Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Bedrijventerrein TwenteHet College van Gedeputeerde Staten van de PROVINCIE OVERIJSSEL, De Colleges van Burgemeester en Wethouders van de GEMEENTE ALMELO, en de GEMEENTE BORNE, en de GEMEENTE ENSCHEDE, en de GEMEENTE HENGELO; tezamen verder ook wel (deelnemende) partijen of deelnemers te noemen; overwegende, dat: partijen in 2005 de gemeenschappelijke regeling Regionaal Bedrijventerrein Twente zijn aangegaan voor onbepaalde tijd met als doel te komen tot een gezamenlijke ontwikkeling, realisatie en beheer van een, qua verschijningsvorm hoogwaardig, grootschalig en duurzaam bedrijventerrein van bovengemeentelijke betekenis, aard en omvang, door partijen genoemd XL Businesspark Twente; partijen deze gemeenschappelijke regeling per 9 december 2015 op onderdelen hebben bijgesteld vanwege de wijziging van de Wet Gemeenschappelijke regelingen per 1 januari 2015 (Staatscourant, nummer 15705); er een wettelijke noodzaak is tot wijziging van de regeling naar een collegeregeling en tegelijkertijd de regeling op onderdelen moet worden geactualiseerd; er geen aanleiding is om inhoudelijke uitgangspunten bij te stellen; gelet op: het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen, meer in het bijzonder op het bepaalde in de artikelen 51 en volgende van die wet alsmede op het bepaalde in de Provinciewet en de Gemeentewet; besluiten partijen: de gemeenschappelijke regeling Regionaal Bedrijventerrein Twente met instemming van Provinciale Staten respectievelijk de gemeenteraden te wijzigen, zodanig dat de regeling als volgt komt te luiden: HoofdstukI.Algemene bepalingen Artikel1.Openbaar Lichaam Er is een Openbaar Lichaam als bedoeld in artikel 8, lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, te weten de publiekrechtelijke rechtspersoon Regionaal Bedrijventerrein Twente, gevestigd te Almelo. Artikel2.Begripsbepalingen 1.In deze regeling wordt verstaan onder: De wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; Colleges: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende colleges van burgemeester en wethouders en het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel; De regeling: deze gemeenschappelijke regeling; Deelnemende gemeente/provincie: de aan deze regeling deelnemende provincie en gemeenten; Deelnemers: de aan deze regeling deelnemende colleges; Het rechtsgebied: het totale grondgebied van de aan deze regeling deelnemende gemeenten; Het Regionaal Bedrijventerrein Twente: het Openbaar Lichaam, bedoeld in artikel 1 van de regeling en verder ook wel aan te duiden als het RBT; Het RBT-gebied: het al dan niet aaneengesloten gebied of de gebieden, waarop is en zal worden gerealiseerd het in de considerans sub A bedoelde bedrijventerrein, zoals weergegeven op de bij deze regeling behorende kaart (bijlage 1) en zoals bij de vaststelling van deze regeling gelegen op het grondgebied van de gemeente Almelo in het gebied dat globaal wordt begrensd door het Twentekanaal (zijkanaal naar Almelo), de Rijksweg 35 en de Doorbraak; Het RBT-profiel: het profiel waaraan die bedrijven uit de sector grootschalige industriële productie en de sector transport en distributie voldoen (conform de staat van inrichtingen behorende bij het geldende bestemmingsplan), wier situering op het regionaal bedrijventerrein in het bijzonder is aangewezen in verband met het te hanteren terreinquotiënt van 20 tot 50 arbeidsplaatsen per hectare en hun terreinbehoefte vanaf 2 hectare; Programmeringsoverleg Bedrijventerreinen Twente: het overlegcircuit waarbinnen tussen vertegenwoordigers van de diverse overheden afspraken worden gemaakt over de (wenselijke) ontwikkelingen op en ten aanzien van bedrijventerreinen in Twente; Grondexploitatie: (de administratieve en financiële vertaling van) het omvormen van (agrarische) grond en opstallen binnen het RBT-gebied naar openbare ruimte en bouwgrond die wordt verkocht of in erfpacht uitgegeven; XL Businesspark Twente: de handelsnaam die gebruikt wordt voor het RBT; De coöperatie: het