Beleidsplan Jeugd en WMO 2015-2018 Gemeente WaddinxveenVoorwoord Voor u ligt het beleidsplan Jeugd en WMO van de gemeente Waddinxveen voor de periode 2015-2018. Een beleidsplan dat een belangrijke mijlpaal vormt in de voorbereiding op onze verantwoordelijkheden per 1 januari 2015, die voortvloeien uit de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. Dit beleidsplan is een logisch vervolg op wat in de vorige bestuursperiode al is voorbereid en vastgesteld. In de vorige bestuursperiode is in Waddinxveen een visie sociaal domein, een visie op jeugdhulp en een beleidskader Gebundelde Krachten1De visie is vastgesteld op 10 april 2013 en het beleidskader Gebundelde Krachtenop 26 februari 2014. vastgesteld. Dit beleidsplan gaat verder waar de visie en de kadernota zijn geëindigd. We hebben de uitgangspunten verder uitgewerkt met als doel om op 1 januari 2015 klaar te zijn om de nieuwe wettelijke taken goed uit te voeren en het sociale stelsel te hervormen. Het wordt voor alle betrokkenen steeds duidelijker welke richting we op gaan en we krijgen er steeds meer vragen over. Kunnen wij nu alle vragen beantwoorden? Wellicht niet. Elke dag maken we stappen, elke dag leren we en krijgen we meer informatie. Wij realiseren ons dat we er op 1 januari 2015 nog niet zijn. Werkende weg zullen we met elkaar beleid en regels moeten opstellen, bijstellen, actualiseren en nog verder concretiseren. Een hervorming gaat vele jaren duren. Ook de onderwerpen genoemd in dit beleidsplan staan niet stil. In de periode tussen de adviesaanvraag bij de Wmo-raad en het besluit van de gemeenteraad zitten vier maanden. In deze periode wordt de wet vastgesteld, geeft de Wmo-raad advies en wordt het inkooptraject afgerond. Steeds worden knelpunten zichtbaar waarin keuzes gemaakt en bijgestuurd moet worden. Daarbij houden we steeds in ons vizier wat het beste is voor de inwoners in onze gemeente. Met dit beleidsplan als basis gaan we verder met de voorbereidingen. Het beleidsplan is richtinggevend voor de uitvoering. In de loop van dit jaar worden een groot aantal onderdelen nog verder uitgewerkt. Op lokaal niveau maken we straks het verschil. Waar nu allerlei taken op afstand en versnipperd georganiseerd zijn, is het nu aan onze gemeente om samenhang aan te brengen en bovenal om dichtbij, in Waddinxveen, de benodigde ondersteuning en zorg te bieden waar dat nodig is. Belangrijker nog dan het opstellen van beleid en regels, is de communicatie met de inwoner en het organiseren van de ondersteuning waar dat nodig is. Deze verandering organiseren wij als gemeente niet alleen. Dat doen wij samen met de inwoners van Waddinxveen en de professionals die werken in het veld van ondersteuning, hulp en zorg. Daarbij krijgen we allemaal een andere rol. De inwoner wordt gevraagd meer zelf te doen, voor zichzelf, voor een naaste of soms voor een onbekende. Gewoon, omdat het goed is om voor anderen wat te doen en te betekenen. We onderzoeken eerst de mogelijkheden die er zijn. Daarbij kunnen we gebruik maken van de mooie voorzieningen die Waddinxveen te bieden heeft. En waar het nodig is, kan de gemeente met partners de benodigde ondersteuning organiseren. Met elkaar, voor elkaar. 1Inleiding De aanleiding voor het opstellen van dit beleidsplan is de op handen zijnde decentralisatie van taken naar gemeenten. Taken die voorheen door het Rijk en door Provincies uitgevoerd werden, worden overgeheveld naar gemeenten. Gemeenten zijn vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de jeugdzorg, de uitvoering van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de uitvoering van de Participatiewet. Daarnaast wordt het passend onderwijs per 1 augustus 2014 ingevoerd, waarbij de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de wet Passend Onderwijs en de samenwerking opgezocht moet worden. Het hart van de decentralisaties bestaat uit ondersteuning van inwoners, gericht op zelfredzaamheid (‘eigen kracht’) en participatie (‘meedoen’). We gaan de ondersteuning van onze inwoners anders, beter en goedkoper vormgeven. Anders omdat van mensen wordt gevraagd meer zelf te gaan doen. Beter, omdat we onze inwoners kennen en verschillende vormen van hulp bij elkaar kunnen brengen. Ook omdat wij op resultaten kunnen sturen. Goedkoper, omdat we gewoon 25% minder geld krijgen en omdat we denken dat het met minder kan2En 40% minder budget hulp bij huishouden.. Er is dus sprake van een transitie én een transformatie: we krijgen per 1 januari als gemeente niet alleen meer taken en verantwoordelijkheden (transitie), dit heeft op langere termijn grote veranderingen van het sociale stelsel tot gevolg: de manier waarop inwoners regie over het eigen leven voeren, de andere (financiële) inrichting van de ondersteuning en andere verhoudingen tussen inwoner, overheid en maatschappelijke organisaties. In de regio Midden-Holland is de voorbereiding op de decentralisaties medio 2011 van start gegaan. In april 2013 hebben we samen met de andere Midden-Holland gemeenten, met aanbieders en met cliëntorganisaties een gezamenlijke visie sociaal domein opgesteld en in februari 2014 is de regionale kadernota ‘Gebundelde Krachten’ gepubliceerd waarin de kaders van de nieuwe sociale infrastructuur geschetst zijn. Medio 2013 is de projectgroep ‘Wad Decentraal’ in het leven geroepen. In februari 2014 heeft deze projectgroep een implementatieplan geschreven om de decentralisaties in goede banen te leiden. In de kadernota ‘Gebundelde Krachten’ zijn keuzes gemaakt die verder uitgewerkt zijn tot voorstellen en beslispunten. In de leeswijzer hieronder staat dit per onderwerp uitgewerkt. Met de decentralisatie van AWBZ naar Wmo 2015 en de decentralisatie Jeugdwet krijgen we te maken met veel veranderingen, waar ook de derde decentralisatie, de invoering van de Participatiewet, op mee lift. Op het terrein van de Participatiewet vindt nu nog geen kaderstellende besluitvorming plaats. De plannen hiervoor worden op een later moment verder uitwerkt. Dit heeft te maken met de landelijke en regionale voorbereiding en planning, die niet gelijk loopt met die van Wmo en Jeugd. De decentralisaties Wmo en Jeugd worden op regionaal niveau wel al samen opgepakt en lokaal omdat er beleidsplannen vastgesteld moeten worden voor 1 november 2014. Wij hebben er daarom voor gekozen om in dit stuk summier aandacht te besteden aan de Participatiewet. Wel worden in dit stuk dwarsverbanden en verbindingen gelegd tussen de decentralisaties. Uiteraard wordt naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Participatiewet nog aanvullend (lokaal) beleid geformuleerd. Communicatieboodschap voor de inwoners van Waddinxveen In Nederland willen we dat iedereen meedoet in de samenleving. Eerst was de regering verantwoordelijk voor ondersteuning aan chronisch zieken, mensen met beperkingen en ouderen en taken op het gebied van werk & inkomen. Vanaf 1 januari 2015 voert de gemeente deze taken uit. Ook neemt zij de taken van de provincie, het Rijk en de zorgverzekeraars over op het gebied van jeugdhulp. De ondersteuning die u nodig heeft, gaan we anders inrichten. We doen meer een beroep op uzelf en uw directe omgeving. We willen ook dat iedereen meer meedoet in de maatschappij, ieder naar eigen vermogen. De gemeente organiseert de hulp en ondersteuning dichter bij u. We doen dit niet alleen, maar samen met professionals, zorginstellingen en vrijwilligers. Samen zorgen we dat de overgang van zorg op een goede manier voor u gebeurt. Met elkaar, voor elkaar. Leeswijzer De nota is