Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent water- en rioleringsplan 2019-20231INLEIDING Maar weinig mensen beseffen hoe belangrijk water en riolering zijn. Weet u bijvoorbeeld dat riolering en de drinkwatervoorziening sinds de 19e eeuw voor de volksgezondheid meer hebben betekend dan de hele medische wetenschap daarna? Als het mis dreigt te gaan en er bijvoorbeeld stank- of wateroverlast optreedt, krijgt riolering ineens veel aandacht. Verder gaat de inzameling en het transport van afvalwater vaak ongemerkt aan de burger voorbij. Toch worden dagelijks veel inspanningen verricht om deze kostbare infrastructuur goed te beheren. Door het veranderende klimaat komen extreme buien steeds vaker voor. Dit vraagt om een nieuwe integrale manier van omgaan met water. Hierbij staan de gemeente en het waterschap niet langer alleen aan de lat. Ook van inwoners en bedrijven binnen de gemeente West Betuwe wordt een actieve bijdrage aan klimaatadaptatie verwacht. Dit Water- en Rioleringsplan (WRP) laat zien dat de gemeente West Betuwe hierbij vooruitkijkt en met respect voor het verleden verder bouwt aan een robuust en duurzaam watersysteemsysteem. In dit waterplan wordt niet alleen invulling gegeven aan de traditionele stedelijke watertaken zoals voorheen vertolkt in het GRP (afval-, hemel,- en grondwater), maar ook aan de opgave voor het gehele watersysteem van de gemeente. 1.1Aanleiding, doel en proces In het Netwerk Waterketen regio Rivierenland is een regionale waterketen-visie gevormd en vastgelegd in een regionale blauwdruk. Door middel van deze blauwdruk hebben de betrokken gemeenten hun beleid en ambitie op elkaar afgestemd. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor eigen, gemeente-specifiek beleid. Dit WRP is gebaseerd op de regionale blauwdruk en beschrijft de wijze waarop de gemeente West Betuwe invulling wil geven aan de zorgplicht voor (stedelijk) afvalwater, hemelwater en grondwater, alsmede een doelmatig en duurzaam beheer van de gemeentelijke riool- en watervoorzieningen en oppervlaktewater. Dit plan bevat de visie voor de lange termijn, alsmede de beleidskaders en de concrete activiteiten voor de aankomende planperiode (2019-2023). Het WRP is opgesteld in opdracht van het college van Burgemeester en Wethouders en vastgesteld door de gemeenteraad West Betuwe. Tijdens de planperiode van dit WRP verandert de plek die het plan inneemt in het (afvalwater)beleid door de komst van de Omgevingswet (paragraaf 2.1). Daarop wordt geanticipeerd door andere beleidsvelden mee te nemen in het proces. De raakvlakken met de beleidsvelden die betrokken zijn bij ruimtelijke ordening en openbare ruimte (inrichting en beheer) zijn inzichtelijk gemaakt. Om de goede samenwerking tussen de gemeente West Betuwe en het Waterschap Rivierenland te benadrukken en plannen onderling af te stemmen, is dit WRP in een gezamenlijk proces opgesteld. 1.2Gemeente West Betuwe Per 1 januari 2019 zal de gemeente West Betuwe ontstaan door de samenvoeging van de gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen. Een samenvoeging van drie gemeenten brengt met zich mee dat ieders eigen beleid gecombineerd moet worden tot geharmoniseerde kaders, die zoveel mogelijk recht doen aan alle wensen en doelen van de drie voormalige gemeenten. Op sommige punten betekende dit een noodzakelijke beleidsverschuiving of zelfs een compleet nieuw beleidskader. De processen voor beheer, onderhoud en (klimaatbestendigere) inrichting verschilden per gemeente. Gedurende het samenvoegingsproces zijn weloverwogen keuzes gemaakt in de meest doelmatige oplossing voor de nieuwe gemeente. Voor een aantal aspecten is er voor de korte termijn een voorlopige keuze gemaakt. Het verder op orde brengen en uniformeren van beheer-, onderhouds- en inrichtingsprocessen is voor de aankomende planperiode een van de belangrijkste speerpunten Ook de financiële huishouding rondom de gemeentelijke watertaken verschilde sterk per gemeente. Dit is het gevolg van de grote beleidsvrijheid die een gemeente heeft, binnen de wettelijke kaders die hiervoor gelden. Ter voorbereiding op het WRP West Betuwe is in een voorafgaand traject al uitgebreid stilgestaan bij de huidige (financiële) verschillen tussen de drie gemeenten en de mogelijke effecten van de fusie op basis hiervan. Het resultaat van dit financiële voortraject was een voorgestelde keuze in de verschillende financiële mogelijkheden, op basis van een ambtelijke voorkeur. In de afronding en vaststelling van dit WRP zijn de financiële keuzemogelijkheden verder uitgewerkt op basis van de actuele ontwikkelingen en voorkeuren. Naast de technische en financiële aspecten van het (stedelijk) waterbeheer zijn ook de sociale aspecten in toenemende mate van belang voor de gemeente. Het betrekken van de perceelseigenaren en -gebruikers is essentieel bij het oplossen van knelpunten en het omgaan met de huidige veranderingen en uitdagingen in het waterbeheer. In de aankomende planperiode zal communicatie en participatie dan ook een belangrijke plaats innemen bij de activiteiten van West Betuwe. 1.3Leeswijzer Dit rapport is een samensmelting van de regionale blauwdruk en de individuele beleidskeuzes van de gemeente West Betuwe. Daarmee wordt bewust afgeweken van de in de blauwdruk aanwezige scheiding tussen hoofdstukken. Het WRP is als volgt ingedeeld: Als verbinding naar de West Betuwse visie op het waterbeleid zijn in Hoofdstuk 2 de belangrijkste kaders, ontwikkelingen en de huidige staat van het gemeentelijke waterbeheer opgenomen; Voor een goed houvast van de verschillende beleidsdoelen en -bedoelingen is in Hoofdstuk 3 een visie voor de langere termijn
(2050)ontwikkeld; In Hoofdstuk 4 is deze visie verwerkt tot ambities en beleidsuitgangspunten voor de korte termijn (t/m 2023); Het gekozen beleid leidt tot een reeks aan benodigde activiteiten die in de aankomende jaren verricht moeten worden om de doelstellingen te behalen. Dit uitvoeringsprogramma is samengevat in Hoofdstuk 5; Het uitvoeringsprogramma leidt, samen met de uitkomsten van het financiële voortraject en andere werksessies, tot personele en financiële gevolgen voor de nieuwe gemeente. Hoofdstuk 7 bevat de analyse en uiteindelijke keuzes op dit vlak. In de bijlagen is – daar waar nodig – ondersteunende of extra gedetailleerde informatie opgenomen. 2HUIDIGE SITUATIE 2.1Wettelijk en beleidskader De meest relevante wetgeving en beleidsdocumenten die een relatie hebben met dit WRP zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 1 - Wettelijk en beleidskader voor het WRP 2019-2023 Waterketenpartner Kader Europa Kaderrichtlijn Water Rijksoverheid Wet milieubeheer (Wm) Wet gemeentelijke watertaken (Wgw) Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) Activiteitenbesluit (Ab) Wet informatie uitwisseling ondergrondse netten (WION, toekomstig de WIBON) Bestuursakkoord Water (BAW) Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (DRA, stresstest) Provincie Gelderland Omgevingsvisie Gelderland WaterschapRivierenland Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Rivierenland Afsprakenkader Riolering “Samen door één buis” GemeenteWestBetuwe Koepelnota / Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) Omgevingsvisie West Betuwe Energieneutraal 2030 Omgevingswet Een belangrijke ontwikkeling binnen de planperiode van dit WRP is de komst van de Omgevingswet, die naar verwachting 1-1-2021 van kracht gaat worden. De Omgevingswet gaat, veel meer dan de traditionele ruimtelijke ordening, uit van leefbaarheid en gezondheid als belangrijke speerpunten voor beleid en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet heeft tot doel om de regels op het gebied van de fysieke leefomgeving te vereenvoudigen en te verminderen, en ervoor te zorgen dat regelgeving op dit terrein integraal en onderling goed afgestemd is. De Omgevingswet integreert veel van de bestaande regelgeving, maar wijzigt de verdeling van taken en verantwoordelijkheden niet. De zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater blijven bestaan en komen straks terug in de Omgevingsvisie. Verder blijft de verplichting tot onderhoud van kapitaalgoederen bestaan en ook de separate financiële positie voor rioolbeheer in de gemeentelijke begroting blijft van toepassing. De rioolheffing, Voorziening riolering en eventuele Reserve riolering moeten ook met de komst van de Omgevingswet onderbouwd zijn door middel van een actuele begroting en kostendekkingsplan. De maatregelenplannen en financiële passages worden met de komst van de Omgevingswet uitgewerkt in een separaat omgevingsprogramma ‘Riolering en Water’ (als vervanger van het dan geldende WRP). Lokale regelgeving op het gebied van stedelijk waterbeheer krijgt een plek in het gemeentelijk Omgevingsplan. Zie ook Figuur
- Figuur 1 - Anticiperen op de Omgevingswet Energieneutraal 2030 De ambitie van de gemeente West Betuwe is om in 2030 energieneutraal te zijn. Het streven daarbij is om van West Betuwe een duurzame gemeente te maken, waar ondernemers (duurzaam) kunnen ondernemen, mensen prettig wonen, een goed arbeidsklimaat heerst en de leefomgeving schoon en veilig is. De hiertoe opgestelde visie maakt het mogelijk om de inspanningen van de gemeente West Betuwe beter te kunnen richten en sturen. In deze visie staan vijf thema’s centraal die de basis vormen van het gemeentelijk beleid: Klimaat en energie: het verminderen van en het aanpassen aan de klimaatproblemen. Werken en bedrijven: het verduurzamen van de bedrijfsvoering van lokale bedrijven. Wonen en leven: het duurzaam bouwen, onderhouden, wonen en werken in huizen, kantoren en andere gebouwen. Mobiliteit: het verduurzamen van het verkeer met een focus op 4 V’s: voorkomen, verkorten, vervoerskeuze en verschonen. Duurzaam gedrag: de bewustwording van de klimaatproblemen en vervolgens het aanpassen van het gedrag. 2.2Samenwerking in de waterketen In april 2011 hebben Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven het Bestuursakkoord Water (BAW) ondertekend. Onderdeel uit het BAW is de landelijke opdracht om tot samenwerking te komen binnen de regionale waterketen en daarmee een bijdrage te leveren aan drie k’s: Besparen van kosten; Verbeteren van kwaliteit; Verminderen van kwetsbaarheid. Een belangrijke pijler van het BAW, naast de financiële besparingsdoelstellingen, is samenwerking. Voor de gemeenten betreft het samenwerking tussen gemeenten onderling, maar ook samenwerking met andere waterpartners zoals het waterschap. Belangrijke punten in het BAW zijn het verhogen van de doelmatigheid door de kwaliteit van het beheer te verbeteren en de kwetsbaarheid te verminderen. Het afvalwaterbeheer wordt verder geprofessionaliseerd, kennis wordt geïntensiveerd en toegepast, duurzaamheid door innovaties wordt verhoogd en de personele kwetsbaarheid van het beheer wordt verminderd door capaciteit- en kennisbundeling. In de regionale samenwerkingsverbanden worden beheer- en onderhoudstaken gezamenlijk opgepakt voor zover dit doelmatig is. De regionale samenwerkingsverbanden in het gebied waarin de gemeenten liggen, zijn aanbevolen door de Visitatiecommissie Waterketen vanuit het BAW met als doel om kosten te besparen. Samenwerking gaat echter over meer dan alleen kostenbesparing. De meeste winst zit in kennisdeling en het voorkomen van kwetsbaarheid. Hierbij mag niet worden ingeboet op kwaliteit. Netwerk Waterketen regio Rivierenland (NWrR) De colleges van de tien gemeenten in de regio Rivierenland en het waterschap gaven naar aanleiding van het BAW eind 2011 opdracht tot het opzetten van het Netwerk Waterketen regio Rivierenland (de NWrR) door het uitwerken van een procesplan, een Feitenonderzoek en een Business case. Op basis daarvan is een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) ondertekend in september 2013 en een Basisovereenkomst (BOK) onderzoek en analyse in oktober
- Voor meer achtergrondinformatie hierover zie Bijlage B. De SOK wordt momenteel herzien en zal mogelijk uitgebreid worden met watersysteem en ruimtelijke adaptatie. Gemeenten blijven zelf verantwoordelijk voor de invulling van de drie zorgtaken en voor hun VGRP. De samenwerking ontwikkelt zich naar behoefte en actualiteit en bereidheid en draagvlak. De gemeenten hebben besloten om hun verbrede gemeentelijke rioleringsplan gezamenlijk op te stellen. Hierdoor versterken de partijen elkaar en leren ze van elkaar. De gemeenten hebben een gezamenlijke visie op de waterketen gevormd, samen met buurregio Werkeenheid Regio Nijmegen (WRN) en beleid en ambitie afgestemd. Waterschap Rivierenland is nauw betrokken bij het gezamenlijk opstellen van het beleid en de visie en maakte onderdeel uit van het projectteam. 2.3Evaluatie voorgaande VGRP’s Het voorliggende WRP is het eerste WRP van de (nieuwe) gemeente West Betuwe. Er is dan ook nog geen voorgaand plan om te evalueren. Wel zijn er 3 voorgaande VGRP’s, opgesteld door de voormalige gemeenten. In Bijlage C zijn de gedetailleerde, individuele evaluaties opgenomen van deze plannen. In deze paragraaf wordt kort ingegaan op de overkoepelende aandachtspunten en bijzonderheden. Beheer en Onderhoud Vanuit de beheeractiviteiten komt naar voren dat er – zeker gezien de omvang van de nieuwe gemeente – meer en vaker controle moet zijn op de inhoud en actualiteit van de verschillende beheersystemen en de opbouw van gebiedskennis. Het is van belang dat al bij de aanleg van (nieuwe) voorzieningen voldoende aandacht is voor het juist vastleggen van de technische kenmerken. Latere wijzigingen in deze kenmerken dienen zo snel mogelijk doorgevoerd te worden. (Klimaatbestendigere) inrichting Waar het gaat om projecten in de openbare ruimte staat het onderdeel water wel tijdig en voldoende op de agenda, maar kan en moet dit nog wel verbeteren met het oog op klimaatadaptatie. Het onderdeel wateroverlast krijgt op zichzelf wel genoeg aandacht, bijvoorbeeld in de vorm van BRP’s, maar in het grotere geheel kan de samenhang tussen water, groen en wegen beter en vaker benut worden. Ten aanzien van klimaatadaptatie geldt daarbij ook dat niet alleen de inhoudelijke, maar ook de financiële bijdrage van de verschillende vakgebieden in balans moet zijn. Algemene aandachtspunten Vanuit de evaluatiegesprekken zijn de volgende aandachtspunten benoemd voor het GRP West Betuwe: Invulling zorgplichten Hoe om te gaan met riolering in het buitengebied (IBA’s, drukriolering, beheertaken)? Hoe gaan we om met de lozingen uit de glasbouwtuinbouw? Het opstellen van een calamiteitenplan Het opstellen van een beheerplan voor duikers Het afkoppelen van hemelwater van het drukriool / vuilwaterriool Het operationeel houden en eventueel uitbreiden van het meetnet riolering Het opzetten / uitbreiden van een gemeentelijk grondwatermeetnet Aandacht voor de inhoud en actualiteit van beheersystemen, al vanaf de aanleg (en al voorafgaand aan de oplevering) Klimaatadaptatie Het uitvoeren van een klimaatstresstest Aandacht voor het functioneren van het gehele watersysteem (inclusief grond- en oppervlaktewater) Hoe borgen we een juiste toerekening van (klimaat)investeringen aan de verschillende taakvelden? Communicatie en participatie Het verder opzetten / uitbouwen van het waterloket, watercommunicatie, waterbewustzijn Welke rol zien wij voor de perceelseigenaren, en hoe gaan wij die als West Betuwe betrekken? In het voorliggende VGRP zijn deze aandachtspunten uitgewerkt. 