Beleidsregel handhaving eigendomsrecht bij onrechtmatig gebruik gemeentegrond 20191.Inleiding 1.1Gemeentelijke taak: optreden tegen illegaal gebruik gemeentegrond Tot de gemeentelijke kerntaak behoort onder meer het beheren van gemeentelijke eigendommen in het algemeen en van gemeentelijke gronden in het bijzonder. Het optreden tegen het gebruik van gemeentegrond door een inwoner zonder toestemming van de gemeente, in het normaal taalgebruik als illegaal gebruik gemeentegrond aangeduid, kan dan ook niet anders als een wettelijke taak van de gemeente worden gezien. Het kan dus niet zo zijn dat de gemeente door stil te zitten in feite illegaal gebruik van gemeentegrond in de hand werkt door (impliciet) dat gebruik te gedogen. Niet alleen is dat strijdig met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, die ook het privaatrechtelijk handelen van de gemeente beheersen, maar dit zal ook tegen de gemeente werken in publiekrechtelijke zin indien het aan de gemeente opgedragen toezicht en handhaving van de wettelijke voorschriften aan de orde is. Daarnaast zijn bij oneigenlijk gebruik gemeentegrond ook de verjaringsregels uit het Burgerlijk Wetboek (BW) van belang. Die regels leiden er toe dat het bij stilzitten van de gemeente in geval van illegaal gebruik van gemeentegrond niet de vraag is OF de gemeente haar eigendomsrecht zal verliezen, maar enkel de vraag: WANNEER! Want bij “stilzitten” lopen we het risico dat we door een geslaagd beroep op verjaring ons eigendom verliezen. Een andere taak van de gemeente is nu juist om er voor zorg te dragen dat de eigendom van publiek domein (vanuit de publieke middelen bekostigd) niet door verjaring verloren gaat en automatisch overgaat naar een ander. “Uit een inventarisatie van in gebruik genomen gemeentegrond door bureau Eiffel in maart 2016 blijkt dat bij 555 adressen in Winterswijk gemeentegrond in gebruik is genomen met een omvang van bijna 26.000 m². Daarvan is voor een deel van de adressen (ca. 140) een overeenkomst tussen gemeente en gebruiker gesloten. Voor het overgrote deel is naar waarschijnlijkheid geen sprake van een overeenkomst maar van het in gebruik nemen zonder toestemming van de gemeente. De oneigenlijke ingebruikname als tuingrond bedraagt gemiddeld 46 m² per adres. Bron: Uitkomsten inventarisatie grondgebruik gemeente Enschede / Eiffel 03/2016” De conclusie uit het voorgaande is dan ook dat optreden van de gemeente gewenst is en dat tegen illegaal gebruik van gemeentegrond moet worden opgetreden. Dat optreden van de gemeente moet een gestructureerd en transparant karakter hebben in de vorm van een handhavingsbeleid op dit gebied. Daarbij verdient het de aanbeveling om dat handhavingsbeleid vorm te geven in een Beleidsregel op basis van de Algemene wet bestuursrecht. Beleidsregels maken duidelijk hoe een bepaalde bevoegdheid van een bestuursorgaan (in dit geval het college) wordt toegepast. Het zijn richtlijnen van het bestuursorgaan ten behoeve van het scheppen van duidelijkheid naar de burgers. Enerzijds heeft dit tot strekking dat een bestuursorgaan handelt in overeenstemming met de beleidsregel, anderzijds hoeft een bestuursorgaan bij het nemen van veel voorkomende beslissingen niet telkens het beleid uit te leggen, maar kan het verwijzen naar de inhoud van de beleidsregel. Deze beleidsregel kan niet los worden gezien van de nota “Project Grondgebruik; Verkoop en verhuur van openbaar groen (hierna Nota “Project Grondgebruik”), door het college op dezelfde datum als deze beleidsregel vastgesteld. Uitgangspunt is en blijft dat allereerst wordt bekeken of het illegale grondgebruik kan worden gelegaliseerd, bijvoorbeeld door verkoop of verhuur. Wanneer er een gemeentelijk belang is waardoor verhuur of verkoop geen optie is, dan zou hiervoor bij hoge uitzondering een bruikleenovereenkomst als maatwerk kunnen worden toegepast. Wanneer al deze scenario’s geen uitkomst bieden zal feitelijke handhaving pas een rol gaan spelen. 