← Nederland

Digitale bedrijfsfaciliteiten (Sint Anthonis)

Digitale bedrijfsfaciliteitenDigitale bedrijfsfaciliteiten Inhoudsopgave Artikel 1 doel van de regeling (digitale) bedrijfsfaciliteiten Artikel 2 gebruik (digitale) bedrijfsfaciliteiten Artikel 3 inzage digitale bedrijfsfaciliteiten Artikel 4 registratie Artikel 5 personen aan wie gegevens worden verstrekt Artikel 6 niet integer werken en plichtsverzuim Artikel 1 doel van de regeling (digitale) bedrijfsfaciliteiten Lid 1 Het doel van deze regeling is het, in overeenstemming met het bepaalde in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), organiseren en vastleggen van de wijze waarop het college van burgemeester en wethouders en de werknemer omgaan met de (digitale) bedrijfsfaciliteiten , waaronder bijvoorbeeld e-mail, internet, mobiele telefoon, de toegangspas, iPad, laptop, token, multi-functionals en de bedrijfsauto. Lid 2 Deze regeling is opgesteld ten behoeve van: Het zaakgericht werken; De controle op het distribueren van informatie; De systeem- en netwerkbeveiliging; De informatiebeveiliging; Het beheersen kosten en capaciteit; Het voorkomen en analyseren van onrechtmatig gebruik; Wettelijk voorgeschreven audits; Het voorkomen van negatieve publiciteit; Het toetsen of wordt voldaan aan voorgeschreven beleid. Artikel 2 gebruik (digitale) bedrijfsfaciliteiten Lid 1 De leidinggevende kan namens het bevoegd gezag aan de werknemer (digitale) bedrijfsfaciliteiten ter beschikking stellen ten behoeve van de uitvoering van zijn werkzaamheden. Lid 2 Met het in gebruik nemen van de (digitale) bedrijfsfaciliteiten is de werknemer zich ervan bewust dat de (digitale) bedrijfsfaciliteiten eigendom zijn en blijven van de werkgever. Lid 3 De werknemer maakt in overeenstemming met het bepaalde in artikel 15:1 van de CAR-UWO gebruik van de (digitale) bedrijfsfaciliteiten. Lid 4 De werknemer is gerechtigd de (digitale) bedrijfsfaciliteiten voor niet-zakelijk verkeer te gebruiken, mits dit niet storend is voor de uitvoering van de werkzaamheden van andere werknemers, het de werking van het netwerk niet stoort en het gebruik ook voor het overige in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 15:1 CAR-UWO. Artikel 3 inzage digitale bedrijfsfaciliteiten Lid 1 De leidinggevende kan ten behoeve van een goede vervulling van de gemeentelijke werkzaamheden in verband met afwezigheid vanwege ziekte of verlof van de werknemer, en na overleg met de betrokken werknemer, namens het bevoegd gezag de digitale bedrijfsfaciliteiten - waaronder e-mail- van de werknemer (laten) openen en (laten) inzien. Lid 2 De leidinggevende kan bij een vermoeden van onrechtmatig gebruik, na instemming van de gemeentesecretaris, de digitale bedrijfsfaciliteiten -waaronder e-mail- , van de werknemer (laten) openen en (laten) inzien. Artikel 4 registratie Lid 1 De taken en handelingen die de werknemer uitvoert waarbij de werknemer gebruik maakt van de (digitale) bedrijfsfaciliteiten worden geregistreerd dan wel gelogd. Lid 2 Bij de registratie dan wel logging kunnen gegevens worden verwerkt dan wel gebruikt die tot een persoon herleidbaar zijn. Lid 3 De registratie dan wel logging vindt plaats om het mogelijk te maken dat het bevoegd gezag kan inzien of de werknemer de afspraken, zoals bedoeld in artikel 2 van dit reglement, die binnen de gemeente gelden nakomt wanneer hij gebruik maakt van de (digitale) bedrijfsfaciliteiten. Lid 4 In het kader van technisch beheer worden technische registraties bewaard totdat is vastgesteld dat er zich geen verstoring in het systeem heeft voorgedaan. Lid 5 In het kader van organisatorisch beheer worden registraties bewaard die van belang zijn voor auditing en continuering van de bedrijfsvoering. Artikel 5 personen aan wie gegevens worden verstrekt De vastgelegde gegevens worden verstrekt aan: het MT en betreffende afdelingshoofden in relatie tot de bedrijfsvoering; de gemeentesecretaris indien er een redelijk vermoeden bestaat van onrechtmatig gebruik van de digitale bedrijfsmiddelen; degenen die op verzoek van de verantwoordelijke belast zijn met het beheer, controle en toezicht. Artikel 6 niet integer werken en plichtsverzuim Lid 1 Uit inzage of registratie kan blijken dat een werknemer niet integer handelt en zich schuldig maakt aan plichtsverzuim zoals bedoeld in artikel 16:1:1 van de CAR-UWO, hetgeen kan leiden tot disciplinaire maatregelen zoals bedoeld in artikel 16:1:2 van de CAR-UWO.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.