Beleidsregel urgentieverklaringen Den Haag 2019Toelichting De Huisvestingswet 2014 biedt de gemeente de mogelijkheid om onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte te bestrijden. In de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 heeft de gemeenteraad alle normerende criteria ten behoeve van woonruimteverdeling vastgesteld. De Beleidsregel urgentieverklaringen Den Haag 2019 is een nadere uitwerking van de verordening en bevat de regels die tot de bevoegdheid van het college behoren, samen met de door de raad aan het college gedelegeerde bevoegdheden. De beleidsregel vormt tevens de meer praktische uitvoerende toelichting op de artikelen van de verordening en verwoordt daarnaast de visie van het college op de uitvoering van de Huisvestingswet
(2019). Artikel 2.1.11 Nadere uitwerking afwijzingsgrond artikel 4:5, onder k, van de verordening Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld indien de aanvrager naar verwachting bij toepassing van de in artikel 3:5, eerste lid, van de verordening binnen drie maanden een andere woonruimte kan krijgen. Het college gaat er vanuit dat de aanvrager in staat is om zonder een urgentieverklaring een woonruimte toegewezen te krijgen, indien: de woningzoekende in het verleden één of meerdere woningen aangeboden heeft gekregen, welke gelet op het huisvestingsprobleem passend worden geacht; er in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag op woonnet-haaglanden woonruimten, die gelet op het huisvestingsprobleem passend worden geacht, zijn toegewezen aan kandidaten met een kortere (woonduur en) inschrijfduur. Artikel 2.1.12 Nadere uitwerking afwijzingsgrond artikel 4:5, onder l, van de verordening Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien de aanvrager woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 4:6, eerste lid, onder a van de verordening (mantelzorg en blijf-van-mijn-lijf-huis) óf plaatsvindt op grond van een overeenkomst tussen de afdeling Wonen en de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit geldt in ieder geval voor: een woningzoekende die inwonend is; een woningzoekende die een onzelfstandige woonruimte huurt; een woningzoekende die verblijf heeft in een instelling bedoeld in artikel 3:9 van de verordening. Artikel 2.1.13 Nadere uitwerking afwijzingsgrond artikel 4:5, onder m, van de verordening Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, indien de aanvrager niet eerst zelf, direct voorafgaand aan de aanvraag, gedurende minstens drie maanden aantoonbaar heeft gereageerd op beschikbaar en passend woningaanbod, met uitzondering van een aanvraag die wordt gedaan op grond van artikel 4:6 van de verordening (mantelzorg en blijf-van-mijn-lijf-huis). De aanvrager heeft niet optimaal gereageerd op het beschikbare woningaanbod op woonnet-haaglanden, indien: de woningzoekende niet tenminste twee keer per week heeft gereageerd; de woningzoekende veelvuldig of uitsluitend op eengezinswoningen reageert; de woningzoekende, zonder legitieme noodzaak, veelvuldig of uitsluitend reageert binnen een beperkter zoekgebied dan de hele regio Haaglanden. Artikel 2.1.14 Nadere uitwerking afwijzingsgrond artikel 4:5, onder n, van de verordening Een woningzoekende kan niet worden ingedeeld in een urgentiecategorie, indien de aanvrager niet ten minste al twee jaar voorafgaand aan de aanvraag aansluitend als bewoner staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van een van de gemeenten in de regio Haaglanden, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 4:6 van de verordening (mantelzorg en blijf-van-mijn-lijf-huis). De aanvrager wordt niet gezien als een bewoner, die staat ingeschreven in de BRP van één van de regiogemeenten, wanneer: de woningzoekende in een bedrijfspand, caravan of een provisorisch onderkomen verblijft; in een gebouw verblijft dat ongeschikt is voor bewoning. Paragraaf 2.2 Nadere uitwerking urgentie categorieën Artikel 2.2.1 Nadere uitwerking artikel 4:6, eerste lid, onder a van de