opgebouwd aan de hand van de piramide zoals opgenomen in de nota Gebundelde Krachten en hier in hoofdstuk 5. De piramide geeft de nieuwe sociale infrastructuur weer en geeft de richtingen van de transformaties aan. Hoofdstuk 2 beschrijft de veranderende opgave voor de gemeente. Welke wetten komen op ons af, welke taken moeten we gaan uitvoeren en met welke inwoners krijgen we te maken? Er is in 2013 een visie en in 2014 een beleidskader opgesteld. In hoofdstuk 3 vertalen we dit naar doelen en effecten voor Waddinxveen. In de hoofdstukken 4 t/m 8 wordt ingegaan op alle aspecten van de transformatie. We beschrijven de mogelijkheden die we hebben om de doelen te bereiken. Onderin de piramide bevindt zich de preventie. De mogelijkheden van preventie willen we versterken. Daar hebben we verschillende middelen voor tot onze beschikking. Hoofdstuk 5 gaat in op het sociaal team en de werking daarvan. Het sociaal team heeft een belangrijke werking met betrekking tot signalering en is een belangrijke schakel tussen algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Het sociaal team biedt op lokaal niveau kortdurende maatschappelijke ondersteuning. Hoofdstuk 6 gaat over de algemene voorzieningen. Wat zijn algemene voorzieningen en wat willen we hiermee bereiken? Hoofdstuk 7 gaat over maatwerkvoorzieningen. Dat zijn de voorzieningen waar een indicatie voor nodig is. Hoofdstuk 8 gaat in op bijzondere vormen van maatwerk in de jeugdhulp, het gedwongen kader. In de laatste hoofdstukken gaan we in op meer algemene zaken die we moeten doen voor alle decentralisaties en de uitwerking hiervan. Cliëntparticipatie wordt wettelijk in de Wmo 2015 opgenomen. Wat daaronder verstaan wordt, staat in hoofdstuk 9. Hoofdstuk 10 gaat over de contractering en inkoop van maatwerkvoorzieningen jeugd en regionaal. Hoofdstuk 11 gaat nader in op kwaliteit, sturing en mogelijkheden. Met wie we samenwerken, staat in hoofdstuk 12. Hoofdstuk 13 gaat over financiën. De invoering van de nieuwe taken gaat gepaard met overgangsregelingen. Welke dat zijn, staan vermeld in hoofdstuk 14. In hoofdstuk 15 wordt een overzicht gepresenteerd van een planning en implementatie met de acties die nodig zijn om in 2015 van start te gaan. 2De veranderende opgave voor de gemeente Met de decentralisaties krijgen gemeenten een centrale rol bij de opbouw van het sociaal domein. We worden verantwoordelijk voor nieuwe taken op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, jeugd, en werk. Tegelijkertijd moeten wij dat anders organiseren. Hieronder worden kort de veranderingen per domein weergegeven. Van AWBZ naar WmoHet recht op begeleiding (individueel en in een groep: arbeidsmatig of recreatief) en daarmee samenhangend vervoer en kortdurend verblijf binnen de Algemene wet Bijzondere ziektekosten (AWBZ) vervalt per 1 januari 2015. Het deel van de persoonlijke verzorging dat onlosmakelijk verbonden is met de begeleiding, wordt overgeheveld naar de gemeenten. De persoonlijke verzorging en verpleging blijft bij de zorgverzekeraar. Naast de decentralisatie van begeleiding naar alle gemeenten wordt centrumgemeente Gouda verantwoordelijk voor beschermd wonen dat gericht is op participatie3Beschermd wonen gericht op behandeling komt in de zorgverzekeringswet.. Om de transformatie en transitie van nieuwe doelgroepen mogelijk te maken, wordt de huidige Wet maatschappelijke ondersteuning uit 2007 vervangen door een nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 die de nieuwe gemeentelijke verantwoordelijkheden voor mensen met (een combinatie van) somatische, psychogeriatrische en/of psychiatrische aandoeningen of zintuiglijke, lichamelijk en verstandelijke beperkingen regelt. Tegelijkertijd biedt de Wmo 2015 ook inhoudelijk een ander kader. Waar de Wmo 2007 nog negen prestatievelden benoemt waarop gemeenten ondersteuning moeten bieden, worden gemeenten per 2015 verantwoordelijk voor ondersteuning gericht op participatie, zelfredzaamheid en opvang. Nieuwe doelen Wmo Het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische, psychische of psychosociale problemen, zo veel mogelijk in eigen leefomgeving. Het bevorderen van participatie: sociale samenhang, de mantelzorg, het vrijwilligerswerk en de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, evenals voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld. Het bieden van opvang (o.a. maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen en verslavingszorg). De Wmo 2015 stelt dat gemeenten maatwerk moeten leveren. Daarmee vervalt de compensatieverplichting die in de Wmo 2007 was opgenomen. Deze plicht hield in dat de gemeente datgene aanvult wat de inwoner zelf niet kan regelen. Gemeenten krijgen in de Wmo 2015 de verplichting om goed onderzoek te doen naar alle aspecten die op de persoonlijke situatie van de aanvrager van invloed zijn. Het resultaat van dat onderzoek kan leiden inzet van eigen kracht, het sociale netwerk, algemene voorzieningen of maatwerkvoorzieningen. Huidige en nieuwe doelgroep Wmo in Waddinxveen Op dit moment heeft de gemeente in de Wmo al een brede verantwoordelijkheid voor (ondersteuning bij) de participatie en zelfredzaamheid van inwoners. In de nieuwe Wmo 2015 komen daar dus een aantal nieuwe taken en nieuwe inwonersbij. In totaal zijn dat per 2015 823 inwoners. De aantallen huidige gebruikers (globaal op basis van gegevens uit 2012) van de Wmo en de te verwachten toekomstige gebruikers zijn opgenomen in bijlage 34De Vektis cijfers zijn gebaseerd op 2013. Indicatie- en realisatiecijfers zijn gebruikt die van elkaar verschillen. Een controle op de cijfers is nodig om het definitieve aantal cliënten vast te stellen.. Deze inwoners kunnen meerdere indicaties hebben. De indicaties zijn ingedeeld naar beperking of problematiek. Omdat wij willen uitgaan van de mogelijkheden en niet meer van de beperking, hebben we daar summier gegevens over opgenomen. Samenhang tussen Wmo met Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wet Langdurige Zorg (Wlz) Het kabinet heeft de Hervorming van de Langdurige Zorg ingezet. De ondersteuning en zorg wordt in de toekomst georganiseerd en gefinancierd door drie verantwoordelijke partijen: gemeente (Wmo en Jeugd), zorgverzekeraar (Zvw) en het rijk (Wlz) die de zorgverzekeraar opdracht geeft. Een belangrijke ontwikkeling hierin is het scheiden van Wonen en Zorg. Dat is een uitvloeisel van bovengenoemde stelselindeling. Mensen blijven langer thuis wonen omdat de indicatiegrenzen voor een verpleegtehuis verhoogd zijn. Dat legt een extra druk op de Wmo. Jeugdwet Door de nieuwe Jeugdwet worden gemeenten verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp voor haar inwoners. Het gaat dan om de jeugdhulp die nu door de provincies wordt uitgevoerd, de onder de AWBZ en/of de zorgverzekering vallende jeugdhulp en gesloten jeugdzorg die door het Rijk wordt uitgevoerd. Dit alles is eenvoudig weergegeven in onderstaand schema. Huidige en nieuwe cliënten Jeugdwet Zoals in bovenstaand schema te zien is, wordt de gemeente naast de al bestaande taken ook verantwoordelijk voor alle andere soorten jeugdhulp. Met het overkomen van alle vormen van jeugdhulp naar de gemeente wordt het aantal doelgroepen waarmee de gemeente te maken krijgt aanzienlijk vergroot. Het aantal kinderen dat in Waddinxveen hulp in een van bovenstaande categorieën ontvangt, is nog niet helemaal duidelijk. Landelijk aangeleverde cijfers spreken elkaar tegen en in lokaal onderzoek lijkt nog sprake van dubbeltellingen. De voorlopige cijfers worden