Damoclesbeleid 2019Nijverdal, 16 juli 2019 Nr. 2019-018427 De burgemeester van Hellendoorn; gelet op artikel 13b van de Opiumwet en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; in overeenstemming met de in het lokale driehoeksoverleg en het districtelijk veiligheidsoverleg Twente gemaakte afspraken ten aanzien van de aanpak van illegale hennepteelt en drugshandel in woningen en lokalen en de daarbij behorende erven; gelet op het raadsbesluit van 22 april 1997 waarbij wordt uitgegaan van een nullijn voor coffeeshops in de gemeente Hellendoorn; gelet op de per 1 januari 2019 gewijzigde Opiumwet inhoudende een verruiming van de sluitingsbevoegdheid; b e s l u i t: vast te stellen de volgende beleidsregels voor het toepassen van artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet, onder de naam: DAMOCLESBELEID 2019 Artikel 1 Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: harddrugs: middelen vermeld op lijst I behorend bij de Opiumwet, dan wel aangewezen op grond van artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet; softdrugs: middelen vermeld op lijst II behorend bij de Opiumwet, dan wel aangewezen op grond van artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet; handel in drugs: het verkopen, afleveren of verstrekken van harddrugs of softdrugs, dan wel het daartoe aanwezig zijn daarvan; onder handel wordt tevens verstaan het sluiten van een mondelinge overeenkomst tot koop en verkoop van drugs, waarbij de aflevering van de drugs elders plaatsvindt. Met betrekking tot handel in drugs wordt aansluiting gezocht bij de Aanwijzing Opiumwet; hennep: een verboden middel als bedoeld in lijst II, dan wel aangewezen op grond van artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten: elk deel van de plant van het geslacht Cannabis, waaraan hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden; handelshoeveelheid hennepplanten: 6 of meer hennepplanten, al dan niet geoogst, en/of in het geval van 5 of minder hennepplanten wanneer deze voldoen aan twee of meer indicatoren gesteld onder 3.2.1. van de Aanwijzing Opiumwet; hennepkwekerij: een kwekerij in een woning of lokaal waarin zich ten minste een handelshoeveelheid (6 of meer) hennepplanten bevindt en/of waarin zich een gezamenlijkheid van voorwerpen bevindt die gericht zijn op de teelt van hennep; horecabedrijf: een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Hellendoorn 2009; horecavergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank-en Horecawet; lokaal: een pand, niet zijnde een woning, al dan niet toegankelijk voor het publiek, zoals een winkel, café, loods of bedrijfsruimte; woning: een pand dat in hoofdzaak dient tot bewoning dan wel dienstbaar is aan het wonen; voorbereidingshandeling: het voorhanden hebben van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3 of artikel 11a van de Opiumwet; sluiting: de last onder bestuursdwang waarbij een woning of lokaal gesloten wordt met toepassing van artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet. Artikel 2 Uitgangspunten Indien in een woning, een lokaal of een daarbij behorend erf handel in drugs en/of het treffen van voorbereidingshandelingen plaatsvindt, maakt de burgemeester gebruik van de bevoegdheid genoemd in artikel 13b van de Opiumwet. Indien er tot sluiting wordt overgegaan, zal de woning of het lokaal voor een ieder ontoegankelijk worden gemaakt. Voor toepassing van dit beleid moet in ieder geval sprake zijn van de aanwezigheid van een middel als bedoeld in lijst I of II van de Opiumwet of aangewezen op grond van artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, dan wel het treffen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3 of artikel 11a van de Opiumwet. Artikel 3 Maatregelen bij handel in drugs/treffen van voorbereidingshandelingen in woningen De burgemeester reageert op de hierna vermelde wijze bij handel in drugs/treffen van voorbereidingshandelingen in woningen: ten aanzien van harddrugs: bij een eerste overtreding van de Opiumwet wordt de woning