Coöperatief Parkmanagement XL Businesspark Twente U.A, de vereniging belast met het uitvoeren van parkmanagement over het bedrijventerrein; Erfpachtbedrijf: de voorraad gronden en terreinen, waarvoor geldt dat de grondwaarde niet ineens maar in termijnen is/wordt afgekocht door bedrijven; Parkmanagement voorzieningen: de door RBT aangebrachte en aan te brengen coöperatieve terreinvoorzieningen. Waar in deze regeling artikelen van enige wet of andere wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van provincie/gemeente, Provinciale Staten/gemeenteraad, Gedeputeerde Staten/burgemeester en wethouders en de Commissaris (van de Koning)/burgemeester onderscheidenlijk het RBT, het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter. Artikel3.Algemene taakstelling omtrent te bereiken doelen en te behartigen belangen 1.Het RBT heeft tot taak het ontwikkelen, realiseren, exploiteren en beheren van het in bijlage 1 van deze regeling bedoelde bedrijventerrein, ten tijde van de vaststelling van deze regeling bruto groot ongeveer 180 hectare. Onder deze taak is alles begrepen, wat in de ruimste zin des woords met de ontwikkeling en realisering en de exploitatie en het beheer samenhangt. 2.Tot de te behartigen belangen worden tevens gerekend die welke gebaat zijn bij een duurzame ontwikkeling van het bedrijventerrein. 3.Ontwikkeling en realisering betreffen alle procedures, regelingen en handelingen om het regionaal bedrijventerrein feitelijk te realiseren. Een en ander kan gefaseerd plaatsvinden. 4.Exploitatie en beheer omvatten het totale instrumentarium dat zowel ten behoeve van de verdere ontwikkeling en realisering van dit regionaal bedrijventerrein als ten behoeve van de instandhouding ervan kan worden ingezet. 5.Als onderdeel van – en sturingsmiddel binnen – deze ontwikkeling, realisering, exploitatie en beheer is een belangrijk instrument de grondexploitatie, waarmee de in dit artikel omschreven doelen bereikt kunnen worden. 6.Het verkopen, verhuren en in erfpacht uitgeven van kavels. 7.Het (tijdelijk) beheer van parkmanagementvoorzieningen, totdat deze zijn overgedragen aan de coöperatie. 8.Het (tijdelijk) beheer van de openbare ruimte, totdat de daartoe behorende onroerende zaken in eigendom worden overgedragen aan de gemeente Almelo, al dan niet na uitgifte in erfpacht aan de coöperatie. Onder beheer is mede begrepen het feitelijk beheer van het bedrijventerrein, bestaande uit de feitelijke uitvoering van allerhande beheersmaatregelen in de openbare ruimte, waartoe in ieder geval behoren de wegen en trottoirs, de groenvoorzieningen en de (ondergrondse) infrastructuur, teneinde deze openbare ruimte op een adequate manier in goede orde te kunnen onderhouden. 9.Het (tijdelijk) beheer van het erfpachtbedrijf, totdat de gemeenschappelijke regeling wordt geliquideerd of de grondwaarde volledig is afgekocht. 10.Indien zulks ter uitvoering van de omschreven (deel)taken nodig wordt geacht kan het RBT besluiten tot de oprichting van rechtspersonen teneinde bepaalde ondernemingsgerichte activiteiten op privaatrechtelijke wijze te doen uitvoeren. 11.Ter behartiging van de in deze regeling met de ontwikkeling en realisering van het bedrijventerrein gemoeide belangen is – indien zulks onvermijdelijk is – een samenwerking met private partijen in P(ubliek) P(rivaat) S(amenwerkings)-verband niet op voorhand uitgesloten, doch wel een laatste optie. Artikel4.Het afsprakenkader A. Ten aanzien van de (ruimtelijke) ontwikkeling en realisering van het Bedrijventerrein 1.De gemeente Almelo en de provincie Overijssel verlenen medewerking aan – en leveren een maximale inspanning bij – de te voeren procedures op het gebied van de ruimtelijke ordening en het milieu. 