Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 5-3-2019, nr. 81E7585D, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (Uitvoeringsverordening aankoopsubsidie NNN-gronden provincie Utrecht) Gedeputeerde Staten van Utrecht; Gelet op doelen uit de Natuurvisie en artikel 1.4, eerste lid, van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022; Overwegende dat sinds het intrekken van de subsidieregeling voor Particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties (de PNB-regeling) in 2011 een aankoopsubsidie voor verwerving van grond en het beëindigen van pachtovereenkomsten binnen het NNN ontbreekt en deze subsidieregeling nodig is als efficiënt, effectief en rechtmatig instrument voor de realisatie van het Natuur Netwerk Nederland; Besluiten de volgende uitvoeringsverordening vast te stellen Paragraaf1Algemeen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: landschapsbeheertype: in bijlage 1 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016 opgenomen en nader beschreven landschapsbeheertype; natuurbeheer: beheer van grond met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten; natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 1.3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht zoals geldend op het moment van de subsidieaanvraag; natuurbeheertype: in bijlage 2 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016 opgenomen en nader beschreven natuurbeheertype; reële marktwaarde: de waarde van de grond vastgesteld in overeenstemming met de Mededeling van de Commissie betreffende het begrip „staatssteun” in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (2016/C 262/01) in het vrije economische verkeer vastgesteld door een onafhankelijk taxateur; te realiseren natuur: binnen de provincie gelegen grond die op kaart 1 van het natuurbeheerplan is aangeduid als ‘te realiseren natuur (subsidie functieverandering)’; bestaande natuur: binnen de provincie gelegen grond die op kaart 1 van het natuurbeheerplan is aangeduid als ‘bestaande natuur’; verwerving: verkrijging van het recht van eigendom. Artikel2Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op: de verwerving van te realiseren natuur en het vestigen van de kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder e; de beëindiging van een pachtovereenkomst op te realiseren natuur en bestaande natuur en het vestigen van de kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder e. Artikel3Subsidieontvangers 1.Subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, kan worden verstrekt aan een ieder die duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk maakt dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten. 2.Subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, kan worden verstrekt aan de eigenaar van het terrein die duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk maakt dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten. Artikel4Aanvraag 1.Een subsidieaanvraag wordt ingediend binnen een door Gedeputeerde Staten te bepalen indientermijn, waarbij de beslissing op de aanvragen op volgorde van binnenkomst plaatsvindt. 2.Een subsidieaanvraag voor de subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, wordt uiterlijk op de dag voor het passeren van de notariële akte van levering ingediend. 3.Een subsidieaanvraag voor de subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, wordt uiterlijk op de dag voor de beëindiging van de pachtovereenkomst ingediend. 4.Een subsidieaanvraag gaat vergezeld van een inrichtingsschets bestaande uit: een schets van de uitgangssituatie; een schets van de te treffen inrichtingsmaatregelen die aansluiten bij prioriteiten op de ambitiekaart in het natuurbeheerplan; de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd; de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij minimaal het beoogde beheertype en de oppervlakte daarvan worden aangegeven; en, een kaart met ligging percelen. Artikel5Vaststelling 1.Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een afschrift van de aanvraag tot wijziging van de bestemming als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder i en een afschrift van de kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 7, derde lid, onder e, overlegd. 2.Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, wordt een afschrift van de notariële akte van levering van het terrein verstrekt. 