1.2Vaststellen van een Beleidsregel Deze beleidsnotitie/regel is opgesteld en vastgesteld voor het (deel)project Handhaving onrechtmatig gebruik gemeentegrond, maar geldt ook als nieuw beleid voor nieuw te constateren illegale situaties. In deze beleidsregel zijn de kaders en uitgangspunten bij de projectmatige handhaving van illegaal grondgebruik vastgelegd, zodat de gemeente (ook) richting de burger consistent en transparant optreedt. Dat komt ook de rechtszekerheid ten goede en zal, na het bekend worden van deze consistente lijn, wellicht ook preventief kunnen werken. 1.3College als bevoegd bestuursorgaan De Gemeentewet bepaalt in artikel 160 lid 1 sub e dat het college bevoegd is tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. Daarnaast verplicht lid 3 van hetzelfde artikel het college om alle beschermende maatregelen te nemen en te doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. Het college is daarom het bevoegd bestuursorgaan en bevoegd om deze beleidsregel - waar het de uitoefening van haar bevoegdheden betreft - vast te stellen. 2.Privaatrechtelijk kader In het licht van de privaatrechtelijke positie van de gemeente (eigenaar van de grond) is van belang dat op grond van de (verjarings)regels uit het BW ook een bezitter te kwader trouw tot eigenaar kan worden van in bezit genomen grond van de gemeente door verloop van een termijn van 20 jaar. Het gaat daarbij om het verjaren van de mogelijkheid van de gemeente als eigenaar om via een rechtsvordering zijn zaak op te eisen van een ieder die de zaak zonder recht houdt om daarmee het bezit door die ander te beëindigen. De mogelijkheid om die rechtsvordering in te stellen verloopt na een termijn van 20 jaar. Wanneer die termijn is verstreken, kan diegene die dan bezitter is de eigendom van de zaak verwerven, ook al is hij te kwader trouw. De bezitter wordt van rechtswege eigenaar na voltooiing van de verjaringstermijn. De verjaringstermijn begint te lopen vanaf het moment dat een niet-rechthebbende bezitter is geworden door zich vanaf dat moment te gedragen als ware hij eigenaar van de grond. Dit is een vorm van bevrijdende verjaring. Vermeld moet nog worden dat de verjaringstermijn bij bezit te goeder trouw 10 jaar bedraagt. Uit de rechtspraak blijkt echter wel dat daar niet snel sprake van zal zijn en niet snel wordt aangenomen. Eigenlijk kan alleen een fout in een notariële akte en/of een kadastrale fout onder omstandigheden leiden tot deze vorm van verkrijgende verjaring. Het stuiten van een lopende verjaring waardoor de verjaring ophoudt te lopen, is mogelijk door een schriftelijke aanmaning of door erkenning van degene die de grond in bezit heeft genomen dat hij geen eigendomspretenties heeft. Maar als dit niet leidt tot het terug verkrijgen van de eigendom doordat de bezitter vrijwillig diens bezit opgeeft, dan heeft een dergelijke aanmaning alleen een stuitende werking indien deze aanmaning binnen 6 maanden wordt gevolgd door een vordering in te dienen bij de rechtbank. Dan ontstaat er een nieuwe verjaringstermijn van maximaal 5 jaar, die echter niet eerder kan verstrijken dan de oorspronkelijke verjaringstermijn zonder stuiting. Als de gemeente geen vervolgactie onderneemt na een aanmaning of erkenning dan schuift het verjaringsrisico wellicht op in de tijd, maar wordt deze niet weggenomen. 3.Publiekrechtelijk kader De meest gangbare weg bij optreden tegen illegaal gebruik is de privaatrechtelijke weg. De publiekrechtelijke weg om illegaal gebruik van gemeentegrond te handhaven is echter niet uit gesloten. Het is ook mogelijk om illegaal gebruik te beëindigen via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Het gemeentelijk groen valt dan onder de definitie van 'openbare weg' welke volgens de APV niet anders gebruikt mag worden dan de publieke bestemming voorschrijft. Dit kan een optie zijn in de situatie dat de gemeente de bewuste grond nooit wil verkopen. In dat geval KAN de inzet van de APV een aanvulling zijn op de privaatrechtelijke middelen van de gemeente. Dit vergt nog nader onderzoek. Deze bestuursrechtelijke weg is echter enkel gericht op herstel in de oude situatie en daarbij handelt de gemeente vanuit een ‘bovenliggende’ rol. Bij het inzetten van de privaatrechtelijke instrumenten handelt de gemeente primair als grondeigenaar, en daarmee meer op gelijk niveau met de bewoner en is er meer flexibiliteit om een regeling te treffen. Dat is ook de reden dat de privaatrechtelijke weg de voorkeur heeft boven de publiekrechtelijke weg. 4.Onrechtmatig gebruik van gemeentegrond/juridisch gekwalificeerd Het illegaal in gebruik nemen van gemeentegrond kan zich voordoen in verschillende (juridische) vormen en hoedanigheden, en die daarmee ook verschillende juridische gevolgen hebben. 