2.De deelnemers stemmen hun ruimtelijk beleid en planologie af en richten dit op de ontwikkeling en realisering van het regionaal bedrijventerrein en waar mogelijk ook ten behoeve van een optimale exploitatie en verantwoord beheer van dit regionaal bedrijventerrein. Ook zal de provincie Overijssel via haar omgevingsvisie en in het kader van het programmeringsoverleg bedrijventerreinen de ontwikkeling in de regio van bedrijventerreinen coördineren en afstemmen op de ontwikkeling van het RBT en zal zij de vestiging van nieuwe bedrijven die voldoen aan het RBT-profiel op bedrijventerreinen in andere Twentse gemeenten ontmoedigen en zo nodig en mogelijk tegengaan. 3.(Vergunning)aanvragen worden door het RBT in goed overleg met het daartoe bevoegde gezag opgesteld, waarna dat gezag zich maximaal zal inspannen om tot een vlotte afwerking van de vereiste procedures te komen. 4.In het geval zich ten aanzien van de in dit artikel bedoelde planologische procedures danwel in verband met de al dan niet op basis daarvan benodigde vergunningverlening problemen voordoen danwel aankondigen, die geheel of gedeeltelijk in de weg staan van een verdere ontwikkeling en realisering van het regionaal bedrijventerrein, zijn de deelnemers gehouden om aan de hand van een daartoe strekkend advies van het Algemeen Bestuur ieder afzonderlijk te besluiten of de regeling met inachtneming van het daaromtrent hierna in de artikelen over ‘Wijziging’ en over ‘Opheffing’ bepaalde moet worden gewijzigd danwel opgeheven. 5.Wat de feitelijke ontwikkeling en realisering aangaat dient de planologie in elk geval de vestiging mogelijk te maken van bedrijven met een zogenaamd RBT-profiel. 6.Per gronduitgifte wordt afgedragen aan de gemeente Almelo, als vergoeding voor de door de gemeente te realiseren en nog te realiseren bovenwijkse voorzieningen. Deze afdracht is thans vastgesteld op € 6,- per m2 uitgeefbaar terrein, gebaseerd op het laatst door Almelo vastgestelde raadsbesluit. De gemeente zendt jaarlijks per 31-12 een factuur aan RBT, die op haar beurt de kosten doorbelast aan de deelnemers, op basis van de in deze gemeenschappelijke regeling vastgelegde verdeelsleutel. 7.Het regionaal bedrijventerrein zal feitelijk gefaseerd worden gerealiseerd, totdat alle grond binnen het RBT-gebied voor het eerst is uitgegeven. Het bouwrijp maken van het bedrijventerrein geschiedt in opdracht van het RBT, zal eveneens gefaseerd plaatsvinden, waarbij de fasering zal worden afgestemd op het tempo, waarin de grond door het RBT kan worden uitgegeven. B. Ten aanzien van de exploitatie en het beheer van het bedrijventerrein 8.Ter uitvoering van de in artikel 3 omschreven doelen hebben deelnemende gemeenten – ook met het oog op de in dat artikel beoogde belangenbehartiging – de verplichting om bedrijven die voldoen aan het RBT-profiel en die zich binnen het rechtsgebied willen vestigen danwel verplaatsen, naar het regionaal bedrijventerrein te verwijzen. 9.Van de in het vorige lid bedoelde verplichting kan in zeer incidentele gevallen door een deelnemende gemeente worden afgezien op voorwaarde dat de betrokken gemeente een financiële compensatie aan het RBT voldoet. Zolang niet alle grond in het RBT-gebied is uitgegeven bedraagt die compensatie 25% van de verkoopwaarde van een even groot stuk grond in het RBT-gebied van het laagste prijsniveau. In uitzonderlijke gevallen kan het voltallige Dagelijkse Bestuur van het RBT bij unaniem besluit afzien van deze compensatieverplichting. 10.Het Algemeen Bestuur kan met 2/3 meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen besluiten om de in lid 9 bedoelde compensatieverplichting te herzien. 11.De hiervoor bedoelde compensatieverplichting geldt ook en onverkort indien de gronduitgifte na de inwerkingtreding van de regeling te eniger tijd door of samen met een private partij in PPS-verband plaatsvindt, voorzover dat PPS-verband wordt aangegaan na 1 juni 2005. 12.Indien een grootschalig bedrijf van binnen danwel van buiten het rechtsgebied van het RBT zelf uitdrukkelijk de voorkeur geeft aan vestiging op het regionaal bedrijventerrein, maar dit bedrijf niet geheel binnen het RBT-profiel past, kan het Dagelijks Bestuur in bijzondere gevallen hiervan in redelijkheid en billijkheid ontheffing verlenen. 