gesloten voor een periode van 6 maanden; bij een tweede overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar na de eerste overtreding wordt de woning gesloten voor een periode van 12 maanden; bij een derde overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar na de tweede overtreding wordt de woning gesloten voor een periode van 24 maanden. ten aanzien van softdrugs: bij een eerste overtreding van de Opiumwet wordt de woning gesloten voor een periode van 3 maanden; bij een tweede overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar na de eerste overtreding wordt de woning gesloten voor een periode van 6 maanden; bij een derde overtreding van de Opiumwet binnen 5 jaar na de tweede overtreding wordt de woning gesloten voor een periode van 12 maanden. Artikel 4 Maatregelen bij handel in drugs/treffen van voorbereidingshandelingen in lokalen De burgemeester reageert op de hierna vermelde wijze bij handel in drugs/treffen van voorbereidingshandelingen in lokalen: ten aanzien van harddrugs wordt het lokaal gesloten voor een periode van 12 maanden; ten aanzien van softdrugs wordt het lokaal gesloten voor een periode van 6 maanden; in afwijking van het gestelde in onderdeel b wordt het lokaal langer gesloten indien de handel in softdrugs geschiedt in combinatie met een overtreding van een (of meer) van de AHOJG-criteria als bedoeld in de Aanwijzing Opiumwet. Indien bedoelde overtreding betreft: overtreding A-criterium: affichering voor softdrugs: sluiting van het lokaal voor een periode van 8 maanden; overtreding H-criterium: verkoop harddrugs: sluiting van het lokaal voor een periode van 24 maanden; overtreding O-criterium: overlast veroorzaken: sluiting van het lokaal voor een periode van 10 maanden; overtreding J-criterium: verkoop van softdrugs aan jeugdigen: sluiting van het lokaal voor een periode van 12 maanden; toegang tot het lokaal voor jeugdigen: sluiting van het lokaal voor een periode van 6 maanden; overtreding G-criterium: verkoop van meer dan vijf gram softdrugs per transactie: sluiting van het lokaal voor een periode van 8 maanden; overtreding Plus-criterium: aantreffen van een handelsvoorraad van meer dan 500 gram: sluiting van het lokaal voor een periode van 12 maanden; indien binnen 5 jaar na de eerste overtreding waarvoor een sanctie als genoemd in de onderdelen a, b of c is opgelegd, in hetzelfde lokaal wederom een overtreding plaatsvindt, heeft dat tot gevolg dat de toepasselijke sluitingsperiode wordt verdubbeld. Artikel 5 Verzwarende omstandigheden in woningen en lokalen en/of daarbij behorende erven, niet zijnde coffeeshops Bij een overtreding van artikel 13b van de Opiumwet kan sprake zijn van verzwarende omstandigheden waardoor een langere sluitingstermijn wordt gehanteerd. In dat geval wordt een sluitingstermijn gehanteerd die bij de eerstvolgende overtreding toegepast zou worden. Deze verzwarende omstandigheden gelden ook bij voorbereidingshandelingen. Feiten en omstandigheden, die aangemerkt worden als verzwarende omstandigheden, zoals hiervoor bedoeld, zijn in ieder geval: er is sprake van geweldsdelicten of andere openbare delicten; er is sprake van verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet wapens en munitie; er is een vermoeden van betrokkenheid van de bewoner(s)/eigenaar/eigenaren/derden die antecedenten op naam hebben; er is sprake van de aanwezigheid van een niet gebruikelijk grote som (handels)geld; er is sprake van recidive, daaronder in ieder geval begrepen eerdere overtredingen van de Opiumwet en/of eerdere sluiting van eigendommen op grond van artikel 13b van de Opiumwet; gevaarzetting en risico’s voor de bewoners, omwonenden en/of de omgeving; overlast voor omwonenden en/of de omgeving; de aannemelijkheid dat naast de woning/het lokaal en het bijbehorende erf, nog een of meer andere locaties betrokken zijn bij de drugshandel; er is - blijkens politiegegevens - een vermoeden van drugshandel in georganiseerd verband; er is sprake van een overtreding van de AHOJG-criteria. Artikel 6 