2.4Kenmerken water- en rioleringssysteem Voor het inzamelen en transporteren van het vrijkomende afval- en regenwater in de bebouwde kernen beschikt de gemeente West Betuwe over een rioolstelsel met een totale lengte van circa 281 km en 54 rioolgemalen. Om er voor te zorgen dat tijdens extreme neerslag geen wateroverlast optreedt, is het rioolstelsel voorzien van riooloverstorten en hemelwaterlozingspunten. Speciale rioolvoorzieningen (bergbezinkbassins) beperken de vuiluitworp van de riolering naar het oppervlaktewatersysteem. Het afvalwater in het buitengebied wordt ingezameld met 1177 pompputten en verpompt via 167 km aan leidingen. Al dit afvalwater wordt gezuiverd op de rioolwaterzuiveringen van waterschap Rivierenland. Onderdeel Omvang Vrijvervalriolering - Gemengd - Vuilwater - Hemelwater - Infiltratie 281 km 198 km 36 km 35 km 12 km Gemalen Persleidingen 54 stuks 15 km Randvoorzieningen 16 stuks Drainagebuizen 25 km (Straat)kolken 19.800 stuks Riolering buitengebied - Drukriolering - Vacuümriolering 167 km 140 km 27 km Pompputten buitengebied - Drukriolering - Vacuümriolering 1177 stuks 978 stuks 199 stuks Hoofdpompen vacuümriolering 6 stuks Watergangen in beheer van gemeente 450 km 3VISIE In regionaal verband is een visie op de waterketen gevormd in samenwerking met de rivierengemeenten en waterschap Rivierenland: ’Doelmatige en klimaatbestendige waterketen door gebalanceerde innovatie van de watertaken’. Deze gezamenlijke toekomstvisie op de ontwikkeling van de waterketen is bedoeld om tot een beter waterketenbeheer te komen en vormt een integraal onderdeel van de regionaal opgestelde blauwdruk. In algemene zin kan gesteld worden dat oplossingen (voor bestaande vraagstukken) steeds meer vanuit een gezamenlijke, in plaats van een individuele verantwoordelijk benaderd zullen worden. In dit hoofdstuk is de regionale visie uit de blauwdruk verwerkt tot de West Betuwse visie. De regionaal benoemde aspecten komen hierin onverminderd terug en zijn uitgebreid of aangescherpt op basis van de wensen en ambities in de gemeente West Betuwe. 3.1Trends en ontwikkelingen Duurzame afvalwaterketen Met de wereldwijde ambities op het gebied van verduurzaming groeit de noodzaak van een transitie naar een circulaire economie. Hierin worden nieuwe verbindingen in productieprocessen tussen bijvoorbeeld water, landbouw en energie gezocht om kringlopen te sluiten en hergebruik van rest- en afvalstoffen mogelijk te maken. Productieprocessen worden niet alleen efficiënter, maar hebben ook een minder grote negatieve impact op mens en natuur. Bestaande en nieuwe energiebesparingstechnieken, zoals bijvoorbeeld energieterugwinning uit warm douchewater, zullen in de toekomst ook een grotere rol gaan spelen. Verder worden in toenemende mate bouwstoffen gebruikt die aan het einde van de levensduur herbruikbaar zijn. Klimaat Door klimaatverandering valt neerslag over een jaar genomen steeds ongelijkmatiger. Perioden met extreme droogte komen vaker voor en het aantal en de intensiteit van buien nemen toe. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie zijn daarom de volgende gezamenlijke ambities vastgelegd voor rijk, provincies, waterschappen en gemeenten: Uiterlijk in 2020 is klimaatbestendig en water robuust inrichten onderdeel van het beleid en handelen, door bij regionale en lokale ruimtelijke afwegingen de klimaatbestendigheid en waterrobuustheid van het eigen plangebied te analyseren (‘weten’), de resultaten van deze analyse te vertalen in een gedragen ambitie en een adaptatiestrategie met concrete doelen (‘willen’) en de beleidsmatige en juridische doorwerking van deze ambitie te borgen voor uitvoering (‘werken’). In 2050 is Nederland zo goed mogelijk klimaatbestendig en water robuust ingericht en bij (her)ontwikkelingen ontstaat geen extra risico op schade en slachtoffers voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. Figuur 2 De zeven ambities uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. In 2020 moeten gemeenten verankerd hebben hoe ze omgaan met waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hittestress. Rioolsystemen (ondergronds) hebben bij hevige buien niet altijd voldoende capaciteit voor de afvoer en berging van het hemelwater. Voor het borgen van een adequate afvoer en berging van het hemelwater moet ook gebruik worden gemaakt van de inrichting van de openbare ruimte (bovengronds). Daarmee wordt de gemeentelijke zorgplicht meer bovengronds zichtbaar in wegen, water en groen en is de relatie met ruimtelijke ordening, openbare ruimte en vergunningverlening cruciaal. Het klimaatbestendiger maken van stedelijk gebied vergt bewuste keuzes bij stedelijke inrichting en stedelijke activiteiten. Bij nieuwe ruimtelijke plannen is een klimaatbestendigere en water robuuste inrichting van groot belang. Ruimtelijke functies moeten onderling op elkaar afgestemd zijn en de ruimtelijke effecten op waterhuishouding (en vice versa) moeten vastgelegd worden in een bestemmingsplan of omgevingsplan. Rol perceelseigenaar De zorgplicht hemelwater legt een belangrijke verantwoordelijkheid neer bij de (al dan niet particuliere) perceelseigenaar om dit water zoveel als mogelijk op eigen perceel te verwerken. Als gevolg van de klimaatverandering neemt het belang van deze lokale verwerking steeds meer toe, om wateroverlast in de omgeving te voorkomen. Het besef van deze eigen verantwoordelijkheid dient verder vergroot te worden, waarbij de gemeenten ook explicietere regels zullen gaan stellen aan de verwerking van het hemelwater op het eigen perceel. De huidige en toekomstige opgaves zijn niet meer alleen in openbaar gebied op te lossen. Cultuuromslag Sinds het BAW uit 2011 ligt de focus op doelmatig water(keten)beheer: Doen we de goede dingen en doen we die dingen vervolgens goed? De cultuuromslag van sterk normatief beleid naar een meer effectgerichte benadering is een feit. Hierbij staat de vertaling naar beleid en uitvoering centraal: het functioneren van het watersysteem als geheel en aanpak van knelpunten. Het Denkstappenmodel van Stowa / Rioned is daarbij een hulpmiddel. In het perspectief van de cultuuromslag hebben partijen binnen de waterketen de ruimte om op basis van nieuwe kennis en inzichten in de lokale situatie, bestaande afspraken te heroverwegen. 3.2Stedelijk afvalwater Het gaat hier om stedelijk afvalwater in de zin van de Wet milieubeheer. Dat komt neer op al het huishoudelijk afvalwater, al dan niet vermengd met ander (afval)water. Van oudsher zamelen we dit in en transporteren het naar de zuiveringsinstallatie. Dit hele systeem van inzamelen en transporteren naar de rioolwaterzuivering noemen we de afvalwaterketen. Met de toenemende schaarste aan energie en grondstoffen wordt afvalwater steeds minder beschouwd als afval en meer als bron voor energie en grondstoffen. Gewenste situatie in 2050 De invloed op het milieu en de leefomgeving vanuit stedelijk afvalwater is verwaarloosbaar. Er is sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid, tussen een faciliterende overheid en participerende burgers. Waar en wanneer doelmatig zijn decentrale oplossingen gerealiseerd (zoals lokale zuivering) of zijn taken aan elkaar overgedragen. Het volledige proces van inzameling en zuivering is – mede door innovatieve oplossingen - energieneutraal en is qua grondstoffen(terugwinning) zelfs winstgevend. Voor nieuwe stoffen in het afvalwater, zoals medicijnresten en nano plastics, wordt een brongerichte benadering toegepast. Specifieke afvalwaterstromen worden daarom zoveel mogelijk gescheiden ingezameld en behandeld. 3.3Afvloeiend hemelwater Het gaat hier om afvloeiend hemelwater in de zin van de Waterwet (artikel 3.5). Het betreft neerslag dat via het oppervlak of via leidingen afgevoerd wordt naar de bodem of oppervlaktewater. Het klimaat is aan het veranderen en leidt o.a. tot meer en heftigere buien. Het (hemel)watersysteem en de afvalwaterketen moeten deze neerslag kunnen verwerken. Daarnaast hebben we steeds vaker te maken met een toename van hete dagen (hittestress) en langdurige droogte (verdroging). Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met technische maatregelen is op te vangen (bijvoorbeeld grotere rioolbuizen), maar dat een integrale aanpak noodzakelijk is. Figuur 3 - Inundatie in Vuren
(2015)na een regenbui van 90 mm in 2 uur. Met een integrale aanpak richten we ons op afstemming tussen de afvalwaterketen, het watersysteem en de leefomgeving. Naast het op orde houden (of brengen) van het rioleringssysteem geven we dan ook invulling aan andere opgaven die zich in de leefomgeving voordoen. Bijvoorbeeld het wegnemen van een hydraulisch knelpunt in de riolering – door de aanleg van een retentievijver – in combinatie met het reduceren van hittestress in sterk verstedelijkt gebied. Een dergelijke, gecombineerde maatregel valt onder de noemer klimaatadaptatie. Gewenste situatie in 2050 Afvalwater en hemelwater worden afzonderlijk van elkaar ingezameld, getransporteerd en verwerkt. Dit draagt ook bij aan een efficiëntere behandeling van het “echte” afvalwater (zie paragraaf 3.2) Iedere perceeleigenaar is zich bewust van de eigen (wettelijke) verantwoordelijkheid voor het verwerken van het hemelwater dat op het eigen terrein valt. De taakverdeling tussen particulieren, bedrijven en overheid is voor iedereen duidelijk en wordt door iedereen gedragen. Bij het gebruik en de inrichting van de openbare èn private ruimte wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. Hoewel hinder en overlast in de toekomst wellicht vaker moeten worden geaccepteerd, is schade geminimaliseerd. In alle gevallen worden integrale oplossingen toegepast, waarbij de verschillende functies / bestemmingen geen belemmering vormen voor elkaar. 3.4Grondwater Dit gaat in op de gemeentelijke zorgplicht voor doelmatige maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand te beperken. In eerste instantie is de perceeleigenaar verantwoordelijk voor het verwerken van overtollig grondwater, voor zover redelijkerwijs mogelijk. Infiltrerend hemelwater en oppervlaktewater hebben invloed op de grondwaterstand en -kwaliteit. Door wijzigingen in grondwateronttrekkingen en/of klimaatverandering kunnen (potentiële) problemen zich vanzelf oplossen of juist verergeren. Zo zal (rivier)kwel naar verwachting langduriger aanwezig zijn in het voorjaar, waardoor meer vernattingschade op zal treden (schimmel, gezondheidsklachten). In de zomer treedt meer verdamping op, met verdrogingsschade (stank, vis- en vegetatiesterfte) en daarna verzilting (door toestromend grondwater uit West-Nederland) tot gevolg. Gewenste situatie in 2050 Water vasthouden is belangrijk. Er wordt gezocht naar alternatieve regionale aanvulling via lokale watervoorraden. Daar waar mogelijk draagt ook lokale verwerking van hemelwater (zie paragraaf 3.3) in de vorm van infiltratie bij aan de aanvulling van het lokale, ondiepe grondwater. Het grondwaterbeheer is aangepast aan de veranderende grondwaterstanden en stroming. Het beperken van schade en overlast is een samenspel van bewoners, bedrijven en overheid. De vanuit West-Nederland optredende verzilting in het diepere grondwater is effectief aangepakt, bijvoorbeeld via infiltratie van hemel- en oppervlaktewater. 3.5Oppervlaktewater Oppervlaktewater is het geheel van sloten, plassen, vijvers, kanalen, meren, beekjes en rivieren. Het omvat de leefruimte van veel planten en dieren. Voor een gezonde leefomgeving hebben mensen gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater nodig. Naast het effectief bergen en functioneel aan- en afvoeren van water is de beleving van water een belangrijke pijler in de ruimtelijke ordening. Daarbij richten we ons ook op het recreatief gebruik van water (bijvoorbeeld schaatsen, varen, fiets- en wandelroutes) én een goede waterkwaliteit met aansprekende biodiversiteit. De klimaatverandering geeft meer kans op slechte waterkwaliteit, tekort aan oppervlaktewater voor groen en landbouw én overlast en schade door inundatie. Gewenste situatie in 2050 De inrichting, het beheer en het gebruik van het watersysteem is van goede kwaliteit en klimaatbestendiger (regenwater-, droogte- en hittebestendig). Het bewaken van de juiste waterkwaliteit gebeurt doelgericht, met nadruk op de mogelijke risico’s die er voor bepaalde functies zijn, in plaats van alleen norm-/inspanningsgericht. Er is dan ook sprake van een gedifferentieerde aanpak; voor drinkwaterwinning is schoner water nodig dan voor recreatief gebruik. Overheid, bewoners en bedrijven spannen zich maximaal in om schade te voorkomen, zijn zich bewust van ieders verantwoordelijkheid en participeren in het zoeken naar oplossingen. Figuur 4 - Realisatie waterberging Heukelum (2015-2018), in combinatie met burgerparticipatieproject voor herbouw van de stadswal. 3.6Bedrijfsvoering Er ligt voor vele miljoenen euro’s aan infrastructuur onder de grond om droge voeten en schoon water te behouden. De waarde hiervan en de impact bij falen rechtvaardigt een professionele aanpak. Het is de kunst om een gezonde balans te vinden tussen het zo goed mogelijk uitvoeren van de watertaken, het realiseren van de ambities en een betaalbare rioolheffing. Omdat gebieden niet altijd gelijk zijn aan elkaar biedt dit ruimte om te differentiëren in beheer en onderhoud. Het streven is een risicogestuurde benadering: we doen minder waar het kan en meer waar het moet. Hierbij houden we oog voor de algemene doelen waarvoor de riolering ooit is aangelegd: volksgezondheid en veiligheid. We zoeken de speelruimte met name op het vlak van comfort, milieu en belevingswaarde. Gewenste situatie in 2050 De basis is volledig op orde. Er is volledig inzicht in de omvang, kwaliteit en functioneren van alle arealen / voorzieningen. Op basis hiervan is er een doorlopend en actueel inzicht in de noodzakelijke investeringen en de planning daarvan. Hiermee wordt invulling gegeven aan een integrale programmering binnen de gemeente (IBOR: Water, Riolering, Wegen, Groen, Klimaat). Door middel van vergaande standaardisatie (1 beheersysteem, 1 besturingssysteem, 1 standaard contractvorm) is de organisatie robuust en efficiënt ingericht. Het gedifferentieerd, risicogestuurd beheer is in alle lagen operationeel. Hiermee is een doelmatige besteding van middelen (zowel personeel als financieel) gewaarborgd. Om bovenstaande aspecten in stand te houden is sprake van een actueel en actief monitoringsprogramma. Hierin leveren meetnetten de juiste kwaliteit en kwantiteit aan informatie om pro-actief in het watersysteem te kunnen sturen en om de noodzaak en effecten van maatregelen te beoordelen. 