3.Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, wordt een afschrift van een schriftelijke overeenkomst tot beëindiging van de pachtovereenkomst of een afschrift van de uitspraak van de pachtkamer tot ontbinding van de pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:377 Burgerlijk Wetboek verstrekt. Artikel6Subsidiabele kosten en hoogte van de subsidie 1.Voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, komen in aanmerking de kosten voor: verwerving van het terrein tegen reële marktwaarde; de taxatie door een onafhankelijke taxateur; de kosten voor het kadastraal recht en het registratierecht; de veiling; de notaris; de inschrijving in de openbare registers; overdrachtsbelasting; schenkingsrecht; BTW, voor zover niet verrekenbaar; bodemonderzoek. 2.Voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, komen in aanmerking de kosten voor: het vrijmaken van pacht van het terrein tegen een reële vergoeding, blijkend uit een taxatie door een onafhankelijke taxateur; de taxatie door een onafhankelijke taxateur. 3.De subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, bedraagt ten hoogste: 85% van de subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a; 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b tot en met i; 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder j, met een maximum van € 5.000,-. 4.De subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in het tweede lid. 5.Voor zover door Gedeputeerde Staten of een ander bestuursorgaan voor de verwerving, afwaardering of het pachtvrij maken van het terrein reeds subsidie is verstrekt, wordt de subsidie zoveel lager verstrekt als noodzakelijk om betaling boven de werkelijke kosten of maximale vergoeding op grond van Europese regels of deze regeling te voorkomen. Artikel7Verplichtingen subsidieontvanger 1.De subsidieontvanger dient: zorg te dragen voor de verwerving dan wel het pachtvrij maken van het terrein waarvoor hij subsidie ontvangt binnen twaalf weken na subsidieverlening; het verworven dan wel pachtvrij gemaakte terrein direct na verwerving dan wel pachtvrij maken als natuur te beheren; voor het verworven terrein een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd definitief inrichtingsplan vast te stellen; het verworven terrein in te richten conform het definitieve inrichtingsplan; het verworven dan wel pachtvrij gemaakte terrein na inrichting te beheren overeenkomstig het type als bedoeld in het vierde lid, onder a, van dit artikel; het terrein kosteloos open te stellen tussen zonsopgang en zonsondergang op ten minste 358 dagen per jaar; de opbrengsten van het terrein uitsluitend aan duurzaam natuurbeheer te besteden; te overleggen en samen te werken met de beheerders van omliggende natuurterreinen om tot een samenhangend beheer te komen; en, bij het bevoegd gezag een aanvraag in te dienen tot wijziging van de bestemming inhoudende dat het terrein enkel als natuur mag worden gebruikt. 2.Op verzoek van de subsidieontvanger kan de termijn, genoemd in het eerste lid, aanhef en onder a, worden verlengd. 3.Binnen twee weken na verlening van de subsidie sluit de subsidieontvanger met de provincie Utrecht een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin wordt opgenomen: de verplichting tot uitwerking van het definitief inrichtingsplan en de termijn waarbinnen deze uitwerking gereed dient te zijn en de goedkeuring door Gedeputeerde Staten dient te zij verkregen; de verplichting tot inrichting van het verworven dan wel pachtvrij gemaakte terrein en de termijn waarbinnen deze inrichting dient plaats te vinden; de verplichting van de eigenaar van de grond om de betreffende grond niet te gebruiken of te doen gebruiken als landbouwgrond en overigens datgene na te laten wat de ontwikkeling en de daaropvolgende instandhouding van het te realiseren natuurbeheertype dan wel landschapsbeheertype in gevaar brengt of verstoort; dat de verplichtingen, bedoeld onder c, zullen overgaan op degene die het verworven dan wel pachtvrij gemaakte terrein onder algemene of bijzondere titel zullen verkrijgen en eveneens gelden voor degene die van de rechthebbende een recht op het gebruik van de grond verkrijgen; dat de verplichtingen, bedoeld onder c en d, als kwalitatieve verplichting zullen worden ingeschreven in de openbare registers en de termijn waarbinnen deze inschrijving dient plaats te vinden. 