Integraal vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingsbeleid gemeente Diemen 2019-2022SAMENVATTING InleidingHet vakgebied vergunningverlening, toezicht en handhaving voor het omgevingsrecht, de Algemene Plaatselijke Verordening, Drank- en Horecawet, de Opiumwet en de Wet ondermijning, is en blijft de komende jaren sterk in ontwikkeling. Wetswijzigingen volgen elkaar snel op. De Wet Verbetering Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, de Wet private kwaliteitsboring voor het bouwen en de Omgevingswet vragen om het geven van invulling aan een veranderende maatschappij. De nadruk komt meer en meer te liggen op integraal en programmagericht werken. Terugkerende elementen zijn efficiëntere en daarmee effectievere handhaving, vermindering van de administratieve lastendruk, minder vergunningplichtige activiteiten, meer algemene regels en werken volgens een vaste beleidscyclus (strategisch meerjarenbeleid, jaarlijks uitvoeringsplan en evaluatieverslag). Er wordt nadrukkelijk een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven. Daarnaast eist de maatschappij steeds meer dat vergunningverlening, toezicht en handhaving eenduidiger en transparanter plaatsvinden. Met dit Vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingsbeleid legt ons college de basis voor de programmatische en integrale uitvoering van onze wettelijke taken en het bereiken van de doelstellingen uit het collegeprogramma “Duurzaam Samenleven”. Onze missie is dan ook: “het zo efficiënt mogelijk gebruik maken van de beschikbare middelen om de gemeente Diemen leefbaar (schoon, heel, duurzaam en veilig) te krijgen en te houden”. Het VTH-beleidsplan vervangt het in 2016 vastgestelde “Vergunningen, toezichts- en handhavingsbeleid gemeente Diemen 2017 en 2018”. Het beleidsplanHet beleidsplan omvat een risicoanalyse met prioriteiten van al onze wettelijke taken. De prioriteit bepaalt de mate van toetsing, toezicht en handhaving. Met dit beleidsplan stellen wij uitgangspunten voor onze werkzaamheden vast, zoals: Het niveau waarop vergunningen worden getoetst; Welke punten worden gecontroleerd bij verschillende bouwprojecten; De handhavingsmiddelen die worden ingezet. Wat is nieuw?Nieuw in dit beleidsplan is het onderdeel vergunningen (en meldingen). Ook voor dit onderwerp hebben wij doelstellingen en prestatie-indicatoren opgenomen ten aanzien van de afhandeling. Daarbij zijn risico’s in kaart gebracht en is aan de hand daarvan en op basis van landelijke normen het niveau van toetsing vastgelegd. Het onderwerp “Ondermijning” en het project Scheerlicht zijn voorts expliciet opgenomen in het beleid. Daarnaast zijn de prestatie-indicatoren verhoogd voor toezicht en handhaving. Vanwege de vergaande samenwerking met uitvoeringsorganisaties, zoals de Omgevingsdienst, kiezen wij ervoor om zoveel mogelijk te werken met landelijke protocollen. Op die manier beschikken wij altijd over actuele toetsings- en toezichtkaders. BeleidscyclusDe Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bepaalt dat het college het bevoegd gezag is voor de vaststelling van het VTH-beleid. Op basis daarvan maakt het college jaarlijks een uitvoeringsplan en een evaluatieverslag. Daarvan wordt verslag gedaan aan de gemeenteraad. Hiermee wordt voldaan aan de big 8 beleidscyclus. De feitelijke inzet en bestuurlijke speerpunten nemen wij daarnaast geactualiseerd op in het uitvoeringsplan, dat jaarlijks wordt geëvalueerd en zo nodig wordt bijgesteld. Bestuurlijke rolverdelingHet college is op basis van de Wabo bevoegd om het VTH-beleid en het daaraan gekoppelde uitvoeringsplan en evaluatieverslag vast te stellen. Na de invoering van de Wet VTH stelt de gemeenteraad een Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving vast (de kwaliteitscriteria 2.1). In de kwaliteitscriteria 2.1 is vastgelegd waaraan de organisatie op het gebied van de VTH-taken ten aanzien van personeel (kritieke massa), het proces en de inhoud (deskundigheid) moet voldoen. Daaraan toegevoegd zijn de zogenaamde “output” criteria, waarmee concreet omschreven moet worden wat de te behalen doelen van het beleid zijn. Het pakket bepaalt de minimaal vereiste kwaliteit, waaraan elke overheidsorganisatie die met vergunningen, toezicht en handhaving te maken krijgt, moet voldoen. De gemeenteraad heeft hiermee een handvat om de kwaliteit te bepalen van de uitvoering van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De verordening die wordt vastgesteld vormt het juridische kader voor het beoordelen, borgen en verbeteren van de kwaliteit van deze taken. Met de komende wetswijzigingen staan wij voor complexe bestuurlijke vraagstukken en organisatorische keuzes waarbij wij nog intensiever zullen samenwerken met onze uitvoeringspartners of moeten overwegen om taken in zijn geheel uit te besteden en nog meer vanuit een regierol onze werkzaamheden moeten vormgeven. Wij gaan bewoners en burgers tijdig en actief informeren over de komende wetswijzigingen. 1.ALGEMEEN 1.1.Inleiding Voor u ligt het “integraal vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingsbeleid van de gemeente Diemen 2019-
(4)Een lage prioriteit betekent dat minimale toezichts- en handhavingsactiviteit plaatsvindt. Handhaving in de vorm van controles vindt alleen plaats indien uit een melding of waarneming rechtstreeks een vermoeden van regelovertreding voortvloeit. Daarnaast zal de gemeente twee keer per jaar een controleactie uitvoeren. Doel van deze acties is het in beeld krijgen van de naleving van regelgeving op de verschillende taakvelden en het verkrijgen van input voor hernieuwde prioriteitstelling. Bij constatering van een overtreding volgt een schriftelijke dan wel mondelinge waarschuwing. Over de aard van de sanctie maakt de gemeente afspraken met politie en Openbaar Ministerie. KLACHTENKlachten en handhavingsverzoeken worden, gelet op bovenstaande prioritering hoog ingeschaald. Dit sluit aan bij het standpunt van de gemeenteraad en het college als het gaat om de behandeling van klachten. Als de klacht een onderwerp betreft in de categorie laag of gemiddeld, wordt de klacht bij de eerstvolgende controle behandeld. Een goede en snelle terugkoppeling hierop is van belang. Anonieme klachten worden niet in behandeling genomen. MEERDERE OVERTREDINGENIndien zich meerdere overtredingen voordoen uit de lage of gemiddelde prioriteit, verandert de prioriteit in de eerst hoger liggende schaal van prioriteiten. 3.DOELSTELLINGEN EN UITGANGSPUNTEN 3.1.Inleiding Dit beleidsplan is erop gericht om de risico’s die de veiligheid, duurzaamheid, leefbaarheid, aantrekkelijkheid en gezondheid van de gemeente Diemen bedreigen, zo veel als mogelijk uit te sluiten. Meer dan ‘zoveel als mogelijk’ is niet realiseerbaar aangezien een risicoloze maatschappij (helaas) een utopie is. De uitvoering van het VTH-beleid is geënt op de volgende aspecten: In de eerste plaats wordt beoogd met dit VTH-beleid de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te beschermen door risico gestuurd te werken. Datgene wat de meeste aandacht nodig heeft, moet ook de meeste aandacht ontvangen. Dat vraagt een duidelijke strategie ten aanzien van het toetsen van vergunningen/meldingen als ook het toezicht daarop met inbegrip van sanctionerings- en gedoogstrategieën. In de tweede plaats sluiten we met dit VTH-beleid aan op de kwaliteitseisen die opgenomen zijn in de eerder genoemde ‘Verordening Kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Diemen. De kwaliteitseisen die in deze verordening staan genoemd zijn gerelateerd aan de landelijke ‘kwaliteitscriteria 2.1’. De kwaliteitscriteria 2.1. beogen een betere uitvoering van de VTH-taken te bewerkstelligen. Hiermee voldoet onze gemeente tevens aan de eisen die zijn gesteld in het Besluit omgevingsrecht. In de derde plaats wordt met dit VTH-beleid aangesloten op regionale VTH-netwerken waardoor het uitwisselen van kennis en expertise en het doorlopen van de beleidscycli voor zover mogelijk gezamenlijk wordt uitgevoerd. In de vierde plaats richt dit beleid zich op het stimuleren van de verantwoordelijkheid en betrokkenheid (participatie) van inwoners en ondernemers bij ruimtelijke initiatieven dan wel het oplossen van eenvoudige conflicten door zelf te bemiddelen en/of anderen aan te spreken op asociaal gedrag. 