← Nederland

Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2019 (Borger-Odoorn)

Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2019 De raad van de gemeente Borger-Odoorn besluit vast te stellen de ‘Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2019’ met inachtn

en 52 weken. Artikel10.Pgb-tarieven maatschappelijke ondersteuning 1.Op grond van de bepalingen in lid 6 en 7 van artikel 9 gelden voor maatschappelijke ondersteuning in 2019 de tarieven in onderstaande tabel. Bij bouwstenen met ‘geen’ is het niet toegestaan om het pgb-budget in te zetten voor personen uit het sociale netwerk. 2.Voor de bouwsteen ‘respijtzorg’ geldt een maximum van 2,5 etmalen per week. 3.De hoogte van het budget in 2019 voor een autoaanpassing en sportrolstoel wordt bepaald op de tegenwaarde van de door het college opgevraagde of goedgekeurde offerte. Dit geldt ook voor het bezoekbaar maken van een woning, met een maximum van € 2.565,-. Bouwsteen

Artikel 9

lid 6 Artikel 9 lid 7 Zelfredzaamheid regulier Uur € 36,75 € 26,25 Zelfredzaamheid zwaar Uur € 58,25 € 41,00 Participatie regulier Dagdeel € 39,50 € 27,25 Participatie zwaar Dagdeel € 64,50 € 45,50 Respijtzorg Etmaal € 26,75 € 19,00 Vervoer Maand € 47,47 Geen Verhuiskosten Eenmalig € 1.750,00 Geen Artikel11.Pgb-tarieven jeugdhulp 1.Op grond van de bepalingen in lid 6 en 7 van artikel 9 gelden voor jeugdhulp in 2019 de tarieven in onderstaande tabel. Bij bouwstenen met ‘geen’ is het niet toegestaan om het pgb-budget in te zetten voor personen uit het sociale netwerk. 2.De bouwstenen onder ‘Meedoen en zelfredzaamheid’ zijn inclusief persoonlijke verzorging en vervoer. Daarbij kunnen de bouwstenen ‘logeren basis’ en ‘logeren specialistisch’ alleen worden geïndiceerd als er gemiddeld over een jaar sprake is van maximaal vier etmalen logeren en/of kortdurend verblijf binnen één maand; logeren en/of kortdurend verblijf tijdens schoolvakanties op schooldagen niet meegerekend. Wordt niet aan deze voorwaarde voldaan, dan mogen deze bouwstenen niet gebruikt worden. Dan zijn de bouwstenen verblijf basis en specialistisch van toepassing. Bouwstenen ‘Meedoen en zelfredzaamheid’

Artikel 9

lid 6 Artikel 9 lid 7 Licht en midden Uur € 44,40 € 20,70 Zwaar Uur € 57,00 € 28,40 Dagbesteding basis/intensief Dagdeel € 46,59 Geen Dagbesteding intensief specialistisch Dagdeel € 88,00 Geen Verblijf basis Etmaal € 119,02 € 59,00 Verblijf specialistisch Etmaal € 144,90 Geen Zelfstandigheidstraining Etmaal € 72,45 Geen Logeren basis Etmaal € 176,08 Geen Logeren specialistisch Etmaal € 201,86 Geen Bouwstenen ‘Gezond zijn’

Artikel 9

lid 6 Artikel 9 lid 7 Verblijf basis Etmaal € 207,06 Geen Verblijf specialistisch Etmaal € 253,63 Geen Bouwstenen ‘Gezond opgroeien’

