Verordening van de raad van de gemeente Boxtel houdende regels inzake de horeca (Horecaverordening Boxtel)De raad van de gemeente Boxtel; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 mei 2019; gelet op de artikelen 149 van de Gemeentewet en 25d van de Drank- en Horecawet, de Algemene plaatselijke verordening Boxtel 2012; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening van de raad van de gemeente Boxtel houdende regels inzake de horeca (Horecaverordening Boxtel) Hoofdstuk1Algemeen Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: •Awb: Algemene wet bestuursrecht; •bezoeker: een ieder die zich in het horecabedrijf bevindt, met uitzondering van: de houder van de vergunning als bedoeld in artikel 3, eerste lid, alsmede diens gezinsleden en elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad; personeel van het horecabedrijf; personen waarvan de aanwezigheid in het horecabedrijf wegens dringende redenen noodzakelijk is; •convenant: Convenant Veilig Uitgaan gemeente Boxtel 2019, en zijn opvolgers; •exploitant: de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening en risico het horecabedrijf wordt uitgebaat; •gemeenschapshuis: een openbaar gebouw dat dient als ontmoetingsplaats voor bewoners van een wijk, stadsdeel of dorp en leden van verenigingen; •glaswerk: alle glassoorten die in scherven uiteen kunnen vallen; •handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht; •horecaconcentratiegebied: het gebied, zoals weergegeven op de kaart, dat bestaat uit de straten Fellenoord, vanaf Konijnshoolsedreef tot aan Rechterstraat – Rechterstraat – Rozemarijnstraat – Markt – Clarissenstraat – Oude Kerkstraat – Kruisstraat – Stationsstraat vanaf Molenstraat tot aan Breukelsestraat – Breukelsestraat vanaf Stationsstraat tot aan Breukelsplein; •horecabedrijf: de activiteit in ieder geval bestaande uit het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse; •horeca inrichting: de voor publiek toegankelijke lokaliteiten waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, met de daarbij behorende terrassen voor zover die terrassen in ieder geval bestemd zijn voor het verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse, welke lokaliteiten al dan niet onderdeel uitmaken van een andere besloten ruimte; •horecalokaliteit: een van een afsluitbare toegang voorziene lokaliteit, onderdeel uitmakend van een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, in ieder geval bestemd voor het verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse; •kaart: de kaart behorende bij deze verordening en opgenomen in bijlage 1; •leidinggevende: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon voor wiens rekening en risico het horecabedrijf wordt uitgebaat alsmede de natuurlijke personen die de algemene en/of dagelijkse leiding van het horecabedrijf heeft; •paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf; •sociaal-cultureel centrum: een gebouw dat dient als ontmoetingsplaats voor personen met een bepaalde sociale of culturele achtergrond; •sportaccommodatie: een plaats of gebouw dat primair ten dienste staat voor het uitoefenen van een sport; •terras: het buiten de horecalokaliteit van de horeca inrichting liggend gebied waar zitgelegenheid wordt geboden en waar dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt; •wet: Drank- en Horecawet. Artikel2Bevoegd bestuursorgaan Indien een horecabedrijf geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treden burgemeester en wethouders bij de toepassing van deze verordening op als bevoegd bestuursorgaan voor zover de burgemeester niet bevoegd is bij of krachtens de wet en/of deze verordening. Hoofdstuk2Exploitatievergunning Artikel3Exploitatievergunning 1.Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder exploitatievergunning van de burgemeester. 2.De burgemeester vermeldt in de exploitatievergunning: het adres van het horecabedrijf; de aard van het horecabedrijf; de exploitant van het horecabedrijf; een nauwkeurige beschrijving van de indeling van de horeca inrichting en, voor zover van toepassing, een nauwkeurige beschrijving van de ligging en omvang van het terras; de voorschriften of beperkingen welke aan de exploitatievergunning zijn verbonden. 