gepresenteerd in bijlage 3. Participatiewet De Participatiewet komt in de plaats van de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en delen van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). Gemeenten voeren op dit moment de Wwb en de Wsw uit en het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekering (UWV) de Wajong. Met de Participatiewet wil het kabinet bereiken dat zoveel mogelijk mensen met een arbeidsvermogen meedoen (participeren) in de samenleving. Het kabinet zet in op een inclusieve arbeidsmarkt, waarin plek is voor iedereen. Een belangrijk middel om deze doelstelling te bereiken is re- integratie. Voor mensen die helemaal niet kunnen werken, blijft er een sociaal vangnet in de vorm van een bijstandsuitkering. De Participatiewet moet wel voorkomen dat mensen onnodig lang in de bijstand blijven. Omdat de regionale samenwerking en planning rondom de Participatiewet niet gelijk loopt met die van Wmo en jeugd, hebben wij besloten in dit stuk slechts summier aandacht te besteden aan dit onderdeel. Relevante verbanden worden wel gelegd. De participatiewet is door de 1ste kamer op 1 juli 2014 aangenomen. Passend onderwijs Hoewel geen onderdeel van de gemeentelijke decentralisaties, neemt de invoering van de Wet passend onderwijs een belangrijke plek in binnen het sociaal domein. De Wet passend onderwijs regelt dat zoveel mogelijk leerlingen regulier onderwijs kunnen volgen en dat kinderen die dat nodig hebben speciaal onderwijs krijgen. Die afstemming is vooral van belang voor de Jeugdzorg, maar ook de overgang naar werk Participatiewet) of arbeidsmatige dagbesteding (Wmo) spelen een rol. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze wet ligt bij de schoolbesturen. De gemeente moet vanuit de Jeugdwet samen met de andere gemeenten in Midden-Holland op overeenstemming gericht overleg (OOGO) voeren over het Jeugdbeleidsplan met de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. Uitgangspunt hierbij is dat volgens een modelprocedure OOGO-jeugdplan en het reglement van de Geschillencommissie OOGO-jeugdplan wordt gewerkt. Hierbij wordt de wethouder educatie, die zitting heeft in de stuurgroep decentralisaties regionaal, waar het OOGO plaatsvindt, gemachtigd om de overeenkomst namens de gemeente te ondertekenen en om namens de gemeente zitting te nemen in de overlegcommissie OOGO Jeugdbeleidsplan Midden-Holland. Samenhang en dwarsverbanden Uit cijfers blijkt dat er overlap zit in de cliënten die met deze wetten te maken hebben. Dit kan zowel per cliënt als per huishouden zijn. Het is daarom van belang deze overlap in kaart te brengen. Met het gesprek en het onderzoek uit de Wmo bijvoorbeeld lukt het om ook het gebruik van inkomensregelingen in kaart brengen en te bezien of er kinderen in het huishouden aanwezig zijn waar zorg aan verleend wordt. De verschillende decentralisatietaken worden in Waddinxveen dus in samenhang opgepakt. Het beleid richt zich niet op afzonderlijke doelgroepen, maar op de vragen van alle inwoners. Of dit nu kinderen, jongeren, volwassenen of ouderen zijn. We werken volgens het principe ‘één huishouden, één plan, één aanpak’. Het op zoek gaan naar de verbinding is geen doel op zich. Wel is het van belang dat zaken gezamenlijk worden opgepakt wanneer dat nodig is. De doelgroepen in bovengenoemde werkvelden komen voor een groot deel overeen. In vrijwel alle gevallen gaat het om inwoners die extra ondersteuning nodig hebben, in de vorm van begeleiding en hulp bij het opvoeden van hun kinderen, of het vinden van een passende onderwijsplek voor kinderen die extra zorg nodig hebben, of het vinden van werk of andere vormen van participatie. De opgave voor de gemeente bestaat onder meer uit snelle (h)erkenning en signalering van het probleem en/of de vraag, het aanbrengen van samenhang, het voeren van een breed gesprek of doen van breed onderzoek, en het verbeteren van afstemming en coördinatie van de voorzieningen. De opgave is ook de druk op de voorzieningen te verminderen. Binnen alle genoemde wettelijke kaders kunnen mensen tussen wal en schip raken. Mede door een integrale aanpak van de decentralisaties, moet dat voorkomen worden. Het sociaal team (hoofdstuk 5) gaat in Waddinxveen een belangrijke rol spelen om de nieuwe taken uit te voeren op zo’n manier dat we hulpvragen in onderlinge samenhang aanpakken. Daarbij gaat het dus ook om de hulpvragen zoals die vanuit de Participatiewet en het onderwijs op ons afkomen. Doordat we uitgaan van ‘1 gezin, 1 plan, 1 regisseur’ kan een samenhangende aanpak bij personen en gezinnen met een ondersteuningsvraag worden gerealiseerd. 3Visies, doelen en effecten Algemene uitgangspunten van de visieIn de in 2013 vastgestelde visie op het sociaal domein staan zeven uitgangspunten. Deze zijn maatgevend voor het te volgen beleid: De inwoner centraal Eigen kracht vormt de basis Iedereen kan meedoen De gemeente voert regie en stuurt op resultaat Investeren in preventie 1 Cliënt/gezin-1 aanpak-1 regisseur/hulpverlener Iedereen geeft het goede voorbeeld Wat betekenen nu deze uitgangspunten? Deze uitgangspunten moeten bij de afweging van beleidskeuzes betrokken worden. Dat geldt ook voor de onderstaande uitgangspunten uit het coalitieakkoord. Enkele daarvan zijn nieuw en aanvullend op de uitgangspunten visie sociaal domein. In het in mei 2014 gesloten Coalitieakkoord 2014-2018 tussen PCW, VVD en CDA wordt de visie op het sociaal domein toegelicht. Het gaat hier om de volgende uitgangspunten: Geen verschraling van de zorg, ondanks bezuinigingen door het rijk op nieuwe taken; Er wordt een buffer van €500.000,- gereserveerd om de implementatie- en overgangsperiode zo zorgvuldig mogelijk te laten verlopen; De inwoner van Waddinxveen staat centraal; Ondersteuning moet dichtbij en op kleinschalig niveau worden geregeld; Innovatie is vereist. Wijkplatforms, kerken, (sport)verenigingen en het bedrijfsleven worden hier uitdrukkelijk bij betrokken; Nadruk ligt op preventie; Aandacht voor mantelzorgers; Respijtzorg wordt gefaciliteerd door de tijdelijke inzet van vrijwillige of professionele hulp; Behoud van voldoende verpleegplekken voor mensen met psychogeriatrische problemen; Doorontwikkeling van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) in samenwerking met externe partners. Meetbare doelen Bij de invoering en implementatie van de decentralisaties kiezen we in Waddinxveen voor een beperkte set van doelen die een indicatie geven van de beleidseffecten als gevolg van de maatregelen die de gemeente en maatschappelijke organisaties nemen. Voor de periode 2015-2018 formuleren wij vooralsnog de volgende meetbare doelen van transitie en transformatie: Gebruikers van het hulpaanbod zijn tevreden over bejegening en ondersteuning. We stellen de inwoner in Waddinxveen en zijn omgeving centraal. Om die reden is het oordeel van hen een voorwaarde om conclusies te kunnen trekken over het optreden van professionals en organisaties. Tevredenheid alleen is niet zaligmakend, daarom hechten we ook belang aan een professionele evaluatie van de ondersteuning. Maar uiteindelijk gaat het om de inwoner in/en zijn omgeving, die we medeverantwoordelijk maken voor het resultaat van collectieve inspanningen. We willen bereiken dat meer inwoners ondersteuning en hulp ontvangen op vrijwillige basis. Een derde doel welke te meten is, is de inzet van cliëntondersteuning wat bij wet geregeld wordt. De aangeboden ondersteuning is passend en effectief (naar professionele maatstaven). Naast het oordeel van inwoners in/en