3.2.Doelstellingen vergunningverlening Voor vergunningverlening gelden de volgende doelstellingen: 3.2.1.Duidelijk kader voor de uitvoering van vergunningverlening, prioriteitstelling en werkwijze Het bieden van een duidelijk kader voor de uitvoering van vergunningverlening, programmatisch toezicht en handhaving, hetgeen resulteert in een jaarlijks programma met prioriteitstelling en werkwijze bij vergunningverlening, toezicht en handhaving. 3.2.2.Kwalitatief goede uitvoering van taken Voor de uitvoering van de taken zijn in de Wet VTH wettelijke eisen vastgelegd. Op 13 oktober 2016 heeft de gemeenteraad van Diemen de Verordening Kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Diemen vastgesteld. In onze verordening is aangegeven dat deze eisen gelden voor alle taken (binnen dit taakveld) die in opdracht van de gemeente worden uitgevoerd. Denk daarbij met name aan de plustaken die de Omgevingsdienst voor Diemen uitvoert (constructieve veiligheid). De gemeente Diemen kiest voor een klantgerichte benadering, waarbij een goede (digitale) dienstverlening en een snelle, professionele en zorgvuldige afhandeling van de vergunningaanvragen centraal staan. 3.2.3.Kwalitatief goede dienstverlening De gemeente Diemen kiest voor een klantgerichte benadering, waarbij een goede (digitale) dienstverlening en een snelle en zorgvuldige afhandeling van de vergunningaanvragen centraal staan. Onze inwoners en bedrijven worden daarbij op een deskundige en vriendelijke wijze van informatie voorzien en het vergunningentraject is voor hen herkenbaar en transparant. Wij streven voortdurend naar verbetering van de dienstverlening aan onze inwoners en bedrijven. Kortom, de gemeente Diemen wil bij vergunningverlening: dienstverlenend zijn en de klant zo optimaal mogelijk bedienen; duidelijk en transparant zijn. Aanvragers van vergunningen weten waar zij bij de gemeente Diemen aan toe zijn; een betrouwbare partner zijn voor de inwoners en bedrijven. 3.2.4.Rechtszekerheid voor inwoners en ondernemers Uitgangspunt is het voorkomen van het van rechtswege verlenen van vergunningen als gevolg van overschrijding van wettelijke afhandelingstermijnen van aanvragen. De kwaliteit van vergunningen draagt bij aan rechtszekerheid waarbij ook aandacht voor de communicatie van wezenlijk belang is. Door verleende vergunningen, vrijstellingen en ontheffingen op adequate wijze bekend te maken en zo nodig toe te zenden aan personen die een zienswijze hebben ingediend, zorgen we ervoor dat onze besluiten na de wettelijke termijnen voor het indienen van een bezwaar- en/of beroepsschrift ook daadwerkelijk onherroepelijk zijn. 3.2.5.Redeneren vanuit oplossingen Bij het beoordelen van vergunningaanvragen wordt waar mogelijk gezocht naar de mogelijkheden om de aangevraagde activiteiten te vergunnen. De focus ligt dus niet op de beperkingen die wet- en regelgeving met zich meebrengen, maar juist op het zoeken naar wegen en oplossingen om binnen de wet rekening houdend met de wensen van de aanvrager en omgeving, de activiteiten mogelijk te maken. Indien er geen oplossingen zijn wordt dit duidelijk gecommuniceerd aan de aanvrager en wordt verzocht om de aanvraag in te trekken. Het rekmanifest dat door het college is vastgesteld wordt daarbij als leidraad gebruikt. 3.2.6.Kwalitatief goede vergunningen De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoeringskwaliteit van vergunningen. Daaronder wordt verstaan de mate waarin een afgegeven vergunning voldoet aan de juridische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur) en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. 3.2.7.Verantwoordelijkheid van de aanvrager is om tijdig een volledige aanvraag in te dienen De aanvrager van een vergunning is zelf verantwoordelijk voor het tijdig indienen van een volledige aanvraag. Ook zijn aanvragers zelf verantwoordelijk voor het creëren van draagvlak c.q. acceptatie van de voorgenomen plannen bij belanghebbenden, zoals buren. Uiteraard kan de gemeente hierbij desgewenst adviseren. Daarnaast mag van een aanvrager worden verwacht dat zij zelf ook verantwoordelijkheid nemen om problemen op te lossen. De gemeente Diemen zal daar waar mogelijk inwoners en bedrijven dan ook stimuleren om gezamenlijk problemen op te lossen, bijvoorbeeld door overleg. Oplossingen die in gezamenlijkheid worden gevonden hebben de voorkeur boven oplossingen die zijn afgedwongen. Vanuit het team Vergunningen zal aandacht geschonken gaan worden aan de voorlichting over vergunningverlening aan de diverse doelgroepen. In onderstaande tabel wordt een aantal van bovenstaande doelstellingen vertaald naar prestatie-indicatoren: Uitvoerings-doelstelling KPI Acties om doelstelling te realiseren Wijze van toetsing Draagt bij aan welke beleidsdoelstelling van VTH-beleidsplan Percentage digitale vergunningverlening 98% Gerichte kanaalsturing (website en klantcontacten en vooroverleg) naar digitale aanvraag. Via Squit XO kan gemonitord worden of een aanvraag digitaal is ontvangen. Draagt bij aan beleidsdoelstelling: Kwalitatief goede uitvoering van taken Geen van rechtswege verleende vergunningen 0% Digitaal werken, goede processen en redeneren vanuit oplossingen, voldoende personele achtervang. Via Squit XO kan aan de hand van de termijn beoordeeld worden of sprake is van een van rechtswege verleende vergunning. Draagt bij aan beleidsdoelstelling: Kwalitatief goede uitvoering van taken Voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.1 Wet VTH Kwaliteitsborgings-systeem ontwikkelen om zo aan de kwaliteitscriteria 2.1 te kunnen blijven voldoen. De kwaliteits-verordening is in 2016 vastgesteld en in werking getreden en een onderzoek starten of met een aantal gemeenten een kwaliteitsborgings-systeem gerealiseerd kan worden om aan de kritieke massa te kunnen voldoen. Via het Interbestuurlijk toezicht vanuit de Provincie en via de interne audits. Draagt bij aan beleidsdoelstelling: Het bieden van een duidelijk kader voor de uitvoering van programmatisch toezicht en handhaving, hetgeen resulteert in een jaarlijks programma met prioriteitsstelling en werkwijze bij toezicht en handhaving omgevingsrecht Regionale samenwerking vergunning-verlenings-, toezichts- en handhavingstaken onderbrengen in de VTH-samenwerking in regionaal verband VTH-proces in DUO+ verband is en blijft geharmoniseerd Harmonisatie van het VTH-proces De VTH-processen zijn gelijk en er is sprake van één gezamenlijke backoffice-applicatie Draagt bij aan beleidsdoelstelling: Het bieden van een duidelijk kader voor de uitvoering van vergunningverlening, programmatisch toezicht en handhaving, hetgeen resulteert in een jaarlijks programma met prioriteitsstelling en werkwijze bij toezicht en handhaving omgevingsrecht Wabo-vergunningen worden verleend binnen zes weken in plaats van acht weken 75% Digitaal werken, goede processen en redeneren vanuit oplossingen Via het programma Squit XO kan de termijn gemonitord worden. Draagt bij aan beleidsdoelstelling: Kwalitatief goede uitvoering van taken 3.3.Uitgangspunten vergunningverlening De uitgangspunten van vergunningverlening zijn: Aanvragers zijn zelf verantwoordelijk voor het tijdig indienen van een kwalitatief goede vergunningaanvraag. Per vergunningaanvraag is één casemanager verantwoordelijk voor het hele proces dat doorlopen moet worden. De casemanager draagt ook zorg voor de samenhangende aansluiting tussen de verschillende deeladviezen van vakspecialisten. Bij de behandeling van aanvragen wordt helder gecommuniceerd met de aanvrager. Mondeling contact met de aanvrager is daarbij een pré. Bij horeca-aanvragen (en bij grote evenementen) vindt er voor indiening een intakegesprek plaats en wordt aan de ondernemer meteen aangegeven welke overige benodigde vergunningen of meldingen dienen te worden aangevraagd (zoals bijvoorbeeld Drank- en Horecawetvergunningen of -ontheffingen, meldingen milieu of brandveilig gebruik, reclamevergunningen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening of een omgevingsvergunning bouwen voor reclame uitingen). Jaarlijks wordt door de casemanager Horeca vooraf aan horecaondernemers kenbaar gemaakt of gedurende het betreffende jaar een terras- of exploitatievergunning komt te vervallen. De ondernemers kunnen dan nog tijdig een nieuwe vergunning aanvragen. Bij legalisatieverzoeken stemt de casemanager de vergunningprocedure af met toezicht en handhaving. Bij dreigende buiten