Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent Melden vermoeden misstand of onregelmatigheidInhoudsopgave Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Informatie, advies en ondersteuning voor de werknemer Artikel 3 Interne melding Artikel 4 Bescherming van de melder tegen benadeling Artikel 5 Het tegengaan van benadeling van de melder Artikel 6 Bescherming van andere betrokkenen tegen benadeling Artikel 7 Intern en extern onderzoek naar benadeling van de melder Artikel 8 Vertrouwelijke omgang met de melding en de identiteit van de melder Artikel 9 Vastlegging, doorsturen en ontvangstbevestiging van de interne melding Artikel 10 Behandeling van de interne melding door de werkgever Artikel 11 De uitvoering van het interne onderzoek Artikel 12 Standpunt van de werkgever Artikel 13 Hoor en wederhoor ten aanzien van onderzoeksrapport en standpunt werkgever Artikel 14 Externe melding Artikel 15 Rapportage en evaluatie Artikel 16 Intrekking regeling en inwerkingtreding regelin Artikel1Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Werknemer: de persoon die werkt of heeft gewerkt voor de gemeente Medemblik zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet Huis voor klokkenluiders. Werkgever: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik. Vermoeden van een misstand: het vermoeden van een werknemer, dat binnen de organisatie waarin hij werkt of bij een andere organisatie indien hij door zijn werkzaamheden met die organisatie in aanraking is gekomen, sprake is van een misstand voor zover: het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de werknemer bij zijn werkgever heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de werknemer heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie, en het maatschappelijk belang in het geding is bij: de (dreigende) schending van een wettelijk voorschrift, waaronder een (dreigend) strafbaar feit, een (dreigend) gevaar voor de volksgezondheid, een (dreigend) gevaar voor de veiligheid van personen, een (dreigend) gevaar voor de aantasting van het milieu, een (dreigend) gevaar voor het goed functioneren van de organisatie als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten, een (dreigende) schending van andere regels dan wettelijk voorschrift; een (dreigende) verspilling van overheidsgeld; een (dreiging) van het bewust achterhouden, vernietigen of manipuleren van informatie van de eerder genoemde (1 t/m 7 genoemde misstanden) feiten. Vermoeden van een onregelmatigheid: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van een onvolkomenheid of ongerechtigheid van algemene, operationele of financiële aard die plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van de organisatie en zodanig ernstig is dat deze buiten de reguliere werkprocessen valt en de verantwoordelijkheid van de direct leidinggevende overstijgt; Adviseur: een persoon die door zijn functie een geheimhoudingsplicht heeft en die door een werknemer in vertrouwen wordt geraadpleegd over een vermoeden van een misstand; Vertrouwenspersoon: de persoon die is aangewezen om als vertrouwenspersoon voor de gemeente Medemblik te fungeren; Afdeling advies van het Huis voor klokkenluiders: de afdeling advies van het Huis voor klokkenluiders, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de Wet Huis voor klokkenluiders; Afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders: de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders, bedoeld in artikel 3a, derde lid, van de Wet Huis voor klokkenluiders. Melding: de melding van een vermoeden van een misstand op grond van deze regeling; Melder: de werknemer die een vermoeden van een misstand heeft gemeld op grond van deze regeling; Onderzoekers: de persoon of personen aan wie de gemeentesecretaris het onderzoek naar de misstand opdraagt; Externe instantie: de instantie die naar het redelijk oordeel van de melder het meest in aanmerking komt om de externe melding van het vermoeden van een misstand te onderzoeken. Artikel2Informatie, advies en ondersteuning voor de werknemer Een werknemer kan bij een vermoeden van een misstand: een adviseur in vertrouwen raadplegen; de vertrouwenspersoon als adviseur in vertrouwen raadplegen; de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders in vertrouwen raadplegen. Artikel3Interne melding Lid 1 Een werknemer met een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid binnen de organisatie van de werkgever kan daarvan melding doen: bij iedere leidinggevende die binnen de organisatie hiërarchisch een