(2015), aangevuld met de landelijke kencijfers, komen voor alle gebieden in de gemeente Cuijk de volgende acceptabele afstanden naar voren. Hoofdfunctie Acceptabele loopafstand Wonen ≤ 150 meter Bezoekers bewoners ≤ 200 meter Kort parkerende bezoekers (winkels, gemeentehuis) ≤ 250 meter Lang parkerende bezoekers (werken) ≤ 500 meter Werken (ambulant) ≤ 250 meter Ontspanning ≤ 100 meter Gezondheidszorg ≤ 100 meter Onderwijs ≤ 150 meter 2.6.4 Laden & Lossen Als een gebouw aanleiding geeft tot behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte voldoende zijn voorzien op eigen terrein aan, in of onder dat gebouw. De eis van voldoende ruimte voor het laden of lossen van goederen op eigen terrein, blijft gehandhaafd. Deze regeling zal waar nodig, in de nieuwe bestemmingsplannen worden op-/overgenomen. Deze parkeernota Parkeernormen gaat er van uit dat speciale laad- en losplaatsen niet worden aangelegd. Kleine voertuigen die in een normaal parkeervak passen, kunnen tijdens dat laden en lossen ook normaal parkeren (eventueel tijdens venstertijden). 2.6.5 Algemene Plaatselijke Verordening De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) regelt aspecten, het parkeren van motoren, van bromfietsen en brommobielen. De (APV-2012) van de gemeente Cuijk blijft van kracht voor de in hoofdstuk 5 afdeling 1 “Parkeerexcessen” met betrekking tot de volgende onderwerpen: Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. (artikel 5.1.2); Te koop aanbieden van voertuigen (artikel 5.1.3); Defecte voertuigen (artikel 5.1.4); Voertuigwrakken (artikel 5.1.5); Kampeermiddelen e.a. (artikel 5.1.6); Parkeren van reclamevoertuigen (artikel 5.1.7); Parkeren van grote voertuigen (artikel 5.1.8); Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen (artikel 5.1.9); Parkeren van voertuigen met een stank verspreidende stof (artikel 5.1.10); Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen (artikel 5.1.11); Overlast van fiets of bromfiets (artikel 5.1.12). Met betrekking tot het parkeren van vrachtauto’s verandert het artikel in een parkeerverbod voor voertuigen met lengte (inclusief lading) langer dan 6 meter en een hoogte van meer dan 2,4 meter te weren uit de bebouwde kom van alle kernen van de gemeente Cuijk.
- Parkeernormen: fietsen Iedere functie of voorziening moet voldoen aan een parkeernorm voor fietsen. Bijlage 3 geeft de fietsparkeernormen per functie weer. Net als bij de parkeernormen voor auto’s, geldt hier ook de eis “voldoen aan de fietsstallingsnorm”. Het uitgangspunt bij nieuwbouw, verbouwing of functiewijziging is dat fietsparkeervoorzieningen zoveel mogelijk op eigen terrein wordt gerealiseerd. De gemeente bepaalt of en wanneer er voldoende plaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn c.q. kunnen worden gerealiseerd. De parkeernormen voor de fiets volgen de "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, CROW, Oktober 2012". Voor afstanden tot 7,5 kilometer en met de opkomst van de elektrische fiets tot 15 kilometer, is de fiets een uitstekend alternatief voor de auto. Voldoende en goede fietsparkeervoorzieningen kunnen leiden tot minder autogebruik en dus tot een geringere behoefte aan parkeerplaatsen voor auto’s bij functies. Het gewenste aantal fietsparkeervoorzieningen bij een kantoor, een winkel of openbare voorzieningen worden bepaald op basis van tellingen. Dat biedt de beste garantie dat het aanbod past bij de vraag. De fietsparkeernormen zijn bedoeld voor afzonderlijke functies. Ze zijn niet geschikt voor gebieden met grote menging van functies, zoals het centrumgebied. Het drukste moment in de week of in het jaar is maatgevend voor de parkeernorm. De parkeernormen gelden niet voor het NS-station Cuijk. De verschillen tussen NS-stations zijn te groot. Voor gedetailleerde inzichten wordt verwezen naar ProRail. Die heeft inzicht in de behoefte per station.