behandeling stelling of weigering van de aanvraag wordt gestreefd om de aanvrager tijdig uit te nodigen voor een integraal gesprek. Het doel daarvan is om de aanvrager over de streep te trekken om verder handhavend optreden te voorkomen. Bij vergunningaanvragen wordt gezocht naar mogelijkheden en oplossingen om, rekening houdend met de wensen van de aanvrager en de omgeving, activiteiten mogelijk te maken. Het rekmanifest wordt daarbij als leidraad gehanteerd. Bij de casemanager die als eerst contact heeft met een aanvrager, wordt de inspanningsverplichting en onderzoekplicht neergelegd om te wijzen op eventueel andere benodigde vergunningen, ontheffingen, e.d. De casemanagers streven ernaar om aanvragers zoveel mogelijk, voordat een aanvraag wordt ingediend, te informeren over de benodigde toestemmingen, de te doorlopen procedure (-termijnen), de indieningsvereisten, de initiële haalbaarheid en legeskosten, zodat zij weten waar zij aan toe zijn. Sloopmeldingen en volledige aanvragen om een omgevingsvergunning voor een herhalingsplan (dakkapel, dakopbouw, etc. worden binnen drie werkdagen afgehandeld. Aanvragers van vergunningen worden er op gewezen en gestimuleerd overleg met belanghebbenden te voeren ter verkrijging van draagvlak voor de vergunningaanvraag. Te verlenen vergunningen moeten voldoen aan de juridische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur) en bijdragen aan de omgevingsdoelen. Daar waar mogelijk worden vergunningen voor onbepaalde termijn verleend in plaats van deze jaarlijks te laten aanvragen. Er wordt aandacht besteed aan after sales. Nadat de vergunning is verleend, wordt deze doorgesproken met de aanvrager om problemen tijdens de uitvoering te voorkomen en om door te nemen waar strikt op getoetst zal worden. 3.4.Doelstellingen toezicht en handhaving Voor toezicht en handhaving gelden de volgende doelstellingen: 3.4.1.Duidelijk kader programmatisch toezicht en handhaving Het bieden van een duidelijk kader voor de uitvoering van programmatisch toezicht en handhaving, hetgeen resulteert in een jaarlijks programma met prioriteitsstelling en werkwijze bij toezicht en handhaving van regelgeving die van invloed zijn op de directe leefomgeving. 3.4.2.Inzet toezicht en handhaving Het inzetten van toezicht en handhaving als een instrument ten behoeve van de geformuleerde visie en om beleidsdoelstellingen op diverse gemeentelijke taakvelden te kunnen realiseren. Handhaving is geen op zichzelf staand doel. 3.4.3.Effect toezicht en handhaving Het effect van toezicht en handhaving vergroten door een programmatische aanpak van toezicht en handhaving en op basis van informatie gestuurde handhaving. 3.4.4.Tegengaan ongewenste precedentwerking Het tegengaan van ongewenste precedentwerking door zaken bestuurlijk vast te leggen in een beleidsdocument. 3.4.5.Scheppen van duidelijkheid verwachting handhaving Het scheppen van duidelijkheid wat van handhaving mag worden verwacht, zowel intern (bestuur, ambtelijke organisatie) als extern (burgers, bedrijven). Uitvoerings-doelstelling KPI Acties om doelstelling te realiseren Wijze van toetsing Draagt bij aan welke beleidsdoelstelling van VTH-beleidsplan Handhavers zichtbaar en vaak op straat door beperking administratieve binnentaken Handhavers zijn 80% van hun tijd op straat. Verder door ontwikkelen van de digitale handha-vingssystemen “Op Orde” en “Squit 2 Go” Tijdsregistratie binnen, buiten. Monitoren door coördinator. Draagt bij aan beleidsdoelstelling: Het vergroten van het effect van toezicht en handhaving door een programmatische aanpak Integraal toezicht door gemeente en Omgevingsdienst op inrichtingen op het gebied van milieuwetgeving, energieverbruik en drank- en horecawetgeving 3 voortgangs-rapportages van de Omgevingsdienst op jaarbasis De Omgevingsdienst stelt tussentijdse voortgangs-rapportages op. Beoordeling van deze rapportages op management-niveau Draagt bij aan beleidsdoelstelling: Het bieden van een duidelijk kader voor de uitvoering van programmatisch toezicht en handhaving, hetgeen resulteert in een jaarlijks programma met prioriteitsstelling en werkwijze bij toezicht en handhaving omgevingsrecht Jaarlijks wordt een uitvoeringsplan vastgesteld waarbij een duidelijke relatie wordt gelegd tussen de beleids-doelstellingen en de daarop gerichte uitvoering voor vergunningverlening toezicht en handhaving Oordeel “adequaat” bij interbestuurlijk toezicht door Provincie Jaarlijks uitvoeringsplan en evaluatieverslag laten vaststellen Interbestuurlijk toezicht door de Provincie Draagt bij aan beleidsdoelstelling: Het bieden van een duidelijk kader voor de uitvoering van programmatisch toezicht en handhaving, hetgeen resulteert in een jaarlijks programma met prioriteitsstelling en werkwijze bij toezicht en handhaving omgevingsrecht Heldere communicatie over het vergunningen, toezichts- en handhavingsbeleid en het jaarlijkse uitvoeringsplan Minimaal 6 berichten per jaar Vergunningen, toezichts- en handhavingsbeleid en uitvoeringsplan op de website plaatsen. Handhavingsacties en effecten van Meten hoeveel berichten geplaatst zijn via de diverse mediakanalen handhavings-acties via media verspreiden. Draagt bij aan beleidsdoelstellingen: Scheppen van duidelijkheid wat van handhaving mag worden verwacht en Het vergroten van het effect van toezicht en handhaving door een programmatische aanpak Regionale samenwerking toezichts- en handhavingstaken onderbrengen in de VTH-samenwerking in regionaal verband VTH-proces in DUO+ verband is en blijft geharmoniseerd Harmonisatie van het VTH-proces De VTH-processen zijn gelijk en er is sprake van één gezamenlijke backoffice-applicatie Draagt bij aan beleidsdoelstelling: Het bieden van een duidelijk kader voor de uitvoering van programmatisch toezicht en handhaving, hetgeen resulteert in een jaarlijks programma met prioriteitsstelling en werkwijze bij toezicht en handhaving omgevingsrecht Voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.1 Wet VTH Kwaliteitsborgings-systeem ontwikkelen om zo aan de kwaliteitscriteria 2.1 te kunnen blijven voldoen. De kwaliteits-verordening is in 2016 vastgesteld en in werking getreden en een onderzoek starten of met een aantal gemeenten een kwaliteitsborgings-systeem gerealiseerd kan worden om aan de kritieke massa te kunnen voldoen. Via het Interbestuurlijk toezicht vanuit de Provincie en via de interne audits. Draagt bij aan beleidsdoelstelling: Het bieden van een duidelijk kader voor de uitvoering van programmatisch toezicht en handhaving, hetgeen resulteert in een jaarlijks programma met prioriteitsstelling en werkwijze bij toezicht en handhaving omgevingsrecht De planningen voor toezicht voor milieu, brandveiligheid en horeca zijn gerealiseerd 90% Voldoende capaciteit inplannen om de periodieke controles te draaien conform planningsmodule uit Squit XO Via Squit XO kan gemonitord worden of de planning wordt of is gerealiseerd Draagt bij aan beleidsdoelstelling: Het bieden van een duidelijk kader voor de uitvoering van programmatisch toezicht en handhaving, hetgeen resulteert in een jaarlijks programma met prioriteitsstelling en werkwijze bij toezicht en handhaving omgevingsrecht 3.5.Uitgangspunten en voorwaarden toezicht en handhaving Hieronder wordt een aantal beleidsuitgangspunten en randvoorwaarden voor toezicht en handhaving beschreven. 3.5.1.Integrale handhaving Onder integraal toezicht en handhaving wordt een betere afstemming en samenwerking (met behoud van specialismen) tussen de verschillende taakvelden op het gebied van toezicht en handhaving verstaan. De gemeente wil door integraal toezicht en handhaving de effectiviteit van haar handhavingstaken verbeteren. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: Door het invoeren van integraal toezicht en handhaving ontstaat een beter inzicht in de uitgangssituatie en worden problemen in het veld sneller duidelijk. Door dit gezamenlijk inzicht kunnen ook gezamenlijke speerpunten voor toezicht en handhaving worden bepaald. De oog- en oorfunctie vanuit de verschillende taakvelden levert hier een bijdrage aan. Door middel van integraal toezicht en handhaving verbetert de afstemming tussen de verschillende toezichthouders en handhavers, waardoor de gemeente eenduidig en uniform kan optreden in geval een overtreding wordt geconstateerd. Door het uitvoeren van integrale (kleinschalige) projecten, waarin een bepaald thema of gebied vanuit allerlei invalshoeken geïntegreerd wordt opgepakt, wordt de effectiviteit en zichtbaarheid van toezicht en handhaving verbeterd. Integraal toezicht en handhaving leidt uiteindelijk tot verbetering van de effecten van de geleverde inspanningen; concreet betekent dit een beter nalevingsgedrag. Door integraal toezicht vermindert de toezichtlast voor bewoners en bedrijven. De gemeente kiest er voor haar toezichts- en handhavingstaken vorm te geven conform de uitgangspunten van integraal toezicht en handhaving. 