4STRATEGIE & UITGANGSPUNTEN In het voorgaande hoofdstukken is de langetermijnvisie van de gemeente West Betuwe op de afvalwaterketen en het oppervlaktewatersysteem beschreven. De gemeentelijke ambities voor de korte termijn (planperiode) en de bijbehorende beleidskaders zijn in dit hoofdstuk opgenomen. DEFINITIEVANBEGRIPPEN Doelmatig Dit wordt als volgt ingevuld: De goede dingen doen: maatregelen dienen effectief te zijn Met de maatregelen worden de problemen voorkomen of aanzienlijk beperkt of opgelost De dingen goed doen: maatregelen dienen efficiënt te zijn Er worden geen maatregelen in openbaar gebied getroffen als alternatieven op een niet openbare probleemlocatie goedkoper of effectiever zijn. Dezelfde afweging geldt voor stedelijk gebied of buitengebied, waarbij een lokale oplossing de voorkeur heeft. Een goede verhouding tussen kosten en rendement De kosten van de maatregelen dienen in verhouding te staan tot de effecten . Effectiviteit gaat over de mate waarin het resultaat aan het beoogde doel beantwoordt. Efficiëntie gaat over het proces om tot dit resultaat te komen. Doelmatigheid gaat over de combinatie van beide. Redelijkerwijs De betekenis hiervan wordt door de gemeente per situatie afgewogen op basis van kosten-baten, inpasbaarheid en maatschappelijke overlast. Duurzaam Hiermee bedoelen we energie- en grondstofgebruik, energiewinning en levensduur. 4.1Stedelijk afvalwater Als gemeente hebben we de zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater. In gebieden waar we als gemeente inzameling en transport van stedelijk afvalwater niet doelmatig vinden en de provincie ontheffing van de zorgplicht heeft verleend moet de houder van het afvalwater zelf zorgen voor de verwerking van het afvalwater. De IBA’s zijn in eigendom van de gemeente, de financiële bijdrage hieraan wordt ook opgenomen in de kostendekking van de rioleringsheffing, zie Tabel 4 in hoofdstuk 6. Het beheer en het onderhoud van de IBA’s ligt bij het Waterschap. Met het in werking treden van de Omgevingswet vervalt de provinciale ontheffingsbevoegdheid en mogen we als gemeente samen met het waterschap zelf bepalen wat doelmatig is. Bedrijfsafvalwater, wat niet op dezelfde manier kan worden behandeld als huishoudelijk afvalwater is geen stedelijk afvalwater. Hiervoor hebben we geen zorgplicht en kunnen dus bestaande en nieuwe aansluitingen van bedrijven in theorie weigeren. Zeker als dit afvalwater niet kan worden gezuiverd op de RWZI. Strategie 2019-2023 Doelmatigheid is leidend. Hulpmiddel is het denkstappenmodel van Stowa/Rioned. De aanvliegroute van maatregelen gaat over het belang van burgers en bedrijven en niet meer vanuit de sectorale verantwoordelijkheid van gemeente en waterschap. Het beschermen van de volksgezondheid en het milieu blijven de hoofddoelen. Beheerders zijn zich bewust van de (toenemende) risico’s van nieuwe stoffen in afvalwater. Waar dat uit doelmatigheidsredenen gewenst is, wordt ingezet op lokale oplossingen. We beschouwen afvalwater (in toenemende mate) als waardevolle grondstof en energiebron. Waar het gaat om innovatieve oplossingen en omgang met nieuwe afvalstoffen neemt West Betuwe op korte termijn een behoudender standpunt in. Wij zullen meedoen met landelijke ontwikkelingen en regionale initiatieven maar gaan geen pilot-trajecten op eigen initiatief starten. In de aankomende planperiode is alle energie nodig om het fusieproces af te ronden en door te vertalen in alle aspecten van de rioleringszorg. In de planperiode(
- n)daarna zal meer ruimte zijn voor eventuele nieuwe ontwikkelingen. Uitgangspunten Contact met afvalwater, bijvoorbeeld bij wateroverlastsituaties, moet vermeden worden omwille van de gezondheid. De ongewenste vuiluitworp vanuit rioolstelsels op oppervlaktewater wordt vooral teruggedrongen door ontvlechting van waterstromen. Hier wordt het tevens mogelijk om grondstoffen te herwinnen en het zuiveringsproces te optimaliseren. Rioolvervanging is geen automatisme, er wordt altijd gekeken naar alternatieven. Bij rioolvervanging wordt rekening gehouden met de lokale omstandigheden, zoals grondwaterstanden. De gemeenten zoeken aansluiting bij het vigerende landelijke beleid voor stedelijk afvalwater en de landelijke voorkeursvolgorde. De afvoer van hemelwater of grondwater via drukriolering en/of decentrale sanitatie is niet toegestaan. Om foutieve aansluitingen (bijvoorbeeld van hemelwater op drukriolering) op te heffen is het mogelijk om hiertoe te verplichten door middel van een waterverordening of maatwerkvoorschriften. Op termijn kan dit ook in West Betuwe een goede “stok achter de deur” zijn, maar voor nu steken wij in op het vergroten van het waterbewustzijn en het langs die weg vrijwillig, samen beëindigen van ongewenste lozingen. Figuur 5 - Renovatie (links) en jaarlijks onderhoud (rechts) van een gemaal. Bij renovatie worden optimalisatiekansen benut, bijvoorbeeld het terugbrengen van het aantal pompen of het herzien van de elektrische installatie ten behoeve van een lager energieverbuik. 4.2Afvloeiend hemelwater De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en als het niet anders kan, afvloeiend hemelwater van particulier terrein. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt, is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft niet het hemelwater afkomstig van particulier terrein af te voeren, indien er andere alternatieven mogelijk zijn. Strategie 2019-2023 Ruimtelijke functies stemmen we onderling op elkaar af en de ruimtelijke effecten (op waterhuishouding en vice versa) zijn vastgelegd in het bestemmingsplan of omgevingsplan. De kwaliteit van het hemelwater bepaalt de manier van verwerken. Doel is om verontreiniging van grond- en oppervlaktewater en waterbodem te voorkomen. Dat begint bij de bron, zodat hemelwater als grondstof kan worden benut. Verontreinigd hemelwater wordt lokaal behandeld, en alleen waar dit niet doelmatig is (zie kader aan begin hoofdstuk 4) als afvalwater naar de RWZI getransporteerd. De hoeveelheid hemelwater varieert in de tijd. Dat kan leiden tot droogte of overschot, met overlast of zelfs schade tot gevolg. Om te zorgen voor voldoende aanbod bij schaarste en voldoende afvoer/verwerkingsmogelijkheden bij overschot, wordt naast het vasthouden van hemelwater (door infiltratie) ook ingezet op (het onderzoeken van mogelijkheden tot) het hergebruik van dit water. Bijvoorbeeld voor het water geven van de tuin of toiletspoeling. De West Betuwse voorkeursvolgorde is dan ook: hergebruik – vasthouden – bergen – afvoeren. Deze voorkeursvolgorde geldt uitdrukkelijk ook voor de gemeente zelf: goed voorbeeld doet volgen! Uitgangspunten Conform de Waterwet moeten perceelseigenaren hemelwater op eigen terrein verwerken. Alleen als dit redelijkerwijs (zie kader aan begin hoofdstuk 4) niet mogelijk is, wordt het hemelwater op het oppervlaktewater, de openbare hemelwatervoorziening of de openbare gemende riolering geloosd. Berging van hemelwater op eigen terrein zal verplicht worden gesteld door het op te nemen in het bestemmingsplan en/of de omgevingsvergunning van nieuwbouwprojecten. Ditzelfde zal gebeuren voor (afkoppeling
- en)berging bij vergunningsplichtige ver- of herbouwprojecten. De perceelseigenaar/ initiatiefnemer dient zelf aan te tonen indien een locatie niet geschikt is om het hemelwater op eigen terrein te bergen. Is de activiteit vergunningsvrij, dan zal slechts een vrijwillig spoor worden gevolgd, waarbij we door middel van communicatie inzetten op duurzame initiatieven (zie ook paragraaf 4.6). De vereiste bergingsopgave (zoals onder b. beschreven) is afhankelijk van de omvang van het project: INVULLINGBERGINGSOPGAVE Stedelijk gebied Toename afvoerend verhard oppervlak < 500 m2: 20 mm/m2 verhard oppervlak (gemeentebeleid) Toename afvoerend verhard oppervlak > 500 m2: 43,6 mm/m2 verhard oppervlak (waterschapsbeleid) Landelijk gebied Toename afvoerend verhard oppervlak < 1500 m2: 20 mm/m2 verhard oppervlak (gemeentebeleid) Toename afvoerend verhard oppervlak > 1500 m2: 43,6 mm/m2 verhard oppervlak (waterschapsbeleid) Bij grote projecten geldt dat er een specifieke onderbouwing van de wateropgave (inclusief berging) plaats moet vinden in een waterhuishoudkundig plan. Voor het adequaat inzamelen, transporteren en verwerken van hemelwater wordt – naast de traditionele ondergrondse oplossingen – in toenemende mate gebruik gemaakt van de inrichting van de openbare ruimte op maaiveldniveau. De gemeente reserveert planologisch ruimte (bestemmingsplan, omgevingsplan) voor het bovengronds afvoeren, bergen en/of verwerken van hemelwater. West Betuwe gaat hiervoor de “blauwe aders” en de “groene aders” in beeld brengen. De bovengrondse verwerking van hemelwater biedt namelijk ook veel kansen voor de groene delen van de openbare ruimte. Bijvoorbeeld op het gebied van recreatie, maar ook het tegengaan van verdroging als gevolg van de klimaatverandering. In nieuwbouwsituaties (in- en uitbreidingen) met gescheiden riolering streven wij naar wijkgerichte oplossingen als het gaat om de verwerking van hemelwater. Door afgekoppelde gebieden met elkaar te verbinden ontstaan nieuwe mogelijkheden om deze waterstromen te bundelen. Het vaststellen van de juiste (ten opzichte van het omringende maaiveld hogere) bouwpeilen is essentieel bij het voorkomen van wateroverlast. De bouwpeilen kunnen globaal vastgelegd worden in het bestemmingsplan of omgevingsplan. Bij het opstellen van de omgevingsvergunning met het definitieve bouwpeil is de inbreng van de medewerker(
- s)stedelijk water essentieel. Bij infiltratie is maatwerk noodzakelijk. Het gebied waarin de gemeente ligt bestaat deels uit kwelgebied. In kwelgebied is infiltratie van hemelwater veelal onmogelijk. Bovendien kan infiltratie op de meeste plaatsen lastig zijn vanwege de kleibodem. Bestaande kwetsbaarheden in stedelijk gebied met betrekking tot hemelwaterafvoer worden aangepakt. Het afkoppelen van hemelwater van de gemengde riolering is geen doel op zich, het is een middel om bepaalde doelen te kunnen bereiken. Bij renovaties of reconstructies zullen wij per geval een doelmatigheidsafweging maken, onder andere op basis van de aanwezigheid van knelpunten. Het relinen en dus behouden van een gemengd stelsel kan in bepaalde situaties verstandiger zijn dan een ombouw naar een volledig gescheiden stelsel. Het afkoppelen van particuliere verhardingen kan een onderdeel van het oplossen van problemen in het riool- en watersysteem zijn. Bij ombouw van gemengd naar gescheiden riool voorziet de gemeente in een dubbele aansluiting aan de perceelsgrens. Het scheiden en aanbrengen van de huisaansluiting zal alleen op initiatief van de perceelseigenaar gebeuren. In de aankomende planperiode zullen wij de mogelijkheden voor een stimuleringsregeling afkoppelen nader onderzoeken en uitwerken. Figuur 6 - Vervangen gemengd riool door gescheiden riool in Geldermalsen (links, Tunnelweg) en Asperen (rechts, Achterstraat). Bij de Tunnelweg werd tegelijkertijd de voorzijde van de woningen / daken afgekoppeld. Waterschade en wateroverlast proberen we zo veel mogelijk te voorkomen of beperken, in de wetenschap dat er altijd een bui kan vallen waarbij dat niet meer mogelijk is. We streven er naar dat water op straat niet tot gezondheidsrisico's leidt. In West Betuwe willen wij samen met de perceelseigenaren aan de slag om hinder, overlast en schade zoveel als mogelijk te beperken. Iedereen heeft hierin ook een eigen, wettelijke verantwoordelijkheid. Dat betekent dat - wanneer de gemeente volgens de gegeven definitie maatregelen treft - wij ook een beroep zullen doen op de omgeving om mee te denken (en te werken) aan de meest doelmatige oplossing. DEFINITIE EN AANPAK VAN HINDER, OVERLAST, SCHADE Bij de gevolgen van overtollig hemel- of grondwater wordt onderscheid gemaakt tussen hinder, overlast en schade. Hinder Hinder heeft de volgende kenmerken: kortdurende periode van water op straat; waarbij verkeer nog mogelijk is. In geval van hinder worden niet direct maatregelen getroffen. Er wordt een beroep gedaan op het acceptatievermogen van de burgers en aanpassing van hun gedrag. Overlast (Water)overlast heeft één van de volgende kenmerken: langer durende periodes van water op straat; verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, hoge waterstand op straat). In geval van overlast treft de gemeente bij de uitvoering van reconstructiewerken zodanige maatregelen dat de kans op het optreden van overlast aanmerkelijk kleiner wordt. Er wordt ’werk met werk’ gemaakt, er worden geen autonome maatregelen getroffen. Schade (Water)schade heeft één van de volgende kenmerken: verkeer is in een groot gebied niet meer mogelijk (ondergelopen tunnels, hoge waterstand op straat); grote economische schade; gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat); water in panden met schade tot gevolg. In geval van schade treft de gemeente in beginsel maatregelen. Er wordt echter alleen ingegrepen indien er doelmatige maatregelen voorhanden zijn die voldoende effectief zijn in verhouding tot de maatschappelijke kosten. 4.3Grondwater Als gemeente dragen we zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken mits dit doelmatig is en voor zover er geen verantwoordelijkheid bestaat voor de waterbeheerder of de provincie. Strategie 2019-2023 De gemeente vervult een loketfunctie voor vragen en meldingen over grondwater. Een goed grondwaterbeheer vergt samenwerking en slimme inrichting van de openbare ruimte. Bijvoorbeeld door afkoppelen en infiltreren van hemelwater en bovengrondse afvoer via ‘blauwe aders’ door de stad naar retenties. De voorkeursvolgorde voor hemelwaterverwerking is ook van belang voor de grondwaterhuishouding. Als hergebruik niet mogelijk is dan heeft infiltratie van hemelwater de prioriteit. Infiltratie is van belang voor het aanvullen van het grondwater in droge, zomerse periodes. Dit gaat niet alleen verdroging, maar ook de daarmee gepaard gaande verzilting tegen. Door middel van klimaatstresstests bewaken wij de robuustheid en verbeteringskansen van ons watersysteem. Uitgangspunten Voor vragen en meldingen met betrekking tot grondwater(overlast) kan een perceeleigenaar terecht bij de gemeente. De gemeente geldt als eerste aanspreekpunt. De gemeente registreert de meldingen en zorgt voor een doelmatige aanpak van grondwaterproblemen voor zover die onder haar verantwoordelijkheid in het openbare gebied vallen. De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op het eigen perceel om de nadelige gevolgen van de grondwaterstand tegen te gaan. Hij is ook verantwoordelijk voor de bouwkundige staat van de eigen woning en de waterhuishoudkundige voorzieningen op het eigen terrein. Situaties die het gevolg zijn van de wijze van bouwrijp maken van de wijken die in het verleden (voor 2008) zijn aangelegd vallen buiten de gemeentelijke zorgplicht. De gemeente vult de verbrede zorgplicht in door doelmatige, rendabele en haalbare maatregelen in de openbare ruimte te treffen om structurele grondwateroverlast te voorkomen of te beperken. In West Betuwe willen wij samen met de perceelseigenaren aan de slag om structurele, nadelige gevolgen van grondwater zoveel als mogelijk te beperken. Iedereen heeft hierin ook een eigen, wettelijke verantwoordelijkheid. Dat betekent dat wanneer de gemeente maatregelen treft – wij ook een beroep zullen doen op de omgeving om mee te denken (en te werken) aan de meest doelmatige oplossing. Dit is maatwerk per locatie: bij het afwegen van de doelmatigheid worden de omvang en duur van de overlast, de functie van de grond, de hydrologische eigenschappen van de omgeving, het aantal getroffen percelen en de benodigde financiën meegewogen. Het vaststellen van de juiste (ten opzichte van het omringende maaiveld hogere) bouwpeilen / ontwateringsdiepten is essentieel bij het voorkomen van grondwateroverlast. De bouwpeilen kunnen globaal vastgelegd worden in het bestemmingsplan of omgevingsplan. Bij het opstellen van de omgevingsvergunning met het definitieve bouwpeil is de inbreng van de medewerker(
