Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede houdende regels omtrent het vergunningsstelsel voor onttrekking en splitsing (Beleidsregels behorend bij het vergunningsstelsel voor onttrekking en splitsing)Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede; gelezen het voorstel van 7 mei 2019, zaaknummer 109129; gelet op artikel 39 van de Huisvestingsverordening Ede 2019; besluit vast te stellen de: Beleidsregels behorend bij het vergunningsstelsel voor onttrekking en splitsing. Algemeen Artikel1.Meldingplichtig gebruik Indien sprake is van meldingplichtig gebruik als bedoeld in artikel 1.18 van het Bouwbesluit, zal het gemeentebestuur, om het belang van brandveiligheid te benadrukken, pas een onttrekkingsvergunning verlenen nadat deze melding brandveilig gebruik is gedaan. Is de melding ten onrechte niet (eerder of gelijktijdig) gedaan, dan wordt de aanvraag – na ongebruikte mogelijkheid om alsnog een melding te doen – buiten behandeling gelaten. Artikel2.Vergunningsvoorwaarden Aan het verlenen van de vergunning kunnen voorwaarden worden verbonden tot het treffen van bepaalde voorzieningen. Het in gebruik nemen van de onzelfstandige woonruimte is niet toegestaan alvorens de betreffende voorzieningen zijn aangebracht. Artikel3.Instandhoudingsverplichting De voor verkrijging van de onttrekkingsvergunning voorgeschreven voorzieningen moeten in stand worden gehouden. Weigeringsgronden voor een aanvraag Artikel4.Voorwaarden Op een verzoek om een vergunning voor omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte wordt – behoudens de overige bepalingen in deze beleidsregels - positief beschikt, op voorwaarde dat: het omzetten betrekking heeft op een woning waarvan aanvrager aantoont dat wordt voldaan aan de voorschriften voor geluidwering tussen (verblijfs)ruimten van de woning waarop het verzoek om onttrekking betrekking heeft, en een verblijfsruimte gelegen in aangrenzende woningen als vereist in artikel 3.16 en 3.17 van het Bouwbesluit 2012, en de aanvrager woon- en leefregels overlegt die ten minste de aspecten bevatten die in artikel 7 zijn genoemd en die onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de huurovereenkomst met de bewoners van de woning waarop het verzoek om onttrekking betrekking heeft. Artikel5.Geluidswerende voorzieningen Aan de in artikel 4a genoemde voorwaarde wordt geacht te zijn voldaan, indien: de volgende (bouwtechnische) voorzieningen aanwezig zijn: voor een woningscheidende wand: een voorzetwand met een dikte van tenminste 100 mm, waarmee tenminste wordt voldaan aan kwaliteitscijfer 3 volgens NEN 1070, zoals beschreven in bijlage 1; op een woningscheidende vloer: een droge verend opgelegde dekvloer met een dikte van tenminste 30 mm, waarmee tenminste wordt voldaan aan kwaliteitscijfer 3 volgens NEN 1070; een op de voordeur aangebrachte voorziening, bijvoorbeeld een deurdranger, ter voorkoming van geluidsoverlast als gevolg van het dichtslaan van de voordeur; indien een trap aanwezig is, een op alle traptreden aangebrachte geluiddempende bekleding; uit destijds verleende bouwvergunning dan wel de omgevingsvergunning voor bouwen blijkt dat de woning aan de nieuwbouweisen voor geluidswering voldoet (NEN 5070, geluidswering klasse III) en er sindsdien geen verbouwingen hebben plaatsgevonden die afbreuk hebben gedaan aan de geluidwering. Artikel6.Afwijken van geluidswerende voorzieningen Van de onder artikelen 4a en 5 genoemde voorwaarden kan worden afgeweken, indien de locatie van de woning zodanig is dat zonder de genoemde maatregelen geen sprake zal zijn van overlast, bijvoorbeeld bij een vrijstaand gebouwde woning of het ontbreken van geluidgevoelige objecten in de directe omgeving. Artikel7.Aanvullende eisen Aan de vergunning worden de volgende voorwaarden verbonden: Een van de bewoners wordt aangewezen als contactpersoon en een eerste aanspreekpunt voor zowel de gemeenten als derden. De vergunninghouder maakt de contactpersoon aan de gemeente bekend. De taken van de contactpersoon zijn: Aanspreekpunt zijn voor omwonenden en gemeente; Informeren van nieuwe bewoners over de leefregels; Zorgdragen voor naleving van de leefregels. Afvoer en opslag van huis en grofvuil vindt zodanig plaats dat geen overlast voor de buurt ontstaat. De huurder mag in het gehuurde geen handel drijven of bedrijf uitoefenen of het gehuurde als werkplaats gebruiken. Het is huurder niet toegestaan de tuin, het balkon of het terras te gebruiken voor opslag van zaken, van welke aard dan ook. Huurder is verplicht de gemeenschappelijke ruimten en de daarvan al dan niet deel uitmakende vluchtwegen vrij te houden van voorwerpen die de vluchtmogelijkheden beperken of op andere wijze geacht kunnen worden een gevaar op te leveren voor de huurders of bezoekers van de woning of het complex. Fietsen, motorvoertuigen of andere vervoersmiddelen mogen alleen worden neergezet op die plaatsen die hiervoor blijkens aanwijzing zijn bestemd. De plaatsing mag geen overlast verzaken of het gebruik van de openbare ruimte