Beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert 2019Vaststelling beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert 2019 De burgemeester van de gemeente Mill en Sint Hubert; Gelet op artikel 13b Opiumwet; Overwegende dat; artikel 13b, eerste lid onder a, van de Opiumwet de burgemeester de bevoegdheid geeft om een last onder bestuursdwang toe te passen indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is; artikel 13b, eerste lid onder b, van de Opiumwet de burgemeester de bevoegdheid geeft om een last onder bestuursdwang toe te passen indien in woningen of lokalen dan wel in of bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3, of artikel 11a Opiumwet voorhanden is; er afstemming heeft plaatsgevonden aangaande de bestuurlijke aanpak rondom artikel 13b Opiumwet binnen het basisteam driehoek Maas en Leijgraaf; Besluit; de beleidsregel artikel 13B Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert in te trekken en de beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert 2019 vast te stellen in de zin van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. De nieuwe beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking. Mill, 9 juli 2019 De burgemeester van Mill en Sint Hubert, Ing. A.A.M.J. Walraven Beleidsregel artikel 13b Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert 2019 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Juridisch kader 3. Nul optiebeleid coffeeshops 4 Handhavingsbeleid artikel 13b van de Opiumwet 5 Afwijkingsbevoegdheid 6 Inwerkingtreding Toelichting op de beleidsregel artikel 13B Opiumwet gemeente Mill en Sint Hubert 1. Inleiding Het is een gegeven van algemene bekendheid dat drugshandel veelal gepaard gaat met overlast, onveiligheid en criminaliteit. Dit is een ongewenste situatie. Om de handel in drugs in de gemeente Mill en Sint Hubert tegen te gaan is, ter bescherming van de gezondheid en openbare orde en veiligheid, een strikte handhaving bij overtredingen van de Opiumwet gewenst en noodzakelijk, vanuit het straf-, civiel- en bestuursrecht. Uitgangspunt is dat de handel in drugs (zowel soft- als harddrugs) in alle gevallen is verboden en hier handhavend tegen opgetreden wordt. Artikel 13b van de Opiumwet geeft de burgemeester de mogelijkheid om bestuursdwang toe te passen ter handhaving van de artikelen 2 (verbod op aanwezigheid van harddrugs), 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs) en 10a en 11a (verbod op aanwezigheid van stoffen of voorwerpen ten behoeve van de voorbereiding van drugshandel) de Opiumwet. Deze bevoegdheid staat bekend als de Wet Damocles. Aan de hand van deze wetgeving wordt de burgemeester in staat gesteld om de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen en beheersen en de nadelige effecten van de productie en distributie van, handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden tegen te gaan. Daarvoor is het gewenst om een strikt handhavingsbeleid te formuleren. Het handhavingsbeleid en de toepassing van de bestuursrechtelijke maatregelen zijn door de gemeenten binnen het basisteam Maas en Leijgraaf op elkaar afgestemd. In de bestuurlijke driehoek van het basisteam is afgesproken dat alle dijken even hoog dienen te zijn en dat iedere gemeente haar bestuurlijke bevoegdheden op dit gebied optimaal benut. Dit past binnen het beleid dat op het niveau van de politie-eenheid Oost-Brabant vorm wordt gegeven en waarbinnen het regionaal hennepconvenant een voorbeeld is van de wijze waarop drugsproblematiek in gezamenlijkheid en uniform wordt bestreden. 2. Juridisch kader Voor de bestuursrechtelijke handhaving van de verboden in de zin van artikel 2 (verbod op aanwezigheid van harddrugs, Lijst I) en artikel 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs, Lijst II) Opiumwet, is in die wet het artikel 13b opgenomen. Artikel 13b Opiumwet luidt als volgt: De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf: a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is; b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen. Hierbij wordt de aanwijzing Opiumwet van het college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie d.d. 13-12-2012 (inwerking getreden per 1 januari 2013; Staatscourant 2012, 26938) in acht genomen. 3. Nul optiebeleid coffeeshops In de gemeente Mill en Sint Hubert worden geen coffeeshops toegestaan. 4 Handhavingsbeleid artikel 13b van de Opiumwet Definitie drugshandel: In deze beleidsregel wordt onder drugshandel verstaan: de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezigheid van drugs dan wel de voorbereidingshandelingen daartoe door middel van het voorhanden hebben van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 10a lid 1 onder 3 of artikel 11a in een pand en/of de daarbij behorende erven. Onderstaande beleidsregel ziet toe op de bevoegdheid tot het sluiten van panden en bijbehorende erven door de burgemeester bij verkoop, aflevering of verstrekking dan wel aanwezig zijn van een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel woningen of lokalen en behorende erven dan wel het voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a lid 1 onder 3 of artikel 11a Opiumwet in een woning of lokalen en behorende erven. Zoals de redactie van artikel 13b Opiumwet aangeeft, heeft de burgemeester voor de handhaving van de handel in drugs in of vanuit panden en bijbehorende erven