hogere positie bekleedt dan hij; bij de vertrouwenspersoon. Lid 2 De leidinggevende of vertrouwenspersoon stuurt de melding, in overleg met de werknemer, door naar de gemeentesecretaris of naar de burgemeester als de werknemer een vermoeden heeft dat de gemeentesecretaris bij de vermoede misstand of onregelmatigheid betrokken is. Lid 3 Een werknemer van een andere organisatie die door zijn werkzaamheden met de organisatie van de werkgever in aanraking is gekomen, en een vermoeden heeft van een misstand of onregelmatigheid binnen de organisatie van de werkgever kan ook een interne melding doen. Lid 4 Als de werknemer een vermoeden heeft dat de gemeentesecretaris bij een vermoede misstand of onregelmatigheid betrokken is, moet in deze regeling voor “gemeentesecretaris” “de burgemeester” worden gelezen. Lid 5 De melder kan direct een externe melding doen van een vermoeden van een misstand op grond van artikel 14 als het eerst doen van een interne melding in redelijkheid niet van hem kan worden gevraagd. Lid 6 Een melding laat de wettelijke verplichting tot het doen van aangifte van een strafbaar feit onverlet. Artikel4Bescherming van de melder tegen benadeling Lid 1 De werknemer die te goeder trouw en naar behoren een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid meldt, zal in verband daarmee geen nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie ondervinden tijdens en na de behandeling van deze melding bij de werkgever, een andere organisatie of een externe instantie. Lid 2 Onder nadelige gevolgen wordt in ieder geval verstaan het nemen van een benadelende maatregel, zoals: het verlenen van ontslag, anders dan op eigen verzoek; het tussentijds beëindigen of het niet verlengen van een aanstelling voor bepaalde tijd; het niet omzetten van een aanstelling voor bepaalde tijd in een aanstelling voor onbepaalde tijd; het treffen van een disciplinaire maatregel; de opgelegde benoeming in een andere functie; het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of toekenning van vergoedingen; het onthouden van promotiekansen; het afwijzen van een verlofaanvraag. Lid 3 De werkgever zorgt ervoor dat de melder ook niet op andere wijze bij zijn werk nadelige gevolgen ondervindt van de melding. Lid 4 De werkgever draagt er zorg voor dat leidinggevenden en collega’s van de melder zich onthouden van iedere vorm van benadeling in verband met het te goeder trouw en naar behoren melden van een misstand of onregelmatigheid, die het professioneel of persoonlijk functioneren van de melder belemmert. Lid 5 Als de werkgever na het doen van een melding een benadelende maatregel neemt, motiveert de werkgever waarom hij deze maatregel nodig acht en dat deze maatregel geen verband houdt met het te goeder trouw en naar behoren melden van een vermoeden van een misstand. Lid 6 De werkgever spreekt werknemers die zich schuldig maken aan benadeling van de melder daarop aan en kan hen een waarschuwing of een disciplinaire maatregel opleggen. Lid 7 De werknemer heeft recht op juridische bijstand wanneer hij als gevolg van het te goede trouw melden van een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid nadelige gevolgen ondervindt in zijn rechtspositie, tijdens en/of na het volgen van deze regeling. Deze juridische bijstand wordt gefinancierd door de gemeente Medemblik. Artikel5Het tegengaan van benadeling van de melder Lid 1 De vertrouwenspersoon bespreekt samen met de melder welke risico’s op benadeling aanwezig zijn, op welke wijze die risico’s kunnen worden verminderd en wat de werknemer kan doen als hij van mening is dat sprake is van benadeling. Lid 2 Als de melder vindt dat er daadwerkelijk sprake is van benadeling, kan hij dat bespreken met de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon en de melder bespreken welke maatregelen genomen kunnen worden om benadeling tegen te gaan. De vertrouwenspersoon maakt een verslag van deze bespreking en stuurt dit na goedkeuring door de melder naar de gemeentesecretaris. Lid 3 De gemeentesecretaris zorgt ervoor dat maatregelen die nodig zijn om benadeling tegen te gaan worden genomen. Artikel6Bescherming van andere betrokkenen tegen benadeling De werkgever zal: de adviseur in dienst van de werkgever niet benadelen vanwege het fungeren als adviseur van de melder; de vertrouwenspersoon niet benadelen vanwege het uitoefenen van de in deze regeling beschreven taken; de onderzoekers die in dienst zijn van de werkgever niet benadelen vanwege het uitoefenen van de in deze regeling beschreven taken; een werknemer