hun omgeving is het van belang te weten of de interventies van het maatwerk/specialistisch aanbod en de bemiddeling van het sociaal team ook tot resultaat leiden. Professionals worden geacht dit te kunnen beoordelen. Het sociaal team krijgt een rol in de evaluatie van de geleverde hulp en ondersteuning. De medewerker van het sociaal team staat immers naast de inwoner en het gezin, heeft overzicht en kijkt breed. Een meetinstrument dat gebruikt wordt, is de zelfredzaamheidsmatrix. Of het ondersteuningsaanbod effectief is geweest, kan gemeten worden met deze matrix. Het gebruik van maatwerk/specialistische hulp gaat omlaag, ten gunste van lichte vormen van hulp. Het aantal verwijzingen naar maatwerkvoorzieningen/specialistische vormen van hulp en behandeling is het afgelopen decennium gestegen. Met name ambulante vormen van ondersteuning en begeleiding bekostigd vanuit de Persoonsgebonden budgetten. We streven er naar een groter aantal inwoners op een andere manier te ondersteunen dan via maatwerk/specialistische zorg. Dit willen wij bereiken door er tijdig bij te zijn en in samenspraak met de inwoner en zijn omgeving tot integrale, passende oplossingen te komen, met inzet van eigen kracht, het netwerk en de algemene voorzieningen. Het sociaal team schakelt met inzet van ketenregie aantoonbaar sneller op en af: resulterend in kortere doorlooptijden van het maatwerk/specialistisch aanbod. Een goed functionerend stelsel wordt gekenmerkt door soepel verkeer tussen professionals en organisaties. Zo nodig snel opschakelen dus, maar zodra het verantwoord is ook weer snel afschakelen, terug naar zelfredzaamheid en regie over het eigen leven. Beoogde maatschappelijke effecten De verantwoording van het beleid gaat over de mate waarin we inhoudelijke doelen realiseren, maar minstens zo belangrijk zijn de zichtbare gevolgen van ons beleid in de samenleving. De vraag is dan: welke maatschappelijke effecten willen wij voor onze inwoners bereiken? Wat zijn de zichtbare gevolgen voor de inwoners van Waddinxveen als gevolg van onze gemeentelijke inspanningen? Binnen onze gemeente formuleren we de volgende maatschappelijke effecten voor het sociaal domein: Waddinxveen is een gemeente waar iedereen tot zijn recht kan komen. Het maakt niet uit welke culturele achtergrond, geslacht, leeftijd, levensovertuiging, talenten en beperkingen iemand heeft. Iedereen neemt op een gelijkwaardige manier deel aan de maatschappij. Mensen worden aangesproken op hun mogelijkheden, niet op hun beperkingen; Inwoners van Waddinxveen zijn zelfredzaam en participeren naar vermogen in de samenleving, met inzet van hun sociale netwerk, algemene voorzieningen en eventueel professionele ondersteuning als dat nodig is; De vraag naar (individuele) hulp en ondersteuning neemt af; In Waddinxveen werken we samen aan het doel om mensen steeds op hun eigen kracht en lerend vermogen aan te spreken. De samenwerking tussen- en met andere sectoren, organisaties, verbanden en verenigingen zorgt voor een effectieve en sluitende ondersteuningsstructuur; De buurt of wijk is een prettige woon- en leefomgeving voor alle inwoners; Inwoners van Waddinxveen voelen zich verantwoordelijk voor zichzelf en voor hun sociale netwerk. De inwoners vergroten samen de leefbaarheid in de buurt en signaleren en ondernemen zelf actie als ze zich zorgen maken; Kinderen/jongeren in Waddinxveen tot 23 jaar moeten gezond en veilig kunnen opgroeien tot zelfstandige volwassenen, die naar vermogen actief deelnemen aan het sociale, economische, culturele, educatieve en sportieve leven. Wat verandert er voor onze inwonersDe huidige ondersteuning is versnipperd en in hoge mate gespecialiseerd. Voor verschillende leeftijden en doelgroepen zijn er allerlei vormen van ondersteuning. De huidige ondersteuning is gericht op het ‘opheffen’ van de beperkingen. In de nieuwe structuur staan juist de mogelijkheden van mensen centraal. Zelf of met elkaar de situatie verbeteren. Ondersteuning begint dus niet primair bij het probleem, maar bij de mogelijkheden. En bij de inwoners zelf, samen met hun sociaal netwerk. Om die ondersteuning zo goed mogelijk vorm te geven, wordt dus eerst gekeken naar wat de inwoner nog zelf kan, wat de omgeving kan bijdragen en als niets mogelijk is ondersteuning op maat. In de nieuwe structuur start de professional/ medewerker met een integrale beoordeling van de situatie in gesprek met de inwoner en wordt in overleg met de inwoner één ondersteuningsplan opgesteld: één huishouden, één plan, één aanpak met één regisseur, ook op school. Ondersteuning wordt ingezet op basis van één plan in plaats van verschillende plannen die diverse hulpverleners opstellen aan de hand van de indicatie. Dus afstemming vooraf in plaats van achteraf. Relatief nieuw is het beroep op inzetten van eigen mogelijkheden. De Kanteling heeft dit al enigszins in gang gezet. Dit wordt met de Wmo 2015 wettelijk verankerd. Nieuw is ook het gesprek en het onderzoek dat gedaan wordt. Sterker dan voorheen zal voorzienbaarheid of de mogelijkheid van een voorliggende voorziening een rol spelen. Cliëntondersteuning moet onafhankelijk zijn en gericht op de cliënt. Cliënten met een persoonsgebonden budget ontvangen het budget niet meer op hun rekening, maar doen hun betalingen via de Sociale VerzekeringsBank. Inwoners krijgen ook te maken met een sociaal team, een wijkverpleegkundige en jeugd- en gezinswerkers die samenwerken. Diverse specialistische functies worden omgezet naar generalistische functies. 4Lokale invulling taken sociaal domein De decentralisaties maken deel uit van een omvorming van een stelsel van sociale zekerheid en ondersteuning of zorg. De verzorgingsstaat verandert naar een participatiesamenleving. De rollen, verwachtingen en taken van de overheid, uitvoeringspartners en inwoners veranderen hiermee ook. Natuurlijk willen we het liefst voorkomen dat onze inwoners problemen ondervinden. We zetten daarom in op preventie en vroegsignalering. Dat wil zeggen: het tijdig signaleren van beginnende problemen, dus al vóór dat het uit de hand loopt. Middelen die we tot onze beschikking hebben zijn gerichte preventieprogramma’s, voorlichting, toegankelijke informatie en advies en goede netwerken die vroegsignalering effectief kunnen maken. Sociale kaartDe gemeente is nu verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van informatie en advies. Veel gemeenten hebben de afgelopen jaren een sociale kaart ontwikkeld. De komende jaren blijft het beschikbaar stellen van informatie en advies belangrijk voor een preventieve werking. Hiervoor is het nodig een nieuwe sociale kaart te ontwikkelen die meer dan nu aansluit bij de vraag. De vraag moet met een sociale kaart beantwoordt kunnen worden. Uit de mogelijke aanbieders selecteren wij een aanbieder. Dat doen wij samen met de gemeenten in Midden-Holland. Civil societyWe vinden het belangrijk dat mensen voor elkaar zorgen en mee kunnen doen aan reguliere activiteiten. Dit kunnen we samenvatten in de term ‘civil society’. De burger in de civil society is een inwoner die actief wil participeren aan de maatschappij. Hij ontwikkelt initiatieven, activiteiten en voorzieningen, vaak om een maatschappelijk doel te bereiken. We werken dan ook aan toegankelijkheid van deze activiteiten en voorzieningen op verschillende terreinen. Hieronder lichten we enkele belangrijke beleidsterreinen toe. Versterking van het sociale netwerkUit onderzoek blijkt een potentieel aan vrijwilligers of mensen uit het sociaal netwerk die beschikbaar