- s)stedelijk water essentieel. De gemeentelijke zorgplicht geldt alleen voor maatregelen in openbaar stedelijk gebied voor zover die niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap en de provincie behoren. Als de oplossing van problemen door andere overheden doelmatiger is dan maatregelen van de gemeente dan is de gemeentelijke zorgplicht niet aan de orde. Bij langdurige hoge of lage rivierwaterstanden kan lokaal een aanzienlijke kweldruk of wegzijging ontstaan die de grondwaterstand significant verhoogt of verlaagt, waardoor hinder en overlast kan ontstaan. De gemeente treft geen maatregelen als de grondwaterhinder, -overlast, of schade het gevolg is van rivierwaterstanden. Gebeurtenissen van regionale en boven regionale oorsprong vallen buiten de gemeentelijke zorgplicht. DEFINITIESTRUCTUREELNADELIG De gemeentelijke taakopvatting ten aanzien van de begrippen structureel en nadelig vullen we als volgt in: Structureel Structurele grondwateroverlast dient: wederkerend te zijn en gemeld (ten minste jaarlijks geregistreerd); en gedurende langere tijd voor te komen (tenminste één maand continu); en niet tijdelijk te zijn (tenminste twee jaar); en stabiel of toenemend te zijn. Nadelig Met nadelige gevolgen bedoelen we: chronische gezondheidsklachten; of schade aan gebouwen of infrastructuur; of het niet meer mogelijk zijn van de primaire functie vanuit het bestemmingsplan 4.4Oppervlaktewater Wij dragen als gemeente bij aan een goed watersysteem. Daarbij hebben we oog voor de ecologie, de stoffen in het water én het vermijden van (nieuwe) gezondheidsrisico’s. We streven ernaar om het watersysteem en de openbare ruimte in samenhang duurzaam in te richten. Ook passen we het landgebruik aan zodat voor alle functies een geschikte en zo natuurlijk mogelijke waterhuishoudkundige conditie bestaat. Strategie 2019-2023 Voor het aanpakken van kwetsbaarheden (neerslag, droogte, hitte, gezondheid) door klimaatverandering wordt een strategie bepaald. Wat kunnen we doen? Waar kunnen we grote winsten behalen? Hoe financieren we het? Om extreme weersituaties het hoofd te bieden en hinder, overlast en schade te beperken wordt de kwetsbaarheid voor de gevolgen van klimaatverandering in kaart gebracht. Er zijn maatregelen nodig om de kwetsbaarheid te verminderen: klimaatadaptatie. In West Betuwe beschouwen wij het oppervlaktewater als integraal onderdeel van het watersysteem, daar waar het gaat om klimaatadaptatie. Dit betekent dat alle betrokken gemeentelijke disciplines – waaronder in elk geval Riolering, Wegen en Groen – een aandeel hebben in de klimaatopgave en de maatregelen die wij hiervoor willen of moeten nemen. Het is daarom van belang dat wij in de aankomende planperiode een (gemeentelijke) visie ontwikkelen op het West Betuwse watersysteem als één geheel. Bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen neemt klimaatadaptatie een belangrijke plaats in zodat vanuit oppervlaktewater geen nieuwe kwetsbaarheden of gezondheidsrisico’s ontstaan door extreme neerslag, langdurige droogte en extreme hitte. Inwoners zijn op de hoogte van klimaatadaptatie, de rol van oppervlaktewater en de openbare ruimte daarin én de positieve rol die ze daar zelf in kunnen spelen. In de woon- en werkomgeving is water zichtbaar, bereikbaar en veilig voor bijvoorbeeld vissers en wandelaars. Uitgangspunten Gemeente en waterschap streven naar een robuust watersysteem waardoor inundatie alleen kan optreden bij extreme situaties. Het beheer van het stedelijke oppervlaktewater is of wordt door de gemeente West Betuwe overgedragen aan het waterschap. Dit past bij het principe “Ketenbeheer als ware er één beheerder”. Waterkwaliteitsbeheer richt zich op het functioneel gebruik van het water en de bijbehorende kwaliteitsdoelen. Klimaatadaptatie is gericht op het voorkomen van overlast door opwarming, schommelingen tussen droge en natte perioden, hevige regenval en het voorkomen van verslechtering van de kwaliteit van oppervlaktewater. De inrichting van stedelijk oppervlaktewater wordt bij voorkeur zo natuurlijk mogelijk vorm gegeven. Vermesting van oppervlaktewater wordt zoveel mogelijk voorkomen. Figuur 7 - Een wadi: een verdiepte groene zone die onder water kan lopen als dat nodig is om overlast op straat tegen te gaan. Het vormt tevens een filter- en reinigingsvoorziening voor het passerende hemelwater. 4.5Bedrijfsvoering Door verder te professionaliseren krijgen we meer grip op het systeem waardoor we nog beter in staat zijn om tijdig en effectief in te grijpen. We krijgen hierdoor de handen vrij om meer pro-actief te handelen en waarden te optimaliseren binnen de waterketen en de leefomgeving. Er wordt in de openbare ruimte in toenemende mate aandacht besteed aan assetmanagement. Dat vraagt om een betrouwbare, duurzame én flexibele openbare ruimte. Niet langer wordt een normgerichte benadering van risico gehanteerd, maar een effectgerichte (kans optreden en ernst gevolgen). Om de effecten te kunnen beoordelen, worden neerslag, waterpeilen, meldingen, enz. gemonitord en geanalyseerd. Strategie 2019-2023 We brengen de basissystemen en -registraties op orde en streven naar uniformiteit. We zullen in de aankomende planperiode de huidige systemen en contracten gaan inventariseren en evalueren. Van hieruit werken we toe naar 1 beheersysteem, 1 besturingssysteem en een standaard contractvorm. Dit alles zal bijdragen aan het streven naar 100% dekkende beheers- en functioneringsgegevens. Daarnaast zullen we een organisatiescan gaan uitvoeren (bijvoorbeeld op basis van de branchestandaarden van Rioned). Beheer van assets geschiedt vanuit een risicogestuurde benadering. De overgang van normgerichte benadering naar een risicogestuurde benadering van benodigde maatregelen betekent dat wij voortaan meer onderzoeken zullen uitvoeren voordat wij ingrijpen in de bestaande situatie. Bijvoorbeeld door gericht te meten en monitoren om de concrete effecten op het watersysteem te bepalen. Ook hier geldt vervolgens dat wij samen met alle waterketenpartners onderzoeken wat de meest doelmatige oplossing is om de risico’s voor de inwoners van West Betuwe te minimaliseren. In hoeverre de risico’s op overlast beperkt kunnen of moeten worden, kan per gebied verschillen. Bijvoorbeeld door hoge grondwaterstanden of slechte grondslag (veen) kan niet elk type voorziening of maatregel worden toegepast. In de aankomende planperiode zullen wij deze normdifferentiatie verder uit gaan werken. De processtappen die we daarbij zullen hanteren zijn: Het in beeld brengen van de kwetsbare locaties in West Betuwe Een integrale beoordeling van de kwaliteitstoestand en hydraulische knelpunten Een uniforme afstemming met klachten en meldingen Het vaststellen van een afwegingskader, waarbij kwetsbare of gevoelige locaties beter beschermd worden tegen overlast Figuur 8 - Het controleren van het lozingsdebiet van een gemaal (links), het graven van een proefsleuf om de ligging van kabels en leidingen te onderzoeken (midden) en schade aan kolken als gevolg van vuurwerk (rechts). De keten wordt beheerd als ware er sprake van één beheerder. Onder “Ketenbeheer als ware er één beheerder” verstaan wij dat het niet uit zou moeten maken – qua functioneren en beheer – of een voorziening van de gemeente is of van het waterschap. Samen kiezen we per specifiek geval de meest doelmatige oplossing, ongeacht de belanghebbende. Dit betekent bijvoorbeeld dat het beheer van IBA’s zoveel mogelijk bij het waterschap komt te liggen (vanwege de zuiveringsaspecten), maar dat het beheer van drukriolering bij de gemeente blijft. Waterbeheerders werken als één geheel om alle partijen van het benodigde water te voorzien en van ongewenst water te ontdoen. In dit kader is de nota “Samen door één buis” opgesteld waarin de samenwerking tussen gemeenten en waterschap is beschreven ten aanzien van het controleren van lozingen uit de riolering voor een doelmatig waterbeheer, verbeteren van de waterkwaliteit én de leefomgeving. Hierbij wordt ook gekeken naar de toekomstige ontwikkelingen, zoals de Omgevingswet. De gemeente heeft inzicht in het gedrag van het watersysteem door actief te meten en monitoren. In de aankomende planperiode zullen wij de kwaliteit en bruikbaarheid van de bestaande monitoringsnetwerken verbeteren. Waar nodig worden hiervoor (aanvullende) meetplannen opgesteld. Wij zullen een basis grondwatermeetnet gaan oprichten. Een dergelijk meetnet achten wij nodig om een breed en langdurig inzicht te hebben in de grondwaterhuishouding van onze gemeente. Uitgangspunten Knelpunten en kansen voor water zijn in beeld of worden in beeld gebracht en eenvoudige maatregelen worden uitgevoerd of meegenomen bij (her)inrichtingsplannen (werk-met-werk maken). De gemeente voert de primaire taken zelf uit, om reactievermogen en gebiedskennis te behouden. Om specialistische taken uit te voeren zetten we de regionale netwerken en externe adviseurs in. Oplossen van storingen en calamiteiten vindt tijdens (reguliere) werktijden plaats door de gemeente (bel- en herstellijn en waar mogelijk eigen buitendienst) en daarbuiten door gecontracteerde aannemer(s). Planmatig onderhoud en keuringen worden uitbesteed aan derden. Het gegevensbeheer en toezicht op werkzaamheden blijft een taak van de gemeente zelf, om kwaliteit en gebiedskennis te waarborgen binnen de eigen organisatie. 4.6Communicatie en participatie Inspelen op klimaatverandering en een doelmatige omgang met afval-, hemel- en grondwater kan de overheid niet alleen. De betrokkenheid van inwoners, bedrijven en belangenorganisaties is daarvoor essentieel. Maar veel mensen zijn zich nog onvoldoende bewust zijn van de waterrisico’s. Ook zijn ze weinig bekend met de maatregelen die de overheid neemt op het gebied van water en wat ze zelf kunnen doen om risico’s te beperken. Daarnaast is onvoldoende bekend wat de eigen verantwoordelijkheid is. In de waterketen zijn de rollen van overheid en burgers al enige tijd aan verandering onderhevig. Burgers worden mondiger en deskundiger, de overheid transparanter en meer servicegericht. Overheden betrekken burgers bij het vormen van beleid, het realiseren van werken en het onderhouden van openbare ruimte. Tegelijkertijd neemt de acceptatie van risico af en komen er steeds meer claims van burgers bij overheden. We willen via communicatie-inspanningen een bijdrage leveren aan het creëren van waterbewustzijn van inwoners. Om dit te bevorderen werken we in de afvalwaterketen intensief samen met de andere NWrR-gemeenten en het waterschap. Strategie 2019-2023 We laten burgers en bedrijven op goede wijze participeren in overheidstaken. Hierdoor nemen wederzijds begrip en betrokkenheid toe. De waterketen en het watersysteem vormen hier geen uitzondering op. In eerste instantie voor projecten en lokaal verwerken van hemelwater, op termijn ook voor lokaal verwerken van afvalwater. Wij beschouwen burgerparticipatie niet als doel op zichzelf, maar als middel om de andere waterdoelen zoals verwoord in dit WRP te bereiken. Burgers, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties hebben een belangrijke rol bij stedelijk water- en rioolbeheer. Naast directe communicatie met burgers, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties wordt ook ingezet op voorlichting via hoveniers, installateurs, woningstichtingen en onderwijs. Uitgangspunten Binnen de regio wordt aan de hand van bovengenoemde doelstellingen een passend pakket aan communicatiemiddelen ontwikkeld dat door elke gemeente kan worden ingezet om het waterbewustzijn van inwoners te vergroten. Communicatie moet leiden tot het vergroten van kennis en inzicht bij inwoners over het veranderende klimaat, ingestoken vanuit de consequenties en persoonlijke relevantie. Daarbij vertellen we niet alleen ons verhaal, maar voegen we ook waarden toe aan hun verhaal. Communicatie moet leiden tot het bevorderen van een waterbewuste houding bij inwoners: het realiseren van een reële houding en verwachting ten aanzien van de risico’s van klimaatverandering met begrip en draagvlak voor een eigen verantwoordelijkheid in preventie. Communicatie moet aanzetten tot waterbewust gedrag: inwoners mee laten denken over en uitvoering laten geven aan handelingsperspectieven. Figuur 9 - Een tuin volledig voorzien van doorlatende verharding (gras, planken, borders) met vertraagde afvoer via drainage (links) en het niet langer afvoeren van hemelwater bij een woning (rechts). 5UITVOERINGSPROGRAMMA 2019-2023 5.1Inleiding In het uitvoeringsprogramma zijn de activiteiten opgenomen die in de aankomende planperiode ondernomen gaan worden om invulling te geven aan de verplichtingen, doelen en ambities die in dit WRP zijn omschreven. Deze activiteiten zijn onderverdeeld in de categorieën regionale samenwerking, planvorming, onderzoek, onderhoud, uitvoeringsmaatregelen en facilitair / overig. 5.2Activiteiten Planvorming Plannen zijn onmisbare elementen in een doelmatig rioleringsbeheer. Zij geven richting aan de activiteiten en maatregelen die nodig zijn om de systemen goed te laten functioneren. Om kennis te delen en kosten te besparen voeren we ook gezamenlijke activiteiten uit met de andere gemeenten uit het samenwerkings-verband NWRR. Tijdens de planperiode stellen we de volgende plannen op: Tabel 2 - Uitvoeringsprogramma onderdeel Planvorming Planvorming 2019 2020 2021 2022 2023 Actualisatie BRP’s alle kernen € 25.000 € 25.000 € 25.000 € 25.000 € 25.000 Rioolcalamiteitenplan € 25.000 Inventarisatie / Onderhoudsplan duikers € 15.000 € 15.000 Actualisatie WRP € 37.