die wordt gehoord door, documenten verstrekt aan of anderszins medewerking verleent aan de onderzoekers niet benadelen in verband met het te goeder trouw afleggen van een verklaring. Artikel7Intern en extern onderzoek naar benadeling van de melder Lid 1 De melder die meent dat sprake is van benadeling in verband met het doen van een melding van een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid, kan de gemeentesecretaris verzoeken om onderzoek te doen naar de wijze waarop er binnen de organisatie met hem wordt omgegaan. Lid 2 Ook de personen bedoeld in artikel 6 kunnen de gemeentesecretaris verzoeken om onderzoek te doen naar de wijze waarop er binnen de organisatie met hen wordt omgegaan. Lid 3 De melder kan ook de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders verzoeken om een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop de werkgever zich jegens hem heeft gedragen in verband met het doen van een melding van een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid. Artikel8Vertrouwelijke omgang met de melding en de identiteit van de melder Lid 1 De werkgever zorgt ervoor dat de informatie over de melding zodanig wordt bewaard dat deze fysiek en digitaal alleen toegankelijk is voor de personen die bij de behandeling van de melding betrokken zijn. Lid 2 De personen die bij de behandeling van een melding betrokken zijn maken de identiteit van de melder niet bekend zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de melder en gaan vertrouwelijk om met de informatie over de melding. Lid 3 Als het vermoeden van een misstand of onregelmatigheid is gemeld via de vertrouwenspersoon en de melder geen toestemming heeft gegeven zijn identiteit bekend te maken, wordt alle correspondentie over de melding verstuurd aan de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon stuurt dit onverwijld door aan de melder. Lid 4 De personen die bij de behandeling van een melding betrokken zijn maken de identiteit van de adviseur niet bekend zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de melder en de adviseur. Artikel9Vastlegging, doorsturen en ontvangstbevestiging van de interne melding Lid 1 De leidinggevende of de vertrouwenspersoon die de melding ontvangt, stuurt de melding met instemming van de melder door aan de gemeentesecretaris. Lid 2 Een mondelinge melding of mondelinge toelichting wordt schriftelijk vastgelegd en ter goedkeuring voorgelegd aan de melder. Lid 3 De gemeentesecretaris stuurt de melder onverwijld een ontvangstbevestiging van de melding. Lid 4 De ontvangstbevestiging bevat minimaal een zakelijke beschrijving van de melding, de datum waarop deze is ontvangen en een afschrift van de melding. Artikel10Behandeling van de interne melding door de werkgever Lid 1 De gemeentesecretaris stelt onverwijld een onderzoek in naar het gemelde vermoeden van een misstand of onregelmatigheid, tenzij: het vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden of op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid. Lid 2 Als de gemeentesecretaris besluit geen onderzoek in te stellen, informeert hij de melder schriftelijk binnen twee weken na de interne melding. Daarbij wordt aangegeven waarom geen onderzoek wordt ingesteld. Lid 3 De gemeentesecretaris beoordeelt of een externe instantie van de interne melding van een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid op de hoogte moet worden gebracht. Indien de gemeentesecretaris een externe instantie op de hoogte stelt, stuurt hij de melder hiervan een afschrift tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kunnen worden geschaad. Lid 4 De gemeentesecretaris draagt het onderzoek op aan onderzoekers die onafhankelijk en onpartijdig zijn. Lid 5 Als de gemeentesecretaris een externe instantie op de hoogte gesteld heeft van de interne melding, kan hij voor het onderzoek aansluiten bij het onderzoek dat deze externe instantie (mogelijk) laat verrichten. Lid 6 De gemeentesecretaris informeert de melder onverwijld en schriftelijk dat een onderzoek is ingesteld en door wie het onderzoek wordt uitgevoerd. Lid 7 De gemeentesecretaris informeert de personen op wie een melding betrekking heeft over de melding, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kunnen worden geschaad. Artikel11De uitvoering van het interne onderzoek Lid 1 De onderzoekers stellen de melder in de gelegenheid te worden gehoord. De onderzoekers zorgen voor een verslag, en leggen dit verslag ter goedkeuring en ondertekening voor aan de melder. De melder ontvangt het vastgestelde