zijn om ondersteuning te bieden. De vraag stellen, is vaak niet zo makkelijk. Mensen die zorg of ondersteuning nodig hebben, doen al vaker een beroep op mensen en willen dat niet vaker doen. Enkele organisaties hebben programma’s ontwikkeld om het sociale netwerk te versterken. Wij willen het komend jaar een keuze maken uit een programma en deze in Waddinxveen implementeren. Mogelijkerwijs kan dat via het sociaal team. GezondheidsbeleidEen goede gezondheid is een belangrijk middel in preventie. We investeren in voorlichting en preventie met betrekking tot gezondheid. In ons lokale gezondheidsbeleid is dat goed geborgd. In ons gezondheidsbeleid geven we vorm aan de taken vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg) en aan de landelijke en regionale speerpunten op het gebied van gezondheid. Lokaal werken we een aantal speerpunten uit in een uitvoeringsnotitie. Het maken van een uitvoeringsnotitie lokaal gezondheidsbeleid biedt de kans om de preventie nader vorm en inhoud te geven. Dit doen we samen met het veld. Maatschappelijke ZorgWaren gemeenten eerst vooral verantwoordelijk voor preventie en opvang van de huidige Wmo- prestatievelden 7 tot en met 9 en de centrumgemeente Gouda voor een deel van de regionale opvang, vanaf 2015 worden gemeenten en de centrumgemeente samen verantwoordelijk voor de hele keten in de Maatschappelijke Zorg. Deze gezamenlijke verantwoordelijkheid is in het Regionaal Kader Maatschappelijke Zorg 2013-20165Het Regionaal Kader Maatschappelijke Zorg is door gemeente Gouda in coproductie met de regiogemeenten Midden-Holland opgesteld en door de gemeenteraad van Gouda vastgesteld op 3 april 2013. opgenomen en vertaald in regionale uitgangspunten en doelstellingen. De uitgangspunten zijn: Naar 1 plan en 1 zorgarrangement, waarbij de cliënt centraal staat Verbeteren preventie en vroegsignalering: preventie en vroegsignalering van kwetsbare mensen verbeteren door inzet van buurt- en wijknetwerken en door het verbinden van zorg en welzijn. Instroom-doorstroom-uitstroom verbeteren: de mogelijkheden voor huisvesting in de regio worden onderzocht, zodat de doorstroom kan worden bevorderd. Sturen op zelfredzaamheid Monitoring Bovenstaande uitgangspunten worden nader uitgewerkt in een lokale uitvoeringsnotitie Maatschappelijke Zorg. Centrum voor Jeugd en GezinIn de afgelopen jaren zijn vanuit de samenwerking rondom het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) een groot aantal preventieve activiteiten voor jeugdigen en hun ouders ontwikkeld. Andere taken van het CJG zijn het bevorderen van de sociale cohesie in de wijk, (vroeg-) signalering, het bieden van laagdrempelige ontmoetingsplekken voor ouders, het op elkaar afstemmen van vraag en aanbod van cursussen en het adviseren van ouders, jongeren en professionals op uiteenlopende manieren. De afgelopen jaren heeft het CJG in Waddinxveen een groot netwerk ontwikkeld. Dit netwerk vormt een goede basis om verder te worden versterkt en uitgebreid, ook in relatie tot het sociaal team (hoofdstuk 5). Over de doorontwikkeling van het CJG verschijnt in het najaar van 2014 een uitvoeringsnotitie. Lokale (vrijwilligers)netwerkenIn het kader van de Wmo en Jeugdwet is veel aandacht voor de lokale en regionale zorg en ondersteuning, voor de mogelijkheden en beperkingen van gemeenten om aan sociale voorzieningen vorm te geven en de betekenis daarvan voor burgers. In dit kader krijgen vrijwilligersorganisaties, meer betekenis. Nog altijd vormen (sport)verenigingen, buurten, wijkplatforms, geloofsgemeenschappen, het bedrijfsleven, enzovoort, belangrijke plaatsen waar mensen sociale contacten aangaan en gemotiveerd worden tot vrijwillige inzet ten behoeve van anderen en de bredere samenleving. Wijkplatforms, geloofsgemeenschappen, (sport)verenigingen en het bedrijfsleven worden uitdrukkelijk betrokken bij het verder ontwikkelen van participatiemogelijkheden, organiseren van thuisnabije ondersteuning en het vergroten van eigen kracht van inwoners. Er wordt komende jaar een nieuw vrijwilligersbeleid ontwikkeld. Meer aandacht voor het vinden, binden en boeien van vrijwilligers in ondersteuning en zorg is onze doelstelling. Om bovengenoemde zaken uit te voeren, hebben we enkele werkwijzen tot onze beschikking. Waddinxveense werkwijzeIn de in 2012 vastgestelde Kantelingsnota ‘Wad voor mij?!’ wordt de gekantelde visie op maatschappelijke ondersteuning verwoord. Van inwoners wordt gevraagd meer betrokken te zijn voor elkaar en meer eigen verantwoordelijkheid te nemen. Zij kunnen niet meer vanzelfsprekend voorzieningen bij de overheid claimen. De gemeente heeft echter wel een verplichting om maatwerk te leveren en moet (laten) zorgen dat er adequate maatschappelijke ondersteuning geboden wordt. De gemeente heeft dus de opgave het meedoen mogelijk te maken. Dit door de juiste vraag te achterhalen en daar een oplossing op maat voor te bieden. Door hiervoor te kiezen worden het vraaggericht werken en het bieden van maatwerk leidend voor de Waddinxveense praktijk. De samenwerking tussen de verschillende organisaties, ieder vanuit hun eigen rol, in een gezamenlijk werkproces, vormt de kern van de eenduidige uitvoeringspraktijk. De Waddinxveense werkwijze is dus een belangrijk middel, werkwijze om te signaleren en ondersteuning te bieden. De kern van de gezamenlijke beleidspraktijk is dat de partners samen een beleidscyclus doorlopen. Zij brengen met elkaar de vraag van de inwoners en de hiaten in het bestaande aanbod in beeld. Op basis daarvan wordt een concreet aanbod georganiseerd. De gemeente gaat daarbij meer sturen op maatschappelijke effecten en resultaten. De gemeente vervult de rol van opdrachtgever, waarin we sturen op wat we willen bereiken. De vraag van de inwoner staat hierbij centraal en vraagt om maatwerk en flexibiliteit van de gemeente en het maatschappelijk middenveld. Vanuit deze gedachte moeten initiatieven vanuit het maatschappelijk middenveld voldoende mogelijkheid krijgen om zich te ontwikkelen. In de werkwijze onderdeel uitmakend van de beleidspraktijk. Tot slot is ook de informatie en communicatie een belangrijke factor in het slagen. De informatie moet eenvoudig, helder, bruikbaar en toegankelijk zijn. Hiervoor is het van belang dat er een goed werkende sociale kaart. Daarnaast is het van belang dat de gemeente actief communiceert over ontwikkelingen binnen het sociaal domein, via bestaande kanalen. Vernieuwing subsidiebeleidDeze nieuwe werkwijze vraagt een omslag in denken en doen van de gemeente en maatschappelijke organisaties. Een belangrijke stap in dit proces is het project ‘Vernieuwen van subsidies in het sociaal domein’, dat we in het voorjaar van 2014 gestart hebben. In dit project worden met professionele- en vrijwilligersorganisaties subsidies herijkt en waar mogelijk verbonden met de maatschappelijke opgave. De bijdrage die deze organisaties kunnen leveren aan nieuwe taken van de gemeente betrekken we daar bij. Door hun inzet meer preventief in te zetten en aan te sluiten op de decentralisaties verwachten we dat in de toekomst het gebruik van individuele maatwerkvoorzieningen kleiner zal worden. Bovenstaande betekent voor ons als gemeente vooral loslaten en vertrouwen. Van maatschappelijke organisaties verwachten wij dat zij verantwoordelijkheid nemen en samenwerken met partners om tot een compleet ondersteuningspakket te komen, waarin vooral de inzet van vrijwilligers wordt benut. 