WIJZIGING IN BUURT VAN TRAMWEG 5.0 (WijT)VERGUNNINGPROCES VOOR HET UITVOEREN VAN WERKZAAMHEDEN EN/OF HEBBEN EN HOUDEN VAN OBJECTEN OP, IN, BOVEN, NAAST OF ONDER HET TRAMSYSTEEM OP BASIS VAN ARTIKEL 12
§ 3
.2 Toetscriteria); Eventueel monitoringsplan in geval van graaf-, hei of bronneringswerkzaamheden (
§ 3
.2 Toetscriteria); Eventueel zichtlijnenanalyse vanuit het oogpunt van de trambestuurder (zie § 3.2 Toetscriteria); Uitvoeringsplan, waarin aangetoond de veilige berijdbaarheid van de baan tijdens en na de werkzaamheden en werktekeningen. Let op: Bij sommige werkzaamheden gelden aanvullende eisen,
§ 3.2 Toetscriteria.
De trambaanbeheerder kan de aanvrager verplichten een nulmeting uit te voeren en hiervan een rapportage over te dragen aan de trambaanbeheerder. Let op: Indien nodig verlengt de trambaanbeheerder de termijn voor de behandeling van de aanvraag en wordt de de aanvrager hiervan op de hoogte gesteld. 3.2Toetscriteria Gezien artikel 12 Wls toetst de trambaanbeheerder de aanvraag in elk geval op onderstaande elementen: De veiligheid en doelmatigheid van het tramsysteem bij het hebben en houden van objecten op, in, boven, naast of onder de tramweg; Voorbeelden hiervan zijn: De technische consequenties van het voorgenomen werk voor de veiligheid op en in de nabijheid van het tramsysteem; De mogelijke consequenties voor de dienstregeling; De veilige berijdbaarheid van de baan tijdens en na de werkzaamheden; De risico’s van het werk tijdens en na de uitvoering voor gebruikers (w.o. trambestuurders, reizigers en weggebruikers) van het tramsysteem; Een boring of een persing In geval van een boring of persing onder of in de buurt van het spoor toetst de trambaanbeheerder welk risico de desbetreffende werkzaamheden met zich meebrengen voor de veiligheid en de veilige berijdbaarheid van het spoor. Wanneer met een vloeistof- of gasleiding het spoor wordt gekruist of dat dergelijke leidingen parallel aan het spoor worden gelegd, dient, afhankelijk van de leidingdiameter, een zogenaamde kraterberekening aangeleverd te zijn. Met deze berekening wordt aangetoond wat de gevolgen zijn voor de baanstabiliteit in het geval van overstroming bij een leidingbreuk. Graaf-, hei- en bronneringswerkzaamheden Het uitvoeren van graaf-, heiwerkzaamheden of het instellen van een bronbemaling kan de stabiliteit van de tramweg beïnvloeden. Om deze reden is het vereist dat een monitoringsplan wordt aangeleverd waarin beschreven wordt hoe het monitoren van de tramweg wordt uitgevoerd gedurende de uitvoering van de werkzaamheden en minimaal 5 dagen na beëindiging van de werkzaamheden. Zichtlijnen bij kruisingen Het Integraal Programma van Eisen (IPvE) schrijft voor dat er zich geen objecten mogen bevinden binnen 10 meter van een kruising. Deze eis is vertaald in Figuur 3.1, waarbij de afstand X is gedefinieerd aan de hand van de remweg van het tramvoertuig en de geldende baanvaksnelheid, zie Tabel 3.