Artikel 9

lid 6 Artikel 9 lid 7 Gastgezin Etmaal € 41,42 Geen Gezinshuis Etmaal € 144,90 Geen Time-out Etmaal € 93,14 Geen Artikel12Hoogte van financiële tegemoetkomingen vorige verordeningen Financiële tegemoetkomingen die op grond van voorafgaande regelgeving zijn verstrekt en waarvan de geldigheidstermijn nog niet is verstreken, worden op de volgende wijze omgezet in een pgb-vervoer. Tegemoetkoming Met ingang van Hoogte Kosten (rolstoel)taxi 1 januari 2019 Conform artikel 10 Gebruik eigen auto en auto derden 1 januari 2019 € 840 per jaar 1 januari 2020 € 740 per jaar 1 januari 2021 Conform artikel 10 Artikel13Bijdrage voor de Algemene Voorziening Schoonmaakondersteuning 1.Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van een maatwerkvoorziening maatschappelijke ondersteuning en een algemene voorziening schoonmaakondersteuning. 2.De bijdrage voor de schoonmaakondersteuning is gelijk aan maximaal de kostprijs en bedraagt € 26,-- per uur. 3.Inwoners die tot de doelgroep behoren, kunnen in aanmerking komen voor een korting van € 21,-- per uur op de bijdrage voor de schoonmaakondersteuning. Een inwoner behoort tot de doelgroep als hij vanwege zijn ziekte of beperking (deels) niet in staat is om huishoudelijk werk te verrichten en waarvoor geen of onvoldoende oplossing kan worden gevonden binnen het eigen huishouden en sociaal netwerk. 4.Inwoners uit de doelgroep die drie maanden voorafgaand aan de aanvraagdatum maximaal een netto inkomen hadden van maximaal 120% van de voor hen geldende bijstandsnorm kunnen in aanmerking komen voor een korting van € 26,-- op de bijdrage voor de schoonmaakondersteuning. Het vermogen van een belanghebbende op de aanvraagdatum wordt bij de berekening van de financiële ruimte meegenomen. Daarbij gelden de volgende vermogensgrenzen (peildatum 1 januari 2019): alleenstaanden € 6.120,--, en echtpaar, samenwonenden of alleenstaande ouders € 12.240,-- Tot het vermogen wordt gerekend het totaal van de bezittingen, verminderd met eventuele schulden. De waarde van de eigen woning wordt vrijgelaten tot een bedrag van € 51.600,-- alsmede de waarde van één motorvoertuig tot een bedrag van € 5.000,--. 5.Inwoners waarvan de partner langdurig is opgenomen in een instelling voor verblijf op grond van de Wet langdurige zorg kunnen in aanmerking komen voor een korting op de bijdrage voor schoonmaakondersteuning van € 26,--. 6.De in lid 2, 3, 4 en 5 genoemde korting kan men aanvragen door binnen drie maanden na het afgeven van de beschikking van de schoonmaakondersteuning een door het college vastgesteld formulier in te dienen. Indien het na drie maanden na het afgeven van de beschikking wordt aangevraagd dan is de ingangsdatum de eerste dag van de maand waarop de aanvraag is ingediend (overeenkomstig de CAK periode). Artikel14Bijdrage maatwerkvoorziening maatschappelijke ondersteuning 1.De bijdrage voor een maatwerkvoorziening wordt bepaald in artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en conform artikel 2.1.4, zevende lid van de Wmo 2015 geïnd door het CAK. 2.Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 3.De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na een consultatie in de markt of in overleg met de aanbieder. De kostprijs van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. Artikel15Bijdrage collectief vervoer 1.De bijdrage voor het collectief vervoer (Wmo-taxi) bestaat uit een instaptarief van € 0,89 en een kilometertarief van € 0,