5Het Sociaal Team: toegang tot ondersteuning en hulp Verschillende hulpvragen, verschillende oplossingenDe gemeente hecht grote waarde aan het eerder en beter signaleren van behoefte aan ondersteuning en hulp en aan het verstevigen van de civil society. De inzet van laagdrempelige algemene vormen van hulp en ondersteuning moet escalatie en inzet van gespecialiseerde- en maatwerkvoorzieningen zoveel mogelijk voorkomen. De verschillende vormen van laagdrempelige algemene voorzieningen en vernieuwingsmogelijkheden worden beschreven in hoofdstuk 6. Soms gaan problemen van een inwoner (en zijn/haar gezin) de eigen kracht, het eigen sociaal netwerk en de ondersteuning vanuit dit netwerk te boven. In die gevallen is de inzet van een algemene voorziening niet voldoende en is er specialistische hulp nodig in de vorm van een maatwerkvoorziening. Deze voorzieningen zijn, in tegenstelling tot algemene voorzieningen, niet vrij toegankelijk. Een maatwerkvoorziening moet toegekend worden. Welke maatwerkvoorzieningen er vanaf 2015 toegekend kunnen worden, wordt in hoofdstuk 7 beschreven. Toegang tot maatwerkOnder ‘toegang’ verstaan we: de formele procedure voor de toekenning van een maatwerkvoorziening. De toekenning van een maatwerkvoorziening (voor jeugd) is een bevoegdheid van huisartsen, specialisten, jeugdartsen, de crisisdienst en vanaf 2015 ook van de gemeente. De toegang wordt vanaf 1 januari 2015 in veel gemeenten in specifieke jeugdteams of sociale (wijk)teams geregeld. Waddinxveen wil de toegang regelen in één sociaal team voor zowel jeugd als volwassenen. De gemeente kiest voor een sociaal team omdat het signaleren en melden van hulpvragen eerder kunnen worden afgehandeld en omdat het huidige voorzieningenniveau beter kan: meer op elkaar afgestemd, meer vanuit de eigen kracht van burgers en meer gericht op zelfredzaamheid. We willen de nieuwe taken die op ons af komen dichtbij en in overleg met organisaties en inwoners uitvoeren. Samen met de maatschappelijke organisaties ontwikkelen we deze nieuwe vorm van samenwerking. We willen in 2014 samen met onze (toekomstige) ketenpartners al ervaringen opdoen, zodat het sociaal team in 2015 in staat is om taken op te pakken die op gemeente af komen. Het sociaal team werkt aan de wat meervoudige (complexe) hulpvragen. Enkelvoudige hulpvragen kunnen door de bestaande hulp- en welzijnsorganisaties worden afgehandeld. In het verbeteren van de samenwerking tussen en met deze organisaties is ook een opgave die aandacht zal krijgen van de gemeente. Zoals gezegd worden meervoudige vragen en de toegang tot passende hulp voor het oplossen van de problematiek vormgegeven door het sociaal team. Het sociaal team is laagdrempelig, werkt integraal (dus met meerdere disciplines die elkaar weten te vinden) en met korte lijnen. In het team zitten generalistische professionals die allen een vorm van (kortdurende) ondersteuning kunnen bieden. De rol van het team is niet dat deze de taken van uitvoerende hulpverleners overneemt. Het is belangrijk dat het sociaal team zelf kortdurende hulp en ondersteuning kan verlenen, maar dit is niet hun hoofdtaak. Belangrijker is de regierol: het in beweging krijgen van het gezin, het opstarten van een gezinsplan en/of ingrijpen als de uitvoering van een gezinsplan blokkeert. De inzet van het sociaal team is daardoor altijd tijdelijk en nooit langdurig. De positie van het sociaal team wordt weergegeven in de volgende afbeelding: Taken sociaal teamVraagverheldering-/analyse, met toepassing van de regionaal ontwikkelde instrumenten ‘quick scan’ en ‘integrale vraaganalyse’; bepalen van benodigde ondersteuning; uitvoeren (kortdurend) of regelen van ondersteuning; regievoering. Uitgangspunten sociaal team Waddinxveen op langere termijnEén sociaal team, 3D breed, voor alle inwoners van Waddinxveen; Bestaande netwerken en verbanden binnen het sociaal domein vormen de basis voor de organisatie van het sociaal team; Het maakt niet uit waar inwoners hun ondersteuningsvraag stellen. Het proces is uiteindelijk zo georganiseerd dat een inwoner met een ondersteuningsvraag de toegang tot de gewenste ondersteuning eenvoudig vindt (fysiek, telefonisch en digitaal); De toegang tot de ondersteuning beperkt zich niet tot een portaal tot zware zorg, maar er wordt ook direct praktische ondersteuning geboden aan gezinnen om ze te helpen participeren; Inwoners van alle leeftijden kunnen bij het sociaal team terecht met meervoudige/complexe hulpvragen; Inwoners kunnen met eenvoudige vragen gewoon terecht bij organisaties uit de bestaande (uitvoerings)praktijk in de 0e en 1e lijn. Deze organisaties vormen als het ware het voorportaal voor het sociaal team; De inwoner heeft met het sociaal team één aanspreekpunt, er wordt binnen het team afgestemd voor welke aanpak wordt gekozen. Het sociaal team kan dus opschalen naar specialistische hulp, maar ook afschalen naar voorzieningen in de 0e en 1e lijn; Het sociaal team heeft naast een zichtbare functie ook een proactieve rol, waarbij vrijwilligers en mantelzorgers een signalerende en uitvoerende functie hebben; In het sociaal team werken generalisten, die elk ook hun eigen specialisme hebben en onderhouden. Om hun taken uit te kunnen voeren en actief bij te dragen aan de gewenste omvorming van het sociaal domein worden hoge eisen gesteld aan de medewerkers van het sociaal team. Regionaal is een lijst met vereiste competenties en een functieprofiel opgesteld. Er wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan scholing en intervisie. Organisatie sociaal teamTen tijde van het opstellen van dit beleidsplan is het sociaal team in Waddinxveen in ontwikkeling. De bedoeling is dat er met enkele kernpartners een korte pilot voorbereid wordt. De pilot start eind september, begin oktober, om eind november te evalueren en de laatste acties te ondernemen zodat per januari een sociaal team gereed is. Ook partners die niet direct onderdeel uitmaken van het sociaal team, worden bij de voorbereidingen betrokken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het onderwijs en de huisartsen. We onderzoeken de samenwerking van Werk en Inkomen met het sociaal team. Van belang is dat een goede verbinding maken met de werkwijze van werk en Inkomen. Ook de verbinding met schuldhulpverlening, de inzet van vrijwilligers bij administratie of schulden zijn nog nader uit te werken mogelijkheden. Samenwerken met (passend) onderwijsDe vier samenwerkingsverbanden passend onderwijs en de gemeenten in de regio Midden Holland gaan uit van een gemeenschappelijke visie (zie bijlage 4), die de grondslag vormt voor de verbinding tussen de zorgstructuur op de scholen en het jeugdstelsel dat door de gemeente wordt ingericht. Deze visie is als volgt uitgewerkt: Om kinderen, ouders en leerkrachten, die dit nodig hebben, te ondersteunen richten alle scholen een ondersteuningsteam in. Onderdeel van dit team is een professional (in de praktijk vaak de schoolmaatschappelijk werker) die ook daadwerkelijk (kortdurende) hulp en/of ondersteuning kan verlenen. Deze persoon is fysiek op de school aanwezig en eerste aanspreekpunt voor ondersteuningsvragen. Naast deze professional heeft iedere school een schakelfunctionaris (Jeugd- en gezinswerker) binnen het sociaal team Jeugd. Deze functionaris heeft een band met de school en is voldoende aanwezig om een bekend gezicht te zijn. De gemeente waar de school gevestigd is levert de inzet van deze schakelfunctionaris. De schakelfunctionaris komt in beeld als de problemen de school te boven gaan. Hij of zij is dan de verbinding voor de betreffende school en leerling met het sociaal team