- In het groene vlak mogen geen objecten geplaatst worden of activiteiten plaatsvinden zonder WijT-vergunning van de trambaanbeheerder. Buiten het groene vlak geldt onverminderd de vergunningsplicht zoals beschreven in § 2.1 Algemeen en § 2.2 Ruimtelijk profiel. De ter plaatse geldende baanvaksnelheid dient te worden opgevraagd bij de trambaanbeheerder. Figuur 3.1: Zichtlijnen bij kruisingen. Tabel 3.1: Rekenwaardes voor zichtafstanden bij kruisingen. Baanvaksnelheid Afstand X (m) 18 en 20 km/h 20 30 km/h 40 40 km/h 65 50 km/h 95 70 km/h 175 Voor zichtlijnen in bogen en het coulisseneffect kunt u contact opnemen met de trambaanbeheerder. 3.3Kosten Aan de behandeling van de WijT-vergunningverlening zijn voor de aanvrager geen kosten en/of leges verbonden. Wel zullen de kosten van eventuele gevolgschade verhaald worden op aanvrager. Zie hiervoor § 6 Na afloop van de uitvoering. 4.Betekenis WijT-vergunning provincie Utrecht Een WijT-vergunning van provincie Utrecht houdt in dat de trambaanbeheerder als beheerder van het tramsysteem akkoord is met het ontwerp, de uitvoering en de impact van de uiteindelijke werkzaamheden en/of de uiteindelijke situatie, met inachtname van hetgeen vermeld onder § 4.2.1 Hinder ten gevolge van het lokaal spoor. De uitvoering van de werkzaamheden dient daarbij te voldoen aan de eisen voor de veiligheid van het tramsysteem dan wel de werkenden, zoals vastgelegd in het KWT. WijT-vergunningen worden schriftelijk verleend. In de WijT-vergunningsvoorschriften kunnen extra maatregelen opgenomen worden, welke door aanvrager genomen dienen te worden voorafgaand en/of tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Van alle verleende WijT-vergunningen worden de vervoerder en de werkcoördinator van de trambaanbeheerder op de hoogte gesteld. Let op: De aanvrager zal zelf een onderzoek moeten instellen wie naast provincie Utrecht de eventuele overige partijen zijn (bijv. grondbezitters, netbeheerders, WION, etc.) en is zelf verantwoordelijk voor het maken van eventuele afspraken en/of verkrijgen van vergunningen met die partijen. 4.1Geldigheidsduur De geldigheid van de WijT-vergunning is afhankelijk van het werk dat uitgevoerd dient te worden en/of het object dat wordt of is geplaatst. Uitgangspunt is dat de WijT-vergunning wordt afgegeven voor de looptijd van het (project)werk. In overleg met en ter beoordeling van de vergunningverlener kan hiervan worden afgeweken in onder meer de volgende gevallen: Geldigheid van een jaar voor repeterende werkzaamheden (onder meer vegen van straten, legen van prullenbakken, beheren van groen). Geldigheid van meerdere jaren. Hierbij dient een contract overlegd te worden waaruit duidelijk wordt dat werkzaamheden voor meerdere jaren gegund zijn. Geldigheid voor onbepaalde tijd voor het hebben en houden van objecten is objectgebonden, waarbij de trambaanbeheerder het recht heeft om de WijT-vergunning in te trekken mits hiervoor gegronde redenen zijn. Een afgegeven WijT-vergunning voor uitvoering is niet aan een andere partij overdraagbaar en een WijT-vergunning kan door de vergunningverlener worden ingetrokken indien niet binnen 1 jaar na vermelde startdatum op de WijT-vergunning wordt aangevangen met uitvoering van de werkzaamheden of wanneer aanwijzingen van de vergunningverlener niet worden opgevolgd. 4.2(Gedeeltelijke) afwijzing aanvraag door de trambaanbeheerder Indien een aanvraag (gedeeltelijk) wordt afgewezen door de trambaanbeheerder, dan wordt dat schriftelijk bekend gemaakt. Hierbij wordt gespecificeerd waarom de aanvraag is afgewezen. In de brief wordt door de trambaanbeheerder aangegeven welke aanvullingen gewenst zijn en de termijn waarbinnen de stukken opnieuw moeten worden aangeleverd om de aanvraag versneld te kunnen behandelen. Wanneer de aanvraag volledig opnieuw moet worden gedaan, dan gelden de 8 weken voor beoordeling bij de trambaanbeheerder. Als de aanvraag pertinent is afgewezen omdat het gevaar en/of hinder voor het tramsysteem en zijn gebruikers te groot is, wordt dit aangegeven in de bekendmaking. De besluitvorming vindt plaats conform artikel 8.2.