4.Het definitieve inrichtingsplan als bedoeld in het derde lid, onder a, van dit artikel dient te zijn goedgekeurd door Gedeputeerde Staten en omvat: een beschrijving van de uitgangssituatie; een omschrijving van de te treffen inrichtingsmaatregelen; de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd; de motivering voor het treffen van de betreffende maatregelen; de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij minimaal het beoogde beheertype en de oppervlakte daarvan wordt aangegeven; een beschrijving van de in stand te houden, te verbeteren, aan te leggen of te verwijderen wegen en paden; een tijdplanning waarbinnen de inrichtingsmaatregelen worden gerealiseerd; een gespecificeerde begroting; één of meerdere topografische of digitale kaarten met een schaal van ten hoogste 1:10.000, waarop de grenzen van het terrein zijn aangegeven. Digitale gegevens dienen te worden aangeleverd als GIS-bestand in de vorm van een shapefile. Gedeputeerde Staten kunnen nadere technische specificaties vaststellen waaraan deze bestanden moeten voldoen; een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager voornemens is na het treffen van de inrichtingsmaatregelen de (beoogde) beheertypen en habitattypen verder te ontwikkelen en te beheren. 5.De subsidieontvanger is vrijgesteld van de verplichting bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder f, indien: sluiting nodig is bij of krachtens de Wet natuurbescherming; het terrein naar zijn aard buiten machte van de subsidieontvanger niet toegankelijk is; er een bescherming van de persoonlijke levenssfeer noodzakelijk is tot een maximum van een hectare; of het terrein vrijgesteld is op grond van het natuurbeheerplan. 6.Het is subsidieontvanger niet toegestaan om de verworven terreinen te vervreemden, in erfpacht uit te geven of daarop zakelijke rechten te vestigen, behoudens toestemming door Gedeputeerde Staten. 7.De subsidieontvanger is bij vervreemding, verpachting of vestiging van zakelijke rechten verplicht de ingevolge deze regeling verstrekte subsidie binnen een termijn van zes maanden terug te betalen aan de provincie Utrecht, tenzij hiervan in de toestemming als bedoeld in het vierde lid ontheffing is verleend. 8.Indien de subsidieontvanger ook andere economische activiteiten verricht dan de activiteiten genoemd in artikel 2, is hij verplicht een gescheiden boekhouding te voeren overeenkomstig punt 44 van de EU-kaderregeling inzake staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst (2012/C 8/03). 9.De subsidieontvanger bewaart de administratie en alle documenten inzake een aan hem verstrekte subsidie gedurende een periode van ten minste twintig jaar nadat de subsidie is verleend. Artikel8Europese regelgeving Voor zover subsidie wordt verstrekt aan een onderneming gebeurt dit met inachtneming van het Besluit van de Europese Commissie van 13 juli 2011, (C2011) 4945, met betrekking tot steunmaatregel N308/2010. Paragraaf2Slotbepalingen Artikel9Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst. Artikel10Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsverordening aankoopsubsidie NNN-gronden provincie Utrecht. Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht op 5 maart 2019.Voorzitter Secretaris Toelichting InleidingDe uitvoeringsverordening aankoopsubsidie NNN-gronden provincie Utrecht is bedoeld voor de verwerving van gronden die als ‘nog te realiseren natuur’ in het Natuur Netwerk Nederland (NNN) liggen. Het gaat daarbij meestal om landbouwgrond die wordt omgezet naar natuur. Daarnaast kan men met de regeling subsidie aanvragen voor het beëindigen van pachtovereenkomsten op gronden binnen het NNN, zodat ook hier natuur kan worden gerealiseerd. Op basis van deze subsidieregeling kan iedereen die duurzaam natuurbeheer verricht of voldoende aannemelijk maakt dat hij duurzaam natuurbeheer kan en zal verrichten, subsidie aanvragen Activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrektDe subsidieregeling is beschikbaar voor twee soorten activiteiten: Verwerving van gronden gelegen binnen de categorie ‘nog te realiseren natuur’ op de Natuurbeheerplankaart van de provincie; Beëindiging van een pachtovereenkomst op gronden binnen het Natuur Netwerk Nederland (kortweg NNN). Bij de verwerving van grond (categorie
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.