- De parkeernormen toegepast 4.1 Inleiding Voor het toepassen van de parkeernormen worden procedures doorlopen om te komen tot het benodigde aantal parkeerplaatsen voor de auto en/of fiets, tot het gebruik van de plaatsen, het dubbelgebruik (aanwezigheidspercentage) en tot mogelijkheden als niet aan de parkeereis is te voldoen. 4.2 Procedure De parkeerbehoefte als gevolg van nieuwe ontwikkelingen komt tot stand via aantal stappen: Bepalen van de parkeerbehoefte voor auto’s en/of fietsen. Inspanningsverplichting van de ontwikkelaar/initiatiefnemer: de parkeervraag dient in de planontwikkeling op eigen terrein te worden opgelost. Ontheffing en afkoopregeling: Alternatieven: inzet van alternatieve parkeerlocaties als aantoonbaar niet in de parkeerbehoefte op eigen terrein is te voorzien. Gebruik van openbare parkeerplaatsen: het opvangen van de parkeerbehoefte door het gebruik van gemeentelijke, openbare parkeerplaatsen via de afkoopregeling Ontheffing op basis van belangenafweging 4.2.1 Bepalen van de parkeerbehoefte De hoofdstukken 2 en 3 verwijzen naar de parkeernormen. Ontwikkelingen c.q. initiatieven waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, dienen te voldoen aan de parkeernormen. De initiatiefnemer/ontwikkelaar dient een parkeerberekening aan te leveren bij de vergunningaanvraag. Nieuwbouw dient te voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein. Bij verbouwing of functiewijziging van bestaande gebouwen is het reeds aanwezige aantal plaatsen op eigen terrein in mindering te brengen op de nieuwe parkeerbehoefte. Het inbrengen van bestaande parkeercapaciteit is alleen mogelijk als deze behoort tot een functie die vervalt. Dan worden die parkeerplaatsen toegewezen aan de nieuwe functie. Het vernieuwen van een woongebied door woningcorporaties vergt maatwerk. Daarbij wordt het aantal parkeerplaatsen in de bestaande situatie bepaald. De uitkomst wordt vergeleken met het aantal benodigde plaatsen in de nieuwe situatie. Het verschil moet worden opgelost bij een toename. Alleen de vervallen plaatsen door de planontwikkeling, moeten worden gecompenseerd. Een voorbeeld. Situatie Bestaande situatie Nieuwe situatie Aantal woningen: 60 65 Parkeernorm auto: 1,5/woning 50 woningen 1,3, 10 woningen 1,5 en 5 woningen 1,4 Benodigd aantal parkeerplaatsen 90 65 + 15 + 7 = 87 Conclusie: de nieuwe situatie heeft minder plaatsen nodig. Een parkeerprobleem hoeft daarmee niet opgelost te zijn. Het is gewenst om een tekort aan te vullen. De optelsom van de berekende parkeerbehoefte van de verschillende doelgroepen is vaak dan de werkelijke parkeerbehoefte. De uitwisseling hiervan is toegestaan. De mogelijkheden daarvoor hangen af van de locatie van de parkeerplaatsen, de maximale parkeerbehoefte van verschillende functies in de tijd (aanwezigheidscijfers (bijlage 3) en loopafstanden (§2.5.3). Parkeren op eigen terrein wordt onmogelijk als garages of opritten worden als bergruimte en/of tuin. De parkeernormen houden hiermee geen rekening. Daardoor kunnen parkeerproblemen ontstaan. De gemeente voorziet niet in de extra parkeerbehoefte, tenzij men de afkoopregeling gebruikt. 