Subsidieregeling STiP-banen Den Haag 2017 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, overwegende dat: de gemeente Den Haag middels deze regeling 1000 extra (additionele) arbeidsplaatsen wil realiseren en daarmee een extra impuls voor werkgelegenheid wenst te geven voor met name mensen in de bijstand met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, die aan de onderkant van de arbeidsmarkt op zoek zijn naar werk. gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2014 gelet op het bepaalde in de Re-integratieverordening Participatiewet Den Haag 2015 en artikel 1.6 van de Verordening gelijkstelling onderwijs Den Haag 2019, besluit vast te stellen de Subsidieregeling STiP-banen Den Haag 2017 Den Haag, 13 december 2016, Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, mw. A.W.H. Bertram de burgemeester, J.J. van Aartsen § 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: Algemene subsidieverordening: Algemene subsidieverordening Den Haag 2014; belanghebbende: organisatie als bedoeld in artikel 2.3, STiP-baan: Sociaal Traject in Perspectief-baan, zijnde additionele baan voor een bijstandsgerechtigde, die op voordracht van het college een dienstverband bij een rechtspersoon zonder winstoogmerk krijgt met behulp van subsidie op grond van deze regeling; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag. schoolbestuur: het bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra bekostigde en in de gemeente gelegen openbare of bijzondere school. Artikel 1:2 Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 2:1 bedoelde activiteiten. § 2 De activiteiten en de doelgroep Artikel 2:1 Activiteiten De subsidie wordt uitsluitend verleend voor het creëren van STiP-banen ten behoeve van personen die een uitkering van de gemeente Den Haag op grond van de Participatiewet ontvangen en met wie de aanvrager van de subsidie op voordracht van het college een dienstverband is aangegaan met als doel het vergroten van diens kansen op de reguliere arbeidsmarkt. Artikel 2:2 Subsidiecriteria Voor de subsidieverlening moet aan alle volgende voorwaarden zijn voldaan: de dienstbetrekking is aangegaan voor tenminste één jaar; de betreffende persoon is naar het oordeel van het college niet in staat zonder de subsidie betaalde arbeid te verwerven; de dienstbetrekking is aangegaan voor een door het college bepaalde omvang met betrekking tot de betreffende persoon, zijnde tenminste vierentwintig uur per week; de betreffende persoon verdient in de dienstbetrekking het wettelijk minimumloon behorende bij de betreffende omvang van het dienstverband, dan wel het in de branche toepasselijke CAO-loon behorende bij de betreffende omvang van het dienstverband; de dienstbetrekking leidt niet tot verdringing, dat wil zeggen: 1° er is sprake van: - een speciaal gecreëerde functie, die niet regulier voorkomt, of: - werkzaamheden die bovenformatief zijn, of: - werkzaamheden die anders niet, of beduidend minder vaak worden uitgevoerd, en: 2° niet is gebleken dat in de 12 maanden voorafgaand aan de datum van de aanvang van de dienstbetrekking: - werknemers zijn ontslagen, die vergelijkbare werkzaamheden uitvoerden of - dezelfde werkzaamheden bij een andere partij waren aanbesteed of - reeds uitgezette vacatures voor de bedoelde werkzaamheden zijn ingetrokken; de subsidie leidt niet tot concurrentievervalsing, dat wil zeggen: 1° de dienstbetrekking mag geen commerciële werkzaamheden betreffen en: 2° de concurrentieverhoudingen worden niet onverantwoord beïnvloed met de prijzen voor de diensten, die ten gevolge van de arbeid in een dienstbetrekking als bedoeld in deze regeling, worden geleverd; de subsidieverstrekking leidt niet tot ongeoorloofde staatssteun. Artikel 2:3 Doelgroep Subsidie op basis van deze subsidieregeling wordt uitsluitend verstrekt aan: overheidsorganisaties en (publieke) uitvoeringsorganisaties daarvan; schoolbesturen overige door het college aan te wijzen rechtspersonen. § 3 Subsidie arbeidsplaatsen Artikel 3:1 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt 835 euro per maand per dienstverband van minimaal 80% van de in de betreffende branche gebruikelijke werkweek. Per dienstverband van minder dan 80% van de in de betreffende branche gebruikelijke werkweek bedraagt de subsidie een bedrag naar rato van het bedrag genoemd onder het eerste lid. Artikel 3:2 Duur van de subsidie De subsidie wordt verleend voor de duur van het dienstverband tussen de belanghebbende en de persoon als bedoeld in artikel 2:1, met een maximum van twaalf maanden. Artikel 3:3 Subsidieplafond Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt een subsidieplafond van 27 miljoen euro binnen de periode 2017 tot en met 2020. Burgemeester en wethouders kunnen de hoogte van het subsidieplafond wijzigen