4.1.In bezit nemen van gemeentegrond: acteren als bezitter Van in bezit nemen van gemeentegrond (occupatie) is sprake indien de gemeentegrond door een niet-rechthebbende in bezit is genomen door zichzelf de feitelijke macht te verschaffen als ware hij eigenaar van de grond. Om van bezit te kunnen spreken moet sprake zijn van structurele eigendomspretenties. Die moeten blijken uit feitelijke handelingen, zoals het afsluiten van de grond, het gebruiken en/of aanwenden van de grond voor eigen nut en het plegen van bewerkingen daarvan, daarin of daarop. Of deze feitelijke handelingen voldoende zijn om bezit aan te nemen beoordelen we naar de geldende opvattingen daarover in rechtspraak en literatuur. Dat is maatwerk. Bezit moet wel ondubbelzinnig zijn: er mag geen sprake zijn van verschillende interpretaties qua bezitsdaden. Het in bezit nemen kan op basis van goeder trouw (uitzondering) en op basis van kwader trouw (de regel). Dat onderscheid heeft gevolgen voor de van toepassing zijnde verjaringstermijn. De bewijslast dat: sprake is van bezit en dat de verjaring is aangevangen en is voltooid berust logischerwijs bij degene die zich daarop beroept. Op die bewijslast zal de gemeente ook te allen tijde wijzen op het moment dat iemand, die naar het oordeel van de gemeente illegaal gebruikt maakt van gemeentegrond, zich op zijn bezit en op de voltooiing van de verjaring beroept. 4.2In gebruik nemen met en zonder recht of titel: optreden als houder Indien er een overeenkomst tussen de gemeente en de gebruiker aan het gebruik van de gemeentegrond ten grondslag ligt is sprake van het in gebruik nemen met recht of titel. In deze gevallen geldt de gebruiker niet als bezitter maar als houder voor de eigenaar. Dit heeft geen rechtsgevolgen voor de eigendomsverhoudingen. Houderschap kan vele vormen aannemen: gebruik, huur, bruikleen, pacht. Houderschap kan niet worden omgezet in bezit: een huurder of gebruiker kan geen bezitter worden. Het kan echter ook zo zijn dat gemeentegrond in gebruik wordt genomen zonder een rechtsverhouding. Als de gemeentegrond in (illegaal) gebruik wordt genomen zonder dat de gebruiker de pretentie heeft om - ook op termijn - het eigendom te verkrijgen is geen sprake van bezit voor zichzelf, maar van houderschap voor de eigenaar, de gemeente. Verjaring is dan niet aan de orde zodat de gemeente haar eigendomsrecht niet kan verliezen. Het is dus van groot belang - ook voor de eventuele verdere acties - om zo snel mogelijk vast te stellen of sprake is van bezit of houderschap. 5.Handhavingsbeleid Het handhavingsbeleid onrechtmatig gebruik gemeentegrond omvat het proces van handhaving van gemeentelijk eigendom. Het vaststellen ervan door het college en het op de gebruikelijke wijze bekend maken er van beoogt onder meer het volgende te bereiken: Bekend gemaakt beleid zorgt voor transparantie en duidelijkheid voor de inwoners over waar men op kan rekenen in geval van illegaal gebruik van gemeentegrond. Het maatschappelijk draagvlak voor handhaving van dit illegale gebruik kan daardoor positief worden beïnvloed; In geval van noodzakelijk optreden verwijzen we naar dit beleid, waardoor we de handhaving in de uitvoeringsfase eenvoudiger kunnen motiveren. Inwoners kunnen dan ook minder snel een beroep doen op schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waardoor de kans dat de gemeente aansprakelijk is wegens onrechtmatig handelen wordt geminimaliseerd; Consequent en consistent uitvoeren van het handhavingsbeleid draagt bij aan de geloofwaardigheid van het bestuur. Er gaat een preventieve werking van uit en mogelijke precedentwerking wordt voorkomen; Bij vastgesteld beleid kunnen we in de uitvoering eenvoudiger prioriteiten stellen waardoor de personele inzet door een adequate planning efficiënter en doelmatiger kan plaatsvinden. 