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 30.000 Ruimtelijke adaptatie / maatregelenplan € 25.000 € 25.000 Jaarlijks operationeel plan € 5.000 € 10.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 Effecten nieuwe wet- en regelgeving (quickscan, OAS) € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 Regionale samenwerkings-activiteiten € 25.000 € 25.000 € 25.000 € 25.000 € 25.000 Communicatieplan (klimaat, waterbewustzijn, afkoppelen, etc.) € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 Netwerk watersysteem € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 Afvalwaterakkoord waterschap € 10.000 TOTAAL € 177.000 € 135.000 € 95.000 € 110.000 € 135.000 Onderzoek Om inzicht te behouden en te verkrijgen in de toestand en het functioneren van de watersystemen is onderzoek noodzakelijk. Tijdens de planperiode voeren we de volgende onderzoeken uit: Tabel 3 - Uitvoeringsprogramma onderdeel Onderzoek Onderzoek 2019 2020 2021 2022 2023 NEN 3140 inspecties gemalen, drukriolering, BBB’s € 25.000 € 60.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 NEN 3140 inspecties fonteinen en zuurstofblazers € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000 NEN 3140 inspecties IBA’s € 49.800 Onderzoek effecten dijkverzwaring op waterketen en waterysteem € 40.000 € 10.000 Benchmarks / analyses riolering en meetgegevens € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 Onderzoeken waterkwaliteit en waterafvoer € 115.000 € 25.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 Grondwatermeetnet (controle, onderhoud, rapportages, beheer) € 20.000 € 40.000 € 45.000 € 45.000 Onderzoek maatregelen overstorten € 10.000 Onderzoek lamellenfilters, lavabed € 5.000 € 5.000 Monitoring overstorten, gemalen, drukriolering, BBB’s € 8.000 € 8.000 € 8.000 € 8.000 € 8.000 Synchronisatie kostenkengetallen € 10.000 Synchronisatie processen als gevolg van fusie € 60.000 Onderzoek aanpak riolering Stadswal Asperen € 20.000 Onderzoeksopdrachten algemeen in relatie tot integraal watersysteem € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 Alle kernen Project inmeten putten, strengen/bbb's en gemalen €195.000 € 100.000 € 25.000 TOTAAL € 548.800 € 259.000 € 129.000 € 109.000 € 104.000 Beheer en Onderhoud We stemmen de onderhoudsinspanningen af op het in stand houden en het goed laten functioneren van het systeem. Tijdens de planperiode voeren we de volgende beheer- en onderhoudsactiviteiten uit: Tabel 4 - Uitvoeringsprogramma onderdeel Beheer en Onderhoud BeheerenOnderhoud 2019 2020 2021 2022 2023 Vrijvervalriolering - onderhoud (incl. kolken, uitleggers, overstorten, BBB’s, kolken) € 453.000 € 403.000 € 403.000 € 403.000 € 403.000 Vrijvervalriolering – reiniging en inspectie (incl. stortkosten) € 240.500 € 134.250 € 134.250 € 134.250 € 134.250 Kolken – reiniging (incl. stortkosten) € 101.000 € 101.000 € 101.000 € 101.000 € 101.000 Waterbergingsgebieden – onderhoud € 77.000 € 77.000 € 77.000 € 77.000 € 77.000 Schadevergoedingen waterketen / watersysteem € 20.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Gemalen – onderhoud € 100.000 € 100.000 € 100.000 € 100.000 € 100.000 NEN 3140 maatregelen gemalen / drukriolering / BBB’s € 95.000 € 40.000 € 60.000 Zuurstofblazers - onderhoud € 5.000 € 5.000 Druk-/Vacuümriolering – onderhoud € 345.000 € 295.000 € 295.000 € 295.000 € 295.000 IBA’s – onderhoud onderhoudsbijdrage waterschap € 108.580 - € 52.290 € 108.580 - € 52.290 € 108.580 - € 52.290 € 108.580 - € 52.290 € 108.580 - € 52.290 IBA’s – stroomkostenvergoeding € 20.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 BBB’s – onderhoud (AWA) € 17.500 € 17.500 € 17.500 € 17.500 € 17.500 Wadi’s – onderhoud € 8.000 € 8.000 € 8.000 € 8.000 € 8.000 Duikers – onderhoud, calamiteiten € 101.000 € 71.000 € 71.000 € 71.000 € 71.000 Divers klein onderhoud € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 SUBTOTAAL € 1.689.290 € 1.393.040 € 1.353.040 € 1.418.040 € 1.353.040 TOEREKENING NEVENACTIVITEITEN(zie paragraaf 6.4 voor een toelichting) Bermsloten – onderhoud (10%) € 32.708 € 32.708 € 32.708 € 32.708 € 32.708 Watergangen – baggeren (75%) € 195.801 € 195.801 € 195.801 € 195.801 € 195.801 Watergangen – beschoeiingen (75%) € 33.008 € 33.008 € 33.008 € 33.008 € 33.008 Straatreiniging (60%) € 104.100 € 151.386 € 151.386 € 151.386 € 151.386 Onkruidbestrijding (50%) € 149.000 € 167.228 € 167.228 € 167.228 € 167.228 SUBTOTAAL € 514.616 € 580.130 € 580.130 € 580.130 € 580.130 TOTAAL € 2.373.906 € 1.973.170 € 1.933.170 € 1.998.170 € 1.933.170 Maatregelen De basis-investeringsplanning voor de planperiode is samengesteld uit alle reguliere, cyclische vervangingsplanningen van de drie voormalige gemeenten. Deze planning is aangevuld met de specifieke projecten die in de aankomende jaren worden voorzien. Deze projectenlijst bestaat uit verschillende kleine en grote projecten ter vervanging of verbetering van bestaande voorzieningen, maar ook uit nieuwe oplossingen in het kader van klimaatadaptatie en optimalisaties van systemen. Tabel 5 - Uitvoeringsprogramma onderdeel Maatregelen – investeringen Maatregelen 2019 2020 2021 2022 2023 Uitbreidingen (GrEx) € 2.569.542 € 988.892 € 938.892 € 2.479.817 Verbeteringsmaatregelen Grondwatermeetnet inrichten tbv 100st peilbuizen. € 60.000 Integrale projecten (multidisciplinair) € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 Klimaatmaatregelen € 248.000 € 246.000 € 481.000 € 481.000 € 481.000 Watersysteem maatregelen onvoorzien € 100.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 Cyclische vervangingen Vrijvervalriolering € 450.000 € 400.000 € 606 373 € 500.000 € 650.000 Rioolgemalen € 346.000 € 196.000 € 171.000 € 171.000 € 171.000 Drukriolering € 266.000 € 291.000 € 291.000 € 291.000 € 291.000 IBA’s € 378.356 € 461.522 € 378.356 € 378.356 € 378.356 Projecten Specifieke projecten / vervanging / verbetering / aanpassing € 3.524.475 € 3.574.475 € 3.368.102 € 3.474.475 € 3.324.475 TOTAAL € 8.032.372 € 6.417.889 € 6.434.722 € 7.975.647 € 5.495.830 Facilitair / Overig Voor een goed beheer van het stedelijk watersysteem hebben we te maken met verschillende ondersteunende activiteiten en bijkomende kosten, bijvoorbeeld energieverbruik, softwarekosten en communicatiemiddelen: Tabel 6 - Uitvoeringsprogramma onderdeel Facilitair / Overig Facilitair / Overig 2019 2020 2021 2022 2023 Perceptiekosten € 47.000 € 47.000 € 47.000 € 47.000 € 47.000 Electriciteitsverbruik € 153.000 € 153.000 € 153.000 € 153.000 € 153.000 Belastingen € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000 Waterverbruik € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000 Verzekeringen € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000 Telefoniekosten € 26.000 € 26.000 € 26.000 € 26.000 € 26.000 Telemetriekosten € 16.000 € 16.000 € 16.000 € 16.000 € 16.000 Beheerprogramma hosting / service € 20.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Verontreinigingsheffing RWS € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000 Abonnementskosten € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000 Rioleringssoftware / -cursussen € 44.000 € 44.000 € 44.000 € 44.000 € 44.000 NEN 3140 Parkstad advisering € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 Nieuwe rioolaansluitingen € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 Afkoppelsubsidie € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 Aanpassing gemalen door omnummering nieuwe gemeente € 18.000 TOTAAL € 98.000 € 380.000 € 380.000 € 380.000 € 380.000 Tabel 7 - Overig niet BTW plichtig Overig – niet BTW plichtig 2019 2020 2021 2022 2023 Druk-/Vacuümriolering – onderhoudsoverdracht Leerdam € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000 6ORGANISATIE EN KOSTENDEKKING 6.1Inleiding Als eerste stap in het harmonisatietraject tussen de drie voormalige West Betuwe gemeenten heeft een onderzoek plaatsgevonden naar het uniformeren van de financiering van de gemeentelijke watertaken en het inzichtelijk maken welke (bestuurlijke) keuzes hiervoor nodig zijn. De mogelijke keuzes en bijbehorende consequenties zijn in een rapportage vastgelegd. Het onderzoek heeft geleid tot een (ambtelijke) basisvariant met daarin opgenomen de meest wenselijke en haalbare combinatie van uitgangspunten. Deze voorkeurscombinatie is mede tot stand gekomen met inbreng van de verschillende (financiële) werkgroepen die het fusieproces begeleiden. De betreffende uitgangspunten zijn daar waar nodig verder toegelicht in dit hoofdstuk. 6.2Personele middelen Conform het berekeningsmodel van Rioned is voor de invulling van de gemeentelijke watertaken in West Betuwe een personele capaciteit nodig van circa 8 fte, bij het uitbestedingspercentage dat als haalbaar en wenselijk wordt geacht binnen de gemeente, zodanig dat voldoende (gebieds)kennis en kunde binnen de eigen organisatie behouden blijft. Wanneer er voor gekozen zou worden om helemaal niet uit te besteden neemt de benodigde formatie fors toe, zoals in onderstaande tabel is weergegeven: Tabel 8 - Benodigde personele capaciteit West Betuwe periode 2019-2023 Onderdeel Benodigde formatie Maximale uitbesteding Benodigde formatie Reëel % uitbesteding Benodigde formatie Geen uitbesteding Planvorming, Onderzoek, Facilitair 2.3 fte 4.0 fte 5.1 fte Onderhoud 3.2 fte 4.0 fte 9.9 fte SUBTOTAALexclusief voorbereiding & toezicht 5.5 fte 8.0 fte 15.0 fte Maatregelen – VATvoorbereiding & toezicht 3.8 fte 4.6 fte 9.4 fte TOTAAL 9.3 fte 12.6 fte 24.4 fte De berekende formatie komt op hoofdlijnen overeen met de gecombineerde capaciteit van de drie voormalige gemeenten na de fusie. Hierbij zijn enkele formatieplaatsen al samengevoegd of anders ingedeeld. Op basis van de ervaren bezetting in de voormalige gemeenten is er voor de aankomende planperiode geen aanleiding voor een verdere aanpassing in de beschikbare capaciteit. De capaciteit voor voorbereiding en toezicht maakt in financiële zin onderdeel uit van de in het kostendekkingsplan opgenomen investeringsbedragen. De in tabel 10 opgenomen bedragen vormen de 8.0 fte voor Planvorming, Onderzoek, Facilitair en Onderhoud. Tabel 9 - Loonkosten en overhead (prijspeil 2018), op basis van Handleiding Overheidstarieven 2018 (Min. BZK) Kostenpost 2019 2020 2021 2022 2023 Direct toerekenbare loonkosten € 513.001 € 513.001 € 513.001 € 513.001 € 513.001 Overhead € 141.312 € 141.312 € 141.312 € 141.312 € 141.312 Totaal € 654 313 € 654 313 € 654 313 € 654 313 € 654 313 6.3Uitgangspunten kostendekkingsplan Het kostendekkingsplan maakt onderscheid in exploitatiekosten en investeringsuitgaven met betrekking tot de gemeentelijke watertaken. Bij de exploitatiekosten gaat het om jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten, die nodig zijn voor een goed en doelmatig rioleringsbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden als gevolg van de Wet gemeentelijke watertaken. Door efficiënter te werken kan de noodzakelijke prijsstijging zoveel als mogelijk worden beperkt. Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeterings-investeringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en doorgaans worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten, die daaruit voortkomen, -de kapitaallasten- bestaan uit rente en afschrijvingen. Om tot een kostendekkend tarief te komen hebben is een financiële doorrekening van de rioolheffing over 60 jaar gemaakt. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Rente en inflatie De rente op boekwaarde van investeringen bedraagt 1,50%. Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen. Er vindt geen indexatie plaats van de uitgaven (als gevolg van inflatie). BTW In het kader van de Wet BCF belasten we jaarlijks een percentage van 21% aan BTW door aan de rioolheffing (ten gunste van de algemene middelen), op basis van het gemiddelde aan directe exploitatiekosten en investeringen per jaarschijf. Dit komt neer op € 1.412.404,- (in 2019: € 1.290.687,-). Investeringen De uitbreidings-, verbeterings- en vervangingsinvesteringen zijn geraamd volgens de uitgangspunten van de voormalige, individuele gemeenten. Op deze wijze kon het beste recht gedaan worden aan de verschillen in type, omvang en locatiespecifieke omstandigheden van de projecten. In de aankomende planperiode zullen de kostenkengetallen waar nodig herzien worden. In het kader van klimaatadaptatie is – ten opzichte van het totaal aan investeringen per jaar - een aanvullend investeringsbudget van 5% in 2019 en 2020 voorzien. Vanaf 2021 is dit 10%. Dit budget is bedoeld voor op dit moment nog onvoorziene kansen om (noodzakelijke) klimaatadaptatie te verwerken in zowel lopende als nieuwe projecten. We activeren alle investeringen en hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen: De afschrijvingstermijn op investeringen in vrijvervalrioleringen, persleidingen, druk- en vacuüm-rioolleidingen en in de bouwkundige delen van gemalen, pompunits en randvoorzieningen bedraagt 60 jaar De afschrijvingstermijn op investeringen in de elektro-/mechanische delen van gemalen, IBA’s, pompunits en randvoorzieningen bedraagt 20 jaar. De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgende op het jaar van de ingebruikname van de investering. Voorzieningen Het saldo van de Voorziening Riolering (BBV 44.2) bedraagt per 1 januari 2019: € 5.807.664,--. Het saldo van de Voorziening Riolering (BBV 44.2) mag gedurende de gehele beschouwde periode (60 jaar) niet negatief zijn. Er is geen maximum gesteld aan het saldo gedurende de beschouwde periode in de Voorziening Riolering (BBV 44.2). Heffingseenheden Het aantal (equivalente) heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2019: 20.677. De eerste 10 jaar van de beschouwde periode stijgt dit aantal tot 22.022 eenheden conform de verwachte bouwplannen. In de 10 jaar daarna stijgt dit door tot 22.741 eenheden. Rioolheffing De rioolheffing per heffingseenheid bedraagt in 2019 (startjaar) € 333,00. Jaarlijks wordt uitgegaan van een kwijtscheldingspercentage van 2,7%. In het startjaar
(2019)betekent dit en inkomstenvermindering van circa € 185.000,- De rioolheffing mag maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b). Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan. Reserveren voor tariefsegalisatie of het dekken van toekomstige vervangingsinvesteringen – door dotaties aan de (spaar)voorziening – is wel toegestaan. De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de verbrede watertaken. 6.4Toerekening nevenactiviteiten Er mogen nevenactiviteiten toegerekend worden aan de rioolheffing als de betreffende activiteit wordt verricht ter nakoming van (één of meerdere van