4.2.2 Inspanningsverplichting en afkoopregeling Inspanningsverplichting Voor nieuwbouwlocaties is het voorzien in de eigen parkeerbehoefte veelal geen probleem, maar voor ontwikkelingen in het centrum c.q. bestaande situaties is dit vaak niet mogelijk, omdat er geen ruimte beschikbaar is of omdat de kosten van een gebouwde parkeervoorziening te hoog zijn. Dan moet de parkeerruimte elders worden gevonden. De aanvrager van een omgevingsvergunning moet aantonen dat er voldoende inzet geleverd is om benodigde plaatsen te realiseren en dat die op eigen terrein niet te realiseren zijn. Pas dan kan de aanvrager op zoek naar alternatieve openbare parkeerruimte. Daarbij mag de alternatieve parkeervoorziening niet in gebruik zijn voor een andere ontwikkeling en gelden de loopafstanden tot de ontwikkeling (§2.5.3). Dit alternatief kan alleen als er voldoende parkeerruimte is. Als grens geldt een bezetting van 85% in
- De aanvrager moet door middel van een parkeeronderzoek aantonen dat binnen de genoemde loopafstanden rondom zijn planontwikkeling voldoende parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is. Dit moet met de omgevingsaanvraag worden meegeleverd. Bijlage 5 toont de eisen voor het parkeeronderzoek. Als blijkt dat de ontwikkeling dan kan plaatsvinden, geldt de afkoopregeling. Wanneer een initiatiefnemer in zijn ontwikkeling speciale maatregelen treft waardoor de automobiliteit vermindert is bijstelling van de parkeernorm mogelijk. Een voorbeeld is de inzet van deelauto’s bij woningen en de kosten daarvan voor tenminste de eerste zeven jaar door de initiatiefnemer/ontwikkelaar worden gedragen. Het College kan in bijzondere gevallen, bijvoorbeeld als de ontwikkeling van grote betekenis is voor de gemeente Cuijk, besluiten om ontheffing te verlenen van de parkeernormen (bijlage 4). Het is dan mogelijk dat een planontwikkeling gerealiseerd wordt, zonder dat aan de parkeernorm wordt voldaan. Bijvoorbeeld als de planontwikkeling voor de gemeente van een bijzonder gemeentelijk belang is, dat het voldoen aan de parkeernormen niet als doorslaggevende factor wordt beschouwd, dan kan het College (en in bijzondere gevallen door de raad) ontheffing verlenen van de parkeereis. De afdeling Openbare Werken moet betrokken worden in deze gevallen. Een ontwikkeling van bijzonder gemeentelijk belang is een internationale, nationale c.q. regionale ontwikkeling die aanzet geeft voor toekomstige ontwikkelingen of waar een groot economisch belang aan vast hangt. Afkoopregeling Bij uitzondering en alleen als de ontwikkeling het gemeentelijk belang dient, kan de initiatiefnemer gebruik maken van de afkoopregeling. Hij/zij betaalt aan de gemeente een bedrag voor de aanleg van plaatsen die niet op eigen terrein zijn te realiseren. Het gaat om concrete locaties van plaatsen. Daarom wordt per ontwikkeling c.q. aanvraag bekeken of dit bedrag naar beneden of naar boven dient te worden bijgesteld. Het tarief, prijspeil 2016, exclusief BTW en jaarlijks te indexeren per parkeerplaats op maaiveld bedraagt: Centrum: € 7.920,- Schil/overloop: € 6.800,- Rest bebouwde kom (de overige kernen): € 6.800,- De parkeerplaatsen die in het kader van de afkoopregeling worden