3.5.2.Zorgplicht De overheid heeft een wettelijke zorgplicht om te handhaven. Hiermee heeft de wetgever de mogelijkheid geschapen voor overheden om een eigen toezichts- en handhavingsbeleid te voeren, prioriteiten te stellen en een concrete afweging in het betrokken geval te maken. Het behoort tot de kern van de taken van de overheid om de veiligheid van de burgers en de samenleving zo goed mogelijk te waarborgen. Burgers moeten er op kunnen vertrouwen dat de overheid haar verantwoordelijkheid voor toezicht en handhaving neemt. De geformuleerde gemeente brede uitgangspunten en de uitwerking daarvan leiden ertoe dat de gemeente Diemen op basis van bestuurlijk vastgestelde prioriteiten meetbaar en volgens vaste uitgangspunten en juridische randvoorwaarden haar toezichts- en handhavingstaak uitvoert en daarmee invulling geeft aan haar zorgplicht. 3.5.3.Kwaliteit toezicht en handhaving De primaire doelstelling van een integraal toezichts- en handhavingsbeleid van de gemeente is de kwaliteit van toezicht en handhaving te verhogen. Integraal onderdeel van het realiseren van deze kwaliteit is onder andere het waarborgen van de onafhankelijkheid en objectiviteit van handhaving. Tevens dient, om de kwaliteit te kunnen waarborgen, voldoende capaciteit, middelen en kennis (opleiding en training) beschikbaar te zijn. De kwaliteit van toezicht en handhaving dient gewaarborgd te zijn. Essentieel is de mogelijkheid tot opleiding en training en kennisdeling (intergemeentelijk). 3.5.4.Programmatisch handhaven De gemeente stelt zich tot doel het toezicht en de handhaving programmatisch, planmatig en cyclisch op te pakken. Alles handhaven is niet mogelijk. Door het opstellen van een duidelijk beleidskader en uitvoeringsprogramma, is een weloverwogen afweging gemaakt over wat er op basis van de prioriteiten gehandhaafd wordt. Op deze wijze is minder snel sprake van precedentwerking. Daarbij worden de resultaten van de uitvoering jaarlijks aan het bestuur gerapporteerd. De gemeente kiest ervoor haar toezichts- en handhavingstaken vorm te geven conform de uitgangspunten voor programmatisch toezicht en handhaving. 3.5.5.Handhaafbaarheid van regels De handhaafbaarheid van regelgeving wordt alom gezien als een kritische succesfactor voor een succesvolle handhaving. De toetsing van handhaafbaarheid is als zodanig geen ’daad’ van handhaving, maar draagt wel bij aan een effectieve handhaving. Regels dienen dusdanig te zijn geformuleerd dat deze uitvoerbaar en ook handhaafbaar zijn. Een regel die niet handhaafbaar is, moet niet worden gesteld, maar worden gewijzigd of ingetrokken. Voor de handhaafbaarheid van wetgeving zijn landelijk in de vorm van onder andere handhaafbaarheidstoetsen bij nieuwe wetgeving de nodige initiatieven ontwikkeld. Steeds komt in aanbevelingen naar voren dat er betrokkenheid dient te zijn tussen normsteller en handhaver. Binnen een handhavingsorganisatie dient dit organisatorisch te worden bewerkstelligd. Naast de handhaafbaarheidstoets, dient ook de prioriteit en de inzet van (mogelijk extra) middelen te worden aangegeven. Handhaving is nodig om een doel te bereiken. Handhaving is dan ook een middel om een bepaald (hoger liggend) doel te behalen. Er wordt niet gehandhaafd om het handhaven. Daarnaast wordt bij het stellen van nieuwe regels de mate van spontane naleving op basis van de het model “de tafel van elf” ingeschat en wordt bezien hoe de preventiestrategie wordt gevormd. Deze preventiestrategie is gebaseerd op de landelijke handhavingsstrategie. Bij nieuwe en te wijzigen gemeentelijke normstelling wordt structureel een handhaafbaarheidstoets uitgevoerd en wordt de prioriteit en de inzet van middelen beoordeeld. Handhaving is geen doel op zich, maar is een middel om beleidsdoelstellingen te bereiken. 3.5.6.Van reactieve naar pro- actieve handhaving De huidige uitvoering van de handhaving is, veelal gebaseerd op een reactieve insteek, waarbij op basis van een klacht, melding of verzoek het handhavingsproces in gang wordt gezet. Gebleken is dat een dergelijke reactieve aanpak alleen onvoldoende is om van adequate handhaving te kunnen spreken. De keuze voor programmatisch handhaven impliceert dat ook een meer proactieve en preventieve aanpak gewenst is. Immers, dan kunnen (op basis van een risicoanalyse) duidelijke beleidsmatige keuzes worden gemaakt en prioriteiten worden gesteld. De handhaving in de gemeente dient zich van reactief naar proactief te ontwikkelen. Daartoe dienen in een toezichts- en handhavingsprogramma de voorgenomen handhavingsinspanningen op basis van een prioriteitenstelling te worden vastgesteld. Over de uitvoering van het programma wordt jaarlijks aan de gemeenteraad gerapporteerd. 3.5.7.Samenwerking De verantwoordelijkheid en bevoegdheid voor de handhaving ligt bij verschillende instanties en disciplines. Samenwerking is dan ook noodzakelijk voor een optimaal en integraal resultaat van de handhavingstaken. Daarbij kan specifieke deskundigheid, ondersteuning, aanvulling en informatie over en weer worden benut. Om aan deze samenwerking in de handhaving steeds meer gestalte te geven, wordt in het handhavingsprogramma gewerkt met projecten. Om de samenwerking in toezicht en handhaving verder te bevorderen dienen in het jaarlijks op te stellen toezichts- en handhavingsprogramma handhavingsacties te worden opgenomen waar meerdere instanties en/of taakvelden bij betrokken zijn. 3.5.8.Gedogen Het onderwerp gedogen staat al geruime tijd volop in de belangstelling. Gedogen bestaat in verschillende verschijningsvormen (actief/ passief), die echter gemeenschappelijk hebben dat de overheid bij een geconstateerde overtreding om welke reden dan ook niet optreedt. De algemene publieke opinie is momenteel dat voor gedogen in beginsel geen plaats meer is. Gedogen van overtredingen vindt door de gemeente plaats in tijdelijke overgangs- of overmachtssituaties en schriftelijk in de vorm van een gedoogbeschikking met voorwaarden. 3.5.9.Twee-sporenaanpak De gemeente beschikt over diverse bij de wet geregelde sanctiemogelijkheden. Deze zijn in te delen in publiekrechtelijke, privaatrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten. Met name de rol van het strafrecht is in de handhaving van bestuursrechtelijke wetgeving (bijvoorbeeld milieuwetgeving) de laatste jaren sterk gegroeid. Strafrecht is daarbij veelal complementair aan het bestuursrecht. Dit heeft tot doel om herhaling van de overtreding te voorkomen. Deze zogenaamde twee-sporenaanpak wordt nu steeds meer de gemeente toegepast. Dit tweesporenbeleid komt ook tot uiting in de landelijke handhavingsstrategie. In het toezichts- en handhavingsbeleid dient het twee sporenbeleid, in overleg met politie en justitie, te worden voortgezet. Bij de handhaving van de regels door de gemeente wordt het tweesporenbeleid, waar mogelijk, voortgezet. 3.5.10.Monitoring handhaving Niet alleen het meten van de uitvoering van toezicht en handhaving is belangrijk, ook de effecten hiervan dienen gemonitord te worden. Het is immers begrijpelijk dat waar om intensivering van toezicht en handhaving wordt gevraagd er in toenemende mate belangstelling is voor de effecten daarvan. De inspanningseffecten van toezicht en handhaving worden structureel en op uniforme wijze middels digitale systemen gemonitord. 3.5.11.Gemeentelijk stappenplan voor handhaving Bij toezicht en handhaving worden acties ondernomen die moeten leiden tot naleving van regels. Vanuit het gelijkheidsbeginsel zullen deze acties voor derden gelijkheid en uniformiteit moeten vertonen. Daarom is het belangrijk dat de gemeente een eenduidige strategie voor toezicht en handhaving vastlegt en met checklisten werkt. Middelen om dit te doen zijn onder andere het toepassen van een vastgesteld stappenplan en het werken met toezicht- en handhavingsprotocollen. De uitvoering van toezicht en handhaving door de gemeente wordt volgens een eenduidige strategie via stappenplannen, protocollen en checklisten vormgegeven. 