3.De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de exploitatievergunning de leidinggevenden. 4.De exploitatievergunning en het daarbij behorende aanhangsel, of een afschrift daarvan, zijn in de horeca inrichting aanwezig. Artikel4Aanvraag exploitatievergunning 1.De aanvraag om een exploitatievergunning geschiedt door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier. 2.In de aanvraag wordt in ieder geval vermeld: het adres van het horecabedrijf; de aard van het horecabedrijf; de exploitant van het horecabedrijf, en de persoonsgegevens van iedere leidinggevende. 3.Bij de aanvraag dienen de volgende gegevens te worden overgelegd: een geldig legitimatiebewijs van iedere leidinggevende; een nauwkeurige beschrijving van de indeling van de horeca inrichting, en een afschrift van de aanvraag om een vergunning op grond van de wet. Artikel5Melding leidinggevende 1.In geval dat een aanvraag uitsluitend betrekking heeft op wijziging van één of meer leidinggevenden, dan meldt de exploitant van het horecabedrijf aan de burgemeester zijn wens om één of meer personen als leidinggevende te laten bijschrijven. 2.De melding geldt als een aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. 3.Bij de melding wordt in ieder geval vermeld: het adres van het horecabedrijf; de exploitant van het horecabedrijf, en de persoonsgegevens van iedere leidinggevende die bijgeschreven wil worden op het aanhangsel. 4.Bij de melding dient een geldig legitimatiebewijs, van iedere leidinggevende die wil worden bijgeschreven, te worden overlegd. Artikel6Weigeringsgronden 1.De burgemeester weigert de exploitatievergunning: indien voor de exploitatie of vestiging van een horecabedrijf tevens een vergunning op grond van de wet is vereist en deze vergunning is geweigerd; indien de openbare orde en/of veiligheid ter plaatse door de aanwezigheid van het horecabedrijf in gevaar komt; indien de woon- en/of leefomgeving ter plaatse door de aanwezigheid van het horecabedrijf op onaanvaardbare wijze negatief zal worden beïnvloed; indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet in overeenstemming is of zal zijn met de ingediende aanvraag, of wegens strijd met het omgevingsplan. 2.Indien één of meer leidinggevenden niet voldoen aan de volgende eisen weigert de burgemeester de betreffende leidinggevende bij te schrijven op het aanhangsel: zij moeten de leeftijd van éénentwintig jaar hebben bereikt; zij mogen niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn, en zij mogen niet onder curatele staan. Artikel7Voorschriften en beperkingen 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid, zedelijkheid dan wel het woon- en leefklimaat, voorschriften en/of beperkingen verbinden aan de exploitatievergunning. 2.De burgemeester kan, wanneer de houder van een exploitatievergunning het convenant heeft ondertekend, de bepalingen van hoofdstuk II van het convenant als voorschrift aan de exploitatievergunning verbinden. 3.De burgemeester kan de aan de exploitatievergunning verbonden voorschriften en beperkingen wijzigen, dan wel nieuwe voorschriften en/of beperkingen aan de exploitatievergunning verbinden. 4.Het is verboden te handelen in strijd met enig aan de exploitatievergunning verbonden voorschrift of beperking. Artikel8Vergunninghouder 1.De exploitatievergunning wordt uitsluitend verleend aan en op naam gezet van de exploitant. 2.De exploitatievergunning is niet overdraagbaar. 3.In geval van beëindiging of overdracht van het horecabedrijf is de exploitant verplicht dit terstond schriftelijk te melden aan de burgemeester. Artikel9Beslistermijn 1.De burgemeester beslist op de aanvraag om een exploitatievergunning binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag is ingekomen. 2.De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. 3.Indien voor het horecabedrijf tevens een vergunning op grond van de wet is vereist, houdt de burgemeester, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, zijn beslissing aan totdat op de aanvraag om vergunning als bedoeld in de wet is beslist. 