- en 8.3 van de Algemene Wet Bestuursrecht. 4.2.1Hinder ten gevolge van het lokaal spoor Het is de taak van de Gemeente als planwetgever om er voor te zorgen dat bestaande en/of toekomstige traminfrastructuur alsmede de exploitatie daarvan is verankerd in het door hem gevoerde ruimtelijk beleid. In dat kader zal de planwetgever tevens oog moeten hebben voor de gevolgen van exploitatie van de tramlijn voor haar directe leefomgeving, waaronder het produceren van geluid, trillingen, EMC en koperslijpsel. Indien hinder wordt ondervonden ten gevolge van het lokaal spoor, kunt u contact opnemen met desbetreffende Gemeente. 4.2.2Meldplicht In de onder de WijT-regelgeving afgegeven WijT-vergunning kan een meldplicht voor bijvoorbeeld het uitvoeren van reguliere werkzaamheden worden opgenomen. 5.De uitvoering Werkzaamheden moeten conform de afgegeven vergunningen uitgevoerd worden. De WijT-vergunning kan bestaan uit een eis dat werkzaamheden (deels) onder begeleiding van of door de onderhoudsaannemer van de trambaanbeheerder worden uitgevoerd. De extra kosten komen voor rekening van de aanvrager. Eventuele aardingen, (nul)metingen en toetsingen van de veilige berijdbaarheid van het spoor dienen door bevoegde personen uitgevoerd te worden. Indien van toepassing dienen ter afronding wijzigingstekeningen (as-built) te worden geleverd aan de trambaanbeheerder binnen gestelde termijn. 6.Na afloop van de uitvoering Indien na werkzaamheden van de aanvrager onderhoud van het spoor nodig is dat aantoonbaar een gevolg is van de eerder uitgevoerde werkzaamheden door aanvrager, dan wordt dat door de onderhoudsaannemer van de trambaanbeheerder uitgevoerd. De kosten hiervan zijn voor rekening van de aanvrager. De trambaanbeheerder zal de aanvrager vóór aanvang van uitvoering hiervan op de hoogte brengen. 7.Verklarende woordenlijst In deze procedure worden een aantal woorden gebruikt die mogelijk niet voor iedereen bekend zijn, vandaar dat deze zijn toegelicht in onderstaande woordenlijst. IPvE Integraal Programma van Eisen, Tramsysteem provincie Utrecht. KWT Kader Werkzaamheden Tramweg. Document waarin de regelgeving omtrent aanrijd- en elektrocutiegevaar bij werkzaamheden op en nabij de tramweg is beschreven. Lokaal spoor Zie Tramsysteem. Onderhoudsaannemer van de trambaanbeheerder Hiermee wordt de onderhoudsaannemer infra bedoeld die voor de trambaanbeheerder het reguliere onderhoud aan de traminfrastructuur uitvoert. PU Provincie Utrecht, eigenaar van het tramsysteem in de provincie Utrecht. Trambaan Zie Tramweg. Trambaanbeheerder Bedoeld wordt: beheerder van het tramsysteem in de provincie Utrecht als bedoeld in artikel 18 van Wet lokaal spoor. De trambaanbeheerder is de beheerder van het tramsysteem in de provincie Utrecht én vergunningverlener met betrekking tot artikel 12 van Wet lokaal spoor. Tramweg Het gedeelte van het tramsysteem waardoor railmaterieel zich kan verplaatsen: onderbouw, bovenbouw en bovenleiding. Tramsysteem Het lokaal spoor (ook wel te noemen tramweg) conform artikel 1 Wet lokaal spoor inclusief het geheel van rails, voertuigen, bovenleiding, haltes, remise, installaties en overige toebehoren dat nodig is voor het gebruik en de exploitatie van een tramweg en/of tramweg in aanbouw. Werkzaamheden Hiermee worden uitvoeringsactiviteiten bedoeld die invloed hebben op (de integrale veiligheid van) het tramsysteem. WijT Wijziging in buurt van Tramsysteem. Dit is de naam van dit document welke beschrijft welke stappen nodig zijn om wijzigingen in de buurt van het tramsysteem te mogen doorvoeren. Wijziging Hiermee wordt bedoeld een situatiewijziging die invloed heeft op (de integrale functionaliteit en/of veiligheid van) het tramsysteem, zoals de uitvoering van werkzaamheden en het hebben, houden en plaatsen van objecten. Wls Wet lokaal spoor 2 juli 2019Gedeputeerde Staten van Utrechtvoorzittersecretaris namens hen de provinciesecretaris