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als "Damoclesbeleid 2019". Met ingang van de datum van inwerkingtreding vervalt het "Damoclesbeleid 2013". Het "Damoclesbeleid 2019" is niet slechts van toepassing op hetgeen na haar inwerkingtreding voorvalt, maar ook op hetgeen bij haar inwerkingtreding bestaat. Artikel 7 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. De burgemeester van Hellendoorn, Algemene toelichting Damoclesbeleid Inleiding Het is een gegeven van algemene bekendheid dat hennepteelt en drugshandel veelal gepaard gaan met overlast en criminaliteit. Dit is een ongewenste situatie. De illegale hennepteelt zorgt over het algemeen voor veel overlast, verloedering en gevaarzetting in woonwijken en gaat veelal gepaard met uitkeringsfraude, belastingontduiking en/of energiediefstal. Het vormt een steeds grotere bedreiging voor de openbare orde en veiligheid. De toegenomen professionalisering en criminalisering binnen de drugswereld, waaronder de hennepteelt, vraagt om een verscherping in de aanpak. Het uitgangspunt is dat tegen overtreders van de beleidsregel direct maatregelen worden getroffen. Landelijk wordt ingezet op een krachtige, integrale aanpak van hennepteelt. Daartoe wordt een tweesporenbeleid gevolgd. Naast de strafrechtelijke sanctie worden ook bestuursrechtelijke maatregelen ingezet. Op 1 november 2007 is het gewijzigde artikel 13b van de Opiumwet in werking getreden waarmee de burgemeester bevoegd is bestuursrechtelijk op te treden indien in woningen of lokalen, dan wel in bijbehorende erven een middel als bedoeld op lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Het toepassingsbereik van dit artikel is daarmee uitgebreid tot ook de niet voor het publiek toegankelijke lokalen en woningen (voorheen slechts op voor publiek toegankelijke lokalen). Op 1 januari 2019 is het gewijzigde artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet in werking getreden waarmee de burgemeester een verruimde bevoegdheid heeft gekregen met betrekking tot het sluiten van panden. De burgemeester is hiermee bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3 of artikel 11a van de Opiumwet voorhanden is. Dit betreft voorwerpen of stoffen die duiden op de voorbereidingshandelingen voor het produceren van, dan wel het handelen in drugs. Met deze uitbreiding van artikel 13b van de Opiumwet wordt de burgemeester beter in staat gesteld om de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico's voor de volksgezondheid te voorkomen en te beheersen en de nadelige effecten van de productie en distributie van handel in het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden tegen te gaan. Bij de toepassing van de last onder bestuursdwang wordt er onderscheid gemaakt tussen middelen van lijst I (harddrugs) en lijst II (softdrugs) van de Opiumwet. Met de verruiming van de bevoegdheid van de burgemeester op basis van artikel 13b van de Opiumwet is het nu tevens mogelijk om de voorbereidingshandelingen voor de productie van of handel in drugs te bestraffen met een sluiting. Dit is een preventief middel dat in kan worden gezet bij sterke vermoedens tot het inrichten van een drugshandel, drugslab of hennepkwekerij. De sluiting is primair gericht op het herstellen van de oude situatie en het herstellen van een veilige woon- en leefomgeving en een goed woon- en leefklimaat. Het is derhalve geen leed toevoegende sanctie (ECLI:NL:RVS:2018:3663). Op welke wijze en wanneer de burgemeester zijn discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet zal inzetten, is vastgelegd in dit Damoclesbeleid. Onderscheid tussen harddrugs en softdrugs Het uitgangspunt van het beleid is het onderscheid dat in de Opiumwet is gemaakt tussen verdovende middelen met een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid (harddrugs) en andere middelen (softdrugs). De wetgever heeft dat onderscheid gemaakt met het oog op de gebruiksrisico’s van de onderscheiden drugs en om een duidelijke scheiding tussen beide markten aan te brengen. Intrekken