4.Paragraaf 4.1.3.3 van de Awb is niet van toepassing op besluiten op grond van dit hoofdstuk. Artikel10Intrekkingsgronden 1.De burgemeester trekt de exploitatievergunning in, indien: de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; een leidinggevende niet langer voldoet aan de eisen, zoals die zijn vermeld in artikel 6, tweede lid; zich in of in de nabijheid van het horecabedrijf feiten hebben voorgedaan, die - naar het oordeel van de burgemeester - de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de exploitatievergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, de veiligheid, de volksgezondheid, het woon- en leefklimaat of de zedelijkheid; voor de exploitatie van het horecabedrijf tevens een vergunning op basis van de wet is vereist en deze vergunning is ingetrokken. 2.De intrekking van de vergunning op grond van het eerste lid, onder b, kan eerst geschieden een maand nadat van het voornemen daartoe aan vergunninghouder schriftelijk mededeling is gedaan, tenzij vergunninghouder zelf niet langer voldoet aan de eisen, zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid. 3.Ten aanzien van het horecabedrijf waarvan de exploitatievergunning ingevolge het eerste lid, onder c, wordt ingetrokken, kan tevens worden bepaald dat een exploitatievergunning voor de desbetreffende locatie gedurende een termijn van maximaal vijf jaar kan worden geweigerd. 4.De burgemeester kan de exploitatievergunning intrekken, indien: er is of wordt gehandeld in strijd met de exploitatievergunning en/of de daaraan verbonden voorschriften of beperkingen; niet langer wordt voldaan aan de eisen die bij of krachtens de exploitatievergunning zijn gesteld; in een horecabedrijf de functie van leidinggevende wordt uitgeoefend door een persoon, die niet op de exploitatievergunning met betrekking tot dat bedrijf als zodanig is vermeld; de houder van de exploitatievergunning daar schriftelijk om verzoekt; de exploitant in een periode van twee jaar ten minste driemaal iemand als leidinggevende heeft aangemeld, die niet aan de eisen voldoet, zoals vermeld in artikel 6, tweede lid. Artikel11Vervallen exploitatievergunning De exploitatievergunning vervalt wanneer: a.de exploitatie van het horecabedrijf feitelijk is beëindigd of (gedeeltelijk) overgedragen; b.zes maanden zijn verstreken na het onherroepelijk worden van de exploitatievergunning, zonder dat van de vergunning gebruik is gemaakt; c.gedurende zes maanden, anders dan wegens overmacht, geen gebruik is gemaakt van de exploitatievergunning. Hoofdstuk3Terrassen Artikel12Terrasvergunning 1.Het is verboden een terras te plaatsen en/of exploiteren zonder of in strijd met een terrasvergunning van de burgemeester. 2.De terrasvergunning wordt op naam gesteld van de exploitant van het desbetreffende horecabedrijf. Artikel13Aanvraag De aanvraag geschiedt door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarop in ieder geval de situering en de afmetingen van het terras en de gegevens van het horecabedrijf worden vermeld. Artikel14Weigeringsgronden 1.De burgemeester weigert de terrasvergunning, indien: aan de exploitant van het horecabedrijf waartoe het terras behoort geen exploitatievergunning, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, is verleend; wegens strijd met het omgevingsplan. 2.De burgemeester kan de terrasvergunning weigeren, indien: dit in het belang is van de bescherming van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of het woon- en leefklimaat; voor het terras ook andere vergunningen zijn vereist die niet zijn verleend; uit de aanvraag blijkt dat het terras gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig beheer van de weg en daaraan niet door het verbinden van voorschriften of beperkingen aan de vergunning tegemoet kan worden gekomen; dit in het belang is van het uiterlijk aanzien van de omgeving; het een terras betreft ten dienste van een horecabedrijf, gevestigd op een locatie waar op basis van het omgevingsplan slechts ondersteunende c.q. ondergeschikte horeca is toegestaan. 3.De terrasvergunning kan voorts worden geweigerd, indien het voorgenomen terras niet voldoet aan de nadere regels als bedoeld in artikel 21. Artikel15Voorschriften en beperkingen 1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid, zedelijkheid dan wel het woon- en leefklimaat, voorschriften en/of beperkingen verbinden aan de terrasvergunning. 