3.5.12.Publiciteit en openbaarheid, communicatie en informatie Het publiceren en openbaar maken van beleidsvoornemens en de resultaten van toezicht en handhaving heeft een belangrijke voorlichtende en preventieve werking. Daarnaast is het van belang dat doelgroepen de regels kennen. Vooraf communiceren door het verschaffen van informatie over wet- en regelgeving kan een preventieve werking hebben. Acties worden zo mogelijk vooraf aangekondigd en over de resultaten ervan wordt gecommuniceerd. Beleidsvoornemens en resultaten van toezicht en handhaving worden, met inachtneming van de Wet openbaarheid van bestuur en de Algemene verordening gegevensbescherming, openbaar gemaakt. Voorts worden doelgroepen goed geïnformeerd over wet- en regelgeving. Daarnaast worden acties zo mogelijk vooraf aangekondigd en over de resultaten ervan wordt gecommuniceerd. 3.5.13.Afstemming met wijkgericht werken en de wijkagenten Toezicht en handhaving van wetgeving(veelal lokale wetgeving) die erop gericht is om de leefbaarheid van buurten en wijken te verbeteren, wordt afgestemd op het programma van wijkgericht werken. Toezicht en handhaving van wetgeving die erop gericht is om de leefbaarheid van buurten en wijken te verbeteren, wordt afgestemd op het programma van wijkgericht werken en de wijkagenten. 3.5.14.Handhavingsprocedures volledig en tijdig afronden Om op bestuurlijk niveau serieus genomen te worden, is het van belang om eenmaal ingezette handhavingstrajecten te allen tijde volledig en tijdig af te ronden. Dat kan er uiteindelijk toe leiden dat er dwangsommen geïnd moeten worden, ondanks dat het innen van een dwangsom of kostenverhaal een aparte afweging is. Veelal leidt een procedure uiteindelijk tot hetgeen waarvoor de procedure is ingezet. Van belang is om de zaken goed en helder af te ronden en te archiveren. Onafgemaakte zaken maken dat het bestuur niet serieus genomen wordt en maakt handhaving ongeloofwaardig. De handhavingstrajecten die worden gestart worden zo mogelijk te allen tijde volledig en tijdig afgerond. 3.5.15.Kwaliteitseisen ten aanzien van handhavend optreden Bij het houden van toezicht en handhavend optreden worden de volgende kwaliteitseisen in acht genomen: Integer Dienstverlenend Herkenbaar Professioneel Eenduidig, rechtmatig 4.BESCHRIJVING DEELGEBIEDEN 4.1.Inleiding In dit hoofdstuk wordt een korte schets gegeven van de aard en omvang van de betreffende VTH-taken in de fysieke leefomgeving zoals deze ook reeds zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma. 4.2.Beschrijving deelgebied Bouwen Toetsing van omgevingsvergunningen activiteit bouwen en toezicht op de uitvoering van bouwactiviteiten vindt zijn grondslag in veiligheid bij constructies, bouwkundige risico´s en brandveiligheid, maar ook de leefbaarheid, zoals het toezicht op welstand, normen voor energieprestatie, duurzaamheid en gezondheid. Het is niet mogelijk alle bouwactiviteiten te toetsen en te controleren. Daarom is prioriteitstelling noodzakelijk. Onder het thema bouwen vallen de taakvelden: Gebiedsgericht toezicht Themagericht toezicht Vergunningverlening en toezicht omgevingsvergunning bouwactiviteit Behandeling en toezicht op melding sloopactiviteit Vergunningverlening en toezicht omgevingsvergunning verstoren monument Toezicht kwaliteit en gebruik bestaande bouw Behandeling klachten Gebiedsgericht toezichtControle gerelateerd aan geografische gebieden: (
- a)toezicht op bouwen, slopen, gebruik, aanleggen zonder vergunning; (
- b)toezicht op onrechtmatig gebruik; (
- c)netheid van open erven en terreinen en (
- d)excessen vergunningsvrij bouwen. Het uitgangspunt bij deze invalshoek is dat in de gemeente Diemen ruimtelijke kwaliteiten (cultuurhistorisch, landschappelijk, stedenbouwkundig) aanwezig zijn, die via wet- en regelgeving worden beschermd. Overtreders van wet- en regelgeving kunnen ervoor zorgen dat deze kwaliteiten onder druk komen te staan en de aanwezige waarden bedreigen. Themagericht toezichtHet houden van toezicht op basis van thema’s, die op basis van het gebiedsgericht toezicht en toezicht bestaande bouw worden geformuleerd en/of opgelegd vanuit de landelijke overheid of andere instanties. Calamiteiten in het land, zoals met de balkons, gevelbeplating en platte daken kunnen aanleiding zijn voor de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) om gemeenten op te dragen tot onderzoek over te gaan. Dergelijke verzoeken kunnen ook voortkomen uit regionale of lokale situaties. Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwenOp grond van artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wabo is het verboden om een bouwwerk te bouwen zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen). In het Bouwbesluit 2012 zijn voorschriften opgenomen waaraan een omgevingsvergunning moet voldoen en waaraan wordt getoetst. In het Bouwbesluit 2012 (artikel 1.23 en volgende) zijn voorschriften opgenomen met betrekking tot plichten tijdens de bouw, zoals melden van werkzaamheden en aanwezige bescheiden op de bouwplaats. In hoofdstuk 8 zijn verplichtingen opgenomen om onveilige situaties en hinder voor de omgeving te voorkomen. Tijdens de uitvoering kunnen allerlei redenen zijn voor het afwijken van de vergunning en wet- en regelgeving, zowel bewust als onbewust. Melding sloopactiviteitHet toetsen op volledigheid van ingediende sloopmeldingen. Indien noodzakelijk dient een sloopveiligheidsplan ter goedkeuring te worden ingediend. Toezicht op (asbest)sloop is belangrijk in verband met de risico´s voor het milieu, gevaarlijke stoffen en gezondheidsaspecten. De doelstelling is om alle wettelijke taken op het gebied van het toezicht op slopen uit te voeren. Dit houdt in dat alle ingediende meldingen gecontroleerd zullen worden. De intensiteit van controle wordt allereerst afhankelijk gesteld van het type sloopwerk. Het toezicht voor reguliere sloop wordt gedaan door de inspecteurs Bouw- en Woningtoezicht, omdat sloop immers vaak gevolgd wordt door nieuwbouw. Omgevingsvergunning monumentDe vergunningverlening en de controles van omgevingsvergunningen voor het verstoren van een monument. Op grond van artikel 2.1 lid 1 sub f van de Wabo is het verboden om een monument te slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen zonder omgevingsvergunning voor het verstoren van een monument. Een omgevingsvergunning voor het verstoren van een monument geeft slechts toestemming om het monument te veranderen of te wijzigen. De daadwerkelijke uitvoering vindt plaats op basis van de verleende omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten. Dat maakt dat deze activiteiten onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Toezicht kwaliteit en gebruik bestaande bouwHet houden van toezicht op de technische staat (constructief, bouwkundig, installatietechnisch, bouwfysisch, hygiëne) en het gebruik van bestaande bouwwerken. Bestaande bouwwerken dienen voor wat betreft hun technische staat, op grond van de Woningwet, te voldoen aan het gestelde in het Bouwbesluit. In het Bouwbesluit zijn daarvoor voorschriften opgenomen ten aanzien van de onderwerpen veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Overtredingen vinden vooral plaats omdat aan de maatregelen aanzienlijke prijskaartjes hangen. Bovendien zijn veel instanties zich niet bewust van de voorschriften die van toepassing zijn op hun gebouw. Behandeling klachten en meldingenEen belangrijk onderdeel voor het onderdeel bouwen vormt de afhandeling van klachten. Op verschillende wijzen ontvangt het team Handhaving en Openbare Orde & Veiligheid klachten over bouwgerelateerde zaken. Het betreft klachten over geluidsoverlast bij bouwwerkzaamheden, illegaal gebruik van bouwwerken, illegale bouwwerkzaamheden, woningklachten of overlastklachten. Klachten of meldingen van belanghebbenden over illegale bouw zullen spoedig worden behandeld, doch wel afhankelijk van de vastgestelde prioriteit. Klachten of meldingen met een hele hoge prioriteit worden sneller opgepakt dan klachten of meldingen met een gemiddelde prioriteit. Het antwoord kan inhouden dat een inspectie ter plaatse noodzakelijk is, er kan een gesprek tussen partijen gearrangeerd worden en natuurlijk kan er uitleg gegeven worden over de (on)mogelijkheden van handhaving. Voordat bij illegale bouw wordt overgegaan tot een handhavingsactie, wordt eerst onderzoek gedaan naar de mogelijkheid de bouw alsnog te legaliseren. Op dit moment is slechts beperkte capaciteit aanwezig om programmatische gebiedsgerichte- en themagerichte controles te houden. Er wordt te allen tijde gereageerd op binnengekomen klachten en meldingen, tenzij deze anoniem zijn. Op ontvangen verzoeken om handhaving wordt, zoals wettelijk verplicht, schriftelijk gereageerd. 