6.Initiële en structurele aanpak onrechtmatig gebruik gemeentegrond Onrechtmatig gebruik van gemeentegrond moet op een gestructureerde wijze worden aangepakt, en niet alleen ad hoc. Daarbij is sprake van een initiële fase (een projectmatige aanpak) en later een structurele fase (in de lijn). 6.1.Projectmatige aanpak Om het onrechtmatig gebruik gemeentegrond in de gemeente te kunnen aanpakken wordt eerst het (illegaal) gebruik van gemeentegrond, voor zo ver dat nog niet heeft plaatsgevonden, in de gehele gemeente in beeld gebracht. Daarbij is gebruik gemaakt van eigen waarnemingen, meldingen, cycloramabeelden, luchtfoto's, e.d. Die waarnemingen en constateringen zijn vastgelegd en geverifieerd om juridisch vast te stellen of er sprake is van onrechtmatig gebruik gemeentegrond. Hiervoor moet in elk geval worden vastgelegd: wie de illegale grondgebruiker is, de exacte locatie van het illegale grondgebruik, de omvang ervan, de concrete wijze van illegaal gebruik (is sprake van bezit of van houderschap?), is er een erfscheiding geplaatst e.d., de redenen die door de illegale grondgebruiker worden aangevoerd voor het gebruik, sinds wanneer het illegale grondgebruik plaatsvindt. Een goede en exacte vastlegging op tekening en foto's is essentieel omdat op deze wijze een nulmeting ontstaat die van belang is voor de structurele aanpak (zie onder 6.2.). Handhaving kan vervolgens plaatsvinden op basis van het in de beleidsregel vastgestelde en bekend gemaakte beleid, op basis van de prioriteiten die in sub 8 zijn aangegeven. Afwikkeling vindt plaats zoals in sub 7 en het daarop gebaseerde Stappenplan is beschreven. Het is daarnaast gewenst om in de feitelijke uitvoering gefaseerd en gebiedsgericht, per wijk of buurt, te werk te gaan. Van belang is daarbij dat dit afwegingskader en daarmee verband houdende documenten door het college zijn vastgesteld als uitgangspunt voor het handhavingsbeleid voor de gehele gemeente. 6.2Structurele aanpak Na het uitvoeren van de handhavingsacties op basis van de projectmatige aanpak dient monitoring van het gehele grondgebied van de gemeente op onrechtmatig gebruik gemeentegrond een continu proces te worden. Daarbij geldt dat het gehele grondgebied met een frequentie van minimaal een keer per vijf jaar stelselmatig is gecontroleerd. Per wijk of buurt wordt van de controle een korte rapportage opgesteld. Deze gestructureerde aanpak leidt er toe dat we illegaal gebruik van gemeentegrond binnen een acceptabel tijdsverloop ontdekken. Voorts leidt het er toe dat de gemeente zich gemakkelijker via de controlerapportages kan verweren tegen verjaring. De gemeente kan dan immers aannemelijk maken dat het aanvangsmoment van de verjaring niet voor het moment van de vastgelegde controle kan liggen. 7.Handhavingsacties Nadat illegaal gebruik van gemeentegrond is vastgesteld beoordelen we welke eigendomshandhavende actie in dat concrete geval mogelijk en/of wenselijk is. Ongeacht de juridische route - privaatrechtelijke of publiekrechtelijke - welke we uiteindelijk kiezen, is de eerste actie een uitnodiging voor een gesprek. Daarin stelt de gemeente vast dat een betrokkene gemeentegrond zonder toestemming in gebruik heeft genomen. In dat gesprek wordt ook aangegeven of de in gebruik genomen grond valt onder het uitgeefbaar groen. Als de grond niet uitgeefbaar is wordt de bewoner verzocht de gemeentegrond te ontruimen en weer aan de gemeente ter beschikking te stellen. Aan de overtreder wordt de mogelijkheid geboden een toelichting op het verzoek tot ontruiming te verkrijgen dan wel daartegen verweer te voeren of de reden van het gebruik toe te lichten. Indien de bewoner geen gevolg geeft aan het verzoek tot ontruiming beoordelen we vervolgens welke vervolgacties het meest geschikt zijn. Dat zal afhangen van de concrete situatie. Deze zijn in dit hoofdstuk beschreven. 7.1.Privaatrechtelijke handhavingsacties Voor het hanteren van het privaatrechtelijke instrumentarium dient (eerst) duidelijk te zijn of sprake is van houderschap of van bezit. 7.1.A. Onrechtmatig gebruik met eigendomspretenties (bezit) In artikel 4.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.