  1. Deze gereduceerde tarieven gelden voor 25 kilometer per enkele reis. Boven 25 kilometer geldt het commerciële tarief. 2.De eenmalige bijdrage (leges) voor de afgifte van een Wmo-taxipas bedraagt € 28,--. Artikel16Regeling zak- en kleedgeld voor jongeren met een jeugdbeschermingsmaatregel 1.Het college stelt ten behoeve van de jeugdige op wie een kinderbeschermingsmaatregel van toepassing is, waarbij het voor de voogd waar de jeugdige onder toezicht staat, blijkt dat het duurzaam onmogelijk is om zelf van de onderhoudsplichtige ouders een bijdrage voor zak- en kleedgeld te ontvangen, een vervangende bijdrage ter beschikking gelijk aan maximaal de geldende wettelijke kinderbijslag volgens de Algemene kinderbijslagwet. De bijdrage wordt uitbetaald aan de voogd van de jeugdige of de instelling waar de jeugdige verblijft mits de jeugdhulpinstelling aantoont dat zij zelf voldoende heeft getracht de ouders aan te spreken op hun onderhoudsplicht. 2.Ter onderbouwing van de aanspraak uit het eerste lid overlegt de jeugdhulpinstelling een dossier waaruit blijkt dat ten minste één schriftelijke aanschrijving is gedaan, waarop door de ouders geen bijdragen zijn voldaan en de ouders van de jeugdige zijn vertrokken onbekend waarheen, of dat het voor de opvang en hulpverlening aan de jeugdige van wezenlijk belang is om het contact over de zak- en kleedgeldbijdrage met de ouders te vermijden, of dat de ouders op korte termijn niet kunnen voldoen aan de onderhoudsplicht en dit blijkt uit verkregen gegevens omtrent hun inkomens en vermogenssituatie. Artikel17Jaarlijkse waardering mantelzorgers Het college bepaalt bij nadere regeling waaruit de jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat. Artikel18Tegemoetkoming voor chronisch zieken en mensen met een beperking 1.Een inwoner van 18 jaar of ouder kan een financiële tegemoetkoming van € 300,- ontvangen voor het jaar voorafgaand aan de aanvraag als hij of zij een inkomen van het voorafgaand jaar niet hoger is dan 120% van de voor hen geldende bijstandsnorm en aannemelijk kan maken dat er in dat jaar kosten zijn gemaakt voor een chronisch ziekte en/of een beperking. Het college bepaalt bij nadere regeling hoe deze aannemelijkheid moet worden aangetoond. 2.De kostendelersnorm is niet van toepassing. Indien er een kostendeler aanwezig is wordt dit niet meegenomen in de berekening. 3.Een geldig rijbewijs volstaat als geldig identificatiedocument. 4.In bijzondere gevallen kan gemotiveerd worden afgeweken van lid
  2. Artikel19Indexering 1.Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening geldende bedragen verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de Centraal Bureau voor de Statistiek prijsindex voor gezinsconsumptie. 2.Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen. Hoofdstuk4KWALITEIT Artikel20Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 1.Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. Artikel21Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden (Code verantwoordelijk Marktgedrag) 1.Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor door derden te leveren diensten, zoals maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, als bedoeld in artikel 2.6.4 van de Wmo en artikel 2.11 van de Jeugdwet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met derde; of een reële prijs die geldt als ondergrens voor: 1° een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en 2° de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2.Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de Wmo, en rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de Wmo, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3.Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: de kosten van de beroepskracht; redelijke overheadkosten; kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; reis en opleidingskosten; indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 4.Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. 5.Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat. 6.Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren algemeen gebruikelijke voorzieningen, in ieder geval rekening met: De marktprijs van de voorziening, en De eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals: 1° Aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening. 2° Instructie over het gebruik van de voorziening. 3° Onderhoud van de voorziening. Artikel22Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking en terugvordering 1.Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2.Een cliënt, jeugdige of zijn ouders doen aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing. 3.Het college kan een beslissing als bedoeld in de Wmo of Jeugdwet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: de cliënt, jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de cliënt, jeugdige of zijn ouders niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen. De maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten. De cliënt, jeugdige of zijn ouders niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of de cliënt, jeugdige of zijn ouders de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. 4.Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft herzien of ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 5.Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 3 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 6.Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. Artikel23Toezicht en handhavingskader 1.Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de eisen in artikel 20 door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. 2.Het college kan het toezicht en handhavingskader bij nadere regeling uitwerken. Artikel24Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1.Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 2.Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. 3.De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. Artikel25Opschorting van betalingen uit pgb Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de Wmo 2015 of artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e van de Jeugdwet. Hoofdstuk5KLACHTEN, MEDEZEGGENSCHAP EN INSPRAAK Artikel26Klachtregeling 1.Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten. 2.Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel27Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning 1.Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten, jeugdigen of zijn ouders over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn. 2.Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliënt ervaringsonderzoek. Artikel28Privacy en informatie uitwisseling 1.Het college en aanbieders houden zich voor de verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens aan de geldende privacy wet- en regelgeving (Wmo 2015, Jeugdwet en (Uitvoeringswet) Algemene Verordening Gegevensbescherming). Dit geldt ook voor de samenwerking met de Stichting Sociale Teams. Het college vindt het van belang dat de privacyrechten van de cliënten worden gerespecteerd. 2.Het college informeert actief de cliënten over hun privacyrechten en de gegevensverwerkingen die in het kader van de ondersteuning plaats vinden. 3.Het college vindt het belangrijk dat voor de verwerking en uitwisseling van persoonsgegevens passende organisatorische en technische maatregelen zijn genomen om inbreuken in verband met persoonsgegevens te voorkomen. 4.Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het eerste lid. 5.Het college heeft in zijn privacybeleid en reglement nadere regels vastgelegd ter uitvoering van de leden twee en drie en hoe de gemeente met privacy om gaat. Artikel29Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1.Het college stelt ingezetenen, waaronder in ieder geval (vertegenwoordigers van) cliënten, jeugdigen of ouders in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, vroegtijdig gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 2.Het college zorgt ervoor dat ingezetenen, waaronder in ieder geval (vertegenwoordigers van) cliënten, jeugdigen of ouders kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie. 3.Ter uitvoering van het eerste en tweede lid betrekt het college ingezetenen middels een Adviesraad sociaal domein bij haar beleidsvoornemens. Hiervoor heeft het college nadere regels vastgesteld in de verordening ‘Cliëntparticipatie sociaal domein Borger-Odoon 2016’. Hoofdstuk6SLOTBEPALINGEN Artikel30Nadere regels en hardheidsclausule 1.In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 2.Het college stelt nadere regels over de uitvoering van deze verordening. 3.Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel31Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1.De verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2015 worden ingetrokken. 2.Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2015, totdat het college een nieuw besluit op een voorziening heeft genomen, waarbij het eerdere besluit waarmee deze voorziening is verstrekt wordt ingetrokken. 3.Aanvragen die zijn ingediend onder de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2015 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. 4.Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn 2015, worden beslist met inachtneming van die verordening. 5.Van het in het derde en vierde lid gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken. Artikel32Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt, met terugwerkende kracht, in werking op 1 januari
  3. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Borger-Odoorn.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.