4.3.Beschrijving deelgebied Woonoverlast en woonfraude Toezicht en handhaving op het gebied van woonoverlast/woonfraude hebben betrekking op overtredingen, maar ook misdrijven in de woonomgeving die een relatie hebben met de openbare orde en veiligheid. Hieronder vallen de volgende activiteiten: Hennepteelt, prostitutie en escort in woningen Gebruik van eengezinswoningen voor kamergewijze verhuur Gebruik van woningen voor vakantieverhuur Vervuilde woningen Overtredingen van de basisregistratie persoonsgevens Handhaving van deze overtredingen/misdrijven vindt plaats op grond van diverse wettelijke regels, zoals de Wabo, Opiumwet en de Algemene Plaatselijke Verordening. Controles op dit gebied vinden voor zover mogelijk programmatisch plaats (controle basisregistratie persoonsgegevens), maar veelal hebben de controles een ad hoc karakter (nadat de politie een overtreding heeft geconstateerd). 4.4.Beschrijving deelgebied Brandveiligheid Het brandveilig gebruik van panden vraagt uitdrukkelijk aandacht gelet op de risico´s, vooral bij panden met meerdere gebruikers, maar ook gelet op het naleefgedrag van ondernemers. Onder het thema brandveiligheid vallen de volgende taakvelden: Verlening en toezicht (opleveringscontroles) omgevingsvergunning brandveilig gebruik en gebruiksmeldingen Regulier toezicht omgevingsvergunning brandveilig gebruik en gebruiksmeldingen (reguliere controles) Brandveiligheid (strijd met Bouwbesluit na de bouw). Omgevingsvergunning brandveilig gebruik en meldingen brandveilig gebruikOp grond van artikel 2.1 lid 1 sub d van de Wabo is het verboden om een bouwwerk in gebruik te nemen of te gebruiken zonder een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik. Soms is een melding brandveilig gebruik op grond van het Bouwbesluit 2012 verplicht. Na verlening van een omgevingsvergunning brandveilig gebruik of afhandeling van een gebruiksmelding vindt er over het algemeen een opleveringscontrole van het gebouw plaats. Na de opleveringscontrole kan het bouwwerk vervolgens in het regulier toezicht worden opgenomen. Regulier toezicht omgevingsvergunning brandveilig gebruik en gebruiksmeldingenNadat een opleveringscontrole heeft plaatsgevonden wordt het gebruik toegevoegd aan het reguliere toezicht. Dit geschiedt op basis van het Preventie Activiteiten Plan (PREVAP). Op basis hiervan wordt de controlefrequentie bepaald. Brandveiligheid op grond van Bouwbesluit 2012Gebouwen moeten brandveilig worden gebruikt. Hiervoor gelden landelijke regels die zijn vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Het gebruik van alle gebouwen moet aan die voorschriften voldoen, ook als er geen omgevingsvergunning brandveilig gebruik of gebruiksmelding nodig is. 4.5.Beschrijving deelgebied Milieu en bodem Het beoordelen van bodemrapporten, behandelen van omgevingsvergunningen activiteit milieu (door Omgevingsdienst), milieumeldingen, melding mobiele puinbreker en het toezicht op milieu-inrichtingen richt zich op de naleving van de milieuwetgeving bij bedrijven of bedrijfsmatige activiteiten. De controle op lozingen buiten inrichtingen maakt hier ook deel van uit. Voor de grotere en complexere bedrijven betreft het controle op de naleving van een omgevingsvergunning activiteit milieu. Voor de overige bedrijven geldt sinds 1 januari 2008 het Activiteitenbesluit milieubeheer. De prioriteit ligt op de controle op veiligheid en leefbaarheid in de omgeving van bedrijven en op een beperking van het energieverbruik. De controle op de bodem richt zich op alle handelingen op en in de bodem en op de toepassing van grond en secundaire bouwstoffen. De controle hierop is gebaseerd op de Wet bodembescherming, het Besluit Bodemkwaliteit en het asbestverwijderingsbesluit. Onder het thema milieu-inrichtingen en bodem vallen de volgende taakvelden: Vergunningverlening en toezicht (opleveringscontroles en reguliere controle milieu-inrichtingen) omgevingsvergunning en meldingen activiteit milieu en mobiele puinbreker; Klachten en meldingen op gebied van milieu (geur, stank, geluid, gevaarlijke stoffen en lozingen); Taken wet bodembescherming en besluit bodem kwaliteit; Controle op grondstromen en toepassen van grond; Bagger en bouwstoffen; Geluidstoezicht op festiviteiten en bij werkzaamheden. De Omgevingsdienst neemt ook in onderhavige beleidsperiode 2019-2022 de uitvoering van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, het zogenaamde verplichte basistakenpakket, op zich voor de categorie inrichtingen en activiteiten waarvan de risico's voor de leefomgeving groot zijn. Voor dit verplichte basispakket volgt de Omgevingsdienst de landelijke richtlijnen. Dit basispakket bestaat uit: toezicht en handhaving milieu en bodem voor de complexe/risicovolle milieu-inrichtingen; voorbereiding van het milieudeel van de omgevingsvergunning en voor de omgevingsvergunning beperkte milieutoets bij meldingen voor deze gemeentelijke bedrijven; vergunningverlening, toezicht en handhaving milieu en BRIKS-taken (bouw, reclame, inritten, kappen, slopen) voor alle provinciale inrichtingen, waaronder complexe risicovolle industriële inrichtingen en voor de zogenaamde WGB-inrichtingen (Verklaring van geen bedenkingen); ketentoezicht en vergunningverlening, toezicht en handhaving voor projecten van provinciaal belang. Het betreft in totaal 43 (stand per 1 januari 2019) bedrijven waarvan de omgevingsdienst de milieucontroles verricht. In onderhavige beleidsperiode wordt beoordeeld of meer taken worden overgedragen aan de omgevingsdienst. Daarnaast wordt ook in onderhavige beleidsperiode het milieupiket van de omgevingsdienst afgenomen, voor calamiteiten en incidenten buiten kantooruren. Toezicht milieu-inrichtingenOp basis van artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat bestaat uit: het oprichten, het veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk. In het derde lid van voornoemd artikel is bepaald dat bij Algemene Maatregel van Bestuur kan worden bepaald dat met betrekking tot daarbij aangewezen activiteiten als bedoeld in het eerste lid in daarbij aangegeven categorieën gevallen, in het dat lid gestelde verbod niet geldt. Conform de Wabo moeten milieucontroles bij inrichtingen en bij werken gestructureerd, planmatig en conform een uitvoeringsprogramma plaatsvinden. Het toezicht vindt daarom plaats op basis van een jaarplanning. In de gemeente Diemen wordt gebruik gemaakt van 4 categorieën. Hierbij worden onder meer het risico en het naleefgedrag meegerekend. Op basis van de zwaarte wordt de controlefrequentie bepaald. Deze berekende controles zijn de reguliere controles. In de paragraaf prioriteit en inzet wordt dit nader uitgelegd. Meldingen van belanghebbendenAls burgers of handhavingspartners melding maken van overlast of een zichtbare overtreding is de kans groot dat de veiligheid en leefbaarheid in het geding zijn. Het kan daarom nodig zijn om naar aanleiding van een melding op korte termijn een controle uit te voeren. Deze controles zijn niet planbaar. Iedere melding wordt zo spoedig mogelijk beantwoord. Dit antwoord kan inhouden de resultaten van een inspectie ter plekke, het arrangeren van een gesprek tussen partijen en natuurlijk uitleg over het handhavingproces. De doelstelling is om alle klachten, meldingen en incidenten snel en adequaat af te handelen en om daarbij te voldoen aan de servicegarantie. Taken wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteitDe Provincie is aangewezen als bevoegd gezag bodembescherming. De Omgevingsdienst voert deze taken namens de Provincie uit. Toezicht en handhaving op grond van het Besluit Bodemkwaliteit vallen onder het basistakenpakket. De Omgevingsdienst is dan ook verantwoordelijk voor het houden van adequaat toezicht. Volgens de vastgestelde kwaliteitscriteria houdt dit in dat er: inzicht is in de mate van naleven van de wettelijke voorschriften; door toezicht een preventieve werking uitgaat op de naleving van de wettelijke vereisten; door toezicht en handhaving een meetbare beperking van feitelijke risico´s wordt bereikt; Controle op grondstromen en toepassen van grond; Bagger en bouwstoffen; Geluidstoezicht bij werkzaamheden. 