van de woonplaats van de leerling. Vanuit het ondersteuningsteam in het onderwijs kan – net als bij de sociale teams – gebruik worden gemaakt van experts. De experts kunnen om advies worden gevraagd op het gebied van opgroeien en opvoeden, bij 1G1P, of als er een maatwerkvoorziening nodig is. Daar waar een expert al betrokken is vanuit onderwijs of voor gezinsproblemen, wordt deze zo veel mogelijk benut voor vragen uit beide gebieden. In bepaalde gevallen kan deze expert mogelijk ook de 2de deskundige zijn die nodig is voor het afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring voor het (voortgezet) speciaal onderwijs. Afstemming met wijkverpleegkundigeMet ingang van 2015 zet de verzekeraar de functie van wijkverpleegkundige in. Deze zal verpleging en verzorging bieden in gemeenten en een belangrijke schakel vormen met het sociaal team. De samenwerking met zorgverzekeraars over deze functie wordt in 2e helft 2014 nader uitgewerkt. Rol en positie van huisartsenHuisartsen krijgen in de Jeugdwet een bevoegdheid om te verwijzen. De huisarts is vaak het eerste aanspreekpunt voor mensen met vragen of problemen over ziekte en gezondheid. Ze hebben in hun spreekuur te maken met veel vragen, waar de gemeente en het sociaal team wel mee aan de slag kunnen. Het is daarom vanzelfsprekend dat de gemeente met huisartsen (maar ook met (jeugd)artsen en medisch specialisten) afspraken maakt over de verwijzing naar jeugdhulp, ondersteuning of zorg. Ter ondersteuning van de samenwerking tussen huisartsen, het sociale team en andere partners in het werkveld zijn de regiogemeenten met de Regionale Organisatie voor Huisartsen in Midden Holland (ROMH) in gesprek gegaan. De werkafspraken die tijdens deze gesprekken gemaakt zijn, zijn opgenomen in bijlage 5. Lokaal dienen nog verdere afspraken gemaakt te worden over de concrete aansluiting van de huisartsen en (jeugd)artsen bij het sociaal team. Ten tijde van het schrijven van dit stuk zijn de gesprekken hierover gaande. Medisch specialisten sluiten waarschijnlijk aan door deelname aan de expertpool. Hierop gaan we hieronder verder in. Expertpool JeugdBinnen de regio Midden Holland wordt op het gebied van jeugdzorg een expertpool opgezet. Als de vraag van de inwoner om specialistische kennis vraagt, kan het sociaal team een beroep doen op experts van buiten. Het sociaal team bestaat immers uit generalisten. Deze consultatie kan betrekking hebben op een maatwerkvoorziening, maar kan daar ook los van staan. De experts zijn ondersteunend aan de sociale teams en geven, op verzoek en vanuit hun expertise, advies over wat binnen een 1Gezin,1Plan (1G1P) nodig is voor het oplossen van specifieke vragen of problemen. De expert heeft drie taken. In het eerste geval zit hij niet met het gezin aan tafel, in de andere twee gevallen wel. De taken van de expert zijn: Adviseren van het sociaal team in relatie met het gezin; Adviseren van het sociaal team, ouders en jongeren over hulp binnen ‘één gezin, één plan’; Adviseren over inzetten van maatwerk binnen ‘één gezin, één plan’. De expert heeft geen formele invloed op de beslissing of en door wie de geadviseerde maatwerkvoorziening wordt uitgevoerd, maar geeft wel zwaarwegend advies. De wisselwerking tussen het sociaal team en de expert moet vanzelfsprekend, snel en effectief zijn. Om de nauwe aansluiting tussen expert en sociaal team te waarborgen, en er tevens voor te zorgen dat de adviesrol eenduidig wordt opgevat, is een (lichte) vorm van organisatie nodig. Ook moeten experts voldoende tijd hebben om deze consultfunctie te kunnen uitoefenen. De experts vormen geen team, maar een expertpool. Binnen de bekostiging en het inkoopproces wordt rekening gehouden met de benodigde beschikbaarheid van deze experts en worden afspraken over de inzet van expertise gemaakt. PrivacyBij al deze vormen van samenwerking is het noodzakelijk dat de partners persoonsgegevens van cliënten aan elkaar verstrekken en met elkaar uitwisselen. Hiervoor worden met de betrokken partijen afspraken gemaakt. Het privacyreglement van het CJG Midden-Holland dient als voorbeeld. Het is niet de bedoeling om de eigen regelingen van de partners voor de omgang met persoonsgegevens te vervangen. Deze blijven eveneens van kracht. De aanvullend te maken afspraken betreffen uitsluitend regels voor de uitwisseling van persoonsgegevens tussen de partners in het kader van het bieden van gezamenlijke hulp aan een cliënt en de leden van zijn gezinssysteem. Expertpool WmoVoor de gemeente is het van belang dat ook voor de Wmo-doelgroep experts ingezet kunnen worden als specialistische kennis gevraagd wordt. Na de zomer van 2014 wordt hier nader onderzoek naar gedaan en wordt bekeken of bovenbeschreven constructie ook toepasbaar is op de Wmo-doelgroep. Vertrouwenspersoon en klachtenprocedureIn de Jeugdwet wordt de vertrouwenspersoon geregeld. De jeugdige en zijn ouders die te maken krijgen met het sociaal team, moeten te allen tijde een beroep kunnen doen op een vertrouwenspersoon. Voor het organiseren en financieren van de vertrouwenspersoon sluiten we aan bij landelijke afspraken (via VNG). De uitvoering zal dichtbij de cliënt (waar mogelijk lokaal) geregeld worden. Naast een vertrouwenspersoon vinden wij het belangrijk dat er een klachtenprocedure wordt ingesteld waar cliënten gebruik van kunnen maken. Dit wordt het komende half jaar verder ontwikkeld. Bezwaar- en beroepsmogelijkheden worden beschreven in hoofdstuk 9 en verder uitgewerkt in de verordeningen. 6Algemene voorzieningen In zowel de Jeugdwet als Wmo wordt onderscheid gemaakt tussen ‘algemene voorzieningen’ en ‘maatwerkvoorzieningen’. Algemene voorzieningen zijn voorzieningen waar elke inwoner (soms tegen betaling) zonder toegangsbepaling gebruik van kan maken. Deze voorzieningen zijn relatief het goedkoopst, maar zijn het minst toegesneden op individuele vragen. Algemene voorzieningen moeten het beroep op maatwerkvoorzieningen beperken. De afgelopen jaren is er steeds meer aanvraag voor individuele ondersteuning en zorg gekomen. Deze trend wil de landelijke overheid keren. In ‘Gebundelde Krachten’ is een piramide gepresenteerd waarin te zien is dat de druk op maatwerkvoorzieningen afneemt als er algemene voorzieningen beschikbaar zijn. Het moet weer normaal worden om zoveel mogelijk ondersteuning in een groep, in de buurt, in de wijk, of in je eigen woonplaats te vinden. Wie bepaalt nu wat een algemene voorziening is? In ‘Gebundelde Krachten’ is bepaald dat algemene voorzieningen een lokale verantwoordelijkheid van elke gemeente zijn. De gemeente heeft overzicht over de voorzieningen en over de vraag van inwoners en kan afspraken maken met organisaties over de toegang tot de voorziening om dit algemeen aan te bieden. Dat biedt ons volop kansen algemene voorzieningen te ontwikkelen gericht op de vraag van Waddinxveense inwoners. Algemene voorzieningen zijn te vinden in de vrije markt en in gesubsidieerde sectoren zoals welzijn, sport en cultuur. Een boodschappendienst van een supermarkt en een buurthuis zijn voorbeelden van algemene voorzieningen. Zij kunnen zich ook op de markt van ondersteunende activiteiten begeven. Voor zowel jeugd als Wmo geldt dat het soms nodig is dat een lichte toets plaatsvindt om iemand toegang te verlenen tot de algemene voorziening. Vanuit het oogpunt dat de cliënt naar een algemene voorziening kan die past bij de vraag, en vanuit oogpunt dat de algemene voorziening niet altijd geheel vrij toegankelijk kan zijn, kan de gemeente een algemene voorziening