2.De burgemeester verbindt aan de terrasvergunning in elk geval voorschriften met betrekking tot de toegestane locatie en omvang van het terras. 3.De burgemeester kan de aan de terrasvergunning verbonden voorschriften en beperkingen wijzigen, dan wel nieuwe voorschriften en/of beperkingen aan een terrasvergunning verbinden. 4.Het is verboden te handelen in strijd met enig aan de terrasvergunning verbonden voorschrift of beperking. Artikel16Beslistermijn 1.De burgemeester beslist op de aanvraag om een terrasvergunning binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag is ingekomen. 2.De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. 3.Paragraaf 4.1.3.3 van de Awb is niet van toepassing op besluiten op grond van dit hoofdstuk. Artikel17Intrekkingsgronden De burgemeester kan de terrasvergunning intrekken, indien: a.de te harer verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; b.de exploitatievergunning van het horecabedrijf ten behoeve waarvan het terras wordt geëxploiteerd, op grond van artikel 10 is ingetrokken; c.het terras wordt geplaatst en/of geëxploiteerd in strijd met een voorschrift en/of beperking verbonden aan de terrasvergunning dan wel de krachtens de gestelde nadere regels als bedoeld in artikel 21; d.de houder van de terrasvergunning daar schriftelijk om verzoekt. Artikel18Tijdelijke sluiting terras 1.De burgemeester kan één of meerdere terrassen voor bepaalde tijd sluiten, indien: dit in het belang is van de openbare orde, veiligheid en/of zedelijkheid dan wel ter bescherming van de woon- en leefomgeving of wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden; het terras wordt geplaatst en/of geëxploiteerd in strijd met een voorschrift en/of beperking verbonden aan de terrasvergunning dan wel de krachtens deze verordening gestelde nadere regels. 2.De leidinggevenden van het horecabedrijf zijn gehouden het terras onmiddellijk, dan wel binnen de daarvoor gestelde termijn, op eerste aanzegging van gemeentewege tijdelijk te sluiten, indien de handhaving van de openbare orde en veiligheid of enig ander urgent openbaar belang dit vordert. Artikel19Weekmarkt, evenementen en werkzaamheden 1.Het is verboden om terrassen uit te stallen op terreinen die zijn aangewezen voor de weekmarkt op dagen en tijden dat deze weekmarkt wordt gehouden. 2.Wanneer dit in verband met evenementen noodzakelijk wordt geacht, wordt het terras op eerste aanzegging van gemeentewege, door en voor rekening van de houder van de terrasvergunning verwijderd. 3.Wanneer dit in verband met straat-, graaf- en/of veegwerkzaamheden noodzakelijk wordt geacht, wordt het terras op eerste aanzegging van gemeentewege, door en voor rekening van de houder van de terrasvergunning verwijderd. Artikel20Terrasmeubilair en reclamemateriaal 1.Terrasmeubilair bevindt zich altijd op het terras of inpandig, maar nimmer buiten de locatie waarvoor de terrasvergunning is verleend. 2.Na sluiting van het terras dient het terrasmeubilair te worden vastgeketend of inpandig te worden opgeslagen. 3.Na sluiting van het terras dienen parasols te worden ingeklapt en alle uitklapborden, displays en overig reclamemateriaal inpandig te worden opgeslagen. Artikel21Nadere regels terrassen De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de verkeersveiligheid nadere regels vaststellen ten aanzien van het plaatsen en/of de exploitatie van terrassen. Hoofdstuk4Paracommerciële horeca Artikel22Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden 1.Ter voorkoming van oneerlijke mededinging is het verboden in een paracommerciële rechtspersoon alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten: van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen; die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. 2.Voor vrijwilligers kan maximaal vijf keer per jaar een feest worden georganiseerd, ongeacht of het één, meerdere, dan wel alle vrijwilligers betreft. Daarbij moet het feest in relatie staan met de werkzaamheden van de vrijwilliger(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.