- de)zorgplichten. Het deel dat niet aan de rioolheffing wordt toegerekend komt voor rekening van één of meerdere andere taakvelden binnen de gemeente, bijvoorbeeld Groenbeheer of Afval. Nevenactiviteiten die in West Betuwe worden toegerekend aan de rioolheffing zijn: Bermsloten onderhoud (10%) Het maaien en het op orde houden van het stroomprofiel draagt bij aan het behoud van bergings- en afvoercapaciteit (hemelwaterzorgplicht). Baggeren & Beschoeiingen (75%) Het baggeren en in stand houden van beschoeiingen draagt bij aan het behoud van bergings- en afvoercapaciteit van de watergangen (hemelwaterzorgplicht). Het baggeren draagt daarnaast bij aan het voorkomen van ongewenste milieueffecten als gevolg van slibaanwas vanuit overstorten (afvalwaterzorgplicht). Straatreiniging (60%) Het vegen van de straten voorkomt zand- en vuilinspoeling in de kolken en het riool. Dit draagt bij aan een goede werking van deze voorzieningen (hemelwaterzorgplicht) en voorkomt verhoogde onderhoudskosten als gevolg van verstoppingen in het riool (hemelwater- en afvalwaterzorgplicht). Onkruidbestrijding (50%) Het bestrijden van onkruid draagt bij aan het behoud van de afvoercapaciteit van de bovengrondse verhardingen en straatkolken (hemelwaterzorgplicht). 6.5Rioolheffing De voornoemde uitgangspunten leiden tot het volgende uitgavenpatroon voor West Betuwe in de periode 2019 t/m 2077: Figuur 10 – Verwacht uitgavenpatroon West Betuwe 2019-2079 (prijspeil 2018) De weergegeven resultaten op de volgende pagina’s zijn inclusief BTW doorbelasting en inclusief verwerking van uitbreidingsinvesteringen (GrEx). Dit is conform de voorgestelde uitgangspunten uit het financiële voortraject. In dit plan is de volgende financieringswijze gehanteerd: Variant A (basisvariant) – Sparen Voor vervangings- en verbeteringsinvesteringen wordt vooraf gespaard via een spaarvoorziening. Op boekwaarden van restinvesteringen wordt versneld afgeschreven met de spaarbedragen uit latere jaren Tarief blijft t/m 2022 gelijk, daarna tariefsstijging t/m 2029, met als doel het volledig wegwerken van alle (rest)boekwaarden van vervangingen en verbeteringen na 40 jaar Variant B (alternatief) – Activeren Alle investeringen worden geactiveerd en langjarig afgeschreven. Tarief heeft een lichte stijging in de aankomende planperiode, daarna tariefsstijging van 6 jaar waarmee de inkomsten de lasten zo goed mogelijk volgen, zodat hoog saldo in voorziening wordt vermeden Als investeringen worden geactiveerd leidt dit tot een boekwaarde. Uit de boekwaarde volgen kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) voor een bepaalde duur. Ook de resterende boekwaarden van in het verleden geactiveerde investeringen leiden in de beschouwde periode nog tot kapitaallasten. Als de (markt)rente stijgt, stijgen de rioleringslasten direct mee. Dit zal leiden tot overeenkomstige tariefsstijgingen. In de basisvariant worden alleen de uitbreidingsinvesteringen geactiveerd. Voor de overige investeringen wordt gespaard. Op boekwaarde die toch nog ontstaat als er onvoldoende spaarsaldo is (de restinvesteringen) wordt versneld afgeschreven. Hierdoor wordt de toename van de boekwaarde sterk gereduceerd en op langere termijn zelfs voorkomen. De lagere boekwaard(
- n)leiden tot lagere rentelasten en minder risico ten aanzien van toekomstige rente-ontwikkelingen. In de alternatieve variant worden alle investeringen geactiveerd. Dit leidt tot nieuwe langdurige financiële verplichtingen en – zeker op langere termijn - tot een aanzienlijk hogere restschuld. Basisvariant (Sparen) Alternatief (Activeren) Figuur 11 - verwacht verloop boekwaarden West Betuwe 2019-2079 (prijspeil 2018) Het uitgavenpatroon zoals weergegeven in Figuur 10 in combinatie met het boekwaardeverloop in Figuur 11 leidt tot het lastenpatroon zoals weergegeven in Figuur 12. Hierin zijn ook de benodigde totaalinkomsten weergegeven om deze te kunnen dekken volgens de gestelde randvoorwaarden. De oude kapitaallasten verlopen onafhankelijk van de financieringsvariant; deze lasten blijven in beide varianten gelijk. Door de toegevoegde spaarbedragen loopt het lastenniveau in de basisvariant aanvankelijk sterker op, maar wordt uiteindelijk een lastenniveau bereikt dat structureel lager ligt dan wanneer er niet gespaard zou worden. Hoe sneller het tarief stijgt, des te eerder kan dit structurele lastenvoordeel bereikt worden. In de alternatieve variant leiden de directe kosten, boekwaarden en extracomptabele toerekeningen aanvankelijk tot lager lastenniveau. Met de tijd buigt dit echter om in een doorlopend stijgend – en structureel hoog blijvend - lastenpatroon (Figuur 12). Basisvariant (Sparen) Alternatief (Activeren) Figuur 12 - verwacht lastenpatroon West Betuwe 2019-2079 (prijspeil 2018) De benodigde inkomsten zoals weergegeven in Figuur 12 zijn in Figuur 13 vertaald naar het benodigde tarief van de rioolheffing. Hierbij gaat het om de gemiddelde rioolheffing per (equivalente) heffingseenheid, op basis van prijspeil 2018. Om een kostendekkend tarief te behouden dient de vermelde stijging vermeerderd te worden met de jaarlijkse indexatie op basis van inflatie. Vanaf 2023 stijgt het tarief in de basisvariant gedurende 7 jaar met 5,4% (circa € 18,- tot €25,-) per jaar tot € 483,- in 2023. Na 40 jaar kan het tarief structureel met 15% (circa € 70,-) verlaagd worden tot € 411,-. In de alternatieve variant stijgt het tarief vanaf 2024 gedurende 7 jaar met 1,5% (circa € 5,-) per jaar tot € 370,- in 2029. Daarna moet de lastenontwikkeling gevolgd worden door middel van een extra stijging tot € 457,- (totaal 24% over 25 jaar). Figuur 13 - verwacht heffingsverloop West Betuwe 2019-2079 (prijspeil 2018) In de basisvariant zorgt het variabele spaarbedrag voor een lastenegalisatie, waardoor de egalisatievoorziening (art. 44.2 BBV) in de berekening niet actief meer wordt ingezet. De in het startjaar nog wel aanwezige egalisatievoorziening wordt in de planperiode indirect verbruikt door de spaarvoorziening versneld aan te vullen vanuit de rioolheffing. Zo wordt het positieve effect van sparen maximaal benut. Gedurende het grootste gedeelte van de beschouwde periode blijft de spaarvoorziening leeg: alle jaarlijkse spaarbedragen worden nog in hetzelfde jaar volledig gebruikt voor het verminderen van de nieuwe investeringslast of het versneld afschrijven op restinvesteringen uit eerdere jaren. Het in de alternatieve variant begrote verschil tussen baten en lasten wordt jaarlijks verwerkt in de Voorziening riolering om het tarief te egaliseren. Basisvariant (Sparen) Alternatief (Activeren) Figuur 14 - verwacht verloop (saldo 31/12) van de rioleringsvoorziening(
- en)West Betuwe 2019-2079 (prijspeil 2018) 6.6Trendanalyse De in de vorige paragraaf uiteengezette financieringsvarianten laten de verschillen zien tussen het activeren (afschrijven achteraf) en het sparen vooraf. Op de korte termijn geeft activeren een voordeel (langjarig afschrijven is per jaar voordeliger dan het voldoende vullen van de spaarpot), maar op lange termijn levert sparen - door het voorkomen van rentelasten - een structureel voordeel. Hoe deze twee voordelen zich tot elkaar verhouden is ten eerste afhankelijk van het aangehouden spaartempo en ten tweede van het geldende rentepercentage. De huidige omslagrente waar mee gerekend is bedraagt 1,5%. Wanneer dit rentepercentage zou stijgen, neemt het spaarvoordeel (rente voorkomen) toe ten opzichte van het activeringsvoordeel (lasten uitsmeren naar latere jaren). In onderstaande grafiek is het kostendekkingsplan herberekend (voor zowel sparen als alles activeren) onder de aanname dat de rente vanaf 2024 tot 2029 toeneemt tot 4% of zelfs tot 8%. Uit bovenstaande analyse volgt dat sparen leidt tot een sterk gereduceerde afhankelijkheid van renteveranderingen. In geval van alles activeren moet bij een rente van 8% een tarief bereikt worden van € 764,- (circa € 300,- hoger dan bij 1,5%). In de spaarvariant is aanvankelijk een tarief nodig van € 607,- (circa € 125,- hoger dan bij 1,5%). In de spaarvariant blijft bovendien de tariefsverlaging nog steeds mogelijk, waardoor het voordeel ten opzichte van de activeringsvariant oploopt tot circa € 325,-. BIJLAGEA – BEGRIPPENLIJST Aanbod op RWZI De totale hoeveelheid afvalwater die wordt aangeboden aan de RWZI. Afvalwaterakkoord Een akkoord tussen Waterschap en Gemeente. Het bevat afspraken over overnamepunten en afnamehoeveelheden. Daarnaast staat in het afvalwaterakkoord hoe partners omgaan met uitwisseling van (meet)gegevens, elkaar informeren in de situatie van groot onderhoud of calamiteiten, enzovoort. Afvloeiend hemelwater Neerslag die tot afstroming komt. Afkoppelen/niet-aankoppelen Het op de gemengde of vuilwaterriolering aangesloten afvoerend verhard oppervlak loskoppelen en aansluiten op een hemelwatervoorziening. Bij nieuwbouw: het niet aansluiten van afvoerend verhard oppervlak op een vuilwatersysteem. Afnamehoeveelheid De toegestane hoeveelheid regenwater dat op het overnamepunt wordt aangeboden. Afvalwater Al het water waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Afvalwatersysteem Het geheel van rioleringstechnische en zuiveringstechnische werken (waaronder riolering, gemalen, persleidingen, RWZI) Algemene regels De lozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Basisrioleringsplan (BRP)/verbreed BRP. Plan waarin de hydraulische afvoercapaciteit, de vuilemissie en het aanbod op de RWZI wordt getoetst voor de bestaande en toekomstige plansituatie (planhorizon ca. 10-15 jaar). Het plan bevat in de regel verbeteringsmaatregelen om in de toekomstige situatie te voldoen aan de wensen/eisen van gemeente en waterbeheerder. In een verbreed BRP zijn de zorgplichten grondwater en hemelwater meer expliciet uitgewerkt. Bedrijfsafvalwater Afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is. Boorkernonderzoek Inspectiemethode waarbij door middel van een boring een kern uit de bovenkant van de rioolbuis wordt genomen en beproefd op sterkte. Buitenriolering Het geheel van rioleringsobjecten voor inzameling en transport van afvalwater dat zich buiten gebouwen bevindt. Het gaat hierbij om riolen, putten, kolken, perceel- en kolkaansluitleidingen, rioolgemalen, riooloverstorten, zinkers, randvoorzieningen etc. Classificatie Indeling van de toestandsaspecten riolering in schadeklassen. Drukriolering Een mechanisch rioleringssysteem waarbij het afvalwater via kleine pompjes en persleidingen wordt verpompt naar een ontvangstput. Drukriolering wordt vaak toegepast in het buitengebied. DWA-systeem Zie vuilwatersysteem. Gemeentelijk rioleringsplan (vGRP)/verbreed GRP Een strategische beleidsnota waarin op hoofdlijnen de visie van het gemeentebestuur voor de komende planperiode is neergelegd met betrekking tot aanleg en beheer van het rioleringssysteem. Het vGRP is een verplicht planinstrument volgens de Wet Milieubeheer (in de toekomst Omgevingswet). In een verbreed vGRP is het beleid mbt de zorgplichten grondwater en hemelwater concreet uitgewerkt. Gemengd rioolstelsel (GEM) Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door één buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd. Gescheiden rioolstelsel (GS) Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsels worden ingezameld en afgevoerd. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een RWZI, (een groot deel van) het regenwater wordt rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater. Groene berging Verdiepte groenvoorziening voor de tijdelijke opvang van overtollig regenwater. Grondwater Spreekt voor zich, geen wettelijke definitie. Hemelwatersysteem Het geheel aan voorzieningen voor de gescheiden inzameling en transport van hemelwater. Hoofdrioolgemaal Eindgemaal, meestal in beheer en eigendom van een waterbeheerder, via welke het afvalwater wordt getransporteerd naar een RWZI. Huishoudelijk afvalwater Afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden. Hydraulische afvoercapaciteit De capaciteit van een rioolstreng of rioleringssysteem om overtollig water af te voeren. IBA Systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater, met een dusdanig zuiveringsrendement dat het effluent zonder verdere (na)bewerking op oppervlaktewater of in de bodem mag worden geloosd. Industrieel afvalwater Afvalwater afkomstig van industrieën of bedrijven. Ingrijpmaatstaf Grenstoestand van een rioleringsobject waarbij ingrijpen noodzakelijk is en maatregelen moeten worden opgesteld. Inspecteren Het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand van rioleringsobjecten. Microverontreiniging Verontreiniging die in een concentratie van een miljoenste gram of minder per liter of kilogram voorkomt en biologische effecten kan veroorzaken. Bijvoorbeeld: zware metalen PCB.'s, PAK.'s (organische microverontreinigingen), bestrijdingsmiddelen maar ook medicijnresten en hormoonstoffen. Openbare riolering Het gedeelte van de buitenriolering in eigendom en beheer bij de overheid (in de meeste gevallen is dit de gemeente). Operationeel aanlegprogramma Beschrijving van op korte termijn aan te leggen riolering naar aard, omvang en tijdstip. Operationeel maatregelenprogramma Beschrijving van op korte termijn uit te voeren (beheer)maatregelen met betrekking tot onderhoud, reparatie, renovatie, vervanging en verbetering naar aard, omvang en tijdstip. Operationeel onderzoeksprogramma Beschrijving van de op korte termijn uit te voeren benodigde onderzoeken. Overlastfrequentie Het theoretisch gemiddeld aantal malen per jaar dat ernstige hinder of wateroverlast optreedt als gevolg van o.a. een gebrekkige hydraulische afvoercapaciteit. Overnamepunt Punt waar de overdracht plaatsvindt van het afvalwater uit de riolering aan het transportsysteem van het waterschap. Persleiding Een leiding waardoor rioolwater met gebruikmaking van één of meerdere pompen onder overdruk wordt afgevoerd. Randvoorziening Vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel met als het doel het afvangen van vuil en/of bergen van overtollig afvalwater. Dergelijke voorzieningen worden toegepast ter verbetering van de waterkwaliteit. Regenwaterriool Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van afstromend regenwater. Regenwatersysteem Zie "RWA-systeem". Regenwateruitlaat Voorziening bedoeld voor de directe lozing van regenwater op oppervlaktewater of groene berging. Regenweerafvoer (rwa) Afvoer van huishoudelijk afvalwater vermengd met ingezameld hemelwater. Relinen Het inbrengen van een verstevigende constructie ter versterking van de buis. Meestal in de vorm van een in te brengen flexibele kous die door hete lucht, of water en/of licht uithardt en de buis duurzaam herstelt. Retentiebassin Een ruimte al of niet overdekt, voor het tijdelijk opslaan van overtollig regenwater. Riolering Het geheel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater. Rioleringsbeheer Zorg voor het goed functioneren van het rioleringssysteem. Rioolheffing De belasting die inwoners en bedrijfsleven moeten betalen om gebruik te mogen maken van de riolering. De heffing kan uit een aansluitheffing en een afvoerheffing bestaan. De aansluitheffing wordt geheven wegens het hebben van een aansluiting op het gemeentelijk riool. De rioolafvoerheffing wordt geheven wegens het afvoeren van rioolwater afkomstig van de gebruiker van een onroerend goed. Rioleringsbeheerplan (RBP)/verbreed RBP In een rioleringsbeheerplan staat op welke wijze het rioleringssysteem wordt beheerd. Het bevat o.a. onderhoudsstrategieën en een vervangingsplanning riolering. In een verbreed RBP is het onderhoud en beheer ook uitgewerkt voor hemelwater- en grondwatervoorzieningen. Rioolbeheerder Openbaar lichaam belast met de zorg voor (het goed functioneren van) de riolering (meestal een gemeente). Rioolgemaal Bouwwerk met een inrichting voor het verpompen van afvalwater. Riooloverstortput Voorziening die bij hevige of langdurige neerslag in werking treedt en het overtollige regenwater loost op een voorziening of direct op oppervlaktewater. Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Een installatie waar het afvalwater wordt ontdaan (van een groot deel) van de verontreinigingen. Rioleringssysteem Samenstel van riolen en rioolputten voor de inzameling en het transport van afvalwater. RWA-systeem Rioolstelsel alleen bestemd voor de inzameling en het transport van regenwater. Stedelijk afvalwater Huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Verbeterd gemengd rioolstelsel (VGM) Gemengd rioolstelsel met ter plaatse van één of meerdere lozingspunten een randvoorziening met als doel vuilemissiereductie. Verbeterd gescheiden rioolstelsel (VGS) Gescheiden rioolstelsel waarbij een deel van het (meest vervuilde) regenwater wordt verpompt naar de RWZI of alternatieve locatie voor de behandeling van verontreinigd regenwater. Verhard oppervlak Het op de riolering aangesloten oppervlak dat tijdens neerslag regenwater afvoert naar het rioleringsssysteem. Visuele inspectie Het op (in)directe wijze inspecteren van de toestand van een rioleringsobject. Hierbij wordt vaak gebrik gemaakt van optische hulpmiddelen zoals spiegels, fotocamera, tv-camera of maninspectie. Vrijvervalriolering Rioleringssysteem waarbij het transport van afvalwater plaatsvindt door middel van de zwaartekracht. Vuilemissie Het totaal aan vervuilende stoffen afkomstig uit het rioleringssysteem dat (in)direct via riooloverstortputten wordt geloosd op oppervlaktewater. Vuilwaterriool Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater. Vuilwatersysteem Het geheel aan voorzieningen voor de gescheiden inzameling en transport van stedelijk afvalwater. Waarschuwingsmaatstaf Grenstoestand van een rioleringsobject waarbij de actuele toestand discutabel is en nader onderzoek benodigd. Water-op-straat Het verschijnsel tijdens hevige of langdurige neerslag dat water uit de riolering op straat komt te staan of dat regenwater niet in de riolering kan stromen als gevolg van een onvoldoende of belemmerde afvoercapaciteit. Wateroverlast Het verschijnsel dat "water op straat" overgaat in wateroverlast in de vorm van ernstige hinder (langdurige onbereikbaarheid) of leidt tot waterschade (bijvoorbeeld water in de woning). Zorgplicht stedelijk afvalwater De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen. Zorgplicht hemelwater De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. Zorgplicht grondwater De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen ten einde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het Waterschap of de provincie behoort. BIJLAGEB – SAMENWERKING IN DE WATERKETEN (NWRR) Aanleiding In april 2011 hebben Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven het Bestuursakkoord Water (BAW) ondertekend. Onderdeel uit het BAW is de landelijke opdracht om tot samenwerking te komen binnen de regionale waterketen en daarmee een bijdrage te leveren aan drie k’s: •Besparen van kosten; •Verbeteren van kwaliteit; •Verminderen van kwetsbaarheid. Een belangrijke pijler van het Bestuursakkoord Water, naast de financiële besparingsdoelstellingen, is samenwerking. Voor de gemeenten betreft het samenwerking tussen gemeenten onderling, maar ook samenwerking met andere waterpartners zoals het waterschap. Belangrijke punten in het Bestuursakkoord Water zijn het verhogen van de doelmatigheid door de kwaliteit van het beheer te verbeteren en de kwetsbaarheid te verminderen. Het afvalwaterbeheer wordt verder geprofessionaliseerd, kennis wordt geïntensiveerd en toegepast, duurzaamheid door innovaties wordt verhoogd en de personele kwetsbaarheid van het beheer wordt verminderd door capaciteit- en kennisbundeling. In de regionale samenwerkingsverbanden worden beheer- en onderhoudstaken gezamenlijk opgepakt voor zover dit doelmatig is. De regionale samenwerkingsverbanden in het gebied waarin de gemeenten liggen zijn aanbevolen door de Visitatiecommissie Waterketen vanuit het Bestuursakkoord Water met als doel om kosten te besparen. Samenwerking gaat echter over meer dan alleen kostenbesparing. De meeste winst zit met name in kennisdeling en het voorkomen van kwetsbaarheid. Hierbij mag niet worden ingeboet op kwaliteit. Uiteraard blijft kostenbesparing belangrijk. Netwerk Waterketen regio Rivierenland (NWrR) De colleges van de tien gemeenten in de regio Rivierenland en het waterschap gaven naar aanleiding van het BAW eind 2011 opdracht tot het opzetten van het Netwerk Waterketen regio Rivierenland (de NWrR) door het uitwerken van een procesplan, een Feitenonderzoek en een Business case. Op basis daarvan is een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) ondertekend in september 2013 en een Basisovereenkomst (BOK) onderzoek en analyse in oktober 2014. Gemeenten blijven zelf verantwoordelijk voor de invulling van de drie zorgtaken en voor hun VGRP. De samenwerking ontwikkelt zich naar behoefte en actualiteit en bereidheid en draagvlak. De gemeenten hebben besloten om hun verbrede gemeentelijke rioleringsplan gezamenlijk op te stellen. Hierdoor versterken de partijen elkaar en leren ze van elkaar. De gemeenten hebben een gezamenlijke visie op de waterketen gevormd, samen met buurregio Werkeenheid Regio Nijmegen (WRN) en beleid en ambitie afgestemd. Waterschap Rivierenland is nauw betrokken bij het gezamenlijk opstellen van het beleid en de visie en maakte onderdeel uit van het projectteam. Regionaal Feitenonderzoek
(2012)In 2012 hebben de tien gemeenten en het waterschap een Feitenonderzoek gedaan naar de doelmatigheid in de waterketen en naar de kansen voor samenwerking, professionalisering en besparingen. Samenwerking biedt kansen voor het regionaal afstemmen van beleid, het ontwikkelen en delen van kennis, met name op het gebied van klimaatadaptatie; het beter verdelen van de taken en daarmee uiteindelijk op het besparen van kosten. Uit het Feitenonderzoek volgde dat gemeenten en waterschap de verwachte stijging van de kosten vanaf 2020 met circa 10% omlaag kunnen brengen (‘minder meerkosten’). Dat betekent een besparingsopgave van jaarlijks circa € 2 miljoen vanaf 2020. Businesscase
(2013)In 2013 is de NWrR businesscase uitgewerkt, waarbij het ging het om de professionalisering in de waterketen en het ontwikkelen van een NWrR visie. De kernvraag die in de businesscase beantwoordt moest worden luidde: “Hoe richten we de waterketen in de regio Rivierenland het meest doelmatig in?”. De NWrR doelmatig inzetten Doelmatigheidsverbeteringen in het samenwerkingsverband ontstaan door de 'waterketen onderwerpen' concreet te maken. Anders gezegd, er moeten processen binnen de waterketen worden uitgewerkt waarbij producten worden geleverd die: De kwaliteit verhogen door kennis te delen, De kwetsbaarheid verlagen door vóór elkaar te werken en De kosten reduceren door af te stappen van normatieve maatregelen maar maatwerk te leveren. Actief de regionale waterketenkansen oppakken is het motto. De NWrR visie t.a.v de autonomie Om slagvaardig draagvlak te ontwikkelen is het uitgangspunt dat de samenwerking tussen de partijen met behoud van beleidsautonomie van gemeenten en het waterschap blijft. Gemeenten moeten o.a. de gemeentelijke rioleringsplannen en de hoogte van de rioolheffing vaststellen. Het waterschap blijft o.a. verantwoordelijk voor haar waterbeheerplan en de hoogte van de zuiveringsheffing. De NWrR visie t.a.v. het proces van samenwerking De samenwerking in het Netwerk Waterketen regio Rivierenland is allereerst een samenwerkingsproces. De samenwerking moet stap voor stap met de ervaringen groeien. De samenwerking van NWrR ontwikkelt zich volgens de volgende principes: Behoefte en actualiteit Binnen NWrR wordt gehandeld vanuit de volgende lijn: als er behoefte is aan een onderwerp dan is het ook actueel. Als hieraan is voldaan dan is er meestal ook een dekking en daarmee ook draagvlak. Samenwerkingsbereidheid De mate van samenwerking hangt af van de mate waarin betrokkenen toe zijn aan samenwerking. NWrR maakt het mogelijk om te werken aan: Kennisdelen–Begrijpen–Waarderen–Vertrouwen–Samenwerken. Draagvlak is voorwaarde Betrokken bij de samenwerking zijn: Bestuurders, Managers, Medewerkers (beleidsmakers en uitvoerenden) en uiteraard de Politiek. Op verschillende momenten in het proces wordt actief aan het ontwikkelen van dit draagvlak gewerkt. Onder draagvlak valt niet alleen voldoende informatie, maar ook gevoel van urgentie en enthousiasme. Het 'bottom up' proces Uitgangspunt is zoveel mogelijk een “Bottom up” proces. Alle betrokkenen verdienen antwoord op de vraag: “What’s in it for me?” Vanuit dit principe worden de actuele bestaande riolerings- en waterprogramma's over elkaar heen gelegd. Vervolgens ontstaan daadwerkelijke samenwerkingskansen (en projecten), ervan uitgaande dat management en het bestuur hiermee instemmen. Monitoren In de loop van de tijd kan, door goed monitoren, de uitleg van doelmatigheid veranderen. Inzichten wijzigen en door innovatie zijn andere oplossingen mogelijk. Of in een mooie oneliner: “Laten we goede dingen doen, de dingen goed doen en de dingen slimmer doen.” Het opstellen van dit regionale verbrede gemeentelijk rioleringsplan heeft zich dan ook volgens bovenstaande principes voltrokken. De betrokken ambtenaren hebben ‘elkaar gevonden’ en zijn aan de slag gegaan met het delen van kennis. Ze hebben afgestemd wat ze voor elkaar kunnen betekenen en starten gezamenlijk projecten op. Door kennis en ervaring te delen en kennisvelden onderling te verdelen, hebben de gemeenten zeer efficiënt gewerkt. Samenwerkingsovereenkomst (SOK, 2013) In de samenwerkingsovereenkomst (SOK) maken de deelnemers de algemeen geldende afspraken omtrent samenwerking, waarbij wordt ingegaan op de rechten, plichten van deelnemers en NWrR. De samenwerkingsovereenkomst is een overkoepelend document. Voor het uitvoeren van het programma worden per werkvorm en onderwerp aparte overeenkomsten (zogenaamde BOK en POK) gesloten, welke onder de samenwerkingsovereenkomst vallen. Per overeenkomst is inzichtelijk te maken welke kosten (en baten) tussen welke samenwerkingspartners worden verrekend. Op 30 september 2013 heeft er een gezamenlijke ondertekening van de SOK plaatsgevonden, door portefeuillehouders van de 10 gemeentecolleges en het waterschapsbestuur. Hiermee is definitief het startpunt gegeven van de structurele regionale samenwerking in de waterketen. Op basis van de SOK is een coördinator voor het netwerk aangenomen. Figuur 15 - Ondertekening van de SOK september 2013, kasteel Ammersoyen te Ammerzoden Organisatie- en samenwerkingsstructuur De organisatiestructuur van NWrR is passend bij de zwaarte van de samenwerking en leidt niet tot frictie of andere organisatieproblemen voor de deelnemende partijen. Figuur 16 - structuur van samenwerkingsovereenkomst Samenwerkingsstructuur Tijdens het businessonderzoek is verkend in hoeverre er binnen de regio al geschikte samenwerkingsvormen aanwezig zijn. Uiteindelijk is gekozen voor een samenwerkingsovereenkomst met onderstaande structuur: Figuur 17 - Samenwerkingsstructuur NWrR Basisovereenkomst (BOK) De basisovereenkomst gaat specifiek in op de samenwerkingsonderwerp(en) welke in het basispakket vallen. Er is in oktober 2014 een basisovereenkomst ondertekend sec over dataverzameling en data-analyse, dat is de NWrR BOK Onderzoek & Analyse. Door het ondertekenen van deze overeenkomst is gezamenlijk formatie aangenomen om de analysetaken te vervullen. Ook is gezamenlijk een hoofdpost aangeschaft. De voordelen om data centraal te onderzoeken wordt ook bij de buurgemeenten als voordeel gezien. Inmiddels zijn ook de gemeenten Overbetuwe en Lingewaal bij deze NWrR basisovereenkomst aangesloten waardoor deze overeenkomst zelfs een interregionaal karakter heeft. Figuur 18 - Ondertekening van de BOK Onderzoek & Analyse, oktober 2014 te Culemborg. POK (projectovereenkomst) De projectovereenkomst is vergelijkbaar met de basisovereenkomst met één verschil: deelname is niet verplicht. De projectovereenkomst regelt o.a. de financiering en de risico’s van het betreffende project. Daarmee drukken eventuele risico’s van het project niet op niet-deelnemende partijen. Jaarplan NWrR Binnen het netwerk wordt gewerkt met een jaarplan welke wordt vastgesteld door de stuurgroep. Het jaarplan bevat de doorlopende opdrachten en de projectbeschrijvingen van de projecten voor het betreffende jaar. Samenwerking met Waterschap Sinds de Waterwet (29 januari 2009) en het BestuursakkoordWater (april 2011) is de verhouding tussen gemeente en waterschap veranderd. Waar de verhouding voorheen hiërarchisch van karakter was, draagt deze nu het kenmerk van gelijkwaardigheid. Dit heeft een cultuuromslag in het (afval)waterketenbeheer teweeg gebracht, waarin het niet langer meer gaat om normatief gedreven beslissingen onder gescheiden verantwoordelijkheden, zie ook paragraaf 0. Gemeente en waterschap zijn samen verantwoordelijk voor de (afval)waterketen en bundelen hun krachten (kennis en capaciteit) om de voorliggende vraagstukken aan te pakken. Afspraken hierover (wie, wat, waar, hoe en wanneer) leggen gemeente en waterschap naar elkaar toe vast. Een voorbeeld is het Afvalwaterakkoord waarin gemeente en waterschap specifieke afspraken voor de afvalwaterketen hebben vastgelegd (over ketenoptimalisatie, aansluitpunten, overname, riolerings- en zuiveringscapaciteiten, enz.). De afspraken moeten uiteindelijk leiden tot verhoging van de doelmatigheid in de waterketen, verbetering van de beheerkwaliteit en vermindering van de (organisatorische) kwetsbaarheid. Gemeentelijke ontwikkelingen De op handen zijnde intergemeentelijke samenwerkingen kunnen ook effect op de NWrR hebben. Zowel financieel als personeel kunnen veranderingen gaan plaatsvinden. De huidige ontwikkelingen betreffen: Zaltbommel en Maasdriel: verrichten van een verdiepingsonderzoek naar samenwerkingsopties
