Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels om de gevolgen van de harmonisatie voor pedagogisch medewerkers van voormalige peuterspeelzalen te compenseren (Tijdelijke subsidieregeling harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk 2020-2022 )Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, besluit de volgende regeling vast te stellen: Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013; beleidsplan: het beleidsplan “Eén voorziening voor alle Amsterdamse peuters, beleidsplan 2018-2022”, vastgesteld door het college op 7 februari 2017; beroepskracht voorschoolse educatie: de beroepskracht voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie: regelgeving met minimale eisen waaraan een kindercentrum moet voldoen wanneer sprake is van gesubsidieerd aanbod voorschoolse educatie Cao Kinderopvang: cao Kinderopvang 2016 – 2017 of de opvolger hiervan; Cao welzijn: cao Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening 2016 – 2017; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; frictiekosten: eenmalige kosten die rechtstreeks toegeschreven kunnen worden aan de omzetting van peuterspeelzaalwerk met voorschoolse educatie naar kinderopvang met voorschoolse educatie , die gelet op de beschikbare tijd niet te vermijden of om te buigen zijn en waarvan gelet op de omstandigheden redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat de organisatie deze volledig zelf draagt; handreiking: Handreiking harmonisatie arbeidsvoorwaarden Peuterspeelzalen-kinderopvang van de caopartners van 28 september 2017; houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert; kindercentrum: kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1 van de wet dat is gevestigd in Amsterdam en dat is opgenomen in het landelijk register kinderopvang; landelijk register kinderopvang: het landelijk register, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; voorschool: een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt uitgevoerd en als zodanig is geregistreerd in het landelijk register kinderopvang; voorschoolse educatie: voorschoolse educatie als beschreven in het beleidsplan; VVE: voor- en vroegschoolse educatie; wet: Wet kinderopvang. Artikel2Toepasselijkheid ASA 2013 De ASA 2013 is van toepassing, tenzij daarvan in deze subsidieregeling uitdrukkelijk wordt afgeweken. Artikel3Doel subsidieregeling Het doel van deze subsidieregeling is om houders die hun peuterspeelzaal als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk hebben omgezet naar een kindcentrum, tegemoet te komen in hun personeelskosten, die zij betalen op grond van de Handreiking Harmonisatie arbeidsvoorwaarden Peuterspeelzalen-Kinderopvang tijdelijk aanvullend op de Cao Kinderopvang. Artikel4Subsidiabele activiteit 1.Het college kan een periodieke subsidie verlenen aan de houder van een kindercentrum als tegemoetkoming in de extra salariskosten die hij jaarlijks op grond van de Handreiking aan hun personeel betalen in verband met de omzetting van peuterspeelzaalwerk met voorschoolse educatie naar kinderopvang met voorschoolse educatie. 2.De subsidie wordt berekend op basis van het verschil in salaris dat een medewerker op grond van de inschaling volgens de Cao Kinderopvang zou ontvangen en het salaris dat de betrokken medewerker(s) op grond van de Cao Welzijn 2016-2017 van de houder conform de Handreiking uitbetaald krijgt. Hoofdstuk2Subsidieplafond en verdeelsleutel Artikel5Subsidieplafond en verdeelsleutel 1.Het college stelt jaarlijks een subsidieplafond vast voor de activiteiten die op grond van artikel 4 van deze subsidieregeling voor een subsidie in aanmerking komen. 2.Indien het subsidieplafond niet toereikend is, wordt het beschikbare bedrag evenredig verdeeld over de aanvragen die voldoen aan de criteria voor subsidieverlening. Hoofdstuk3Subsidieaanvraag Artikel6De aanvrager Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd indien de houder van een kindercentrum voldoet aan de voorwaarden voor periodieke subsidie op grond van de Subsidieregeling voorschoolse educatie Amsterdam 2018 en aan deze houder voor het jaar 2017 en daarop volgende jaren subsidie is verleend voor het aanbieden van voorschoolse educatie in een peuterspeelzaal. Artikel7Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 worden bij de aanvraag ingediend: een overzicht van de medewerkers waarop de handreiking van toepassing is, met daarin opgenomen per medewerker: zijn functie voor 1 april 2017 en op het moment van de aanvraag, inclusief de omvang van het dienstverband; het salaris dat hij/zij verdiende op 1 april 2017 op basis van de Cao welzijn; de inschaling in de Cao Kinderopvang en het salaris dat de medewerker zou verdienen op basis van deze Cao met ingang van 1 januari van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; een begroting waarin een berekening van de extra salariskosten is opgenomen die de aanvrager maakt over het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd vanwege de verschillen tussen de Cao Welzijn en de Cao Kinderopvang. Artikel8Aanvraagtermijn periodieke subsidies In afwijking van artikel 6 van de ASA 2013 wordt een subsidieaanvraag voor de subsidies als bedoeld in artikel 4 ingediend vóór 1 december voor afgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Hoofdstuk4Weigering van de subsidie Artikel9Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 9, eerste lid van de ASA 2013 weigert het college subsidie te verlenen als aan de houder in 2017 geen subsidie is verleend voor voorschoolse educatie in een peuterspeelzaal. In aanvulling op artikel 9, tweede lid van de ASA 2013 kan het college weigeren subsidie te verlenen als: aan de houder voor het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, geen subsidie is verleend voor het aanbieden van voorschoolse educatie op grond van de Subsidieregeling voorschoolse educatie Amsterdam 2018 of de subsidie gedeeltelijk is geweigerd; een of meerdere medewerkers waarvoor een aanvraag is ingediend niet direct uitvoering geven aan de voorschoolse educatie of hieraan direct ondersteunend zijn; Een of meerdere medewerkers, waarvoor een aanvraag is ingediend, niet op 1 april 2017 werkzaam waren in één van deze functies op basis van een dienstverband voor onbepaalde tijd volgens de Cao Welzijn. Hoofdstuk5Verantwoording en vaststelling van de subsidie Artikel10Verantwoording In aanvulling op artikel 14, tweede lid, van de ASA 2013 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling een overzicht waaruit blijkt welk bedrag aan salaris subsidieontvanger per medewerker waarvoor hij subsidie heeft ontvangen, heeft uitbetaald en op welk salaris deze medewerker volgens de Cao Kinderopvang recht zou hebben. Hoofdstuk6Slotbepalingen Artikel11Inwerkingtreding en geldingsduur Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 november 2019 en vervalt van rechtswege op 31 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.