13.Tot de feitelijke taken in het kader van exploitatie en beheer van het regionaal bedrijventerrein behoren het onderhoud en het beheer van de openbare ruimte, totdat de daartoe behorende onroerende zaken aan de gemeente Almelo in eigendom worden overgedragen, al dan niet na uitgifte in erfpacht aan de coöperatie. 14.Wat betreft het beheer en onderhoud van het regionaal bedrijventerrein wordt gewerkt aan een overdracht van verantwoordelijkheden aan de coöperatie waarbij het wenselijk geoordeelde kwaliteitsniveau wordt gebaseerd op het geldende beeldkwaliteitsplan en waarbij tevens aansluiting wordt gezocht bij de bij de deelnemers gebruikelijke eisen voor het beheer en onderhoud van openbare ruimte. Additionele wensen komen voor rekening van de gevestigde bedrijven. 15.De reëel te maken kosten voor beheer en onderhoud worden vergoed door de gemeente Almelo, zulks aan de hand van een daartoe door het Dagelijks Bestuur in overleg met de gemeente Almelo opgesteld en door het Algemeen Bestuur jaarlijks vastgesteld overzicht van de te verwachte kosten voor beheer en onderhoud (dat in de begroting is geïntegreerd). De gemeente Almelo stelt jaarlijks een overzicht beschikbaar van de verkregen opbrengsten uit de aan eigenaren en gebruikers van gronden in het RBT-gebied opgelegde aanslagen in de onroerendezaakbelasting (OZB) welke gelden als referentiekader. Dit overzicht wordt in het jaarverslag van het RBT geïntegreerd. 16.De in het kader van de exploitatie en beheer door het RBT te plegen acquisitie is gericht op bedrijven met een RBT-profiel. De deelnemers richten hun acquisitieactiviteiten daar eveneens op en stemmen het binnen hun eigen gemeente te voeren acquisitiebeleid daar zoveel mogelijk op af. HoofdstukII.Bestuur Artikel5.Het Algemeen Bestuur 1.De colleges wijzen uiterlijk binnen 3 maanden na aanvang van elke zittingsperiode van de raden of staten uit hun midden ieder twee leden van het algemeen bestuur aan. 2.De colleges wijzen uit hun midden twee plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur aan die de door hen benoemde leden bij ontstentenis of verhindering vervangen. 3.Indien tussentijds de plaats van een (plaatsvervangend) lid vacant komt, wijst het college van de betrokken deelnemer binnen 8 weken een nieuw (plaatsvervangend) lid aan. 4.Onverminderd het bepaalde in artikel 13 van de wet eindigt het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het algemeen bestuur op de dag aangegeven in artikel c4 van de Kieswet. Aftredende leden blijven hun functie waarnemen totdat opnieuw in de benoeming is voorzien, tenzij betrokkene geen zitting meer heeft in het college. 5.Het (plaatsvervangend) lidmaatschap eindigt eveneens op het moment van uittreding uit deze regeling van een deelnemer die door het (plaatsvervangend) lid wordt vertegenwoordigd. 6.Het Algemeen Bestuur wijst in verband met een eventueel wenselijk te achten roulerend voorzitterschap als eerste voorzitter aan het lid, dat als zodanig wordt voorgedragen door en uit GS Overijssel en kan tevens bepalen hoe lang die voorzitter in functie blijft alsook door wie die voorzitter nadien in beginsel wordt opgevolgd. 7.Het Algemeen Bestuur wijst plaatsvervangende voorzitters aan en bepaalt hun volgorde van optreden. 8.Wanneer door een lid van het Algemeen Bestuur gehandeld is in strijd met het bepaalde in artikel 52, lid 1 jo. artikel 20, lid 1 van de wet is op de voet van artikel 52, lid 2 van de wet het bepaalde in artikel X 7, lid 1 tot en met 5 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing. Artikel6.Bevoegdheden Algemeen Bestuur Aan het algemeen bestuur komen alle taken toe die bij of krachtens deze regeling aan de het Algemeen Bestuur zijn opgedragen, en niet bij of krachtens de wet of deze regeling aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter zijn opgedragen. Tot deze taken en bevoegdheden behoren in ieder geval: Het vaststellen en wijzigen van de begroting, grondexploitatie, meerjarenraming en vaststellen van de jaarrekening. Het vaststellen en wijzigen van een reglement van orde voor de vergaderingen van het Algemeen Bestuur. Het overeenkomstig