beleidsregel grow-, smart- en headshops (GSH) Growshops vormen een belangrijke schakel in de keten van de professionele hennepteelt en handel, die in hoge mate gedomineerd wordt door de georganiseerde criminaliteit. De verboden handelingen impliceren een aanzuigende werking op de professionele gecriminaliseerde hennepteelt. Vandaar dat het exploiteren van een growshop vanaf 1 maart 2015 strafbaar is gesteld in artikel 11a van de Opiumwet. Er zijn geen growshops in de gemeente Hellendoorn toegestaan. Juridisch Kader Ingevolge artikel 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I en II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren, aanwezig te hebben en te vervaardigen. Ingevolge artikel 10a, eerste lid, onder 3 en artikel 11 van de Opiumwet is het strafbaar stoffen of voorwerpen te bewerken, bereiden, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen of voorhanden te hebben dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben of gegevens voorhanden te hebben waarvan bekend is of ernstig vermoeden is dat zij bestemd zijn tot het plegen van de in artikel 2 en 3 van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten. Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op daarbij behorende erven handel in een middel van lijst I of II van de Opiumwet, dan wel het treffen van voorbereidingshandelingen plaatsvindt. Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een bestuursorgaan beleidsregels kan vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. Juridische ontwikkelingen De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) stelt zich op het standpunt dat enkel de aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs/het treffen van voorbereidingshandelingen in het pand voldoende is om op grond van artikel 13b, eerste lid van de Opiumwet over te gaan tot sluiting van het pand. Een eventuele schuldvraag of verwijtbaarheid van de verhuurder doet er niet toe, volgens de Afdeling. De Afdeling heeft verder in haar uitspraak van 21 januari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:130) geoordeeld dat de burgemeester terecht en op goede gronden direct tot sluiting is overgegaan (sluiting zonder voorafgaande waarschuwing). De Afdeling heeft daarbij doorslaggevende betekenis toegekend aan het feit dat het beleid ruimte biedt om in schrijnende gevallen daarvan af te wijken. Binnen de jurisprudentie is aangenomen dat de aanwezigheid van een handelshoeveelheid nog niet geoogste planten ook met de bevoegdheid van artikel 13b van de Opiumwet kan worden aangepakt ( Rb. Roermond 17 juli 2011, LJN: BR3945; Rb. Utrecht 22 december 2011, LJN: BV0187). Op 26 februari 2014 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland in een zaak van de gemeente Coevorden uitgesproken dat de verweerder deugdelijk gemotiveerd heeft waarom hij is overgegaan tot het gelasten van de sluiting van het perceel voor de duur van drie maanden. Hierbij acht de voorzieningenrechter tevens van belang dat is vastgesteld dat sprake is van diefstal van stroom (ECLI:NL:RBNNE:2014:1130). Diefstal van stroom waarmee een gevaarlijke situatie ontstaat, wordt aangemerkt als verzwarende omstandigheid waardoor de bestuurlijke maatregel kan afwijken van hetgeen in het beleid gesteld. Het kan voorkomen dat een hennepkwekerij wordt opgerold die vlak voor de inval is geoogst of er kan sprake zijn van een pand waarvan uit onderzoek door de politie blijkt dat het gebruikt wordt als een knooppunt van waaruit men handelsafspraken maakt ten behoeve van productie, verkoop, aflevering of verstrekking van drugs. Een andere mogelijkheid is dat een geringe hoeveelheid drugs worden aangetroffen (niet zijnde een handelshoeveelheid), maar dat de overige zaken in het pand wel wijzen op een grotere hoeveelheid of productie, bijvoorbeeld de aangetroffen apparatuur zoals lampen, filters, afval en dergelijke. In dergelijke gevallen valt het betreffende pand ook onder de werking van artikel 13b van de Opiumwet. Het is immers gebruikt ten behoeve van de productie, verkoop, aflevering of verstrekking van drugs. Dergelijke gevallen worden dus gelijk gesteld met de situatie als waren de betreffende drugs wel aangetroffen en als gevolg hiervan zal ook in deze gevallen worden overgegaan tot het treffen van een bestuurlijke maatregel. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Opiumwet dat in 2016 naar de Tweede Kamer is gegaan, is op 1 januari 2019 in werking getreden. Dit wetsvoorstel regelt een verruiming van de sluitingsbevoegdheid voor de burgemeester. Per 1 januari 2019 geldt de sluitingsbevoegdheid ook in het geval van voorbereidingshandelingen. De situatie zal van dien aard moeten zijn dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het om strafbare voorbereidingshandelingen gaat. Binnen de jurisprudentie is aangenomen dat het treffen van voorbereidingshandelingen ook met deze bevoegdheid kan worden aangepakt (ECLI:NL:RBZWB:2019:1056). Last onder bestuursdwang Als uitgangspunt van het beleid geldt dat een last onder bestuursdwang (tijdelijke sluiting) wordt opgelegd en niet een last onder dwangsom (betaling van een geldsom, indien de overtreding blijft voortduren of wordt herhaald). Een last onder bestuursdwang is een zogenaamde herstelsanctie. Een herstelsanctie is geen boete, maar is een maatregel die gericht is op het beëindigen van een overtreding en het herstellen van een onrechtmatige situatie. Er is sprake van een overtreding van de Opiumwet als een middel in lijst I of II behorend bij de Opiumwet of aangewezen op grond van artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet is verkocht, afgeleverd, verstrekt of daartoe aanwezig is (geweest), dan wel het treffen van voorbereidingshandelingen in woningen of lokalen of op daarbij behorende erven. Anders dan een last onder dwangsom leidt een last onder bestuursdwang direct tot beëindiging van de feitelijke overtreding. Gelet op het vaak (zeer grote) financiële gewin uit illegale drugshandel is het maar zeer de vraag of met het opleggen van een last onder dwangsom de overtreding (direct) ophoudt of niet meer wordt herhaald. Vanwege de grote winsten uit illegale drugshandel is het denkbaar dat de betaling van een dwangsom wordt ingecalculeerd. Van een last onder bestuursdwang gaat een duidelijker signaal uit, namelijk dat de illegale handel in drugs niet wordt geaccepteerd. Voorts kan met een last onder bestuursdwang makkelijker de loop uit een pand worden gehaald. Sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet beoogt het beëindigen of opheffen van locaties en betreft dus een pandgerichte aanpak. Sluiting van een woning of lokaal is gericht op het bereiken van een aantal doelen, namelijk de bekendheid van de woning/het lokaal als drugsadres teniet te doen, een signaal af te geven dat de geconstateerde feiten onacceptabel zijn, de rust in de directe omgeving te doen wederkeren, herhaling van de ernstige verstoring van de openbare orde te voorkomen, alsmede een verdere aantasting van het woon- en leefklimaat te voorkomen. Sluiting woning Vanwege de ernstige aantasting van de openbare orde wordt in beginsel ook bij woningen overgegaan tot sluiting indien aannemelijk is dat daar een middel als bedoeld in lijst I of II of aangewezen op grond van artikel 3a, vijfde lid wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt of aanwezig is, dan wel de voorbereidingshandelingen hier op. Sluiting woning met minderjarige kinderen Sluiting van een woning waar minderjarige kinderen aanwezig zijn is niet per definitie disproportioneel (ECLI:NL:RVS:2017:3360). Bij de totstandkoming van deze beleidsregel is rekening gehouden met het feit dat een woning waarin minderjarige kinderen verblijven, kan worden gesloten. In principe geldt dat de betrokkenen zelf alternatieve woonruimte zullen moeten zoeken. Indien sprake is van minderjarige bewoner(s)/betrokkene(n wordt een melding gedaan bij Jeugdbescherming Overijssel. Zorg voor huisraad, huisdieren en alternatieve huisvesting Betrokkene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.