Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Roermond houdende regels omtrent rechtspositie raads- en commissieleden (Verordening rechtspositie, raads- en commissieleden gemeente Roermond 2019)De raad van de gemeente Roermond; gelezen het voorstel van de werkgroep arbeidsvoorwaarden raad; gelet op de artikelen 95, 96, eerste en tweede lid en 97 en 147 van de Gemeentewet, en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; gezien het advies van de commissie Bestuur en Middelen van 17 juni 2019; besluit vast te stellen de ‘Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019’ HoofdstukI Algemene bepalingen Artikel1Algemene bepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Commissielid: lid van een commissie als bedoeld in artikel 82, 83 en 84 Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd Griffier: de griffier bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet Raadslid: lid van de gemeenteraad HoofdstukII Voorzieningen voor raads- en commissieleden Artikel2Vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden Van de vergoeding, bedoeld in artikel 3.1.1 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers., kan de burgemeester in overleg met presidium besluiten dat 20%wordt uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen afgezet tegen het aantal gehouden vergaderingen. Artikel3Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen 1.Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag op basis van artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2.In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. 3.Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die op grond van de Verordening behandeling bezwaarschriften als commissielid een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, tweede lid van de Gemeentewet ontvangt. 4.De betaling van de vergoeding, bedoeld in artikel 4, geschiedt eenmaal per kwartaal. Artikel4Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie 1.De raad heeft de mogelijkheid tot het instellen van een onderzoekscommissie als bedoelt in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet en tot het toekennen van een toelage aan raadsleden die in deze commissie zitting nemen van maximaal 3 maal de maandelijkse raadslidmaatschapsvergoeding per jaar voor de duur van de activiteiten op grond van artikel 3.1.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2.De raad heeft de mogelijkheid tot het instellen van een bijzondere commissie en tot het toekennen van een toelage aan raadsleden die in deze commissie zitting nemen van maximaal € 120 per maand voor de duur van activiteiten op grond van artikel 3.1.4 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers Artikel5Reis-en verblijfkosten voor reizen buiten de gemeente 1.Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan raads- of commissieleden vergoed: de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer bij gebruik van eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt 2.Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van de eigen auto tevens de parkeer, veer- en tolkosten vergoed. 3.Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4.Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5.De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeente¬bestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. 6.In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. 7.De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening. Artikel6Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing 1.Raads- of commissieleden die willen deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing als bedoeld in artikel 3.3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.