Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Roermond houdende regels omtrent gebiedsontzeggingen APV (Beleidsregel Gebiedsontzeggingen 2019 APV)De burgemeester van Roermond; gelet op artikel 2.1b van de Algemene Plaatselijke Verordening; heeft besloten vast te stellen de volgende beleidsregel: ‘Beleidsregel Gebiedsontzeggingen 2019 APV’ Inleiding Karakter Voorwaarden Opbouw van de gebiedsontzegging Gevolgen van overtreding van de gebiedsontzegging Afhandeling bezwaren tegen individuele gebiedsontzeggingen Slotbepalingen Inleiding In deze beleidsregel wordt aangegeven hoe de door of namens de burgemeester gemandateerde (politie)functionaris van de bevoegdheid tot het opleggen van een gebiedsontzegging gebruik kan maken. Karakter De gebiedsontzegging is een bestuurlijke en niet een straf opleggende maatregel en deze dient bij oplegging dan ook als zodanig te worden gehanteerd. De maatregel is bedoeld ter ondersteuning en handhaving van de openbare orde. Omdat de gebiedsontzegging een behoorlijke beperking geeft van de persoonlijke vrijheid van individuen dient deze restrictief te worden toegepast. Het opleggen van een gebiedsontzegging houdt overigens niet in dat er geen strafrechtelijk vervolg door het Openbaar Ministerie plaatsvindt tegen mogelijk gepleegde strafbare feiten. Vaak zal er juist sprake zijn van een strafrechtelijk handelen met een openbare orde verstorend karakter. Verschillende doelgroepen en locaties Op dit moment hanteren we vier standaardgebieden en –doelgroepen voor respectievelijk uitgaansoverlast, Drang & Dwang, verboden winkelgebied centrumgebied en wietpas. Daarnaast is het in individuele situaties mogelijk om specifieke gebiedsontzeggingen op te leggen gericht op de betreffende overlastgever en locatie. Voorwaarden Verstoring van de openbare orde Primair moet vaststaan dat er sprake is van (ernstige) verstoring van de openbare orde of (ernstige) vrees daarvoor. Hiervan is in ieder geval sprake wanneer geadresseerde zich gedraagt in strijd met de wettelijke bepalingen die worden genoemd in de bijlage van artikel 2.1b van de Algemene plaatselijke verordening 2017 (APV). Ontzegging is dan redelijkerwijs noodzakelijk voor handhaving van die openbare orde en het negatieve effect van de gedragingen op het ordelijk verloop van het gemeenschapsleven in het betrokken gebied. In acht nemen van (dis)proportionalíteit en subsidiariteit Er is een bepaalde mate van beleidsvrijheid bij de gebruikmaking van de bevelsbevoegdheid voor een gebiedsontzegging ter handhaving van de openbare orde. Een gegeven bevel tot een gebiedsontzegging moet echter altijd in overeenstemming zijn met de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. Hier vloeit uit voort dat de bevelsbevoegdheid niet wordt uitgeoefend als het toezicht op een andere wijze even doelmatig kan worden uitgeoefend. Derhalve moet altijd worden nagegaan of minder verstrekkende of minder langdurige maatregelen, dus bijvoorbeeld een minder zwaar middel dan de ontzegging, ook een oplossing kunnen bieden. Opbouw van de gebiedsontzegging In een besluit tot gebiedsontzegging moet worden aangegeven: wanneer en waar de ordeverstoringen hebben plaatsgevonden; wat de aard en ernst hiervan is geweest; de gedragingen waarop de ontzegging is gebaseerd; of er al eerder andere of vergelijkbare ordemaatregelen tegen geadresseerde zijn opgelegd (aard van de persoon en de frequentie van de overtredingen); voorts moet de duur en de omvang van de gebiedsontzeggingen worden onderbouwd; ten slotte de controle of een minder langdurige maatregel mogelijk is. Het besluit dient een concreet op de door de geadresseerde begane overtreding toegespitste motivering te bevatten. Bij het opleggen van een gebiedsontzegging is het van belang dat de motivering tot het opleggen van de gebiedsontzegging voldoende onderbouwd beschreven is en hierin, indien van toepassing, ook eerdere opgelegde gebiedsontzeggingen worden opgenomen. Uitzonderingen op de individuele gebiedsontzeggíngen Indien de geadresseerde in het gebied van ontzegging zijn woning of zijn werk heeft of zijn beroep uitoefent of hulpverlenende instanties bezoekt (en bewijs kan leveren dat geadresseerde gedurende de ontzegging een afspraak heeft), wordt in het verbod de kortste route aangewezen langs welke geadresseerde het gebied dient te betreden dan wel te verlaten. De ontzegging is niet van toepassing op de geadresseerde die zich binnen het aangewezen gebied bevindt in een middel van openbaar vervoer. Wel zijn winkels in het gebied en het station Roermond verboden gebied. Horen van geadresseerde De geadresseerde moet in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord ten aanzien van het voorgenomen besluit tot gebiedsontzegging. Deze verklaring wordt schriftelijk vastgelegd in het zienswijzen formulier en ondertekend/geparafeerd door de geadresseerde en de dienstdoende (politie)functionaris die de zienswijze opmaakt. Indien geadresseerde niet wenst te tekenen verklaart de dienstdoende (politie)functionaris dit op de verklaring of in een separaat Proces Verbaal bevindingen. Betreft het een minderjarige dan worden eveneens de ouders of voogd van de minderjarige uitgenodigd voor een zienswijzengesprek. Foto geadresseerde ten behoeve van handhaving individuele gebiedsontzeggingen Van geadresseerde wordt, indien geadresseerde daarvoor toestemming heeft gegeven, een foto gemaakt dan wel een kopie gemaakt van het ID-bewijs om te kunnen handhaven op de uitgereikte en eventuele toekomstige gebiedsontzeggingen. Waarschuwing De (politie)functionaris dient ervoor zorg te dragen dat de betrokkene aan wie een ontzegging wordt opgelegd begrijpt wat de betekenis is van de ontzegging, dus op welk gebied de ontzegging van toepassing is, wat wel/niet uitgezonderd wordt en wat de mogelijke consequenties zijn van het overtreden hiervan. Ook deelt hij mede dat wanneer binnen zes maanden na afloop van de gebiedsontzegging opnieuw een gedraging als bedoeld in artikel 2.1b APV plaatsvindt een volgende ontzeggíng tot een maximale periode van 12 weken kan worden opgelegd. . Data, tijdvakken, duur en uitreiking van de gebiedsontzeggingen In de gebiedsontzegging wordt duidelijk aangegeven voor welk tijdvak en gebied het verbod geldt. In de gebiedsontzegging wordt eenduidig aangegeven op grond van welk(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.