geven op het rapport. De periode tussen de publicatie van een onderzoeksrapport en de agendering in een raadscommissie mag maximaal 8 weken bedragen. Aansluitend aan de behandeling wordt door de commissie geadviseerd of de rapportage, ter bekrachtiging van de daarin opgenomen aanbevelingen, wordt geplaatst op de raadsagenda. Artikel11Budget 1.De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2.Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van: de vergoedingen aan de leden: de ambtelijk secretaris; interne onderzoeksmedewerkers; externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld: eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak; 3.De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad. Artikel12Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad. 2.Op dat tijdstip wordt ingetrokken de Verordening op de rekenkamercommissie voor de gemeente de Ronde Venen 2016. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rekenkamercommissie gemeente De Ronde Venen 2019”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente De Ronde Venen van 18 april 2019, De raad voornoemd,de griffier de voorzitter
op artikelen Verordening rekenkamercommissie gemeente De Ronde Venen 2019Toelichting Artikel 1 BegripsbepalingenDit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven en zodat geen twijfel kan ontstaan over de betekenis.
De rekenkamercommissie heeft tot taak de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door de gemeente gevoerde bestuur te onderzoeken. Het is dus een belangrijk instrument tot deskundig en onafhankelijk onderzoek naar de uitvoering en effecten van het gemeentelijke beleid. De term ‘door het gemeentebestuur gevoerde bestuur’ wil niet zeggen dat het onderzoek alleen betrekking heeft op het college. Ook kunnen onderzoeken van de rekenkamercommissie ineffectiviteit, ongewenste neveneffecten en inefficiënties aantonen die mede het (afgeleide) gevolg zijn van beslissingen van de raad. Onderzoeken kunnen zodoende (in)direct ook de raad zelf raken. Een en ander kan best bedreigend zijn voor de raad en het college. Juist daarom is het belangrijk dat de rekenkamercommissie een onafhankelijke positie heeft ten opzichte van de raad en de andere gemeentelijke organen.
De leden dienen buiten de gemeente woonachtig te zijn om de objectiviteit en onafhankelijkheid te vergroten.
De verplichting deze eed of verklaring en belofte af te leggen vloeit voort uit artikel 81g van de Gemeentewet en wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de leden van de rekenkamercommissie.
Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde situaties.
In dit artikel is de vergoeding die leden voor hun werkzaamheden ontvangen vastgelegd.
De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een secretaris.
Artikel 81i van de Gemeentewet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op de rekenkamercommissie. In het reglement van orde moeten/kunnen zaken als de vergoeding, volgorde van aftreden bij een meerhoofdige rekenkamercommissie, verhouding secretaris-voorzitter, de procedure die wordt gevolgd bij onderzoeken, hoe wordt omgegaan met verzoeken van derden om onderzoek te verrichten enzovoorts geregeld.
De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze onafhankelijkheid te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan kiezen. De rekenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet genoemd. Doordat deze mogelijkheid van uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.
Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren. De rapporten van de rekenkamercommissie zijn in beginsel openbaar maar op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wob kunnen rapporten of gedeelten daarvan als geheim worden aangemerkt. Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde) ontwerp-onderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betreffende ambtenaren worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden uit te halen en te corrigeren. Indien van toepassing wordt de verantwoordelijke wethouder of het college de gelegenheid geboden om te reageren op de conceptaanbevelingen die de rekenkamer verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt de rekenkamer een definitief rapport naar buiten met bevindingen, conclusies en eventueel aanbevelingen. Eventueel zouden zaken die in dit artikel zijn opgenomen ook in een reglement van orde kunnen worden geregeld.
De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van het budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht.
Dit artikel behoeft geen
.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.