gerealiseerd zijn altijd openbaar toegankelijk. Uitgangspunt is dat in één keer een substantieel aantal plaatsen wordt aangelegd. Als binnen 350 meter weer een ontwikkeling plaatsvindt die om parkeerplaatsen in de openbare ruimte vraagt, dan zijn de gerealiseerde plaatsen aan die ontwikkeling toe te rekenen. De gemeente legt de benodigde parkeerplaatsen aan als jaarlijks, monitorend parkeeronderzoek daartoe aanleiding geeft. Bijlage 1: Belangrijkste parkeernormen: auto Tabel 1.1:Parkeernormen voor Woningen Toelichting: De indeling goedkoop, midden en duur voor de huur- en koopprijs is per 2016 als volgt aangehouden. Type woningen koopwoning huurwoning woning duur >€ 275 > € 699,48 woning midden € 185.000 - € 275.000 Grens huursubsidie - € 699,48 woning goedkoop tot € 185.000 Tot grens huursubsidie Het gebruik van parkeerplaatsen op eigen terrein is juridisch is niet af te dwingen. Voornamelijk bij woningen blijkt in de praktijk dat bijvoorbeeld een garage niet wordt gebruikt voor het stallen van de auto, maar als bergruimte. Aangezien hier bij de parkeernormen geen rekening mee wordt gehouden, kan parkeeroverlast ontstaan. Het opstellen van de parkeernormen is daarom één, maar hoe daar nu mee om gegaan moet worden in het berekenen van de norm is erg belangrijk. In tabel 6.2 is een overzicht van parkeervoorzieningen opgenomen met een indicatieve factor voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen bij woningen. parkeervoorziening Theorie Berekening Opmerking enkele oprit zonder garage 1 0,8 oprit min. 5,0 m diep en 2,5 m breed lange oprit zonder garage / carport 2 1 oprit min. 10,0 m diep en 2,5 m breed dubbele oprit zonder garage 2 1,7 oprit min. 5,0 m diep en 4,5 m breed garage zonder oprit (bij woning) 1 0,4 garage min. 5,0 m diep en 2,8 m breed garagebox (niet bij woning) 1 0,5 garage min. 5,0 m diep en 2,8 m breed garage met enkele oprit 2 1 oprit min. 5,0 m diep en 2,5 m breed garage met lange oprit 3 1,3 oprit min. 10,0 m diep en 2,5 m breed garage met dubbele oprit 3 1,8 oprit min. 5,0 m diep en 4,5 m breed Tabel 1.2: Parkeernormen Winkelen en Boodschappen Tabel 1.3: Parkeernormen Werkgelegenheid Tabel 1.4: Parkeernormen Onderwijs Tabel 1.5: Parkeernormen Zorginstellingen Tabel 1.6: Parkeernormen Horeca Tabel 1.7: Parkeernormen Sport, cultuur en ontspanning Bijlage 2: Aanwezigheidscijfers Bijlage 3: Belangrijkste parkeernormen fiets Tabel 3.1: Parkeernormen Werkgelegenheid Tabel 3.2: Parkeernormen Scholen Tabel 3.3: Parkeernormen Winkels en Boodschappen Tabel 3.4: Parkeernormen Horeca Tabel 3.5: Parkeernormen Gezondheidszorg en Maatschappelijke voorzieningen Tabel 3.6:Parkeernormen Sport, Cultuur en Ontspanning Tabel 3.7: Parkeernormen Openbaar Vervoer Tabel 3.8: Parkeernormen Woning Bijlage 4: Bijzonder gemeentelijk belang Als er sprake is van een bijzonder gemeentelijk belang, dan kan het college besluiten af te zien van de plicht tot het realiseren van parkeervoorzieningen op eigen terrein of binnen de planontwikkeling. Het gaat hierbij in hoofzaak om vooral de volgende situaties: Stedenbouwkundig ongewenst: door de aanleg van benodigde parkeerplaatsen wordt de stedenbouwkundige structuur aangetast en is de ruimtelijke kwaliteit in het geding. Bijvoorbeeld: bij omzetten van een bestaande woning naar een bioscoop is het ongewenst dat het hele resterende erf wordt verhard/gebruikt voor parkeren. De parkeernormen leiden nooit