artikel 212 Gemeentewet jo. artikel 216 Provinciewet vaststellen en wijzigen van een verordening over de uitgangspunten voor het financiële beleid, en van regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Het overeenkomstig artikel 213 Gemeentewet jo. artikel 217 Provinciewet vaststellen en wijzigen van een verordening met regels voor de controle op het financiële beheer, en van de inrichting van de financiële organisatie. Het doen van voorstellen tot wijziging van de regeling, met de toetreding tot of de uittreding uit de regeling van een of meer deelnemers en in verband met de opheffing van deze gemeenschappelijke regeling. Artikel7.Inlichtingenplicht en verantwoordingsplicht tussen RBT en deelnemers 1.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de raden, de staten en de colleges ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hen gevoerde en te voeren bestuur nodig is. 2.Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden en de staten de door één of meer leden daarvan overeenkomstig het reglement van orde van die raad en staten verlangde inlichtingen, een en ander voor zover zulks niet in strijd is met het openbaar belang. 3.Een verzoek om inlichtingen als bedoeld in lid 2 kan schriftelijk of mondeling worden ingediend bij het betreffende orgaan. 4.Het betreffende orgaan verstrekt de gevraagde inlichtingen binnen een maand na ontvangst van het verzoek. Artikel7a.Inlichtingen en verantwoordingsplicht tussen lid algemeen bestuur en deelnemers 1.Een lid van het algemeen bestuur voorziet de raad en het college van zijn gemeente dan wel de staten en het college van zijn provincie van alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hem in het algemeen bestuur gevoerde en te voeren bestuur nodig is. 2.Het RBT verleent daartoe de nodige medewerking door onder meer tijdig de agenda’s van vergaderingen van het algemeen bestuur ter inzage te leggen voor de raad dan wel de staten. 3.Een lid van het algemeen bestuur geeft de raad van zijn gemeente dan wel de staten de door één of meer leden daarvan, overeenkomstig het reglement van orde van die raad dan wel de staten verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. 4.Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad en het college van zijn gemeente dan wel de staten of het college van zijn provincie verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde bestuur. Artikel7b.Ontslag 1.Het college kan een door hem aangewezen (plaatsvervangend) lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen indien deze het vertrouwen van het college niet meer bezit. 2.Op het ontslag is artikel 50 van de Gemeentewet en de Provinciewet van overeenkomstige toepassing, doch artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. Artikel8.Het Dagelijks Bestuur 1.Het Dagelijks Bestuur bestaat uit vijf leden van het Algemeen Bestuur, één lid van elke deelnemer. Het Algemeen Bestuur wijst daartoe de door de respectievelijke colleges van GS en B&W voorgedragen leden aan. 2.De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters van het Algemeen Bestuur bekleden dezelfde functie in het Dagelijks Bestuur. 3.Het einde van het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur impliceert van rechtswege het einde van lidmaatschap van het Dagelijks Bestuur. 4.In geval van ontstentenis van een lid van het Dagelijks Bestuur of van een naar het oordeel van de voorzitter te langdurige verhindering anderszins tot het vervullen van zijn taak als zodanig wijst het Algemeen Bestuur het plaatsvervangende lid van de deelnemer aan als lid van het Dagelijks Bestuur. 5.Het Dagelijks Bestuur kan een taakverdeling vaststellen voor de leden. 