de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen. Om betrokkenen niet in de gelegenheid te stellen een financiële belangenafweging te maken, wordt er in beginsel geen gebruik gemaakt van het opleggen van een last onder dwangsom maar van een last onder bestuursdwang. De bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang wordt aanwezig geacht indien sprake is van een handelshoeveelheid drugs. Meer dan 5 hennepplanten of meer dan 5 gram softdrugs, wordt in deze beleidsregel beschouwd als een handelshoeveelheid. Gekeken naar harddrugs, dan is in deze beleidsregel sprake van een handelshoeveelheid bij meer dan 0,5 gram (Voor GHB geldt een hoeveelheid van 5 ml). Hiermee is aansluiting gezocht bij vaste jurisprudentie op basis van artikel 13b Opiumwet. Sinds de inwerkingtreding van de verruiming van artikel 13b Opiumwet op 1 januari 2019 wordt de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang ook aanwezig geacht indien sprake is van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 10 a lid 1 onder 3 of artikel 11a Opiumwet die zijn bestemd zijn voor (de voorbereiding van) de drugshandel. Het gaat hierbij om voorwerpen of stoffen die duidelijk bestemd zijn voor het telen of bereid van drugs, zoals bepaalde apparatuur (cocaïnewasserij) of chemicaliën (apaan, zoutzuur) en versnijdingsmiddelen (Kamerstukken II 2006/07, 34763, 3,(Mvt). De situatie zal dus van dien aard moeten zijn dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het om voorbereidingshandelingen ten behoeve van drugs(handel) gaat. Dat vergt een bestuurlijke beoordeling die kan worden gebaseerd op de feitelijke omstandigheden zoals door de politie vastgesteld en vastgelegd in de bestuurlijke rapportage. Niet spoedeisend/ spoedeisende bestuursdwang Het uitgangspunt van deze beleidsregel is dat alvorens tot besluitvorming omtrent sluiting wordt overgegaan, een vooraankondiging wordt gegeven. In de vooraankondiging wordt het voornemen tot sluiting opgenomen. De belanghebbende wordt hierdoor in de gelegenheid gesteld op het voornemen tot sluiting een zienswijze te geven. De last onder bestuursdwang en toepassing hiervan is geregeld in de artikelen 5:21 e.v. Algemene wet bestuursrecht (Awb).In spoedeisende gevallen kan de burgemeester echter besluiten dat direct tot sluiting wordt overgegaan, aldus zonder vooraankondiging en zienswijze mogelijkheid. De last onder bestuursdwang moet dan, conform artikel 5:31 lid 2 Awb, zo spoedig mogelijk alsnog schriftelijk worden bevestigd. Uit de rechtspraak blijkt dat een termijn van twee weken nog heeft te gelden als ‘zo spoedig mogelijk’. Onderverdeling beleid Het beleid betreffende de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet wordt onderverdeeld in de volgende rubrieken: -Drugshandel in of vanuit woningen -Drugshandel in of vanuit (al dan niet voor het publiek opengestelde) lokalen Drugshandel in of vanuit woningen In de beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen. Bij woningen grijpt een sluiting namelijk zwaarder in op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene(n). De essentie ligt daarin dat er in bewoonde woningen sprake is van het hebben van een woongenot en de daaraan sterk gerelateerde persoonlijke levenssfeer. In het kader van dit beleid wordt onder een woning een pand verstaan dat (of ruimte die) in de aangetroffen staat op een normale wijze voor bewoning kan worden gebruikt en dat/die daarvoor ook mag worden gebruikt (woongenot). Of een woning wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse. Een (bedrijfs)woning die niet als woning wordt gebruikt wordt aangemerkt als lokaal. Directe handhaving: Er wordt voor gekozen om bij woningen ook direct te handhaven, omdat blijkt dat er vaak sprake is van een ernstige situatie. Het is immers een gegeven dat handel, productie, teelt en andere illegale activiteiten rondom zowel hard- als softdrugs, een ondermijnend en potentieel ontwrichtend effect hebben op de samenleving door de verwevenheid van onder- en bovenwereld, corruptie en de innesteling in lokale gemeenschappen en maatschappelijke sectoren. Bovendien worden woningen, waarbij meer dan de toegestane hoeveelheid drugs wordt gevonden, vaak niet overeenkomstig de bestemming gebruikt en is er sprake van bedrijfsmatigheid. Dit zorgt ervoor dat eveneens handhavend kan worden opgetreden op grond van het bestemmingsplan. Daarnaast dient het verplaatsingseffect van de desbetreffende handel vanuit inrichtingen naar woningen voorkomen te worden. Er wordt daarom voor gekozen om ook bij woningen adequaat op te treden, ondanks de woonbescherming en de waarborgen van artikel 8 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM). Artikel 13b Opiumwet voldoet in beginsel aan de eisen van artikel 8 EVRM, met name in die zin de sluitingsbevoegdheid een expliciete wettelijke grondslag heeft en noodzakelijk kan zijn in het belang van, afhankelijk van de concrete situatie, de openbare veiligheid, het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid en de bescherming van de rechten van omwonenden. Natuurlijk wordt elk concreet geval zorgvuldig bekeken, waarbij alle betrokken belangen zorgvuldig worden afgewogen. Toepassing van de maatregel moet dus altijd zorgvuldig gebeuren. Er is extra zorgvuldigheid geboden, als er sprake is van (mogelijk) verblijf van minderjarige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.