijn (zoals loodsen, magazijnen en andere bedrijfsruimten). Met lokaal wordt ook bedoeld het daarbij behorende erf en daarop aanwezige opstallen. Doel van handhaving Handel, gebruik en aanwezigheid van drugs hebben een nadelig effect op de openbare orde. Sluiting van een woning of lokaal is gericht op het herstel van de situatie en het weren en terugdringen van drugshandel. Het doel van handhaving is daarmee om: de bekendheid van de woning of het lokaal als drugspand te doorbreken; de bekendheid van de woning of het lokaal in het drugscircuit te doorbreken; te verhinderen dat de woning of het lokaal (weer) wordt gebruikt ten behoeve van het drugscircuit en/of de georganiseerde drugshandel. Het toepassen van bestuursdwang: is erop gericht de handel in, bij of vanuit een lokaal of woning te beëindigen en beëindigd te houden; is een herstelsanctie en is niet bedoeld als straf; is meer gericht op de locatie (lokaal of woning) en in mindere mate op de belanghebbende; bestaat in beginsel uit het geheel of gedeeltelijk sluiten van de woning door het nemen van fysieke maatregelen, zoals het vervangen van de sloten e.d. Daarnaast wordt in beginsel een sluitingsbevel zichtbaar op de woning aangebracht. Bevoegdheid De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II behorend bij de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Het is vaste rechtspraak2Zie o.a.: AbRS 5 januari 2005 (ECLl:NL:RVS:2005:AR8730), AbRS 21 december 2005 (ECLl:NL:RVS:2005:A U8447), AbRS 18 oktober 2006 (ECLl:NL:RVS:2006:AZ0347), AbRS 17 september 2008 (200800275/1) en Ab RS 20 oktober 2010 (201003280/1/ H3. van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de zinsnede ‘daartoe3"In dat geval is niet vereist dat daadwerkelijk drugs zijn verhandeld maar volgt uit het woord "daartoe" in deze bepaling dat de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid softdrugs in een inrichting, waarin de verkoop van softdrugs niet is gedoogd, de bevoegdheid verschaft tot het sluiten van de inrichting." (ECLl:NL:RVS:2005:AU8447, AbRS 21 december 2005, 200505732/1). aanwezig is’ in artikel 13b Opiumwet zo uit te leggen dat de burgemeester al bevoegd is om een (al dan niet voor publiek toegankelijk) lokaal of woning op grond van de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid4Er is sprake van een handelshoeveelheid indien de aangetroffen drugs de hoeveelheid die duidt op eigen gebruik overschrijdt. drugs te sluiten. Hierbij wordt aangesloten bij de richtlijnen5Op basis van de huidige Aanwijzing Opiumwet (2012A021) wordt onder een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik van de middelen vermeld op lijst I (harddrugs) verstaan: een hoeveelheid/dosis die doorgaans wordt aangeboden als gebruikershoeveelheid. Hierbij kan worden gedacht aan bv. één bolletje, één ampul, één wikkel, één pil/tablet (in elk geval een aangetroffen hoeveelheid van maximaal 0,5 gram); een consumptie-eenheid van 5 ml GHB. Voor middelen vermeld op lijst II, zijnde hennepproducten, wordt een hoeveelheid van maximaal 5 gram als hoeveelheid voor eigen gebruik aangemerkt. van het Openbaar Ministerie. In aanvulling op het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs, kan de aannemelijkheid van de handel mede worden ondersteund door de grootte van de aangetroffen hoeveelheid, verklaringen van betrokkenen/belanghebbenden (bijvoorbeeld dat de drugs niet voor eigen gebruik bestemd waren) of uit ander bewijs6Bijvoorbeeld ECLl:NL:RVS:2012:BY5106. Raad van State, 201112900/1/A3, 5 december 2012, waarbij een weegschaal, sealbags, assimilatielampen, een vuurwapen en contante geldbedragen zijn aangetroffen.. Benodigde informatie De Opiumwet biedt geen mogelijkheid om gemeentelijke toezichthouders aan te wijzen. Voor de bestuurlijke handhaving verstrekt de politie de benodigde informatie aan de burgemeester. Deze informatieverstrekking vindt schriftelijk plaats in de vorm van een politierapportage of bestuurlijke rapportage, waarbij de burgemeester informatie krijgt over de geconstateerde feiten, het optreden en de bevindingen van de politie die voortvloeien uit een strafrechtelijk onderzoek en over de ernst van de situatie. Daarbij wordt aangetekend dat aan de bewijslast voor bestuursrechtelijke maatregelen minder zware eisen worden gesteld dan in het kader van het strafrecht. De informatie moet voldoende onderbouwing geven voor het te nemen handhavingsbesluit. Bestuursdwang Ingevolge artikel 5:21 van de Awb wordt onder een last onder bestuursdwang verstaan: de herstelsanctie, inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Bij het opleggen van de last onder bestuursdwang kan de burgemeester besluiten: Een last aan belanghebbende op te leggen om de woning of lokaal, binnen een gestelde begunstigingstermijn, zelf te ontruimen en te sluiten ("sluit klaar" te maken). De begunstigingstermijn is in dat geval bedoeld om de belanghebbenden enkel een termijn te geven waarbinnen zij zelf de woning "sluit klaar" kunnen maken om zo de kosten van de tenuitvoerlegging te verminderen danwel te voorkomen. In de praktijk houdt dit met name in het tijdig weghalen van persoonlijke eigendommen en het tijdig nemen van met aan de sluiting verbonden maatregelen, bijvoorbeeld het afsluiten van nutsvoorzieningen. Na het verstrijken van deze termijn wordt door of namens de burgemeester gecontroleerd of de woning of het pand "sluit klaar" is en eventueel worden noodzakelijke maatregelen