verslag. Lid 2 De onderzoekers kunnen ook anderen horen. De onderzoekers zorgen voor een verslag, en leggen dit verslag ter goedkeuring en ondertekening voor aan de persoon die gehoord is. De persoon die gehoord is ontvangt het vastgestelde verslag. Lid 3 De onderzoekers kunnen binnen de organisatie van de werkgever alle documenten inzien en opvragen die zij voor het doen van het onderzoek redelijkerwijs nodig achten. Lid 4 Werknemers mogen de onderzoekers alle documenten verstrekken waarvan zij het redelijkerwijs nodig achten dat de onderzoekers daar in het kader van het onderzoek kennis van nemen. Lid 5 De onderzoekers stellen een concept onderzoeksrapport op en stellen de melder in de gelegenheid daar opmerkingen bij te maken, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. De melder is tot geheimhouding van het conceptrapport verplicht. Lid 6 De onderzoekers stellen vervolgens het onderzoeksrapport vast. Zij sturen de melder hiervan een afschrift, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. Artikel12Standpunt van de werkgever Lid 1 De werkgever informeert de melder binnen acht weken na de melding schriftelijk over het standpunt met betrekking tot het gemelde vermoeden van een missstand of onregelmatigheid en tot welke stappen de melding heeft geleid. Lid 2 Als duidelijk is dat het standpunt niet binnen acht weken kan worden gegeven, dan informeert de werkgever de melder daar schriftelijk over. Daarbij wordt aangegeven binnen welke termijn de melder het standpunt tegemoet kan zien. Als de totale termijn daardoor meer dan twaalf weken is, wordt dit gemotiveerd. Lid 3 Na afronding van het onderzoek beoordeelt de werkgever of een externe instantie van de interne melding, van het onderzoeksrapport en/of van het standpunt van de werkgever op de hoogte moet worden gebracht. Indien de werkgever een externe instantie op de hoogte stelt, stuurt hij de melder hiervan een afschrift, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kunnen worden geschaad. Lid 4 De personen op wie de melding betrekking heeft, worden op dezelfde manier geïnformeerd als de melder, tenzij het onderzoeksbelang of het handhavingsbelang daardoor kunnen worden geschaad. Artikel13Hoor en wederhoor ten aanzien van onderzoeksrapport en standpunt werkgever Lid 1 De werkgever stelt de melder in de gelegenheid op het onderzoeksrapport en het standpunt van de werkgever te reageren. Lid 2 Als de melder in reactie op het onderzoeksrapport of het standpunt van de werkgever onderbouwd aangeeft dat het vermoeden van een misstand of onregelmatigheid niet daadwerkelijk of niet deugdelijk is onderzocht of dat in het onderzoeksrapport of het standpunt van de werkgever sprake is van wezenlijke onjuistheden, reageert de werkgever hier op en stelt hij zo nodig een nieuw of aanvullend onderzoek in. Op dit nieuwe of aanvullende onderzoek gelden dezelfde regels als voor het eerste onderzoek. Lid 3 Als de werkgever een externe instantie op de hoogte brengt of heeft gebracht, stuurt hij ook de hiervoor bedoelde reactie van de melder op het onderzoeksrapport en het standpunt van de werkgever aan die externe instantie toe. De melder ontvangt hiervan een kopie. Artikel14Externe melding Lid 1 Een werknemer kan een vermoeden van een misstand extern melden bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie, indien hij: het niet eens is met het standpunt van werkgever of van oordeel is dat het vermoeden ten onrechte terzijde is gelegd; niet tijdig een standpunt heeft ontvangen over zijn interne melding. Lid 2 De werknemer kan direct een externe melding doen van een vermoeden van een misstand als het eerst doen van een interne melding in redelijkheid niet van hem kan worden gevraagd. Dat is in ieder geval aan de orde indien dit uit enig wettelijk voorschrift voortvloeit of sprake is van: acuut gevaar, waarbij een zwaarwegend en spoedeisend maatschappelijk belang onmiddellijke externe melding noodzakelijk maakt; een vermoeden dat de werkgever bij de vermoede misstand betrokken is; een situatie waarin de melder in redelijkheid kan vrezen voor tegenmaatregelen in verband met het doen van een interne melding; een duidelijk aanwijsbare dreiging van verduistering of vernietiging van bewijsmateriaal; een eerdere melding overeenkomstig de procedure van dezelfde misstand die de misstand niet heeft weggenomen; een plicht tot directe externe melding. Lid 3 In paragraaf 4 van de Wet voor Huis voor Klokkenluiders is de onderzoeksprocedure neergelegd voor het onderzoeken van een vermoeden van een