belemmeren. Artikel8.Weigeringsgronden In aanvulling op de in artikelen 4 en 5 genoemde voorwaarden kan een onttrekkingsvergunning worden geweigerd, indien: Specifieke bouwkundige voorzieningen ontbreken die ter bescherming voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat noodzakelijk worden geacht, of, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen het beoogde gebruik niet mogelijk wordt geacht. Opleggen van aanvullende maatregelen of intrekking van de vergunning Artikel9.Wijziging vergunninghouder In een onttrekkingsvergunning wordt bepaald dat bij wijziging van de houder van de vergunning het gebruik als onzelfstandige woonruimte niet eerder is toegestaan dan dat er aan de gemeente is medegedeeld wie de nieuwe vergunninghouder is en dat het gebruik ongewijzigd wordt voortgezet. Artikel10.Intrekkingsgronden Een verleende vergunning kan worden ingetrokken indien: De houder van die vergunning niet binnen een jaar nadat die vergunning onherroepelijk is geworden is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of omzetting, onderscheidenlijk tot inschrijving in de openbare registers van de akte van splitsing in appartementsrechten, bedoeld in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of tot het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten; die vergunning is verleend op grond van door de houder van die vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren, of de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 7 niet worden nageleefd. Artikel11Slotbepalingen 1.Dit besluit treedt in werking op de achtste dag na die van bekendmaking. 2.Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels behorend bij het vergunningsstelsel voor onttrekking en splitsing Vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders d.d. 7 mei 2019, zaaknummer 109129Het college voornoemd,drs. P.C.M. van Elteren de secretaris, mr. L.J. Verhulstde burgemeester,Toelichting op de beleidsregels Algemeen Doel van een onttrekkingsvergunning is dat de gemeente kan beoordelen of de omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte niet leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aspecten die daarbij een rol spelen zijn met name geluidsoverlast naar omwonenden en andere overlast door bijvoorbeeld foutief geplaatste fietsen. Bij een verzoek aan de gemeente om een woning te mogen verkameren moet dan ook informatie worden meegeleverd op basis waarvan de gemeente kan beoordelen in hoeverre hier al dan niet sprake van is. Welke informatie dit betreft is opgenomen in de huisvestingsverordening en is tevens opgenomen in het aanvraagformulier. Deze beleidsregels vormen het kader waarbinnen de gemeente beslist over het al dan niet verlenen van de vergunning. Op het besluit een vergunning al dan niet te verlenen zijn de regels van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit wil onder meer zeggen dat de gemeente het besluit moet motiveren en dat tegen het besluit van de gemeente bezwaar kan worden gemaakt. Dit houdt tevens in dat de gemeente een vergunning mag weigeren of achteraf intrekken indien de aangeleverde informatie onjuist blijkt te zijn (artikel 26 Huisvestingswet 2014). Artikel 1 Indien een woning in 5 of meer wooneenheden wordt verhuurd, is sprake van zogenoemde kamergewijzeverhuur en is op grond van het Bouwbesluit 2012 een melding brandveilig gebruik verplicht. Een melding brandveilig gebruik kan worden gedaan via het Omgevingsloket online (www.omgevingsloket.nl). Voor de eisen waaraan kamergewijze verhuur moet voldoen wordt verwezen naar de Handreiking Studentenhuisvesting en bouwregelgeving3 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In gevallen die op grond van het Bouwbesluit 2012 gezien worden als kamergewijze verhuur moet bij een bewijs van de melding brandveilig gebruik worden bijgevoegd bij de aanvraag van een onttrekkingsvergunning. Zonder een dergelijk bewijs wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Artikel 2 Een vergunning wordt verleend indien aan de beleidsregels wordt voldaan. Wordt niet voldaan dan kan de vergunning soms worden verleend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning. Het toetsingskader hiervoor zijn de belangen genoemd in artikel 4 e.v. van de verordening. Kunnen deze belangen voldoende worden gewaarborgd met voorwaarden en voorschriften, dan wordt de vergunning alsnog verleend. Biedt dit onvoldoende mogelijkheden om de betrokken belangen te beschermen, dan wordt de vergunning geweigerd. Een kamerverhuurpand kan pas in gebruik worden genomen als aan de voorwaarden en voorschriften is voldaan. Artikel 3 Voorzieningen, zoals geluidwerende maatregelen, die aanwezig zijn en voorzieningen die moeten worden aangebracht als voorwaarde voor het verkrijgen van de vergunning mogen niet worden verwijderd. Wordt dit toch gedaan dan kan de gemeente de vergunning intrekken. De wettelijke grondslag hiervoor is artikel 26, eerste lid, aanhef en onder c van de Huisvestingswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.