in de periode als bedoeld in het eerste lid. Artikel 3:4 Wijze van verdeling Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van indiening bij burgemeester en wethouders, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Indien burgemeester en wethouders op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt, meer dan één aanvraag ontvangen, stellen zij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting. Artikel 3:5 Nadere verplichtingen van de ontvanger Het college kan bij besluit nadere verplichtingen aan de subsidiering verbinden. § 4 Besluitvorming subsidie Artikel 4:1 Bij aanvraag in te dienen gegevens In afwijking van het tweede lid van artikel 8 van de Algemene Subsidieverordening en legt de aanvrager de volgende gegevens over: de naam en de relevante persoonsgegevens van de persoon waarmee de aanvrager een dienstverband als bedoeld in artikel 2:1 voornemens is aan te gaan; de aard, omvang en duur, het loon en de beoogde ingangsdatum van het dienstverband; een verklaring waarin de aanvrager verklaart dat aan de criteria van artikel 2:2, onder e en f, is voldaan. Artikel 4:2 Aanvraagtermijn Een aanvraag om subsidie wordt, in afwijking van artikel 9, derde lid, van de Algemene subsidieverordening, ingediend binnen acht weken nadat het dienstverband als bedoeld in artikel 2:1, is ingegaan. Artikel 4:3 Beslistermijn Burgemeester en wethouders beslissen, in afwijking van artikel 10, tweede lid van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2014, binnen acht weken nadat de volledige aanvraag om subsidie is ingediend. Artikel 4:4 Aanvullende weigeringsgrond Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11, eerste en tweede lid, van de Algemene subsidieverordening, kan subsidie worden geweigerd als: de aanvraag niet tijdig is ingediend en deze niet reeds op grond daarvan buiten behandeling is gesteld; de aanvrager reeds subsidie ontvangt of heeft aangevraagd voor dezelfde activiteiten op grond van een andere regeling. Artikel 4:5 Beëindiging, intrekking, wijziging Onverlet het bepaalde in de Algemene subsidieverordening Den Haag 2014 kan het college de subsidie weigeren, beëindigen, intrekken of ten nadele van belanghebbende wijzigen indien: naar het oordeel van het college de normen van het goed werkgeverschap als bedoeld in artikel 7: 611 BW door belanghebbende niet of onvoldoende in acht worden genomen; naar het oordeel van het college de subsidie niet langer noodzakelijk is voor de arbeidsinschakeling of daaraan niet blijkt bij te dragen; naar het oordeel van het college de subsidie anderszins niet langer noodzakelijk is. § 5 Vaststelling en betaling Artikel 5:1 ambtshalve vaststelling subsidie Burgemeester en wethouders stellen de subsidie op basis van deze regeling ambtshalve vast. De vaststelling vindt plaats na elke twaalf maanden, dan wel zoveel eerder als het dienstverband als bedoeld in artikel 2:1 is beëindigd. Bij vroegtijdige beëindiging van het dienstverband wordt de subsidie naar rato van het aantal maanden vastgesteld. §6 Slotbepalingen Artikel 6:1 Hardheidsclausule Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze regeling buiten toepassing laten, of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van de aanvrager of de subsidieontvanger, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 6:2 slotbepaling Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2017. Artikel 6:3 Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling STiP-banen Den Haag 2017. Algemene toelichting In de brief aan de Commissie Samenleving “Extra impuls werkgelegenheid” (RIS 294630) is een uitbreiding van het aanvalsplan “Den Haag maakt werk” aangekondigd. Daarin is onder meer de ambitie neergelegd om 1000 gesubsidieerde banen te creëren. Deze banen worden STiP-banen genoemd. STiP staat voor ‘Sociaal Traject in Perspectief’. Mensen in een STiP-baan doen waardevolle werkervaring op en krijgen hierdoor weer perspectief. De STiP-baan duurt maximaal 3 jaar. De banen zijn bedoeld voor mensen in de bijstand met een lage loonwaarde (gemiddeld 60 procent) en bijstandsgerechtigden van 56 jaar en ouder. Het gaat om additionele betaalde werkzaamheden in de (semi)-publieke sector. De subsidieregeling STiP-banen is bedoeld om, samen met andere financieringsbronnen, nagenoeg alle kosten te dekken voor het creëren van deze STiP-banen. Artikelsgewijze toelichting Artikel 2:1 Activiteiten De subsidie is bestemd voor kosten in verband met het creëren van een STiP-baan voor een door het college voorgedragen bijstandsgerechtigde. De subsidie is bedoeld om de werkgeverslasten te dekken, die overblijven, na de inzet van wettelijke instrumenten uit de Participatiewet en fiscale regelingen. Artikel 2:2 Subsidiecriteria Onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.