misstand door de afdeling onderzoek. Artikel15Rapportage en evaluatie Lid 1 De gemeentesecretaris stelt jaarlijks een rapportage op over de uitvoering van deze regeling. Deze rapportage bevat in ieder geval: informatie over het aantal meldingen en een indicatie van de aard van de meldingen, de uitkomsten van de onderzoeken en de standpunten van de werkgever; algemene informatie over eventuele ervaringen met het tegengaan van benadeling van de melder; informatie over het aantal verzoeken om onderzoek naar benadeling in verband met het doen van een melding van een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid en een indicatie van de uitkomsten van de onderzoeken en de standpunten van de werkgever. Lid 2 De gemeentesecretaris stuurt de rapportage ter bespreking aan de ondernemingsraad. Artikel16Intrekking regeling en inwerkingtreding regeling Lid 1 De regeling Melding Vermoeden Misstand van de gemeente Medemblik in werking getreden op 1 januari 2012 wordt ingetrokken. Lid 2 De regeling melden vermoeden misstand of onregelmatigheid gemeente Medemblik 2019 is tevens van toepassing op de medewerkers van de griffie. Daar waar wordt gesproken van ‘gemeentesecretaris’ moet ‘griffier’ worden gelezen. Lid 3 De regeling melden vermoeden misstand of onregelmatigheid gemeente Medemblik 2019 is tevens van toepassing op de medewerkers van DeSom. Daar waar wordt gesproken van ‘gemeente Medemblik’ moet ‘DeSom’ worden gelezen, waar ‘gemeentesecretaris’ staat moet ‘directeur DeSom’ worden gelezen en waar ‘burgemeester’ staat moet ‘secretaris dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling’ worden gelezen. Lid 4 De regeling Melden vermoeden misstand of onregelmatigheid gemeente Medemblik 2019 treedt in werking op de dag na de op de voorgeschreven wijze van publicatie. Artikelsgewijze toelichting Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Informatie, advies en ondersteuning voor de werknemer Artikel 3 Interne melding Artikel 4 Bescherming van de melder tegen benadeling Artikel 5 Het tegengaan van benadeling van de melder Artikel 6 Bescherming van andere betrokkenen tegen benadeling Artikel 7 Intern en extern onderzoek naar benadeling van de melder Artikel 8 Vertrouwelijke omgang met de identiteit van de melder Artikel 9 Vastlegging, doorsturen en ontvangstbevestiging van de interne melding Artikel 10 Behandeling van de interne melding door de werkgever Artikel 11 De uitvoering van het interne onderzoek Artikel 12 Standpunt van de werkgever Artikel 13 Hoor en wederhoor ten aanzien van onderzoeksrapport en standpunt werkgever Artikel 14 Externe melding Artikel 15 Rapportage en evaluatie Artikel 16 Intrekking regeling en inwerkingtreding regeling Artikel 1 Begripsbepalingen Werknemer Deze regeling verstaat, in overeenstemming met de wet Huis voor Klokkenluiders (verder wet HvK), onder werknemer: degene die krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of publiekrechtelijke aanstelling arbeid verricht of heeft verricht; en degene die anders dan uit dienstbetrekking arbeid verricht of heeft verricht. Wie is werknemer Onder werknemer die ‘anders dan uit dienstbetrekking arbeid verrichten of hebben verricht’ (zie onder ii hierboven), vallen in ieder geval zzp-ers, stagiaires en vrijwilligers. Werknemer van andere organisatie Deze regeling geldt niet alleen voor werknemers van de werkgever die de regeling heeft vastgesteld (gemeente Medemblik), maar ook voor werknemers van een andere organisatie die door hun werk met de organisatie van deze werkgever in aanraking zijn gekomen. Dit kunnen uitzendkrachten of gedetacheerden zijn, maar bijvoorbeeld ook consultants, werklieden, schoonmakers, etc. Daarnaast moet bij deze groep worden gedacht aan werknemers van een andere organisatie die door samenwerking met deze werkgever op de hoogte zijn geraakt van een vermoede misstand bij deze werkgever. Onder de groep werknemers van een andere organisatie kunnen ook ambtenaren vallen. Eigen werknemer en werknemer van andere organisatie In deze regeling wordt met werknemer telkens op beide typen werknemer gedoeld. Alleen artikel 3 heeft specifiek betrekking op respectievelijk een werknemer van deze werkgever en een werknemer van een andere organisatie. Werkgever De definitie van werkgever sluit aan bij de definitie in de wet HvK. Echter, wanneer in deze regeling van werkgever wordt gesproken, wordt daarmee specifiek gedoeld op de werkgever die deze regeling heeft vastgesteld: gemeente Medemblik. Vermoeden van een misstand Toevoegingen ten opzichte van wet