verordening Het gaat in dit artikel om de aanvragers die verblijven in een blijf-van-mijn-lijfhuis of opvang wegens (dreigend) geweld. Het college kan een woningzoekende in deze urgentiecategorie op grond van artikel 12, derde lid, van de Huisvestingswet 2014 indelen, indien er geen sprake is van een afwijzingsgrond zoals vastgelegd in artikel 4:5, onder a tot en met k van de verordening en de aanvrager: tenminste twee maanden verblijft in een instelling voor tijdelijke opvang van slachtoffers van huiselijk geweld, volgens gegevens uit de BRP; een kopie van de aangifte kan overleggen van mishandeling door de partner of familielid, of een verklaring van de politie die aangeeft dat er geen aangifte kan worden gedaan vanwege een strafrechtelijk onderzoek naar een misdrijf waarvan de aanvrager slachtoffer is; getrouwd was of een geregistreerd partnerschap was aangegaan met de dader en beschikt over een echtscheidingsbeschikking; de voorliggende voorzieningen al heeft benut, waaronder de mogelijkheid om als medehuurder erkend te worden en op basis van het huurrecht de voormalige gezamenlijke woning op te eisen; tenminste 23 jaar of ouder is, als er geen sprake is van een echtscheiding en het slachtoffer inwonend was alvorens bij deze opvang te verblijven; (mede-)eigenaar is van een koopwoning en een bewijs van vrijwaring van de hypotheekverstrekker kan tonen na verkoop van de woning; een risico-screening van de instelling van opvang kan overleggen, die aansluit op de aangifte of verklaring van de politie en waaruit blijkt dat er risico op herhaald geweld bestaat. Artikel 2.2.2 Nadere uitwerking artikel 4:6, eerste lid, onder b, van de verordening Het gaat in dit artikel om de urgentiecategorie mantelzorgontvanger of -verlener. Het college kan een woningzoekende in deze urgentiecategorie op grond van artikel 12, derde lid, van de wet indelen, indien er geen sprake is van een afwijzingsgrond zoals vastgelegd in artikel 4:5, onder a tot en met l en de aanvrager: op meer dan 5 kilometer afstand woont van de mantelzorgontvanger of mantelzorgverlener in de mantelzorg relatie, waar de aanvraag op toeziet, en deze afstand een obstakel vormt tot het verlenen van de noodzakelijke mantelzorg; noodzakelijk moet verhuizen naar een locatie binnen 5 kilometer afstand van de mantelzorgverlener of mantelzorgontvanger, omdat de verleende zorg met de bestaande afstand een probleem vormt; kan aantonen dat er minimaal 3 maanden voorafgaand aan de aanvraag sprake is van een bestaande mantelzorg relatie; de mantelzorg ontvangt of verleent voor tenminste 8 uur per week, verspreid over tenminste vier dagen per week; kan aantonen dat de mantelzorg situatie naar verwachting nog ten minste 1 jaar zal voortduren; kan aantonen dat de mantelzorg relatie tussen mantelzorg gever en mantelzorgontvanger is gebaseerd op familiebanden of langdurige sociale omgang en niet voortkomt uit vrijwilligerswerk of zorgverlening tegen een financiële vergoeding; kan aantonen dat de mantelzorgverlener en de mantelzorgontvanger beiden over zelfstandige woonruimte beschikken; kan aantonen dat de mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger beiden zelfstandig kunnen blijven wonen, wanneer de noodzakelijke mantelzorg wordt verleend; kan aantonen dat het betrekken van een zelfstandige woonruimte in Den Haag de enige manier is om ervoor te zorgen dat de mantelzorgontvanger zelfstandig kan blijven wonen; kan aantonen dat de voorliggende voorzieningen op grond van Wmo die zijn benut, zoals begrote of geleverde thuiszorg, in grote mate door de geleverde mantelzorg relatie worden verminderd; kan aantonen dat er naast de geleverde zorg op basis van de Wlz een reële noodzaak voor geleverde mantelzorg bestaat, of de mantelzorg relatie ertoe zal leiden dat deze geleverde zorg zal worden teruggedrongen; kan aantonen dat de verhuizing als oplossing kan worden aangemerkt als goedkoopst compenserende voorziening. kan aantonen dat de mantelzorgverlener geen medische, fysieke of