4.6.Beschrijving deelgebied Horeca Toezicht en handhaving van de horeca worden geacht door de gemeenten in Nederland te worden uitgevoerd. Om hier aan te voldoen is een preventie- en handhavingsplan alcohol opgesteld in de gemeente Diemen. Het toezicht op de Drank- en Horecawet vraagt specifieke kennis en een specifieke aanpak. De gemeentelijke BOA’s hebben hiervoor een opleiding moeten volgen. Bij het preventie- en handhavingsplan alcohol is een separaat uitvoeringsprogramma vastgesteld. De inhoud van het uitvoeringsprogramma wordt overgenomen in het jaarlijkse uitvoeringsplan. 4.7.Beschrijving deelgebied Openbare ruimte en Openbare Orde en Veiligheid De openbare ruimte is van en voor iedereen. Gelet op de schaarse ruimte en het feit dat iedereen die ruimte wil gebruiken, zijn in het kader van de veiligheid en leefbaarheid regels en afspraken over de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte. Toezicht op de naleving van deze regels levert een bijdrage aan de veiligheid en leefbaarheid in de openbare ruimte. Binnen het team Handhaving en Openbare Orde & Veiligheid zijn buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s ) in domein I werkzaam die zijn aangewezen als toezichthouder voor een aantal verordeningen. Op basis van deze aanwijzing mogen de BOA’s toezicht houden en bestuursrechtelijk handhaven (middels een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang). Deze bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen zijn erop gericht de overtreding ongedaan te maken. De BOA’s zijn tevens voor bepaalde opsporingsbevoegdheden aangewezen, op grond waarvan zij strafrechtelijk kunnen optreden. Bij de inzet van de BOA’s wordt de nadruk gelegd op de aanwezigheid op straat en in de wijk. De ervaring leert dat in de zomermaanden de werkdruk voor wat betreft het toezicht in de openbare ruimte het hoogst is. Dit door verschillende evenementen en door een toename van klachten. In de planning wordt hier rekening mee gehouden. Al vanaf 1 september 2010 kunnen -naast het Openbaar Ministerie en de politie- ook bestuursorganen en/of buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’
- s)strafbeschikkingen uitvaardigen. Het gaat hierbij om bestuurlijke strafbeschikkingen die aan personen die overtredingen of lichte misdrijven begaan worden opgelegd. De processen-verbaal worden op elektronische wijze aangeleverd bij het CJIB, zonder tussenkomst van de politie. Na de aanlevering van het proces verbaal bij de politie zal er door de Officier van Justitie niet langer een transactie worden aangeboden, maar wordt deze vervangen door een strafbeschikking. De mogelijkheid daartoe is geregeld in de Wet OM-afdoening. Daarnaast maken BOA’s ook mini-pv’s op basis van Wet Mulder. 5.VTH-STRATEGIE 5.1.Inleiding In dit hoofdstuk worden de prioriteiten en doelstellingen vertaald in concrete strategieën. Door middel van deze strategieën beoogt de gemeente Diemen de geformuleerde doelen te behalen. Hierin staat het publiek belang voorop. 5.2.Strategie toetsing vergunningen en meldingen Zoals reeds in hoofdstuk 2 is beschreven, laat de probleemanalyse van vergunningverlening zien dat ten aanzien van vergunningen en meldingen de negatieve effecten leidend zijn. De gemeente Diemen wil deze ‘risico’s strategisch beheersen door risico gestuurd te gaan werken. Door risico gestuurd te kijken naar verschillende vergunnings- en meldingsaanvragen wordt inzichtelijk welke onderdelen belangrijk zijn en dus een diepgaandere toetst wenselijk/noodzakelijk is. In andere woorden, de strategie beoogt de capaciteit daar in te zetten waar de effectscores het hoogst zijn. Dit kan worden gedaan door diepgangsniveaus in de toetsingen toe te passen. Met behulp van een prioritering wordt ‘top-down’ gewerkt. Naar mate de berekende effectscores afnemen, neemt ook de inspanning (diepgangsniveau) af. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de toetsingsniveaus met bijbehorende omschrijving. Nr. Omschrijving diepgang toetsniveau Nadere uitwerking binnen de genoemde tijdseenheden 0 Geen toetsing (plannen/aanvragen worden ontvangen, maar niet getoetst); Ingediende bescheiden worden gearchiveerd. 1 Toetsen op uitgangspunten (sneltoets: toetsen op de aanwezigheid en compleetheid van de technische informatie); De toetser bladert diagonaal door de stukken en bepaalt op basis van ervaring zijn oordeel aangaande het betreffende aspect. 2 Globaal (visuele hoofdlijnentoets: toetsen of de uitgangspunten conform de daarvoor gestelde normen zijn uitgevoerd); Van het aspect worden de uitgangspunten gecontroleerd en bekeken wordt of de uitkomsten realistisch zijn voor het ontwerp. 3 Gemiddeld (representatief: toetsen of informatie klopt en eventuele berekeningen correct zijn uitgevoerd); Vanuit de hoofdlijnentoets wordt vanuit de ervaring van de toetser bepaald welk onderdeel representatief is voor het gehele aspect en dit onderdeel wordt inhoudelijk getoetst. Dit kan door een schaduwberekening uit te voeren of het geheel doorlopen van ingediende berekening(en). 4 Grondig (integraal: volledige toetsing op alle onderdelen). Van een aspect worden alle documenten bestudeerd en compleet getoetst of opnieuw berekend. Op deze wijze zullen vergunningen en meldingen met een hoger risico ook een intensiever beoordelingsproces kennen waarmee risico’s beter worden beheerst en het publiekelijk belang wordt gewaarborgd. Een adequate risicogestuurde aanpak voor het vergunningsverleningstraject draagt bij aan de efficiëntie van het houden van toezicht omdat opgemerkte aandachtspunten bij het vergunningsverleningstraject meegenomen kunnen worden in het toezichtstraject. Deze toetsingsstrategie is van toepassing voor de taakvelden Bouw, Brandveiligheid en APV en bijzondere wetgeving. 5.3.Strategie toetsing toezicht en handhaving De probleemanalyse van toezicht & handhaving laat zien dat ten aanzien van toezicht & handhaving de risicoscores (= KANS X EFFECT) leidend zijn. De gemeente Diemen wil deze ‘risico’s’ eveneens strategisch beheersen door risico gestuurd te gaan werken. De risico’s geven aan welke objecten/bedrijven grote risico’s met zich meebrengen en waar dus toezicht een belangrijkere rol speelt. De strategie hierin is om de capaciteit daar in te zetten waar de risico’s (zowel negatieve effecten als het nalevingsgedrag) het grootst zijn. Dit kan worden gedaan door diepgangsniveaus in de toetsingen toe te passen. Net als bij vergunningverlening kan ook bij toezicht met behulp van een prioritering ‘topdown’ worden gewerkt. Naar mate de berekende risico’s afnemen, neemt ook de inspanning (diepgangsniveau) af. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de toetsingsniveaus met bijbehorende omschrijving. Nr. Omschrijving diepgang toetsniveau Nadere uitwerking binnen de genoemde tijdseenheden 0 Geen toetsing (vergunning); Niet beoordelen of aan een voorschrift wordt voldaan. 1 Toetsen op uitgangspunten (toets op minimale invulling); De toezichthouder houdt minimaal toezicht op de meest relevante voorschriften. 2 Toetsen op uitgangspunten (toets op basisniveau); De toezichthouder hanteert het basisniveau met betrekking tot toezicht op de meest relevante voorschriften. 3 Toetsen op uitgangspunten (toets op basisniveau+); De toezichthouder hanteert het basisniveau met betrekking tot toezicht op alle voorschriften. 4 Grondig (integraal: continue toetsing op alle onderdelen). De toezichthouder ziet continu toe op de naleving van voorschriften (monitoring). Op deze wijze zullen toezichtzaken met een hoger risico ook een intensiever toetsingsproces kennen waarmee risico’s beter worden beheerst en het publiekelijk belang wordt gewaarborgd. Deze toetsingsstrategie is van toepassing voor de taakvelden Bouw en APV en Bijzondere wetgeving. Diepgaande toetsingen zijn belangrijk voor het adequaat kunnen bijstellen van de risicoanalyse (voornamelijk op naleving) omdat op deze manier beter inzichtelijk wordt waar inwoners en bedrijven wel/of niet naleven op beleid, wet- en regelgeving. Dit geldt voor zowel vergunningverlening als voor toezicht en handhaving. 