HvK Ten opzichte van de definitie van vermoeden van een misstand in de wet HvK zijn in deze regeling de volgende toevoegingen gedaan: onder lid b 1 t/m 7 is telkens (een variant van) het woord “(dreigend)” toegevoegd, en als vormen van misstanden zijn de beschrijvingen onder lid b 5 t/m 7 toegevoegd. Deze toevoegingen sluiten aan bij veel bestaande (model)regelingen, waaronder de modelregeling van de Stichting van de Arbeid (STAR) en de modelregeling van de gezamenlijke Branche Organisaties Zorg (BOZ). Vanuit het oogpunt van het voorkomen van het optreden van misstanden is het wenselijk dat een werknemer ook bij een dreigende misstand al een interne melding kan doen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie waarin de beslissing die tot het optreden van de vermoede misstand zal leiden al wel is genomen maar deze beslissing nog niet tot uitvoering is gekomen. Redelijke gronden Het vermoeden van een misstand moet gebaseerd zijn op redelijke gronden. Dat betekent dat de melder niet hoeft te bewijzen dat sprake is van een misstand, maar hij moet zijn vermoeden wel enigszins kunnen onderbouwen. Het vermoeden moet voldoende concreet zijn en zijn gebaseerd op eigen waarneming of documenten (bijvoorbeeld e-mails, verslagen, brieven, foto’s etc.). Verhalen van horen zeggen zijn bijvoorbeeld niet voldoende. Maatschappelijk belang Wanneer bij een misstand het maatschappelijk belang in het geding is, kan niet in zijn algemeenheid worden gezegd en zal van geval tot geval moeten worden bekeken. Het gaat hier in principe om situaties die het niveau van een of enkele persoonlijke gevallen overstijgen, bijvoorbeeld doordat sprake is van een zekere mate van ernst of omvang of van een structureel karakter. Ter illustratie een voorbeeld. Een diefstal van enkele zaken door één individu is nog geen misstand waarbij het maatschappelijk belang in het geding is. Het maatschappelijk belang kan echter wel in het geding komen als het gaat om meerdere diefstallen of dure zaken, zeker als de diefstallen worden gepleegd door werknemers die juist tot taak hebben die goederen te bewaken of als de diefstallen door de leiding van het bedrijf worden gedoogd of de leiding zelf deelt in de buit. Vermoeden van een onregelmatigheid Algemeen Ten opzichte van de wet HvK is de mogelijkheid toegevoegd om intern melding te doen van een vermoeden van een onregelmatigheid. Deze toevoeging is optioneel. Deze toevoeging is ontleend aan de bestaande modelregeling van de gezamenlijke Branche Organisaties Zorg (BOZ). Zorgorganisaties zijn op grond van artikel 3.1.5 van de Zorgbrede Governancecode verplicht ook de mogelijkheid te bieden om melding te doen van een vermoeden van een onregelmatigheid. Minder ernstig Een onregelmatigheid is minder ernstig van aard dan een misstand. Bij een onregelmatigheid gaat het om een onvolkomenheid of ongerechtigheid die niet zo ernstig is dat daarbij het maatschappelijk belang in het geding is. Reden voor toevoeging De mogelijkheid intern melding te doen van een vermoeden van een onregelmatigheid is toegevoegd: omdat het in het belang is van zowel werkgever als werknemers indien werknemers hier intern melding van kunnen doen, zodat de werkgever in staat wordt gesteld het betreffende probleem op te lossen; en omdat het in overeenstemming is met het recht op vrije meningsuiting op de werkvloer dat de werkgever een werknemer die intern melding wil doen van een vermoede onregelmatigheid daar de mogelijkheid toe biedt en hem beschermt tegen benadeling in zijn arbeidspositie. Geen externe melding mogelijk Indien de melding alleen betrekking heeft op een vermoeden van een onregelmatigheid en niet op een vermoeden van een misstand, voorziet deze regeling niet in de mogelijkheid een externe melding te doen. De reden hiervoor is dat bij enkel een vermoeden van een onregelmatigheid het maatschappelijk belang niet in het geding is. Redelijke gronden De definitie vereist onder meer dat het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden. Adviseur De adviseur is de persoon die door de werknemer in vertrouwen wordt geraadpleegd over een vermoeden van een misstand. Dat moet een persoon zijn die een geheimhoudingsplicht heeft. Hieronder vallen in ieder geval de vertrouwenspersoon, een adviseur van de afdeling advies van het Huis voor Klokkenluiders, een advocaat, een jurist van een vakbond, een jurist van een rechtsbijstandsverzekeraar en een bedrijfsarts. De rol van de adviseur is geregeld in artikel 8 lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.