genomen. Daarna wordt de woning of het pand verzegeld om controle mogelijk te maken en op de deur wordt een sluitingsbesluit aangebracht. Deze definitieve sluiting is feitelijk van aard en brengt met zich mee dat de woning of lokaal door niemand mag worden betreden. Het doorbreken van het zegel is strafbaar op grond van artikel 199 Wetboek van Strafrecht. Daarnaast is het betreden van een gesloten pand, woning of erf, in de Algemeen plaatselijke verordening Waddinxveen 2009 strafbaar gesteld (artikel 2.41). Bij de uitvoering van de definitieve sluiting kunnen naast een medewerker van de gemeente en politie ook vertegenwoordigers van andere (keten)partners aanwezig zijn, bijvoorbeeld: een aannemer, het energiebedrijf, de GGD of een medewerker van een verslavingszorginstelling. Een last aan belanghebbende op te leggen om de woning of lokaal, binnen een gestelde begunstigingstermijn, zelf te ontruimen en te sluiten (en gesloten te houden). De woning of lokaal wordt vervolgens niet door middel van verzegeling door de burgemeester gesloten. De burgemeester kan, na verzoek daartoe en indien de aard en omstandigheden daartoe aanleiding geven en onder nader te stellen voorwaarden, toestemming geven tot het betreden van het pand aan bepaalde belanghebbenden. Van belang bij de keuze voor A of B is dat als een belanghebbende een woning of een lokaal zelf sluit, niet altijd kan worden gegarandeerd dat de woning of lokaal daadwerkelijk gesloten blijft. Zonder het aanbrengen van het zegel kan dan niet worden gecontroleerd of het pand gedurende de sluitingsperiode inderdaad gesloten was. In de last, zowel bij A als bij B, kan belanghebbende worden verplicht tot het nemen van afsluitmaatregelen zoals het dichttimmeren van de deuren en ramen, het afsluiten van de nutsvoorzieningen etcetera. Het handhavingsbesluit wordt kenbaar gemaakt aan de belanghebbenden (artikel 3.41 Awb). Daarnaast wordt het handhavingsbesluit gepubliceerd in de gemeenterubriek (artikel 3.42 Awb). BegunstigingstermijnDe begunstigingstermijn aan belanghebbende wordt, zowel bij A als bij B, gesteld op 48 uur om de ontruiming uit te voeren en te sluiten. Indien de last niet of niet tijdig binnen de gestelde termijn wordt uitgevoerd, zal de burgemeester de last door feitelijk handelen ten uitvoer (laten) leggen. TijdsverloopGelet op de ingrijpende strekking van het besluit en de gehoudenheid van de burgemeester om een besluit tot sluiting zorgvuldig voor te bereiden kan er sprake zijn van enig tijdsverloop tussen de constatering van de overtreding en het besluit tot het opleggen van last onder bestuursdwang of andere bestuurlijke maatregelen. Het plaatsvinden van tijdsverloop doet in beginsel niet af aan de aard en de ernst van hetgeen aan de sluiting ten grondslag wordt gelegd en het belang van het daarmee beoogde doel, te weten het definitief doorbreken van de gang naar de woning en de bekendheid van de woning of lokaal in kringen van handelaren en gebruikers van verdovende middelen. Aard van de situatie en indicatoren Voor toepassing van bestuursdwang moet uiteraard altijd eerst gekeken worden of voldaan wordt aan de criteria van artikel 13b Opiumwet en de voorwaarden zoals gesteld in dit beleid. Vervolgens wordt gekeken naar de aard van de situatie. Van een ernstige situatie is in ieder geval sprake als het aannemelijk is dat drugshandel in georganiseerd verband in of vanuit een woning of lokaal plaatsvindt of als aanwezigheid van drugs hierop duidt. Aannemelijkheid dat de aangetroffen drugs voor drugshandel in georganiseerd verband bestemd zijn, kan bijvoorbeeld blijken uit verklaringen van betrokkenen, onderzoek van de politie of uit ander bewijs. "[...] dat de politie [...] in de woning en berging 1,287 kg hasjiesj, 2,896 kg hennep, een aantal zogenoemde sealbags met henneptoppen, een vuurwapen met bijbehorende munitie, contante geldbedragen [...], een weegschaal en acht assimilatielampen heeft aangetroffen." (ECLl:NL:RVS:2012:BY5106 , RvS, 5-12- 2012) "Daarnaast kan er sprake zijn van andere signalen die duiden op beroeps- of bedrijfsmatigheid, zoals de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal, grote som(men) (handels) geld, weegschaal, assimilatielampen e.d.." (ECLl:NL:RBUTR:2012:BX5656, rechtbank Utrecht, 27- 08-2012) Om te kunnen nagaan of het aannemelijk is dat de aangetroffen drugs voor drugshandel in georganiseerd verband bestemd zijn, is onderstaande indicatorenlijst samengesteld. de hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of lijst II van de Opiumwet (dit zal in ieder geval een grotere hoeveelheid moeten zijn dan een hoeveelheid die duidt op eigen gebruik. Er moet minimaal sprake zijn van een hoeveelheid die duidt op beroeps- of bedrijfsmatige handel (hierbij wordt aangesloten bij "aanwijzing Opiumwet" van het College van procureurs-generaal). Daarnaast kan er sprake zijn van andere signalen die duiden op beroeps- of bedrijfsmatigheid, zoals de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal, grote som(men) (handels) geld, weegschaal, assimilatielampen e.d.); de mate waarin de woning betrokken is bij de drugshandel in georganiseerd verband; er is sprake van gewelds- of andere openbare orde delicten; er is sprake van één of meer (vuur)wapen(s)/verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie; er is een vermoeden van verwijtbaarheid van de bewoner(s)/betrokkene(n); er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.