Verordening van de provincie Provinciale Staten van Noord-Holland houdende regels omtrent wadlopen (Wadloopverordening 2019)Provinciale Staten van Noord-Holland; Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 29 januari 2019, nummer 1169624/1169629, inzake het vaststellen van de Wadloopverordening 2019; Gelet op de artikelen 118, 143, 145 en 152 van de Provinciewet; Besluiten vast te stellen: Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: Begeleider: een meerderjarige die een natuureducatieve tocht begeleidt of degene die de gids ondersteunt, maar geen erkenning tot wadloopgids heeft; Begeleiderspas: een door een vergunninghouder of door het bevoegd gezag afgegeven pas voor een begeleider; Deelnemer: persoon die aanwezig is tijdens een wadlooptocht, met uitzondering van gidsen en begeleiders; Erkenning tot wadloopgids: een beschikking waarbij, op basis van een verklaring van de examencommissie, wordt vastgesteld dat een persoon het wadloopexamen heeft gehaald; Examencommissie: een door de gezamenlijke wadlooporganisaties ingestelde commissie, die wadloopexamens afneemt; Gids: een meerderjarige die leidinggeeft aan een wadlooptocht en een erkenning tot wadloopgids bezit; Platen en kwelders: gedeelten van de Waddenzee die bij gemiddeld laag water geheel of grotendeels droogvallen; Solo-pas: pas voor een persoon, die een wadlooptocht zonder deelnemers houdt; Veiligheid adviescommissie: een commissie, ingesteld door Gedeputeerde Staten van Fryslan, bestaande uit personen die specifieke kennis hebben op het gebied van het wadlopen met betrekking tot de veiligheid; Waddenzee: het gebied, zoals aangegeven op bijlage 4 gevoegd bij het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro); Wadloopbewijs: een verklaring van de examencommissie, dat de houder van het bewijs het wadloopexamen heeft gehaald; Wadlopen: het recreatief zich op de platen of kwelders van de Waddenzee bevinden; Wadloopexamen: een theoretische en praktische toetsing afgenomen door de examencommissie op basis van de eindtermen wadloopgids; Wadlooporganisatie: een rechtspersoon die wadlooptochten organiseert; Wadlooptocht: het in groepsverband of individueel wadlopen. Artikel2Verbodsbepaling Wadlopen en het houden van een wadlooptocht is verboden zonder vergunning. Artikel3Veiligheid adviescommissie [gereserveerd] Artikel4Vergunning 1.Gedeputeerde Staten kunnen vergunning verlenen voor het houden van een of meer wadlooptochten. 2.Gedeputeerde Staten kunnen een vergunning begrenzen naar tijd of plaats. 3.Gedeputeerde Staten kunnen voorschriften verbinden aan de vergunning in het belang van de veiligheid van de gidsen, begeleiders en deelnemers. 4.De vergunning is niet overdraagbaar. 5.De vergunning wordt voor maximaal zes jaren verleend. Artikel5- Vrijstelling 1.Het verbod, genoemd in artikel 2, geldt niet voor: de geregistreerde deelnemer aan een wadlooptocht, mits de wadlooptocht is georganiseerd door een vergunninghouder en de deelnemer zich bevindt in de onmiddellijke nabijheid van de gids; b. de opvarenden van een drooggevallen of een voor anker liggend vaartuig, die zich op dezelfde plaat of kwelder als het vaartuig bevinden, mits zij met ten hoogste zeven personen zijn; een persoon die, vanaf de kust van het vasteland of vanaf een eiland, een aan deze kust of dat eiland grenzende plaat of kwelder betreedt, teneinde een recreatieve activiteit te ondernemen met een strikt lokaal karakter, niet zijnde een wadlooptocht, als bedoeld in de bijlage van het Natura-2000 Beheerplan Waddenzee, mits geen geul wordt overgestoken. 2.Gedeputeerde Staten kunnen vrijstelling verlenen van het verbod, genoemd in artikel 2, voor door hen aan te wijzen categorieën wadlopers of wadlooptochten. Artikel6Aanvraag 1.De aanvraag van een vergunning wordt schriftelijk ingediend bij Gedeputeerde Staten van Fryslân. 2.Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen ten aanzien van de aanvraag en termijn van indiening. 3.De aanvrager van een vergunning verstrekt desgewenst alle inlichtingen die naar het oordeel van Gedeputeerde Staten voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk zijn. 4.Gedeputeerde Staten beslissen binnen dertien weken na indiening van de aanvraag of na afloop van de termijn voor indiening, bedoeld in het tweede lid. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste zes weken worden verlengd. 5.Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. Artikel7Weigering van de aanvraag
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.