5.4.Strategie uitvoering thema’s en projecten In Diemen wordt ook aan specifieke aandachtsgebieden en projecten gewerkt. Dit zijn werkzaamheden die naast de reguliere taken worden uitgevoerd, maar welke wel een claim leggen op de VTH-formatie. Een strategische benadering ten aanzien van het uitvoeren van deze thema’s is om die reden noodzakelijk. Door de thema’s te toetsen aan de hand van de ‘ladder van noodzakelijkheid’ is een prioritering aangebracht in de thema’s. Ladder van noodzakelijkheidWettelijke urgentie (wetgeving/landelijk- en/of provinciaal beleid Politieke urgentie (beleid, coalitieprogramma en/of specifieke vraag) Basis voor regulier werk (impact op regulier werk) Rendement (investering versus opbrengst) Verantwoordelijk (voelt iemand zich verantwoordelijk voor deze werkzaamheden) De thema’s worden getoetst aan de treden van de ‘ladder van noodzakelijkheid’ waardoor werkzaamheden uitgesmeerd kunnen worden over meerdere jaren om zo de benutting van de VTH-formatie optimaal te kunnen benutten. Per thema wordt gekeken op welke treden van toepassing zijn om op die wijze in het jaarlijkse uitvoeringsplannen de noodzaak van de thema’s te kunnen duiden. De thema’s worden vervolgens ingepast en waar nodig uitgesmeerd over meerdere jaren. 5.5.Vergunningenstrategie Vergunningverlening, toezicht en handhaving liggen in elkaars verlengde, daardoor is het gewenst dat een vergunningenstrategie beschreven is. In de vergunningenstrategie wordt vastgelegd vast welke vormen van vergunningverlening worden onderscheiden en welke toetsingskaders hierbij gelden. Het doel van de vergunningenstrategie is om het gewenste kwaliteitsniveau van de diverse processen en werkzaamheden zo hoog mogelijk te houden en in ieder geval te laten voldoen aan de wettelijke eisen en kwaliteitscriteria. 5.6.Preventiestrategie Preventiestrategie is de strategie die primair ziet op het bevorderen van spontane naleving van wet- en regelgeving. Belangrijke elementen van de preventiestrategie zijn voorlichting (communicatiestrategie) en de wijze van toezicht (toezichtstrategie). Handhaving is meer dan het corrigeren van overtredingen door het opleggen van herstellende en/of bestraffende sancties. Aan toezicht en handhaving gaan een acceptatieproces (van de gestelde norm, door burgers en bedrijven) vooraf. Dit vergt een gedegen vorm van communicatie. Zo kan er actief voorlichting worden gegeven wanneer blijkt dat bepaalde regelgeving onvoldoende bekend is. Ook kan ingespeeld worden op ontwikkelingen wanneer blijkt dat in een bepaalde branche (of objectencategorie) calculerend gedrag voorkomt. Om inzicht te krijgen in de redenen van overtreden van wet- en regelgeving wordt gebruik gemaakt van de ‘Tafel van Elf’ van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Deze methodiek sluit aan bij de Landelijke Handhavingstrategie (LHS). De Tafel van Elf is een wetenschappelijk ontwikkeld model dat inzage geeft in de redenen waarom mensen de regels overtreden. De methode laat zien dat er vóór het daadwerkelijke sanctietraject voldoende mogelijkheden zijn om door middel van gerichte communicatie overtredingen te voorkomen, dan wel helderheid over normen te verstrekken (mochten die onvoldoende helder zijn). In bijlage 9 wordt deze methode nader toegelicht. De Tafel van Elf probeert het activeren van het sanctietraject te voorkomen door een verhoogde inzet op preventie. Dat wordt in onderstaande methode toegelicht: Onderin de piramide staan werkwijzen die een breed en langdurig effect hebben, het meest inwerken op ‘norm-internalisatie’ (het eigen maken van de norm) en het minst belastend zijn voor burgers en bedrijven. Helemaal in de punt staat handhaving in de vorm van controleren en sanctioneren. Dit is nodig als een stok achter de deur. De ervaring leert dat effecten van sancties alleen gunstig zijn zolang de handhaving actief is. Bovendien gaat het om een aanpak die doorgaans ingrijpender is voor burgers en bedrijven. Daarnaast is handhaving voor de overheid een kostbaar middel dat gedoseerde inzet vergt. De Tafel van Elf beschrijft dimensies van spontane naleving. De dimensies uit de Tafel van Elf vormen daarom de basis van de preventiestrategie. Dat wordt verder vormgegeven onder invloed van de LHS. Zo wordt eenduidig sanctionerend opgetreden indien – ondanks preventie en communicatie – toch sprake is van een (herhaling van) een overtreding. De elf dimensies voor naleving van wetgeving zijn ondergebracht in twee groepen, elk met hun eigen uitwerking op de neiging tot naleving. De bovenste twee onderdelen van de Tafel van Elf omvatten de daadwerkelijke inzet van toezicht en handhaving. In bijlage VIII zijn de verschillende dimensies benoemd en verder uitgewerkt. In het Uitvoeringsprogramma wordt uitgewerkt op welke wijze en op welke onderdelen de gemeente Utrechtse Heuvelrug actief communiceert. Hierin wordt opgenomen in welke concrete gevallen de gemeente wel of niet actief communiceert over haar toezicht- en handhavingstaken. Onderdeel van preventiestrategie is verder het inschakelen van buurtbemiddeling of mediation. Dit is een aanvulling op de Tafel van Elf. In geval van klachten kan buurtbemiddeling een sterkere oplossingskracht hebben dan de inzet van toezicht & handhaving. 5.7.Toezichtstrategie Toezichtstrategie is de strategie die beschrijft op welke manier en in welke vorm toezicht plaatsvindt. Dit is een leidraad bij het opstellen van het uitvoeringsplan en voor de toezichthouder in zijn dagelijkse werk. Toezicht vindt plaats op basis van de gestelde prioriteiten en doelen. Deze zijn vastgesteld op basis van de risicoanalyse. De prioritering is leidend voor de frequentie van het toezicht. Voor milieutoezicht, horecatoezicht en toezicht op gebruik gelden planningsmodules (gebaseerd op de categorie van een bedrijf en gebaseerd op de PREVAB). Werkwijze bij toezicht en handhavingVerschillende handhavingspartners zijn actief in toezicht en handhaving in de leefomgeving. Zowel in de openbare ruimte als in het bebouwde gebied. Te denken valt aan toezicht door het waterschap, de Omgevingsdienst, de provincie Noord-Holland, de politie, Staatbosbeheer, Groengebied-Amstelland en de gemeentelijke organisatie. Door informatie gestuurde handhaving en heldere werkafspraken die in de basis vastgelegd zijn in het handhavingsarrangement, zijn meerdere vormen van integraal toezicht mogelijk. In Diemen kennen we de volgende vormen van integraal toezicht. Controleren met elkaar: Toezichthouders vanuit diverse taakvelden voeren gezamenlijk een integrale controle uit. Ieder voor de eigen discipline. Met name van toepassing in situaties die door een groter dan gemiddelde complexiteit of bestuurlijke prioriteit worden gekenmerkt. Soms is deze methode nodig, meestal is die arbeidsintensief en belastend voor de ondernemer of burger. Na elkaar controleren: Verschillende toezichthouders van uiteenlopende instanties of afdelingen voeren zelfstandig en onafhankelijk van elkaar een controle uit. Omdat de inspecties over een relatief groter tijdsbestek worden uitgevoerd, heeft deze aanpak een sterkere preventieve uitwerking. Deze vorm van controleren is de klassieke vorm van toezicht. De toezichtlast neemt echter toe en de efficiëntie neemt af. Bovendien is het risico groot dat controles verschillende vakgebieden bestrijken, hetgeen kan leiden tot interpretatieverschillen. Voor elkaar signaleren: Een toezichthouder kan tijdens zijn ‘eigen’ controle een mogelijke overtreding in een ander taakveld signaleren. Als deze constatering daartoe aanleiding geeft, zal de specialist van dat taakveld zelf een controle uitvoeren. Het voordeel van deze aanpak is dat overtredingen in een eerder stadium worden gesignaleerd. Deze aanpak vergt wel de nodige afstemming (en kunde) binnen een organisatie. Voor elkaar controleren: Een toezichthouder neemt tijdens een integrale controle meerdere aandachtsvelden voor zijn rekening. Dit heeft voornamelijk betrekking op situaties die worden gekenmerkt door een geringe complexiteit. Dit is een vorm van signaaltoezicht, die in bepaalde gevallen prima kan worden uitgevoerd. Bij toezicht wordt de gekozen voor de meest effectieve en efficiënte manier van toezicht. Dit is afhankelijk van het doel van het betreffende project in het uitvoeringsplan. Het streven is bij alle con