6.Op leden van het Dagelijks Bestuur is het bepaalde in artikel 5, lid 8, hiervoor van overeenkomstige toepassing. Artikel9.Bevoegdheden Dagelijks Bestuur 1.Het Dagelijks Bestuur is belast met: het voorbereiden van al hetgeen door het Algemeen Bestuur zal worden voorgesteld aan de deelnemers en van al hetgeen aan het Algemeen Bestuur ter overweging en beslissing wordt voorgelegd, voorzover die voorbereiding niet aan anderen is opgedragen; het uitvoeren van besluiten van het Algemeen Bestuur, waaronder die met betrekking tot de uitvoering van de begroting en grondexploitatie, grondaankoop en gronduitgifte; het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van het RBT; het nemen van besluiten tot het voeren van rechtsgedingen en tot het aangaan van minnelijke schikkingen ter voorkoming danwel beëindiging daarvan alsmede het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en het verlies van recht of bezit; het houden van een voortdurend toezicht op het beheer en de exploitatie van het RBT, alsmede op al wat het RBT aangaat; het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel; het behartigen van de belangen van het RBT bij andere overheidslichamen en instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor het RBT van belang is; het afkondigen van besluiten, waarvan de afkondiging bij de wet, bij deze regeling of bij besluit van het Algemeen Bestuur is voorgeschreven; het desgevraagd dienen van bericht en raad over alle zaken, het RBT betreffende, aan de departementen van het landelijk bestuur, aan het provinciaal bestuur van Overijssel en aan de besturen van de deelnemende gemeenten, tenzij zulks van het Algemeen Bestuur wordt verlangd; het vaststellen van plannen en voorwaarden van aanbesteding of uitvoering van werken en leveranties, welker vaststelling het Algemeen Bestuur zich niet heeft voorbehouden; het houden van toezicht op de handelingen van de directeur; het vaststellen en wijzigen van een bezoldigingsverordening; het vaststellen en wijzigen van het directiestatuut; het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen met uitzondering van die als bedoeld in artikel 31a van de wet. 2.Het Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen de in het eerste lid genoemde taken, voorzover zij daarvoor in aanmerking komen, mandateren dan wel volmachtigen aan één of meer van zijn leden, de secretaris, of de directeur. 3.Ten behoeve van een slagvaardig bestuur en beheer kan het Dagelijks Bestuur ook wijzigingsbesluiten nemen ten aanzien van de begroting en de grondexploitatie alsmede wijzigingsbesluiten nemen ten aanzien van de onderwerpen, genoemd in artikel 6 lid 3 tot en met 5, mits deze besluiten bij unanimiteit van stemmen in het Dagelijks Bestuur zijn genomen en – voorzover dat niet het geval is – bij de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur wel met 2/3 meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen achteraf worden bekrachtigd. Wijzigingsbesluiten inzake de begroting en/of de grondexploitatie, waaraan financiële gevolgen zijn verbonden die uitstijgen boven het laatst vastgestelde grondexploitatietekort en risico kunnen door het Dagelijks Bestuur slechts bij unanimiteit worden genomen en dienen door het Algemeen Bestuur achteraf ook steeds bij unanimiteit worden bekrachtigd. 4.Ten behoeve van een slagvaardig bestuur en beheer kan het Dagelijks Bestuur de in dit artikel genoemde taken en bevoegdheden uitoefenen door middel van het nemen van besluiten die – mits passend binnen het totaal van de begroting – in financieel opzicht 10% mogen afwijken van hetgeen ingevolge de vigerende begroting zou hebben te gelden. Artikel10.Informatie- en verantwoordingsplicht tussen Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur 1.De leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2.Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door één of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. Artikel11.Vergaderingen 1.In de vergadering van het Dagelijks en Algemeen Bestuur worden geen besluiten genomen indien niet ten minste de meerderheid van de leden, waaronder in ieder geval de voorzitter, van het bestuur aanwezig is. 2.Voor het nemen van een besluit in het Dagelijks en Algemeen Bestuur wordt de volgende stemverdeling toegepast: de provincie Overijssel en de gemeenten Almelo, Enschede en Hengelo elk twee
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.