psychische problemen heeft en niet zelf afhankelijk is van mantelzorg om zelfstandig te kunnen wonen; niet in staat is om dit woonprobleem op te lossen met de toepassing van artikel 3:5 van de verordening, om zonder urgentieverklaring naar verwachting een woonruimte toegewezen te krijgen, door te reageren op het woningaanbod van woonnet-haaglanden; die eigenaar is van een koopwoning, deze koopwoning heeft verkocht en dit met documenten kan aantonen. Artikel 2.2.3 Nadere uitwerking artikel 4:7, eerste lid, van de verordening Het gaat in dit artikel om de urgentiecategorie sociaal- of medische urgentie. Het college kan een woningzoekende in deze urgentiecategorie indelen, indien: a. er geen sprake is van een afwijzingsgrond zoals vastgelegd in artikel 4:5 van de verordening; b. de woonsituatie van de aanvrager zich in de gemeente Den Haag afspeelt; c. de woonsituatie naar het oordeel van het college door sociale of medische omstandigheden zodanig is verstoord dat:
- levensgevaar voor één of meer leden van het huishouden dreigt; of
- één of meer leden van het huishouden zodanig geestelijk, emotioneel of lichamelijk belast is, dat volledige ontwrichting van het huishouden optreedt en de leden zelf niet in staat zijn dit op te lossen. Van levensbedreigende of levensontwrichtende omstandigheden is sprake wanneer de aanvrager (of een van de leden van zijn huishouden), in samenhang met ernstige woonproblemen, niet meer in staat is zelfstandig te functioneren in een gezin of als alleenstaande. Artikel 2.2.4 Nadere uitwerking artikel 4:7, tweede lid, van de verordening Het gaat in dit artikel om woningzoekenden die woonkostentoeslag ontvangen en in het kader daarvan de verplichting hebben om op korte termijn te verhuizen. Het college kan een woningzoekende in deze urgentiecategorie indelen, indien er geen sprake is van een afwijzingsgrond zoals vastgelegd in artikel 4:5, onder a tot en met l en de aanvrager een afschrift van de beschikking van het college heeft waaruit blijkt: dat de aanvrager de woonkostentoeslag ontvangt; voor welke periode de woonkostentoeslag is toegekend; dat er een verplichting is verbonden aan de woonkostentoeslag om de urgentieverklaring aan te vragen ter verkrijging van woonruimte met een bij het inkomen passende huurprijs. Artikel 2.2.5 Nadere uitwerking artikel 4:7, derde lid, van de verordening Een urgentieverklaring kan worden verleend aan een herstructureringskandidaat, indien zich geen van de in artikel 4:5, onder a tot en met l van de verordening genoemde omstandigheden voordoet en: er niet al eerder een urgentieverklaring is afgegeven voor de in het actiegebied gelegen woonruimte van de herstructureringskandidaat; de aanvraag voor urgentie, met de handtekening van de herstructureringskandidaat, wordt ingediend door de uitplaatsende corporatie; er vindt op basis van artikel 3.2.
- een eenmalige bemiddeling plaats door de corporaties, indien de urgent na 12 maanden geen woning heeft gevonden. Indien dit niet leidt tot een verhuizing wordt een ontruimingsprocedure gestart. Hoofdstuk 3 Inhoud en geldigheid van een urgentieverklaring Paragraaf 3.1 Nadere uitwerking van artikel 4:3 en 4:4 van de verordening De voorrangspositie die een urgentieverklaring biedt is uitsluitend van toepassing op aangewezen categorieën woonruimten die minimaal noodzakelijk zijn om de noodsituatie van de aanvrager op te lossen. Een urgentieverklaring is bedoeld als uiterste redmiddel bij een acuut woonprobleem en niet bedoeld voor het maken van een wooncarrière of het verwezenlijken van woonwensen. Op welke categorieën woonruimten de urgentieverklaring toeziet is vastgelegd in een zoekprofiel. Het door het college af te geven zoekprofiel is afgestemd op de omstandigheden van de aanvrager en diens woonbehoefte, maar wordt beperkt tot minder schaarse woningtype van de lokale woningvoorraad. Artikel 3.1.1 Inhoud zoekprofiel Het zoekprofiel bevat standaard de woningtypen: flat met lift, flat zonder lift, Hat-woning, portiekwoning. In