met lichte toets aanbieden. Dagbesteding en de integrale crisisopvang zijn hier voorbeelden van. De lichte toets kan verricht worden door het sociaal team, met eventueel behulp van experts. Kortom, we willen bereiken dat de vrije markt en maatschappelijke organisaties activiteiten aanbieden en taken op zich nemen. Met als doel dat mensen met een hulpvraag in Waddinxveen terecht kunnen. Daarvoor is het van belang de algemene voorzieningen in Waddinxveen in kaart te brengen. Algemene voorzieningen in WaddinxveenWaddinxveen kent diverse algemene voorzieningen. Deze worden zowel door vrijwilligers als door beroepskrachten georganiseerd. Waddinxveen kent veel verenigingen, stichtingen en geloofsgemeenschappen die voor de eigen leden en achterban verschillende activiteiten organiseren. Met name voor senioren wordt er veel georganiseerd door zowel de welzijnsstichting, door ouderenbonden, door seniorenraad, door geloofsgemeenschappen en andere sociale verbanden. In Waddinxveen kennen we algemene voorzieningen die gericht zijn op jeugd en/of de Wmo. Deze willen we in kaart brengen zodat er een potentieel aanbod ontwikkeld kan worden zodra er vraag van inwoners is. Inzicht in de voor ons nieuwe vragen moet de komende jaren ontstaan. Nader onderzoek naar de vraag is nodig evenals onderzoek naar mogelijke uitbreiding van algemene voorzieningen, waar die het best georganiseerd kunnen worden en door wie. Nieuwe vormen van algemene voorzieningen in WaddinxveenCliëntondersteuning Cliëntondersteuning is het ondersteunen van een inwoner/cliënt bij het vinden van een oplossing voor een probleem. De wet regelt hier een verplichting voor de gemeente. Clientondersteuning moet kosteloos aangeboden worden. De vorm waarin gemeente de cliëntondersteuning aanbiedt, mag een gemeente zelf bepalen. Het gaat om twee soorten cliëntondersteuning: Voorafgaand aan of tijdens het onderzoek dat de gemeente doet bij een cliënt om de ondersteuningsbehoefte in kaart te brengen, kan een cliënt verzoeken om onafhankelijke ondersteuning die naast de cliënt staat en diens belang kan dienen. Hierbij kan de cliënt ook altijd iemand uit zijn/haar eigen netwerk meenemen. De cliëntondersteuner helpt de cliënt in het gesprek om zijn/haar hulpvraag te verwoorden en ondersteunt bij het verkrijgen van maatschappelijke ondersteuning; Het kortdurend ondersteunen van mensen die verminderd zelfredzaam zijn, bijvoorbeeld bij het oplossen van een situatie die te complex is om door de cliënt en zijn/haar sociale netwerk op te laten lossen. Deze vorm is altijd gericht op het versterken van de zelfredzaamheid en participatie. Beide soorten kunnen in de vorm van algemene voorziening georganiseerd worden. Stichting MEE is een landelijke organisatie die al jarenlang cliëntondersteuning biedt aan cliënten met verschillende beperkingen en problematiek. De landelijke middelen voor MEE, nu nog gefinancierd uit de AWBZ, gaan per 2015 over naar de gemeenten. De landelijke overheid heeft gemeenten en Stichting MEE gevraagd voor 1 juli 2014 afspraken te maken over het organiseren van cliëntondersteuning. De specifieke deskundigheid die de organisatie MEE heeft bij de ondersteuning van mensen met een beperking willen wij integreren in de aanpak van de nieuwe taak cliëntondersteuning. Per 1 januari 2015 moet cliëntondersteuning als taak georganiseerd en ingebed zijn. Dat nemen we mee bij de ontwikkeling van het sociaal team. De cliëntondersteuning van MEE moet afgestemd worden met de cliëntondersteuning van Platform Sociaal Waddinxveen, Platform Gehandicapten Waddinxveen en de lokale ouderenbonden. Cliëntondersteuning kan ook beschikbaar zijn voor aanvragen voorziening Jeugdwet. Mantelzorgondersteuning Mantelzorgondersteuning is geen nieuwe taak in de Wmo, en ook niet nieuw in Waddinxveen. Wel nieuw is de wettelijke verplichting. In Waddinxveen wordt mantelzorgondersteuning al enige jaren als algemene voorziening geboden door Palet Welzijn. We continueren mantelzorgondersteuning ook na 1 januari 2015 en maken hierover nadere subsidie- product en resultaatafspraken met Palet Welzijn. Vervoer Gemeenten worden verantwoordelijk voor het vervoer dat met de functie begeleiding uit de AWBZ overkomt. Als inwoners met een indicatie naar een locatie voor begeleiding (dagbesteding) moeten, kunnen zij aanspraak maken op het vervoer. Vervoer is dan ook een maatwerkvoorziening maar kan ook in een algemene voorziening aangeboden worden. De provincie heeft als doel het openbaar vervoer algemeen toegankelijk te maken zodat het een voorliggende voorziening kan worden. Algemene voorzieningen vervoer voor mensen met een beperking zijn: Collectief vraagafhankelijk vervoer, de Groene Hart Hopper Seniorenvervoer Palet Welzijn Verder zijn er natuurlijk gebruikelijke voorzieningen zoals een fiets of brommer. We willen door te zoeken naar nieuwe mogelijkheden een kanteling in vervoer bereiken die zorgt voor minder doelgroepenvervoer. En een meer efficiënte organisatie van het doelgroepenvervoer. Medio 2016 zal dit gerealiseerd moeten zijn. Maatschappelijke opvang (deels algemeen/deels maatwerk) Op dit moment maken inwoners uit Waddinxveen gebruik van voorzieningen maatschappelijke opvang (vrouwenopvang, daklozenopvang) elders. Meestal is dat in centrumgemeente Gouda. Vooralsnog continueren we dit voor een termijn van maximaal drie jaar. In die periode onderzoeken we of in Waddinxveen een dergelijke voorziening georganiseerd kan worden. De inloopfunctie GGZ is ook een ambulante opvangmogelijkheid voor overdag. De inloopfunctie GGZ is bedoeld als vangnet voor mensen die een langdurige psychische stoornis hebben met andere problematiek. De omvorming van de inloopfunctie in Gouda betekent dat de gemeenten zelf voorliggende voorzieningen voor dagbesteding en begeleiding op orde moeten hebben. Gemeenten moeten tevens de cliëntondersteuning voor mensen met GGZ problematiek lokaal borgen. Het regionaal kader Maatschappelijke Zorg biedt hiervoor het kader. Gouda heeft als uitgangspunten gesteld dat de inloop van 1 locatie vormgegeven gaat worden, primair gericht op dak- en thuislozen, de aansluiting op de nachtopvang moet goed zijn, er worden maaltijden aangeboden, gelegenheid tot douchen en te wassen en er is begeleiding die ondersteund wordt door Meldpunt Zorg en Overlast en andere organisaties. Vrijwilligerswerk Met vrijwilligerswerk als algemene voorziening wordt bedoeld het vrijwilligerswerk dat in buurthuizen, kerken, welzijnsorganisatie gedaan wordt waardoor deze als algemene voorziening georganiseerd kan worden. De mogelijkheden hiervan moeten nader onderzocht worden. Ook mantelzorgondersteuning kan door vrijwilligers geboden worden. Respijtzorg is hier een voorbeeld van. Omdat vrijwilligerswerk in de zorg vaak in instellingen uitgevoerd wordt, is weinig zicht op vrijwilligerswerk in de zorg. We gaan de mogelijkheden van een vrijwilligerspool ondersteuning en zorg nader onderzoeken, al dan niet in combinatie met een digitale vrijwilligersmarktplaats. Bijdrage in de kostenGemeenten hebben de mogelijkheid een bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen te vragen. Met de verordening en nadere regels wordt de kostenbijdrage vastgesteld. Algemene voorzieningen voor de jeugd in WaddinxveenIn de gemeente zijn er diverse voorzieningen voor de jeugd te vinden, die toegankelijk zijn voor alle jeugdigen. Dit kunnen zowel vrije tijdsvoorzieningen zijn, zoals sport voorzieningen en jongerenontmoetingsplekken (JOP’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.