tot problemen op het eigen terrein. De eis om het parkeren op eigen terrein op te lossen, leidt er vaak toe dat de volledige beschikbare grond rondom het gebouw ingezet wordt voor parkeren. Dat kan leiden tot ruimtelijk ongewenste situaties en aantasting van de woonkwaliteit. Bij de beoordeling van het bouwplan dient niet alleen voldaan te worden aan de parkeernorm, maar dient ook een afweging in ruimtelijke aanvaardbaarheid gemaakt te worden. De afdeling Openbare Werken onderbouwt de afweging van de ruimtelijke aanvaardbaarheid. Verder mag het ontwikkelplan niet zodanig overvragen dat het parkeren niet op eigen terrein is op te lossen. Het plan is dan te groot. Dit is niet ruimtelijk aanvaardbaar. Wonen boven winkels, kantoren, horeca, detailhandel en commerciële functies: Als er een uitbreiding is van het aantal m2 bvo, dan gelden de parkeernormen. Tijdelijk Ander Gebruik: het wordt toegestaan dat er tijdelijk een andere functie in een pand of op braakliggende percelen wordt gevestigd (parkeren op de Zandberg/Oude Werf of tijdelijke huisvesting in Victor Hugo). Als de nieuwe parkeereis meer dan bijvoorbeeld 10 plaatsen afwijkt van de oude parkeereis, dan moet er worden bekeken of het mogelijk is om het initiatief door te laten gaan. De aanvrager moet dan een parkeeronderzoek verrichten naar een oplossing c.q. alternatief. Het tijdelijk ander gebruik kan alleen gedurende de periode dat het is toegestaan. Wordt de functie permanent, dan moet het bestemmingsplan gewijzigd worden en moet het initiatief voldoen aan de actuele parkeernorm Bij alle functies moet rekening worden gehouden met minder validen. Hiervoor gelden CROW-richtlijnen en het Handboek Toegankelijkheid. Bijlage 5: Eisen aan het parkeeronderzoek Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning kan ontheffing worden verleend op basis van parkeren op de openbare weg. De aanvrager dient voldoende onderzoek te doen voordat ontheffing kan worden verleend. De gemeente Cuijk stelt de volgende eisen bij een parkeeronderzoek: Het centrumgebied en de schil/overloopgebied dienen expliciet te worden meegerekend in het onderzoek, omdat in die gebieden de parkeerbehoefte groot is. Het onderzoeksgebied wordt vooraf met de afdeling Openbare Werken vastgesteld. Het onderzoek wordt door een onafhankelijk adviesbureau dat aantoonbaar gespecialiseerd is in de werkvelden Verkeer en Parkeren uitgevoerd. De afdeling Openbare Werken accordeert vooraf. Afhankelijk van de functies worden tellingen uitgevoerd (parkeerbezetting c.q. parkeerduur) op een ochtend- , middag-, avond- c.q. nachtperiode. De afdeling Openbare Werken stelt de exacte tijdstippen en perioden vast. Uitkomsten van het parkeeronderzoek moeten in een onderzoeksrapport gepresenteerd worden. In relatie tot de vergunningaanvraag stelt de gemeente Cuijk de volgende minimale eisen aan dergelijke rapporten: Inleiding met vraag-, probleem- en doelstelling. Situatie plangebied (locatie, ontwikkel-/bouwplan in relatie tot parkeereis, parkeermogelijkheden op eigen terrein en noodzakelijk aantal parkeerplaatsen in openbaar gebied). Werkwijze en resultaten van het parkeeronderzoek (onderzoeksgebied, sectie-indeling, weersomstandigheid, tijdstip onderzoek, weergaven in tabellen en grafieken, weergave per secties van de parkeerbehoefte (absoluut en %), parkeerduur en parkeernood (85%-100% en >100%). Conclusie, synthese en aanbevelingen.