aanvulling op of in afwijking van het eerste lid kunnen afwijkende woningtypen zijn opgenomen in het zoekprofiel: a. indien er op basis van een bereikbaarheidsadvies, een medische noodzaak bestaat voor een traploos of zonder lift te bereiken woning, kan het woningtype “benedenwoning” en indien toepasselijk ook “seniorenwoning” worden toegevoegd en zal een flat zonder lift of portiekwoning worden uitgesloten; b. indien op basis van een medisch advies is gebleken dat een aangepaste woning noodzakelijk is kan dit in het zoekprofiel worden opgenomen; c. indien de herstructureringskandidaat 65 jaar of ouder is wordt het woningtype “benedenwoning” en “seniorenwoning” toegevoegd; d. indien het huishouden van de herstructureringskandidaat bestaat uit 5 of meer personen, van wie ten minste 2 kinderen jonger zijn dan 12 jaar dan kan het woningtype “eengezinswoning” worden toegevoegd. Dit type woning is uitgesloten bij zoekprofielen van andere urgentiecategorieën. In aanvulling op het woningtype bevat het zoekprofiel voor urgente kandidaten, niet zijnde herstructureringskandidaten, het aantal slaapkamers. Het aantal slaapkamers in het zoekprofiel is gekoppeld aan de huishoudgrootte van de urgent woningzoekende.Hierbij geldt de volgende verdeling: In aanvulling op het woningtype en het aantal slaapkamers bevat het zoekprofiel ook het zoekgebied (met de gemeenten en/of wijken) waarin de urgentieverklaring geldig is. Het zoekgebied wordt als volgt ingevuld: a. in beginsel zijn de urgentieverklaringen geldig in alle wijken en buurten van de gemeenten van de woningmarktregio Haaglanden. Gelet op het spoedeisend karakter van de noodsituatie en de drukte op deze woningmarkt wordt van de woningzoekende verwacht hier optimaal gebruik van te maken; b. voor een urgentieverklaring op grond van mantelzorg beperkt het college het gebied van de urgentieverklaring tot de wijk waar de mantelzorg wordt ontvangen. Voor overige woonwensen zoals sociaal netwerk, school van de kinderen, nabijheid ex-partner, nabijheid werk, ziekenhuis of overige medische voorzieningen wordt geen beperking van het zoekgebied afgegeven. Paragraaf 3.2 Nadere uitwerking van artikel 4:8 en 4:9 van de verordening Artikel 3.2.1 Geldigheid van de urgentieverklaring Op de urgentieverklaring staat vermeldt wat de ingangsdatum én wat de afloopdatum van de geldigheid is. Een toegewezen urgentieverklaring voor de urgentiecategorieën uit artikel 4:6 en 4:7, eerste en tweede lid, uit de verordening is drie maanden geldig. Een toegewezen urgentieverklaring voor herstructureringskandidaten in de urgentiecategorie uit artikel 4:7, derde lid, van de verordening kán worden afgegeven met een geldigheidsduur van maximaal twaalf maanden. De geldigheidsduur van de urgentieverklaring in het derde lid kan korter zijn, indien het actiegebied waar de herstructureringskandidaat een woning achterlaat in minder dan twaalf maanden vrij van bewoning dient te zijn. Artikel 3.2.2 Vervallen geldigheid urgentieverklaring Een toegewezen urgentieverklaring verliest zijn geldigheid wanneer de houder van de urgentieverklaring niet langer behoort tot de urgentiecategorie welke aanleiding was voor de verlening van de urgentieverklaring. Een toegewezen urgentieverklaring verliest zijn geldigheid wanneer de houder van de urgentieverklaring een woonruimte accepteert. Een toegewezen urgentieverklaring verliest zijn geldigheid als de termijn uit artikel 3.2.1 is verlopen, of als de urgentieverklaring is ingetrokken. Artikel 3.2.3 Bemiddeling op advies van de toetsingscommissie In gevallen waar het niet doelmatig is om een urgent woningzoekende zelf via de website van Woonnet-Haaglanden naar woonruimte te laten zoeken kan de toetsingscommissie adviseren om over te gaan tot een éénmalig bemiddelingsaanbod. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid wordt in ieder geval benut indien het een woningzoekende betreft die als gevolg van bijzondere, persoonlijke omstandigheden met een specifieke maatwerkoplossing aan woonruimte gematcht moeten worden. Bijvoorbeeld mensen met een bijzondere zorgvraag en daarmee samenhangende specifieke woonbehoefte. Bemiddeling op verzoek door een aanvrager is alleen mogelijk als er al een urgentieverklaring is toegewezen en de aanvraag aan alle voorwaarden van artikel 3.2.4 voldoet. Artikel 3.2.4 Bemiddeling op verzoek van de woningzoekende Na afloop van de geldigheidstermijn van een toegewezen urgentieverklaring kan een aanvraag door de woningzoekende worden ingediend voor een eenmalig bemiddelingsaanbod. De aanvraag, zoals bedoeld in het eerste lid, kan uitsluitend worden gedaan binnen twee weken na afloop van de geldigheidstermijn van een eerder toegewezen urgentieverklaring. Het eenmalige bemiddelingsaanbod, bedoeld in het eerste lid, kan uitsluitend worden toegewezen als de aanvrager kan aantonen dat de urgentieverklaring niet binnen de termijn waarop deze geldig was kon worden benut en de toetsingscommissie dit bevestigend adviseert. In aanvulling op het derde lid kan een éénmalig bemiddelingsaanbod uitsluitend worden toegewezen, indien aan alle voorwaarden voor de toewijzing van een urgentieverklaring is voldaan en er na afloop van de urgentieverklaring nog steeds sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. Voor de aanvraag van een eenmalig bemiddelingsaanbod dient de aanvrager het door de gemeente daartoe beschikbaar gestelde formulier in te vullen. Artikel 3.2.5 Onvoldoende mogelijkheid om de urgentieverklaring te kunnen benutten Om vast te stellen of er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3.2.4, derde lid, maakt het college gebruik van de gegevens uit het woonruimteverdelingssysteem van Sociale Verhuurders Haaglanden. Het college maakt een analyse aan de hand van de gegevens uit het woonruimteverdelingssysteem van Sociale Verhuurders Haaglanden en kijkt daarbij of: a. de aanvrager niet of niet voldoende heeft gereageerd op het in de voorrangsperiode beschikbaar gekomen passende woningaanbod en daarvoor geen juridisch houdbaar excuus heeft; b. de aanvrager woonruimte heeft geweigerd die volgens het toegewezen zoekprofiel passend wordt geacht. Artikel 3.2.6 Wijzigen van de urgentieverklaring Een urgentieverklaring kan worden gewijzigd indien: a. de houder van de urgentieverklaring behoort tot een andere urgentiecategorie dan die welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring; of b. de houder van de urgentieverklaring in aanmerking komt voor een eenmalig bemiddelingsaanbod als bedoeld in artikel 3.2.4 en het huidige zoekprofiel te beperkend is. Het college kan het zoekprofiel uitsluitend wijzigen na een positief advies van de toetsingscommissie. In aanvulling op het tweede lid kan het college een deskundig advies aanvragen. Hoofdstuk 4 Hardheidsclausule Artikel 4.1 Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen een artikel of artikelen van deze beleidsregel buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing ervan gelet op het belang van de bestrijding van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het advies tot het al dan niet toepassen van de hardheidsclausule wordt gemotiveerd in het advies van de toetsingscommissie. De motivering voor het al dan niet toepassen van de hardheidsclausule wordt in de beschikking opgenomen. Hoofdstuk 5 Overige bepalingen Artikel 5.1 Intrekken oude regeling en overgangsrecht De Uitvoeringsregels voorrangsbepaling gemeente Den Haag 2015-2019 wordt ingetrokken. De Uitvoeringsregels voorrangsbepaling gemeente Den Haag 2015-2019 blijft van toepassing op aanvragen en bezwaarschriften die vóór 1 juli 2019 zijn ingediend, indien dit voor de belanghebbende gunstiger is. Artikel 5.2 Inwerkingtreding en citeertitel Deze beleidsregel treedt in werking per 1 juli
- Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel urgentieverklaringen Den Haag
- Den Haag, 2 juli 2019 Het college van burgemeester en wethouders, de wnd. secretaris, Dineke ten Hoorn Boer de burgemeester, Pauline Krikke