(2017); Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen: bestuurlijke fusie tot West Betuwe is in 2016 bekrachtigd en zal per 2019 van kracht zijn; Tiel, Culemborg en Geldermalsen: werken samen op het gebied van Financiën, Juridische Zaken, ICT en Personele Zaken. Mogelijk hebben deze ontwikkelingen tot gevolg dat het aantal werkgroepleden vermindert omdat gemeenten taken van elkaar gaan overnemen. Besparingen Bestuursakkoord Water NWrR In 2011 is door de landelijke koepels het Bestuursakkoord Water (BAW) getekend. Het akkoord heeft onder meer tot doel in 2020 een structurele besparing in het beheer van de waterketen van 450 miljoen euro per jaar te realiseren (landelijk). Tevens dient de personele kwetsbaarheid te worden verminderd en het beheer verder geprofessionaliseerd. De uitvoering van de plannen ligt bij de individuele gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven. Op dit moment telt Nederland circa 50 samenwerkingsregio’s om de doelen te realiseren. De financiële opgave vanuit het Bestuursakkoord Water 2011 is: het realiseren van 12,5% minder meer kosten in 2020 (ten opzichte van 2010).De besparingen worden gerealiseerd door: Temporisering van verbeteringsmaatregelen (risicogestuurd beheer). Het oprekken van de technische levensduur van de riolering. Een deel van de riolering relinen in plaats van vervangen (30%). Werkgroepen / projectgroepen NWrR (laaghangend fruit). Regionale monitor BAW Om de voortgang in de regio te meten hebben Welldra en Aquame een regionale monitor ontwikkeld. De monitor geeft gemeenten en waterschappen kwantitatief inzicht in kosten en kwaliteit. Voor gemeenten wordt ook de kwetsbaarheid in beeld gebracht. De methode is vervat in uitgebreide spreadsheets waarmee de regio’s zelfstandig de voortgang in beeld kunnen brengen. Het monitoringssysteem van VNG/UvW is begin 2015 geïntroduceerd. Dit monitoringssysteem is er gekomen op verzoek van de regio's zelf om op een gelijkwaardige wijze kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid bij te kunnen houden. UITLEG KOLOMMEN De eerste kolom spreekt voor zicht en bevat de namen van de gemeenten en waterschap. De tweede kolom bevat de cijfers zoals we in 2010 dachten dat we in 2020 zouden uitkomen met de kosten van de waterketen. Dit zijn cijfers die de gemeenten/waterschap zelf hebben opgegeven. Landelijk is afgesproken dat we ‘minder meer’ gaan uitgeven en dat moet in 2020 structureel 12,5% minder zijn dan geprognotiseerd in
- De derde kolom bevat de werkelijke jaarcijfers van 2014, 2015,
- Ook deze cijfers zijn door de gemeenten zelf aangeleverd. Het absolute resultaat van kolom 3 moet in 2020 uiteindelijk 12,5% lager zijn dan het absolute resultaat van kolom
- De vierde kolom geeft aan wat de daling in percentages is in het jaar 2014, 2015, 2016 ten opzichte van
- Uiteindelijk zal dit een gemiddelde daling moeten opleveren van 12,5% voor de hele regio. Dus niet per individuele gemeenten/waterschap. Degene die individueel dit echter al wel gerealiseerd hebben, zijn groen gekleurd. Degene die al wel een daling laten zien, maar individueel nog onder 12,5% zitten zijn oranje. Zij zijn goed op weg. Degene die geen daling laten zien, maar juist een stijging, zijn in rood aangegeven. Hier vindt dus geen besparing plaats, maar wordt meer uitgegeven. Tabel 10 - Regionale monitor BAW NWrR 2014 Prognose in … voor … 2010-2020 2014-2020 % daling x 1.000 x 1.000 Buren € 2.017 € 2.927 45,12% Culemborg € 3.466 € 3.471 0,14% Geldermalsen € 2.828 € 2.863 1,24% Lingewaal € 1.569 € 1.622 3,38% Maasdriel € 1.410 € 2.891 105,04% Neder Betuwe € 3.209 € 2.957 -7,85% Neerijnen € 2.180 € 2.071 -5,00% Tiel € 4.877 € 4.127 -15,38% Waterschap € 18.460 € 16.692 -9,58% West Maas en Waal € 3.129 € 2.592 -17,16% Zaltbommel € 3.883 € 3.883 0,00% Totaal € 47.028 € 46.096 -1,98% 100% -13% Tabel 11 - Regionale monitor BAW NWrR 2015 Prognose in … voor … 2010-2020 2015-2020 % daling x 1.000 x 1.000 Buren € 2.120 € 2.869 35,33% Culemborg € 3.488 € 3.448 -1,15% Geldermalsen € 2.847 € 2.718 -4,53% Lingewaal € 1.579 € 1.632 3,36% Maasdriel € 3.326 € 2.891 -13,08% Neder Betuwe € 3.230 € 2.957 -8,45% Neerijnen € 2.194 € 2.084 -5,01% Tiel € 4.908 € 4.154 -15,36% Waterschap € 18.579 € 16.433 -11,55% West Maas en Waal € 3.149 € 2.609 -17,15% Zaltbommel € 3.908 € 3.908 0,00% Totaal € 49.328 € 45.703 -7,35% 100% -12,50% NB cijfers van Zaltbommel zijn van 2014 Tabel 12 - Regionale monitor BAW NWrR 2016 Prognose in … voor … 2010-2020 2016-2020 % daling x 1.000 x 1.000 Buren € 2.127 € 3.184 49,69% Culemborg € 3.500 € 3.448 -1,49% Geldermalsen € 2.856 € 2.710 -5,11% Lingewaal € 1.584 € 1.637 3,35% Maasdriel € 3.337 € 2.688 -19,45% Neder Betuwe € 3.241 € 2.957 -8,76% Neerijnen € 2.201 € 2.091 -5,00% Tiel € 4.925 € 4.168 -15,37% Waterschap € 18.642 € 16.528 -11,34% West Maas en Waal € 3.160 € 2.617 -17,18% Zaltbommel € 3.921 € 3.921 0,00% Totaal € 49.494 € 45.949 -7,16% 100% -12,50% NB cijfers van Neder Betuwe zijn van 2015; cijfers van Zaltbommel zijn van 2014 Tabel 13 - Regionale monitor BAW NWrR 2017 Conclusies en vervolg monitor NWrR Waarom scoren sommige gemeenten/waterschap al wel hoog met de besparingen en andere gemeenten nog niet zo hoog? Dat kan bijv. liggen aan het feit dat sommige partners hun VGRP al hebben aangepast en daarin de uitgangspunten van de besparingen hebben doorgerekend. Andere partners moeten nog een nieuw VGRP maken, en als zij met de uitgangspunten van de besparingen rekening houden, dan zal ook bij hen de kosten dalen. Als er een goed VGRP ligt en daar ook naar gehandeld wordt, dan ziet de partner dat terug in de jaarcijfers. Deze moeten dan dalen (op excessen na, maar dat levert naar verwachting structureel geen dermate hoge stijgingen op dat de besparingen in gevaar komen). Uit het huidige totaal van de monitor blijkt dat onze regio op dit moment 7,16% besparing heeft gerealiseerd van de te behalen 12,5%. Dit percentage kan hoger worden doordat in de komende jaren meer VGRP’s aangepast gaan worden. Hoe beter de monitor jaarlijks wordt ingevuld door iedereen, hoe realistischer het beeld wordt van de besparingen. Het is een realistisch doel om in 2020 uit te komen op de afgesproken 12,5%. Mogelijk is veel aan te merken op de regionale monitor. Het blijft echter een feit dat deze regionale monitor landelijk is opgesteld en landelijk is geaccepteerd. Elke regio vult dus dezelfde monitor in met haar eigen gegevens. Daardoor zijn ze vergelijkbaar. LANDELIJK BEELD (VNG) Uit (de bijlage bij) de VNG ledenbrief d.d. 30 mei 2017 In de meeste regio’s werken gemeenten en waterschappen met de drinkwaterbedrijven voorspoedig samen aan het behalen van de gestelde doelen. De totale besparing op de jaarlijkse beheerkosten van de waterketen bedraagt in 2017 € 295 miljoen. Dit is 78% van de totale ambitie van €380 miljoen minder meerkosten in de waterketen in
- De verwachting voor 2020 is dat vrijwel alle regio's hun ambitie gaan halen, waarbij enkele regio’s zelfs meer doen. Met betrekking tot de professionaliteit van dienstverlening (kwaliteit) geldt dat waterschappen en gemeenten nu gemiddeld 63% van de eigen ambitie hebben gerealiseerd. Uit Figuur 19 blijkt dat de feitelijke stijging van de opbrengsten en kosten voor de (afval)waterketen gematigder is dan in 2010 was voorzien. De besparingen zijn zichtbaar en zijn sneller gerealiseerd dan bij het afsluiten van het BAW in 2011 werd verwacht. De besparingen zorgen voor een beperking van de kostenstijging (minder meerkosten) en resulteren in een gematigde lastenontwikkeling in de periode tot
- Figuur 19 - Ontwikkeling van de totale heffingsopbrengsten voor de waterketen. De gegevens over de opbrengsten van de gemeenten en waterschappen en kosten van de drinkwaterbedrijven zijn, zoals afgesproken in het BAW, weergegeven in het prijspeil van
- BIJLAGEC – EVALUATIEGEGEVENS Evaluatie Geldermalsen – VGRP 2014-2018 Op 28 mei 2013 heeft de gemeenteraad van de gemeente Geldermalsen het VGRP 2014-2018 vastgesteld. In dit hoofdstuk evalueren we de in dit plan geplande activiteiten, zodat we hieruit lering kunnen trekken voor de planperiode van het eerste GRP West Betuwe. Bij de evaluatie hebben we gebruik gemaakt van de volgende deelvragen: Wat waren de doelen? Welke werkzaamheden zijn verricht? Hoe is (samen)gewerkt? Wat waren de kosten? Was de personele capaciteit voldoende? Hoe hoog was de rioolheffing? Wat waren de doelen? In het VGRP 2014-2018 heeft de gemeente Geldermalsen de volgende doelen geformuleerd: Doel / Wensbeeld Status / ervaringen Zorgplicht afvalwater Lozingen vormen geen bedreiging voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit. De benodigde inspanning om te voldoen aan de basisinspanning/waterkwaliteitsspoor past in een totaalpakket aan systeemgerichte maatregelen waarmee wordt voldaan aan NBW
- De inspanningen ten aanzien van afvalwater verlopen volgens plan. Er zijn geen bedreigingen voor de waterkwaliteit bekend. De BRP’s worden continu geactualiseerd, mede op basis van verwachte klimaatveranderingen, en waar knelpunten aan het licht komen worden deze aangepakt. Zorgplicht hemelwater Bij nieuwe aanleg wordt het scheiden van waterstromen nagestreefd. Bij rioolvervanging wordt verhard oppervlak afgekoppeld als zich daarvoor kansen voordoen en een hoog milieurendement wordt verwacht. In het geval afkoppelen van verhard oppervlak een oplossing is voor structurele wateroverlast wordt de mogelijkheid opengehouden dit afdwingbaar te stellen. Hiertoe dient eerst het nut en noodzaak van een hemelwaterverordening te worden onderzocht. Bij reconstructie van openbaar gebied dient te worden voorkomen dat regenwater afstroomt naar particulier terrein. Andersom heeft de particulier een inspanningsverplichting om hemelwater zoveel als mogelijk op eigen terrein te verwerken alvorens het aan te bieden aan de gemeente. Het hemelwaterbeleid wordt volgens plan toegepast. Niet meer gaan voor 100% afkoppelgraad. Ervaren we niet langer als doelmatig, met name in bestaande gebieden. Hemelwater-/afkoppelverordening is nog steeds een mogelijkheid, nadat actief contact gezocht is met de belanghebbenden. De BRP’s worden continu geactualiseerd, mede op basis van verwachte klimaatveranderingen, en waar knelpunten aan het licht komen worden deze aangepakt. Rol perceelseigenaar wordt verder ingevuld in aankomende planperiode. Zorgplicht grondwater Het grondwater leidt niet tot structurele grondwateroverlast en vormt geen belemmering voor het gebruik van de grond. De ontwikkelende partij houdt bij (her)inrichting van het terrein naast het Bouwbesluit in een zo vroeg mogelijk stadium rekening met grondwater. Bij (dreiging van) structurele grondwateroverlast wordt een vinger aan de pols gehouden via een monitoringssysteem. Er zijn geen grondwaterknelpunten bekend. De noodzaak voor een grondwatermeetnet wordt nog niet ervaren. Dient een knelpunt zich aan dan wordt specifiek gemonitord. Bedrijfsvoering Het tempo van rioolvervanging/relining houdt gelijke tred met de optredende slijtage. Door planmatig te werken kan werk met werk worden gemaakt. Door periodiek onderzoek wordt een vinger aan de pols gehouden met betrekking tot het functioneren van het systeem. De rioolheffing voorziet in voldoende inkomsten om gedurende de planperiode (en de daaropvolgende planperiode) de noodzakelijk vervangings- en verbeteringsmaatregelen te kunnen uitvoeren. De riolen liggen er goed bij. Benodigd onderhoud en ingrijpen valt erg mee. Jaarlijks worden planningen gemaakt, geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Het kostendekkingsplan wordt jaarlijks geëvalueerd en waar nodig bijgesteld op nieuwe inzichten en/of regelgeving. Welke werkzaamheden zijn verricht? Onderstaande tabellen bieden een overzicht van geplande activiteiten. Bij elke activiteit staat aangegeven of deze is uitgevoerd, in uitvoering of voorbereiding is, is heroverwogen/vervallen of uitgesteld. In het geval de activiteit niet is uitgevoerd staat de reden daarvan vermeld. Hoe is (samen)gewerkt? Bij het bepalen van opgaven / maatregelen is de beoordelingen steeds minder normatief, en meer integraal. We zijn dus al goed op weg maar het kan nog beter. Intern vindt goede en tijdige integrale afstemming plaats. Maar in de praktijk blijkt het toch nog wel eens lastig om water een goede plek te geven. Er is ook een eigen verantwoordelijkheid bij programma’s als het gaat om klimaatadaptatie. Niet “afschuiven” op water als het gaat om technisch / financieel aspect. Klimaatgericht denken kan bij de beginaspecten van RO nog verbeteren (opnemen in bestemmingsplan). Was de personele capaciteit voldoende? Volgens VGRP 2014-2018: Benodigd: 5,4 fte (binnen + buiten) Aanwezig: 4,6 fte (2,8 binnen, 1,8 buiten. Uitbreiding: + Inhuur van 1 fte voor coördinatie van werkzaamheden (inhaalslag). Deze huidige capaciteit is in de praktijk voldoende geweest. Geldermalsen heeft nu een eigen buitendienst; het is voor de nieuwe gemeente nog niet definitief bekend hoe de indeling binnen- / buitendienst zal zijn. Wat waren de kosten? Onderstaande tabellen tonen de geplande en werkelijke investeringsuitgaven en exploitatiekosten. Onder investeringskosten vallen alle vervangingskosten en aanlegkosten. Onder exploitatiekosten verstaan we alle overige beheer- en onderhoudskosten. Jaar Geplande investeringen (totaalbedrag) Werkelijke investeringen (totaalbedrag) 2014 € 5 383 000 € 1 884 000 2015 € 2 204 000 € 600 000 2016 € 2 074 000 € 550 000 2017 € 702 000 € 433 000 2018* € 1 890 000 € 2 315 000 Totaal € 12 253 000 € 5 782 000 *Dit betreft het lopende jaar, de werkelijke investeringen in 2018 zijn geschat op het geplande bedrag. Jaar Geplandeexploitatiekosten(totaalbedrag) Werkelijkeexploitatiekosten(totaalbedrag) 2014 € 1 646 000 € 1 702 000 2015 € 1 606 000 € 1 178 000 2016 € 1 614 000 € 1 238 000 2017 € 1 671 000 € 1 730 000 2018* € 1 719 000 € 2 000 000 Totaal € 8 256 000 € 7 848 000 *Dit betreft het lopende jaar, de werkelijke exploitatiekosten in 2018 zijn geschat op het geplande bedrag. Hoe hoog was de rioolheffing? Jaar Geplandheffingstarief Werkelijkheffingstarief 2014 € 282,- € 288,- 2015 € 292,- € 300,- 2016 € 302,- € 312,- 2017 € 313,- € 324,- 2018 € 324,- € 324,- Geplande tarief betreft het tarief op vast prijspeil
(2013)voor de waterverbruiksklassen 0 t/m 500 m3. In het werkelijke tarief is ook een jaarlijkse indexatie op basis van de optredende inflatie verwerkt. Jaarlijks heeft een actualisatie van het kostendekkingsplan plaatsgevonden. Op basis van de werkelijke lasten van het afgelopen jaar en de bijgestelde planningen voor de komende jaren is telkens